Omgevingsvisie Molenlanden

Omgevingsvisie Molenlanden

Artikel I



zoals is aangegeven in Bijlage A.

Artikel II

[Gereserveerd]

Artikel III

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop dit bekend wordt gemaakt.

-

Bijlage A

Omgevingsvisie gemeente molenlanden

Publicatie Omgevingsvisie

Zie bijlage.

Hoofdstuk 1 Een omgevingsvisie voor Molenlanden

1.1 Molenlanden in 2040: we doen het Molenlands, we doen het samen!

Voor u ligt de omgevingsvisie voor Molenlanden Ambtsgebied Molenlanden. In deze omgevingsvisie bepalen we onze koers voor de toekomst van onze gemeente. De omgevingsvisie gaat over de inrichting van onze fysieke leefomgeving. We kijken vooruit, met als stip op de horizon het jaar 2040.

We zien de wereld om ons heen snel veranderen. We willen kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen en kansen, terwijl we ook willen vasthouden aan onze gedeelde waarden. Dus als we vooruitkijken, wat zien we dan op ons afkomen en voor welke opgaven staan we met elkaar? Welke krachten kunnen we inzetten en welke keuzes moeten we nu maken om ervoor te zorgen dat de gemeente ook in 2040 een fijne plek is om te wonen, te werken en te genieten?

We doen het in ieder geval op onze Molenlandse manier. In Molenlanden zijn we niet allemaal hetzelfde en iedereen telt mee. Onze kernen hebben ieder een eigen identiteit. Er is sprake van een diversiteit tussen inwoners (achtergrond, geloof, gezondheid, sociaaleconomische positie) en we kennen een gevarieerd aanbod van bedrijven en recreatieve voorzieningen. We delen in Molenlanden dat we betrokken zijn bij elkaar en het gebied om ons heen. De hechte samenleving in de kernen en de actieve deelname aan het lokale verenigingsleven zijn hier goede voorbeelden van. We zetten onze verschillen om in onze kracht. We bouwen op elkaar en helpen de ander als het niet vanzelf gaat. Samen werken we aan een leefbare gemeente voor onszelf, maar vooral ook voor de generaties na ons. Daarbij hebben we aandacht voor de rust, ruimte en openheid van de polder, de ligging in de Alblasserwaard, het veenweidegebied, de natuur en het water. We stellen hoge ambities op allerlei vlakken: (agrarisch) ondernemerschap, sociale samenhang, duurzaamheid, innovatie en een gezonde en prettige leefomgeving. Maar we zijn ervan overtuigd dat we deze ambities waar kunnen maken als we onze krachten bundelen en er samen aan werken. Zo doen we dat in Molenlanden, nu en in de toekomst.

Met deze omgevingsvisie willen we alle inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden uitnodigen en inspireren om bij te dragen aan onze ambities voor de toekomst. Deze ambities helpen ons bij het maken van keuzes. Het is de basis voor een samenhangend beleid en maakt het voor iedereen duidelijk waar we naartoe werken. Molenlanden maken we samen en als gemeente zijn we daarbij graag een partner.

1.2 De omgevingsvisie staat niet op zichzelf

De omgevingsvisie schetst een kader voor de toekomst. Het is een integrale langetermijnvisie voor de fysieke leefomgeving.

De omgevingsvisie is, onder de Omgevingswet, een verplicht instrument voor het Rijk, provincies en gemeenten.

Voordat de omgevingsvisie is opgesteld, is gewerkt aan de Toekomstvisie 2050.

De Toekomstvisie is een wenkend perspectief voor de langere termijn: een ideaalbeeld waar wij ons naartoe getrokken voelen. De Toekomstvisie vormt de paraplu boven de omgevingsvisie en de visie sociaal domein. De omgevingsvisie is het belangrijkste strategische beleidsdocument voor de inrichting van de fysieke leefomgeving en past binnen het vergezicht van de Toekomstvisie.

De fysieke leefomgeving houdt niet op bij de grens van een (dorps)kern, de gemeente, het waterschap of de provincie. De gemeente MolenlandenAmbtsgebied Molenlanden is niet de enige partij die nadenkt over de toekomst. Ook op landelijk, provinciaal en regionaal niveau wordt er op diverse terreinen gewerkt aan visies op de toekomst en koersbepalingen voor bepaalde vraagstukken. We sluiten zoveel mogelijk aan op de ambities die worden geschetst, of maken weloverwogen andere keuzes die wellicht beter aansluiten op de Molenlandse situatie. We kiezen ook hier voor een goede samenwerking, afstemming en verbinding met al deze partijen

1.3 Hoe werkt deze omgevingsvisie door?

Zoals benoemd leggen we in de omgevingsvisieAmbtsgebied Molenlanden de ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving vast voor de lange termijn Om deze beleidsdoelen na te streven en te realiseren zijn andere instrumenten nodig. Een deel van deze instrumenten valt onder de Omgevingswet. De Omgevingswet kent vier kerninstrumenten waarmee gemeenten kunnen werken:

  • Omgevingsvisie: het integrale gemeentelijke beleid voor de inrichting van de fysieke leefomgeving;

  • Omgevingsprogramma: de meer concrete uitwerking van het beleid (per thema of gebied);

  • Omgevingsplan: de (juridische) regels voor de fysieke leefomgeving;

  • Omgevingsvergunningen: toestemming voor activiteiten (zoals bouwen).

Onderstaande beleidscyclus biedt een structuur om de instrumenten van de Omgevingswet te ordenen. De omgevingsvisie vormt de start van de beleidsontwikkeling.

afbeelding binnen de regeling

De omgevingsvisie vormt de basis voor de wijze waarop we het bestaande beleid en de lopende trajecten organiseren. Daarbij sluiten we verder aan bij de instrumenten die de Omgevingswet ons biedt. De uitwerking van de ambities en doelen gebeurt in (gebiedsgerichte) programma’s. Het omgevingsplan is de juridische vertaling. De uitwerking van de omgevingsvisie in (gebiedsgerichte) programma’s gebeurt de komende jaren stapsgewijs.

Programma’s

Een nieuw instrument in de Omgevingswet is het programma. Een programma is een verdere uitwerking van de ambities van de omgevingsvisie. Programma’s kunnen thematisch en gebiedsgericht worden opgepakt. Een programma geeft aan wat de keuzes die met de omgevingsvisie zijn gemaakt, concreet betekenen voor een bepaald gebied of kern. Of hoe we concreet willen omgaan met een bepaald thema. Een programma kan vervolgens meerdere projecten of maatregelen bevatten om hier uitvoering aan te geven.

Wanneer het programma beleidskeuzes bevat wordt het voorgelegd aan de gemeenteraad. Een programma met (nieuwe of afwijkende) beleidskeuzes kan ook aanleiding zijn om ambities en doelen uit de omgevingsvisie te herijken. Daarmee blijft de omgevingsvisie van Molenlanden een levend document.

Omgevingsplan

Onder de Omgevingswet heeft elke gemeente één omgevingsplan voor haar grondgebied. Dit is het juridisch bindend plan voor elke inwoner van de gemeente. De gemeente heeft een transitiefase om tot 2032 te komen tot één gebiedsdekkend Omgevingsplan.

Het omgevingsplan bevat de gemeentelijke regels voor activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan gaat over alle onderdelen van de fysieke leefomgeving en is daarmee breder dan alleen regels op het gebied van ruimtelijke ordening, zoals bij de voormalige bestemmingsplannen het geval was. Voor het Omgevingsplan maken we gebruik van vier gebiedstypen, die overeenkomen met de omgevingsvisie, namelijk: vitaal buitengebied, vitale kernen, bedrijventerreinen en Werelderfgoed Kinderdijk.

1.4 Participatie

De omgevingsvisieAmbtsgebied Molenlanden is tot stand gekomen in dialoog met inwoners, ondernemers en belanghebbenden. We hebben op basis van bestaande visies, beleidsstukken en processen een eerste aanzet tot een omgevingsagenda gemaakt. Deze eerste aanzet is aanleiding geweest om in 2023 in meerdere bijeenkomsten met elkaar in gesprek te gaan. Zes thema’s vormden de leidraad voor deze gesprekken.

  • a.

    Meer ruimte voor groen in de straten in relatie tot bestaande parkeerdruk.

  • b.

    Het gebruik van de wegen in de linten door auto-, landbouw- en vrachtverkeer in relatie tot een veilige situatie voor (recreatief) fietsverkeer.

  • c.

    Welke aanvullende regels (naast rijksregels) zouden we moeten opnemen voor het verduurzamen van nieuwe gebouwen (woningen en bedrijven)?

  • d.

    Het plaatselijk verkleinen van de geurcontouren voor een gezonder woon- en leefklimaat, versus voldoende ruimte voor (agrarische) bedrijvigheid.

  • e.

    Hoe om te gaan met de kernen waarbinnen geen ruimte meer is voor bebouwing, maar wel behoefte is aan uitbreiding? Wat is onze visie op ontwikkeling binnen bestaande kernen? En aan welke criteria moet een nieuwe locatie buiten bestaande kernen voldoen, bijvoorbeeld op het gebied van bodemdaling, rioleringscapaciteit en verkeerscapaciteit?

  • f.

    Bescherming van landschappelijke kwaliteit in het buitengebied in relatie tot ontwikkelingen in de linten.

Over de eerste drie thema’s is ook een vragenlijst uitgezet naar de inwoners. Hierop hebben ruim 1.300 inwoners gereageerd. De uitkomsten hiervan hebben we meegenomen in verdere beeldvorming met de raad.

Over de andere thema’s hebben we gesprekken gevoerd met inwoners, ondernemers, experts en andere overheden. Ook is aangehaakt op lopende processen en participatietrajecten bij lopende vraagstukken in de gemeente.

Uiteindelijk hebben de gesprekken en participatiebijeenkomsten geleid tot vijf raadsvoorstellen waar de gemeenteraad medio 2023 over heeft besloten. De beleidskaders uit deze raadsbesluiten zijn deel van deze omgevingsvisie, andere delen worden opgenomen in het op te stellen omgevingsplan of andere uitvoeringsdocumenten.

Tot slot wordt de omgevingsvisie in 2024 voor een periode van zes weken officieel ter inzage gelegd om de inwoners en ondernemers en alle andere betrokkenen in de gemeente mee te nemen in het verhaal van de omgevingsvisie. Dit gebeurt op formele wijze, met mogelijkheid voor het indienen van zienswijzen.

Hoofdstuk 2 De unieke kracht van Molenlanden

2.1 Samenbrengen van kwaliteiten en uitdagingen als basis voor onze ambities

MolenlandenAmbtsgebied Molenlanden kent veel unieke kwaliteiten. Van het open landelijke karakter tot de bijzondere toeristisch-recreatieve voorzieningen, en van de eigenheid van de diverse kernen tot de bloeiende ondernemerscultuur. Deze kwaliteiten vormen de basis van onze identiteit en vormen het fundament van onze ambities voor nu, straks en later. Waar nodig beschermen en versterken we deze kernkwaliteiten.

Daarnaast zien we in onze gemeente meerdere uitdagingen. Voorbeelden zijn de effecten van bodemdaling, de bereikbaarheid van onze kernen en voorzieningen en de veranderende bevolkingssamenstelling. Sommige van deze uitdagingen worden alleen maar groter door de transities waar ook Molenlanden mee te maken heeft. Denk aan de energietransitie, aanpassing aan klimaatverandering, circulaire economie, de transitie van het landelijk gebied, de woningbouwopgave en de opvang van vluchtelingen. Allemaal opgaven waar we samen voor staan.

In deze omgevingsvisie brengen we die opgaven bij elkaar en formuleren we onze ambities voor de inrichting van de fysieke leefomgeving. We geven hier een duurzame invulling aan door integraal antwoord te geven op de uitdagingen die we nu al hebben of die ons in de (nabije) toekomst te wachten staan. De unieke kwaliteiten van Molenlanden vormen daarbij onze basis

2.2 Onze unieke kwaliteiten

MolenlandenAmbtsgebied Molenlanden bezit vele kernkwaliteiten, waarvan enkele uniek in de regio en misschien zelfs Nederland zijn. Hier zijn we trots op. Deze kwaliteiten vormen dan ook de basis voor de koers van onze gemeente. Zonder uitputtend te zijn, noemen we hier de belangrijkste. Deze kernkwaliteiten willen we waarborgen: beschermen waar nodig en versterken waar het kan.

Een innovatieve gemeente

Molenlanden is een innovatieve gemeente in Zuid-Holland met ambitie om als krachtige (samenwerkings-)partner op bovenlokaal niveau te opereren. Molenlanden heeft voldoende adaptief en innovatief vermogen om in te spelen op ontwikkelingen in onze dynamische regio. Er is aandacht voor de balans tussen traditionele waarden, het verleden, lokale betrokkenheid en een open houding tegenover positieve veranderingen en ontwikkelingen.

Kernen met een eigen karakter en een sterk gemeenschapsgevoel

Molenlanden bestaat uit verschillende dorpen en een stad. Daar heerst een sterk gemeenschapsgevoel, met ieder een eigen karakter. De grotere dorpen en vestingstad zijn Arkel, Giessenburg, Groot-Ammers, Nieuwpoort/ Langerak en Nieuw-Lekkerland.

De kleinere dijk- en lintdorpen zijn Bleskensgraaf, Brandwijk-Molenaarsgraaf, Giessen-Oudekerk, Goudriaan, Hoogblokland, Kinderdijk, Noordeloos, Hoornaar, Ottoland, Oud-Alblas, Schelluinen, Streefkerk, Waal en Wijngaarden.

De inwoners van Molenlanden staan bekend om hun onderlinge betrokkenheid, saamhorigheid en actieve deelname aan het lokale verenigingsleven.

Er is sprake van een betrokken samenleving waar een verscheidenheid aan voorzieningen op het gebied van sport, ontmoeting, cultuur, recreatie en geloof aanwezig is.

Een bloeiende ondernemerscultuur

Molenlanden heeft een bloeiende ondernemerscultuur, waarbij lokale bedrijven en ondernemingen niet alleen een belangrijke rol spelen in de economie en werkgelegenheid, maar ook bijdragen aan de sociale samenhang in Molenlanden. Het gebied kent een breed palet aan bedrijvigheid met de agrarische economie, maakindustrie, logistiek, dienstverlening en toerisme. Onze ondernemers zijn ondernemend, innovatief, creatief en betrokken.

Open landelijk karakter van hoge kwaliteit

Het overgrote deel van de gemeente bestaat uit klei op veen. Kenmerkend voor ons landschap zijn de uitgestrekte weidegebieden met natuur, groen, water, dijkwegen en linten. Een groot deel van het gebied bestaat uit veenbodems, vaak met een kleidek. Het landschap wordt doorsneden met knotwilgenlinten en kent van oudsher eendenkooien, geriefbosjes, grienden en pestbosjes. Het is een bijzonder stuk Groene Hart. Het landschap straalt rust en ruimte uit. Het is voor ons een belangrijke drager voor bestaande en nieuwe ontwikkelingen.

Water als rode draad door onze geschiedenis en het landschap

Water is overal aanwezig in Molenlanden. Het vormt een rode draad door onze geschiedenis en het landschap. Het zorgt voor ons drinkwater (gewonnen uit grondwater), voor recreatie en geeft ons landschap kleur en vorm. Ook zijn de vele voorzieningen zichtbaar die ons gebied drooghouden. Van de molens die dat eeuwen geleden deden tot de moderne gemalen en pompsystemen. Het water zorgt voor bijzondere natuurgebieden. Drie Natura 2000-gebieden (Boezems Kinderdijk, Donkse Laagten en Lingegebied & Diefdijk- Zuid) liggen (deels) binnen onze gemeente.

Cultuurhistorie, soms van (inter)nationale allure

In Molenlanden zijn nog veel elementen uit het verleden zichtbaar. Zo zijn er meerdere archeologische en cultuurhistorische waarden te vinden. Voorbeelden zijn Werelderfgoed Kinderdijk, de mooie historische kernen en vestingstad Nieuwpoort, de vestingwerken en inundatiegebieden van de Oude Hollandse Waterlinie. Bezoekers van over de hele wereld komen naar Molenlanden om deze plekken te bezoeken.

Bijzondere Molenlandse landschappelijke elementen zijn onder andere de donken, het slagenlandschap, kreekruggen en huisterpen, de boezems en wielen, de dijken en boezemkades, de tiendwegen, kaden en hennepakkertjes. In dit landschap staat een verscheidenheid aan waardevolle gebouwen als molens, kerken, oude boerderijen en historische dorpslinten. Ook zijn binnen onze gemeente diverse bijzondere recreatieve voorzieningen te vinden, zoals de Avonturenboerderij Molenwaard, jachthavens, campings. Maar ook de routenetwerken om te wandelen, fietsen en varen.

2.3 Onze zorgen voor nu, straks en later

MolenlandenAmbtsgebied Molenlanden kent uiteraard ook diverse uitdagingen, aandachtspunten en knelpunten: onze zorgen. Deze zorgen zijn er nu, maar als we hier niet aan werken kunnen deze groter en urgenter worden. Zorgen zijn er in allerlei soorten en maten. Veel zorgen ontstaan doordat opgaven ergens in de ruimte moeten landen en niet alles op dezelfde plek mogelijk is. Er is sprake van een toenemende druk op de ruimte waardoor keuzes moeten worden gemaakt. We noemen hier onze belangrijkste zorgen, passend bij de schaal van onze omgevingsvisie.

Bodemdaling in ons veenweidegebied

In een groot deel van het gebied bestaat de grond uit klei op veen. Al eeuwen kent dit gebied een robuust bodem- en watersysteem, een belangrijke basis voor de ontwikkeling van de agrarische sector. In het gebied komt ook bodemdaling voor. Door klimaat- verandering en het nieuwe uitgangspunt ‘water en bodem sturend’ van het Rijk, staat dit aandachtspunt centraal bij veel ontwikkelingen binnen onze gemeente.

De bodemdalingsproblematiek verschilt per gebied en moet nader worden onderzocht. In bebouwd gebied is bodemdaling vooral het gevolg van zetting door het gewicht van gebouwen en infrastructuur op slappe grond. In landelijk gebied is bodemdaling vooral het gevolg van de drooglegging die nodig is voor de landbouw.

Dit leidt tot verschillende maatschappelijke opgaven:

In het bebouwd gebied is sprake van verzakkingen van gebouwen en infrastructuur. Daardoor is beheer en onderhoud op slappe grond duurder dan in gebieden met stabielere bodems. Om problemen met verzakken te voorkomen, zijn kosten van nieuwbouw ook vaak hoger dan in gebieden met slappe grond.

