Gemeenteblad van Veere
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veere | Gemeenteblad 2025, 32887 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veere | Gemeenteblad 2025, 32887 | beleidsregel |
VTH uitvoeringsplan 2024 gemeente Veere (Pilot)
Gemeenten en provincie zijn vanuit de Omgevingswet (Ow) verplicht om jaarlijks een Uitvoeringsprogramma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving vast te stellen.
Zij stellen hierbij ook vast of de autonome taken (zoals APV) opgenomen zijn in het programma.
Omgevingsbesluit Artikel 13.8 (uitvoeringsprogramma)
1. De bestuursorganen, bedoeld in artikel 13.5, werken jaarlijks de uitvoerings- en handhavingsstrategie uit in een uitvoeringsprogramma, waarin wordt aangegeven welke van de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, het komende jaar zullen worden verricht. Daarbij houden ze rekening met de doelen, bedoeld in dat lid, en de prioriteitenstelling, bedoeld in artikel 13.6, eerste lid, onder a.
2. Het uitvoeringsprogramma wordt zo nodig afgestemd met de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving.
Alle bevoegde gezagen in Zeeland hanteren sinds 2024 dezelfde opbouw van dit uitvoeringsprogramma (en het bijbehorende jaarverslag). Dit eenduidige format vloeit voort uit het gezamenlijke VTH-beleid dat gericht is op een eenheid in de uitvoering van VTH-taken voor burgers en bedrijven. Deze eenduidigheid maakt onderlinge afstemming en samenwerking makkelijker en draagt bij aan een integrale aanpak.
Het VTH-uitvoeringsprogramma geeft weer wat de gemeente Veere allemaal doet in 2024 op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving om bij te dragen aan doelen in de fysieke leefomgeving. Het programma volgt na de evaluatie en de bepaling van de prioriteiten. De prioriteiten worden gekoppeld aan een strategie, zoals bedoeld in de VTH strategie. In het jaarprogramma komen de WAT en HOE ( zie VTH strategie) vraag bij elkaar en worden operationeel gemaakt. Dit uitvoeringsprogramma vormt de onderlegger voor de begroting. Het programma is ook te zien als een gedetailleerde uitwerking van de begroting op het gebied van VTH.
De huidige uitwerking van het format is nadrukkelijk een pilot versie en invulling hiervan is gebeurd onder voorbehoud van de beschikbare kennis en middelen. Per onderdeel is aangegeven wat we al in kaart hebben gebracht en wat nog nader onderzocht moet worden. Dit is met name in beeld gebracht voor Toezicht en Handhaving (T&H) en nog onvoldoende voor Vergunningverlening. Dit heeft 2 redenen:
1. Het voorgaande Ihup was alleen gericht op T&H en daarvoor geraamde controles. Vergunningverlening werd hierin niet meegenomen. De nieuwe werkwijze behoeft daarom een extra inventarisatie van deze afdeling om zodoende meer zicht op de uitvoeringspraktijk ervan te krijgen;
2. Binnen Veere zijn team Vergunningverlening en team T&H gescheiden. Sinds kort is er een nieuwe teamleider Vergunningen gestart. Daarmee komt er richting 2025 ook meer zicht op de uitvoeringspraktijk van Vergunningverlening. Dit wordt dus meegenomen in het VTH Uitvoeringsplan 2025.
Omgevingsbesluit Artikel 13.10 (borgen van middelen)
De bestuursorganen, bedoeld in artikel 13.5, dragen er zorg voor dat:
a. de voor het bereiken van de doelen, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, en voor het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in dat lid, benodigde en beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk worden gemaakt en in de begroting worden gewaarborgd; en
b. voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn.
Op basis van dit uitvoeringsprogramma worden ook afspraken met de RUD Zeeland, de GGD (In de Omgevingswet speelt het thema gezondheid een belangrijkere rol dan in voorgaande programma’s onder de Wabo), de Veiligheidsregio Zeeland en de DCMR gemaakt, op basis waarvan deze een eigen werkplan maakt/maken.
