Gemeenteblad van Eijsden-Margraten
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Eijsden-Margraten | Gemeenteblad 2025, 346346 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Eijsden-Margraten | Gemeenteblad 2025, 346346 | overige overheidsinformatie |
Gedragscode integriteit volksvertegenwoordigers in Eijsden-Margraten 2025
De raad van de gemeente Eijsden-Margraten
Deze inleiding maakt integraal onderdeel uit van deze gedragscode.
Goed bestuur is integer bestuur. Maar wat is nu precies integer bestuur? Er wordt door iedereen een andere invulling aan gegeven. Daarbij is de invulling aan verandering onderhevig. Met deze gedragscode proberen we gezamenlijk – zowel de volksvertegenwoordigers als de collegeleden van de gemeente Eijsden-Margraten – grip te krijgen op de begrippen goed bestuur en integriteit.
Bij goed bestuur gaat het om het samenspel tussen de gemeenteraad, het college, de ambtelijke organisatie en samenleving. Het gaat om de invulling van onder meer normen en waarden, rollen en verantwoordelijkheden, samenwerking en onderling gedrag binnen de raad en binnen het college, tussen raad en college, tussen raad, college en ambtelijke organisatie en raad, college en samenleving. Een belangrijke pijler van de kwaliteit van goed bestuur is integriteit.
Integriteit is van belang voor het vertrouwen van de samenleving in het bestuur. De gemeenteraad en het college maken daar een belangrijk onderdeel vanuit: zij zijn (mede)verantwoordelijk voor het oplossen van verschillende maatschappelijke opgaven op lokaal niveau. Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en functionarissen.
Integriteit van politieke ambtsdragers verwijst naar de zorgvuldigheid die politieke ambtsdragers moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die met de functie samenhangt en bereid zijn verantwoording af te leggen, aan collega¬ bestuurders en/of (leden van) de volksvertegenwoordiging en bovenal aan de burger. In de democratische rechtsstaat dient eenieder zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld.
Hiermee is nog geen concrete invulling gegeven aan het begrip integer bestuur. Met deze gedragscode wordt getracht om gezamenlijk grip krijgen op het begrip door onderscheid te maken tussen het juridische en moreel-ethische perspectief op integriteit.
Het juridische perspectief op integriteit is statisch. Dit perspectief komt met name tot uiting in de verwijzingen naar relevante wettelijke bepalingen op het gebied van integriteit uit de Gemeentewet.
Het moreel-ethische perspectief op integriteit is dynamisch. Dit perspectief komt met name tot uiting in aanvullende afspraken over gedrag. Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang met burgers en organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen politieke ambtsdragers en ambtenaren, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van groot belang.
Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling, als nadere invulling en concretisering van de wettelijke regels. De gedragscode bevat in aanvulling op wettelijke regels gedragsnormen en regels over procedures evenals bepalingen over de besluitvorming en naleving ervan. De gedragscode dient ertoe de geldende normen en transparantie van het handelen van politieke ambtsdragers te vergroten. Zij vormt een beoordelingskader en leidraad bij twijfel, vragen en discussies. Het niet naleven van de gedragscode heeft geen rechtsgevolgen. Sprake is van zelfbinding. De regels worden in gezamenlijk debat vastgesteld door de politieke ambtsdragers zelf. In dit licht moeten de regels in de code worden gezien. Dat maakt de gedragscode evenwel niet vrijblijvend. De volksvertegenwoordigers kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Het niet naleven van de gedragscode kan dus wel onderdeel worden van politiek debat en politieke gevolgen hebben.
Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de gedragscode ondersteuning. De code en de voorgestelde registraties zijn instrumenten. Integriteit is uiteindelijk niet alleen in regels te vangen.
Integer handelen kan alleen in een cultuur en organisatie waar ook de andere waarden van goed bestuur worden nagestreefd. Integriteit wordt in De Nederlandse Code voor Goed Openbaar Bestuur in een adem genoemd, 'Openheid en integriteit': "het bestuur is open en integer en maakt duidelijk wat het daaronder verstaat."
