Treasurystatuut gemeente Asten 2025

De raad van de gemeente Asten;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25 februari 2025;

 

gehoord het advies van de commissie Samenleving en Bestuur van 27 maart 2025;

 

gelet op artikel 212, tweede lid, onder c, van de Gemeentewet;

 

overwegende dat:

  • het wenselijk is om een duidelijk kader voor het beheer van de financiële middelen van de gemeente, inclusief investeringen, leningen en risicobeheer op te stellen; en

  • het doel is om financiële stabiliteit en duurzaamheid te waarborgen, met transparantie en verantwoording naar de inwoners.

besluit:

 

vast te stellen het Treasurystatuut gemeente Asten 2025.

Artikel 1. Definities

Bijlage 1 bij dit treasurystatuut bevat definities voor de toepassing van dit treasurystatuut.

Artikel 2. Doelstellingen van de treasuryfunctie

De treasuryfunctie van de gemeente heeft als doel:

  • a.

    duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities te verzekeren;

  • b.

    het gemeentelijke vermogen te beschermen tegen financiële risico’s zoals rente-, koers-, krediet-, valuta- en liquiditeitsrisico’s;

  • c.

    financiële risico’s te minimaliseren, inclusief interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van geldstromen en financiële posities;

  • d.

    renteresultaten te optimaliseren binnen de kaders van de Wet Fido en aanvullende regelgeving; en

  • e.

    voldoende financiële middelen aan te trekken en overtollige gelden uit te zetten voor de uitvoering van gemeentelijke taken binnen de vastgestelde begrotingskaders.

Artikel 3. Uitgangspunten risicobeheer

Bij risicobeheer gelden de volgende uitgangspunten:

  • a.

    alle treasuryactiviteiten moeten voldoen aan de regels van dit treasurystatuut, de Wet Fido en de Wet Hof;

  • b.

    leningen of garanties uit hoofde van de “publieke taak” mogen alleen worden verstrekt aan derde partijen na advies van de (Concern)controller;

  • c.

    middelen kunnen worden uitgezet indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet gericht zijn op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico; en

  • d.

    het gebruik van derivaten is niet toegestaan.

Artikel 4. Koersrisicobeheer

Koersrisicobeheer richt zich op het beheersen van risico’s door negatieve koersontwikkelingen:

  • a.

    de looptijd van uitzettingen wordt afgestemd op de liquiditeitenplanning; en

  • b.

    alleen producten, waarbij de hoofdsom aan het einde van de looptijd gegarandeerd is, worden gebruikt. Beleggingen in aandelen, opties en vreemde valuta zijn niet toegestaan.

Artikel 5. Kredietrisicobeheer

Kredietrisicobeheer richt zich op het voorkomen of beperken van tegenpartijrisico’s:

  • a.

    voor het aanhouden van gelden op rekeningcourant of spaarrekening moet de financiële instelling minimaal een A-rating hebben van twee van de drie erkende ratingbureaus: Moody’s, Standard & Poor’s of Fitch; en

  • b.

    financiële instellingen moeten gevestigd zijn in landen met minimaal een A-rating en vallen onder Nederlands of EER-toezicht, zoals De Nederlandsche Bank.

Artikel 6. Liquiditeitsrisicobeheer

De gemeente beperkt liquiditeitsrisico’s door treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitenplanning (looptijd tot één jaar) en een meerjarige liquiditeitenplanning (looptijd van vier jaar).

Artikel 7. Algemene uitgangspunten verstrekken leningen en garanties

Leningen en garanties mogen worden verstrekt indien:

  • a.

    het doel binnen het gemeentelijk beleid past en vooraf advies is ingewonnen over de financiële positie en kredietwaardigheid van de betreffende partij;

  • b.

    de gemeenteraad goedkeuring heeft gegeven en er geen eigen waarborgfonds bestaat voor de betreffende categorie;

  • c.

    rekening houdende dat een garantie de voorkeur geniet boven een lening;

  • d.

