Damoclesbeleid gemeente Wageningen

De burgemeester van de gemeente Wageningen.

 

Gelet op artikel 13b Opiumwet, de Aanwijzing Opiumwet, artikel 4:81 en 4:84 Algemene wet bestuursrecht en de Algemene plaatselijke verordening (APV) Wageningen 2024.

 

B e s l u i t

 

vast te stellen het “Damoclesbeleid gemeente Wageningen” onder gelijktijdige intrekking van het Beleidsregels 13b Opiumwet Wageningen 2022, zoals vastgesteld op 5 september 2022.

 

DAMOCLESBELEID gemeente Wageningen

 

Inhoudsopgave

 

Hoofdstuk 1. Inleiding

Hoofdstuk 2. Algemene uitgangspunten Damoclesbeleid

Hoofdstuk 3. Uitgangspunten woningen en/of daarbij behorende erven

Hoofdstuk 4. Uitgangspunten lokalen (daaronder begrepen niet-bewoonde woningen) en/of daarbij behorende erven

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

 

Hoofdstuk 1. Inleiding

1.1 Bevoegdheid

Op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd om een last onder bestuursdwang op te leggen als in woningen, lokalen of daarbij behorende ervan drugs worden verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig zijn. Dit Damoclesbeleid geeft de uitgangspunten weer hoe de bevoegdheid om een bestuurlijke maatregel te nemen op grond van artikel 13b Opiumwet door de burgemeester wordt toegepast.

 

1.2 Doelstelling

Het algemene doel van de Opiumwet en artikel 13b van deze wet is de preventie en beheersing van de uit drugsgebruik voortvloeiende risico's voor de volksgezondheid. Daarnaast gaat het ook om het tegengaan van nadelige effecten van de handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven en andere lokale omstandigheden. De toepassing van de bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet is bedoeld als herstelsanctie. Daarmee strekken deze bevoegdheid en om die reden ook dit Damoclesbeleid er concreet toe om:

  • -

    de verkoop, de aflevering of de verstrekking dan wel het daartoe aanwezig zijn van drugs in of vanuit een woning of lokaal of een daarbij behorend erf te beëindigen en (definitief) beëindigd te houden;

  • -

    herhaling van overtredingen van de Opiumwet te voorkomen; en

  • -

    (voor wat betreft voorbereidingshandelingen ook om) de aanvang van drugshandel en/of -productie te beletten.

1.3 Uitzondering gedoogde coffeeshops

De burgemeester heeft voor de exploitatie van een coffeeshops in de gemeente Wageningen, die in het bezit zijn van een geldige gedoogverklaring en een exploitatievergunning voor een openbare inrichting, afzonderlijk beleid opgesteld: het “Het horeca-exploitatiestelsel en het coffeeshopbeleid gemeente Wageningen”. Dit Damoclesbeleid is niet van toepassing op de gedoogde coffeeshop(s), voor zover de exploitatie van de betreffende coffeeshop(s) plaatsvindt binnen de kaders van het gedoogbeleid. Wordt buiten de kaders van het gedoogbeleid zoals geregeld in ‘het horeca-exploitatiestelsel en het coffeeshopbeleid gemeente Wageningen’ getreden, of beschikt een coffeeshop niet over een geldige gedoogverklaring, dan is dit Damoclesbeleid wel van toepassing.

Hoofdstuk 2. Algemene uitgangspunten Damoclesbeleid

2.1 Algemeen

Voor de wijze waarop de burgemeester uitvoering geeft aan zijn wettelijke bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet, gelden op grond van dit Damoclesbeleid de onderstaande algemene uitgangspunten. Daarnaast zijn in hoofdstuk 3 en 4 van dit Damoclesbeleid enkele specifieke uitgangspunten opgenomen voor woningen en lokalen.

