Gemeenteblad van 's-Gravenhage
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Gravenhage | Gemeenteblad 2025, 331852 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Gravenhage | Gemeenteblad 2025, 331852 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Vaststelling Verordening raadscommissies 2025
Er is een Algemene Raadscommissie met als taak het uitbrengen van advies aan de raad over onderwerpen, die zich aandienen in de periode tussen de installatie van de nieuwe leden van de raad en het instellen van raadscommissies na de vorming van een coalitie.
In bijzondere gevallen kan het presidium, gelet op de integraliteit van een bepaald onderwerp, besluiten om ook nadat de raadscommissies zijn ingesteld een dergelijk onderwerp ter behandeling aan de Algemene Raadscommissie toe te wijzen.
De Algemene Raadscommissie bestaat uit alle leden – niet zijnde tevens wethouder – van de raad. Het voorzitterschap wordt vervuld door een raadslid dat in de raadsperiode voor de installatie al raadslid is geweest.
Als de Algemene Raadscommissie beraadslaagt over een voorstel van het presidium, dan neemt namens het presidium de voorzitter van het presidium deel aan de beraadslaging over dit voorstel.
Alle raadsleden en fractievertegenwoordigers hebben na benoeming in hun functie zitting in alle commissies van de raad, met uitzondering van de Rekeningencommissie. De zittingsduur is gelijk aan die van de zittende raad. Wie ter vervulling van een tussentijdse vacature tot lid van de raad wordt benoemd of tijdens de raadsperiode als fractievertegenwoordiger wordt benoemd heeft zitting voor de resterende zittingsduur van de gemeenteraad.
Artikel 3 De commissievoorzitter
Een voorzitter wordt bij afwezigheid vervangen door de vaste plaatsvervangend voorzitter, die ook door de gemeenteraad uit zijn midden benoemd is.
Bij afwezigheid van zowel de voorzitter als de vaste plaatsvervangend voorzitter wordt in vervanging voorzien door een commissielid die tevens raadslid is.
Artikel 4 De fractievertegenwoordiger
Een fractie kan een voordracht indienen tot benoeming van ten hoogste drie niet-raadsleden (fractievertegenwoordigers) tot plaatsvervangend lid van een raadscommissie. De benoeming van een fractievertegenwoordiger geschiedt door de raad.
Een groep zoals bedoeld in het Reglement van orde kan geen fractievertegenwoordiger voordragen.
Om voor benoeming als fractievertegenwoordiger in aanmerking te komen moet betrokkene voorkomen op de geldig verklaarde lijst van kandidaten voor de laatst gehouden gemeenteraadsverkiezingen van de betreffende partij. De eisen gesteld in de artikelen 10, 12 en 13 van de Gemeentewet zijn op de fractievertegenwoordiger van overeenkomstige toepassing. Het onderzoek naar de bescheiden, waaruit moet blijken of een kandidaat-fractievertegenwoordiger aan de benoemingseisen voldoet, geschiedt met overeenkomstige toepassing van het bepaalde in artikel 4 van het Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad. Ten behoeve van dit onderzoek legt de kandidaat de benodigde bescheiden voor aan de gemeenteraad. Voordat zij hun functie kunnen uitoefenen leggen zij in een vergadering van de gemeenteraad de eed dan wel de verklaring en belofte af conform de tekst van artikel 14 van de Gemeentewet.
Een commissie vergadert zo vaak als de commissie heeft besloten of als de voorzitter het noodzakelijk vindt. Vergaderingen zijn zichtbaar in het vergaderschema op het raadsinformatiesysteem. De commissie vergadert verder als ten minste een vijfde deel van het aantal leden in de raad daar gemotiveerd schriftelijk om vraagt. Dag en uur van de vergadering wordt door de voorzitter bepaald. Bij een extra vergadering die plaatsvindt binnen 10 werkdagen wordt de commissie hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld.
Artikel 7 Wijze van vergaderen
Als de commissie in deze besloten vergadering oordeelt dat de aard van een of meer van deze aangelegenheden geen besloten vergadering vraagt, plaatst de voorzitter deze aangelegenheid respectievelijk aangelegenheden op de agenda van de eerstvolgende openbare vergadering, tenzij de behandeling naar zijn oordeel geen uitstel gedoogt.
Een besluit als bedoeld in het derde lid van dit artikel wordt genomen bij meerderheid van stemmen. Bij het staken van de stemmen in een voltallige vergadering wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. Bij het staken van de stemmen in een niet-voltallige vergadering heeft de voorzitter een doorslaggevende stem.