    Zekerheden of garanties worden geëist bij leningen uit hoofde van de publieke taak; en

  • e.

    valutarisico’s worden uitgesloten door leningen alleen in euro’s te verstrekken of te garanderen.

Artikel 8. Algemene uitgangspunten uitzettingen van middelen en aantrekken van gelden

Uitzettingen moeten een prudent karakter hebben en niet gericht zijn op het genereren van inkomen waarbij onderstaande uitgangspunten worden gehanteerd:

  • a.

    renterisico’s op lange en korte schuld worden beperkt;

  • b.

    de kasgeldlimiet1 en renterisiconorm2 worden niet overschreden conform de Wet Fido;

  • c.

    externe financieringsmiddelen worden zoveel mogelijk beperkt en interne financieringsmiddelen worden eerst aangewend;

  • d.

    het drempelbedrag3 wordt gemiddeld per kwartaal niet overschreden;

  • e.

    nieuwe financieringen en uitzettingen worden afgestemd op de financiële positie, liquiditeitenplanning en rentevisie;

  • f.

    uitzettingen worden gedaan conform de Wet Fido en de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden;

  • g.

    valutarisico’s worden uitgesloten door financieringen en uitzettingen alleen in euro’s aan te gaan;

  • h.

    spreiding in de rentetypische looptijden van leningen en uitzettingen wordt nagestreefd; en

  • i.

    spreiding van financiële instellingen waar geld geleend wordt, wordt nagestreefd.

Artikel 9. Uitzetten van gelden

Bij het uitzetten van gelden wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten:

  • a.

    uitzettingen worden gedaan conform de Wet Fido en de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden;

  • b.

    gelden kunnen bij de schatkist worden aangehouden op een rekening-courant of in een deposito;

  • c.

    de keuze tussen rekening-courant of deposito wordt bepaald op basis van financiële positie, liquiditeitenplanning en rentevisie, met als doel een zo hoog mogelijk rendement te realiseren;

  • d.

    openbare lichamen kunnen liquide middelen in de vorm van leningen uitzetten bij andere openbare lichamen, mits zij niet belast zijn met het financiële toezicht op die lichamen; en

  • e.

    uitzettingen bij een ander openbaar lichaam worden eerst ter goedkeuring voorgelegd aan de wethouder met de portefeuille financiën.

Artikel 10. Aantrekken van gelden (financieringen)

Bij het aantrekken van financieringen gelden de volgende uitgangspunten:

  • a.

    toegestane instrumenten zijn daggeldleningen, kasgeldleningen, krediet in rekening courant en onderhandse leningen;

  • b.

    minimaal drie prijsopgaven van financiële instellingen zijn vereist voordat een financiering wordt aangetrokken;

  • c.

    liquide middelen kunnen ook worden geleend bij andere openbare lichamen;

  • d.

    gekozen wordt voor de instelling of het lichaam met de laagste lasten;

  • e.

    financiële instellingen moeten onder Nederlands of Europees toezicht vallen en een A-rating hebben van twee erkende ratingbureaus (Moody’s, Standard & Poors, Fitch of DBRS); en

  • f.

    financieringen bij een openbaar lichaam worden eerst ter goedkeuring voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 11. Relatiebeheer

De gemeente streeft naar gunstige en marktconforme condities voor financiële diensten door het stellen van onderstaande voorwaarden:

  • a.

    financiële instellingen moeten onder Nederlands toezicht vallen; en

  • b.

    tussenpersonen moeten geregistreerd zijn bij de Autoriteit Financiële Markten.

Artikel 12. Betalingsverkeer

De kosten van het geldstromenbeheer worden geminimaliseerd door:

  • a.

    het beperken van het liquiditeitsgebruik door afstemming van geldstromen op gemeenteniveau en liquiditeitsplanning, waarbij het van belang is dat het nakomen van verplichtingen wordt gegarandeerd; en

  • b.

    het zoveel mogelijk elektronisch uitvoeren van betalingsverkeer door één bank.

