De raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 20-5-2025;
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;
besluit:
de volgende verordening vast te stellen:
Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Bodegraven-Reeuwijk (Apv) (18e wijziging)
Artikel I
De Algemene plaatselijke verordening gemeente Bodegraven-Reeuwijk wordt gewijzigd als volgt:
A.
Artikel 1:1 wordt vervangen door:
Artikel 1:1 Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
- -
bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;
- -
beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;
- -
bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet;
- -
bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;
- -
bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994;
- -
college: het college van burgemeester en wethouders;
- -
gebouw: gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage 1, onder A, bij de Omgevingswet;
- -
handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;
- -
motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
- -
openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;
- -
openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;
- -
parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
- -
perceel: de aaneengesloten, bij elkaar behorende en in gebruik een eenheid vormende gronden behorende bij een woning, bedrijf of instelling;
- -
rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht;
- -
voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen;
- -
weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.
B.
Artikel 1:2 wordt vervangen door:
Artikel 1:2 Beslistermijn
- 1.
Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag, tenzij in deze verordening een andere beslistermijn is vastgesteld.
- 2.
Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.
- 3.
Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.
C.
Na artikel 2:36 wordt artikel 2:37 ingevoegd en komt als volgt te luiden:
Artikel 2:37 Verschaffing gegevens nachtregister
Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt is verplicht de exploitant of leidinggevende volledig en naar waarheid naam, woonplaats, de dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken.
D.
Artikel 2:41 wordt vervangen door:
Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal
- 1.
Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.
- 2.
Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.
- 3.
Het is verboden een krachtens artikel 2:78a van deze verordening gesloten voor het publiek toegankelijk gebouw of een bij dat gebouw behorend erf te betreden.
- 4.
Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is.
E.
Artikel 2:43 wordt vervangen door:
Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap en dergelijke.
- 1.
Het is verboden op een openbare plaats of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur- of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben.
- 2.
Het verbod is niet van toepassing als de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42.
F.
Artikel 2:44A wordt vervangen door:
Artikel 2:44A Verbod op het vervoeren van geprepareerde voorwerpen
- 1.
Het is verboden op een openbare plaats of in de nabijheid van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van (winkel)diefstal te vergemakkelijken.
- 2.
Het verbod is niet van toepassing als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het voorwerp niet bestemd is voor de in het eerste lid bedoelde handelingen.
G.
Artikel 2:48A wordt vervangen door:
Artikel 2:48A Glasverbod op openbare plaatsen
- 1.
Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door de burgemeester aangewezen gebied, drinkgerei van glas of geopende glazen verpakkingen, kennelijk bestemd voor het bewaren van alcoholhoudende dranken, bij zich te hebben of met zich mee te voeren.
- 2.
Het verbod is niet van toepassing op:
- a.
een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet;
- b.
een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet geldt.
H.
Artikel 2:57 wordt vervangen door:
Artikel 2:57 Loslopende honden
- 1.
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen:
- a.
op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats;
- b.
binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als de hond niet is aangelijnd;
- c.
buiten de bebouwde kom op een door het college aangewezen plaats als de hond niet is aangelijnd;
- d.
op een openbare plaats als die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.
- 2.
Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
- 3.
Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden of die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.
- 4.
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Hondenverordening Groenalliantie Midden-Holland en omstreken 2021.
I.
Artikel 2:59A wordt vervangen door:
Artikel 2:59A Gevaarlijke honden op eigen terrein
- 1.
Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op zijn terrein zonder muilkorf te laten loslopen, als de burgemeester een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:59, eerste lid, dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporings- en verdedigingswerk.
- 2.
Het verbod geldt niet als:
- a.
op een vanaf een openbare plaats zichtbare plaats een naar het oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht;
- b.
het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden; en het terrein voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.
J.
Artikel 2:74A wordt vervangen door:
Artikel 2:74A Openlijk drugsgebruik
Het is verboden op een openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben, indien dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten of anderszins overlast veroorzaken.
K.
Artikel 2:74B wordt vervangen door:
Artikel 2:74B Verzameling van personen in verband met harddrugs of heling
- 1.