Maatregelen om bodemdaling tegen te gaan in het landelijk gebied zijn onderdeel van het Zuid Hollands Programma Landelijk Gebied.

Klimaatverandering en drinkwatervoorziening

De verdergaande klimaatverandering leidt tot maatregelen om de dijken te versterken en ook water beter vast te houden en af te voeren.

Ook zal de hevigheid van buien en stormen toenemen en dit zal mogelijk ook in de kernen leiden tot meer wateroverlast. Zeker omdat de maximumcapaciteit van ons rioleringssysteem in de lintbebouwing (bijna) bereikt is. Tegelijkertijd zien we ons geconfronteerd met toenemende droogte. Daarbij neemt de druk op drinkwatervoorzieningen verder toe. Dit betekent ruimtereservering voor grondwater- beschermingsgebieden en nieuwe locaties voor aanvullende strategische voorraden (ASV’s).

Transitie van de sterke agrarische sector

Klimaatadaptatie en bodemdaling geven al veel uitdagingen voor de agrarische sector. De problematiek rondom stikstof en biodiversiteit zijn daar de afgelopen jaren bij gekomen. Ook het waarborgen van de kwaliteit van grondwater en oppervlaktewater is een opgave, vastgelegd in de Kaderrichtlijn Water. Dit alles betekent dat ook de agrarische sector in Molenlanden voor een grote transitie staat.

Grote opgaven rondom energie

De energietransitie brengt grote uitdagingen met zich mee op verschillende schaalniveaus. Van het verduurzamen van woningen tot systeemkeuzes op nationaal niveau. Ook de beperkte netcapaciteit is een uitdaging. Dat brengt beperkingen met zich mee, maar soms ook kansen. Bijvoorbeeld voor de uitbreiding en verduurzaming van bedrijventerreinen. Dat geldt ook voor de inpassing van de Regionale Energieopgave (RES) in het landelijk gebied.

Bereikbaarheid, verkeersveiligheid, leefbaarheid en aanbod openbaar vervoer

Op de wegen in onze gemeente en van/naar andere gemeenten is het fors drukker geworden. De toename van het verkeer op lokale, provinciale en rijkswegen zorgt voor meer sluipverkeer, ook in de kernen. Dit heeft gevolgen voor de verkeersveiligheid, met name voor fietsers, en voor de leefbaarheid in de kernen. Openbaar vervoer is een uitdaging in vrijwel elke landelijke gemeente, zo ook voor Molenlanden. Voor een goede bereikbaarheid van de kernen, als alternatief voor de auto, is voldoende aanbod van openbaar vervoer of van andere vormen van betaalbare en duurzame mobiliteit belangrijk.

Veranderende demografische structuur

Ook in Molenlanden neemt de vergrijzing toe. Mensen worden ouder en de groep ouderen groeit. Daarnaast zien inwoners zich in toenemende mate geconfronteerd met afnemende bestaanszekerheid. Daarnaast is de mentale gezondheid (van met name jongeren) een toenemend aandachtspunt. Dit zijn aandachtspunten die niet alleen gelden voor het sociaal domein. De vraag naar passende (zorg)woningen en voorzieningen zijn elementen die ook direct betrekking hebben op de fysieke leefomgeving.

Voldoende en passende woningen voor onze inwoners nu en in de toekomst

Onze gemeente is een fijne plek om te wonen en dat willen we zo houden. We staan voor een aanzienlijke woningbouwopgave, voor zowel het aantal (kwantitatief) als het type woningen (kwalitatief). Onder meer demografische ontwikkelingen veranderen de vraag naar het type woningen. Denk aan de dubbele vergrijzing, meer mantelzorg, kleinere huishoudens en meer diversiteit in de bevolking.

Het zoeken naar geschikte locaties voor het bouwen van nieuwe woningen kan soms op gespannen voet komen te staan met de bodemdaling. Het bouwen van woningen legt beslag op ruimte en vraagt keuzes in de inrichting van fysieke leefomgeving. Denk hierbij aan riolering, waterberging en ontsluiting voor verkeer tot aan een aantrekkelijke groene leefomgeving waar onder meer sporten, bewegen en ontmoeten mogelijk is.

2.4 Gebieden die we in onze gemeente onderscheiden

We hebben als gemeente Ambtsgebied Molenlandenverschillende hoofdelementen in ons gebied. De kaart in bijlage 2 laat verschillende elementen van Molenlanden zien. De twintig kernen bevinden zich verspreid over de gemeente van 192 km2. Aansluitend aan de kernen en tussen de kernen liggen dijkwegen en linten. Molenlanden kent twee grote provinciale wegen, de N214 (oost-west) en de N216 (noord-zuid). Wegen buiten de kernen zijn van het waterschap. Belangrijke verkeersaders zijn verder de rijksweg A15, de Betuwespoorlijn, de MerwedeLingelijn met een station in Arkel (zuidrand)en de rijksweg A27 (oostzijde). Aan de noordrand ligt Molenlanden tegen de Lek, met veerdiensten bij Groot-Ammers, Streefkerk en Kinderdijk richting de Krimpenerwaard. Aan de westkant raken we aan het stedelijk gebied van de Drechtsteden met ook aanpalende ontwikkelingen op het gebied van woningbouw, duurzame energieopwekking en opvang van vluchtelingen.

Buiten onze kernen ligt een groot agrarisch gebied. Het landschap van het buitengebied varieert door de ondergrond (veen, rivierklei en zeeklei) en wordt doorsneden door onder meer de Graafstroom en de Giessen. Op de kaart (in bijlage 2) is het netwerk van agrarisch gebied, water, groen en natuur goed te zien. Naast agrarisch gebied hebben we meerdere natuurgebieden en een aantal recreatieve trekpleisters. Werelderfgoed Kinderdijk is op de kaart apart aangegeven.

Een belangrijk deel van onze bedrijvigheid is gevestigd op bedrijventerreinen. Deze terreinen liggen tegen een aantal kernen aan. Enkele van deze terreinen zijn toegankelijk via water (watergebonden bedrijventerreinen). Daarnaast kennen we solitaire bedrijvigheid in de kernen en in het buitengebied.

Deze indeling (kernen, agrarisch gebied, water en groen, verkeersaders en bedrijvigheid) sluit aan bij onze kwaliteiten en bij de opgaven die we hiervoor hebben beschreven. Tegen de achtergrond van ons gebied, de kwaliteiten en de opgaven formuleren we hierna een aantal ambities. Die ambities vormen onze leidende principes en ons kader om antwoord te geven op de opgaven, passend bij wie we zijn als Molenlanden. De gebiedsindeling vormt straks ook de basis voor de gebiedsgerichte uitwerking van onze omgevingsvisie in meer concrete programma’s en uitvoeringsplannen.

Hoofdstuk 3 Onze ambities voor de toekomst

3.1 Ambities voor de leefbare toekomst

In dit hoofdstuk beschrijven hoe we de visieAmbtsgebied Molenlanden concreet willen maken in zes leidende ambities. In de bijlage is een verdere verdieping gegeven van de diverse thema’s die in de ambities tot uitdrukking komen. We zetten hiermee onze koers neer voor de toekomst. Komende jaren staan we voor keuzes; bij het uitwerken van beleid en bij het mogelijk maken van ontwikkelingen en initiatieven. Bij elke keuze willen we optimaal bijdragen aan deze zes ambities. Dat doen we op z’n Molenlands en dus samen met inwoners, ondernemers, andere overheden en belanghebbenden.

De ambities kunnen niet los van elkaar worden gezien. Met elkaar vormen ze een integrale blik op de toekomst. Die integrale afweging leidt soms tot versterking en soms tot noodzakelijke keuzes. Hierna leest u onze ambities voor de toekomst, de kansen die we daarbij zien en de keuzes die soms moeten worden gemaakt.

3.2 Ambitie 1: Levendige kernen met een eigen karakter

De twintig kernen van de gemeente Ambtsgebied Molenlandenhebben ieder een eigen karakter en identiteit. Dat maakt het voor de inwoners prettig om er te wonen en te leven. Er heerst een sterk gemeenschapsgevoel en er is sprake van veel onderlinge betrokkenheid en saamhorigheid.

Dit willen we graag in stand houden en samen met de inwoners optimaliseren. De lokale economie, een prettige woonomgeving en een goed voorzieningenniveau zijn, naast de inwoners zelf, de motoren achter vitale kernen.

Dit betekent wat voor het woningaanbod, waarbij we streven naar voldoende, betaalbare en (levensloop)geschikte woningen voor verschillende doelgroepen.

De bevolkingsontwikkelingen in de gemeente zelf zorgen ervoor dat er de komende jaren behoefte is aan meer woningen met meer diversiteit in het aanbod. Deze woningbehoefte moet een plek krijgen, maar wel passend binnen onze (landschappelijke en natuurlijke) kwaliteiten. En passend binnen het principe ‘water en bodem sturend’.

Molenlanden beschikt over een uitgebreide hoeveelheid aan voorzieningen, waaronder dorpshuizen, zwembaden en sportvoorzieningen (38 sportaccommodaties). Deze voorzieningen vragen ruimte waar de druk op de ruimte al hoog is. Wel zijn deze van belang voor de leefbaarheid van de kernen, het verenigingsleven en daarmee ook de saamhorigheid in de gemeenschap, en voor gezondheid en bewegen. We streven naar tenminste behoud van de bestaande voorzieningen in de kernen en waar mogelijke ontwikkeling van nieuwe voorzieningen. Daarbij vinden we behoud van de nabijheid van onderwijs een kernbelang. We willen het sociale contact en de sociale samenhang behouden en waar mogelijk bevorderen door het realiseren en behouden van openbare ontmoetingsplekken die toegankelijk zijn voor iedereen. We willen verder zorg dragen voor een prettige, veilige en toegankelijke leefomgeving, met aandacht voor groen, gezondheid, en beweging. We werken aan een openbare ruimte met voorzieningen die toegankelijk zijn en die stimuleren om te gaan bewegen en sporten.

We streven naar een toegankelijk sportaanbod voor alle mensen in Molenlanden. We zetten in op vitale sportcomplexen, sporthallen en zwembaden en onderzoeken mogelijkheden om bestaande complexen multifunctioneler te benutten.

3.3 Ambitie 2: Een gezonde, inclusieve en samenredzame samenleving

We willen de fysieke en mentale gezondheid bevorderen door de gezondheid van onze inwoners te beschermen tegen bijvoorbeeld geluidsoverlast en hittestress. Met de vergroening (met name bomen) en inrichting van onze leefomgeving faciliteren we een gezonde leefstijl. We hebben de taak om de maatschappelijke opgaven van een gezonde en veilige leefomgeving onderdeel te maken van de fysieke thema’s zoals ruimte, water, milieu, natuur en landschap.

In onze gemeenteAmbtsgebied Molenlanden zijn alle inwoners even belangrijk, telt iedereen mee en neemt iedereen naar eigen kunnen deel. We willen dat iedereen, ongeacht achtergrond of beperking, de kans krijgt om volwaardig deel te nemen aan de maatschappij en talenten te benutten.

We gaan uit van de mogelijkheden, eigen regie en kracht, in plaats van de beperkingen, onmogelijkheden en afhankelijkheid. We erkennen dat wanneer inwoners zich richten op hun veerkracht en op wat hun leven betekenisvol maakt, dit preventief werkt en problemen kan voorkomen. Daar waar inwoners het niet (helemaal) redden is er een vangnet van hulp- en ondersteuning.

De trend van toenemende kansenongelijkheid willen we tegengaan door in te zetten op zekerheid van voldoende en voorspelbaar inkomen, de zekerheid van werk en van mee kunnen doen in de samenleving. Maar ook de zekerheid van een dak boven je hoofd in een geschikte en betaalbare woning, in een veilige en prettige omgeving, met snelle en toegankelijke dienstverlening.

Molenlanden krijgt meer nieuwkomers in het gebied. We creëren daarvoor kleinschalige opvang die past bij onze kernen. We willen de kracht van de gemeenschapszin benutten om nieuwkomers een veilige en fijne woonplek te bieden.

We willen actief inspelen op behoefte en veranderingen als gevolg van een veranderende bevolkingssamenstelling. In Molenlanden is een dubbele vergrijzing zichtbaar. De groep 65-plussers wordt groter, ouderen worden gemiddeld ouder. We verwachten een toenemende vraag naar ondersteuning op allerlei levensgebieden, gericht om het langer zelfstandig thuis wonen mogelijk te maken. Tegelijkertijd neemt ook de druk op mantelzorgers en de vraag naar informele zorg toe. Dat vertaalt zich in de fysieke leefomgeving in de vraag naar onder meer mantelzorgwoning en -ontmoetingsmogelijkheden.

Ook richten we ons op het tegengaan van eenzaamheid. We willen ervoor zorgen dat iedereen mee kan doen, ook kwetsbare doelgroepen. Het probleem zit hier vaak vooral in het aanbod van toegankelijke voorzieningen en in de bereikbaarheid ervan. In het buitengebied zijn mensen vaak afhankelijk van eigen vervoer. We benutten beschikbare faciliteiten in de kernen optimaal. Door een betere benutting van bestaande locaties zoals dorpshuizen en het betrekken van andere locaties zoals zorginstellingen en sportverenigingen. We maken ontmoetingsplekken breed toegankelijk en aantrekkelijk voor alle inwoners, om zo de verbinding tussen wonen, zorg en sociale interactie te bevorderen.

In Molenlanden is er sprake van een sterke gemeenschapszin, waarin inwoners en ondernemers naar elkaar omkijken en voor elkaar zorgen. Dit is een waardevolle eigenschap die we blijven koesteren. We zoeken samenwerking op met bedrijven en organisaties.

3.4 Ambitie 3: Een vitaal en toekomstbestendig landelijk gebied: water en bodem sturend

In ons gebiedAmbtsgebied Molenlanden is de omgang met water en de bodem al eeuwenlang het leidende principe. Vanaf de veenontginningen in de Middeleeuwen, de vestingwerken en waterlinie van de Republiek in de zeventiende eeuw, het waterbeheer met toename van het aantal molens en de strijd tegen overstromingen in de periode daarna, laten zien dat deze regio altijd te maken heeft gehad met water- en bodembeheer en dijkversterkingen die nodig blijven.

Bodem en water bepalen het kenmerkende landschap in onze gemeente. Dit landschap kenmerkt zich door de afwisseling van elementen, zoals uitgestrekte weidegebieden met natuur, groen, water, dijkwegen en linten en polder met daarin onze kernen. Het landschap straalt rust en ruimte uit.

De wijze waarop Molenlanden is gevormd, werkt door in de manier waarop wij de gronden nu gebruiken. Veel elementen uit het verleden zijn nog steeds zichtbaar, zowel aardkundig als bouwkundig als op het gebied van water en groen. Onze relatie met het landschap werkt door in onze sterke agrarische sector, de bebouwde omgeving met woningen en bedrijven en de recreatief-toeristische trekpleisters.

In Molenlanden is sprake van inklinking van het veen waardoor bodemdaling en CO2- uitstoot ontstaat. Klimaatverandering, met langere perioden van warmte en droogte, zorgt voor verdamping van het grondwater en heeft daardoor ook invloed op bodemdaling.

Bodemdaling en klimaatverandering zorgen ervoor dat we niet op dezelfde voet verder kunnen. Op diverse manieren wordt al geprobeerd om toekomstige nadelige gevolgen op te vangen. Peilbeheer is hierbij belangrijk.

afbeelding binnen de regeling

Dikte van kleidek op veen. Bron: Provincie Zuid-Holland

De kaart van bovenstaand figuur geeft de dikte van het kleidek op de veengronden aan. Hoe minder klei op veen, hoe gevoeliger de gebieden zijn voor bodemdaling. Deze kaart geeft een beeld van waar de risico’s op bodemdaling het grootst zijn. De werkelijke bodemdaling is mede afhankelijk van de genomen maatregelen.

We willen een vitaal en toekomstbestendig landelijk gebied en gaan er daarbij vanuit dat water en bodem sturend zijn. We streven dus naar een Klimaatbestendig en waterrobuust Molenlanden.

Het waterschap is het bevoegd gezag over het peilbeheer. We zoeken afstemming met het waterschap en agrariërs over waterpeilbeheer. Per gebied gaan we op zoek naar mogelijkheden van (nieuwe) vormen van bouwen in combinatie met bodemdaling.

We kiezen ook voor behoud en waar mogelijk versterking van de landschappelijke kwaliteit van het open (slagen)landschap. Ook streven we ernaar om de biodiversiteit te vergroten en een robuuste groen-blauwe dooradering te realiseren, waarbij er sprake is van verbinding tussen buitengebied en kernen.

We zijn ervan overtuigd dat we de uitdagingen het hoofd kunnen bieden. Zoals we dat in het verleden ook hebben gedaan. Dat vraagt veel van ons aanpassingsvermogen. En we moeten elkaars krachten vinden om dit te realiseren. We focussen ons hierbij niet zozeer op de beperkingen, maar zetten in op waterrobuuste en klimaatbestendige concepten die een nieuwe toekomst bieden voor de bewoners en ondernemers. Als gemeente is het cruciaal om verschillende opgaven te combineren, zodat we de ruimte optimaal benutten en ons landschap klimaatadaptief en waterrobuust inrichten, zonder afbreuk te doen aan het kenmerkende landelijke karakter.

Een belangrijke sector in het landelijk gebied is de agrarische sector. De agrarische bedrijvigheid kenmerkt het gebied en draagt het landschap. Deze sector geven we toekomst, juist omdat deze ook kan bijdragen aan de vitaliteit en toekomstbestendigheid van het landelijk gebied. We zien een brede waaier aan mogelijkheden om de agrarische economie te ondersteunen. Gelet op de uitdagingen streven we ernaar dat in 2050 de landbouw duurzaam in balans is met bodem en water. Ook hier komen we soms voor moeilijke keuzes te staan.

3.5 Ambitie 4: Een optimaal ondernemersklimaat voor passende bedrijvigheid

Economische ontwikkeling draagt bij aan brede welvaart in onze gemeenteAmbtsgebied Molenlanden. Banen zorgen voor inkomen, sociale zekerheid en zingeving. Het bedrijfsleven draagt ook bij aan sociale cohesie en heeft zo een grote maatschappelijke functie. Gezonde bedrijvigheid is nodig om onze dorpen en stad vitaal te houden.