 

2.2 Begrippen

In dit Damoclesbeleid wordt verstaan onder:

  • a.

    harddrugs: alle middelen vermeld op lijst I behorend bij de Opiumwet, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, van de Opiumwet;

  • b.

    softdrugs: alle middelen vermeld op lijst II behorend bij de Opiumwet, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, van de Opiumwet;

  • c.

    handel in drugs/drugshandel: het verkopen, afleveren of verstrekken van harddrugs of softdrugs, dan wel het daartoe aanwezig zijn van hard- of softdrugs;

  • d.

    handelshoeveelheid: een hoeveelheid drugs die de criteria, zoals die zijn vastgelegd in de “Aanwijzing Opiumwet van het Openbaar Ministerie” overstijgt, alsook een “hoeveelheid voor eigen gebruik” maar waarbij sprake is van een dealerindicatie. Daarbij moet onder andere gedacht worden aan meer dan 0,5 gram, 0,5 milliliter, 1 pil, 1 bolletje of 1 wikkel harddrugs, respectievelijk meer dan 5 gram softdrugs of 10 ampullen/ballonnen lachgas;

  • e.

    lokaal: een voor het publiek toegankelijk pand met bijbehorend erf, zoals een winkel, bedrijfsmatig garage- of horecabedrijf, dan wel een niet voor publiek toegankelijk pand met bijbehorend erf, zoals een garagebox, loods, magazijn of andere bedrijfsruimte. Ook kunnen bijvoorbeeld een hotelkamer, andere recreatieverblijven en een kantoor onder het begrip lokaal vallen, voor zover zij geen “woning” zijn;

  • f.

    voorbereidingshandelingen: het voorhanden zijn van een voorwerp of stof als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onder 3°, of artikel 11a, van de Opiumwet;

  • g.

    woning: een voor bewoning gebruikte ruimte. Een woning is te karakteriseren als een van de buitenwereld afgesloten plaats waar iemand – eventueel in een gemeenschappelijke huishouding met andere personen – zijn privaat huiselijk leven leidt of pleegt te leiden. Of een ruimte een woning is, wordt niet alleen bepaald door uiterlijke kenmerken, zoals de bouw en de aanwezigheid van een bed en andere huisraad, maar ook door de daaraan gegeven feitelijke bestemming. Of in een woning gewoond wordt, kan onder meer blijken uit de inschrijving in de Basisregistratie personen (BRP), de inrichting van de ruimte/het pand en het feitelijke gebruik dat van de ruimte wordt gemaakt.1 Het begrip woning omvat in ieder geval: woningen, woonwagens, woonschepen en bijbehorende erven. Wordt een woning niet feitelijk bewoond, dan wordt daarop het regime toegepast dat op grond van dit Damoclesbeleid geldt voor lokalen.

2.3. Onderscheid harddrugs en softdrugs

In dit Damoclesbeleid wordt, in navolging van de Aanwijzing Opiumwet, bij de te treffen maatregelen onderscheid gemaakt tussen harddrugs en softdrugs. Dat geldt zowel bij drugshandel als bij voorbereidingshandelingen. Zo wordt onder een gebruikshoeveelheid harddrugs verstaan een hoeveelheid/dosis van 0,5 gram of 0,5 milliliter (of één bolletje, één ampul, één wikkel of één pil/tablet), terwijl onder een gebruikshoeveelheid bij softdrugs verstaan wordt, een hoeveelheid van maximaal 5 gram (of 5 (hennep)planten of 10 ampullen/ballonnen lachgas).

 

2.4 Onderscheid woningen en lokalen

In dit Damoclesbeleid wordt voor het bepalen van het type maatregel en de sluitingsduur tevens onderscheid gemaakt tussen woningen en lokalen.

2.4.1 Woningen

Het sluiten van een woning op grond van artikel 13b Opiumwet heeft grote impact. Het kan leiden tot verlies van huisvesting, ontbinding van de huur en schending van het recht op privacy (artikel 10 Grondwet en artikel 8 EVRM), zeker als het gaat om gezinnen, minderjarigen of bewoners met een medische of psychische kwetsbaarheid.