In artikel 1.2 van de Omgevingswet worden de “thema’s” van de fysieke leefomgeving (van een gemeente, provincie, waterschap etc.) benoemd. Deze “thema’s” die de wet noemt zijn:
Omgevingswet Artikel 1.2 (fysieke leefomgeving) 1. Deze wet gaat over: a. de fysieke leefomgeving, en b. activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving.
2. De fysieke leefomgeving omvat in ieder geval: a. bouwwerken,/bouwen/erfgoed b. infrastructuur, c. Milieu, Lucht en Bodem. d. water/watersystemen, e. natuur en f leefbaarheid (toegev o egd )
Het uitvoeringsprogramma is in het verlengde van deze bestanddelen opgebouwd. Thema’s als leefbaarheid zijn daaraan toegevoegd in het kader van de APV. In hoofdstuk 2 worden alle kaders op een rij gezet. Het gaat om wettelijke kaders, Zeeuwse afspraken en lokale keuzes. Vervolgens worden de verschillende inhoudelijke thema’s behandeld.
Voor elk thema geven we aan wat het beoogde maatschappelijke effect, ofwel doel is, voor het thema als geheel en wat de regionale en lokale prioriteiten binnen betreffend thema zijn. Vervolgens geven we, zover we dit in kaart hebben gebracht, aan welke acties op het gebied van preventie, vergunningverlening, toezicht en handhaving ingezet worden, en welke middelen daarvoor beschikbaar zijn. Voor elk thema nemen we de wettelijk verplichte reflectie (en conclusie) op ten aanzien van de vraag of de ter beschikbaar gestelde middelen voldoende zijn om de vereiste activiteiten uit te voeren.
In hoofdstuk 7 is onze inzet voor verschillende samenwerkingsthema’s opgenomen. Hoofdstuk 8 beschrijft relevante ontwikkelingen en risico’s die wij zien voor een succesvolle uitvoering van dit uitvoeringsprogramma.
Bevoegde gezagen zijn op basis van art. 13.8 van het Omgevingsbesluit (hierna te noemen: ‘Ob’) wettelijk verplicht jaarlijks het uitvoerings- en handhavingsbeleid uit te werken in een uitvoeringsprogramma. Het voorliggende document voorziet in deze wettelijke verplichting. Hierbij vindt afstemming plaats met partners die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving en zorgen de bestuursorganen richting de uitvoeringsdiensten (RUD Zeeland, VRZ, GGD en DCMR) voor een uniform uitvoeringsprogramma. Het bestuursorgaan moet de voor het bereiken van doelen benodigde financiële en personele middelen in de begroting waarborgen (art. 13.10 Ob) alsmede het bereiken van de doelen en de uitvoering van het uitvoeringsprogramma monitoren (artikel 13.11 Ob). Jaarlijks wordt de uitvoering en het doelbereik geëvalueerd.
2.1 Wettelijke verplichtingen/plaats in de big 8
Omgevingsbesluit Artikel 13.11 (evaluatierapportage)
1. De bestuursorganen, bedoeld in artikel 13.5, rapporteren jaarlijks over de mate waarin uitvoering van het uitvoeringsprogramma heeft plaatsgevonden en de mate waarin deze uitvoering heeft bijgedragen aan het bereiken van de doelen, bedoeld in het eerste lid van dat artikel.
2. Naar aanleiding van de in het eerste lid bedoelde rapportage wordt de uitvoerings- en handhavingsstrategie bezien en zo nodig aangepast.
Deze evaluatie leggen wij vast in het jaarverslag VTH, dat net als dit uitvoeringsprogramma door het college van Burgemeester en Wethouders wordt vastgesteld. Het VTH-uitvoeringsprogramma vult in de big 8 (zie figuur 1) de stap in van ‘(strategische) plannen op het gebied van VTH. Erna volgt de opdrachtverlening ten behoeve van de feitelijke uitvoering.
