Gemeenteblad van Stichtse Vecht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Stichtse Vecht | Gemeenteblad 2025, 335550 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Stichtse Vecht | Gemeenteblad 2025, 335550 | beleidsregel |
Beleidsregels Bijzondere Bijstand Stichtse Vecht 2025
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
woning: hieronder valt een zelfstandige woning voorzien van een eigen toegang, waarbij geen wezenlijke woonfuncties zoals woon- en slaapruimte, was- en kookgelegenheid en toilet met andere woningen worden gedeeld. Als woning wordt ook een woonwagen op een erkende standplaats of een woonschip met een erkende ligplaats aangemerkt;
Hoofdstuk 2. Algemene uitgangspunten en voorwaarden
Artikel 6. Voorliggende voorziening
Een aanvullende (collectieve) zorgverzekering wordt eveneens aangemerkt als een voorliggende voorziening indien de belanghebbende daarover beschikt of kan beschikken en voor zover de kosten waar bijzondere bijstand voor wordt aangevraagd door de aanvullende (collectieve) zorgverzekering (gedeeltelijk) worden vergoed.
Artikel 13. Verhaal onderhoudsplichtige ouders
Indien het college bijzondere bijstand verstrekt aan de jongere van 18 tot 21 jaar wordt geen gebruik gemaakt van de bevoegdheid tot verhaal als bedoeld in artikel 62 van de Pw, hierbij maakt het niet uit of het bijzondere bijstand is ten behoeve van kosten levensonderhoud of anderszins.
Artikel 15. Vorm van de bijstand
De bijzondere bijstand wordt in beginsel om niet verstrekt, tenzij anders is vermeld.
Hoofdstuk 4. Bijstand voor kosten levensonderhoud
Artikel 18. Jongeren van 18 tot 21 jaar
Bijzondere bijstand voor algemeen noodzakelijke bestaanskosten van zelfstandig wonende jongeren van 18 tot 21 jaar (zowel alleenstaanden als alleenstaande ouders) kan worden verleend voor zover de noodzakelijke kosten van het bestaan uitgaan boven de geldende bijstandsnorm en in de hogere bestaanskosten niet kan worden voorzien door het delen van kosten met een ander, én voor deze kosten geen beroep kan worden gedaan op de ouders, omdat:
Indien is vastgesteld, dat er recht op bijzondere bijstand bestaat op grond van dit artikel wordt deze, analoog aan artikel 44, lid 1, van de Pw, toegekend vanaf de dag waarop dit recht is ontstaan, voor zover deze dag niet ligt voor de dag waarop de belanghebbende zich heeft gemeld om deze bijstand aan te vragen.
De noodzakelijke kosten van het bestaan van de zelfstandig wonende jongere als bedoeld in het eerste lid, worden gesteld op het normbedrag voor een persoon van 21 jaar inclusief vakantietoeslag. Hierbij wordt aangesloten bij de systematiek van de kostendelersnorm. De bijzondere bijstand wordt vastgesteld op het verschil tussen dit bedrag en de van toepassing zijnde bijstandsnorm.
De noodzakelijke kosten van het bestaan van de jongere als bedoeld in het eerste lid die verblijft in een inrichting in de zin van artikel 1, sub f, van de Pw, alsmede die zijn onderhoudsrecht jegens de ouders niet te gelde kan maken, worden gesteld op het normbedrag als bedoeld in artikel 23, lid 1, sub a, van de Pw.
Hoofdstuk 5. Bijstand voor kosten in verband met wonen
Artikel 20. Woonkostentoeslag en de verhuisplicht
Het college kan aan de bijzondere bijstand die wordt verstrekt in de vorm van een woonkostentoeslag nadere verplichtingen verbinden in de vorm van een verhuisplicht. Deze verplichting is gericht op het zoeken en accepteren van een passende woning of woonruimte. Van de woningeigenaar kan in dat kader ook verwacht worden dat de eigen woning te koop wordt aangeboden.
Artikel 21. Woonkostentoeslag huurders
Het college kan bijzondere bijstand verlenen in de vorm van een tijdelijke woonkostentoeslag als de Wet op de huurtoeslag niet als passende en toereikende voorliggende voorziening kan worden aangemerkt op grond van persoonlijke omstandigheden. Hieronder wordt niet verstaan eigenschappen van de woning waardoor belanghebbende geen beroep kan doen op de Wet op de huurtoeslag.