Artikel 13. Algemene uitgangspunten administratieve organisatie en interne beheersing

  • 1.

    In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle:

    • a.

      de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd;

    • b.

      bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk vastgelegd; en

    • c.

      bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:

      • 1°.

        iedere transactie wordt door minimaal twee verschillende functionarissen uitgevoerd (het vierogenprincipe); en

      • 2°.

        de uitvoering en controle geschieden door afzonderlijke functionarissen.

  • 2.

    In bijlage 2 worden de uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle van het eerste lid nader uitgewerkt.

Artikel 13. Hardheidsclausule

  • 1.

    Het college van burgemeester en wethouders kan in geval van onbillijkheden van overwegende aard in overleg met de commissie Samenleving en Bestuur afwijken van de bepalingen in dit treasurystatuut.

  • 2.

    In gevallen, de uitvoering van dit treasurystatuutbetreffende, waarin dit treasurystatuut niet voorziet, beslist het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 14. Intrekken oude regeling

  • 1.

    Het Treasurystatuut 2014, vastgesteld door de raad op 11 maart 2014, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 15, eerste lid, genoemde datum van inwerkingtreding van dit Treasurystatuut gemeente Asten 2025.

Artikel 15. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Dit treasurystatuut treedt in werking met terugwerkende kracht op 1 januari 2025.

  • 2.

    Dit treasurystatuut wordt aangehaald als: Treasurystatuut gemeente Asten 2025.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Asten van 8 april 2025.

De raad voornoemd,

griffier,

mr. M.B.W. van Erp-Sonnemans

voorzitter,

A.A.H.C.M van Extel-van Katwijk

BIJLAGE 1: Begrippenkader

 

  • Daggeld(lening)

Opgenomen of uitgezette middelen voor onbepaalde tijd die dagelijks gewijzigd kunnen worden;

  • Derivaten

Financiële derivaten zijn beleggingsinstrumenten die hun waarde ontlenen aan de waarde van een ander goed, zoals aandelen en olie. Het andere goed wordt ook wel de onderliggende waarde genoemd. De voornaamste soorten derivaten zijn opties, futures, swaps, en forwards. Men gebruikt financiële derivaten om risico's te verkleinen of juist te speculeren

  • Deposito

Geldbedrag dat aan een financiële instelling wordt toevertrouwd voor een bepaalde periode tegen een bepaalde rentevergoeding. Gedurende de afgesproken periode kan niet vrij over dat geld worden beschikt;

  • Drempelbedrag

Het drempelbedrag wordt bepaald op basis van het begrotingstotaal van het openbaar lichaam. En is het bedrag wat maximaal aan het einde van de dag op de rekening-courant mag staan buiten de schatkist.

  • Financiering

Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen;

  • Geldstromenbeheer

Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer);

  • Intern liquiditeitsrisico

De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren- investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen;

  • Kasgeldleningen

Niet verhandelbare leningen voor een vast bedrag en voor een vaste periode (van maximaal twee jaar) tegen een vooraf overeengekomen rentepercentage;

  • Kasgeldlimiet

De kasgeldlimiet begrenst de omvang van de korte financiering (korter dan een jaar) tot een percentage van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar;

  • Koersrisico

Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen;

  • Kredietrisico

De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij;

  • Liquiditeitenplanning

Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en tijdseenheid;

  • Liquiditeitspositie

Omvat het totaal van de rekening-courantsaldi, kasgeld- en daggeldleningen og/ug (opgenomen geld en uitgeleend geld);

  • Onderhandse leningen

Dit zijn leningen waarbij de geldgever (aanbieder) en de geldnemer (vrager) rechtstreeks met elkaar onderhandelen over de voorwaarden van een krediet;

  • Openbaar lichaam

Onder een Openbaar Lichaam wordt verstaan:provincies;gemeenten;waterschappen;

 

lichamen met rechtspersoonlijkheid, ingesteld met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen:

door Onze Ministers aan te wijzen andere bij wet ingestelde lichamen en organen.