2.2 Zeeuwse afspraken VTH-beleid
Het gezamenlijke VTH-beleid (Nota VTH Beleid Zeeland 2024 Omgevingswet is vastgesteld op door het college van Burgemeester en Wethouders hebben de Zeeuwse VTH-partners afspraken gemaakt over de wijze waarop VTH-taken worden uitgevoerd. De gezamenlijke bestuurlijke uitgangspunten zijn:
We werken als 1- loket (met behulp van casemanagement) en zorgen voor een integrale beoordeling van vergunningaanvragen en meldingen. Dit doen we door werken volgens de volgende doelstellingen:
• (Integraal) Beschermen en benutten fysieke leefomgeving;
• Verbeteren van de (integrale) dienstverlening;
• Korte doorlooptijden van besluitvormingsprocessen;
• Goede en tijdige participatie van burgers en bedrijven bij besluitvorming;
• Transparantie en inzicht in procedures en processen;
• Integrale en samenhangende besluiten.
We richten ons op de grootste risico’s (op basis van een periodieke probleem- en risicoanalyse) en zorgen dat deze bedrijven en burgers de regels naleven. Bij onze prioriteitstelling wegen we de mate van het risico en het naleefgedrag mee. Met tijdige en goede voorlichting en communicatie proberen we overtredingen te voorkomen en risico’s beheersbaar te houden.
We willen niet dat burgers of bedrijven een vergunning of toestemming gebruiken om activiteiten uit te voeren met geld dat verdiend is via misdrijven. Ook willen we niet dat burgers of bedrijven een vergunning (mede) gebruiken voor het plegen van misdrijven. We zetten de instrumenten van preventie, toezicht en sanctie actief in om ondermijnende activiteiten te voorkomen of stoppen. Activiteiten die vallen onder ondermijnen gedogen we niet. We gaan ondermijning tegen door goed samen te werken bij de uitvoering van de VTH taken. Zoals met het Openbaar Ministerie, andere overheden en ketenpartners. We sturen op samenwerking en gezamenlijke prioriteiten en wisselen onderling informatie uit.
Sinds 1-1-2024 geldt de Zeeuwsbrede Beleidsregel Bibob Provincie Zeeland 2024 inzake omgevingsvergunningen, subsidies, vastgoedtransacties en overheidsopdrachten. Onze eigen Beleidsregel Bibob gemeente Veere 2024 hebben we tevens begin 2024 vastgesteld. Momenteel toetsen we de integriteit van aanvragers alleen bij Exploitatievergunningen horecabedrijf incl. terras en Horecavergunningen. Met het vaststellen van deze beleidsregel gaan we de toetsing van de integriteit van aanvragers stapsgewijs verder uitbreiden. We zullen hier binnen de afdeling Vergunningverlening en Bijzondere Wetten de komende tijd uitvoering aan geven, onder andere door het formuleren van een bestuursopdracht en het borgen van de benodigde werkzaamheden onder het personeel.
Als de resultaten van een toetsing wijzen op onaanvaardbare risico’s, maken we gebruik van de bevoegdheden die we hebben in de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Zo kunnen we gerichte aanvullende voorschriften in de vergunning zetten. Ook kunnen we een vergunning weigeren of intrekken. Natuurlijk doen we dat pas na een zorgvuldige en soms gezamenlijke afweging.
4. Betrouwbaar: doen wat we moeten doen
We zijn betrouwbaar voor onze burgers, partners en het bedrijfsleven. Dat doen we bijvoorbeeld door het standaardiseren van werk , toepassen van standaard vergunningsvoorschriften en dezelfde strategie. Dit zorgt voor rechtsgelijkheid.
We voeren de VTH-taken transparant uit. Dit is een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, maar staat ook in sommige wetten. Denk aan het publiceren van vergunningen (verplicht vanuit EU wetgeving) en meldingen en aan het openbaar maken van namen van risicovollere bedrijven die herhaaldelijk de regels overtreden. We zorgen dat procedures reproduceerbaar zijn, dat betekent dat het procesverloop en de beslissingen in het dossier staan.
6. Professioneel: kwaliteitscriteria
De uitvoering van taken voldoet minimaal aan de (landelijk) gestelde proces- en kwaliteitscriteria (zie: https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/vergunningverlening-toezicht-handhaving/kwaliteitscriteria-vergunningverlening-toezicht). Bij elk thema reflecteren we op de mate waarin we voldoen aan de kwaliteitscriteria en we lichten we toe hoe we ons daarin verder ontwikkelen. In lijn hiermee voeren we de zelfevaluatie uit, deze staat voor nu op de planning voor Q4 2024.