Het college sluit bij de vaststelling van het recht en de hoogte van de bijzondere bijstand aan op de systematiek van de Wet op huurtoeslag. In afwijking van het eerste lid kan de bijzondere bijstand als bedoeld in het eerste lid tevens worden toegekend indien de woonkosten hoger zijn dan de maximale subsidiabele huurgrens.
Indien de belanghebbende zich niet of in onvoldoende mate heeft ingespannen om een passende woning of woonruimte te verkrijgen en hem dit te verwijten valt, wijst het college de aanvraag om (verlenging van de) bijzondere bijstand af, tenzij sprake is van bijzondere redenen die verband houden met specifieke feitelijke omstandigheden van de belanghebbende of diens gezin.
In het geval het college bijzondere redenen, als bedoeld in het vorige lid, vaststelt kan de bijzondere bijstand met maximaal 6 maanden worden verlengd met inachtneming van het bepaalde in het vierde lid. De bijzondere bijstand wordt dan in de vorm van een lening verstrekt omdat er sprake is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Pw.
Indien belanghebbende 6 maanden voor de peildatum als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag een woning huurt waarvoor geen passendheidsverklaring wordt afgegeven, en hem dat in het kader van de voorzienbaarheid te verwijten valt, handelt het college de aanvraag af overeenkomstig het vijfde en zesde lid.
Artikel 22. Woonkostentoeslag woningeigenaren
Indien de belanghebbende zich in voldoende mate heeft ingespannen zonder dat dit heeft geleid tot het verkopen van de eigen woning en/of het verkrijgen van een passende woning of woonruimte, kan de woonkostentoeslag met maximaal 12 maanden worden verlengd in het geval de kosten (nog steeds) voortvloeien uit bijzondere omstandigheden met inachtneming van het bepaalde in het vijfde lid.
Indien de belanghebbende zich niet of in onvoldoende mate heeft ingespannen om de eigen woning te verkopen en/of een passende woning of woonruimte te verkrijgen en hem dit te verwijten valt, wijst het college de aanvraag om (verlenging van de) bijzondere bijstand af, tenzij sprake is van bijzondere redenen die verband houden met specifieke feitelijke omstandigheden van belanghebbende of diens gezin.
In het geval het college bijzondere redenen, als bedoeld in het vorige lid, vaststelt kan de bijzondere bijstand met maximaal 12 maanden worden verlengd. De bijzondere bijstand wordt in de vorm van een lening verstrekt omdat er sprake is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Pw.
Paragraaf 5.2 Verhuiskosten en inrichtingskosten
Artikel 26. Duurzame gebruiksgoederen en inrichtingskosten
In afwijking van het derde lid kan het college de bijzondere bijstand om niet verstrekken indien voor de belanghebbende het verstrekken van een lening niet verantwoord is. Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn indien de belanghebbende is toegelaten tot een wettelijk of minnelijk schuldhulpverleningstraject, voldoet aan de voorwaarden van dat traject en het verstrekken van bijzondere bijstand in de vorm van een lening het slagen van het traject in gevaar brengt.
In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt 50% van de hoogte van de bijzondere bijstand voor een volledige inrichting voor personen die zich vanuit het AZC voor het eerst in de gemeente vestigen verstrekt om niet, de overige 25% wordt verstrekt in de vorm van een geldlening, waarbij deze lening binnen 6 maanden na verzenddatum van het toekenningsbesluit van de bijzondere bijstand om niet moet zijn ingediend.
Paragraaf 5.3 Overige kosten in verband met wonen
Artikel 28. Doorbetaling huur en vaste lasten bij verblijf in detentie
Geen bijzondere bijstand als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt indien:
De belanghebbende beschikt over financiële reserves waarmee hij zelf in de kosten kan voorzien. Hierbij wordt rekening gehouden met alle inkomsten als bedoeld in artikel 31 lid 2 die hoger zijn dan de norm als bedoeld in artikel 23 van de Pw en in afwijking van artikel 34 lid 3 van de Pw het volledige aanwezige eigen vermogen voor zover dit naar redelijkheid in de situatie van belanghebbende kan worden aangewend, er wordt dan ook geen rekening gehouden met de vermogensvrijlating en vrijlating van inkomsten in het kader van de draagkrachtberekening;
Artikel 29. Doorbetaling huur en vaste lasten bij verblijf in instelling
Het college kan aan de alleenstaande (ouder) die tijdelijk verblijft in een instelling vanwege medische of sociale omstandigheden en de aangepaste norm heeft zoals bepaald in artikel 23 van de Pw, bijzondere bijstand verlenen voor de doorbetaling van de vaste lasten indien het aanhouden van de woning noodzakelijk is.
