Gemeenteblad van Almere
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Almere | Gemeenteblad 2025, 331540 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Almere | Gemeenteblad 2025, 331540 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Subsidieregeling Cultuur 2026-2028
talentontwikkeling en muziekeducatie: activiteiten die zich primair richten op het ontdekken, benutten en ontwikkelen van talent of muzikaal talent, van individuen of groepen binnen de kunst- en cultuursector, en buiten de context van formeel onderwijs. De activiteiten richten zich op het begeleiden van deze individuen of groepen, of het aanbieden van ontwikkeltrajecten, met als doel doorstroming naar het professionele veld te bevorderen.
Het doel van deze regeling is het mede mogelijk maken van de ontwikkeling en bestendiging van de culturele infrastructuur in Almere, zoals bedoeld in het cultuurbeleid, via jaarlijkse en meerjarige subsidieafspraken.
Artikel 5 – Subsidielijn B: Cofinanciering medeoverheden
Het college verstrekt binnen deze subsidielijn uitsluitend een meerjarige subsidie aan instellingen die voor de periode 2026–2028 meerjarige ondersteuning ontvangen van de landelijke Basisinfrastructuur, één van de Rijkscultuurfondsen of de provincie Flevoland.
Artikel 6 – Subsidielijn C: Talentontwikkeling en muziekeducatie
Het college verstrekt binnen deze subsidielijn uitsluitend een meerjarige subsidie aan instellingen die in de periode 2026–2028 culturele initiatieven realiseren op het gebied van talentontwikkeling en muziekeducatie.
Artikel 7 – Subsidielijn D: Overige culturele initiatieven
Het college verstrekt binnen deze subsidielijn uitsluitend een jaarlijkse subsidie aan instellingen die in de periode 2026–2028 culturele initiatieven realiseren die niet onder subsidielijn A, B of C vallen.
Indien een aanvraag voor subsidielijn C niet voor toekenning in aanmerking komt vanwege ontoereikende middelen, kan het college, indien de aard en inhoud van de aanvraag daartoe aanleiding geven, de aanvraag ambtshalve beoordelen als een aanvraag voor subsidielijn D. Het college doet hiervan mededeling aan de aanvrager.
Indien de aanvragen als bedoeld in het eerste lid niet hebben geleid tot een subsidietoekenning voor een of meer van de functies in subsidielijn A, kan het college:
voor zover het de functie Cultuurcentrum Buiten betreft, besluiten om in afwijking van artikel 4 een meerjarige subsidie toe te kennen voor de periode 2027-2028. In dit geval blijft artikel 14, vierde en vijfde lid, onverkort van toepassing. Aanvragen hiervoor dienen instellingen uiterlijk op 30 juni 2026 in.
Artikel 10 – Bij de aanvraag in te dienen gegevens
In aanvulling op de in artikel 6, tweede lid, van de ASV genoemde gegevens verstrekt een instelling bij haar aanvraag informatie over:
de wijze waarop zij invulling geeft aan de Governance Code Cultuur, de Fair Practice Code, de Code Culturele Diversiteit en haar duurzaamheidsambities. Die toelichting bevat per onderdeel concrete doelstellingen en beschrijft op welke wijze de instelling deze binnen de subsidieperiode realiseert en monitort.
Artikel 11 – Aanvullende gegevens in te dienen bij de aanvraag bij een meerjarige subsidie (subsidielijn A, B en C)
Het eerste en tweede lid van dit artikel is van overeenkomstige toepassing op aanvragen voor een subsidie voor de functie bibliotheekwerk, met dien verstande dat de aanvrager het beleidsplan, de begroting, toelichting op (financiële) risico’s, de beschrijving van de financiële positie en toelichting op personele ontwikkelingen mag toespitsen op het jaar 2026.
Voor zover de instelling subsidie wenst vanuit subsidielijn B verstrekt de instelling bij haar aanvraag een afschrift van de beschikking waaruit de ondersteuning vanuit de landelijke Basisinfrastructuur, één van de Rijkscultuurfondsen of de provincie Flevoland blijkt. Indien die beschikking gepubliceerd is kan de instelling volstaan met verwijzing daarnaar.
Artikel 12 – Aanvullende gegevens in te dienen bij de aanvraag bij een eenjarige subsidie (subsidielijn D)
Bij een aanvraag voor een eenjarige subsidie voegt de instelling in aanvulling op artikel 10 van deze regeling de volgende documenten toe:
Artikel 13 – Beoordeling en beoordelingscriteria
Het college legt aanvragen voor eenjarige en meerjarige subsidies die voldoen aan de eisen van deze regeling voor aan een adviescommissie die over inhoudelijke expertise beschikt. De adviescommissie kan externe deskundigen inschakelen als zij dat nodig vindt. De adviescommissie presenteert haar advies aan het college.
