Gemeenteblad van Voorschoten
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Voorschoten | Gemeenteblad 2025, 329480 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Voorschoten | Gemeenteblad 2025, 329480 | beleidsregel |
Beleidsregel Wet Bibob gemeente Voorschoten 2025
De Wet Bibob is een belangrijk instrument om te voorkomen dat de gemeente Voorschoten – via haar bestuursorganen – onbewust strafbare feiten faciliteert of dat crimineel verkregen geld wordt gebruikt bij gemeentelijke processen. Door middel van een zogenaamde Bibob-toets onderzoekt de gemeente de integriteit van aanvragers van vergunningen, subsidies, vastgoedtransacties of overheidsopdrachten. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek kan het bevoegd bestuursorgaan besluiten om een aanvraag te weigeren of een eerder besluit in te trekken. Ook kan worden besloten om een overeenkomst niet aan te gaan of te ontbinden, of een overeenkomst niet aan te gaan.
De Wet Bibob biedt gemeenten beleidsruimte: ruimte om zelf te bepalen in welke gevallen en op welke wijze deze toets wordt toegepast. Deze beleidsregel geeft invulling aan die ruimte en beschrijft wanneer en hoe de gemeente Voorschoten van de Wet Bibob gebruikmaakt.
De burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorschoten, ieder binnen hun eigen bevoegdheden;
Overwegende dat de gemeente Voorschoten alleen zaken wil doen met integere en betrouwbare partijen;
Gelet op de Wet Bibob, artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, en de relevante bepalingen in onder andere de Alcoholwet, de Omgevingswet, de Huisvestingswet, de Algemene plaatselijke verordening, de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de gemeentelijke subsidieverordeningen en subsidieregelingen, de Aanbestedingswet 2012 en het Burgerlijk Wetboek;
Besluiten vast te stellen de: “Beleidsregel Wet Bibob gemeente Voorschoten 2025”.
Artikel 1.1: Begripsbepalingen
In deze beleidsregel worden diverse begrippen en definities gebruikt. In deze beleidsregel zijn de definities zoals deze genoemd zijn in artikel 1.1 van de Wet Bibob van overeenkomstige toepassing.
Daarnaast worden in deze beleidsregel nog een aantal andere begrippen gebruikt.
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
Hoofdstuk 2: TOEPASSING VAN DE WET BIJ VERGUNNINGEN
In dit hoofdstuk wordt aangegeven wanneer de Wet Bibob door het bevoegd gezag wordt ingezet bij publiekrechtelijke vergunningen. Het inzetten van de Wet Bibob start met het uitvoeren van het eigen onderzoek.
Artikel 2.1: toepassingsbereik bij een aanvraag om een vergunning
Bij de volgende aanvragen om een vergunning wordt door de gemeente een eigen onderzoek uitgevoerd:
Omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een planologische omgevingsplanactiviteit (artikel 5.1, eerste lid onder a en/of tweede lid onder a van de Omgevingswet), indien de aanvraag betrekking heeft op activiteiten of locaties die zijn genoemd in Bijlage 1 bij deze beleidsregel (risicocategorieën en risicogebieden).
Hoofdstuk 3: Privaatrechtelijke transacties
Artikel 3.1: Toepassingsbereik bij vastgoedtransacties
De gemeente zal de wederpartij ervan in kennis stellen dat een eigen onderzoek deel kan uitmaken van de procedure. In de overeenkomst wordt een integriteitsclausule opgenomen, op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst. Indien de Bibob-procedure niet is afgerond voor het sluiten van de overeenkomst, zijn hieromtrent ontbindende voorwaarden in de overeenkomst opgenomen.
Hoofdstuk 5: TOEPASSING VAN DE WET BIJ OVERHEIDSOPDRACHTEN
Artikel 5.1: Toepassingsbereik bij aanbestedingen
Ter ondersteuning van de toepassing van dit artikel hanteert de gemeente Voorschoten een standaardclausule Bibob bij aanbestedingen. Deze clausule wordt als zelfstandig document toegevoegd aan de aanbestedingsstukken en maakt deel uit van de overeenkomst. In deze clausule zijn onder meer bepalingen opgenomen over de medewerkingsplicht, de inzet van onderaannemers en de gevolgen van een negatief Bibob-advies.