Wanneer het vereiste aantal leden niet aanwezig is gaat de vergadering niet door. De leden worden op de in het derde lid van artikel 8 bedoelde wijze voor een nieuwe vergadering opgeroepen. Tussen de oproeping en het vergadermoment hoeven slechts 24 uur te verlopen. Deze vergadering kan worden gehouden, ongeacht het aantal opgekomen leden.
Artikel 10 De procedurevergadering
De commissie houdt procedurevergaderingen waarin afspraken worden gemaakt over de wijze waarop onderwerpen worden behandeld en wanneer zij zullen worden geagendeerd.
De voorzitter in samenspraak met het secretariaat doet een behandelvoorstel over een onderwerp dat op de lijst ingekomen stukken dan wel de termijnplanning staat. Het behandelvoorstel wordt door de commissie overgenomen, tenzij het onderwerp in de procedurevergadering aan de orde wordt gesteld.
Agendering van een onderwerp, niet zijnde een raadsvoorstel, op voorstel van een commissielid geschiedt bij meerderheid, uitgezonderd een spoeddebat of een tweeminutendebat.
Een geagendeerd onderwerp kan worden voorafgegaan door een technische bespreking of schriftelijke informatieronde.
Elke fractie heeft een basisspreektijd van acht minuten, vermeerderd met een minuut per fractielid.
Een groep krijgt de helft van het aantal minuten spreektijd voor een fractie van dezelfde grootte.
Het college beschikt over een spreektijd die gelijk is aan een derde van de totale spreektijd van de fracties.
Artikel 12 Deelname collegeleden aan beraadslagingen
De voorzitter, of een commissielid via de voorzitter kan een collegelid (of meerdere collegeleden) uitnodigen in de vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen.
Het uitgangspunt is dat de betrokken portefeuillehouder in ieder geval wordt uitgenodigd. Uitnodigingen vinden zo vroeg mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voorafgaand aan de vergadering, plaats, uitgezonderd spoeddebatten en tweeminutendebatten.
Artikel 14 Inspraak in de raadscommissie
Wie van het inspreekrecht gebruik wil maken moet dit uiterlijk vier uren vóór aanvang van de vergadering of – indien de vergadering in de ochtend begint – uiterlijk de werkdag daarvoor vóór 16.00 uur melden aan de secretaris van de desbetreffende commissie, onder opgave van naam, emailadres en telefoonnummer en van het onderwerp of onderwerpen waarover het woord gevoerd gaat worden. De inspreker geeft ook aan of namens een organisatie of op eigen naam wordt ingesproken.
Wie inspreekt voert het woord direct voorafgaand aan de behandeling door de commissie van het desbetreffende onderwerp. De voertaal is Nederlands. De spreektijd bedraagt per inspreker maximaal vijf minuten. Is het aantal insprekers groter dan zes, dan wordt de spreektijd voor alle insprekers teruggebracht naar drie minuten.
De spreektijd bedraagt bij het tweeminutendebat twee minuten per inspreker.
Indien de beraadslagingen door de commissie in twee termijnen plaatsvindt, stelt de voorzitter degenen die van het inspreekrecht in eerste termijn gebruik hebben gemaakt direct voorafgaand aan de tweede termijn van de beraadslagingen in de gelegenheid voor de duur van maximaal vijf of drie minuten, te reageren op de betogen van de leden in eerste termijn.
Het commissielid dat een spoeddebat wenst aan te vragen meldt dit, onder aanduiding van het onderwerp. De aanvrager beargumenteert de spoedeisendheid van het onderwerp. Deze punten, gecombineerd met de aspecten waarop het onderwerp betrekking zal hebben, worden schriftelijk aangeleverd bij de voorzitter tot uiterlijk vier uur vóór aanvang van de vergadering of – indien de vergadering in de ochtend aanvangt – uiterlijk de werkdag daarvoor vóór 16.00 uur. Het aldus aangemelde onderwerp wordt zo spoedig mogelijk gelijktijdig ter kennis gebracht van de commissie en het college.
Een commissielid kan slechts een spoeddebat aanvragen over niet op de agenda vermelde onderwerpen. Het kan niet gaan over stukken die aan de commissie of de raad zijn gezonden, noch over ingediende of beantwoorde schriftelijke vragen of moties, tenzij de spoedeisendheid ervan door de aanvrager kan worden bewezen.
De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het spoeddebat aan de orde te stellen, indien de spoedeisendheid niet is beargumenteerd, de voorzitter het onderwerp niet voldoende nauwkeurig omschreven acht dan wel strijdig acht met het algemeen belang. De voorzitter staat het spoeddebat niet toe als sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid.