We hebben een bloeiend ondernemersklimaat en willen dit ook zo houden. Daarbij willen we ruimte bieden voor toekomstbestendig, duurzaam, circulair en lokaal ondernemen. Dit betekent dat we voldoende ruimte nodig hebben voor onze eigen behoefte en dat we verduurzaming en circulaire economie stimuleren (denk aan circulair materiaalgebruik, korte ketens in de voedselproductie en voorkomen van afvalproductie). Om voldoende ruimte beschikbaar te hebben voor onze ondernemers, willen we in eerste instantie optimaal gebruikmaken van onze bestaande bedrijventerreinen. Efficiënte (her)inrichting van deze terreinen staat centraal, net als het zorgvuldig afwegen van verzoeken voor bedrijvigheid op solitaire locaties in linten. De ruimte die we hiermee creëren is niet voldoende om het tekort op te vullen. Uitbreiding van bedrijventerreinen zal noodzakelijk zijn. De afweging waar deze uitbreiding mogelijk is, moet zorgvuldig gebeuren met aandacht voor ontsluiting, voorkomen van overlast, veiligheid en landschappelijke inpassing. Ook hier willen we op zoek gaan naar hoe uitbreiding kansen biedt voor ambities op het gebied van bijvoorbeeld energietransitie, klimaatadaptatie, groen-blauwe dooradering, biodiversiteit en circulariteit. Om deze kansen te benutten is samenwerking tussen bedrijven noodzakelijk. Door de organisatiegraad op bedrijventerreinen te versterken, ontstaat meer samenwerking en is het beter mogelijk om de bedrijventerreinen van de toekomst te realiseren.

Ondernemers kunnen met lokale samenwerking op het gebied van energieopwekking, gebruik en opslag de gevolgen van netcongestie verminderen. We willen dit graag faciliteren en stimuleren.

De beschikbaarheid van energie is door netcongestie minder vanzelfsprekend dan dat die tot voor kort was. Dit heeft invloed op het ondernemersklimaat en de mogelijkheden voor bedrijven om uit te breiden, te verduurzamen en te verhuizen.

Ook de agrarische sector vraagt om een helder toekomstperspectief. We zoeken voortdurend naar een duurzame balans tussen bedrijfsvoering en draagkracht van de bodem en het water. Nieuwe passende verdienmodellen worden hiervoor ontwikkeld. We ondersteunen plannen van agrariërs die bijdragen aan kringlooplandbouw met lokale voedselketens, natuurinclusieve landbouw en biologisch ondernemen.

We geven ruimte aan innovaties die als haalbaar en effectief worden gezien voor een toekomstbestendig ondernemersklimaat. Daarnaast moeten deze innovaties in balans zijn met natuur, bodem en water. Denk hierbij aan innovaties die bijdragen aan vermindering van bodemdaling en stikstofbelasting. Ook biedt verbreding van activiteiten meer mogelijkheden. Zo kan landbouw worden verbonden aan landschaps- en natuurontwikkeling, waterbeheer en energieopwekking. We bieden als gemeente ruimte voor het verrichten van nevenactiviteiten, onder de voorwaarde dat de hoofdactiviteit niet komt te vervallen. Met het initiatief Agro & Foodcampus zetten we daarbij in op de verbinding tussen het onderwijs en de agrarische sector.

De sector toerisme en recreatie is eveneens van belangrijke economische waarde voor de gemeente. Het huidige toeristisch-recreatieve aanbod in Molenlanden kenmerkt zich door de toeristisch trekpleisters, waaronder Werelderfgoed Kinderdijk. In Kinderdijk komen erfgoed, watermanagement, bijzondere natuurgebieden en historische kernen samen, wat leidt tot een (inter)nationale bezoekersstroom. Naast deze trekpleisters zijn diverse andere ondernemers, organisaties en verenigingen actief op het gebied van recreatie en toerisme. Deze activiteiten zijn vaak kleinschaliger van aard en onder andere te vinden bij de boer. Het weidse landschap, doorspekt met wilgenlinten, grienen en bosjes, trekt recreanten en toeristen.

Fietsers en wandelaars kunnen in het gebied goed uit de voeten. Prettige locaties om aan te landen zijn de vestingstad Nieuwpoort en de cultuurhistorische linten. Molenlanden leent zich goed voor waterrecreatie. We willen de kansen van de groeiende sector recreatie en toerisme benutten. Naar de toekomst toe mag het toeristisch, recreatief aanbod zich ontwikkelen tot een aantrekkelijk en samenhangend product. We positioneren Molenlanden de komende jaren als aantrekkelijke bestemming voor een meerdaags verblijf, als onderdeel van het Groene Hart en aan de hand van de eigen verhaallijnen, waarmee we een sterk eigentijds, innovatief en onderscheidend toeristisch profiel realiseren.

3.6 Ambitie 5: Een klimaatrobuuste, circulaire en energieneutrale gemeente

Onze ambitie is om in 2050 als gemeente Ambtsgebied Molenlanden(nagenoeg) CO2-neutraal, aardgasvrij en klimaatbestendig te zijn. We streven ernaar dat de gevolgen van extreem weer (natter, warmer en droger) in 2050 dusdanig zijn geminimaliseerd dat de maatschappelijke schade en het ongemak acceptabel zijn.

We willen daarbij onze vitale en kwetsbare functies, als elektriciteit, telecom, drinkwater, hoofdwegen en verzorgingshuizen beschermen. Bij overstromingen en extreme droogte dient ook de schade aan deze functies en gebouwen minimaal te zijn.

De toenemende hitte vormt een risico voor de gezondheid. We willen opwarming van het bebouwd gebied voorkomen. Bijvoorbeeld door koeling van gebouwen, een warmte of verkoelende inrichting van de ruimte en een robuuste groenstructuur die goed tegen droogte kan en neerslag langer kan vasthouden.

Ook zorgt het toenemende risico op overstromingen, hitte en droogte voor risico’s voor de landbouw. We streven naar behoud van een gezonde landbouwsector, waarbij samen met agrariërs wordt gekeken naar een goede balans tussen functie en peil.

Tussen nu en 2050 willen we het aardgas vervangen door duurzame warmte. Samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners gaan we per buurt op zoek naar de beste duurzame warmteoplossingen.

We stimuleren onze bedrijven om circulair te ondernemen en te produceren. Daarbij denken we aan gebruik van circulaire en biobased materialen, het voorkomen van afvalproductie tijdens bouw- en sloopfase, energieneutraal of -positief bouwen, maximaliseren van levensduur van gebouwen en het bevorderen van biodiversiteit. Ook korte ketens in de voedselproductie zijn een middel om ecologische, sociale, economische en gezondheidsdoelen te realiseren. Zo zorgen we voor een toekomstbestendige economie en dragen we ook bij aan andere ambities (zoals ecologie, energie, klimaat en gezondheid). Ook binnen onze gemeentelijke organisatie zetten we in op circulariteit bij inkoop en aanbesteding.



De energietransitie gaat over de overstap van energie uit fossiele brandstoffen naar volledig duurzame energie uit wind, zon en water. We werken aan deze ambitie in verschillende samenwerkingsverbanden waarbij we de ruimteclaims met andere gemeenten aanpakken. Zo zijn in de Regionale Energiestrategie (RES) de gemaakte keuzes beschreven over energiebesparing, opwekken van duurzame energie, warmtetransitie en kansen voor innovatie. We werken vanuit twee sporen aan de energietransitie, deels samen met Gorinchem en deels lokaal voor Molenlanden.

Er is sprake van een groei in het opgesteld vermogen zonne-energie. Wel is het onzeker of hiermee de doelstellingen uit de RES worden behaald. De wijze waarop de doelstellingen op het gebied van windenergie worden behaald, ligt nog niet vast. In de looptijd van deze omgevingsvisie wordt locatie Gorinchem-Noord (deels gelegen op grondgebied van Molenlanden) onderzocht als zoeklocatie voor windenergie. Inpasbaarheid ten opzichte van bijvoorbeeld bestaande bebouwing, landschaps- en natuurwaarden en (wereld)erfgoed vormen in ieder geval een belangrijk afwegingskader. De maatvoering van de windmolens kan worden gezien als een voorwaarde om de ruimtelijke kwaliteit beperkt aan te tasten.

We zetten daarom als gemeente in op kleine windturbines. We streven ook naar maximaal lokaal eigendom en naar het lokaal gebruiken van opgewekte energie. Uitgangspunt is ook dat in 2050 alternatieven op het gebied van duurzame energie (anders dan wind) beschikbaar zijn. Denk hierbij aan andere innovatieve energiebronnen, waarbij bijvoorbeeld gebruik wordt gemaakt van waterkracht, bodem, mestvergisting en/of buitenluchtwarmte. De gemeente wil in ieder geval inzetten op het stimuleren en faciliteren van initiatieven binnen bestaande beleidskaders.

Om onze ambities te halen, is ook verdere verduurzaming van het bestaande vastgoed nodig. Daarbij kijken we ook naar verduurzaming en circulaire economie bij eigen gemeentelijk vastgoed en inkoop. Op het gebied van woningbouw faciliteren en stimuleren we woningeigenaren en bedrijven om maatregelen op het gebied van verduurzaming te treffen.

Er lopen op dit gebied al vele initiatieven en samenwerkingen zoals met de Energie Coöperatie Molenlanden, Stichting Duurzaam Molenlanden en woningcorporaties die zich actief inzetten voor verduurzaming van vastgoed. Waar het gaat om laadinfrastructuur willen we stimuleren dat er optimaal gebruik kan worden gemaakt van eigen laadfaciliteiten aan huis, zodat eigen zonnepanelen zo effectief mogelijk worden benut.

Bij bedrijvigheid stimuleren we eigen energieopwekking en -uitwisseling op bedrijventerreinen en de mogelijkheden om de eigen opwek ook binnen het terrein te gebruiken. Ook bieden we hiervoor ruimte aan agrariërs. We zoeken naar de mogelijkheden die passen in de regels die voor de gehele gemeente gelden.

De ontwikkelingen op het gebied van energie hebben gevolgen voor het elektriciteitsnet. Om netcongestie (de druk op het elektriciteitsnet wanneer de vraag groter is dan de transportcapaciteit van het net) te reduceren en voorkomen, willen we het net waar mogelijk ontlasten. We onderzoeken daarom de mogelijkheden om te komen tot slimme energienetwerken (smart energy grid) en energyhubs die het lokaal/regionaal opwekken, opslaan en gebruiken van energie stimuleren en faciliteren en daarmee minder vragen van de netcapaciteit.

3.7 Ambitie 6: Een veilig en duurzaam bereikbare gemeente

De ambitie op het gebied van een verkeersveilige en duurzaam bereikbare gemeente hangt samen met de Mobiliteitsvisie die parallel aan de omgevingsvisie is opgesteld.

We willen MolenlandenAmbtsgebied Molenlanden goed bereikbaar houden voor onze inwoners, ondernemers en toeristen. In het zuiden van de gemeente Molenlanden ligt de rijksweg A15 en langs de oostrand ligt de rijksweg A27. De MerwedeLingelijn die aan de zuidrand langs en deels door Molenlanden loopt, vormt een ov-verbinding via het spoor. De provinciale wegen die de gemeente doorkruisen en aangesloten zijn op de rijkswegen, met name N214 en N216, bepalen de bereikbaarheid binnen Molenlanden. De kernen zijn onderling verbonden via lokale wegen die in beheer zijn van het waterschap. Het verkeer wordt geleid via wegen die hiervoor geschikt zijn. De functie van de weg volgt hierbij op de beschikbare ruimte, de mate van medegebruik door langzaam verkeer en aanliggende bestemmingen.

Het fijnmazige netwerk van wegen en linten wordt door diverse doelgroepen gebruikt (vrachtverkeer, agrarisch verkeer, autoverkeer en recreatief verkeer, schoolgaande en recreatieve fietsers, wandelaars). Een zichtbare trend de afgelopen jaren is het groeiende verkeersaanbod, mede door de aantrekkende economie. Deze trend zorgt voor meer druk op de verkeerscapaciteit van de wegen, op verkeersveiligheid en op de leefbaarheid van de verschillende kernen.



We willen veiligheid en leefbaarheid in onze kernen en op de wegen. De kwaliteit van de leefomgeving wordt mede bepaald door (fysieke) veiligheid. Bij de inrichting van de ruimte is rekening te houden met bescherming van inwoners door ongevallen of incidenten van niet-menselijke oorsprong (zoals brand en overstroming). Dit is mogelijk door risico’s in beeld te hebben en deze waar mogelijk te voorkomen of te beperken. Bijvoorbeeld door afstanden aan te houden, te zorgen voor een goede ontsluiting en/of door een goede bereikbaarheid van hulpdiensten mogelijk te maken.

De kernen zijn een verblijfsgebied waar het prettig wonen is. De auto is te gast in deze leefomgeving. Veilig kunnen lopen en fietsen is een voorwaarde. We streven een inrichting na volgens het STOMP-principe, met prioriteit voor stappen (lopen) en trappen (fietsen). De gemeente streeft een wegbeeld na dat uitnodigt tot een gewenste rijsnelheid.

We willen dit bereiken door mobiliteit mede sturend te laten zijn bij ruimtelijke keuzes. Bij de afweging van ruimtelijke ontwikkelingen (locatiekeuze en de ruimtelijke inrichting), onderzoeken we vroegtijdig wat de gevolgen zijn op het gebied van ‘mobiliteit/ bereikbaarheid’. Uitbreidingen voor wonen en werken vinden in eerste instantie plaats op goed bereikbare locaties, die niet ontsloten zijn via (andere) woonkernen. Wanneer onderzoek uitwijst dat de ontwikkeling leidt tot nadelige gevolgen, onderzoeken we eerst welke mogelijkheden er zijn om de ontwikkeling of de locatiekeuze van de ontwikkeling aan te passen aan de wegcapaciteit. Als dit niet mogelijk is, gaan we pas over op de uitbreiding van de capaciteit.

We streven naar een veilige en duurzame verplaatsing van inwoners naar activiteiten, werk en school. Vooral op de smalle lintwegen door de kernen is met de toenemende verkeersstromen verbetering noodzakelijk van de leefbaarheid en verkeersveiligheid.



Ontlasting van het verkeersnet is mogelijk door meer gebruik te maken van het openbaar vervoer en andere vormen van vervoer. Openbaar vervoer is een uitdaging in een landelijke gemeente. Het landelijk gebied is vaak minder goed ontsloten met het openbaar vervoer dan grote steden. We willen voldoende en aantrekkelijk openbaar vervoer borgen en ook inwoners meer verleiden tot deelmobiliteit. Dat doen we door meer vormen van openbaar vervoer ‘op maat’ te faciliteren. Door de kernen goed te verbinden met de OV-assen en knopen. Hiervoor zetten we in op deelmobiliteit, fietsvoorzieningen en kleinschalige OV- initiatieven. Daarbij kijken we ook naar de betaalbaarheid van vervoer, wat zeker in een uitgestrekte gemeente als Molenlanden een aandachtspunt is.

Nog een trend op het gebied van mobiliteit is de verduurzaming van mobiliteit met meer elektrisch vervoer. Dit heeft gevolgen voor de inrichting van openbare ruimte. Denk hierbij aan oplaadpunten, ruimte voor deelmobiliteit en een andere inrichting van fietspaden.

Bereikbaarheid over het water voor veerpont en beroepsvaart willen we behouden. We willen verder het vervoer via het water vaker inzetten om de bereikbaarheid van locaties in onze gemeente waar mogelijk te verbeteren, zoals het meer via water toegankelijk maken van Kinderdijk.

3.8 De ambities in samenhang met elkaar

3.8.1 Zes ambities

De zes ambities zijn op meerdere vlakken onderling met elkaar verbonden. Afhankelijk van hoe invulling wordt gegeven aan de uitwerking van de ambities kunnen ze elkaar versterken, maar staan ze soms ook op gespannen voet met elkaar. Hieronder is beschreven waar we tussen de verschillende ambities de grootste kansen zien. Daarbij merken we op dat er ook nu al ontwikkelingen zijn die ervoor zorgen dat we deze kansen aangrijpen. Ook geven we aan waar het samengaan van ambities consequenties heeft waardoor keuzes moeten worden gemaakt.

3.8.2 Kansen
  • a.

    Transitie landelijk gebiedAmbtsgebied Molenlanden biedt kansen om de agrarische economie te combineren met verduurzaming en klimaatadaptatie

    De agrarische economie is aan verandering onderhevig. Deze verandering biedt kansen voor opgaven in landelijk gebied als het gaat om verduurzaming en klimaat. We denken hierbij aan bijdragen aan groen-blauwe dooradering, biodiversiteit, landschap, opwekking duurzame energie en warmtetransitie. Deze kans zijn we al aan het benutten, waarbij we samen optrekken met onze boeren. Daarbij kijken we ook samen naar de mogelijke inzet en herbestemming van vrijkomend agrarische bebouwing.

  • b.

    Samenwerking tussen ondernemers kan bijdragen aan aanpak opgaven energietransitie, circulariteit en klimaatadaptatie en mobiliteit

    Er zijn diverse grotere opgaven waar we in Molenlanden voor staan. De bedrijven op onze bedrijventerreinen kunnen bijdragen aan de aanpak hiervan. Oplossingen liggen vaak op gebiedsniveau in plaats van op het niveau van een individueel bedrijf. Denk aan energie- en warmtetransitie, dosering van agrarisch verkeer op de wegen, het stimuleren van elektrisch vervoer, inzetten op circulair ondernemen en inpassing/ aansluiting bij ons landschappelijk karakter. Samenwerking met en tussen ondernemers is dan ook noodzakelijk om de kansen te verzilveren. Als gemeente stappen we hier naar voren om ontwikkelingen en samenwerking te stimuleren.

  • c.

    Onze groene landelijke omgeving draagt bij aan fysieke en mentale gezondheid van inwoners

    We zijn een groene landelijke gemeente. Deze kracht draagt bij aan bevordering van de fysieke en mentale gezondheid door de kansen die hier liggen voor ontspanning, beweging, natuurontwikkeling en groen-blauwe dooradering.

  • d.

    Onze kernkwaliteiten bieden mogelijkheden voor versterking van onze toeristische aantrekkingskracht en daarmee voor onze economie

    De bijzondere cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten in onze gemeente vormen een aantrekkingskracht. De doorontwikkeling van ons toeristisch en recreatief aanbod versterkt onze lokale economie en biedt kansen voor de agrarische economie.

3.8.3 Consequenties en noodzakelijke keuzes

Het bij elkaar brengen van onze ambities leidt ook tot afwegingen, consequenties en noodzakelijke keuzes. De belangrijkste keuzes maken we hieronder inzichtelijk. Hoe we afwegingen maken, lichten we toe in hoofdstuk 4.

  • a.