Hoofdstuk 6. Bijstand voor kosten van medische aard en kosten in verband met beperkingen
Het college stelt het recht en de omvang van de bijzondere bijstand vast aan de hand van een medisch advies van een medisch adviseur als bedoeld in artikel 2 van deze beleidsregels. De hoogte van de bijzondere bijstand bedraagt het verschil tussen de gemiddelde kosten voor voeding voor een vergelijkbaar gezond persoon volgens de Prijzengids van NIBUD en de werkelijke noodzakelijke kosten voor voeding in verband met het dieet.
De hoogte van de bijzondere bijstand wordt vastgesteld op basis van de Prijzengids van NIBUD en bedraagt het verschil tussen de gemiddelde kosten van een maaltijd en de kosten van de maaltijdvoorziening, waarbij de kosten van de maaltijdvoorziening maximaal 300% bedragen van de gemiddelde kosten van een maaltijd volgens de Prijzengids van NIBUD.
Artikel 36. Reiskosten voor bezoeken gezinsleden of naaste familieleden en naaste aanverwanten
Onder reiskosten als bedoeld in dit artikel worden kosten verstaan in verband met:
het bezoek aan een gezinslid of naast familielid dat verblijft in een ziekenhuis, mits dat verblijf langdurig van aard is. Daarvan is sprake indien en voor zover het afleggen van de bezoeken langer dan 4 weken voortduurt. Alleen reiskosten die ná 4 weken worden gemaakt kunnen voor bijzondere bijstand in aanmerking komen;
De bijzondere bijstand wordt afgestemd op de kosten van openbaar vervoer of, indien het gebruik van de auto goedkoper is dan wel het openbaar vervoer geen reëel alternatief is vanwege de reistijd, een kilometervergoeding. De kilometervergoeding kan worden bepaald aan de hand van de NIBUD Prijzengids.
Artikel 37. Reiskosten van schoolgaande kinderen
Er bestaat geen recht op een vergoeding als belanghebbende aanspraak kan maken op een voorliggende voorziening. Ondersteuning in de vorm van vervoer of een vergoeding op basis van de verordening leerlingenvervoer Stichtse Vecht 2025 wordt in ieder geval, maar niet uitsluitend, aangemerkt als een voorliggende voorziening.
Hoofdstuk 9. Overige kostensoorten
Bij het vaststellen van de hoogte van de bijzondere bijstand als bedoeld in het eerste lid wordt uitgegaan van de werkelijke kosten, waarbij de bijzondere bijstand maximaal € 3.000,00 voor de gehele uitvaart bedraagt. De hoogte van het bedrag aan bijzondere bijstand wordt voorts gedeeld door het aantal erfgenamen.
Hoofdstuk 11. Overige bepalingen
Artikel 41. Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden
Het college handelt in overeenstemming met bovenstaande beleidsregels, tenzij dat naar het oordeel van het college voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen, conform artikel 4:84 van de Awb.
Artikel 42. Vervallen oude beleidsregels en overgangsrecht
Met de inwerkingtreding van deze beleidsregels komen de volgende beleidsregels te vervallen:
Beleidsregels Bijzondere bijstand Stichtse Vecht http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR183093 :
Beleidsregels WWB 2014 | Lokale wet- en regelgeving
Toelichting beleidsregels bijzondere bijstand – Gemeente Stichtse Vecht
De gemeente is op grond van de Participatiewet (Pw), in het bijzonder artikel 35, verantwoordelijk voor het verlenen van bijzondere bijstand. Deze bijstand is bedoeld voor inwoners die worden geconfronteerd met bijzondere noodzakelijke kosten die zij, gelet op hun inkomen en vermogen, niet zelf kunnen dragen.