Hierna kan namens elke fractie, behoudens die van het commissielid dat de vragen heeft gesteld, één lid aanvullend het woord voeren. Indien van deze gelegenheid gebruik wordt gemaakt, geldt hiervoor eveneens een spreektijd van ten hoogste één minuut. Het college of de burgemeester krijgen hierna gelegenheid tot reactie voor maximaal 2 minuten.
Een commissielid kan een verzoek indienen tot het houden van een tweeminutendebat. Het verzoek moet worden ondersteund door ten minste twee andere fracties.
Het verzoek wordt uiterlijk vier uur vóór aanvang van de vergadering – of, indien de vergadering in de ochtend aanvangt, uiterlijk de werkdag daarvoor vóór 16.00 uur per e-mail bij de griffie ingediend. Dit is alleen mogelijk als op de agenda van de betreffende commissie ruimte bestaat voor agendering.
Het onderwerp moet betrekking hebben op de lijst ingekomen stukken van de betreffende vergadering. Het verzoek kan ook worden gedaan tijdens een procedurevergadering. Het tweeminutendebat vindt dan plaats in een daarop volgende commissievergadering.
Een raadscommissie houdt een bij of krachtens de wet voorgeschreven hoorzitting. Degene die schriftelijk zijn zienswijze ter zake kenbaar heeft gemaakt krijgt de gelegenheid in één termijn door de commissie te worden gehoord en de zienswijze nader toe te lichten.
De hoorzitting is een apart onderdeel van de commissievergadering en vindt plaats in een eerdere commissievergadering dan die waar het stuk waar de zienswijze betrekking op heeft.
Wanneer een commissielid zich, naar het oordeel van de voorzitter, uitdrukkingen veroorlooft die niet in overeenstemming met de goede toon zijn, stelt de voorzitter het commissielid in de gelegenheid bepaalde woorden terug te nemen. Ingeval het commissielid weigert, kan de voorzitter hem voor het aan de orde zijnde onderwerp het woord ontnemen.
Wanneer een commissielid door zijn gedragingen de normale gang van zaken van de vergadering belemmert, kan de voorzitter de commissie voorstellen hem het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Nadat het voorstel is aangenomen, verlaat het commissielid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig laat de voorzitter hem uit de vergadering verwijderen. Bij herhaling kan hem door de raad voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergaderingen van de betreffende commissie worden ontzegd.
Wanneer de orde op enige wijze door een of meer toehoorders wordt verstoord, kan de voorzitter deze uit de vergaderruimte laten verwijderen. Een toehoorder die bij herhaling de vergadering verstoort kan voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergaderingen van de betreffende commissie worden ontzegd.
Artikel 19 Besluitenlijst, audiovisueel verslag, toezeggingenregister
Toezeggingen, gedaan in een commissievergadering, worden opgenomen in het toezeggingenregister. Onder een toezegging wordt verstaan een concreet product, voorzien van een termijn. Aan het einde van het debat formuleert de voorzitter de gedane toezeggingen ter opname in het toezeggingenregister. Dit register wordt gepubliceerd op het raadsinformatiesysteem van de gemeente Den Haag.
Artikel 21 Gecombineerde vergadering
Als een onderwerp door het presidium ter behandeling wordt overgedragen aan twee of meer commissies, vergaderen deze commissies daarover gezamenlijk. Deze vergadering wordt voorgezeten door de voorzitter van de commissie waar het onderwerp in de aard als eerste aan de orde zou komen.
Een gecombineerde vergadering met de Rekeningencommissie wordt voorgezeten door de voorzitter van de Rekeningencommissie.
De commissie brengt een advies uit over een stuk dat ter beoordeling aan de commissie is voorgelegd en waarover besluitvorming in de raad aan de orde is.
Na de beraadslaging inventariseert de voorzitter hoe het oordeel van leden van de commissie is over een stuk. Dit oordeel is beperkt tot ‘voor’, ‘tegen’ of ‘voorbehoud’ of ‘onvoldoende behandeld’.
Eén lid van de commissie brengt bij stemming tijdens de procedurevergadering één stem uit. Een fractie, gelijk aan of groter dan vijf leden, kan maximaal vijf tot die fractie behorende commissieleden stemmen uit laten brengen. Een fractie, kleiner dan vijf leden, kan maximaal het aantal stemmen laten uitbrengen als er raadsleden zijn.
Artikel 24 Moties en amendementen
Tijdens commissievergaderingen wordt leden gevraagd eventuele moties en amendementen aan te kondigen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-331852.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.