Besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer tot vaststelling van de Locatieprofielen Evenementenbeleid Aalsmeer

Zaaknummer: Z25-032108

 

Burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer;

gelezen het advies van afdeling Stedelijke Ontwikkeling van 15 mei 2025;

gelet op artikel artikel 147 van de Gemeentewet;

besluiten vast te stellen de:

Locatieprofielen Evenementenbeleid Aalsmeer.

Aldus vastgesteld in de vergadering van 23 mei 2025.

De secretaris,

 

drs. Sj. Vellenga

De voorzitter,

 

mr. G.E. Oude Kotte

Bijlage 1 Locatieprofielen Evenementenbeleid Aalsmeer d.d. 23 mei 2025

 

1.1 Inleiding bij de locatieprofielen

Na de evaluatie van het Evenementenbeleid van Aalsmeer uit 2005 is in 2016 het nieuwe Evenementenbeleid Aalsmeer (2016) vastgesteld. Het college heeft dat beleid vastgesteld op 5 april 2016 en op 26 mei 2016 heeft de gemeenteraad van Aalsmeer dat beleid vastgesteld. In dat kader zijn toen ook locatieprofielen voor evenementen in Aalsmeer vastgesteld. Deze profielen zijn kaderstellend voor de vergunningverlening voor evenementen op de betreffende locaties in de gemeente Aalsmeer.

 

Locatieprofielen voor evenemententerreinen zorgen ervoor dat de balans tussen levendigheid en leefbaarheid in Aalsmeer wordt bevorderd. Daarnaast worden omwonenden en andere belanghebbenden hierdoor geïnformeerd en krijgen zij inzicht in wat zij kunnen verwachten qua evenementen in hun buurt. Dit helpt om eventuele overlast te beperken en zorgt ook voor transparantie. De locatieprofielen geven duidelijkheid en actuele informatie aan de organisatoren van evenementen over de mogelijkheden en beperkingen van een evenementenlocatie. Tenslotte dragen de locatieprofielen bij aan het efficiënt en consistent verlenen van vergunningen voor evenementen. De gemeente kan beter beoordelen of een evenement geschikt is voor een bepaalde locatie doordat er duidelijke richtlijnen per locatie zijn. Voor de beoordeling van evenementen staat de locatie van het evenement centraal.

 

In 2016 zijn per evenementenlocatie criteria vastgesteld voor het houden van evenementen, zoals:

  • het maximum aantal toegestane evenementdagen, exclusief op- en afbouw;

  • het maximum aantal bezoekers;

  • maximale geluidsnormen waarbij de burgemeester bevoegd is om lagere geluidsnormen te hanteren en te vergunnen;

  • een dB(A)-norm en een dB(C)-norm, waarbij de geluidsnormen kunnen worden gemaximeerd;

  • maximale eindtijden van de geluidsontheffing.

 

Herziening locatieprofielen

In verband met de ontwikkeling van een nieuwe evenementenvisie voor Aalsmeer zijn in 2024 de locatieprofielen opnieuw geëvalueerd en waar nodig en wenselijk nader gepreciseerd en/of uitgebreid. Er is beoordeeld in hoeverre de betreffende locaties in balans zijn, waarbij onder meer is gekeken naar de programmering in relatie tot de gevolgen daarvan voor het gebruik van de locatie en de druk die het legt op de omgeving. Bij de beoordeling van de vraag of de evenementenlocaties in balans zijn, is per locatie gekeken naar de volgende aspecten:

  • 1.

    de belasting op de omgeving (wat betreft geluid, mobiliteit, openbare orde, etc.);

  • 2.

    de consequenties voor het gebruik van de locatie;

  • 3.

    de gevolgen voor de gesteldheid van de locatie (flora en fauna, groen en bodem);

  • 4.

    de binding tussen de evenementen en de locatie;

  • 5.

    de binding met de buurt.

 

Naar aanleiding van de evaluatie zijn in 2024 wijzigingen in de locatieprofielen aangebracht om ervoor te zorgen dat vanaf 2025 nog duidelijker is binnen welke kaders evenementen kunnen worden gehouden.

Het aanwijzen van locaties als evenementenlocatie, waarop jaarlijks één of meerdere evenementen plaatsvinden, heeft consequenties voor het omgevingsplan. De evenementenlocaties zullen op basis van dit document worden meegenomen bij de eerstvolgende herziening van het omgevingsplan. Dit proces zal worden uitgevoerd in overeenstemming met de Omgevingswet en de bijbehorende omgevingsplannen.

