Gemeenteblad van Utrechtse Heuvelrug
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrechtse Heuvelrug | Gemeenteblad 2025, 333397 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Utrechtse Heuvelrug | Gemeenteblad 2025, 333397 | beleidsregel |
Nota Vereveningsfonds Gemeente Utrechtse Heuvelrug 2025
In de Woonzorgvisie (Woonzorgvisie Gemeente Utrechtse Heuvelrug 2024-2029, vastgesteld 25 april 2024, RV2024-200) zijn betaalbaarheidseisen opgenomen voor alle woningbouw-projecten. Elk woningbouwinitiatief moet minimaal bevatten: 30% sociale huur, minimaal 40% betaalbaar, maximaal 30% duur. Voor woningcorporaties is de bouw van sociale huur niet altijd evident, omdat gemeente en corporaties onvoldoende grondposities hebben. En bij kleine projecten is 30% sociale huur niet altijd financieel haalbaar (een tekort op de grond-exploitatie) of wenselijk (‘gespikkeld’ bezit van kleine aantallen woningen verspreid over de gemeente is voor woningcorporaties, uit oogpunt van beheer, onwenselijk).
Het Vereveningsfonds sociale huurwoningen is een instrument om de realisatie van sociale huurwoningen gemeente breed te waarborgen, als dit in sommige, kleine projecten niet haalbaar of wenselijk is. Als het aantoonbaar financieel onhaalbaar of onwenselijk is om aan het vereiste aandeel van 30% sociale huurwoningen te voldoen, kan het college besluiten dat de initiatiefnemer (a) dit (eventueel in samenwerking met een ander initiatief) in een ander woningbouwproject compenseert (fysieke verevening) of (b) een bijdrage in het Vereveningsfonds stort (financiële verevening).
Daarnaast dient het Vereveningsfonds ook andere doelen uit de Woonzorgvisie, zoals het realiseren van zorggeschikte en geclusterde woningen. Zo geldt voor zorggeschikte en geclusterde woningen in het middensegment, dat deze 15% duurder mogen zijn dan de betaalbaarheidsgrens (405.000, prijspeil 2025), om toch als betaalbaar te worden geteld.
Voor woningbouwinitiatieven die méér dan 30% sociale huurwoningen realiseren, kan het college besluiten een bijdrage uit het fonds te verstrekken (voor het aandeel boven de 30%) aan een woningcorporatie, die deze woningen overneemt van initiatiefnemer. Op deze manier kan gemeente breed worden voldaan aan de norm van 30% sociale huurwoningen in nieuwbouwprojecten, terwijl dit op projectniveau niet altijd het geval is. Zowel voor het afwijken van de verplichte prijssegmentering als voor het aanvragen van een compensatie uit het fonds, moet een initiatiefnemer een verzoek bij het college indienen.
Voor dit doel heeft de raad, bij het vaststellen van de Woonzorgvisie, de Reserve vereveningsfonds Sociale woningbouw - hierna te noemen 'Vereveningsfonds' – ingesteld. De raad heeft het restant van de Reserve woonkwaliteit beschikbaar gesteld als startkapitaal voor de Reserve vereveningsfonds sociale woningbouw en de Reserve woonkwaliteit opgeheven. De Reserve vereveningsfonds bedraagt op dit moment ongeveer € 320.000. Daarnaast heeft de raad het Woningbouwbudget incidenteel verhoogd met € 100.000.
Deze nota beschrijft de werking van het Vereveningsfonds. De nota wordt na vaststelling door de raad, op een later moment opgenomen in de (nog vast te stellen) Nota Kostenverhaal.
2.2 Waarop is deze nota niet van toepassing?
Deze nota is niet van toepassing op:
2.3 Uitzondering: Toepassing bij zorgwoningen
Voor bepaalde soorten zorgwoningen gelden uitzonderingen in de toepassing van de prijssegmentering van de Woonzorgvisie en het Vereveningsfonds.
Voor een woningbouwproject, dat niet past binnen de regels van het Omgevingsplan, heeft een initiatiefnemer een vergunning voor een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) nodig, of een wijziging van het Omgevingsplan.