RUD Zeeland voldoet aan de landelijke VTH-kwaliteitscriteria. Dit blijkt uit een analyse door een extern, gespecialiseerd bureau. Dit rapport wijst wel op vier aandachtspunten die verbetering behoeven; Vergunningverlening milieu – Afval, Toezicht en handhaving milieu, juridische aspecten afwijkingsbesluiten en Energie & duurzaamheid. RUD Zeeland pakt deze punten op en zet daarnaast een monitoringsprogramma op voor de kwaliteitscriteria zodat RUD Zeeland ook in de toekomst aan deze KPI blijft voldoen.
Ook de gemeente Veere moet bij de uitvoering van VTH taken voldoen aan deze landelijke VTH-kwaliteitscriteria. Dit kan worden getoetst middels de zelfevaluatie; hierbij worden de kennis, kwaliteiten en competenties van het in dienst zijnde personeel aan deze criteria getoetst. De laatste zelfevaluatie van Veere stamt echter uit 2021, dus deze behoeft herziening. Dit kost echter capaciteit en uren, met de huidige aanwezige capaciteit kunnen we deze voorlopig niet zelf uitvoeren. Zeeuwsbreed lopen er ontwikkelingen om dit uit te besteden aan een externe partij, voor alle 13 gemeenten. Deze ontwikkelingen wachten we af
We werken conform de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO, zie bijlage A), zoals vastgelegd in de Zeeuwse Sanctiestrategie. De LHSO is door de gemeenten, provincie en waterschap vastgesteld voor toepassing na 1-1-2024.
7. Verantwoordelijkheid waar deze hoort
We nemen onze verantwoordelijkheid en werken binnen de kaders van geldende wet- en regelgeving. We gaan uit van de beginselplicht tot handhaving. Dit geldt ook voor de eigen vergunde werkzaamheden en die van medeoverheden. We benaderen bedrijven, instellingen, particulieren en overheden vanuit het principe dat iedere partij eigen verantwoordelijkheid heeft. Daarom verwachten we ook dat bedrijven, instellingen, particulieren en overheden hun eigen verantwoordelijkheid voor de naleving van regels oppakken, onder andere door:
• goede en volledige informatie aan te leveren bij vergunningaanvragen en meldingen;
• zelf te zorgen voor actieve en betrouwbare informatie over risicovolle activiteiten, door ongewone voorvallen tijdig te melden.
De uitwerking van deze uitgangspunten in onze vergunningen-, toezicht, sanctie- en gedoogstrategie is te vinden in deel B van het gezamenlijke VTH-beleid.
Op basis van een gezamenlijke probleem- en risicoanalyse zijn de Zeeuwse VTH-prioriteiten bepaald.
Omgevingsbesluit artikel 13.5 lid 4.
De handhavingsstrategie wordt gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen bij de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet. Artikel 13.6 (inhoud uitvoerings- en handhavingsstrategie)
De uitvoerings- en handhavingsstrategie biedt in ieder geval inzicht in: a. de prioriteitenstelling voor het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 13.5, eerste lid;
De probleem- en risicoanalyse is gebaseerd op de volgende criteria:
• De maatschappelijke betekenis van wat er kan gebeuren als bepaalde regels niet kunnen worden nageleefd;
• Het naleefgedrag ofwel de kans dat er overtredingen plaatsvinden.
Uit de eerste probleem- en risicoanalyse zijn de volgende prioriteiten naar voren gekomen:
Figuur 2: Schematische weergave Zeeuwse VTH-prioriteiten
In dit uitvoeringsprogramma presenteren wij onze VTH-inzet voor deze Zeeuwse prioriteiten, waarbij het kan voorkomen dat een specifieke Zeeuwse prioriteit lokaal minder relevant is dan elders. De komende jaren zal de gezamenlijke probleem- en risicoanalyse doorontwikkeld worden.
In aanvulling op de regionale prioriteiten hebben we ook basis van onze lokale doelen en prioriteiten uit de omgevingsvisie Veere 2027 en onderliggende beleidsstukken onze VTH inzet geraamd. In de aanloop naar 2025 bekijken we deze doelen en prioriteiten opnieuw en herijken we deze waar nodig.