    We kunnen niet zonder meer traditioneel bouwen wanneer er sprake is van sterke bodemdaling

    Water en bodem sturend: dat houdt in dat het systeem van water en bodem(daling) leidend is voor ontwikkelingen. Sterke bodemdaling kan ervoor zorgen dat we op een aantal plaatsen niet zonder meer traditioneel kunnen bouwen. Daarmee komen we voor de keuze te staan: waar nog wel traditioneel bouwen, waar op een andere wijze en op welke specifieke plekken, in het uiterste geval, niet meer. Hierbij sluiten we op voorhand geen complete gebieden uit van woningbouw. Daarbij zullen we tot overeenstemming moeten komen met andere overheden die op het thema bodem en watersturend bevoegd gezag zijn. Het grondwaterpeil is relevant voor de mate van bodemdaling.

    Het waterschap is het bevoegd gezag over het peilbeheer en stuurt hierop. We zoeken afstemming met waterschap en agrariërs over waterpeilbeheer. Per gebied gaan we vervolgens op zoek naar mogelijkheden van (nieuwe) vormen van bouwen in combinatie met bodemdaling.

  • b.

    Opwek van duurzame energie in vorm van wind en zon kan op gespannen voet staan met het landschappelijk karakter

    Om de ambities te halen op het gebied van energietransitie is meer opwek van duurzame energie nodig. We realiseren dit conform de regionale afspraken voor de helft met zon op dak. Voor de andere helft moet dit met wind gebeuren. De realisatie van windturbines kan op gespannen voet staan met het open landschappelijke karakter dat Molenlanden kenmerkt.

    Dat vraagt om een zorgvuldige locatieafweging. Daarbij hanteren we als uitgangspunt dat in 2050 voldoende alternatieven op het gebied van duurzame energie (anders dan wind) beschikbaar zijn.

  • c.

    Klimaatmaatregelen als (grond) waterpeilbeheer en CO2-uitstoot hebben consequenties voor het agrarisch grondgebruik

    Klimaatmaatregelen als het beperken van veenoxidatie en vermindering van de uitstoot van CO2 kunnen op gespannen voet staan met agrarisch grondgebruik.

    Het waterschap is beheerder van het oppervlaktewaterpeil. Bij het opstellen van de peilbesluiten wordt gebruik gemaakt van de GGOR-methode (Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regime). In de GGOR- methodiek wordt primair gekeken naar de gewenste ontwatering en/of het gewenste grondwaterregime, in plaats van naar de gewenste drooglegging. Met de agrariërs kijken we naar een goede balans tussen functie en waterpeil. De gestelde peilen uit het peilbesluit van het waterschap nemen we daarbij in acht. Juist ook voor de landbouw geldt dat de ondergrond, als dit goed is afgestemd en tijdig ingebracht, substantieel kan bijdragen aan het oplossen van de huidige problematiek en uitdagingen zoals bodemgebruik, bodemvruchtbaarheid, bodembelasting en waterberging. We zoeken ook hier continu naar afstemming met het waterschap en agrarische ondernemers. Daarbij kan een rendabele agrarische bedrijfsvoering in aangepaste vorm aan de orde zijn en kan ook worden gezocht naar nieuwe verdienmodellen. We ondersteunen de agrarische sector bij het verder beperken van de uitstoot van CO2, door bijvoorbeeld mestvergisting en de aanleg van waterinfiltratiesystemen te stimuleren in samenwerking met provincie en waterschap.

  • d.

    Groei economie, woningbouw en toerisme zorgt voor meer druk op bereikbaarheid en leefbaarheid in onze gemeente

    We zien de behoefte aan meer ruimte voor bedrijvigheid en woningbouw groeien. Ook zien we ontwikkelingen in de sector toerisme en recreatie waardoor het aantal bezoekers in onze gemeente toeneemt. Deze ontwikkelingen vragen ruimte en een goed bereikbare gemeente, en leggen daar door toenemende verkeersbewegingen ook meer druk op. Inwoners krijgen mogelijk te maken met meer druk op het wegennet en de parkeercapaciteit. En er is een groter risico op milieuhinder (geluid, trillingen).

    Hierom betrekken we mobiliteit vroegtijdig bij ruimtelijke keuzes.

De ruimteclaim van deze ontwikkelingen kan op gespannen voet staan met een groene leefomgeving. Daarom is er extra aandacht nodig voor de leefbaarheid in de kernen. Dit leidt mogelijk tot een beperking van vracht- en agrarisch verkeer in de kernen. Ook moeten we een zorgvuldige afweging maken ten aanzien van de benodigde parkeercapaciteit. En we zetten in op andere vormen van vervoer. Op diverse wegen in het buitengebied is het 15-tons beleid van kracht om de verkeersveiligheid te vergroten.

3.9 Hoe nu verder?

Deze omgevingsvisieAmbtsgebied Molenlanden biedt het kader voor de inrichting van de fysieke leefomgeving in Molenlanden. We hebben aangegeven welke ambities we nastreven en welke afwegingen tussen ambities daarbij aan de orde zijn. Na vaststelling van deze omgevingsvisie wordt dit verder uitgewerkt in meer concrete (gebiedsgerichte) programma’s en in het omgevingsplan van de gemeente Molenlanden. In het hoofdstuk hierna geven we aan hoe we gaan werken met de omgevingsvisie. In de bijlage geven we een verdieping per thema.

Hoofdstuk 4 Werken met de omgevingsvisie

4.1 Het werken met de Omgevingswet

We willen bereiken dat ons beleid, in de geest van de Omgevingswet, meer in samenhang komt. We werken meer samen vanuit meerdere vakgebieden. Met de vaststelling van de omgevingsvisieAmbtsgebied Molenlanden maken we hiermee een start. Tegelijkertijd constateren we dat er een continue stroom van beleidsontwikkeling is op allerlei beleidsvelden. Dat verandert met de Omgevingswet niet. Vandaar dat het gehele stelsel van de Omgevingswet is gebaseerd op de zogenaamde beleidscyclus. Daarin wordt beleid vertaald naar uitvoering, waarna de uitvoering wordt geëvalueerd. We leren van de uitvoering en indien nodig wordt beleid vervolgens weer aangepast. De omgevingsvisie is de start van deze integrale beleidscyclus. De strategische ambities voor de fysieke leefomgeving zijn hierin in samenhang bepaald.

Er is al bestaand beleid van kracht. Dat is soms niet in onderlinge samenhang ontwikkeld en kent vaak een beleids- en uitvoeringscomponent. Daardoor kan het niet altijd 1-op-1 worden opgenomen in de omgevingsvisie. In de aanloop naar deze omgevingsvisie hebben we ons bestaande beleid bekeken en vastgesteld waar dat harmonisatie nodig had. Dat is medio 2023 besluitvormend aan de raad voorgelegd en in deze omgevingsvisie verwerkt, of meegenomen naar het verder uit te werken omgevingsplan. De gemeente heeft een transitiefase om tot 2032 te komen tot één gebiedsdekkend Omgevingsplan.

De omgevingsvisie (en de verdere uitwerking hiervan) bieden haakjes om het Omgevingsplan op te stellen. Het simpelweg intrekken van het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving zou betekenen dat er hiaten en leemtes ontstaan. Dat willen we voorkomen door het bestaande beleid zorgvuldig in te passen in de instrumenten van de Omgevingswet. Dat gebeurt de komende periode. De instrumenten omgevingsvisie, (gebiedsgerichte) programma’s (en uitwerkingen) en omgevingsplan vervangen uiteindelijk de (losse) beleidskaders.

Daarnaast is altijd nieuw beleid in ontwikkeling. In veel gevallen gaat het om strategische keuzes. Voorbeelden hiervan zijn mobiliteit, woningbouw, transitie landelijk gebied en energietransitie. In principe zorgen we ervoor dat deze beleidsontwikkeling in lijn is met de omgevingsvisie. Soms betekent dit een verrijking op de omgevingsvisie, maar het kan ook leiden tot aanpassing van de omgevingsvisie. Onderstaande figuur geeft weer hoe de huidige situatie zich verhoudt tot de instrumenten uit de Omgevingswet.

afbeelding binnen de regeling

De gemeente gaat aan de slag gaat met (gebiedsgerichte) programma’s. Hierin vertalen we de visie naar de specifieke gebieden. We denken daarbij aan het landelijk gebied, de kernen, bedrijventerreinen en Kinderdijk.

Waar nodig/mogelijk stelt de gemeente thematische programma’s op. Hierbij denken we aan thema’s als mobiliteit, circulariteit, warmte en versnelling woningbouw.





4.2 Sturingsfilosofie en samenwerking

In deze omgevingsvisieAmbtsgebied Molenlanden zijn verschillende ambities benoemd en is ingegaan op waar de ambities elkaar raken. De opgaven waar we voor staan, zorgen ervoor dat we keuzes moeten maken en soms prioriteiten moeten stellen. Elke keuze vraagt daarbij een eigen zorgvuldige afweging. Daarbij zullen we in elk geval voorkomen dat ontwikkelingen onomkeerbare gevolgen hebben voor het natuurlijk systeem van bodem en water en onze landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische kwaliteiten.

Ook staat daarbij de leefbaarheid van onze inwoners centraal en streven we ernaar dat nieuwe ontwikkelingen hier zo optimaal mogelijk aan bijdragen.

We vinden het in Molenlanden belangrijk dat iedereen zoveel mogelijk de ruimte krijgt voor initiatieven die bijdragen aan onze ambities en doelen. Daar hoort bij dat belanghebbende partijen al in een vroeg stadium worden betrokken bij het maken van plannen en het beoordelen van initiatieven (participatie). Het is aan de initiatiefnemers om dit op te pakken. We maken ruimte voor initiatieven door een open houding (‘ja, mits-benadering’). We gaan vroegtijdig in gesprek met onze inwoners en ondernemers en denken mee. Ook willen we in de toekomst sneller beslissingen nemen, integraal werken en nog transparanter zijn in onze projecten. De gemeente kan bij initiatieven verschillende rollen aannemen (initiërend, regisserend, kaderstellend, faciliterend, verbindend en stimulerend). Dit is afhankelijk van de opgave. De omgevingsvisie biedt kaders in het geval het omgevingsplan geen antwoord biedt op de vraag van een initiatief.

afbeelding binnen de regeling

De gemeente ziet voor zichzelf in ieder geval een proactieve rol weggelegd als het gaat om de thema's wonen, werken, duurzaamheid, mobiliteit, agrarische economie en sociaal domein.

4.3 Financiële uitvoerbaarheid

We willen actief aan de slag met de ambities in de omgevingsvisieAmbtsgebied Molenlanden. Via programma’s,de juridische vertaling in het omgevingsplan, het stimuleren van bewustwording engedrag (denk aan voorlichting, subsidies en educatie). Of met daadwerkelijke inzet enprojecten waarbij de gemeenteraad onder meer via de vaststelling van de begroting haarkaderstellende taak uitvoert. Ook nodigen we organisaties of particuliere initiatiefnemersuit om aan onze ambities mee te werken.

Investeringen en financiering

Voor de ambities en opgaven in deze omgevingsvisie zijn vaak investeringen nodig. Denkbijvoorbeeld aan klimaatadaptatie, energietransitie, onze woningbouwopgave, en hetvergroten van onze biodiversiteit. Investeren betekent soms ook keuzes maken omdat de middelen beperkt zijn. Voor nu sluiten we aan op bestaande budgetten, maar onze ambitieszorgen mogelijk ook voor extra kosten (en baten). De programma’s en projecten die nodigzijn om onze ambities uit de omgevingsvisie te realiseren, nemen we zoveel mogelijk meein de kadernota en begroting. Indien nodig leggen we afzonderlijke uitvoeringsplannen terbesluitvorming voor.We nodigen ook partners uit om samen onze ambities waar te maken en demaatschappelijke opgaven vorm te geven. Doordat onze samenwerkingspartners,medeoverheden of private partijen ook baat hebben bij deze projecten, zoeken we samennaar financiële ruimte, bijvoorbeeld door samen subsidiemogelijkheden te benutten. Wehouden de mogelijkheid open om bij particuliere initiatieven, los van de wettelijke kostenhiervoor, een bijdrage te vragen. Om onze doelen en ambities te behalen kunnen we alsgemeente verschillende rollen innemen. Van initiatiefnemer of regisseur tot een meerfaciliterende rol.

4.4 Onze gemeente binnen de regio en provincie

Veel opgaven waar we in onze gemeenteAmbtsgebied Molenlanden voor staan, kunnen we niet alleen oppakken.We werken samen met andere overheden. Denk aan het Rijk, de provincie Zuid-Holland,buurgemeenten en verschillende ketenpartners. De ketenpartners voor de omgevingsvisiezijn de provincie Zuid-Holland en Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid, WaterschapRivierenland, de Dienst Gezondheid en Jeugd en de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid.We opereren steeds meer als één overheid. Steeds meer vraagstukken vragen namelijk ombovenlokale samenwerking. Dat betekent ook dat soms andere overheden of instantieshet bevoegd gezag zijn. Bijvoorbeeld het waterschap over peilbeheer en wegen buiten dekernen. Daarin is de gemeente niet besluitvormend, maar we gaan wel het gesprek aan.

Daarbij wordt de traditionele notie van ‘de regio’ vervangen door een meer flexibelebenadering. Als gemeente binden we ons niet aan één specifieke regio, maar werkenwe samen met meerdere partners in verschillende regio’s, samenwerkingsverbandenen platformen waarin afspraken worden gemaakt die gevolgen kunnen hebben voorruimtelijke keuzes in onze gemeente. De samenwerking wordt opgezet vanuit thema’sen opgaven. Afhankelijk van de context van de opgaven kiest de gemeente passendesamenwerkingsverbanden en samenwerkingspartners. Daarbij merken we op dat degemeente niet altijd de regierol heeft, maar ook een faciliterende of stimulerende rol kanaannemen.K

Kosten

Bij een faciliterende rol zijn we wettelijk verplicht om kosten die we als gemeente makente verhalen op de initiatiefnemer. Dit is het geval als er kostenverhaal-plichtige activiteitenzijn. We leggen afspraken hierover vast in een overeenkomst met de initiatiefnemer.Het is in andere gevallen ook mogelijk om dit te regelen via een exploitatiebijdrage in deanterieure overeenkomst, of via de regels van het omgevingsplan (nu nog exploitatieplan).

Gebiedsontwikkeling

Bij projecten en gebiedsontwikkelingenwordt bekeken hoewij als gemeente een financiële bijdragevoor onze ruimtelijke ontwikkelingen kunnen vragenvan partijen die baat hebben bij de ontwikkeling of voorziening.Het gaat om kosten voor ontwikkelingen of voorzieningen die de leefomgevingverbeteren. Een financiële bijdrage voor dergelijke ruimtelijke ontwikkelingen kan onderde Omgevingswet worden vastgelegd, zowel via een overeenkomst als via regels in hetomgevingsplan. Op deze wijze levert de initiatiefnemer bij sommige projecten een bijdrageaan bovenwijkse voorzieningen, bijvoorbeeld voor de aanleg van een rondweg of een park,waar ook het nieuwe project gebruik van maakt. Daarnaast sturen we op voldoende socialewoningbouw bij projectontwikkeling door initiatiefnemers. Als een project niet voorziet involdoende sociale woningbouw, dan vragen we een bijdrage aan een fonds.

Bijlage II Verdieping op thema's

1. Inleiding

In deze omgevingsvisie zijn de leidende ambities voor de toekomst opgenomen. Deze komen uit eerder vastgestelde beleidsdoelen die we per thema beschrijven. In deze bijlage vindt u per thema meer informatie. De thema’s staan niet op zichzelf, maar moeten in samenhang worden gelezen.

2. Aangenaam wonen

De gemeente Molenlanden bestaat uit 20 kernen waarvan 19 dorpen en 1 stad.

De kernen hebben allemaal hun eigen identiteit en karakter. Het maakt de gemeente een diverse en unieke gemeente. Dit zien we ook als een kracht. Een prettige woonomgeving heeft te maken met voldoende passende woningen, met toegankelijke voorzieningen die aansluiten bij de behoeften en met een aantrekkelijke leefomgeving.

Woningbouwopgave

We willen ook richting de toekomst onze inwoners voorzien van voldoende passende woningen. Er is behoefte aan meer woningen. Door de toename van het aantal inwoners, maar vooral door kleinere huishoudens die bestaan uit één of twee personen. Tot 2030 is er sprake van een woningbouwopgave van rond de 1.460 woningen. Na 2030 zijn nog meer woningen nodig.

Binnen de gemeente zijn locaties beschikbaar voor de bouw van woningen tot 2030. Traditioneel bouwen is echter niet zonder meer mogelijk in gebieden met sterke bodemdaling. We zorgen voor inbreiding en uitbreiding van onze kernen waar mogelijk en wenselijk. We streven naar een ruimer beleid voor woningsplitsing. Een zorgvuldige afweging is noodzakelijk van: aantal woningen, inpasbaarheid, woningtypologie, goede ontsluiting en behoud van (landschappelijke) kwaliteiten. We bouwen daar waar geen sprake is van milieubelasting. Een afweging is noodzakelijk op plekken waar dit risico aanwezig is, zoals bij drukke wegen of zware bedrijvigheid.

De raad heeft besloten om bij nieuwe woonwijken, inbreidingsplannen en particuliere initiatieven waarbij meerdere woningen komen, uitgangspunten te hanteren die bijdragen aan klimaatadaptatie en vergroting van de biodiversiteit. Dit geldt ook voor particuliere initiatieven waarbij meerdere woningen komen (zoals een hofje of herbestemming van een boerderij). Bij deze projecten zorgen we voor een invulling waarmee we waterschade voorkomen en we voorbereid zijn op weerextremen. Bij het bouwen houden we rekening met de bodemgesteldheid en we richten het openbaar gebied klimaatadaptief in. We zetten in op meer groen ter voorkoming van hittestress, het vergroten van de biodiversiteit en ter bevordering van de gezondheid.

Passende woningen

We signaleren veranderingen in de samenleving die impact hebben op de behoefte en hetsoort woningen. Er is sprake van eendubbele vergrijzing en behoefte aanwoningen voor kleinere huishoudens.We sturen erop dat in 2030 30% vande totale woningvoorraad bestaat uitcorporatie/ sociale huurwoningen. We werken samen met woning-corporatiesen marktpartijen aan het verkennen vaninnovatieve oplossingen voor woonvormen. We stimuleren doorstroming door afspraken te makenmet corporaties. We faciliteren kleinschalige (tijdelijke)woonvormen die kunnen bijdragen aan de beschikbaarheiden betaalbaarheid van woningen voor specifieke doelgroepen.