In deze beleidsregels legt het college van burgemeester en wethouders vast hoe invulling wordt gegeven aan de beleidsvrijheid rondom het toekennen van bijzondere bijstand. Iedere aanvraag wordt individueel beoordeeld. Het is niet vereist dat de aanvrager algemene bijstand ontvangt om in aanmerking te komen voor bijzondere bijstand.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Toelichting is niet nodig; de begrippen spreken voor zich.
Het college kan extern deskundigenadvies inwinnen bij het beoordelen van een aanvraag, bijvoorbeeld van een medisch adviseur. Dit is verplicht bij aanvragen waarbij medische noodzaak moet worden vastgesteld, tenzij de situatie jaarlijks terugkeert, niet verandert of de kosten onder de € 300 blijven. Medewerking aan het onderzoek is verplicht voor de aanvrager.
Artikel 3. Nadere verplichtingen
Het college kan voorwaarden verbinden aan het ontvangen van bijzondere bijstand, op grond van artikel 55 van de Pw.
Hoofdstuk 2. Algemene uitgangspunten en voorwaarden
Artikel 4. Algemene voorwaarden
Bijzondere bijstand wordt alleen verstrekt als voldaan is aan de algemene voorwaarden van de Participatiewet. Artikel 11 t/m 16 van de Pw sluiten in bepaalde situaties bijstandsverlening uit, tenzij de beleidsregels anders bepalen. Uitzonderingen zijn mogelijk, zoals bij gedetineerden in Nederland (zie artikel 28 van de beleidsregels). Kosten gemaakt in of tijdens verblijf in het buitenland komen in principe niet in aanmerking.
Artikel 5. Noodzakelijke kosten
Bijzondere bijstand wordt alleen verstrekt voor noodzakelijke kosten, niet voor wenselijke of niet-noodzakelijke kosten. Artikel 14 van de Pw noemt expliciet kosten die niet noodzakelijk worden geacht.
Artikel 6. Voorliggende voorziening
Als er een andere regeling bestaat (bijvoorbeeld zorgverzekering, toeslagen of andere wettelijke regelingen) waarmee kosten gedekt kunnen worden, gaat die regeling voor op bijzondere bijstand.
Artikel 7. Bijzondere omstandigheden
Alleen wanneer sprake is van bijzondere individuele omstandigheden, kunnen kosten als bijzonder worden aangemerkt. Voor incidentele kosten geldt meestal een reserveringsplicht.
Artikel 8 t/m 11. Draagkracht en inkomen
Bij de beoordeling van bijzondere bijstand wordt gekeken naar de financiële draagkracht. Ook mensen zonder bijstandsuitkering kunnen bijzondere bijstand krijgen, mits zij onvoldoende draagkracht hebben.
Er geldt géén drempelbedrag. Hiermee wordt de toegang tot de bijzondere bijstand laagdrempelig gehouden.
Artikel 13. Verhaal onderhoudsplichtige ouders
Bij jongeren van 18 t/m 20 jaar wordt in de praktijk geen verhaal op ouders toegepast vanwege hun beperkte draagkracht.
Artikel 14. Termijn periodieke bijstand
Bijstand wordt verleend voor de duur van de voorziening. Bij perioden langer dan 12 maanden moet jaarlijks worden beoordeeld of de noodzaak, hoogte van kosten en draagkracht nog aanwezig zijn.
Artikel 15. Vorm van de bijstand
Bijstand wordt in beginsel verstrekt als gift, tenzij anders bepaald.
Artikel 16. Hoogte van de bijstand
De hoogte wordt afgestemd op de noodzakelijke kosten (bijvoorbeeld op basis van het Nibud) en de beschikbare eigen middelen.
Een aanvraag moet bij voorkeur worden ingediend vóórdat de kosten gemaakt worden. Bij uitzondering kan bijstand met terugwerkende kracht worden verleend, tot maximaal 3 maanden terug. De aanvrager moet bewijsstukken overleggen.
Hoofdstuk 4. Bijstand voor kosten levensonderhoud
Artikel 18. Jongeren van 18 tot 21 jaar
Jongeren van 18 t/m 20 jaar kunnen alleen bij hoge uitzondering bijzondere bijstand krijgen, bijvoorbeeld als ze om dringende redenen zelfstandig wonen en hun kosten hoger zijn dan hun bijstandsnorm. De bijstand mag nooit hoger zijn dan de norm voor een 21-jarige in vergelijkbare omstandigheden.