2.5 Risicogericht werken vanuit een risico- en probleemanalyse
De frequentie en diepgang waarmee we onze vergunningverlenings-, toezichts- en handhavingstaken uitvoeren, bepalen we aan de hand van een risico- en probleemanalyse. Hierbij analyseren we welke impact eventuele overtredingen kunnen hebben (ofwel: wat kan er gebeuren als iemand bepaalde regels niet naleeft?) in combinatie met de kans op overtredingen (ofwel: hoe is het naleefgedrag voor betreffende toezichtstaak?).
Hiertoe maakte elk lokaal bevoegd gezag voorheen per toezichtstaak één keer per vier jaar een probleemanalyse. Uit deze probleemanalyse komt een score (op basis van de combinatie van impact en kans) die volgens onderstaande tabel bepalend is voor het aantal controles en de benodigde personeelscapaciteit. De laatste probleemanalyse van de gemeente Veere stamt uit 2019 en gold tot en met 2022. Er is daarna geen nieuwe probleemanalyse meer uitgevoerd. Onder de Omgevingswet en vanuit het Zeeuwse Regieteam VTH worden steeds meer zaken regionaal uitgewerkt. Zo is het ook de bedoeling dat er een regionale - Zeeuwsbrede probleem- en risicoanalyse komt, waar momenteel de eerste hand aan is gelegd door het regieteam en Provincie. Daarom wachten we de nadere informatie hierover verder af en gebruiken we onze laatste lokale analyse vooralsnog als aangrijpingspunt voor de planning van VTH taken.
Scheiding vergunningverlening en handhaving
Vergunningen, toezicht en handhaving is bij de gemeente Veere ondergebracht bij één afdeling; de afdeling Dienstverlening (DV), maar wel uitgesplitst in 2 verschillende teams/clusters. Een scheiding tussen vergunningverlening en toezicht & handhaving is wettelijk verplicht voor milieu (en dit is dan ook zo georganiseerd). Voor andere thema’s is deze verplichting er niet, maar proberen we dit wel zo te organiseren, omdat het bijdraagt aan objectiviteit en kwaliteit. Wel willen wij intern meer verbinding krijgen tussen deze componenten. Hoewel officieel gescheiden, is er toch sprake van verbinding: we willen zaken aan de voorkant goed regelen en daarmee ook inzetten op preventie. Dit om achteraf minder te maken krijgen met handhavingsverzoeken, of gerechtelijke procedures.
De Veiligheidsregio Zeeland voert namens ons toezicht en handhaving op het brandveilig gebruik uit. De Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland (RUD) doet dat voor ons op milieuregels bij de zwaardere milieubedrijven (basistaken). Met ingang van 1-1-2024 zijn er met de komst van de omgevingswet 250 bedrijven als basistaak naar de RUD over gegaan. In bijlage C is een overzicht gegeven van alle interne en externe overlegstructuren.
Bereikbaarheid buiten kantooruren
Binnen en buiten kantooruren moet de gemeente bereikbaar zijn voor meldingen en behandeling van incidenten en acute klachten voor APV-, bouw- en milieuzaken. Dit gaat via een piketdienst. RUD Zeeland heeft een eigen milieupiketdienst voor bedrijven die onder RUD Zeeland vallen.
Vormen van toezicht (zie ook VTH strategie)
Bij preventieve en repressieve controles zetten we verschillende toezichtinstrumenten of combinaties van instrumenten in. We onderscheiden de volgende vormen van toezicht:
• Aangekondigd of onaangekondigd;
• Fysiek toezicht, zichtbare aanwezigheid;
In dit uitvoeringsprogramma geven we bij afzonderlijke thema’s aan welke toezichtsvorm(-en) ingezet worden. Als in dit uitvoeringsprogramma bij indicatoren gesproken wordt van ‘inspecties’ dan betreft het alle mogelijke vormen van toezicht bij elkaar.