Bij een eerste overtreding in een woning geldt het uitgangspunt dat een waarschuwing of last onder dwangsom wordt opgelegd. Alleen bij ernstige gevallen of herhaling volgt direct sluiting. Dit is nader uitgewerkt in paragraaf 4.3 van dit beleid.

2.4.2 Lokalen

Voor lokalen, zoals bedrijfspanden of niet-bewoonde panden, geldt dit uitgangspunt niet. Omdat het recht op privéleven daar niet speelt, zal in de regel sneller worden opgetreden. Ook niet feitelijk bewoonde woningen worden in dit beleid als lokaal beschouwd. Of een pand als woning wordt aangemerkt, hangt af van het daadwerkelijke gebruik en niet alleen van uiterlijke kenmerken of een BRP-inschrijving. Schijnbewoning leidt niet tot bescherming als woning.

2.4.3 Samenhangend geheel

Het kan voorkomen dat drugshandel of voorbereidingshandelingen tegelijkertijd zowel in een woning als in een lokaal op hetzelfde erf worden aangetroffen. Vertonen de woning en het lokaal ruimtelijke en functionele samenhang dan is sprake van een zogenoemd “samenhangend geheel”. Van ruimtelijke samenhang is sprake als de woning en het lokaal bijvoorbeeld op hetzelfde kadastrale perceel staan, dezelfde eigenaar hebben, in elkaars nabijheid staan, etc. Van functionele samenhang is sprake als bijvoorbeeld in het lokaal drugs en in de woning aan drugs gerelateerde attributen worden aangetroffen of vice versa, of als in het lokaal drugs worden aangetroffen en dat het lokaal en de woning gas-, water- en/of elektra-aansluitingen of (andere) voorzieningen delen. Om als samenhangend geheel te kunnen worden aangemerkt is dus niet vereist dat in alle samenhangende delen drugs zijn aangetroffen. Wel zal in ten minste één onderdeel (bijvoorbeeld het lokaal) van het samenhangend geheel een overtreding van de Opiumwet aan de orde moeten zijn.

 

Worden in een lokaal een handelshoeveelheid drugs aangetroffen of voorbereidingshandelingen geconstateerd en op hetzelfde erf in een woning, drugshandel geconstateerd, drugs aangetroffen, dan wel voorbereidingshandelingen gerelateerde zaken geconstateerd, dan wordt op grond van dit Damoclesbeleid aangenomen dat sprake is van een samenhangend geheel. In dat geval wordt, als uitgangspunt, op het geheel (inclusief de woning) het regime voor lokalen toegepast. Worden, in de omgekeerde situatie, (alleen) in een woning een handelshoeveelheid drugs aangetroffen of voorbereidingshandelingen geconstateerd en in het zich op hetzelfde erf bevindende lokaal, drugs aangetroffen, drugshandel geconstateerd of voorbereidingshandelingen geconstateerd, dan wordt voor het geheel het regime voor woningen toegepast.

 

2.5 Te treffen herstelmaatregel: uitgangspunten

De bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet kan op verschillende manieren worden toegepast. Dit kan namelijk in de vorm van een last onder bestuursdwang, last onder dwangsom of een waarschuwing. In deze paragraaf wordt toegelicht welke uitgangspunten de burgemeester hanteert met betrekking tot deze toepassingsvarianten. Bewust wordt hier gesproken van uitgangspunten. Dit Damoclesbeleid biedt namelijk ruimte om al naar gelang de ernst en omvang van de overtreding, de verwijtbaarheid en de uitwerking ervan (gevolgen) in een concreet geval, maatwerk te leveren en de bevoegdheidstoepassing af te stemmen op de specifieke feiten en omstandigheden (zowel verzwarend als verzachtend) van het geval.