 

  • Prudent karakter

Het aangaan van financiële transacties met als oogmerk om die financiële waarden te zijner tijd met winst te verkopen, is nadrukkelijk niet toegestaan. Bankachtige activiteiten – het aantrekken en uitzetten van middelen met als doel het generen van inkomsten – zijn als gevolg van deze bepaling verboden;

  • Regeling schatkistbankieren decentrale overheden

Regeling van de Ministers van Financiën, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Infrastructuur en Milieu van 5 december 2013 houdende de vaststelling van regels ter uitvoering van het verplicht schatkistbankieren voor decentrale overheden (Regeling schatkistbankieren decentrale overheden);

  • Renterisico

Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen;

  • Renterisiconorm

Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de renterisico’s bij herfinanciering.

De norm is een vastgesteld percentage (20%) van het begrotingstotaal;

  • Rentetypische looptijd

Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding;

  • Rentevisie

Toekomstverwachting over de renteontwikkeling;

  • Treasuryfunctie

De treasuryfunctie bestaat uit de treasuryfunctionaris of de plaatsvervangend treasurer en omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer;

  • Uitzettingen

Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities;

  • Wet verplicht schatkistbankieren

Wijziging van de Wet financiering decentrale overheden in verband met het rentedragend aanhouden van liquide middelen in ’s Rijks schatkist (verplicht schatkistbankieren);

  • Wet Fido

De Wet financiering decentrale overheden.

  • Wet Hof

Wet houdbare overheidsfinanciën.

 

BIJLAGE 2: Beheersdeel treasurystatuut: ADMINISTRATIEVE ORGANISATIE EN INTERNE BEHEERSING

 

Artikel 1: Verantwoordelijkheden

De taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de gemeente staan in onderstaande tabel gedefinieerd.

 

Functie

Verantwoordelijkheden

Gemeenteraad

  • Het vaststellen van treasurydoelstellingen, het beleid en de beleidskaders in het treasurystatuut;

  • Het vaststellen en houden van toezicht op de uitvoering van het treasurybeleid aan de hand van de financieringsparagraaf in de begroting en de jaarrekening.

College van B&W

  • Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele verantwoordelijkheid) en het betalingsverkeer;

  • Het rapporteren aan de Gemeenteraad over de uitvoering van het treasurybeleid in de financieringsparagraaf.

Concerncontroller

  • Het controleren van de volledigheid, betrouwbaarheid en de rechtmatigheid van treasuryactiviteiten door het verrichten van interne controle activiteiten. Hierover rapporteren aan betrokkenen en het MT.

  • Het bewaken van de kwaliteit van de treasuryprocessen.

Manager

  • Op basis van mandaat ondertekenen van financiële contracten voortvloeiend uit de treasuryfuncties;

  • Formeel eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van de informatievoorziening over treasury in de Planning en Control instrumenten.

Treasurer

  • Het voorbereiden van beleidsvoorstellen op treasurygebied;

  • Invulling geven aan de feitelijke uitvoering van de treasuryfunctie conform het treasurystatuut;

  • Het beheren van de geldstromen en verwerken van informatie van de afdelingen in een liquiditeitenplanning;

  • Het onderhouden van contacten met banken, tussenpersonen en overige financiële instellingen.

Teamleiders en budgethouders

  • Het zorg dragen voor het tijdig aanleveren van betrouwbare informatie over toekomstige geldstromen aan de Treasurer, met het oog op de liquiditeitenplanning.

  • Het fiatteren van betalingen en ontvangsten ten laste of ten gunste van hun budgetten.

Externe accountant

  • In het kader van zijn reguliere controletaak adviseren en controleren van het uitgevoerde treasurybeheer en waar nodig adviseren.

 

Artikel 2: Bevoegdheden

In onderstaande tabel staan bevoegdheden met betrekking tot treasuryactiviteiten weergegeven alsmede de daarbij benodigde autorisatie.