Aldus vastgesteld op 8 juli 2025
het college van burgemeester en wethouders,
E.A. van Wattingen,
gemeentesecretaris
mw. drs. N. Stemerdink,
burgemeester
Bijlage I Risicocategorieën en risicogebieden
In deze bijlage zijn activiteiten opgenomen, waarbij er een risico aanwezig is dat met die activiteiten strafbare feiten worden gepleegd, dan wel dat die activiteit wordt gebruikt om onrechtmatig verkregen voordelen te benutten. De lijst met risicocategorieën is tot stand gekomen op basis van een verhoogd risico op misstanden bekend vanuit het samenwerkingsverband RIEC.
Het benoemen van onderstaande activiteiten betekent niet dat voor deze activiteiten ook een vergunningplicht geldt of gaat gelden. Wanneer er activiteiten (gaan) plaatsvinden waarvoor geen vergunning dient te worden afgegeven of geen overeenkomst wordt aangegaan die onder de werking van de Wet Bibob valt, kan er ook geen Bibob-toets kunnen plaatsvinden.
Risicocategorieën waarbij door de gemeente Voorschoten in beginsel de Wet Bibob zal worden toegepast:
Bovenstaande opsomming van risicocategorieën is niet-limitatief, maar geeft een indicatie van mogelijke risicocategorieën. Deze opsomming kan aangepast worden, indien ontwikkelingen hiertoe aanleiding geven.
De gemeente kan bepaalde gebieden aanwijzen waar het wenselijk is om een eigen Bibob-onderzoek te starten, indien sprake is van een aanvraag om een vergunning, een reeds verleende vergunning, een voorgenomen vastgoedtransactie of het voornemen tot het gunnen van een overheidsopdracht.
Dit kan met name aan de orde zijn bij nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen, gebieden in transformatie of revitalisatie, of locaties waar sprake is van (vermoedens van) ondermijnende activiteiten.
Bijlage 2: Uitvoering van de Bibob-toets door de gemeente Voorschoten
1 Beoordeling door de gemeente
Het onderzoek naar het zich voordoen van de mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob bestaat uit:
het beoordelen van de aanvraag tot het verlenen van een vergunning, dan wel het beoordelen van een reeds verleende vergunning of een (voorgenomen) vastgoedtransactie, of (gunning van) een overheidsopdracht en de daarbij overgelegde gegevens, mede aan de hand van de bij de gemeente bekende feiten en omstandigheden; en
het verzamelen, bewerken en analyseren van informatie die, al dan niet door middel van de gegevens zoals vermeld in het Bibob vragenformulier en bijbehorende bijlagen, is verstrekt door de betrokkene, alsmede van gegevens die zijn verkregen uit informatiebronnen van de partners van het RIEC en andere bronnen die de gemeente volgens de Wet Bibob kan raadplegen.
Concreet betekent dit in ieder geval:
de officier van justitie, een ander bestuursorgaan dat of een rechtspersoon met een overheidstaak die bevoegd is tot toepassing van deze wet, en die beschikt over gegevens die erop duiden dat een betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die reeds gepleegd zijn of naar redelijkerwijs kan worden vermoed gepleegd zullen worden, gevraagd worden of er aanleiding is om ten aanzien van deze betrokkene een eigen onderzoek te starten en eventueel daarna het Bureau Bibob om een advies te vragen;
Ten aanzien van de financiering van het project/ activiteit geldt dat de financiering aannemelijk en transparant dient te zijn. Om de financiering aannemelijk en transparant te maken, gelden ten aanzien van de financiering nog de volgende bepalingen:
bij financiering door middel van vreemd vermogen dient de identiteit van de vermogensverschaffer aangetoond te worden door middel van een geldig Identiteitsbewijs, geboorteplaats, geboortedatum en actuele adres- en woonplaatsgegevens van de vermogensverschaffer. Bij financiering door rechtspersonen dienen de uiteindelijk natuurlijke personen (bestuurders en aandeelhouders) achter deze rechtspersonen inzichtelijk gemaakt te worden;
3 Informatieverstrekking door betrokkene
Als de gemeente besluit om een Bibob-toets uit te voeren bij een aangevraagde vergunning, (voorgenomen) vastgoedtransactie, of (gunning van) een overheidsopdracht moet betrokkene, naast de standaard aanvraagformulieren, ook het door de gemeente vastgestelde Bibob-vragen- formulier volledig invullen en, voorzien van de benodigde bijlagen, bij de gemeente indienen.
