Gemeenteblad van Zuidplas
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zuidplas | Gemeenteblad 2025, 333530 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zuidplas | Gemeenteblad 2025, 333530 | beleidsregel |
Beleidsregel Wet Bibob gemeente Zuidplas 2025
De Burgemeester en het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Zuidplas, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;
Gelet op het bepaalde in de Wet Bibob en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, alsook de relevante bepalingen in de Alcoholwet, de Omgevingswet, de Huisvestingswet, de Algemene plaatselijke verordening Zuidplas, de Verordening Fysieke Leefomgeving Zuidplas, de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de gemeentelijke Subsidieverordening, de Aanbestedingswet 2012, de Wet goed verhuurderschap, de Wet op het Kansspelen en het Burgerlijk Wetboek.
vast te stellen de “Beleidsregel Wet Bibob gemeente Zuidplas 2025”.
In aanvulling op de definities van de Wet Bibob wordt in deze beleidsregel verstaan onder:
Betrokkene: de aanvrager van een beschikking, de houder van een vergunning, de subsidieontvanger, de natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie een vastgoedtransactie is aangegaan, de gegadigde die wil deelnemen aan een aanbestedingsproces, de partij aan wie een overheidsopdracht is gegund of de onderaannemer;
Artikel 1.2 Afwijking van de Beleidsregel
De gemeente behoudt zich het recht voor om af te wijken van deze Beleidsregel. De gemeente kan een eigen Bibob-onderzoek uitvoeren in andere gevallen dan omschreven in deze Beleidsregel, mits dit in overeenstemming is met de Wet Bibob en overige toepasselijke wet- en regelgeving.
Hoofdstuk 2 APV en bijzondere wetten
Artikel 2.1 Bibob-onderzoek bij een aanvraag voor een vergunning
Een Bibob-onderzoek wordt uitgevoerd bij aanvragen voor een:
Hoofdstuk 3 Omgevingsactiviteit Bouw
Artikel 3.1 Bibob-onderzoek bij aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwactiviteit
Uitvoering van het Bibob-onderzoek vindt plaats bij een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 5.1 tweede lid Omgevingswet als zij vallen onder één van de onderstaande gevallen:
Een Bibob-onderzoek vindt plaats in geval van een aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwactiviteit waarbij de bouwkosten hoger of gelijk zijn aan €500.000, - (exclusief btw). De bouwkosten worden door de gemeente berekend op basis van de vigerende Legesverordening.
Een Bibob-onderzoek vindt plaats in geval van een aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwactiviteit waarbij de bouwkosten hoger of gelijk zijn aan €50.000,- (exclusief btw) én waarbij sprake is van één of meerdere risicocategorieën zoals aangegeven in bijlage 1 van deze Beleidsregel.
Een Bibob-onderzoek vindt plaats in geval van een aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwactiviteit, waarbij de bouwkosten hoger of gelijk zijn aan €50.000,- (excl. btw) en waarbij het een locatie betreft die gelegen is in een door het college bij afzonderlijk besluit aangewezen risicogebied zoals bepaald in bijlage 2 van deze Beleidsregel.
In het geval dat een aanvrager in het tijdvak van twee jaar, gerekend vanaf de ontvangstdatum van de eerste aanvraag, vier aanvragen (of meer) indient voor een omgevingsvergunning bouwactiviteit, waarbij de bouwkosten meer dan €50.000,- maar minder dan €500.000,- (exclusief btw) bedragen, kan vanaf de vierde aanvraag voor een omgevingsvergunning-bouwactiviteit van dezelfde aanvrager een Bibob-onderzoek plaatsvinden.
Hoofdstuk 4 Omgevingsactiviteit Milieu
Artikel 4.1 Bibob-onderzoek bij een aanvraag voor een milieubelastende activiteit
Uitvoering van het Bibob-onderzoek vindt plaats bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning milieubelastende activiteit (artikelen 5.1 en 5.2 Omgevingswet) waarbij sprake is van één of meerdere risicocategorieën genoemd in bijlage 1.