We streven ernaar dat inwoners langer zelfstandig kunnen blijven wonen, met zorg enwelzijn in de eigen woonomgeving. We nemen als gemeente daarbij een informerendeen faciliterende rol aan. We stimuleren het levensloopbestendig inrichten van woningenen omarmen initiatieven die hieraan bijdragen. Daarnaast stimuleren we samenwerkingtussen verschillende woon- en zorgpartners en moedigen inwoners aan om mee te denkenover wonen en zorg.

Jongeren willen we in het gebied houden door het aangenaam wonen op hun wensen afte stemmen. We maken ook afspraken met woningcorporaties en jeugdhulpaanbiedersom betaalbare huurwoningen beschikbaar te stellen aan jongeren die uitstromen uit dejeugdhulp. Denk daarbij aan jongerenappartementen of omklapwoningen om jongeren tehelpen bij het vinden van een stabiele en veilige woonplek.

Daarnaast sluiten we aan bij de specifieke woonbehoefte van bijzondere doelgroepen.We richten de kernen zodanig in dat iedereen er kan (blijven) wonen. We zetten in op hettoegankelijk houden van voorzieningen en ontmoetingsplekken. Voor mensen met eenbeperking of dementie stimuleren we extra maatregelen in onze dorpen en stad op hetgebied van veiligheid en comfort. We werken daarbij samen met woon/zorgpartijen. Voorde huisvesting van statushouders bieden we passende woningen, in samenwerking metde woningcorporaties. Ook kiezen we voor degelijke huisvesting voor arbeidsmigranten.Daarin werken we samen met de regio, werkgevers, uitzendbureaus en huisvesters.Ten slotte ligt er de concrete harde opgave om de komende jaren opvanglocaties voorvluchtelingen en asielzoekers te realiseren. Dit doen we kleinschalig zodat dit past bij onzekernen.

Verduurzaming

We bouwen en ontwikkelen klimaatadaptief. We houden bijvoorbeeld rekening metwaterberging en stimuleren duurzaam (circulair) materiaalgebruik. We zorgen voormeer schaduw en/of meer oppervlakte die geschikt is tegen warmte of juist verkoelendis. Koeling van gebouwen mag niet leiden tot opwarming van de directe omgeving. Bijnieuwbouw en renovatie van scholen en andere publieke gebouwen zorgen we voor eenadequate (en CO2-neutrale) koeling.

Aangenaam wonen gaat ook gepaard met verduurzaming van bestaand vastgoed.We willen het gebruik van fossiele brandstoffen verminderen. En overgaan vanaardgasverwarming naar verwarming met duurzame alternatieven stimuleren.Vanuit de energiebehoeftescan van ons woningbestand dragen we met energiehulp enverduurzamingsmaatregelen bij aan het verduurzamen van woningen. Hiermee sluiten we aan bij het Nationaal Isolatie Programma van het Rijk en bij de Lokale Aanpak Isolatie.

Voorzieningen

Voldoende toegankelijke voorzieningen en ontmoetingsmogelijkheden spelen eenbelangrijke rol bij aangenaam wonen en bij het tegengaan van eenzaamheid. We streven tenminste naar behoud van de bestaande voorzieningen in de kernen en waar mogelijk ontwikkeling van nieuwe voorzieningen zolang, conform een van de uitgangspunten inhet accomodatiebeleid, daar binnen de kernen draagvlak, draagkracht en eigenaarschap voor is. Zo blijven dorpen leefbaar en voorkomen we extra vervoersbewegingen. Hierbij moedigen wij samenwerking tussen de kernen aan. We hebben aandacht voor de bereikbaarheid van voorzieningen. Vooral in het buitengebied zijn mensen vaak afhankelijk van eigen vervoer. We zoeken naar mogelijkheden om de bereikbaarheid van voorzieningenop peil te houden of te verbeteren.

We verbeteren de fysieke toegankelijkheid van de buitenruimte en (semi-)openbaregebouwen. We dragen vanuit de Lokale Inclusie Agenda bij aan bewustwording bijondernemers (inclusief eigenaren van multifunctionele accommodaties, ontmoetingsruimtenen sportvoorzieningen) over de mogelijkheden om ervoor te zorgen dat mensenmet een beperking volwaardig mee kunnen doen. Die Inclusie Agenda is een verplichtingvoor de gemeente die voortkomt uit het VN-verdrag handicap. We stimuleren maatregelen om de kernen veiliger te maken, zodat mensen met een beperking of dementie er veiligen comfortabel kunnen wonen. Het onderwijs is (fysiek) toegankelijk voor alle kinderen in onze gemeente.

Kwaliteit woonomgeving

We kiezen voor behoud en uitbreiding van groen bij herinrichting en benaderen dit integraal met andere ruimteclaims, bijvoorbeeld door het realiseren van groene of waterpassende parkeermogelijkheden. Bij elke herinrichting spannen we ons in om groen te creëren. Dit wordt gedaan door anders te ontwerpen en waar mogelijk af te wijken van traditionele ontwerpprincipes. We zetten in op groen/blauwe dooradering in wijken doormiddel van aaneengesloten groenstroken in straten. We streven ernaar dat minimaal 20% van nieuwe openbare ruimte groen is ingericht. Bij inrichting wordt ook rekening gehoudenmet de biodiversiteit.

We zijn zeer terughoudend in het kappen van gemeentelijke bomen. Hiermee vervullen we een voorbeeldfunctie. Het duurzaam in stand houden en waar mogelijk uitbreiden vaneen vitaal boombestand is een belangrijk uitgangspunt binnen boombeheer. Wanneer het onverhoopt toch noodzakelijk is om bomen te kappen, planten we nieuwe bomen terug.Voor groenelementen als gazons, heestervakken en bosplantsoenen willen we deze handhaven en waar mogelijk verder groen uitbreiden.

3. Ondergrond: water en bodem

Een natuurlijk water- en bodemsysteem als uitgangspunt

De waterrijke en lage ligging van onze gemeente brengt niet alleen prachtige landschappenmet zich mee. Er dreigen ook overstromingen door stijgende zeespiegels, vollopende rivieren en toenemende neerslag. De gevolgen van klimaatverandering zijn steeds meer merkbaar. We verwachten dat de gevolgen van klimaatverandering verder toenemen.

Het is daarom nodig dat wij ons gaan aanpassen aan de grenzen die het water en de bodem stellen. Niet andersom. En dat we de mogelijkheden van onze natuurlijke systemen optimaal benutten. We moeten de komende jaren ons natuurlijk water- en bodemsysteem als uitgangspunt nemen bij elke keuze en ontwikkeling waar we in onze gemeente voorstaan. Maatregelen die hierbij nodig zijn, leggen de komende jaren soms een claim op de ruimte in ons gebied. En hebben impact op het gebruik van de gronden en het karakter van het landschap. We zijn ons ervan bewust dat we ook voor pijnlijke keuzes komen te staan.Dit betekent dat we niet meer overal op de traditionele manier kunnen bouwen. Het is nodig om keuzes te maken.

En om klimaatbestendig in te richten, zodat we ook de generaties na ons een leefbare toekomst te bieden hebben. Daarbij hoort ook het opvangen, vasthouden en (vertraagd)afvoeren van regenwater naar watersystemen en aanleg van groen voor schaduwwerking. Hoe eerder we dit uitgangspunt meenemen in onze afwegingen en bijvoorbeeld inzetten op klimaatbestendig bouwen en bij bestaande bouw, hoe minder tijd, energie en geld het ons in de toekomst kost aan schades en andere gevolgen.

De ambitie voor de lokale adaptatiestrategie klimaat en bodemdaling luidt dan ook als volgt. Om in 2050 klimaatbestendig te zijn handelt de gemeentelijke organisatie gericht klimaatadaptief vanaf 2024.Ook zijn alle inwoners, ondernemers enorganisaties in Molenlanden zich bewustvan de risico’s van klimaatveranderingop de eigen leefomgeving. Actieve inwoners, ondernemers en organisaties in Molenlanden hebben toegang tot kennis eneen financiële bijdrage om klimaatadaptief te kunnen handelen. We streven er daarbij naar om het gebruiken de bescherming van de bodem met elkaar in balans te brengen.

Bodem

In Molenlanden wordt bodemdaling veroorzaakt door verschillende factoren. Het dalende waterpeil (mede door drinkwaterwinning) leidt tot het droogvallen van het bovenste veenpakket. Ook klimaatverandering, met langere aangesloten perioden van warmte en droogte, zorgt voor verdamping van het grondwater. Het droogvallen van het bovenste veenpakket veroorzaakt oxidatie. Hierdoor daalt de bodem en is er CO2-uitstoot. Deze emissie draagt bij aan het versterken van klimaatverandering. Ook de natuurlijke werking van veen als een spons speelt een rol bij de bodemdaling. De grond zakt in onder het gewicht. Deze zogenaamde zetting is vooral een uitdaging in bebouwde gebieden.

We zetten continu in op het voorkomen van verdere bodemdaling. Sterke bodemdaling kan ervoor zorgen dat we op een aantal plaatsen niet zonder meer traditioneel kunnen bouwen. Per gebied zoeken we naar (nieuwe) vormen van bouwen in combinatie met bodemdaling.

Samen met agrariërs kijken we naar een goede balans tussen functie en waterpeil. Daarbij houden we ons aan de gestelde peilen uit het peilbesluit van het waterschap. We blijven ruimte bieden aan passende gebruiksfuncties, zoals innovatie van agrarische activiteiten. Daarbij houden we rekening met de omgeving. Juist bij landbouw geldt dat de ondergrond flink kan bijdragen aan het oplossen van de huidige problematiek en uitdagingen zoals bodemgebruik, bodemvruchtbaarheid, bodembelasting en waterberging. Als landbouw met nieuwe ontwikkelingen goed aansluit bij de aanwezige kwaliteiten van de ondergrond, maken we het ruimtegebruik robuuster en toekomstbestendiger.

Tot slot nemen we bij het ontwerp van nieuwe (gebieds)ontwikkelingen maatregelen mee die schade door bodemdaling tegengaan.Daarbij geldt dat deze kosteneffectief zijn over de levensduur van zestig jaar.

Voldoende water

De regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden (waar Molenlanden deel van uitmaakt) is omsloten door rivieren. Het overgrote deel van ons gebied ligt onder Normaal Amsterdams Peil (NAP). In een droge zomer wordt in Kinderdijk water ingelaten vanuit de Lek. Daarmee wordt ons gebied van voldoende water voorzien. Vanuit de boezem stroomt water het landelijk gebied in om de streefpeilen zoveel als mogelijk te garanderen. Dit is lastiger voor de hoger gelegen stedelijke gebieden. Het water kan vanuit het landelijk gebied niet naar deze hoger gelegen peilvakken toestromen. We zetten in op voldoende kwalitatief zoet water en de beschikbaarheid hiervan voor in de toekomst. Hier houden we in de ruimtelijke inrichting rekening mee.

Waterveiligheid

In onze gemeente is er in andere jaargetijden sprake van risico op overstromingen vanuit de Lek, de Merwede, de Linge of de Noord. De kans hierop is 1:10.000 per jaar. De regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden is bij een dergelijke overstroming een zogenaamde badkuip. Er kan al snel een waterdiepte van circa drie tot vijf meter ontstaan. De rivierdijken moeten voor voldoende bescherming zorgen.Ook is er risico op een overstroming vanuit het regionale boezemsysteem. Een boezem vangt oppervlaktewater (vaarten, kanalen, meren) op of voert het af. Overtollig water van lagergelegen polders stroomt richting rivieren en zee. Boezemkades voorkomen dat bij hoog water het achtergelegen land overstroomt. De boezemkaden in West-Nederland bestaan vaak uit veenrestanten die zijn achtergebleven als dijk van een ringvaart of van een afvoerkanaal voor de droogmaking. Bij zowel te droog als te nat weer kunnen boezemkades verzwakken. Als er in een korte periode te veel water staat, kunnen de boezemkades bezwijken.

Maatregelen in het watersysteem dragen bij aan het voorkomen van overstromingen,waardoor minder (kade)versterkingen nodig zijn. Door de waterpeilen op de boezems beter beheersbaar te houden wordt verzwakking tegengegaan. Verder voert het waterschap tot 2050 het Hoogwaterbeschermingsprogramma uit. Doel van dit programma is om de rivierdijken te versterken op basis van de nieuwste normen. Het waterschap werkt ook aan de versterking van de regionale keringen van het boezemwatersysteem.

Om bij een eventuele overstroming de wederopbouw te versnellen moeten de essentiële elementen van vitale en kwetsbare infrastructuur droog blijven. Het gaat daarbij om vitale en kwetsbare functies als elektriciteit, telecom (publiek en hulpdiensten), drinkwater, afvalwater, rijkswegen en verzorgingshuizen. Ook de gemalen van het waterschap moeten droog blijven, want die zijn nodig om het water weer weg te pompen. We kunnen deze elementen drooghouden als we ze hoger plaatsen, waterdicht afsluiten, van een aparte ringdijk te voorzien of te verplaatsen naar een gebied dat niet overstroomt.

Wateroverlast

Extreme regenval zorgt ook voor wateroverlast. Dit risico is groter in de bebouwde gebieden. De Alblasserwaard is aan de zuidkant, bij de noordelijke Drechtsteden enGorinchem, intensief bebouwd. Hoosbuien kunnen daar leiden tot lokale problemen.De inrichting en de mate van verharding zijn hierin zeer bepalend. We streven er dan ook naar om zoveel mogelijk met zogenaamde open structuren (bijvoorbeeld op parkeerterreinen) te werken. Daarmee voorkomen we wateroverlast.

Als we waterberging realiseren, koppelen we dat aan andere opgaven. Dat kan bijvoorbeeld bij de aanleg van natuurvriendelijke oevers. Een mooi voorbeeld is een speelplein dat bij extreme neerslag ook dient alswaterberging.

Waterkwaliteit

Als we het hebben over waterkwaliteit gaat het vooral om de ecologischeen chemische waterkwaliteit. Een goede ecologische waterkwaliteit zorgt voor een goede leefomgeving voor planten en dieren. Bij een goede chemische waterkwaliteit bevat het water niet te veel afvalstoffen.De meeste plekken voldoen nu nog niet aan een goede ecologische waterkwaliteit. Ook het waterschap en de aanliggende eigenaren voeren onderhoud uit aan het water. Voor het plegen van goed onderhoud is ruimte nodig, evenals voor (tijdelijke) weiland- of baggerdepots om het (kosten)effectief te doen.

De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn over de kwaliteitvan het oppervlaktewater en grondwater. De KRW is ook in de Nederlandse Waterwet opgenomen. De wet bevat normen waaraan we moeten voldoen. Het waterschap is waterkwaliteitsbeheerder in de gemeente Molenlanden. De gemeente draagt bij aan de verbetering van de kwaliteitvan water in sloten, singels, vijvers en boezems. Daarvoor houdt de gemeente als eigenaar het water schoon, baggert sloten, verwijdert explosieve kroosgroei, voorkomt blauwalg en botulisme waar dat kan en legt natuurvriendelijke oevers aan. Ook streven we naar verbetering van de waterkwaliteit van de grachten in onze vestingstad Nieuwpoort.

Molenlanden kent een aantal grondwaterbeschermingsgebieden. Een grondwater- beschermingsgebied is de zone rondom een waterwingebied. Deze waterwingebieden zijn beschikbaar voor drinkwaterbedrijven. Deze worden gebruikt voor drinkwatervoorziening. Door toestroming van grondwater vanuit de Lek wordt dit grondwater continu aangevuld. Molenlanden heeft twee waterwingebieden: De Put in Nieuw- Lekkerland en De Steeg (oever- en diepe waterwinning) in Langerak. We willen ervoor zorgen dat de grondwaterkwaliteit wordt behouden en beschermd, zodat waterwinning in de waterwingebieden mogelijk blijft.

afbeelding binnen de regeling

Naast de grondwaterbeschermingsgebieden zijn er in de Omgevingsvisie van de provincieZuid-Holland ook locaties voor Aanvullende Strategische Voorraden (ASV’s) aangewezen.Dit zijn mogelijke plekken voor een drinkwatervoorziening. Het gaat daarbij om voorraden van grond- en oppervlaktewater die kunnen worden ingezet voor de drinkwaterproductie.In Molenlanden gaat dit om een gebied direct ten zuiden van de Lek tussen Streefkerk en Groot-Ammers, en een gebied oostelijk van Nieuwpoort. Deze gebieden liggen in het veen en zijn gevoelig voor bodemdaling en kunnen waterveiligheid aantasten. Molenlanden zet in op drinkwaterwinning met zo min mogelijk effect op bodemdaling en waterveiligheid. Hiervoor is altijd een zorgvuldige (belangen)afweging noodzakelijk. Hierover stemmen we af met het waterschap en de provincie.

Riolering

Via onze riolering voeren we afvalwater en neerslag af op een veilige en hygiënischemanier. Een aantal rioleringssystemen in de lintbebouwing van onze gemeente heeft de maximumcapaciteit (bijna) bereikt. Onze ruimtelijke ontwikkelingen zijn leidend voor de manier waarop we omgaan met riolering. Ruimtelijke ontwikkelingen blijven dus mogelijk in de lintbebouwingen waar mechanische riolering ligt. Op die plekken vindt herhaaldelijk onderzoek plaats om te beoordelen welke aanpassingen nodig zijn. In de kernen van Schelluinen en Groot-Ammers staat een rioolwaterzuivering, in de toekomst vinden hier mogelijk nog uitbreidingen plaats.