Artikel 19. Overbruggingsuitkering
Een overbruggingsuitkering is mogelijk als er tijdelijk geen middelen zijn om in levensonderhoud te voorzien, bijvoorbeeld bij statushouders die net zijn verhuisd vanuit een asielzoekerscentrum. Voorwaarde is dat er zicht is op een recht op algemene bijstand. De overbruggingsuitkering is altijd een gift, tenzij er sprake is van verwijtbaar gedrag.
Hoofdstuk 5. Bijstand voor kosten in verband met wonen
Artikel 20. Woonkostentoeslag en verhuisplicht
Een woonkostentoeslag wordt in principe tijdelijk toegekend (max. 1 jaar), met de verplichting om goedkopere woonruimte te zoeken. Alleen in uitzonderingssituaties (bijvoorbeeld medische redenen) wordt hiervan afgezien. De kosten van het aanvragen van urgentie komen in aanmerking voor bijzondere bijstand, ongeacht de uitkomst van de aanvraag.
Artikel 21. Woonkostentoeslag huurders
Voor huurders wordt het verschil tussen de werkelijke woonlasten en de theoretisch maximale huurtoeslag vergoed. Woonkostentoeslag wordt niet verstrekt aan bewoners van onzelfstandige woonruimten zonder recht op huurtoeslag. De toeslag geldt steeds voor een periode van zes maanden, met een maximum van twee jaar.
Artikel 22. Woonkostentoeslag woningeigenaren
Voor eigen woningbezitters geldt een vergelijkbare regeling als voor huurders. De woonlasten worden vastgesteld aan de hand van een referentiehuurwoning en de eventueel misgelopen huurtoeslag.
Artikel 23. Vaststellen hoogte woonlasten woningeigenaren
Bij de beoordeling van woonkostentoeslag voor eigen woningbezitters wordt gekeken naar kosten zoals hypotheekrente, eigenaarslasten en vergelijkbare woonlasten.
Artikel 24. Kosten verstrekken krediethypotheek
Indien een woningeigenaar kosten moet maken om een krediethypotheek te vestigen, komen deze kosten in aanmerking voor bijzondere bijstand. Bij de beoordeling van de draagkracht wordt het vermogen in de eigen woning buiten beschouwing gelaten, omdat dit volgens artikel 35 lid 1 van de Participatiewet (Pw) als buitenwettelijk begunstigend beleid geldt.
Paragraaf 5.2 Verhuiskosten en inrichtingskosten
Artikel 25. Verhuiskosten algemeen
Verhuiskosten worden in principe gezien als incidenteel voorkomende, algemeen noodzakelijke kosten die voor rekening van de belanghebbende komen. Bijstand hiervoor wordt in principe niet verleend omdat verwacht wordt dat men hiervoor spaart of de kosten gespreid betaalt. Zodra een verhuizing voorzienbaar is, moet er gereserveerd worden, bijvoorbeeld bij ouderen die mogelijk naar een gelijkvloerse woning verhuizen, of bij gezinsuitbreiding die een grotere woning noodzakelijk maakt. Bijstand kan alleen worden toegekend als er sprake is van bijzondere, onvoorziene omstandigheden, zoals een medische of sociale noodzaak, en als het college de noodzaak van de verhuizing vaststelt. Ook kan bijstand worden verstrekt wanneer de belanghebbende vanuit een niet-verwijtbare situatie de eerste huurlasten niet kan betalen, mits er redelijkerwijs niet gereserveerd kon worden. De waarborgsom wordt verstrekt als lening.
Let op: bij verhuizing naar een andere gemeente worden alleen transportkosten voor maximaal twee dagen beoordeeld door de nieuwe gemeente, andere verhuiskosten blijven voor de oude gemeente.
Artikel 26. Duurzame gebruiksgoederen en inrichtingskosten
Kosten voor de aanschaf, inrichting en vervanging van duurzame gebruiksgoederen zijn normale, incidentele kosten die uit het eigen inkomen betaald moeten worden. Ook voor verhuizing en inrichting van een nieuwe woning geldt dat men moet reserveren. Bij onvoldoende reservering kan een lening bij de kredietbank worden aangevraagd, welke als voorliggende voorziening geldt. Alleen bij aantoonbare bijzondere omstandigheden (bijvoorbeeld deelname aan de WSNP of schuldhulpverlening) kan bijzondere bijstand worden verleend voor een sobere vervanging, bij voorkeur via tweedehands goederen. Voor een eerste woninginrichting is geen bijstand mogelijk, behalve bij huisvesting na het verlaten van een asielzoekerscentrum, waar vanwege het ontbreken van reserveringsmogelijkheid wel bijzondere bijstand kan worden verstrekt.