Hoofdstuk 5 Bibob-onderzoek bij reeds verleende beschikkingen
Artikel 5 Bibob-onderzoek bij verleende beschikkingen
Uitvoering van het Bibob-onderzoek zal plaatsvinden bij verleende beschikkingen waarop deze Beleidsregel van toepassing is, indien:
Er sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 5:37 Omgevingswet (wijziging tenaamstelling vergunninghouder) en deze persoon/organisatie is niet in het eerdere Bibob-onderzoek onderzocht en/of de activiteit(en) waar deze beschikking op ziet in Bijlage 1 van deze Beleidsregel zijn aangewezen als een risicocategorie en/of vallen binnen een in Bijlage 2 van deze Beleidsregel genoemd risicogebied.
Artikel 7.1 Toepassingsbereik bij vastgoedtransacties
In de overeenkomst wordt een integriteitsclausule opgenomen, op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst indien sprake is van gevaren op de A- of B-grond als bedoeld in de Wet Bibob. Indien de Bibob-procedure niet is afgerond voor het aangaan van de overeenkomst, zijn hieromtrent ontbindende voorwaarden in de overeenkomst opgenomen.
Hoofdstuk 8 Overheidsopdrachten
Artikel 8 Toepassingsbereik bij overheidsopdrachten
In de aanbestedingsdocumenten wordt de mogelijkheid van een Bibob-onderzoek opgenomen, in welk geval betrokken gehouden is een Bibob-vragenformulier in te vullen als daarom wordt verzocht en om eventuele nadere vragen te beantwoorden. Ook kan advies worden ingewonnen op grond van artikel 9 tweede lid van de Wet Bibob. Tevens wordt als voorwaarde gesteld dat een onderaannemer niet zonder toestemming wordt gecontracteerd en wordt in het kader van die voorwaarde het recht voorbehouden om een Bibob-onderzoek naar de onderaannemer te doen.
Hoofdstuk 9 Algemene uitzonderingen
Artikel 9 Algemene uitzonderingen
De gemeente kan te allen tijde overgaan tot het starten van een Bibob-onderzoek indien er aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen dat sprake is van een mindere mate van gevaar of een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob, op grond van:
Hoofdstuk 10 Weigeren volledig invullen Bibob-vragenformulieren
Artikel 10.1 Aanvraag beschikking
Bij een weigering om de Bibob-vragenformulieren (inclusief de gevraagde bescheiden) volledig ingevuld te retourneren, zullen bij aanvragen om een beschikking de daartoe gestelde regels van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) toegepast worden. Bij aanhoudende weigering zal de gevraagde beschikking buiten behandeling worden gesteld op grond van artikel 4:5 van de Awb. In geval van een vastgoedoverdracht zal dit leiden tot het niet sluiten hiervan dan wel het ontbinden van de overeenkomst. In geval van een overheidsopdracht (artikel 2:87 lid 1 onder h juncto lid 2 onder e van de Aanbestedingswet 2012) zal dit leiden tot het uitsluiten van de overheidsopdracht.
Artikel 10.2 Verleende beschikking
Bij verleende beschikkingen zal een weigering om de Bibob-vragenformulieren (inclusief de gevraagde bescheiden) volledig ingevuld te retourneren op grond van artikel 4 lid 1 van de Wet Bibob worden beschouwd als een ernstige mate van gevaar zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob. De verstrekte beschikking kan als gevolg daarvan worden ingetrokken.
Artikel 10.3 Vastgoed en overheidsopdrachten
Indien sprake is van een vastgoedtransactie of een overheidsopdracht, zal de weigering van betrokkene om de formulieren (inclusief de gevraagde bescheiden), zoals bedoeld in artikel 7a lid 5 Wet Bibob volledig ingevuld te retourneren, dan wel de weigering om ingevolge artikel 12 lid 3 Wet Bibob aanvullende gegevens aan het LBB te verstrekken, kan dit leiden tot het niet tot stand komen van de overeenkomst. In het geval van een vastgoedtransactie kan deze weigering ertoe leiden dat de vastgoedovereenkomst niet wordt gesloten of, indien deze reeds is gesloten, wordt ontbonden of anderszins wordt beëindigd voordat levering heeft plaatsgevonden. Bij een overheidsopdracht kan deze weigering ertoe leiden dat de opdracht niet wordt gegund of, indien reeds gegund, de overeenkomst wordt ontbonden, geschorst of vernietigd.