4. Landschap, natuur en biodiversiteit

De aantrekkelijkheid van onze gemeente wordt mede bepaald door het karakteristieke, open en cultuurhistorische landschap. Na de ontginning van laagveenmoerassen in langerechte kavels is het zogenaamde slagenlandschap ontstaan. Deze langgerekte percelen grasland, gescheiden door sloten, zijn nog steeds zichtbaar in het landschap van Molenlanden.

afbeelding binnen de regeling

We koesteren het karakteristieke open slagenlandschap en zetten in op het behoud hiervan.Binnen de gemeente liggen verder enkele beschermde natuur-, weidevogel- en stiltegebieden. Er zijn drie Natura 2000-gebieden (deels) binnen de grenzen van de gemeente: Boezems Kinderdijk, Donkse Laagten en Lingegebied & Diefdijk-Zuid. Daarnaast ligt in het buitengebied een aantal grotere natuurgebieden en ecologische verbindingen die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Provincie Zuid-Holland is verantwoordelijk voor deze natuurverbindingen en ecologische verbindingen. Daarvan is een aantal in ontwikkeling.

afbeelding binnen de regeling

Bij keuzes die we maken houden we bewust rekening met de natuur. Negatieve effecten van ontwikkeling op natuur(gebieden) en bestaande ecologische gebieden dienen te worden voorkomen.We zetten ook in op natuurontwikkeling. Het doel is om een groen-blauwe ‘dooradering’te realiseren. Daardoor ontstaat meer verbinding tussen de verschillende natuurgebieden. We versterken de verbinding tussen kernen en landelijk gebied. Voor het op te stellen Inrichtingsconvenant streven we naar hardere beleidsafspraken over de omvang van de groen-blauwe dooradering in het landelijk gebied. In de kernen zetten we in op het verder vergroenen van de openbare ruimte. Indien aanvullend gronden nodig zijn, zoeken we met agrariërs naar mogelijkheden voor groen-blauwe ontwikkeling op agrarische gronden. De afname van biodiversiteit speelt een rol bij onze natuurontwikkeling. We zetten in op vergroting van biodiversiteit door bij herinrichting of omvorming van groen met inwoners goed te kijken naar meer variatie in plantensoorten. Samen met Stichting Duurzaam Molenlanden en onze dorpen en stad werken we aan het planten van meer bomen in de gemeente. Initiatieven bij agrarische bedrijven kunnen ook bijdragen aan het vergroten van biodiversiteit. Voor natuurontwikkeling zoeken we ook aansluiting bij andere functies als wandelpaden (‘ommetjes’), spelen en natuureducatie. In het beheer van de groenvoorzieningen zetten we, waar mogelijk, steeds meer in op ecologisch beheer.

5. Cultuur en erfgoed

Cultuur is wat ons verbindt. Het is van ons samen en het is wat Molenlanders maakt. We koesteren onze cultuur en onze samenleving waarin we elkaar ontmoeten, kennis delen en elkaar inspireren.

Erfgoed

In Molenlanden zijn nog veel elementen uit het verleden zichtbaar, zowel aardkundig als bouwkundig als op het gebied van water en groen.

Bijzondere Molenlandse landschappelijke elementen zijn onder andere: de donken, het slagenlandschap, kreekruggen en huisterpen, de molens, oude boerderijen en historischedorpslinten, de boezems en wielen, de tiendwegen, kaden en hennepakkertjes. Ook zijn er in de gemeente meerdere archeologische en cultuurhistorische waarden te vinden: Werelderfgoed Kinderdijk, de historische kernen en de vestingstad Nieuwpoort, de vestingwerken en inundatiegebieden van de Oude Hollandse Waterlinie. Molenlanden kent drie rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten: Noordeloos, Nieuwpoort en Kinderdijk-Elshout. Bezoekers van over de hele wereld komen naar Molenlanden om deze plekken te bezoeken.

We beschermen de archeologische en cultuurhistorische waarde en het landschap. Dit doen we door de kwaliteiten (monumenten, beschermde dorpskernen, archeologisch, cultuurhistorisch waardevolle en/of landschappelijke gebieden) te benoemen en vast te leggen. We voorkomen schade door kaders te stellen aan ontwikkelingen en eisen te stellen aan nieuwe ontwikkelingen. Zo houdt men rekening met onze cultuur, ons erfgoed en landschap. En zetten we ons in om naast de bescherming waar mogelijk bij te dragen aan het versterken van onze waardevolle plekken en gebieden. Een voorbeeld hiervan vormen de molenbiotopen. Een molenbiotoop is de omgeving van de molen voor zover die van invloed is op het goed functioneren van de molen als werktuig en als monument.

Molengebied Kinderdijk en SIMAV

In Kinderdijk komt UNESCO-werelderfgoed samen met watermanagement, bijzondere natuurgebieden en historische kernen. De gemeenten Molenlanden en Alblasserdam, Waterschap Rivierenland, provincie Zuid-Holland, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) en Stichting Werelderfgoed Kinderdijk (SWEK) willen ervoor zorgen dat het molengebied bij Kinderdijk hét icoon in de wereld wordt waar toerisme hand in hand gaat met leefbaarheid, authenticiteit en natuur. Daarnaast beheert Molenstichting SIMAV 22 molens (rijksmonumenten) in de gemeente Molenlanden. Met alle betrokkenen zoeken we samende balans tussen erfgoedbeheer, recreatie en toerisme, en leefbaarheid.

We willen voorkomen dat het toerisme de dorpen Kinderdijk en Nieuw-Lekkerland en ook Alblasserdam overwoekert met verkeer, commercie en plat vermaak. Het uitgangspunt is dat de kernen van en voor de eigen inwoners zijn. We geleiden en reguleren de bezoekersstromen waardoor we ze een hoogwaardigere beleving kunnen aanbieden, waarbij onze normen en waarden worden gerespecteerd. Hiermee kunnen we de basis leggen voor een nóg gastvrijer dagje uit voor kwaliteitstoeristen uit binnen- en buitenland.

Vesting Nieuwpoort

De vestingstad Nieuwpoort is één van de kleinste vestingsteden van Nederland. Gelegen aan de rivier de Lek, schuin tegenover de zilverstad Schoonhoven. De cultuurhistorie en het cultureel erfgoed zijn een belangrijk kenmerk van Nieuwpoort. Met onder andere de historische binnenstad met de vestingwallen, de oude kanonnen, een keermuur, het oude Stadshuis, de voormalige stadsherberg, het Arsenaal en verschillende monumenten, is de cultuur duidelijk zichtbaar.De elementen van het verleden van Nieuwpoort als vestingstad in de Oude Hollandse Waterlinie zijn duidelijk terug te zien. De kracht van Nieuwpoort zit in het kleinschalige karakter, de ligging aan de Lek en de relatie met het water. Onze ambitie is om het verhaal van Nieuwpoort nog beter te vertellen en om Nieuwpoort als toeristische en culturele trekpleister op de kaart te zetten. Tegelijkertijd leidt toeristische ontwikkeling mogelijk ook tot toenemende verkeersstromen en parkeerdruk. We streven ernaar dat ontwikkeling en leefbaarheid in kernen in balans blijven.

afbeelding binnen de regeling

Kunst en cultuur

Kunst en cultuur draagt bij aan het verbreden en verdiepen van de blik van mensen en vergroot de creativiteit en het innoverend vermogen. Het zorgt ook voor een prettige leefomgeving. Als we naar kunst en cultuur kijken dan is het ook van belang dat culturele voorzieningen voor iedereen toegankelijk en dichtbij zijn. Hierbij hebben we extra aandacht voor jongeren en cultuurparticipatie. We willen dat Molenlanden zowel voor eigen inwoners als voor mensen van buitenaf laagdrempelig en vindbaar is. Op die manier kan iedereen genieten van wat Molenlanden te bieden heeft.

6. Bedrijvigheid

Verduurzaming en circulaire economie

Bedrijven in onze gemeente dragen bij aan werkgelegenheid en aan onze brede welvaart.Tegelijkertijd heeft de bedrijvigheid mede een aandeel in de uitstoot van broeikasgassen en het verbruik van grondstoffen. Als Nederland willen we de economie verduurzamen om klimaatverandering tegen te gaan en de leefomgeving te verbeteren. Oplossingen voor verduurzaming zorgen ervoor dat we onze afhankelijkheid van fossiele energiebronnen afbouwen. Ook versterkt het onze concurrentiepositie. Het helpt daarbij dat er een toenemende vraag is van consumenten naar duurzame producten/diensten of bedrijven die op maatschappelijk verantwoorde wijze werken. Economie en verduurzaming kan dan ook goed samengaan.We zetten in op een circulaire economie met optimale toepassing van hergebruik en recycling. Als gemeente stimuleren we daarom circulair ondernemen en produceren. Daarnaast bevorderen we ook binnen de gemeentelijke organisatie circulair inkopen en aanbesteden bij vastgoed en grond-, weg- en waterbouwprojecten.

Korte ketens in de voedselproductie dragen ook bij aan de verduurzaming. Een korte voedselketen is een toeleveringsketen met een beperkt aantal marktdeelnemers. Zij zetten zich in voor samenwerking, lokale economische ontwikkeling en nauwe geografische en sociale betrekkingen tussen voedselproducenten, -verwerkers en consumenten. Zo zijn deze duurzame regionale voedselketens een middel om ecologische, sociale, economische en gezondheidsdoelen te realiseren. Het kan samengaan met het herstellen van de biodiversiteit, het verbinden van de boer met de consument, met gezond en lokaal eten beschikbaar maken voor mensen met een kleine portemonnee en een eerlijk inkomen voor de boer. Daarom ondersteunen we plannen van agrariërs die bijdragen aan kringlooplandbouw met lokale voedselketens, natuurinclusieve landbouw, biologisch ondernemen en korte ketens.

Op het vlak van energieopwekking bieden we ruimte aan boeren en ondernemers, mits passend in de regels die voor de gehele gemeente gelden. We stimuleren en ondersteunen bewoners en bedrijven bij het besparen van energie, het opwekken van energie en bij de omschakeling van fossiele brandstoffen naar elektriciteit en andere vormen van fossielvrije energie. We onderzoeken de mogelijkheden om te komen tot slimme energienetwerken en energiehubs. En we stimuleren zon op dak en het plaatsen van kleine windturbines bij agrarische bedrijven in het buitengebied en op bedrijventerreinen. Hier ligt ook een relatie met netcongestie. We hebben een proactieve houding naar initiatieven die bijdragen aan het voorkomen of minimaliseren van netcongestie of juist nieuwe kansen zien en benutten.

Bedrijventerreinen en solitaire bedrijvigheid

De economie van Molenlanden is veelzijdig: van (maritieme) maakindustrie en logistiek tot innovatievelokale bedrijven en bedrijven in de vrijetijdssector. Daarnaast is er ook een sterke agrarische sector die bepalend is voor het landschap. Bedrijvigheid komt op allerlei plekken voor: bedrijven op bestaande bedrijventerreinen, solitaire bedrijven in het buitengebied, bedrijven (aan huis) in de kernen, bedrijven in de linten en winkelgebieden. Naast diversiteit en de hoge arbeidsparticipatie zijn er ook onderling sterke ketens, vaak lokaal of regionaal georiënteerd. Hier ligt de kracht van de Molenlandse economie.

De bedrijven en ondernemers in onze gemeente zijn essentieel voor werkgelegenheiden voor de brede welvaart. Onze lokale economie draagt bij aan een fijn woon- enwerkklimaat. We hechten waarde aan onze bedrijven en zien graag onze economie blijvend floreren. Samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties zetten we ons in voor het behouden en versterken van het vestigingsklimaat. Ons doel is dat het aantrekkelijk blijft voor bedrijven om in Molenlanden te blijven en voor nieuwe bedrijven die zich hier willen ontwikkelen.

We streven ernaar om passende bedrijvigheid in onze gemeente te behouden en te versterken; passend bij de schaal van Molenlanden, ons landschap, de capaciteit van onze infrastructuur en een goed woon- en leefklimaat. We koesteren onze bestaande ondernemers en zetten in op efficiënt ruimtegebruik op bedrijventerreinen.

De gemeente Molenlanden telt 19 bedrijventerreinen met een totaal uitgegeven voorraad van ruim 185 ha. De terreinen liggen verspreid over verschillende kernen. De grootste volumes zijn op de bedrijventerreinen Gelkenes, Kinderdijk, Lekdijk (Nieuw-Lekkerland), Arkel en Schelluinen-West. Daarnaast zijn bedrijven gevestigd op solitaire locaties in linten, kernen en in het buitengebied.

Onze bedrijventerreinen huisvesten relatief veel industriële bedrijvigheid, logistiek en groothandel. Een deel van die bedrijvigheid is vaker dan ergens anders watergebonden.Ook is onze bedrijvigheid met personeel, toeleveranciers en afnemers sterk verbonden met de Molenlandse gemeenschap. Ongeveer 36% van de totale gemeentelijke werkgelegenheid bevindt zich op de bedrijventerreinen. Dat is boven het landelijkgemiddelde van 33%.

We verwachten dat de gemeente tot 2040 te maken heeft met een uitbreidingsvraag van 18 tot 30 hectare bedrijventerreinen. Terwijl er nog nauwelijks uitgeefbaar terrein beschikbaar is. Als gemeente zetten we daarom in op het optimaliseren van ruimtegebruik op bestaande terreinen. De ruimte die vrijkomt door het optimaliseren van bestaande terreinen zal niet voldoende zijn voor de vraag vanuit de ondernemers. Uitbreiding van onze bedrijventerreinen blijft noodzakelijk. Dit moet passend zijn bij het economisch en ruimtelijk karakter van Molenlanden en de gevarieerde bedrijvigheid in onze gemeente. We streven naar bedrijventerreinen die bijdragen aan vitale kernen. Om bereikbaarheid van bedrijvigheid in de toekomst te kunnen blijven garanderen, kiest de gemeente ervoor om nieuwe bedrijvigheid zoveel mogelijk te laten ontsluiten via de hoofdwegenstructuur.

We werken ook aan verdere kwaliteitsverbetering op de terreinen, zodat de terreinen aantrekkelijker en meer toekomstbestendig (waaronder duurzaam) zijn ingericht. Dit vraagt om een nauwe samenwerking met en tussen ondernemers op de terreinen. Samen met bedrijven gaan we voor innovatie, modernisering en verduurzaming. We zetten dan ook in op versterking van de samenwerking en de organisatiegraad om toekomstbestendige bedrijventerreinen te realiseren.

Groei en verduurzaming van onze economie zorgt voor een groeiende vraag naar elektriciteit. Om aan deze vraag te kunnen voldoen, is uitbreiding van het elektriciteitsnet noodzakelijk. We moeten op zoek naar mogelijkheden om de bestaande netcapaciteit beter te benutten. Initiatieven die hieraan bijdragen willen we stimuleren en faciliteren.

We kennen een aantal bedrijven dat al decennia lang solitair gevestigd is buiten de kernen en bedrijventerreinen. Veel van deze bedrijven zijn geïntegreerd én geaccepteerd in de omgeving. Bedrijven ondersteunen vaak lokale verenigingen en activiteiten. En deze bedrijven zijn van belang voor diversiteit en werkgelegenheid nabij. We willen om deze reden dan ook initiatieven van solitaire bedrijven en locaties zorgvuldig afwegen en inpassen in de omgeving. Soms kan verplaatsing nieuwe kansen bieden voor zowel het bedrijf als de plek. Daarbij zal aandacht moeten zijn voor (het ontbreken van) riolering en afvalwater en bereikbaarheid en verkeersveiligheid.

Agrarische economie

We zijn trots op het agrarische karakter van Molenlanden. De agrifoodsector is een beeldbepalende sector in de gemeente. Deze sector zorgt voor werkgelegenheid, verdienvermogen, voedselvoorziening, beheert landschap en natuur en draagt zo bij aan de leefbaarheid van het platteland. Het is bijzonder dat agrarische bedrijven in Molenlanden een relatief hoog opvolgingspercentage kennen van 44% (2020).

De diverse opgaven waar Nederland voor staat zijn bepalend voor de toekomst van de agrarische sector in het algemeen. Opgaven die ook onze boeren raken. Hierbij gaat het om de opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, waterbeheer, biodiversiteit, bodemdaling, stikstofproblematiek, voedselzekerheid en voedselveiligheid. Samen met de boeren werken we aan een toekomstbestendige landbouwsector.

Boeren hebben een duidelijk toekomstperspectief nodig om hun koers tebepalen. Wij vinden het belangrijk om hier een faciliterende rol in te nemen. Want de agrarische sector vormt een belangrijk onderdeel van ons karakter en onze identiteit. We blijven een proactieve rol pakken bij de ontwikkelingen in het landelijk gebied. We overleggen regelmatig met de provincie over de aanpak van de opgaven (zoals afgelopen periode is gedaan in het kader van het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied (ZH-PLG). Daarbij is de insteek om zoveel mogelijk de agrarische sector te behouden en te ondersteunen in Molenlanden.

We zetten in op een gevarieerd buitengebied met de nodige landschaps- en natuurwaarden. Agrariërs vervullen een belangrijke rol als beheerders van het landschap, bijvoorbeeld door inzet van agrarisch natuurbeheer. We zien dat de landbouw voortdurend zoekt naar een duurzame balans tussen bedrijfsvoering en draagkracht van de bodem en water. Daar horen ook passende verdienmodellen bij, en daarbij hoort soms een verbreding van activiteiten. Zo is landbouw verbonden aan landschaps- en natuurontwikkeling, waterbeheer en energieopwekking.

We ondersteunen plannen van agrariërs die bijdragen aan kringlooplandbouw met lokale voedselketens, natuurinclusieve landbouw en biologisch ondernemen. En innovatieve initiatieven die bijdragen aan een duurzame en toekomstbestendige agrarische sector. Ook stimuleren we innovaties die als haalbaar en effectief worden gezien voor de vermindering van bodemdaling. En we moedigen de toepassing aan van beschikbare technieken en innovaties om de stikstofbelasting vanuit agrarische bedrijven te minimaliseren.

We vinden een goede omgevingskwaliteit die bijdraagt aan een vitaal buitengebied belangrijk. We stimuleren goed aanwenden of doelgericht slopen van overtollige gebouwen, sanering van asbestdaken en een goede landschappelijke inpassing in het agrarische buitengebied. Het aspect geur is belangrijk voor een goede omgevingskwaliteit. Dit uitgangspunt raaktde agrarische economie. De raad heeft besloten welke lokale regels gelden, binnen de landelijk geldende regels. Daarbij is voldoende afstand ten opzichte van geurgevoelige objecten (waaronder buitenschoolse opvang, kantoren en werkruimtes) belangrijk. Voormalige bedrijfswoningen kunnen meer geurhinder ervaren dan een gewone woning. Molenlanden hanteert minimale afstanden, op grond van de Geurverordening Molenlanden, tussen een vergunningsplichtige veehouderij met landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactoren (waaronder maneges) een geurgevoelig object.

In ons gebied komen enkele intensieve veehouderijen voor. We willen aanpassingen aan de bestaande inrichtingen en gebouwen mogelijk maken. Nieuwvestiging van intensieve veehouderijen is niet mogelijk. Aanpassingen aan bestaande intensieve veehouderijen is in het kader van verduurzaming en het dierenwelzijn wel mogelijk. Agrarische ondernemers willen we verder ondersteunen door ruimte te bieden aan nevenactiviteiten op het bedrijf.