Deze gedragscode geldt voor de raadsleden en raadscommissieleden1. Waar in deze gedragscode wordt gesproken over raadsleden worden tevens raadscommissieleden bedoeld.
2. Voorkomen van belangenverstrengeling
Artikel 3. Nevenfuncties en verboden handelingen
Het raadslid levert de griffier de informatie aan over de (neven)functies die openbaar gemaakt moet worden bij aanvang van het raadslidmaatschap. Als gaande het lidmaatschap nieuwe (neven)functies aanvaard worden of de omstandigheden met betrekking tot bestaande (neven)functies wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft terstond bij de griffier. (Artikel 12 Gemeentewet)
Het raadslid mag bepaalde in de Gemeentewet opgesomde functies niet tevens uitoefenen. (Artikel 13 Gemeentewet)
Het raadslid mag bepaalde in de Gemeentewet genoemde overeenkomsten en handeling niet aangaan. De Gedeputeerde Staten kunnen het raadslid voor bepaalde overeenkomsten en handelingen ontheffing verlenen. (Artikel 15 Gemeentewet)
Artikel 4. Stemming en beraadslaging
Het raadslid stemt zonder last (Artikel 27 Gemeentewet). Dit betekent dat het raadslid op basis van eigen inzicht en overtuiging handelt.
Het raadslid neemt niet deel aan de beraadslaging en stemming over:
een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk2 persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken;
de vaststelling of goedkeuring van de rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort. (Artikel 28 Gemeentewet)
De gemeenteraad, dan wel een raadscommissie, kan geheimhouding opleggen. (Artikel 87 Gemeentewet)
Het raadslid heeft de verplichting tot geheimhouding van informatie waarvan kennis wordt genomen in een vergadering die met gesloten deuren heeft plaatsgevonden. De verplichting duurt voort, totdat de raad haar opheft. (Artikel 23 Gemeentewet)
Het raadslid heeft de verplichting tot geheimhouding van informatie totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd haar opheft. Indien de verplichting tot geheimhouding is opgelegd door een commissie, kan die verplichting tevens worden opgeheven door het orgaan dat de commissie heeft ingesteld. (Artikel 89 Gemeentewet)
Het raadslid dat beschikt uit hoofde van zijn taak over gegevens met een vermeend vertrouwelijk karakter wordt geacht om deze te beschouwen als geheim, tenzij enig wettelijk voorschrift hem dat voorschrijft (Artikel 2:4 Algemene wet Bestuursrecht). In het Wetboek van Strafrecht is de strafbaarheid van het schenden van geheimen bepaald (Artikel 272 Wetboek van Strafrecht).
4. Omgang met geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen, buitenlandse reizen, lunches, diners, andere uitnodigingen en werkbezoeken op uitnodiging van anderen (Artikel 14 Gemeentewet)
Artikel 10. Lunches, diners, andere uitnodigingen en werkbezoeken
Het raadslid accepteert werkbezoeken waarbij reis- en verblijfskosten door anderen worden betaald alleen bij hoge uitzondering. Een dergelijke invitatie dient altijd te worden besproken met de burgemeester en de griffier. De invitatie mag alleen worden geaccepteerd als het bezoek aantoonbaar van belang is voor de gemeente en de schijn van belangenverstrengeling minimaal is. Van een dergelijk werkbezoek wordt altijd verslag gedaan aan de raad.
7. Melding van (een vermoeden van) integriteitsschending
Artikel 17. Het doen van een melding
Een melding van een vermoeden van een integriteitsschending wordt gedaan bij de burgemeester. De burgemeester is verantwoordelijk voor de behandeling van de melding. De burgemeester kan daarbij de steun inroepen van de griffier en/of de gemeentesecretaris en/of de kabinetschef en/of de eventuele integriteitscoördinator. De burgemeester kan besluiten externe expertise te betrekken bij zijn (onderzoeks)werkzaamheden.