2.5.1 Last onder bestuursdwang (sluiting)

Het uitgangspunt is dat bij overtredingen standaard een last onder bestuursdwang wordt opgelegd, wat in de praktijk neerkomt op het sluiten van het pand. Alleen bij geringe overschrijding van de gedooghoeveelheid of een eerste overtreding in een woning zonder sprake van een ernstig geval, wordt hiervan afgeweken.

2.5.2 Last onder dwangsom

Een last onder dwangsom wordt alleen overwogen wanneer bestuursdwang in een specifiek geval onevenredig is. De dwangsom richt zich op de overtreder en moet voldoende afschrikwekkend zijn. De maatregel moet effectief zijn ter voorkoming van herhaling. Ingeval van hennep, zijn in bijlage 1 van dit Damoclesbeleid de uitgangspunten voor de hoogte van de op te leggen dwangsom opgenomen.

2.5.3 Waarschuwing

Een schriftelijke waarschuwing wordt alleen gegeven bij lichte overtredingen of in uitzonderlijke omstandigheden waarin zelfs een dwangsom te ingrijpend is. Bij een volgende overtreding volgt in beginsel sluiting van het pand.

 

2.6 Kostenverhaal

Volgens artikel 5:25 van de Awb geschiedt de toepassing van bestuursdwang op kosten van de overtreder (tenzij deze kosten redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoren te komen).

 

De kosten die in aanmerking komen om ten laste van de overtreder te worden gebracht zijn in elk geval (maar niet uitsluitend):

  • -

    het vervangen van sloten;

  • -

    het huren en plaatsen van (drang)hekken of andere blokkades;

  • -

    de kosten van dierenopvang; en

  • -

    de ambtelijke voorbereidingskosten ter effectuering van bestuursdwang.

2.7 Toestemmingsmogelijkheid betreden gesloten verklaard pand

Het is op grond van artikel 2:41 van de APV verboden een woning of lokaal of daarbij behorend erf, waarvan de sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet is bevolen, te betreden. Daarnaast is het verbreken van een zegel op grond van artikel 199 van het Wetboek van Strafrecht strafbaar.

 

Een op grond van artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning of lokaal of een daarbij behorend erf mag alleen worden betreden als de burgemeester daar toestemming voor geeft. In de regel geeft de burgemeester van Wageningen slechts toestemming bij een dringende of zwaarwichtige reden om de gesloten woning of het gesloten lokaal of een daarbij behorend erf tussentijds te betreden. Daarom zal de belanghebbende eerst schriftelijk en gemotiveerd moeten verzoeken om toestemming. Uit het verzoek moet blijken voor wie, met welk doel en voor welke duur betreding van de gesloten woning of lokaal of een daarbij behorend erf nodig is. De burgemeester kan voorschriften/of beperkingen aan de toestemming verbinden.

 

2.8 Maatwerk en afwijkingsbevoegdheid

Bij elk besluit op grond van artikel 13b van de Opiumwet past de burgemeester maatwerk toe. Dat betekent dat alle relevante omstandigheden worden meegewogen, waaronder eventuele zienswijzen. Als blijkt dat toepassing van het beleid tot onevenredige gevolgen zou leiden, kan worden afgeweken van de beleidsregels op grond van artikel 4:84 van de Awb.. Van belanghebbenden wordt verwacht dat zij hun persoonlijke omstandigheden onderbouwen, willen zij voorkomen dat een maatregel wordt opgelegd of verzwaard.

 

De burgemeester heeft altijd de mogelijkheid om op basis van de specifieke feiten en omstandigheden van het geval af te wijken van de uitgangspunten zoals geformuleerd in dit Damoclesbeleid. Dit kan zowel in het voordeel (bijvoorbeeld: kortere sluiting, dwangsom) als in het nadeel (bijvoorbeeld: langere sluiting) van betrokkene uitpakken. Van elke afwijking wordt in het besluit gemotiveerd waarom daarvan is afgeweken.