Naast de evenementen die op de aangewezen locaties plaatsvinden, kunnen er ook evenementen georganiseerd worden die buiten de vastgestelde locatieprofielen vallen. Deze evenementen zullen per geval beoordeeld worden op basis van de geldende beleidskaders en uitgangspunten.

 

1.2 Toelichting op de onderdelen van de locatieprofielen

In deze toelichting wordt per aspect en per locatieprofiel uitgelegd wat daarmee wordt bedoeld en hoe dit moet worden geïnterpreteerd.

 

1.3 Aantal evenementdagen en evenementen

In de locatieprofielen staat per locatie aangegeven hoeveel evenementen en hoeveel evenementdagen op die locatie mogen plaatsvinden. Het aantal dagen en het aantal evenementen dat mogelijk is, staat aangegeven in een tabel bij ieder locatieprofiel.

1.4 Geluidsbelasting en eindtijden voor een geluidsontheffing

Geluidsnormering voor evenementen houdt in dat er limieten worden gesteld aan het geluidsniveau op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen dat geproduceerd mag worden tijdens verschillende soorten evenementen op een locatie of een terrein om overlast voor omwonenden te beperken.

Wat houden geluidsnormen in?

Geluidsnormen zijn maximale toegestane geluidsniveaus die zijn vastgesteld om ervoor te zorgen dat het geluid van een evenement binnen bepaalde grenzen blijft. Deze normen worden meestal gemeten in decibels (dB). Er zijn verschillende meetmethoden, zoals:

  • dB(A): Deze meetmethode wordt gebruikt om het algemene geluidsniveau te meten, dat overeenkomt met het menselijke gehoor. Het wordt vaak toegepast bij braderieën, markten en andere algemene evenementen.

  • dB(C): Deze methode meet het geluidsniveau met een focus op lage frequenties, wat vooral relevant is voor muziekevenementen.

Waarom zijn geluidsnormen belangrijk?

Hoge geluidsnormen kunnen leiden tot overlast bij omwonenden, vooral in combinatie met late eindtijden of meerdaagse evenementen. Overlast kan variëren van slaapverstoring tot spraakverstoring binnen de woning. Aan de andere kant kunnen te lage geluidsnormen betekenen dat sommige evenementen niet door kunnen gaan, omdat de locatie of het terrein niet aan deze normen kan voldoen.

Invloed op evenementen en omwonenden

Het aantal evenementen op een locatie of in de nabije omgeving kan ook van invloed zijn op hoe omwonenden het geluidsniveau accepteren. Om de juiste geluidsnormen te bepalen en mogelijke overlast te beperken, worden al deze aspecten meegenomen in de afweging.

Algemeen advies

  • Plaatsing van geluidsapparatuur. Geluidsapparatuur dient, indien mogelijk, zo te worden geplaatst dat de geluidsuitstraling van de woningen is afgekeerd.

  • Geluidsnormen op gevels: Wanneer er wordt gesproken over ‘geluidsnorm of geluidsniveau op gevels van woningen’, wordt hiermee niet alleen woningen bedoeld, maar ook andere geluidgevoelige gebouwen, zoals scholen en kinderdagverblijven.

Per locatieprofiel wordt een specifiek advies gegeven, waarbij wordt uitgegaan van het maximaal aantal evenementen dat toegestaan is en dat er geen extra evenementen mogen worden toegevoegd.

1.5 Op- en afbouwtijden

In de locatieprofielen staan op- en afbouwtijden vermeld. Om overlast voor bewoners voor en na een evenement te beperken moet de op- en afbouwperiode zo kort mogelijk te zijn. Aangezien niet elk evenement en elke locatie dezelfde aanpak vergt, gelden onderstaande algemene richtlijnen:

  • 1.

    De op- en afbouw van een evenement dient altijd zo kort mogelijk te zijn;

  • 2.

    De op- en afbouw dient op een veilige manier plaats te vinden en schade aan het evenemententerrein dient zoveel mogelijk te worden voorkomen;

  • 3.

    De op- en afbouw vindt niet plaats na 23.00 uur ’s avonds óf voor 7.00 uur ’s ochtends;

  • 4.

    Tijdens de op- en afbouwperiode dient de openbare ruimte in de directe omgeving zo lang mogelijk toegankelijk te blijven voor het publiek en voor het gebruik daarvan; om dit doel te realiseren en tegelijkertijd ook veilig te kunnen werken, dienen hiervoor voorzieningen te worden getroffen;

  • 5.

    De organisator van een evenement moet bij de aanvraag een op- en afbouwschema aanleveren, waaruit blijkt dat er sprake is van en een efficiënte en veilige op- en afbouw van het evenement;

  • 6.