Het is verboden op of aan openbare plaatsen die door de burgemeester zijn aangewezen omdat de openbare orde dit in verband met het openlijk gebruik van of de handel in harddrugs dan wel heling naar zijn oordeel noodzakelijk maakt, deel te nemen aan een verzameling van meer dan vier personen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de verzameling verband houdt met het gebruik van of de handel in harddrugs dan wel heling.
- 2.
De aanwijzing van wegen, zoals bedoeld in het eerste lid wordt gegeven voor ten hoogste zes maanden, welke termijn telkenmale kan worden verlengd.
- 3.
Degene die zich bevindt in een verzameling als in het eerste lid bedoeld is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie direct zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
L.
Artikel 2:74C wordt vervangen door:
Artikel 2:74C Verblijfsontzegging in verband met harddrugs
- 1.
Degene die in een gebied, dat door de burgemeester is aangewezen, omdat naar zijn oordeel de openbare orde in dat gebied ernstig is verstoord door de aanwezigheid van verslaafden en/of handelaren in harddrugs, zich gedraagt in strijd met:
a. de artikelen 2:1, 2:49, of 2:78A voor zover de gedragingen in verband staan met harddrugs,
b. artikel 2:74 (Drugshandel op straat),
c. artikel 2:74A (Openlijk drugsgebruik),
d. artikel 2:74B (Verzameling van personen in verband met harddrugs)
en die antecedenten heeft op het gebied van het verkopen of te koop aanbieden van drugs of daarop gelijkende waar, is verplicht zich terstond uit dat gebied te verwijderen en zich daar gedurende een tijdvak van drie maanden niet te bevinden, nadat de burgemeester hem een daartoe strekkend bevel heeft gegeven.
- 2.
De burgemeester kan degene, aan wie eerder een bevel als bedoeld in het eerste lid is gegeven en die binnen een jaar de in dat lid genoemde bepalingen overtreedt, bevelen om zich onmiddellijk uit dat overlastgebied te verwijderen en zich daar gedurende een periode van maximaal zes maanden niet meer te bevinden.
- 3.
Degene die een bevel heeft gekregen als bedoeld in het eerste of tweede lid is verplicht hier onmiddellijk te voldoen.
M.
Artikel 2:78 wordt vervangen door:
Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen
- 1.
De burgemeester kan aan een persoon die de artikelen 2:1, 2:26, 2:31, 2:41, 2:47, 2:47A, 2:47B, 2:48, 2:48B, 2:49, 2:50, 2:50A, 2:74 of 2:74A overtreedt een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste 72 uur in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.
- 2.
Bij overtredingen als bedoeld in het eerste lid kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die zes maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw één of meer van de bovengenoemde overtredingen begaat een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste acht weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.
- 3.
De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod.
- 4.
Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod.
- 5.
Als de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.
N.
Artikel 2:80, lid 10 wordt vervangen door:
Artikel 2:80 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat
- 10.
Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning of het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester, onverminderd het bepaalde in artikel 2:80, een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.
O.
Artikel 5:31C wordt vervangen door:
Artikel 5:31C Snelheid van motorvaartuigen
- 1.
Het is verboden om in het door het college aangewezen gebied of gebieden met een gemotoriseerd vaartuig te varen, te doen of te laten varen met een hogere snelheid dan zes kilometer per uur.
- 2.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod wanneer tijdens een evenement, zeil- of roei-instructie uit veiligheidsoverwegingen een hogere vaarsnelheid is vereist.
- 3.
Voor organisatoren van evenementen die op de wedstrijdkalender zijn opgenomen, geldt het verbod niet in die gevallen waarin de veiligheid gedurende de wedstrijd in het geding is.
- 4.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening.
- 5.
Het verbod is voorts niet van toepassing voor de hulpdiensten van brandweer, politie en reddingsbrigade die reddings- of beveiligingswerkzaamheden verrichten in het ingevolge het eerste lid aangewezen gebied of gebieden bij dreigend gevaar voor mens of dier, of met het oog daarop oefenen.