Wanneer het Bibob-vragenformulier niet volledig wordt ingevuld, dan wel de gegevens zoals genoemd onder b (financiering) niet volledig zijn verstrekt, wordt de aanvraag op grond van artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht buiten behandeling gesteld, nadat aanvrager de gelegenheid heeft gehad binnen een door de gemeente gestelde termijn aan te vullen. Een weigering om gevraagde extra informatie aan te leveren dan wel onvolledig aan te leveren kan leiden tot het buiten behandeling stellen van de aanvraag dan wel de mogelijkheid tot het intrekken van de verleende vergunning;
In het geval van een (voorgenomen) vastgoedtransactie zal geen overeenkomst tot stand komen, wanneer:
betrokkene heeft nagelaten de op grond van artikel 7a van de Wet Bibob gevraagde gegevens en bescheiden te verschaffen en/of heeft nagelaten de vragen die hem door de gemeente zijn gesteld op basis van dat artikel binnen de door de gemeente gestelde termijn volledig en naar waarheid te beantwoorden;
4 Ondersteuning door het Bureau
Een toetsing aan de Wet Bibob met behulp van een advies van het Bureau geldt als uiterst middel om de integriteit van een betrokken (rechts)persoon te controleren. Bij deze zware inbreuk op de privacy moet het bevoegd gezag de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit in acht nemen. Deze eisen brengen mee dat het bevoegd gezag eerst gebruik moet maken van de eigen instrumenten (zoals uitgewerkt in artikel 2 van deze bijlage). Het vragen van een advies aan het Bureau moet evenredig zijn gelet op de mate van gevaar en de ernst van de strafbare feiten.
5 Adviestermijn van het Bureau
Als de gemeente een advies aanvraagt bij het Bureau, wordt (op grond van artikel 31 van de Wet Bibob) de wettelijke termijn waarbinnen de vergunning moet worden gegeven, opgeschort voor de duur van de periode die begint met de dag waarop het advies door het Bureau in behandeling wordt genomen en eindigt op de dag waarop het advies is ontvangen. Deze opschorting duurt niet langer dan de termijn zoals genoemd in artikel 15, lid 1 van de Wet Bibob.
Wanneer het Bureau het advies niet binnen de in artikel 15, lid 1 van de Wet Bibob gestelde termijn kan geven, heeft het de mogelijkheid om op (grond van artikel 15, derde lid van de Wet Bibob), de termijn te verlengen. Deze verlenging is niet langer dan de termijn genoemd in artikel 15, lid 3 van de Wet Bibob.
6 Informatieplicht naar betrokkene
Als de gemeente op basis van het eigen onderzoek in het kader van de Wet Bibob genoeg aanwijzingen heeft om in redelijkheid te kunnen aantonen dat er sprake is van een ernstige of mindere mate van gevaar als bedoeld van de Wet Bibob, kan het de gevraagde vergunning weigeren, de verleende vergunning intrekken of extra voorwaarden stellen.
Als de gemeente op basis van het eigen onderzoek in het kader van de Wet Bibob genoeg aanwijzingen heeft om in redelijkheid te kunnen aantonen dat er sprake is van een ernstige of mindere mate van gevaar als bedoeld in de Wet, kan dit aanleiding zijn om de (voorgenomen) overheids- opdracht of vastgoedtransactie niet aan te gaan, de overeenkomst te ontbinden, op te schorten of extra voorwaarden te stellen.
8 Weigering/intrekking andere vergunningen van dezelfde betrokkene en sluiting
Wanneer een advies wordt gevraagd ten aanzien van een betrokkene, dan heeft dit verzoek betrekking op alle aan de betrokkene binnen de gemeente verleende vergunningen, die onder de reikwijdte van de wet vallen. Dat betekent dat in het geval dat de gemeente een negatief advies van het Bureau overneemt, in een keer de aanvraag wordt geweigerd en alle reeds verstrekte vergunningen worden ingetrokken.
9 Informatie-uitwisseling met andere gemeenten en/of rechtspersonen
Toelichting Beleidsregels Wet Bibob gemeente Voorschoten 2025
Doel van de Wet Bibob voor de gemeente
De Wet Bibob geeft de gemeente de mogelijkheid de achtergrond van een aanvrager van bijvoorbeeld een vergunning, subsidie of vastgoedtransactie met de gemeente te onderzoeken. Als gevaar dreigt dat een vergunning of subsidie wordt misbruikt voor criminele activiteiten of dat crimineel vermogen wordt geïnvesteerd, kan de gemeente de aanvraag weigeren, de afgegeven vergunning of subsidie intrekken of overheidsopdrachten of overeenkomsten ontbinden.