Hoofdstuk 3. Uitgangspunten woningen en/of daarbij behorende erven

In dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten beschreven voor de toepassing van artikel 13b van de Opiumwet bij woningen en daarbij behorende erven.

 

3.1 Waarschuwing of sluiting

Als uitgangspunt geldt dat bij een eerste overtreding van de Opiumwet in een woning of erf wordt volstaan met een waarschuwing, mits:

  • geen sprake is van een ernstig geval;

  • sprake is van een geringe overschrijding van de gedoogde gebruikshoeveelheid én er geen handelsindicatoren zijn.

Een geringe overschrijding wordt aangenomen bij:

  • softdrugs: tot 30 gram;

  • hennepplanten: tot 15 planten;

  • harddrugs: tot 3 gram/ml of 6 pillen/bolletjes/wikkels.

In andere gevallen wordt in beginsel direct een last onder bestuursdwang (sluiting) opgelegd, zonder voorafgaande waarschuwing.

 

3.2 Ernstig geval

Van een ernstig geval is in ieder geval sprake als één of meer van de hieronder staande indicatoren van toepassing is/zijn. Daarbij is geen sprake van een limitatieve opsomming. De indicatoren zijn als volgt:

  • a.

    de hoeveelheid aangetroffen hard- of softdrugs. Het moet hierbij gaan om meer dan een geringe hoeveelheid (zie paragraaf 3.1). Daadwerkelijke verkoop, aflevering of verstrekking hoeft niet aangetoond te worden;

  • b.

    een combinatie van een handelshoeveelheid hard- en softdrugs (ook bij een geringe hoeveelheid als omschreven in paragraaf 3.1);

  • c.

    het bezit van of de verkoop van soft-/harddrugs aan minderjarigen;

  • d.

    ongeacht de hoeveelheid hard-/softdrugs, het aantreffen van attributen die te relateren zijn aan drugshandel, zoals handelsgeld en/of aanwezigheid van (vuur)wapens, een weegschaal, verpakkingsmaterialen, versnijdingsmiddel;

  • e.

    er is sprake van recidive;

  • f.

    de omstandigheid dat de woning bekend staat als ontmoetingsplek voor handelaren en/of gebruikers (dit kan bijvoorbeeld blijken uit politieobservaties of verklaringen van gebruikers, omwonenden, getuigen etc.);

  • g.

    er is een vermoeden dat de bewoner(s)/betrokkene(n) verkeert/verkeren in kringen van personen met antecedenten ten aanzien van de Opiumwet of de Wet Wapens en Munitie. Ook antecedenten op het gebied van geweld tegen personen of zaken, zoals geweldpleging, mishandeling, bedreiging, vernieling of diefstal, kunnen een rol spelen;

  • h.

    aannemelijk is dat behalve de woning of het daarbij behorende erf nog één of meer locaties betrokken zijn bij drugshandel in georganiseerd verband;

  • i.

    er sprake is van merkbare overlast vanuit de woning, waaronder openbare ordeverstoringen vanuit of rond de woning (dit kan blijken uit politiewaarnemingen, waarnemingen van toezichthouders en/of meldingen van buurtbewoners, etc.);

  • j.

    er sprake is van ondeugdelijke of ondoorzichtige huurconstructies en de gebruikers/huurders zijn niet ingeschreven in de BRP;

  • k.

    bij hennepteelt of de productie van harddrugs, de inrichting, het bedrijfsmatig karakter evenals de professionaliteit van de hennepplantage-/kwekerij of productiepunt (bijvoorbeeld illegale stroom aftap, aanwezige hennep-/drugsresten van een vorige productie en randapparatuur voor het instandhouden van de hennepplantage-/kwekerij of productiepunt).

3.3 Handhavingsmatrix woningen

In deze paragraaf staan de uitgangspunten die de burgemeester hanteert bij de toepassing van zijn bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet bij woningen (of de daarbij behorende erven), ingeval van het aantreffen van:

  • -

    een handelshoeveelheid harddrugs of softdrugs;

  • -

    voorbereidingshandelingen met betrekking tot harddrugs of softdrugs.