Als bij het aanvragen van de vergunning blijkt, dat het project niet voldoet aan de prijssegmentering uit de Woonzorgvisie, kan het college besluiten het initiatief tóch te faciliteren. Dit kan het geval zijn als een plan van grote maatschappelijke waarde is voor de gemeente en het plan een aantoonbaar financieel tekort heeft op de grondexploitatie.
In een dergelijk geval dient de initiatiefnemer de sociale huurwoningen elders te realiseren (fysiek verevenen), of een financiële afdracht te storten in het Vereveningsfonds (financieel verevenen). Zie de toelichting onder a) en b).
Het college kan, bij zwaarwegende redenen en goed gemotiveerd, afwijken van deze voorwaarden. Dit kan voorkomen in gevallen waarbij de toepassing van de voorwaarden zou leiden tot een uitkomst die onevenredig in verhouding staat tot het doel van deze nota. In gevallen waarin de nota niet voorziet, beslist het college.
4 Anterieure Overeenkomst en Nota Kostenverhaal
Meestal worden afspraken over kostenverhaal voor ruimtelijke projecten privaatrechtelijk vastgelegd in een anterieure overeenkomst (AOK). Vereveningsafspraken worden eveneens privaatrechtelijk vastgelegd in de AOK. Het Vereveningsfonds zal te zijner tijd integraal onderdeel uitmaken van een nog vast te stellen Nota kostenverhaal.
Voorwaarden over verevening, op te nemen in de AOK, zijn bijvoorbeeld:
de woningcorporatie, die de sociale huurwoningen afneemt. Indien dit nog niet definitief is; de woningcorporatie met wie men in onderhandeling is over afname van de sociale huurwoningen. De woningcorporaties werkzaam in onze gemeente zijn: Nabij Wonen, Rhenam Wonen, Stedelink, Habion, Woonzorg Nederland.
in het geval van fysieke verevening: de te verwachten datum van gereed melding van het oorspronkelijke project en van het project of de locatie waarin fysiek verevend wordt. Het project waarbinnen fysiek verevend wordt, moet uiterlijk binnen 3 jaar na het oorspronkelijke project gereed gemeld zijn. Indien deze termijn overschreden wordt, moet initiatiefnemer alsnog de vereveningsafdracht voldoen. Als er echter verschoonbare redenen zijn om niet aan deze termijn te voldoen (bijv. door stikstofproblematiek of netcongestie) kan van deze termijn worden afgeweken.
5 Berekening en hoogte van de afdracht aan het Vereveningsfonds
De hoogte van de vereveningsbijdrage aan het fonds is gebaseerd op het verschil in grondwaarden tussen de te realiseren woningen en een sociale huurwoning.
De bijdrage bedraagt in principe het verschil tussen de marktwaarde van de grond van de te realiseren woningen en de marktwaarde van de grond van de niet te realiseren sociale huurwoningen. De bijdragen worden op basis van dit principe modelmatig berekend. Dit gebeurt met een gemiddelde marktconforme grondquote. Hierbij maken we onderscheid in eengezinswoningen (EGW) en meergezinswoningen (MGW).
Voor sociale huurwoningen werken we met een vaste grondprijs. Ook hierbij maken we een onderscheid in eengezinswoningen en meergezinswoningen.
De afdracht wordt berekend met de volgende formule:
5.3 Afronding bij bepalen van het aantal woningen en bij berekening afdracht
Bij de berekening van het aantal sociale huurwoningen dat gerealiseerd moet worden, wordt afgerond op hele getallen. Het is immers niet mogelijk een halve woning te bouwen. Hierbij wordt 0,5 naar boven afgerond. Bij het berekenen van de vereveningsbijdrage, wordt het aantal woningen afgerond op 1 decimaal. Zie de rekenvoorbeelden in hoofdstuk 8.
Vaak zijn op het moment van het afsluiten van een AOK de definitieve VON prijzen nog niet bekend. De berekening van de afdracht wordt dan berekend op basis van voorlopige VON prijzen. Initiatiefnemer toont de definitieve VON prijzen aan zodra deze bekend zijn/zodra de verkoop start. Het college berekent de definitieve bijdrage.
6 Compensatie uit het Vereveningsfonds
Een project, waarin meer dan 30% sociale huurwoningen wordt gerealiseerd, kan een compensatie ontvangen uit het Vereveningsfonds. Alleen woningcorporaties komen in aanmerking voor een compensatie.