Aldus vastgesteld op 8 juli 2025
Burgemeester van Zuidplas,
Het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas,
Bijlage 1: Risicoactiviteiten of categorieën
In deze bijlage zijn activiteiten of categorieën opgenomen, waarbij er een risico aanwezig is dat met die activiteiten strafbare feiten worden gepleegd, dan wel dat die activiteit wordt gebruikt om onrechtmatig verkregen voordelen te benutten.
Het benoemen van onderstaande activiteiten betekent niet dat voor deze activiteiten ook een vergunningplicht geldt of gaat gelden. Wanneer er activiteiten (gaan) plaatsvinden waarvoor geen beschikking dient te worden afgegeven of geen overeenkomst wordt aangegaan die onder de werking van de Wet Bibob valt, kan er ook geen Bibob-toets kunnen plaatsvinden.
Risicocategorieën waarbij door de gemeente Zuidplas de Wet Bibob in beginsel zal worden toegepast:
Bovenstaande opsomming van risicocategorieën is niet-limitatief, maar geeft een indicatie van mogelijke risicocategorieën. Deze opsomming kan aangepast worden, indien ontwikkelingen hiertoe aanleiding geven.
De gemeente kan bepaalde gebieden aanwijzen waarbij het wenselijk is dat in dat gebied een Bibob-onderzoek wordt gestart indien sprake is van een aanvraag om een beschikking, een verleende vergunning of een vastgoedtransactie wordt aangegaan of een overheidsopdracht wordt gegund.
Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn bij nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen, revitalisatie van gebieden, bepaalde gebieden waar sprake is van (vermoedens van) ondermijnende activiteiten, en dergelijke.
Toelichting Beleidsregel Wet Bibob gemeente Zuidplas 2025
Doel van de Wet Bibob voor de gemeente
De Wet Bibob geeft de gemeente de mogelijkheid de achtergrond van een aanvrager van bijvoorbeeld een vergunning, subsidie of vastgoedtransactie met de gemeente te onderzoeken. Als gevaar dreigt dat een vergunning of subsidie wordt misbruikt voor criminele activiteiten of dat crimineel vermogen wordt geïnvesteerd, kan de gemeente de aanvraag weigeren, de afgegeven vergunning of subsidie intrekken of overheidsopdrachten of overeenkomsten ontbinden
Zo kan de gemeente bij een aanvraag van de Alcoholwetvergunning screenen op het verleden van de aanvrager en de leidinggevenden. De gemeente onderzoekt bij een Bibob toets verder de financiering en de achtergrond van de onderneming.
De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet Bibob. Door het implementeren van een beleidsregel biedt de gemeente meer structuur en zekerheid in haar werkwijze aan zowel medewerkers, inwoners, ondernemers en andere initiatiefnemers.
De beleidsregel is zo opgesteld, dat in een zo vroeg mogelijk stadium de Wet Bibob wordt ingezet. Wanneer er bijvoorbeeld plannen zijn om een nieuw hotel te realiseren, waarbij er en sprake is van kavelverkoop, bouwactiviteiten en uiteindelijk ook een Alcoholwetvergunning wordt aangevraagd, dan zal eerst gekeken worden of bij de kavelverkoop een Bibob-toets zal worden gestart. Dit voorkomt dat een initiatiefnemer te maken krijgt met meerdere Bibob-toetsen en dat pas in een laat stadium de integriteit van de initiatiefnemer wordt getoetst. Belangrijk hierbij wel is dat inzichtelijk is wie (uiteindelijk) zeggenschap heeft over de activiteiten (eindgebruiker) en hoe de financiering van het volledige project gaat plaatsvinden. Wanneer de initiatiefnemer niet de uiteindelijke eindgebruiker/betrokkene is, of wanneer de financiering nog niet (volledig) bekend is, kan het zijn dat er uiteindelijk meerdere toetsmomenten zijn. Bijvoorbeeld wanneer de eigenaar van het hotel die de vastgoedtransactie aangaat en het bouwwerk realiseert een andere partij is dan de gebruiker van het hotel die de Alcoholwetvergunning aanvraagt, of wanneer projecten in delen worden verkocht waarbij vooraf niet alle kopers bekend zijn.