3. Bouwwerken: Bouw / asbest en strijdig woninggebruik
Met de komst van de Omgevingswet (Ow) vervangt het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) het voormalige Bouwbesluit 2012 en het gemeentelijke omgevingsplan alle voorgaande bestemmingsplannen. Het omgevingsplan vertaalt de doelen en het beleid uit de omgevingsvisie en de programma’s naar juridische regels. Het gaat daarbij om reguleren van activiteiten – bijvoorbeeld bouwen, slopen, aanleggen en gebruiken – en het toewijzen van functies aan locaties. Het hoofddoel cq. beoogde effect op het gebied van bouwen is: We willen een schone, veilige, gezonde en mooie leefomgeving voor iedereen. Daarom willen we dat de bouw-, sloop- en omgevingsplanregels worden nageleefd. We willen geen incidenten of ongelukken en zo min mogelijk hinder.
3.2 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)-
Tegelijk met de inwerkingtreding van de omgevingswet is de Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) ingegaan. Deze wet geldt voor nieuwe bouwwerken in gevolgklasse 1 en heeft ten doel de bouwkwaliteit te verbeteren. Artikel 2.17 van het Besluit bouwwerken leefomgeving somt op welke bouwactiviteiten onder gevolgklasse 1 vallen. Kortweg gaat het dan om eengezinswoningen en kleine bedrijfspanden. Waar voorheen de nadruk lag op preventief bouwplannen technisch toetsen ligt onder de Wkb de nadruk op het doen van een uitgebreide toets van het bouwwerk door een onafhankelijke kwaliteitsborger, zowel tijdens de bouw als bij de oplevering. De kwaliteitsborger controleert uitsluitend op de technische bouwactiviteit, maar de gemeente blijft het bevoegde gezag. Daarnaast zal de gemeente toezicht moeten blijven houden op de verleende omgevingsplanactiviteit en op de veiligheid van de leefomgeving rondom de bouwplaats. Naar alle waarschijnlijkheid zal per 1 januari 2025 het verbouwen van bouwwerken in gevolgklasse 1 onder de Wkb worden gebracht.
Gemeente Veere heeft voor de uitvoering van de WKB onder de Omgevingswet op 16 januari 2024 de ‘Beleidsnota uitvoering Wet kwaliteitsborging voor het bouwen gemeente Veere 2024’ vastgesteld. Hierin zijn de verschillende rollen en bevoegdheden voor de gemeente als lokaal bevoegd gezag, private kwaliteitsborgers en andere betrokkenen, zoals de initiatiefnemers uitgewerkt. Belangrijk hierin is dat de inhoudelijke rol van het bevoegd gezag deels overgaat in een procesrol: dat houdt in dat de gemeente de ingediende stukken beoordeelt op volledigheid en indieningsvereisten. Er vindt geen preventieve bouwbesluittoets meer plaats, maar afhankelijk van de beleidskeuzes wordt er op risico’s getoetst. De gemeente blijft bevoegd gezag. Dit betekent dat zij handhavend kan optreden, bijvoorbeeld door bouwwerkzaamheden stil te leggen.
Ook beschrijft dit beleidsstuk dat de Wkb de gemeente ruimte biedt voor het maken van specifieke keuzes in de uitvoering van de Wkb. Voor de volgende onderwerpen; beleidsuitgangspunten informatiemomenten, beleidsuitgangspunten Toezicht en Handhaving, beleidsuitgangspunten signaal/melding kwaliteitsborger en beleidsuitgangspunten dossier bevoegd gezag zijn in de nota de mogelijke opties uiteengezet en de bijbehorende beleidskeuzes uitgewerkt.
De gemaakte beleidskeuzes hebben gevolgen voor de aard en omvang van de werkzaamheden van vergunningverleners en toezichthouders en houdt dus ook verband met de daarbij horende formatie en financiën: voor 2024 is deze impact nog niet inzichtelijk. Onze Bouwtoezichthouders brengen in Q4 exact in kaart te brengen wat er nodig is aan capaciteit en middelen om in 2025 aan te wettelijke verplichtingen en lokale speerpunten te kunnen voldoen.
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
In de volgende tabel is het beoogde maatschappelijke effect verwoord en voorzien van een indicator (met streefwaarde) om dit te kunnen monitoren.