De beoordeling vindt plaats op basis van een puntensysteem, zoals uitgewerkt in Bijlage 2 behorend bij deze regeling. Elk hoofdcriterium wordt beoordeeld op een schaal van 0 tot 50 punten. De artistieke en/of inhoudelijke kwaliteit telt voor 55% mee in de totaalscore, de organisatorische kwaliteit voor 45%.
De verdeling vindt plaats per subsidielijn. Voor subsidielijn A geldt dat per functie uitsluitend de hoogst gerangschikte, en met een voldoende beoordeelde, aanvraag wordt gehonoreerd. Bij gelijke totaalscores binnen subsidielijn 1 prevaleert de aanvraag met de hoogste score op artistieke en/of inhoudelijke kwaliteit. Bij gelijke totaalscores op artistieke en/of inhoudelijke kwaliteit, vindt een loting plaats tussen de partijen met de gelijke totaalscore. Voor subsidielijn B, C en D kan het college meerdere aanvragen honoreren, afhankelijk van de beschikbare middelen.
Artikel 14 – Subsidieplafonds en (her)verdeling
Indien een subsidie voor een onderdeel van subsidielijn A niet tot het daarvoor vastgestelde deelplafond wordt verleend, kan het resterende bedrag door het college worden aangewend voor subsidieverlening binnen subsidielijn B, mits het totaal van de jaarlijkse deelplafonds van subsidielijn A en B niet wordt overschreden.
Indien na toepassing van het derde, vierde en vijfde lid van dit artikel het subsidieplafond nog niet is uitgeput, kan het resterende bedrag door het college worden aangewend voor subsidieverlening binnen subsidielijn C, mits het totaal van de jaarlijkse deelplafonds van subsidielijn A, B en C niet wordt overschreden.
In afwijking van het bepaalde in de leden twee tot en met zeven van dit artikel geldt dat voor zover het bepaalde in artikel 9, vierde lid, zich voordoet, het college kan besluiten het betreffende deelplafond niet aan te wenden binnen subsidielijn B, C en D, maar beschikbaar te houden voor subsidiering van de niet ingevulde functie(s) in hetzelfde jaar of een of meer opvolgende jaren.
De subsidieaanvraag bedraagt maximaal € 300.000 per kalenderjaar voor instellingen die binnen subsidielijn B subsidie aanvragen en die zijn opgenomen in bijlage 1.2 behorende bij artikel 4 van het Convenant cultuur 2025-2028 dat de provincie Flevoland en de gemeente Almere hebben afgesloten met de Staat der Nederlanden.
Het college kan het subsidieplafond, bedoeld in het eerste en tweede lid, alsmede de jaarlijkse deelplafonds, bedoeld in het derde en vierde lid, verlagen indien daartoe aanleiding bestaat. Het besluit tot verlaging maakt het college bekend via het gemeenteblad en op de gemeentelijke website. Dit kan betekenen dat voor reeds ingediende of verleende aanvragen minder subsidie wordt toegekend.
Artikel 15 – Aanvullende weigeringsgronden
Het college kan, in aanvulling op hoofdstuk 4 van de ASV, subsidie weigeren indien:
Artikel 17 – Tussentijdse verantwoording
De subsidieontvanger van een meerjarige subsidie dient, voor zover zij in het daaraan voorafgaande kalenderjaar subsidie heeft ontvangen, uiterlijk op 30 april 2027 en 30 april 2028 een tussentijdse verantwoording in over respectievelijk het kalenderjaar 2026 en 2027. Subsidie mag uitsluitend worden toegerekend aan het kalenderjaar waarin de activiteiten daadwerkelijk zijn uitgevoerd. De subsidieontvanger toont in het verslag de uitvoering van de activiteiten aan met inhoudelijke en financiële verantwoordingsstukken die zijn gedateerd binnen het betreffende kalenderjaar conform het stelsel van baten en lasten.
Meerjarige subsidies worden per kalenderjaar betaald en voor zover van toepassing, bevoorschot, op basis van het voor dat jaar vastgestelde bestedingsritme. Er vindt geen voorfinanciering plaats over meerdere jaren tegelijk, tenzij het college hiervoor gemotiveerd besluit.