De compensatie wordt, net als een vereveningsbijdrage, berekend op basis van het verschil in grondwaarden tussen een marktwoning (vrije sectorwoning) en een sociale huurwoning. In projecten, die meer dan de vereiste 30% sociale huurwoningen realiseren, weten we echter niet, welke marktwoningen anders gebouwd zouden worden. Het is aannemelijk, dat het om woningen gaat, die anders in het betaalbare segment zouden vallen. Om die reden is de hoogte van de compensatie gebaseerd op het verschil in grondwaarde tussen een sociale huurwoning en een betaalbare koopwoning (VON prijs op de betaalbaarheidsgrens: 405.000 (prijspeil 2025).
De formule voor de compensatie is het verschil in grondwaarde tussen een sociale huurwoning en een betaalbare koopwoning.
De compensatie uit het Vereveningsfonds is gemaximeerd op de hoogte van het Vereveningsfonds. Voor zover er een hoger bedrag zou moeten worden gecompenseerd dan het Vereveningsfonds op dat moment bevat, wordt de compensatie voor dat deel geweigerd.
Het moment van indienen van de aanvraag voor een compensatie is bepalend voor de volgorde van toekennen van een compensatie, indien meerdere projecten een verzoek doen en het fonds dreigt leeg te raken.
6.4 Voorwaarden voor compensatie
Een compensatie uit het Vereveningsfonds voor extra sociale huurwoningen, boven het verplichte aandeel van 30%, wordt alleen toegekend aan een woningcorporatie. Het kan hierbij wel om een project gaan van een andere initiatiefnemer, die de woningen turn-key verkoopt aan een woningcorporatie. Een compensatie wordt alleen toegekend als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden. Deze voorwaarden worden opgenomen in de AOK.
=Aantal niet-gereal. sh-won. x (VON-prijs te realiseren woningen excl. BTW X grondquote – sociale grondprijs)
Grondprijs sociale huur MGW: grondprijs € 18.600
Grondprijs sociale huur EGW: grondprijs € 22.500
Bij projecten tot en met 9 woningen mag je sociale huur vervangen door middensegment/betaalbaar.
Dit noemen we uitruilen. Je ruilt sociale huur uit met het betaalbare segment. Daarna mag een tekort aan sociaal ook nog verevend worden.
Als uitruilen is toegestaan (t.m. 9 woningen), en als er een surplus is aan betaalbaar, mag dit surplus worden afgetrokken van het tekort aan sociaal. Daarna wordt het tekort aan sociaal verevend met de VON prijs van de woningen die in de plaats komen van sociaal/betaalbaar.
Voor een juiste berekening, volg de volgende stappen
Project 2 woningen, 1 betaalbaar en 1 duur
Uitruil is mogelijk: dan minimaal 1 betaalbaar nodig. Plan voldoet, geen bijdrage nodig.
Er is weliswaar na uitruil nog een tekort van (0,6-0,2 = 0,4) sociale huur, maar als het plan voldoet aan de het afgerond getal, dan hoeft niet meer afgedragen te worden.
Uitruil mogelijk, dan minimaal 3 betaalbaar. Daar voldoet het plan niet aan.
Minimaal 40% betaalbaar = 2 betaalbaar vereist (1,6 = 2). Daar voldoet het plan wel aan. Tekort aan sociaal kan worden afgekocht.
Tekort sociaal is 1,2, maar dit wordt gecompenseerd door een surplus van 0,4 betaalbaar.
Tekort = 1,2-0,4 = 0,8. Afdracht = 0,8 x formule.
Er komt immers 0,8 teveel duur in de plaats van (uitgeruilde) sociaal en betaalbaar.
Projectontwikkelaar rekent wat het beste is: 5 of 6 woningen
Uitruil is mogelijk. Maar dan 3,5 = 4 betaalbaar nodig. Daaraan voldoet het plan niet.
Ontwikkelaar kiest voor niet uitruilen: Dan voldoen aan 40% betaalbaar = 2 betaalbaar. Daar voldoet het plan wel aan. Tekort sociaal kan worden afgekocht. Tekort 1,5 sociaal wordt gecompenseerd door surplus van 1 betaalbaar. Tekort = 1,5-1 = 0,5. Afdracht: 0,5 x formule.