De bijstand voor inrichtingskosten wordt als lening verstrekt, waarbij voor bepaalde groepen (zoals ex-AZC-bewoners) een deel als gift wordt gegeven vanwege hun bijzondere situatie.
De kosten van een babyuitzet komen in aanmerking voor bijzondere bijstand, die in de vorm van een lening wordt verstrekt. Dit is een specifieke toepassing van de regels rond duurzame gebruiksgoederen.
Paragraaf 5.3 Overige kosten in verband met wonen
Artikel 28. Doorbetaling huur en vaste lasten bij verblijf in detentie
Bij detentie in Nederland van meer dan vier weken kan bijzondere bijstand worden verleend voor doorbetaling van huur en vaste lasten (uitgezonderd energielasten, behalve vastrecht). Bij een all-in woonprijs worden deze kosten volledig vergoed. De maximale duur van bijstand is 12 maanden en kan eens per 5 jaar worden toegekend. Het college beoordeelt de bijzondere omstandigheden.
Artikel 29. Doorbetaling huur en vaste lasten bij verblijf in instelling
Bij opname in een instelling of ziekenhuis kan bijzondere bijstand worden verleend voor huur (na aftrek huurtoeslag) en vaste lasten, indien het verblijf tijdelijk is en terugkeer naar de woning voorzienbaar. De maximale periode is een jaar na aanpassing van de norm. Bij langer verblijf is er geen sprake meer van tijdelijke opname.
Hoofdstuk 6. Bijstand voor medische kosten en kosten in verband met beperkingen
De gemeente faciliteert een collectieve zorgverzekering met ruime dekking. Kosten die onder deze verzekering vallen komen niet voor bijzondere bijstand in aanmerking. Wie niet deelneemt aan de collectieve verzekering kan geen bijstand krijgen voor medische kosten die wel door de collectieve verzekering zouden zijn gedekt. Wettelijke eigen bijdragen en verplicht eigen risico komen in principe niet voor bijstand in aanmerking, tenzij ze hoger zijn dan het bedrag genoemd in artikel 35 lid 2 van de Pw.
Artikel 31. Meerkosten van bewassing en kledingslijtage
Algemene was- en slijtagekosten zijn normale kosten van het bestaan en worden niet vergoed. Bij extra kosten door ziekte of handicap kan bijzondere bijstand worden verleend, mits er geen andere voorziening is. De noodzaak wordt vastgesteld op basis van medisch advies en meerkosten worden berekend volgens de NIBUD-prijzengids.
Stookkosten zijn normale kosten, waarvoor geen bijstand wordt verleend, behalve als er een medische noodzaak is voor extra verwarming. De noodzaak wordt medisch vastgesteld, en alleen het verschil tussen gemiddeld en werkelijk verbruik wordt vergoed.
Bij een medisch voorgeschreven dieet dat duurder is dan een normaal voedingspatroon, kan bijzondere bijstand worden verleend voor de meerkosten, op basis van een medisch advies en de NIBUD-prijzengids.
De kosten van maaltijdvoorzieningen moeten uit eigen inkomen betaald worden, behalve als het noodzakelijk is om zelfstandig te blijven functioneren en de meerkosten niet kunnen worden voldaan. Alleen het verschil met normale kosten van een warme maaltijd (volgens NIBUD) wordt vergoed, tot maximaal 300% van het NIBUD-tarief. De noodzaak wordt vastgesteld via een deskundigenadvies. Voorliggende voorzieningen zoals maaltijddiensten van zorginstellingen kunnen worden ingezet.