In de Bibob beleidsregel wordt onderscheid gemaakt tussen de zal- en kan- bepaling. De zal-bepaling houdt in dat de gemeente er op stuurt dat ten aanzien van dat onderdeel steeds aan de Wet Bibob wordt getoetst. Als de beleidsregel toch niet wordt toegepast, dient dit nader te worden gemotiveerd. De zal-bepaling geeft een duidelijke lijn aan waardoor er geen willekeur ontstaat. Daarnaast gaat er een preventieve werking van uit. Personen die een vergunning willen misbruiken voor criminele activiteiten zullen minder snel een vergunning aanvragen bij de gemeente wanneer zij zien dat de Wet Bibob actief toegepast wordt.
Niet alle toepassingsgebieden zijn in de gemeente even kwetsbaar voor criminaliteit. Het staat daarom niet in verhouding om bij alle aanvragen altijd een Bibob-toets te starten. Voor de toepassingsgebieden die onder de kan- bepaling vallen, geldt dat de gemeente in ieder geval de Wet Bibob toepast als ze daartoe een tip krijgt van het Openbaar Ministerie of een signaal ontvangt van een van de partners binnen het RIEC-samenwerkingsverband. Dit is een meer reactieve toepassing van de Wet Bibob.
Toelichting per toepassingsgebied
Om te bepalen hoe de Wet Bibob toegepast wordt per toepassingsgebied is gebruikt gemaakt van het Ondermijningsbeeld uit 2019 en het Bibob-model opgesteld door het RIEC. Deze beleidsregel is steeds zo veel mogelijk afgestemd op het beleid met omliggende gemeenten om zo een waterbedeffect te voorkomen en de Wet Bibob zo effectief mogelijk toe te kunnen passen. Uitgangspunt is om de Wet Bibob zo gericht mogelijk in te zetten.
Verschillende elementen maken de horecabranche kwetsbaar voor ondermijnende criminaliteit 1
Speelgelegenheden zijn kwetsbaar voor witwassen en als ontmoetingsplek voor criminelen2 .
De prostitutiebranche is kwetsbaar voor mensenhandel3 . Daarnaast is deze branche kwetsbaar voor witwassen en drugshandel4 .
Evenementen bij risicocategorieën
Uit onderzoek blijkt dat een deel van de vechtsportevenementen op verschillende wijze kwetsbaar is voor criminaliteit. Voorbeelden hiervan zijn financiering via illegaal gekregen geld en daarbij witwassen en (VIP-) bezoekers met criminele antecedenten5 .
Criminele motorbendes, ook wel Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’s), zijn hiërarchisch georganiseerde motorclubs die door hun leden gebruikt worden voor (de afscherming van) criminele en ondermijnende activiteiten6 . Uit diverse onderzoeken blijkt dat de meerderheid van de leden van OMG’s een strafblad heeft. Wanneer zowel clubleden als clubleiders betrokken zijn bij crimineel gedrag, is dit een sterke aanwijzing dat een bepaalde outlaw motorclub gecategoriseerd kan worden als ‘criminele organisatie’. Sommige OMG’s zijn zelfs door de hoogste rechter verboden.
Bouw & milieu bij risicocategorieën
Het is niet proportioneel en mogelijk om bij alle omgevingsvergunningen een Bibob-toets te starten. Hierbij staat het doel (voorkomen van misbruik), niet in verhouding met de lasten voor de organisatie en de aanvrager. We starten een Bibob-toets indien de aanvraag voldoet aan de in de beleidsregel genoemde criteria.
Op dit moment is de huisvestingsverordening binnen de gemeente Zuidplas van toepassing op de vergunning omzetting, onttrekking, samenvoeging en woningsplitsing. Er vindt in principe geen Bibob-toets plaats bij woning(bouw)corporaties tenzij hier aanleiding toe bestaat.
Om de Wet Bibob zo doelmatig mogelijk toe te passen, is gekozen om de Bibob-toets toe te passen bij een selectief aantal transacties.
De Wet Bibob geeft de gemeente een extra instrument om de integriteit van een inschrijver te beoordelen. Omdat de Aanbestedingswet hier ook mogelijkheden voor biedt, is gekozen voor een kan- bepaling.
Vanwege het verspreide karakter van subsidies en de relatief kleine bedragen, is gekozen om niet bij alle aanvragen standaard een Bibob-toets te doen. Gezien de landelijke ontwikkelingen is gekozen om de Bibob-toets bij subsidieaanvragen in de risicocategorie of risicogebied toe te passen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-333530.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.