Worden er, voor de goede orde, in een woning of een daarbij behorend erf zowel handelshoeveelheden softdrugs als een handelshoeveelheid harddrugs aangetroffen dan geldt, als uitgangspunt, het regime voor harddrugs. In onderstaande matrix wordt weergegeven op welke wijze de burgemeester zijn bevoegdheid op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet, in beginsel toepast bij woningen en daarbij behorende erven waarin voornoemde overtredingen worden geconstateerd:

 

 

1ste constatering

2de constatering

3de constatering

4de constatering

Voorbereidingshandelingen ten aanzien van softdrugs/harddrugs

Sluiting voor drie maanden

Sluiting voor zes maanden

Sluiting voor twaalf maanden

Sluiting voor minimaal twaalf maanden

Handelshoeveelheid softdrugs tot 30 gram/tot 15 hennepplanten

Schriftelijke waarschuwing, tenzij ernstig geval; sluiting voor drie maanden

Sluiting voor drie maanden

Sluiting voor zes maanden

Sluiting voor minimaal zes maanden

Lachgas boven de 10 ampullen of ballonnen en bij aangewezen eindgebruikers in Bijlage II van het lachgasbesluit boven de 250 ampullen 

Schriftelijke waarschuwing, tenzij ernstig geval; sluiting voor drie maanden

Sluiting voor drie maanden

Sluiting voor zes maanden

Sluiting voor minimaal zes maanden

Handelshoeveelheid softdrugs tussen de 30 gram en 100 gram/tussen de 15 en 50 hennepplanten

Sluiting vier weken, tenzij ernstig geval; sluiting voor drie maanden

Sluiting voor drie maanden

Sluiting voor zes maanden

Sluiting voor minimaal zes maanden

Handelshoeveelheid softdrugs boven de 100 gram/boven de 50 hennepplanten

Sluiting voor drie maanden

Sluiting voor zes maanden

Sluiting voor twaalf maanden

Sluiting voor minimaal twaalf maanden

Handelshoeveelheid harddrugs tot 3 gram

Schriftelijke waarschuwing, tenzij ernstig geval; sluiting voor vier weken

Sluiting voor drie maanden

Sluiting voor zes maanden

Sluiting voor negen maanden

Handelshoeveelheid harddrugs boven de 3 gram

Sluiting voor drie maanden

Sluiting voor zes maanden

Sluiting voor twaalf maanden

Sluiting voor minimaal twaalf maanden

 

3.4 Recidive

Van een volgende overtreding is sprake als binnen vijf jaar na een eerdere bestuurlijke maatregel opnieuw een overtreding van de Opiumwet wordt geconstateerd. Na afloop van deze termijn wordt voor de op te leggen maatregel het uitgangspunt behorende bij de 1ste constatering gehanteerd. Van een recidive is sprake als in dezelfde woning en/of op het daarbij behorende erf een volgende overtreding wordt geconstateerd. Eveneens is van recidive als in een woning en/of het daarbij behorende van dezelfde eigenaar of feitelijke gebruiker van de woning een volgende overtreding wordt geconstateerd.

 

3.5 Overige aspecten bij belangenafweging

In deze paragraaf worden enkele onderwerpen behandeld die in het bijzonder een rol spelen bij de belangenafweging (evenredigheidstoets). Deze belangenafweging verricht de burgemeester bij het toepassen van zijn bevoegdheid op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet, ingeval van woningen.

3.5.1 Minderjarigen

Bij sluiting van een woning ligt de verantwoordelijkheid voor het vinden van vervangende woonruimte in eerste instantie bij de ouders of verzorgers. Als dat niet lukt, wordt bekeken of hulp noodzakelijk is, bijvoorbeeld via Veilig Thuis of jeugdhulp. De gemeente waarborgt dat een minderjarig kind nooit dakloos raakt in Wageningen.