We verwachten ook dat er ondernemers zijn die stoppen. We nemen als gemeente een ondersteunende rol aan bij het begeleiden van initiatieven rondom vrijkomende agrarische bedrijfslocaties (VAB). We staan daarbij open voor vernieuwende ideeën die bijdragen aan verschillende opgaven die vragen om een veranderende inzet van het buitengebied. Het versnellen van gewenste ontwikkelingen op dergelijke locaties willen we ondersteunen.

Recreatie en toerisme

Werelderfgoed Kinderdijk, de Avonturenboerderij en Familie Resort Molenwaard trekken veel toeristische bezoekers naar onze gemeente. Naast deze grote trekpleisters zijn diverse andere ondernemers, organisaties en verenigingen actief op het gebied van recreatie en toerisme. Deze activiteiten zijn vaak kleinschaliger van aard. Toeristen en recreanten waarderen het weidse en open landschap en ontdekken het gebied al fietsend, wandelend of varend. Vestingstad Nieuwpoort als onderdeel van de Oude Hollandse Waterlinie en de cultuurhistorische linten zijn prettige locaties om aan te landen. Ook recreatiegebieden als de Slingelandse Plassen dragen bij aan het toeristisch, recreatief aanbod. Daarnaast vinden er op verschillende schaal evenementen plaats, zoals de Fokveedag.

De sector recreatie en toerisme groeit wereldwijd, landelijk en ook in onze gemeente.Steeds meer bezoekers uit binnen- en buitenland zijn op zoek naar nieuwe plekken om te ontdekken en ondernemers en organisaties spelen hierop in. Belangrijke ontwikkelingen hierbij zijn verduurzaming en het onderscheidend vermogen van een bedrijf. Ondernemers zijn steeds vaker op zoek naar bijzondere concepten en vernieuwende ideeën om zich te onderscheiden van hun concurrenten. Een duidelijke trend is bijvoorbeeld de ontwikkeling van unieke verblijfsaccommodaties in combinatie met lokale activiteiten.

De groeiende vraag en de uitdagingen in andere sectoren zorgen ervoor dat recreatie en toerisme steeds vaker als nevenactiviteit wordt ingezet. In Molenlanden zien we bijvoorbeeld dat agrariërs vormen van agrotoerisme ontwikkelen zoals theetuinen, rustpunten, boerderijverkoop, B&B en campererven. Door de warmer wordende zomers en ligging bij bebouwd gebied wordt de vraag naar zwemwater en andere vormen van waterrecreatie steeds groter. Door het vele water in onze gemeente zijn er veel mogelijkheden voor het verder ontwikkelen van waterrecreatie.

We willen de kansen van de groeiende sector recreatie en toerisme benutten en inzetten op het versterken van de vrijetijdseconomie. Molenlanden positioneert zich de komende jaren als aantrekkelijke bestemming voor een meerdaags verblijf, als onderdeel van het Groene Hart en aan de hand van de eigen verhaallijnen: Molens & Water, Agro & Food, Nieuwpoort & de Oude Hollandse Waterlinie. Als gemeentelijke organisatie werken we daarbij nauw samen met de diverse ondernemers en organisaties in het werkveld.

Belangrijk uitgangspunt hierbij is: het toerisme is in balans en draagt bij aan het voorzieningenniveau en daarmee de leefbaarheid van onze gemeente.

Dagrecreatie

We stimuleren en ondersteunen initiatieven die bijdragen aan een meer compleet aanbodvan dagrecreatie. Het aanbod van (kleinschalige) horeca, waterrecreatie en cultuurtoerisme krijgen hierbij extra aandacht. We werken samen met de eigenaren en/of exploitanten van de Molenlandse recreatiegebieden zoals bijvoorbeeld de Slingelandse Plassen, het Kraaienbos en het Alblasserbos. Zo zorgen we voor toegankelijke en veilige plekken voor recreatie die aansluiten op het recreatief routenetwerk (fietsen, wandelen, varen).

Verblijfsrecreatie

Om de toeristische overnachtingsmogelijkheden in Molenlanden mee te laten groeien met de vraag naar verblijfsrecreatie ondersteunen en faciliteren wij nieuwe enuitbreidingsinitiatieven. We willen ruimte bieden aan met name lokale initiatieven met een creatief en uniek concept.

We zien mogelijkheden om cultureel erfgoed en vrijkomende agrarische bebouwing nieuw leven in te blazen met een verblijfsrecreatieve functie. Het doel is een veelzijdig en kwalitatief hoogwaardig aanbod van verblijfsrecreatie in Molenlanden zodat gasten de kernkwaliteiten en het DNA van Molenlanden optimaal beleven. Aandachtspunt hierbij is dat permante bewoning van recreatieve accommodaties niet is toegestaan.

Routenetwerk

We zetten in op uitbreiding van het routenetwerk voor fietsers en wandelaars, waarbij we aansluiten op het regionale netwerk. Daarbij bewaken we de leefbaarheid, de natuurwaarden en de waterkwaliteit. We investeren in de aantrekkelijkheid, de capaciteiten het comfort van recreatieve wandel- en fietsroutes en de groene verbindingen tussen buurten en kernen en koppelen deze aan onze robuuste groen-blauwe dooradering.

Nieuwpoort en Kinderdijk

We streven naar het behoud van het karakter van de kernen van Nieuwpoort en Kinderdijk waarbij de leefbaarheid van de kern voorop staat. Aandachtspunten hierbij zijn de toenemende verkeersstromen en de druk op de parkeercapaciteit. We stimuleren toeristisch verblijf bij de inwoner en verbeteren van de belevingswaarde zodat een samengesteld aanbod wordt gerealiseerd.

In balans met leefomgeving

De toenemende intensiteit van recreatieve en toeristische activiteiten kan leiden tot een groter aantal bezoekers, met als gevolg meer verkeer en meer druk op de parkeerruimte. Dit kan een gevoel geven van minder leefbaarheid in de kernen of de natuurlijke omgeving. Bij nieuwe initiatieven maken we daarom de afweging of de aard en schaal passend is op de betreffende locatie. Daarbij zoeken we naar kansen waarop recreatie en toerisme samen kunnen gaan met bijvoorbeeld landschapsversterking, natuurontwikkeling, biodiversiteit en duurzaamheid. Initiatieven mogen geen afbreuk doen aan het landschappelijk open karakter van onze gemeente en de algehele leefbaarheid voor onze inwoners mag door toeristische ontwikkelingen niet achteruitgaan. Toerisme en recreatie is dus in balans met de leefomgeving en draagt juist bij aan het voorzieningenniveau in onze gemeente.

7. Energie en warmte

Onze ambitie is om in 2050 als gemeente (nagenoeg) CO2-neutraal, aardgasvrij enklimaatbestendig te zijn.

Regionale Energiestrategie (RES)

De gemeente Molenlanden vormt samen met de gemeente Gorinchem één van de kleinere RES-regio’s van Nederland, de RES-regio Alblasserwaard. De Regionale Energiestrategie (RES) is een uitgebreid plan om de energie in onze regio te verduurzamen. Dit gaat over energiebesparing, zonne- en windenergie, de warmtevoorziening en over innovatieve technieken. Om de energietransitie in de regio Alblasserwaard succesvol uit te voeren willen we met verstand verduurzamen.

Energiebesparing

Energiebesparing is een belangrijke pijler voor het realiseren van de RES-doelstellingen.

Als regio hebben we als doel 20% energie te besparen in 2030 en om energieneutraal tezijn in 2050 ligt er ook een opgave voor de jaren na 2030.

Wettelijke regelingen voor energiebesparing bestaan nu alleen voor nieuwbouw en voor grondige renovatie. Aanvullende wetgeving is nodig voor bijvoorbeeld eisen aan verbouwingen, eisen over energie-efficiency bij verkoop en bijvoorbeeld aanscherping van het Bouwbesluit naar ENG (energieneutraal gebouw of zelfs NOM (nul op de meter). Vanuit de energiebehoeftescan van ons woningbestand en met ons aanbod van een Energiebesparingsabonnement voor verduurzaming van particuliere woningen, dragen we bij aan het verder verduurzamen van woningen. We stimuleren daarbij dat er natuurinclusief wordt gebouwd. Hiermee sluiten we aan bij het Nationaal Isolatie Programma van het Rijk en bij de Lokale Aanpak Isolatie. Met de Regeling Energiearmoede zorgen we voor ondersteuning aan huishoudens die te maken hebben met energiearmoede.

Voor bedrijven gelden diverse wettelijke besparingsnormen. Deze normen worden de komende jaren aangescherpt.

Extra aandacht is nodig voor de stimulering van het midden- en kleinbedrijf dat niet onder het Activiteitenbesluit valt. Tot nu toe ligt de focus hierbij vooral op voorlichting.

Duurzame energieopwekking

Voor de opwekking van duurzame elektriciteit is in het kader van de Regionale Energiestrategie voor de periode tot 2030 afgesproken dat windenergie (grote windturbines) voor 49% bijdraagt aan het totale bod voor opwekking van duurzame energie en 51% door grootschalig zon op-dak. Belangrijk uitgangspunt is dat zorgvuldig wordt omgegaan met de waarden en het landschappelijke karakter van de Alblasserwaard, zoals de natuur en cultuurhistorie. Bovendien willen we dat onze inwoners kunnen profiteren van de opbrengsten van de duurzame energieopwekking.

Voor zonne-energie ligt de prioriteit bij het opwekken van zonne-energie op daken in onze gemeente. Daarbij sluiten we aan bij ons reeds vastgestelde beleid voor zonnepanelen op monumenten en in de beschermde stads- en dorpsgezichten Nieuwpoort, Noordeloos en Kinderdijk. Voor het realiseren van andere zonne- energieopwekking richten we ons op slimme functiecombinaties in het landelijk gebied. Pas als daarna nog ruimte noodzakelijk is, verkennen we mogelijkheden voor zonnepanelen langs infrastructuur en in rest ruimten, op gronden zonder landbouw- of natuurfunctie. We maken ruim baan voor innovaties, ook omdat lokale ondernemers daar een belangrijke rol in kunnen spelen. Als gemeente willen we wel de doelstelling halen die tot 2030 is afgesproken in de regio.

In de looptijd van deze omgevingsvisie wordt locatie Gorinchem-Noord (deels gelegen op grondgebied van Molenlanden) onderzocht als zoeklocatie voor windenergie. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheden om met kleinschalige windturbines in het buitengebied en op de bedrijventerreinen een substantieel aandeel te leveren in de Molenlandse bijdrage van windenergie in onze regio.

Inpasbaarheid ten opzichte van bijvoorbeeld bestaande bebouwing, landschaps- en natuurwaarden en (wereld)erfgoed vormen in ieder geval een belangrijk afwegingskader. De maatvoering van de windmolens kan gezien worden als een voorwaarde om de ruimtelijke kwaliteit beperkt aan te tasten. In lijn met het Klimaatakkoord streven wij naar 50% lokaal eigendom van energieprojecten. De energieopgave wordt zoveel mogelijk eerlijk verdeeld tussen kernen en het buitengebied.

Daarbij streven we naar een balans tussen vraag en aanbod. We geven iedereen zo veel mogelijk kans om mee te doen met de energietransitie, zowel de mensen die het zelf kunnen betalen als de mensen die het minder breed hebben. We benutten zo veel mogelijk eigen bronnen en lokale initiatieven.

Warmtetransitie

Kenmerkend voor Molenlanden is het landelijke karakter met kernen en linten. Daardoor is er sprake is van een verspreide warmtevraag. Dit is bepalend voor de mogelijke toekomstige duurzame warmtebronnen die dienen als vervanging van aardgas. Er is een aantal potentiële warmtebronnen aanwezig in het gebied, maar niet elke locatie leent zich voor alle typen warmtevoorziening. Een goed voorbeeld is Bleskensgraaf, waar het dorpsinitiatief voornemens is om warmtepompen in (oudere) woningen te gaan combineren met groen gas uit mestvergisting. We streven naar aardgasvrij wonen in 2050 voor alle gebouw eigenaren. We doen dit samen met grote gebouw eigenaren, zoals woningbouwcorporaties. We faciliteren en ondersteunen initiatieven in de samenleving en werken samen aan een gedragen warmtetransitie. We stimuleren woningeigenaren en bedrijven om aardgas te besparen door bijvoorbeeld het warmteverlies te beperken, door elektrisch te verwarmen en te produceren of door restwarmte beschikbaar te stellen voor het verwarmen van naastgelegen bedrijven. Warmtenetten worden aangelegd, wanneer mogelijk, met voldoende afstand van (drink)waterleidingen of aantoonbaar is dat de opwarming van de ondergrond beperkt blijft.

In de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) die naar verwachting1 juli 2025 wordt aangenomen is opgenomen dat gemeenten worden verplicht om een warmteprogramma onder de Omgevingswet op te stellen, en deze elke vijf jaar te herzien.

Energienetwerken en netcapaciteit

De energietransitie leidt tot een hogere belasting van het elektriciteitsnet. Sinds oktober 2023 is in het oostelijke deel van de gemeente sprake van netcongestie voor de afname van elektriciteit voor grootverbruikers. Dit heeft effect op de verduurzamings-en groeiplannen van bedrijven en instellingen in dit deel van de gemeente. Om de netcongestie op te lossen worden de elektriciteitsnetten verzwaard. De landelijke en regionale netbeheerders verwachten tot 2032 nodig te hebben om alle knelpunten op te lossen. Dit gebeurt door de nieuwbouw van de transformatorstations van TenneT en Stedin nabij Arkel en Nieuwpoort, de uitbreiding en aanleg van nieuwe ondergrondse elektriciteitsverbindingen tussen onder andere Arkel en Dordrecht en Arkel en Nieuwpoort, en door het plaatsen van ruim tweehonderd transformatorhuisjes in woonwijken, op bedrijventerreinen en in het buitengebied.

Het is van belang om op lokaal niveau een zo optimaal mogelijke balans te zoeken tussen opwek, opslag, gebruik en eventuele innovatieve energietoepassingen. Zodat er zo min mogelijk nieuwe infrastructuur nodig is. We stimuleren initiatieven van ondernemers die bijdragen aan minder belasting van het elektriciteitsnet, bijvoorbeeld in vorm van slimme energienetwerken (smart energy grid) en energyhubs. We onderzoeken ook samen met de netbeheerder waar de beste locaties voor energieopwekking liggen en waar het elektriciteitsnetwerk als eerste moet worden uitgebreid. Als gemeente werken we samen met de netbeheerders bij de uitbreiding van de energie-infrastructuur om de gevolgen van netcongestie zoveel mogelijk te beperken en de energietransitie mogelijk te maken.Op dit moment is TenneT bezig met onderzoek naar een nieuw 380kV hoogspanningstracétussen Geertruidenberg - Krimpen aan den IJssel of Crayestein. Er zijn tien mogelijke routes in onderzoek op haalbaarheid, wat in 2025 moet leiden tot een voorkeurstracé. Als gemeente begrijpen we het nationaal belang van deze uitbreiding, maar we zijn ook van mening dat een eventueel tracé inpasbaar moet zijn in Molenlanden.

Waterstof

Ideeën over het vervoer van waterstof zijn nog in opkomst. Steeds meer activiteiten waarvoor fossiele brandstoffen werden gebruikt, kunnen door een nieuw waterstofnetwerk worden aangedreven door waterstof.

Hynetwork Services (100% dochteronderneming van Gasunie) is op dit moment bezig met de aanleg van een landelijk netwerk voor het transport van waterstof. Het huidige landelijke gasleidingnet is al voor een behoorlijk deel geschikt voor het transport van waterstof en kan dus ook worden gebruikt als waterstofnetwerk. Het netwerk verbindt de grote industriële regio’s in Nederland met elkaar. Dit werkt een relatief snelle opslag en transportatie van waterstof in de hand.

Het meet- en regelstation dat in onze gemeente is gelegen bij Wijngaarden is een crucialefactor in het netwerk. Door het ‘hergebruik’ van het huidige gasnetwerk kan dit Meet- en Regelstation haar belangrijke functie als landelijke energiehub behouden. In het kader van het omgevingsplan moet de juridische inpassing van het waterstofnetwerk zorgvuldig gebeuren. Om het netwerk zo veilig en verantwoord mogelijk in te passen.

8. Bereikbaarheid

Om zich te verplaatsen zijn velen in Molenlanden aangewezen op de auto. De fiets is ook een belangrijk vervoersmiddel binnen de gemeente. In het zuiden van de gemeente Molenlanden ligt de rijksweg A15, langs de oostrand ligt de rijksweg A27. De bereikbaarheid binnen Molenlanden wordt bepaald door verschillende provinciale wegen die de gemeente doorkruisen, met name de N214 en N216, die aansluiting vinden op de rijkswegen. De kernen zijn onderling verbonden via lokale wegen. Buiten de kernen zijn dit wegen van het waterschap, binnen de kernen zijn dit wegen van de gemeente.

De gemeente is verantwoordelijk voor het op orde houden van het lokale gemeentelijke wegennet, de verkeersveiligheid en de toegankelijkheid van de kernen. Het groeiende verkeersaanbod is de afgelopen jaren een zichtbare trend door de aantrekkende economie.

De druk op rijks-, provinciale- en lokale wegen neemt toe. Door werkzaamheden aan omliggende infrastructuur, bijvoorbeeld snelwegen, zoeken weggebruikers naar alternatieven. Dat merken we op wegen in Molenlanden.

Mobiliteit is mede sturend bij ruimtelijke keuzes

Bij de ontwikkeling van nieuwe woon- en werklocaties is het maken van keuzes nodig. Bereikbaarheid is een belangrijke factor. Uitbreidingen van wonen en werken vinden allereerst plaats op goed bereikbare locaties. Om deze reden maakt de gemeente nadrukkelijker de keuze het aspect mobiliteit vroegtijdig in de planvorming mee te nemen.

Specifiek betekent dit dat bij het kiezen van nieuwe ontwikkellocaties wordt onderzocht welke locaties al goed ontsloten zijn op het wegen- en openbaar vervoernetwerk en waar voldoende capaciteit is. Daarvoor hebben we een gedegen studie nodig naar de capaciteit van onze (lint)wegen. Wanneer gekozen wordt voor een locatie die minder goed scoort op deze twee aspecten, dienen de meerkosten voor de aanleg van de benodigde infrastructuur meegenomen te worden in de budgettering, zowel binnen als buiten de bebouwde kom.Op deze manier voorkomen we dat de ontwikkeling van nieuwe woon- en werklocaties leidt tot nieuwe problemen op het gebied van leefbaarheid en verkeersveiligheid.

Daarnaast hebben we de ambitie om de verkeersdruk in de kernen te verlagen, veilige verbindingen te hebben tussen kernen, aantrekkelijk openbaar vervoer te hebben en de mobiliteit in de gemeente te verduurzamen.