 

Bevoegd functionaris (voorbereiding)

Bevoegd functionaris (autorisatie)

Het uitzetten van gelden

Treasurer

Beheerder gemeentefinanciën1 (voor wat betreft beleggingsactiviteiten)

Het aantrekken van gelden

Treasurer

Beheerder gemeentefinanciën (voor wat betreft beleggingsactiviteiten)

Het verstrekken van garanties en leningen aan derden

Treasurer

Gemeenteraad

Betalingsopdrachten voorbereiden en versturen

Betalingsfiatteur

Beheerder gemeentefinanciën

Bankrekeningen openen, sluiten en wijzigen

Treasurer

Beheerder gemeentefinanciën

Bankcondities en tarieven afspreken

Treasurer

Manager

 

Artikel 3: Informatievoorziening

Met betrekking tot de treasuryactiviteiten dient tenminste de in de onderstaande tabel opgenomen informatie te worden verstrekt door de betreffende functionarissen:

 

Informatie

Frequentie

Informatie-verstrekker

Informatie-ontvanger

Opstellen van de financieringsparagraaf bij de begroting

Jaarlijks

Treasurer

Gemeenteraad

Opstellen van de financieringsparagraaf bij de jaarrekening

Jaarlijks

Treasurer

Gemeenteraad

Terugkoppeling treasuryactiviteiten inclusief liquiditeitenplanning

Jaarlijks

Treasurer

Commissie SB

Opstellen overzicht uitgezette gelden

Ieder kwartaal

Treasurer

Portefeuillehouder

Stand van zaken uitzetten en aantrekken van gelden

Portefeuille-overleg

Treasurer

Portefeuillehouder

Uitzetten en aantrekken van gelden > € 1.000.000,=

Voor uitzetting c.q. aantrekking

Treasurer

Portefeuillehouder

Interne controle rapportage

Jaarlijks

Intern controleur

MT

 

Nota van Toelichting

In deze Nota van toelichting worden, waar nodig, de in het treasurystatuut opgenomen artikelen toegelicht.

 

Toelichting per (deel van een) artikel

Artikel 1 lid 4

De bedoeling is om de renteresultaten te optimaliseren. Dit betekent dat gestreefd wordt naar zo hoog mogelijke rentebaten c.q. zo laag mogelijk rentelasten binnen de kaders van het treasurystatuut;

Artikel 5

Afstemming op de financiële positie en de prognose is bedoeld om middelen te lenen c.q. uit te zetten gedurende de periode dat die echt nodig respectievelijk beschikbaar zijn.

De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar treasury activiteiten mede te baseren op een korte termijn liquiditeiten planning (looptijd tot één jaar), alsmede een globale meerjarige liquiditeiten planning die aansluit op het meerjaren investeringsprogramma;

Artikel 7 lid 8

Door spreiding aan te brengen in de periode dat de rente van een uitzetting vast is, wordt de invloed van een rentedaling op de renteresultaten gespreid over meerdere jaren. Deze spreiding is slechts mogelijk als uit de liquiditeitsprognose blijkt dat middelen gedurende een langere periode beschikbaar zijn.

Artikel 10 lid 2

Tussenpersonen zijn intermediair bij het afsluiten van financiële transacties.

Artikel 11 lid 1

Het beheer van geldstromen gaat vooral om het zorgen voor een efficiënt betalingsverkeer. Geldstromen kunnen bijvoorbeeld op elkaar worden afgestemd door een betalingsdatum af te stemmen op de verwachte ontvangsten. Zo wordt voorkomen dat tijdelijk middelen moeten worden aangetrokken (c. q. dat het uitzetten van middelen niet wordt verlengd) om te voorzien in de liquiditeitsbehoefte.

Artikel 11 lid 2

Het uitvoeren van het betalingsverkeer door één bank heeft efficiencyvoordelen: de kosten van het overboeken van middelen tussen verschillende banken worden vermeden en de omgang van treasury kan beperkt blijven tot de ontwikkeling van het saldo op één bankrekening i.c. die van de huisbankier.

 

Naar boven