3.5.2 Opvang huisdieren

De zorg voor huisdieren ligt primair bij de bewoner. Als dit niet gebeurt, kan de burgemeester hier maatregelen voor treffen. De kosten van opvang komen voor rekening van de overtreder.

3.5.3 Vervangende woonruimte

De bewoner moet in beginsel zelf zorgen voor vervangend onderdak. Als dat niet lukt, moet onderbouwd worden waarom en welke stappen zijn gezet. De burgemeester moet dan nagaan of betrokkene in staat is vervangend onderdak te vinden en, zo nodig, hierbij ondersteuning bieden (zoals verwijzing naar woningcorporaties of maatschappelijke opvang).

Hoofdstuk 4. Uitgangspunten lokalen (daaronder begrepen niet-bewoonde woningen) en daarbij behorende erven

In dit hoofdstuk worden de nadere uitgangspunten van dit Damoclesbeleid bij de toepassing van de bevoegdheid van artikel 13b van de Opiumwet door de burgemeester van de gemeente Wageningen weergegeven, ingeval van lokalen (daaronder begrepen niet-bewoonde woningen) en daarbij behorende erven.

4.1 Handhavingsmatrix lokalen

In deze paragraaf staan de uitgangspunten die de burgemeester hanteert bij de toepassing van zijn bevoegdheid (voornoemd) ingeval van het aantreffen van:

  • -

    een handelshoeveelheid harddrugs of softdrugs;

  • -

    voorbereidingshandelingen met betrekking tot harddrugs of softdrugs.

Worden er, voor de goede orde, in een lokaal, niet-bewoonde woning of een daarbij behorend erf zowel handelshoeveelheden softdrugs als een handelshoeveelheid harddrugs aangetroffen dan geldt, als uitgangspunt, het regime voor harddrugs.

 

In onderstaande matrix wordt weergegeven op welke wijze de burgemeester zijn bevoegdheid op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet, in beginsel toepast bij lokalen (daaronder begrepen niet-bewoonde woningen) en daarbij behorende erven waarin voornoemde overtredingen worden geconstateerd:

 

 

1ste constatering

2de constatering

3de constatering

4de constatering

Voorbereidingshandelingen ten aanzien van softdrugs/harddrugs

 

Sluiting voor drie maanden

Sluiting voor zes maanden

Sluiting voor twaalf maanden

Sluiting voor minimaal twaalf maanden

Handelshoeveelheid softdrugs tot 100 gram/tot 50 hennepplanten

Sluiting voor drie maanden

Sluiting voor zes maanden

Sluiting voor twaalf maanden

Sluiting voor minimaal twaalf maanden

Lachgas boven de 10 ampullen of ballonnen en bij aangewezen eindgebruikers in Bijlage II van het lachgasbesluit boven de 250 ampullen 

Sluiting voor drie maanden

Sluiting voor zes maanden

Sluiting voor twaalf maanden

Sluiting voor minimaal twaalf maanden

Handelshoeveelheid softdrugs boven de 100 gram/boven de 50 hennepplanten

Sluiting voor zes maanden

Sluiting voor negen maanden

Sluiting voor twaalf maanden

Sluiting voor minimaal twaalf maanden

Handelshoeveelheid harddrugs tot 3 gram

 

Sluiting zes weken

Sluiting voor zes maanden

Sluiting voor negen maanden

Sluiting voor twaalf maanden

Handelshoeveelheid harddrugs boven de 3 gram

 

Sluiting voor zes maanden

Sluiting voor twaalf maanden

Sluiting voor minimaal twaalf maanden

Sluiting voor minimaal achttien maanden

 

4.2 Recidive

Van een volgende overtreding is sprake indien deze binnen vijf jaar na een eerdere bestuurlijke maatregel plaatsvindt. Indien de overtreding na deze termijn plaatsvindt, wordt het uitgangspunt van een 1ste constatering gehanteerd. Van een recidive is sprake als in hetzelfde lokaal en/of het daarbij behorende erf een volgende overtreding wordt geconstateerd. Eveneens is van recidive sprake als in een lokaal en/of het daarbij behorende erf van dezelfde eigenaar of feitelijke gebruiker van het lokaal een volgende overtreding wordt geconstateerd.