Aldus vastgesteld in de B en W-vergadering d.d. 23 juli 2025
burgemeester en wethouders van Almere,
de secretaris,
A. van Mazijk
de burgemeester,
W.H.J.M. van der Loo
BIJLAGE 1: Omschrijving functies Subsidielijn A
1. Bemiddelingsfunctie cultuureducatie
Voor de functie Bemiddelingsfunctie Cultuureducatie komt in aanmerking de instelling die:
Voor de functie Bibliotheekwerk komt in aanmerking een instelling die:
Voor de functie Cultuurcentrum Buiten komt in aanmerking een instelling die:
Voor de functie Cultuurcentrum Haven komt in aanmerking een instelling die:
5. Ontwikkeling Cultuursector (kennisdeling en stimuleringsfonds)
Voor deze functie komt in aanmerking een instelling die:
Voor de functie Poppodiumvoorziening komt in aanmerking een instelling die:
7. Professioneel Stadsgezelschap Theater
Voor deze functie komt in aanmerking een Almeers theatergezelschap dat:
8. Stadsschouwburg / Culturele huiskamer van de stad
Voor deze functie komt in aanmerking een instelling die:
BIJLAGE 2: Beoordelingssystematiek Cultuursubsidies Almere
Aanvragen worden beoordeeld op twee hoofdcriteria:
Binnen elk hoofdcriterium worden 5 subcriteria beoordeeld die hieronder puntsgewijs worden besproken. Elk subcriterium kent een maximum van 10 punten, waardoor per hoofdcriterium maximaal 50 punten behaald kunnen worden.
I. Artistieke en/of inhoudelijke kwaliteit
1.1 Profiel/signatuur van de instelling
De aanvrager heeft een herkenbaar artistiek en/of inhoudelijk cultureel profiel. Dit komt tot uiting in een onderscheidend programma en hoe de activiteiten van de instelling een bijzondere of unieke bijdrage leveren aan de Almeerse culturele sector. Uit de aanvraag blijkt een heldere visie die beeld geeft van de artistieke en/of inhoudelijk culturele ontwikkeling die de aanvrager voor ogen heeft. Er wordt ook gekeken hoe de signatuur wordt vertaald naar de activiteiten. Met andere woorden: dat de activiteiten logisch voortvloeien uit de visie van de instelling.
1.2 Impact van activiteiten op de ontvanger
Impact verwijst naar de mate waarin de artistieke/inhoudelijke activiteiten de cultuurbeoefenaar en/of cultuurbezoeker aanspreken en van betekenis zijn. Welke impact op de cultuurbeoefenaar en/of cultuurbezoeker heeft de aanvrager voor ogen? Uit de aanvraag blijkt dat de aanvrager in staat is om de intentie van de artistieke/inhoudelijke activiteiten daadwerkelijk over te brengen op de cultuurbeoefenaar en/of cultuurbezoeker. De activiteiten weten een verhaal te vertellen, roepen gevoelens op, zetten aan tot nadenken of dragen betekenis over. Ze laten een blijvende indruk achter, weten te prikkelen of het publiek te raken. Instellingen kunnen ook impact hebben door gericht te programmeren (dus passend bij de impact die ze willen maken op de ontvanger) en cultuurbezoekers en/of cultuurbeoefenaars actief te betrekken bij betekenisvolle activiteiten.
Wat is de toegevoegde waarde van jouw activiteiten voor de stad Almere? Er wordt gekeken naar de manier waarop de activiteiten een bijdrage leveren aan de realisatie van de ambities en doelstellingen beschreven in de Cultuurkoers 2040 & Cultuurplan 2025-2028. De toetsing op dit criterium draait ook om de manier waarop de aanvrager zich verhoudt tot stedelijke vraagstukken, lokale en/of regionale actualiteit en tot de buurt waarin een instelling gevestigd of actief is. Een instelling kan ook van meerwaarde zijn voor de stad door met hun culturele activiteiten een bijdrage te leveren aan andere domeinen, zoals zorg, welzijn of onderwijs.
1.4. Deskundigheid van de aanvrager
Uit de aanvraag blijkt de vakinhoudelijke vaardigheid van de bij de aanvraag betrokken professionals. Uit de aanvraag blijkt ook de mate waarin zij beschikken over de noodzakelijke specifieke deskundigheid om kwalitatief hoogstaand werk te leveren en het projectplan te verwezenlijken. Hierbij kan gedacht worden aan een omschrijving van de (functie)profielen die binnen de instellingen bestaan en de diploma- of ervaringsvereisten die gesteld worden aan de bij de aanvraag betrokken professionals. Ook kan gedacht worden aan het werken met VOG's. Daarnaast hebben we aandacht voor de doorontwikkeling van vaardigheden van de professionals. Indien de instelling ook met vrijwilligers werkt, kan dit ook betrekking hebben op de deskundigheid(sbevordering) van de vrijwilligers.
1.5 Vernieuwing en (door)ontwikkeling
Uit de aanvraag blijkt hoe de instelling er zorg voor draagt dat activiteiten actueel en relevant blijven. Er wordt gekeken of de activiteiten bijdragen aan de veranderende stad. De activiteiten passen bij deze tijd en/of kijken vooruit naar de toekomst. Er kan aandacht zijn voor nieuwe generaties van zowel publiek als makers, of nieuwe kunstvormen. Er kan ook gedacht worden aan vernieuwing en ontwikkeling binnen de huidige discipline.