Uitruil is mogelijk. Dan minimaal 6 betaalbaar. Daar voldoet het plan niet aan. Ontwikkelaar kiest voor niet uitruilen. Dan voldoen aan min. 3,6 = 4 betaalbaar. Daar voldoet het plan aan. Het tekort aan sociaal wordt afgekocht. Het tekort aan 2,7 sociaal wordt gecompenseerd door een surplus aan 1,4 betaalbaar.
Project met 11 woningen (uitruilen niet mogelijk vanaf 10 woningen)
Hier moet één getal naar boven worden afgerond, om op het totaal van 11 uit te komen.
Meest logisch is om sociaal of betaalbaar naar boven af te ronden, want dat zijn minimale eisen.
Dan is het meest logisch om betaalbaar af te ronden, want dat is het hoogste getal achter de komma.
Maar om te bepalen of het plan aan 40% betaalbaar voldoet, moet wel naar beneden worden afgerond.
Dan krijg je: 40% betaalbaar = 4,4 = afgerond 4. Plan is 4 betaalbaar. Conclusie: plan voldoet aan betaalbaar. Tekort aan sociaal mag worden verevend. Tekort sociaal = 3,3. Afdracht formule = 3,3 x formule
Als het plan 1 meer betaalbaar heeft en 1 minder duur:
Uitruil niet mogelijk. Het plan voldoet nu wel aan min 40% betaalbaar. Tekort sociaal = 3,3 (het surplus aan betaalbaar mag nu niet worden afgetrokken van het tekort aan sociaal).
Omdat er, in plaats van sociaal, zowel betaalbare als dure woningen komen, wordt de formule berekend met een gewogen gemiddelde VON prijs van de woningen die in de plaats van sociaal komen.
Grens huur Sociale huurwoning (2025): € 900,07 overeenkomend met 144 WWS punten
Grens huur middeldure huurwoning (2025): € 900,07 - € 1.184,82 186 (144-186 WWS punten)
Vrije sector huurwoning (2025): Huurwoning met een huurprijs hoger dan € 1.184,82 186 (>186 WWS punten)
Marktwoning/Vrije sectorwoning: woning op de vrije markt/woning zonder subsidies
WWS: Woningwaarderingsstelsel: Puntensysteem van de Rijksoverheid om de maximale huur van een woning te bepalen
Grens Betaalbare koopwoning (2025): tot en met € 405.000 V.O.N incl. BTW.
Indexatie volgens de consumentenprijsindex (CPI)
Grens dure koopwoning (2025): Hoger dan € 405.000 V.O.N incl. BTW
V.O.N: 'vrij op naam': de verkoper neemt de kosten voor de overdracht van de woning voor zijn rekening neemt. Toegepast bij nieuwbouwwoningen.
Eengezinswoning: Een eengezinswoning is een zelfstandige grondgebonden woning bedoeld voor bewoning door één huishouden. Er bevinden geen andere woningen boven of onder de woning in kwestie.
Meergezinswoning: Een meergezinswoning is een woning in een woongebouw dat meerdere huishoudens huisvest, zoals appartementencomplexen of flatgebouwen. De eenheden kunnen naast elkaar en op elkaar gestapeld worden.
Kostenverhaal: Kostenverhaal is het verhalen van kosten op grondeigenaren of ontwikkelaars, die een gemeente maakt voor ruimtelijke ontwikkelingen. Dit gebeurt via publiekrechtelijke of privaatrechtelijke instrumenten.
Grondquote: De grondquote is de verhouding tussen de residuele grondwaarde en de opbrengstpotentie van de woningen, exclusief BTW.
Privaatrechtelijk: Privaatrechtelijk betreft afspraken en regels tussen burgers, bedrijven of andere private partijen. Voorbeelden zijn koopovereenkomsten, huurcontracten en samenwerkingsafspraken.
Publiekrechtelijk: Publiekrechtelijk verwijst naar regels en procedures die de verhouding tussen overheden en burgers of bedrijven regelen. Voorbeelden zijn vergunningen, belastingen en onteigening.
10 Kostenverhaal plichtige activiteiten
Kostenverhaal plichtige activiteiten volgens artikel 8.13. Omgevingsbesluit
de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve bruto-vloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 1.500 m2 bedraagt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-333397.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.