    Afwijkende aanvragen voor wat betreft het aantal dagen voor de op- en afbouw van een evenement en afwijkende aanvragen van de onder onderdeel 3. genoemde tijden worden van geval tot geval beoordeeld door de vergunningverlener in afstemming met de terreinbeheerder.

 

*) Bij een aantal locatieprofielen respectievelijk evenementen wordt afgeweken van de maximale op- en afbouwduur om overlast voor de omgeving te beperken, een veilig verloop van de werkzaamheden te waarborgen en/of de kans op schade aan het terrein tijdens de op- en afbouw van het evenement te beperken.

 

1.6 Bescherming van flora en fauna, groen en bodem

In het kader van de Wet Natuurbescherming (Wnb) is het van belang om te weten of een evenement daar niet mee in strijd is. Bij ieder evenement in een park, op een groene locatie of op of langs het water moet daarom tijdig een quickscan flora en fauna worden uitgevoerd. Deze maakt inzichtelijk of er beschermde planten- en/of dierensoorten aanwezig zijn, op basis waarvan wordt bepaald of het evenement al dan niet door kan gaan. De uitvoering van de quickscan ligt bij de organisator van het evenement en wordt bij voorkeur minimaal twee maanden voorafgaande aan het evenement beschikbaar gesteld. Mede op basis hiervan worden door de gemeente, in afstemming met de beheerder, de mitigerende maatregelen bepaald die nodig zijn.

Basisgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) kunnen door de gemeente worden aangeleverd. Daar waar dit in de praktijk nog niet vanzelfsprekend is, gaat het erom dat er een actuele quickscan flora en fauna - en indien van toepassing de eraan verbonden mitigerende maatregelen- als onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing bij de vergunningsaanvraag wordt aangeleverd. In het kader van de vergunningstoetsing moet hier aandacht voor zijn. De quickscan moet een recente check (jaar van evenement ) van de basisgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) bevatten en een veldbezoek. Het kan zijn dat op basis van de beoordeling van de quickscan flora en fauna twee weken voor de aanvang van het evenement nog een aanvullende (broedvogel) monitoring vereist is in verband met de specifieke toepassing van mitigerende maatregelen.

 

De gemeente ziet het als haar verantwoordelijkheid om een groen- en bodemadvies per groengebied beschikbaar te stellen met aandachtspunten en minimale beschermingsvereisten - op het gebied van flora, fauna en bodem - om schade aan een park te voorkomen. De beschermingsmaatregelen zijn uitgewerkt in maatregelenkaarten per groengebied. Eveneens neemt zij de verantwoordelijkheid om tijdens en na het evenement een schouw uit te voeren om de effecten op groen en bodem te beoordelen. In voorkomende gevallen wordt advies gevraagd aan een extern bureau. Dat laat onverlet dat schade door evenementen altijd vergoed moet worden door de organisatoren. De expertise van beheerders, ecologen en bodem- en bomenexperts wordt hiervoor gebruikt.

 

Natuurnetwerk Nederland

Conform het geldende beleid zijn in het algemeen evenementen mogelijk in parken en het gebied van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het uitgangspunt is wel dat evenementen in parken alleen kunnen plaatsvinden indien de organisator alle nodige maatregelen treft ter bescherming van voorzienbare schade aan flora, fauna en bodem, in het bijzonder ten aanzien van eventuele kwetsbare soorten en plekken.

 

1.7 Nutsvoorzieningen

Op locaties waar nutsvoorzieningen aanwezig zijn, worden deze primair ingezet en is het gebruik van aggregaten alleen toegestaan in combinatie met een batterij (de batterij levert minimaal 10% van de totale stroombehoefte op de locatie) en uitsluitend HVO (biodiesel) brandstof wordt gebruikt voor het aggregaat.

 

1.8 Meldingsplichtige evenementen

In het kader van deregulering zijn evenementvergunningen met een standaard karakter omgezet in een melding. Dat zijn de kleine evenementen tot 250 bezoekers met een laag risicoprofiel. Daaronder vallen ook straatfeesten, buurtbarbecues e.d. De meldingsplicht voor kleine evenementen wordt gehanteerd door vergunningsvrije voorwaarden waar het evenement aan moet voldoen. Daarnaast dient de organisatie van het evenement zich te houden aan de gestelde veiligheidsvoorschriften. De melding wordt getoetst aan de APV en dient tenminste 15 werkdagen voor het evenement plaatsvindt binnen te zijn.

 

1.9 Cameratoezicht

Als er cameratoezicht is, moet rekening worden gehouden met de zichtlijnen van deze camera’s. Deze zichtlijnen moeten vrij blijven van objecten.

 

 

Naar boven