Het wegennet ontlasten

We willen onze gemeente bereikbaar houden en zetten in op veilige en duurzame verplaatsing binnen Molenlanden. Verkeersonveiligheid en verkeersoverlast voor onze inwoners willen we voorkomen. Om dit te bereiken willen we onder meer de druk op het wegennet ontlasten. Door het bestaande wegennet beter te gebruiken en optimaal in te richten, of door mensen te verleiden voor ander vervoer te kiezen. We willen inwoners meer vormen van openbaar vervoer ‘op maat’ bieden. We willen deelmobiliteit stimuleren en de toegankelijkheid van het openbaar vervoer verbeteren, door de kernengoed te verbinden met de OV-assen en knopen. Hiervoor zetten we in op deelmobiliteit, fietsvoorzieningen en kleinschalige OV-initiatieven.

Ook kunnen we vervoer via het water vaker inzetten om de bereikbaarheid te verbeteren zonder het wegennet verder te belasten. We hebben specifiek aandacht voor de betaalbaarheid van vervoer. Niet iedereen kan het betalen om zich te verplaatsen. Zeker ineen uitgestrekte gemeente als Molenlanden, is dit een aandachtspunt.

Leefbaarheid en verkeersveiligheidIn kernen en linten hebben we te maken met verschillende soorten verkeer. Verkeer kan overlast veroorzaken. De leefbaarheid in de kernen of in het buitengebied komt dan onder druk te staan. Voorbeelden zijn hinder door geluid of fijnstof (A15 en Betuwelijn), of doortrilling van zwaar verkeer in woningen. We realiseren ons dat het gebruik van de auto in een landelijke gemeente als Molenlanden voorlopig nog een grote rol zal spelen, maar we stimuleren autoverkeer zoveel mogelijk om de kernen van onze dorpen en stad te mijden of het rijgedrag aan te passen. Binnen de komgrenzen is de auto te gast en krijgen fietsers en voetgangers zoveel mogelijk de ruimte. We streven een inrichting na volgens het STOMP-principe met een wegbeeld dat uitnodigt tot een gewenste rijsnelheid. Dit draagt ook bij aan onze ambities op het gebied van klimaatadaptatie.

afbeelding binnen de regeling

De gemeenteraad heeft een aantal uitgangspunten vastgesteld om de leefbaarheid en verkeersveiligheid op de smalle lintwegen door de kernen te verbeteren. De uitgangspunten gaan in op het ontlasten van het net. Bijvoorbeeld door vaker gebruik van de fiets, deelmobiliteit, scherp te kijken naar ontsluiting van verschillende deelgebieden, het verminderen van het aandeel zwaar verkeer, het voorkomen van sluipverkeer en het inrichten van erftoegangswegen waar 30 km/u het maximum is.

We willen voldoende parkeerplaatsen behouden en realiseren. De geparkeerde auto legt echter een grote claim op de openbare ruimte. Ruimte die we ook hard nodig hebben voor klimaatadaptatie en gezondheid in de vorm van meer groen, bomen en waterberging.Voor de kernen waar (te) hoge parkeerdruk optreedt, onderzoeken we of extra centrale parkeervoorzieningen mogelijk zijn. Bij nieuwbouwwijken moet de parkeervraag opgelost worden als onderdeel van de ontwikkellocatie. Afhankelijk van het woningtype kunnen dit openbare parkeerplaatsen zijn of parkeren op eigen terrein. Omdat bewoners van Molenlanden voor hun verplaatsingen voor een belangrijk deel afhankelijk blijven van een auto en alternatieven beperkt zijn, hanteren we daarbij realistische parkeernormen die passen bij Molenlanden. Rondom trekpleisters zoals winkelcentra kan de gemeente kiezen voor parkeerregulering op kleine schaal door inzet van blauwe zones, zodat de leef- en verblijfskwaliteit kan worden vergroot.

Ook zijn er knelpunten op het gebied van verkeersveiligheid. De hoeveelheid verkeer, waaronder agrarisch verkeer, overschrijdt op plekken de capaciteit van smalle landelijke wegen. We willen met name de leefbaarheid en verkeersveiligheid op de smalle lintwegen en in de kernen behouden en verbeteren. Verkeer wordt geleid via wegen die hiervoor geschikt zijn. De functie van de weg volgt hierbij op de beschikbare ruimte, de mate van medegebruik door langzaam verkeer en aanliggende bestemmingen. Het afwaarderen van wegen (bijvoorbeeld komgrenzen verleggen) en duidelijke routekeuzes voor snel- en langzaam verkeer kunnen aan de orde zijn. We onderzoeken ook of kavelruil hierbij kan gaan helpen.

We blijven in regionaal verband in overleg met provincie en rijk over het functioneren van de N- en A-wegen, met het doel om sluipverkeer te minimaliseren.

Ook spelen zwaarder wordende voertuigen en bodemdaling een rol bij verkeersveiligheid. We blijven dit goed monitoren en stellen waar nodig aanvullende verkeersmaatregelen in (zoals 15-tons zones waardoor het vrachtverkeer specifieke routes moet rijden).

De verkeersveiligheid van fietsers en voetgangers is door meer druk op het wegennet een knelpunt. We zetten in op de verbetering van fietspaden en fietsparkeervoorzieningenen benutten we daarbij cofinanciering. Waar het kan en bijdraagt realiseren we fietssnelwegen.

Aantrekkelijk openbaar vervoer

Het aanbod van openbaar vervoer is de afgelopen jaren verder onder druk komen te staan. Openbaar vervoer is een uitdaging in een landelijke gemeente. Het landelijk gebied is vaak minder goed ontsloten met het openbaar vervoer dan grote steden. Een alternatief voor openbaar vervoer waarmee wordt geëxperimenteerd is deelmobiliteit.

Ook zijn er steeds meer vormen van openbaar vervoer ‘op maat’. Daarbij hebben we oog voor de betaalbaarheid van vervoer (mobiliteitsarmoede). We streven ernaar het openbaarvervoersnetwerk beter aan laten sluiten bij de behoefte binnen de gemeente. Binnen de gemeentegrenzen zetten we in op een aantal sterke OV-assen die onderling goed met elkaar verknoopt zijn. Met korte overstaptijden, directe verbindingen en toegankelijke en comfortabele haltevoorzieningen. Ook zetten we in op het realiseren van mobiliteitshubs waar verkeersbewegingen op vertrek-,overstap- of eindpunten samenkomen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het realiseren van carpoolplekken of het inzetten van deelfietsen bij OV-haltes op knooppunten.

Vervoer over water

Vervoer over water speelt een belangrijke rol in onze bereikbaarheid, bijvoorbeeld in de verbinding richting Schoonhoven, Bergambacht en Krimpen aan de Lek. We zien kansen om vervoer via water vaker in te zetten om zo de bereikbaarheid te verbeteren. Denk hierbij aan bezoekersstromen naar Kinderdijk via water, om de lokale wegen te ontlasten en parkeerdruk te verlichten.

Mobiliteit en duurzaamheid

De komende jaren staat langzaam verkeer steeds meer centraal bij de inrichting van de openbare ruimte. Vanuit het oogpunt van duurzaamheid, emissiearm, vitaliteit en gezondheid maken we ruimte voor de bewegende burger. De elektrische auto en fiets worden steeds vaker gebruikt. Dit kan vragen om een andere inrichting van de openbare ruimte. Er komt bijvoorbeeld meer vraag naar oplaadpunten. De opkomst van de elektrische fiets kan vragen om een andere inrichting van fietspaden. We leggen vaker de link tussen bereikbaarheid en gezondheid. Als gemeente faciliteren we het elektrisch rijden. Laadpalen voor elektrisch vervoer maken onderdeel uit van het straatbeeld. Hierbij kijken wij nauwgezet naar de omgeving en het gebruikersgemak.

Om de doelen te kunnen halen voor de energietransitie, heeft de raad eerder besloten dat bij uitbreiding en aanleg van nieuwe grote parkeerterreinen zonnedaken kunnen komen. Auto’s kunnen daaronder parkeren. Zonnedaken willen we waar mogelijk op zowel publiek als privaat terrein toepassen.

9. Samenleving

Gezonde inwoners

In de Omgevingswet wordt de koppeling tussen het fysieke domein en gezondheid gemaakt. In de fysieke leefomgeving kunnen we als gemeente de gezondheid van onze inwoners beschermen en bevorderen. We houden daarvoor rekening met (milieu)aspecten als schone lucht, bodem en water, voldoende schaduw (met name van bomen) tegen hittestress, het wegnemen van geluids- en geuroverlast en het voorkomen van gevaarlijke situaties. En we kunnen de leefomgeving vergroenen en inrichten om een gezonde leefstijl te bevorderen. Denk aan meer mogelijkheden voor bewegen, ontmoeten, sporten en spelen.

We streven ernaar om de bodem, lucht- en waterkwaliteit te verbeteren. In Molenlanden mag (nieuwe en bestaande) bedrijvigheid niet leiden tot overmatige overlast of negatieve milieubelasting. Bij nieuwe ontwikkelingen houden we rekening met geluid, externe veiligheid en lucht die voldoende leefkwaliteit in de betreffende omgeving garandeert. De raad heeft bewuste keuzes gemaakt wanneer wel en geen gebruik wordt gemaakt van de ruimte om landelijk geldende regels ten aanzien van geur aan te scherpen of te versoepelen. Verder stimuleren we onze ondernemers dan ook om bij herontwikkeling of uitbreiding te kiezen voor minder milieubelastende oplossingen.

PFAS is een verzamelnaam die wordt gebruikt voor een grote groep chemische stoffen die water-, vet-, stof- en vuilafstotend zijn. Stoffen die worden verwerkt in producten voor consumenten en industrie. PFAS-stoffen vormen een risico voor de gezondheid van mensen en voor het milieu. In onze gemeente komen PFOA en GenX(PFAS-stoffen) in meer of mindere mate voor in de grond, het grondwater en het oppervlaktewater. Dit mede als gevolg van uitstoot vanuit chemische bedrijven in Dordrecht.

PFAS zijn onderdeel van een grotere groep (potentieel) zeer zorgwekkendestoffen. Dit zijn stoffen die (mogelijk) gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Als gemeente dragen we bij aan een gezonde leefomgeving. We streven ernaar om uitstoot van PFAS en andere (potentieel) zeer zorgwekkende stoffen te voorkomen én/of te beëindigen (‘nul uit de pijp’). Als gemeente pleiten we ook voor een Europees en zo mogelijk mondiaal verbod op PFAS om negatieve gevolgen voor de leefomgeving en gezondheidsrisico’s voor onze inwoners te voorkomen. In september 2023 heeft de rechter uitgesproken dat het bedrijf Chemours Dordrecht aansprakelijk is voor de schade die door PFOA en GenX is toegebracht aan gemeentelijke eigendommen. De gemeente heeft constante aandacht voor (de gevolgen van) PFAS en andere (potentieel) zeer zorgwekkende stoffen en de impact die dat voor de ruimtelijke inrichting met zich mee kan brengen, zoals bij gebruik van gronden voor woningbouw of bijvoorbeeld het eten uit een moestuin.

Vergroening draagt bij aan een aantrekkelijke en gezonde omgeving. We koesteren onze polders en natuurgebieden. Met de realisatie van de groen-blauwe dooradering vergroenen we onze openbare ruimte verder, zodat we ook klimaatadaptieve maatregelen kunnen treffen tegen wateroverlast en toenemende hittestress. We denken hier ook aan bij herinrichting en nieuwbouwopgaven. Voor de herinrichting van straten in bestaande wijken met als doel vergroening en vergroten klimaatadaptatie zijn uitgangspunten benoemd. Daarbij gaat het om aanplant van inheemse bomen en plantsoorten, aandeel van kroonprojectiebomen in openbare ruimte, opvang van een deel van het regenwater in groenstroken, groen en klimaatadaptief inrichten van parkeerplaatsen en het inrichten van groene ontmoetingsplekken in de openbare ruimte.

Om gezond te leven zijn er allerlei dingen die iedereen zelf kan doen, zoals gezonde voeding, voldoende slaap en hygiëne. Minder mensen roken en meer mensen bewegen, maar overgewicht neemt in alle leeftijdscategorieën toe. Jongeren ervaren meer mentale druk. Inwoners die in een lagere sociaaleconomische situatie verkeren of die met fysieke, psychische of sociale problematiek te maken hebben, lopen meer risico op gezondheidsachterstanden. Het gaat hierbij om volwassenen, maar ook om kinderen en jongeren. Waar nodig ondersteunen we onze inwoners (zie ook de visie sociaal domein). Daarnaast stimuleren we bewegen en sport. We werken aan openbare ruimte die uitnodigt om te gaan bewegen. We streven naar een toegankelijk sportaanbod voor alle Molenlanders. We zetten in op vitale sportcomplexen, sporthallen en zwembaden en onderzoeken mogelijkheden om bestaande complexen multifunctioneler te benutten.

Inclusieve samenleving

In een inclusieve samenleving hoort iedereen erbij.

De diversiteit aan mensen maakt onze samenleving juist zo rijk en betekenisvol. Uitgangspunt is dat iedereen die dat wil volwaardig kan participeren. Gelijke rechten en gelijke kansen voor iedereen op alle facetten van het leven zijn kenmerkend voor een inclusieve samenleving die we in Molenlanden willen. Dit vereist begrip en het wegnemen van obstakels, zodat eenieder kan deelnemen aan het maatschappelijk leven.

In Molenlanden kennen we een sterke gemeenschapszin waarin inwoners naar elkaar omkijken en voor elkaar zorgen. Onze bedrijvigheid speelt daarin een belangrijke rol. We koesteren en stimuleren onze ‘samenredzaamheid’. We streven naar het versterken van de saamhorigheid en de onderlinge banden tussen inwoners. Een voorbeeld daarvan is dat we bij de inrichting van de openbare ruimte rekening houden met initiatieven van inwoners voor gemeenschappelijke activiteiten.

Met het bieden van opvanglocaties voor vluchtelingen en asielzoekers neemt de diversiteit in Molenlanden verder toe. We dragen ons steentje bij aan de landelijke opgaven. We sluiten aan bij onze kernen en gemeenschappen door te kiezen voor kleinschalige opvanglocaties. De kleinschaligheid zorgt ervoor dat menselijk contact met elkaar centraal staat.

Er is een toenemende landelijke trend van individualisme, wat resulteert in minder omzien naar elkaar. Mensen kiezen steeds meer hun eigen weg. Denk hierbij aan samenlevingsvormen, wonen, geloof, sporten. Daarbij verwachten mensen geen of minder bemoeienis van de overheid. Inwoners stellen zich onafhankelijker en zelfstandiger op, zowel tegenover elkaar als tegenover de overheid. Dat geldt met name voor een grote groep inwoners met wie het relatief goed gaat. Voor wie het nodig heeft, willen we nabij zijn. In Molenlanden is er namelijk sprake van een sterk gemeenschapsgevoel, waarin inwoners en ondernemers naar elkaar omkijken en voor elkaar zorgen.

Steeds meer inwoners kunnen niet helemaal meekomen in onze complexe samenleving. We willen daarom als gemeente goed bereikbaar en nabij zijn, met name met onze dienstverlening in het sociaal domein. We streven naar een toegankelijk voorzieningenaanbod voor alle inwoners. In het fysieke domein zetten we in op het verbeteren van de toegankelijkheid van voorzieningen en openbaar vervoer.

We richten ons vooral ook op het tegengaan van eenzaamheid. We benutten beschikbare faciliteiten in de kernen optimaal. Dit doen we door een betere benutting van bestaande locaties zoals dorpshuizen en het betrekken van andere partijen zoals kerk- en geloofsgemeenschappen, zorginstellingen en sportverenigingen.

We maken ontmoetingsplekken breed toegankelijk en aantrekkelijk voor alle inwoners. Om zo de verbinding tussen wonen en zorg te bevorderen en sociale interactie te bevorderen. Daarbij stimuleren we innovatieve (particuliere/maatschappelijke) initiatieven gericht op gezond samenleven, ontmoeten en bewegen.

Externe veiligheid en evenementen

Als gemeente dragen we zorg voor een veilige samenleving. Dit doen we door het voorkomen, beperken en bestrijden van branden, rampen en crises. In de Omgevingswet wordt aandacht gevraagd de voor externe veiligheid. Daarbij gaat het om risico’s voor mensen milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen.

We streven als gemeente naar een zo veilig mogelijke gemeente met een veilig woon-, leef- en werkklimaat. Voor de externe veiligheid zetten we in op zo laag mogelijke risico’s voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen.

De omgeving maakt effectief en snel optreden van hulpdiensten mogelijk. Gebouwen, de directe omgeving en gebieden worden zo ingericht dat aanwezigen zich in bij een incident snel in veiligheid kunnen brengen. De vluchtroutes (ook in gebouwen) zijn ook geschikt voor mensen met een beperking en voor hulpdiensten, die gewonden in veiligheid brengen.

We hebben in de gemeente te maken met het vervoer van gevaarlijke stoffen via het spoor, het water en de weg. Routes zijn de Lek, de spoorweg, de snelwegen aan de randen van de gemeente en de N-wegen. Door de minister van Infrastructuur en Milieu is er voor de gemeente één routeringsbesluit genomen. Deze route moet voor bepaalde gevaarlijke stoffen worden gebruikt. De route komt na de A15 en loopt tot aan de Vlietskade in Arkel.Daarnaast hebben we eenaantal belangrijke risicovolle bedrijven: SEVESO-inrichtingen. Risicovolle bedrijven hebben gevaarlijke stoffen in opslag of werken daarmee. In onze gemeente zijn drie van deze bedrijven gevestigd, waarvan de provincie het bevoegd gezag is. De bedrijven bevinden zich in de buurt van Arkel (TREMCO), Groot-Ammers (Akzo Nobel) en Wijngaarden (N.V. Nederlandse Gasunie). Ook bevinden zich in de gemeente een aantal Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI). Dit zijn onder andere LPG–stations. Als gemeente zijn we ons bewust van deze locaties en houden rekening met de impact op de leefomgeving en de leefbaarheid.

Jaarlijks worden er in de gemeente meerdere evenementen gehouden. Evenementen dragen bij aan de leefbaarheid en het samenhorigheidsgevoel, maar kunnen ook risico’smet zich meebrengen op het gebied van veiligheid en (parkeer)overlast. We willen als gemeente evenementen mogelijk maken die passend zijn bij de schaal en de identiteit van Molenlanden. We maken daarin een zorgvuldige afweging bij het aanwijzen van locaties en de invulling.

Bijlage III Gebiedsindeling

Naar boven