II. Organisatorische kwaliteit
Bij dit subcriterium kijken we of de aanvrager een financieel goed onderbouwd en haalbaar plan heeft. Dat betekent onder andere een sluitende begroting, met toelichting bij elke begrotingspost. We beoordelen ook de financiële positie van de instelling en evenwichtige financieringsmix van de begroting. Hierbij kan gedacht worden aan een mix van andere dan gemeentelijke financieringsstromen zoals bijdragen van bedrijven, crowdfunding en fondsen. Verder bekijken we of het bedrag dat wordt aangevraagd past bij de omvang van de activiteiten en het aantal mensen dat hiermee bereikt wordt. Uit de aanvraag blijkt de kwaliteit van de bedrijfsvoering van de aanvrager, zoals die onder andere tot uiting komt in zijn ondernemerschap. We kijken ook naar de toelichting op de financiële risico’s voor de uitvoering van de activiteiten die de instelling voorziet en hoe zij daarmee omgaat. Tot slot letten we op de uitleg over personele veranderingen binnen de instelling, vooral als er belangrijke aanpassingen in het team worden verwacht.
In hoeverre de aanvrager in staat is om met zijn organisatie de beoogde plannen uit te voeren? Bij dit criterium, beoordelen we in hoeverre de aanvrager een realistisch en uitvoerbaar plan presenteert en of de plannen passen bij de schaal van de instelling. Hierbij beoordelen we ook of het plan een heldere aanpak, duidelijke doelstellingen en realistische planning heeft. We kijken ook naar de toelichting op de risico’s die de instelling voorziet voor het niet (conform plan) kunnen uitvoeren van de activiteiten uit de aanvraag. En hoe zij daarmee omgaat.
Er wordt helder omschreven welke doelgroep(en) de aanvrager met zijn activiteiten wil bereiken. Ook wordt toegelicht hoeveel cultuurbeoefenaars en/of cultuurbezoekers de aanvrager wil bereiken en hoe dat wordt aangepakt. De aanvraag beschrijft onder andere de marketing- en communicatiestrategie die hij inzet om zijn doelgroep(en) te bereiken. Ook wordt beoordeeld of het beoogde publieksbereik passend is bij de omvang en doelstellingen van de instelling.
2.4 Positionering en samenwerking:
Bij dit subcriterium beoordelen we de mate waarin de aanvrager zich bewust is van de eigen positionering in het Almeerse culturele veld en de mate waarin de aanvrager aantoonbaar opereert in samenhang met andere (vergelijkbare) instellingen. Hierbij kijken we naar de inbedding van de instelling in de stad, Flevoland, de Metropool Regio Amsterdam en/of in het (buiten)land. Er wordt beschreven hoeveel en welke samenwerkingen de aanvrager aangaat. Dit kan om samenwerkingen binnen en buiten het culturele veld gaan. Per samenwerking wordt een toelichting gegeven hoe deze samenwerking eruitziet en hoe deze logisch voortvloeien uit de visie van de instelling.
2.5 Culturele codes en duurzaamheid
Er wordt gekeken naar de mate waarin en de wijze waarop de aanvrager invulling geeft aan de Governance Code Cultuur, de Fair Practice Code en de Code Culturele Diversiteit. Ook toont de aanvrager aan bewuste keuzes te maken met betrekking tot duurzaamheid. Onderdeel hiervan is dat de aanvrager de huidige situatie binnen de instelling omschrijft rondom zowel de codes als duurzaamheid. Per code worden daarnaast concrete doelstellingen geformuleerd voor de looptijd van de subsidie. Hetzelfde geldt voor duurzaamheid. Ook beschrijft de aanvrager op welke wijze hij deze doelstellingen binnen de subsidieperiode realiseert en monitort op het gebied van zowel de codes als duurzaamheid.
Met duurzaamheid bedoelen we het verminderen van de ecologische voetafdruk met aandacht voor natuur en milieu. Het gaat hierbij niet om “verduurzamen” in de betekenis van de continuïteit van de instelling en de levensvatbaarheid van de instelling en/of activiteiten op lange termijn.
Elk subcriterium kent een maximum van 10 punten, waardoor voor elk hoofdcriterium een score tussen 0 en 50 punten kan worden toegekend. De totaalscore wordt berekend volgens de formule:
Totaalscore = (Artistieke en/of inhoudelijke kwaliteit x 0,55) + (Organisatorische kwaliteit x 0,45) x 2 = aantal punten ten opzichte van maximale score van 100 punten.
Bij gelijke scores prevaleert de aanvraag met de hoogste score op artistieke en/of inhoudelijke kwaliteit.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-331540.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.