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

5.1 Inwerkingtreding

Dit Damoclesbeleid treedt in werking op de dag na de bekendmaking ervan in het Gemeenteblad.

 

5.2 Intrekken bestaand Damoclesbeleid

Met het vaststellen en inwerkingtreden van dit Damoclesbeleid worden de Beleidsregels 13b Opiumwet Wageningen 2022, vastgesteld op 5 september 2022, tegelijkertijd ingetrokken.

 

5.3 Overgangsrecht

Procedures op grond van artikel 13b van de Opiumwet die zijn gestart onder de werking van de vorige beleidsregels worden voortgezet op basis van die beleidsregels (en de daarin opgenomen handhavingsarrangementen). Onder gestarte procedure wordt begrepen dat er minimaal een voornemen in de zin van artikel 4:8 van de Awb is verzonden.

 

Gegeven waarschuwingen en eerdere constateringen onder de werking van de vorige beleidsregels worden aangemerkt als te zijn afgegeven respectievelijk te hebben plaatsgevonden onder dit Damoclesbeleid. Dat betekent concreet onder meer dat dergelijke eerdere waarschuwingen en geconstateerde overtredingen op grond van dit Damoclesbeleid aanleiding kunnen geven om over te gaan tot de volgende stap in de handhavingsmatrixen uit de hoofdstukken 4 en 5 van dit Damoclesbeleid.

 

5.4 Citeertitel

Dit Damoclesbeleid wordt aangehaald als “Damoclesbeleid gemeente Wageningen”.

Aldus vastgesteld door de burgemeester van de gemeente Wageningen op 13 juli 2025.

F. Vermeulen,

Burgemeester van Wageningen

BIJLAGE I Last onder dwangsom (bij hennep)

 

Deze bijlage bij het Damoclesbeleid bevat de uitgangspunten die worden gehanteerd bij het opleggen van een last onder dwangsom aan de overtreder, ingeval van het aantreffen van een handelshoeveelheid softdrugs, dan wel voorbereidingshandelingen die verband houden met softdrugs. De genoemde bedragen zijn ontleend aan de standaardberekeningen en normen van het Functioneel Parket zoals opgenomen in het rapport “Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht” (update 1 juni 2016)

 

Onderstaande matrix bevat de hoogte van de dwangsom die in beginsel wordt opgelegd, afhankelijk van het aantal daadwerkelijk aangetroffen hennepplanten, dan wel de beoogde hoeveelheid te kweken hennepplanten (bij voorbereidingshandelingen):

 

Hoeveelheid

Hoogte dwangsom ineens

Van 6 tot 50 planten

€ 12.500 ineens

Van 50 tot 200 planten

€ 25.000 ineens

Van 200 tot 750 planten

€ 50.000 ineens

Vanaf 750 planten

€ 75.000 ineens

 

Onderstaande matrix bevat de hoogte van de dwangsom die in beginsel wordt opgelegd, afhankelijk van de hoeveelheid aangetroffen softdrugs (uitgedrukt in grammen):

 

Hoeveelheid

Hoogte dwangsom

5-30 gram

€ 1.275 ineens

30-50 gram

€ 3.500 ineens

50-100 gram

€ 7.000 ineens

100-150 gram

€ 10.500 ineens

150-200 gram

€ 14.000 ineens

200 gram – 6 kilogram

€ 25.000 ineens

6 kilogram – 22,5 kilogram

€ 50.000 ineens

Vanaf 22,5 kilogram

€ 75.000 ineens

 

Als sprake is van verzwarende omstandigheden kunnen de genoemde bedrag worden verhoogd.

Naar boven