Doel van de Wet Bibob is om te voorkomen dat geld afkomstig uit criminele activiteiten gebruikt wordt of dat bijvoorbeeld een vergunning misbruikt wordt voor criminele activiteiten. Door toepassing van deze wet kan de gemeente voorkomen dat ze criminele activiteiten faciliteert door bijvoorbeeld het verlenen van een vergunning. Zo kan de gemeente bij een aanvraag van de Alcoholwetvergunning screenen op het strafrechtelijke verleden van de aanvrager en de leidinggevenden. De gemeente onderzoekt bij een Bibob toets verder de financiering en de achtergrond van de onderneming.
De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet Bibob. Door het implementeren van een beleidsregel biedt de gemeente meer structuur en zekerheid in haar werkwijze aan zowel medewerkers, inwoners, ondernemers en andere initiatiefnemers.
De beleidsregel is zo opgesteld, dat in dat geval in een zo vroeg mogelijk stadium de Wet Bibob wordt ingezet. Wanneer er bijvoorbeeld plannen zijn om een nieuw hotel te realiseren, waarbij er en sprake is van kavelverkoop, bouwactiviteiten en uiteindelijk ook een Alcoholwetvergunning wordt aangevraagd, dan zal eerst gekeken worden of bij de kavelverkoop een Bibob-toets zal worden gestart. Dit voorkomt dat een initiatiefnemer te maken krijgt met meerdere Bibob-toetsen en dat pas in een laat stadium de integriteit van de initiatiefnemer wordt getoetst. Belangrijk hierbij wel is dat inzichtelijk is wie (uiteindelijk) zeggenschap heeft over de activiteiten (eindgebruiker) en hoe de financiering van het volledige project gaat plaatsvinden. Wanneer de initiatiefnemer niet de uiteindelijk eindgebruiker/ betrokkene is, of wanneer de financiering nog niet (volledig) bekend is, kan het zijn dat er uiteindelijk meerdere toetsmomenten zijn. Bijvoorbeeld wanneer de eigenaar van het hotel die de vastgoedtransactie aangaat en het bouwwerk realiseert een andere partij is dan de gebruiker van het hotel die de Drank- en horecavergunning aanvraagt, of wanneer projecten in delen worden verkocht waarbij vooraf niet alle kopers nog bekend zijn.
In de Bibob beleidsregel wordt onderscheid gemaakt tussen de zal- en kan- bepaling. De zal-bepaling houdt in dat de gemeente er op stuurt dat ten aanzien van dat onderdeel steeds aan de Wet Bibob wordt getoetst. Het niet toepassen van de beleidsregel dient nader te worden gemotiveerd. De zal-bepaling geeft een duidelijke lijn aan waardoor er geen willekeur ontstaat. Daarnaast heeft het een preventief karakter. Personen die een vergunning willen misbruiken voor criminele activiteiten zullen minder snel een vergunning aanvragen bij de gemeente wanneer zij zien dat de Wet Bibob actief toegepast wordt.
Niet alle toepassingsgebieden zijn in de gemeente even kwetsbaar voor criminaliteit. Het staat daarom niet in verhouding om bij alle aanvragen altijd een Bibob-toets te starten. Voor de toepassingsgebieden die onder de kan- bepaling vallen, geldt dat de gemeente in ieder geval de Wet Bibob toepast als ze daartoe een tip krijgt van het Openbaar Ministerie of een signaal ontvangt van een van de partners binnen het RIEC samenwerkingsverband. Dit is een meer reactieve toepassing van de Wet Bibob.
Toelichting per toepassingsgebied
Voor de toepassing van de Wet Bibob is gebruikgemaakt van het regionale ondermijningsbeeld (2019) en het Bibob-model van het RIEC. De beleidsregel is opgesteld in samenwerking met omliggende gemeenten om het waterbedeffect te beperken en het Bibob-instrument zo doelgericht mogelijk in te zetten. Uitgangspunt is om de Wet Bibob niet generiek, maar op risicogestuurde wijze toe te passen. Per toepassingsgebied is afgewogen of een zal- of een kan-bepaling passend is.