Hoofdstuk 7. Eigen bijdragen van niet-medische aard
Artikel 35. Eigen bijdragen rechtsbijstand en griffierechten
De eigen bijdrage wordt verlaagd als de aanvrager vooraf gebruik heeft gemaakt van rechtshulp, zoals het Juridisch Loket, en hiervan een diagnosedocument kan tonen. De bijzondere bijstand bedraagt in principe niet meer dan de lage eigen bijdrage die hiervoor geldt. De hoogte van het griffierecht hangt af van inkomen en vermogen. De datum waarop de nota wordt ontvangen geldt als datum van kosten, wat in het voordeel van de aanvrager is omdat kosten soms pas later bekend worden.
Artikel 36. Reiskosten voor bezoekers gezinsleden of naaste familieleden en naaste verwanten
Dit artikel bevat regels voor het verlenen van bijzondere bijstand voor reiskosten die gemaakt worden voor bezoeken aan gezinsleden, naaste familie of aanverwanten. Dit betreft bijvoorbeeld partners en bloedverwanten in de eerste of tweede graad. Reiskosten zijn in principe algemene kosten die mensen zelf moeten betalen. Alleen wanneer deze kosten noodzakelijk zijn vanwege bijzondere omstandigheden kan bijzondere bijstand worden verleend.
Voor bezoeken aan ziekenhuispatiënten geldt dat kosten pas in aanmerking komen als deze langer dan vier weken worden gemaakt. In de eerste vier weken kunnen de kosten niet worden vergoed. De eerste twee zones van openbaar vervoer worden niet als noodzakelijke kosten gezien; bij reizen over meer dan twee zones komen de kosten wel in aanmerking. Ook de aard van de relatie en de frequentie van bezoeken zijn belangrijk bij de beoordeling.
Ook reiskosten voor bezoeken aan kinderen in instellingen (zoals op grond van de Jeugdwet of Wet langdurige zorg), gedetineerde familieleden en in geval van calamiteiten kunnen in bepaalde situaties bijzondere bijstand krijgen.
Is er een passende en toereikende voorliggende voorziening (zoals de Wmo 2015 bij mobiliteitsbeperking), dan bestaat geen recht op bijzondere bijstand. De noodzaak van de kosten hangt af van de relatie en de bezoekfrequentie (bijvoorbeeld dagelijks bezoeken aan een minderjarig kind kunnen noodzakelijk zijn, terwijl bij een meerderjarige in detentie één keer per maand kan volstaan).
Artikel 37. Reiskosten van schoolgaande kinderen
De enkele reisafstand naar school van 4 km is voor schoolgaande kinderen gelijk getrokken met de beleidsregels re-integratie 2024.
Hoofdstuk 9. Overige kostensoorten
Artikel 38. Kosten bewindvoering
Als de kantonrechter bewindvoering heeft vastgesteld en de tarieven heeft goedgekeurd, zijn de kosten noodzakelijk en voortvloeiend uit bijzondere omstandigheden, en kan bijzondere bijstand worden aangevraagd. De gemeente kan controleren of de kosten daadwerkelijk gemaakt zijn. Bij bewindvoering in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) bestaat geen recht op bijzondere bijstand omdat dit onder de Faillissementswet valt.
Als de overledene onvoldoende eigen middelen had en de nabestaanden de kosten niet zelf kunnen betalen, kan bijzondere bijstand worden verstrekt, mits voldaan is aan de voorwaarden. Hierbij wordt rekening gehouden met eigen middelen, draagkracht van de nabestaanden en noodzakelijke kosten. Er wordt geen bijzondere bijstand verleend voor uitvaartkosten in het buitenland.
Kosten die als noodzakelijk worden gezien, zijn onder andere: akte van overlijden, basistarief uitvaartverzorger, vervoer van de overledene, kist, gebruik aula, begraafplaatskosten, grafrechten en crematiekosten. Verzekeringsgelden worden in mindering gebracht.
Hoofdstuk 10. Bestedingscontrole inrichtingskosten en terugvordering bijzondere bijstand
Artikel 41. Terugvordering bijzondere bijstand
Het college kan bijzondere bijstand terugvorderen als aankoopbewijzen niet worden overlegd, nadat belanghebbende eerst een hersteltermijn heeft gekregen. Ook kan terugvordering plaatsvinden als de bijstand niet voor het bedoelde doel is besteed.
Hoofdstuk 11. Overige bepalingen
Behandelen respectievelijk de hardheidsclausule, vervallen beleidsregels en de citeertitel en inwerkingtreding. Deze behoeven geen nadere toelichting.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-335550.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.