Artikel 18. Beoordeling van een melding
Indien de toets leidt tot het niet verder in behandeling nemen van de melding informeert de burgemeester de melder. De melding en de toets blijven vertrouwelijk. In dit geval weten alleen de melder en de burgemeester - en mogelijk de griffier, gemeentesecretaris, kabinetschef, integriteitscoördinator ter ondersteuning ervan af.
Indien de toets leidt tot het instellen van een vooronderzoek of onderzoek informeert de burgemeester de melder. De burgemeester informeert tevens het Presidium over de uitkomsten van de toets van de melding over een raadslid of een wethouder, tenzij de privacy van de melder of degene op wie de melding betrekking heeft en of het onderzoeksbelang dit in de weg staat. Bij een melding over een collegelid wordt het college tevens geïnformeerd.
Indien de melding over de burgemeester gaat en de toets leidt tot het instellen van een vooronderzoek of onderzoek informeert de locoburgemeester de melder. De locoburgemeester informeert tevens de Commissaris van de Koning over de uitkomsten van de toets van de melding over de burgemeester, tenzij de privacy van de melder of degene op wie de melding betrekking heeft en of het onderzoeksbelang dit in de weg staat. Tevens wordt het college geïnformeerd.
De burgemeester kan de melder verzoeken zijn of haar melding toe te lichten. Het vooronderzoek vindt plaats op een door de burgemeester te bepalen wijze, waarbij voor de betreffende melding de meest geëigende onderzoeksmethode wordt gekozen. Het onderzoek en de onderzoeksmethoden staan in verhouding tot het vermoeden van de schending. Van het vooronderzoek wordt een rapport van bevindingen opgemaakt.
Als het vooronderzoek geen aanleiding geeft voor het instellen van een nader onderzoek, besluit de burgemeester het vooronderzoek af te ronden. Van deze beslissing worden de melder, het Presidium en college (mits de melding over een collegelid gaat) alsmede over wie de melding is gedaan schriftelijk in kennis gesteld.
Als er voldaan wordt aan de criteria van artikel 18 lid 3 stelt de burgemeester waar nodig een onderzoek in. Het onderzoek kan worden uitgevoerd door een extern bureau. De burgemeester is de opdrachtgever van het onderzoek en stelt de onderzoeksopdracht vast. De burgemeester wordt hierbij ondersteund door de griffier, gemeentesecretaris, kabinetschef, integriteitscoördinator en/of algemeen ambtelijk ondersteund.
De burgemeester informeert het Presidium vertrouwelijk over het instellen van het onderzoek naar een raadslid en wethouder en over de onderzoeksopdracht en de voortgang van het onderzoek, tenzij de privacy van degene op wie het onderzoek betrekking heeft of het onderzoeksbelang dit in de weg staat. Bij een melding over een collegelid wordt ook het college geïnformeerd.
De burgemeester kan na overleg met het Presidium en/of college besluiten om breder over het onderzoek en de onderzoeksopdracht te gaan communiceren. Dit ligt het meest voor de hand als bekend is dat er een melding is gedaan en of geruchten over de melding de ronde doen. Bij de beslissing om al dan niet breder te gaan communiceren, wordt de privacy van degene op wie het onderzoek betrekking heeft meegewogen.
Artikel 21. Behandeling van het rapport en sanctionering
De burgemeester informeert het Presidium en/of het college vertrouwelijk over de uitkomsten van het onderzoek en voert daarover met hen het gesprek, tenzij de privacy van degene op wie het rapport betrekking heeft dit in de weg staat. Als het rapport betrekking heeft op een lid van het Presidium, dan is dit lid niet aanwezig bij de bespreking daarvan.
De locoburgemeester informeert de Commissaris van de Koning vertrouwelijk over de uitkomsten van het onderzoek en voert met hem het gesprek, tenzij de privacy van de burgemeester dit in de weg staat. De locoburgemeester besluit over het proces van - mogelijke - verdere behandeling en verspreiding van het rapport.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-346346.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.