Verschillende elementen maken de horecabranche kwetsbaar voor ondermijnende criminaliteit:
Ook speelautomatenhallen en speelgelegenheden worden in verband gebracht met witwassen en het faciliteren van ontmoetingen binnen het criminele milieu. Om die reden is gekozen voor een zal-bepaling bij deze vergunningen.12
De prostitutiebranche is kwetsbaar voor mensenhandel, witwassen en drugscriminaliteit. Bibob-toepassing bij deze vergunningen is belangrijk voor de bescherming van kwetsbare groepen en voor het tegengaan van criminele inmenging. Dit rechtvaardigt een zal-bepaling.3
Evenementen bij risicocategorieën
Bij commerciële of bedrijfsmatig georganiseerde evenementen in risicocategorieën – zoals vechtsportgala’s of bijeenkomsten van Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’s) – is er een verhoogd risico op witwassen, illegale financiering en verstoring van de openbare orde. De Wet Bibob wordt daarom toegepast bij deze evenementen op basis van een zal-bepaling, mits voldaan is aan de voorwaarden in Bijlage 1.
Bouw & milieu bij risicocategorieën
Niet alle bouw- of planologische initiatieven zijn gevoelig voor criminele inmenging. De gemeente past de Wet Bibob daarom alleen toe bij aanvragen om een omgevingsvergunning die vallen onder een in Bijlage 1 genoemde risicocategorie of zijn gelegen in een aangewezen risicogebied. Deze afbakening waarborgt proportionaliteit en uitvoerbaarheid. Voor deze categorieën geldt een zal-bepaling: de gemeente voert in beginsel een Bibob-toets uit, tenzij gemotiveerd wordt afgezien van toetsing.
De gemeente past de Wet Bibob in beginsel niet toe op woningcorporaties of woningbouwcorporaties. Deze categorie is op grond van het beleid uitgesloten van reguliere toetsing, vanwege het maatschappelijk karakter en het bestaande toezichtkader. Een Bibob-toets kan alsnog worden uitgevoerd indien sprake is van een concrete aanleiding, zoals een signaal van het OM, het RIEC of het Landelijk Bureau Bibob, of indien de aanvraag valt binnen een in Bijlage 1 genoemde risicocategorie of risicogebied.
Bij vastgoedtransacties waarbij de gemeente partij is (zoals verkoop, verhuur of verpachting), wordt een Bibob-toets uitgevoerd indien de transactie een waarde van € 20.000 of meer vertegenwoordigt, of indien sprake is van aanvullende risicofactoren. Denk hierbij aan snelgroeiende vastgoedondernemingen, beeldbepalende panden of signalen afkomstig uit het RIEC-netwerk.
Voor deze categorie geldt een zal-bepaling: de gemeente voert standaard een Bibob-toets uit, tenzij in het specifieke geval gemotiveerd kan worden afgezien van toetsing.
Niet alle subsidieverlening is even kwetsbaar voor misbruik of criminele inmenging. De gemeente Voorschoten past de Wet Bibob daarom selectief toe op subsidies die worden aangevraagd of verstrekt aan:
Bibob-toepassing kan plaatsvinden bij de beoordeling van een subsidieaanvraag, maar ook bij een reeds verleende of vastgestelde subsidie. Dit volgt uit de bevoegdheid van het bestuursorgaan om ook tijdens of na subsidieverlening een Bibob-onderzoek te starten, indien daar aanleiding toe is op basis van bijvoorbeeld signalen van het OM, het RIEC of het Landelijk Bureau Bibob.
Hiermee wordt gericht toegewerkt naar het uitsluiten van integriteitsrisico’s bij subsidies waar sprake is van financiële omvang, onbekende partijen of kwetsbare sectoren..
Bij aanbestedingen biedt de Wet Bibob een extra middel om de integriteit van inschrijvers te toetsen. Aangezien de Aanbestedingswet 2012 al waarborgen kent, is in het beleid gekozen voor een kan-bepaling. Dit geeft ruimte om alleen in te grijpen bij risicocategorieën of signalen van bijvoorbeeld het OM of Bureau Bibob. Op termijn kan dit onderdeel worden omgezet naar een zal-bepaling.
Ter ondersteuning van de toepassing van de Wet Bibob bij aanbestedingen hanteert de gemeente een standaardclausule. Deze clausule wordt als zelfstandig document bij de aanbestedingsstukken gevoegd en maakt onderdeel uit van de overeenkomst. Hierin zijn onder meer bepalingen opgenomen over medewerkingsplichten, onderaannemers en de gevolgen van een negatief Bibob-advies.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-329480.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.