3.5 Strijdig gebruik Omgevingsplan – aanpak tweede woningen en recreatieve verhuur
Het college van B&W heeft in het Programma op hoofdlijnen 2022-2026 urgentie voor wonen en duurzaamheid tot de belangrijkste inhoudelijke speerpunten benoemd. De woon- en duurzaamheidsambities van het college zijn primair verweven in het Programma Wonen (2022-2026). Daarin staat dat de populariteit van de gemeente Veere leidt tot een toename van tweede woningbezit: een tweede woning wordt door eigenaren voornamelijk recreatief gebruikt, bijvoorbeeld bij vakanties. Dit drijft de huizenprijzen op en zorgt voor een tekort aan beschikbare betaalbare woningen voor Veerse inwoners en andere specifieke doelgroepen. Deze woningen zijn gelegen op gronden waar volgens het Omgevingsplan de toegestane activiteit ‘wonen’ is.
Woningen binnen het werkingsgebied van de Huisvestingsverordening tweede woningen mogen niet zonder vergunning als tweede woning worden gebruikt. Woningen buiten het werkingsgebied van de Huisvestingsverordening mogen door de eigenaar zelf als tweede woning worden gebruikt. Commerciële recreatieve verhuur van tweede woningen is niet toegestaan en doet tevens afbreuk aan de leefbaarheid binnen de kernen. We controleren daarom actief of tweede woningbezitters zich aan de geldende wet- en regelgeving houden en hebben daarvoor toezichthouders (tweede) woninggebruik aangesteld. Zij voeren controles uit in het kader van overtredingen van het Omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan), de Huisvestingsverordening, de Leegstandsverordening en/of overtredingen van de Wet basisregistratie personen (BRP). Na het constateren van een overtreding gaan we over tot handhaving waar dat nodig is nodig en zorgen hierbij voor de juiste juridische afhandeling.
Borgen van middelen en kwaliteit
Veere mandateert in 2024 grotendeels alleen de basistaken milieu aan de RUD en voert de overige taken zelf uit. Milieuvergunningen (aanvragen en verlening) voert de RUD geheel voor ons uit. Voor de komst van de omgevingswet hielden wij onder de WABO toezicht op zo’n 700 inrichtingen. De Omgevingswet heeft het basistakenpakket milieu verruimt en daarom zijn er met ingang van 1-1-2024 250 inrichtingen als basistaak overgegaan naar de RUD Zeeland. Voor Veere resteren er dan nog zo’n 450 inrichtingen over voor milieutoezicht, klachten en meldingen. In de eerste helft van 2024 is er nagenoeg geen preventief toezicht uitgevoerd op deze locaties, wegens gebrek aan capaciteit. Er is wel opvolging gegeven aan klachtenafhandeling. Medio augustus is er een inhuurkracht voor milieu gestart die een deel van het preventieve milieutoezicht alsmede klachtenafhandeling uitvoert.
Om een controleprogramma te genereren vanuit het nieuwe systeem RX mission hebben we de oude locatiedossiers gemigreerd uit SquitXO: hierbij is een deel van de inrichtingen niet mee gegaan, omdat deze bijvoorbeeld niet meer bestonden.
Controlefrequenties, ofwel aantallen controles zijn berekend volgens het binnen de RUD afgesproken risicoanalyse en Zeeuwse Kwaliteitsniveau en de Zeeuwse risico-analyse. Deze zijn nog gebaseerd op de WABO / oude wetgeving en daardoor inrichtinggebonden. In het licht van de nieuwe omgevingswet moet deze analyse worden herzien en aangepast aan de nieuwe Milieubelastende activiteiten (MBA’s). Zolang deze nieuwe analyse er nog niet is, gaan we nog uit van de oude analyse. Controlefrequenties bieden rechtstreekse input voor de planning van controles in de inzet van personeel.
Verreweg alle bedrijven die vallen onder de score Hoog en Zeer hoog hebben MBA’s uit Hoofdstuk 3 van het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL) en zijn onder de omgevingswet als basistaak bij de RUD belegd. De meeste bedrijven die vallen onder de score Gemiddeld, voeren wij nog zelf uit. Naast het toezicht voor bij de 'zwaardere' milieubedrijven voert de RUD ook het toezicht op asbest uit (meer dan 35 m2 voor particulieren). De RUD voert ook het energietoezicht voor alle bedrijven die in 2019 moesten voldoen aan de energiebesparingsplicht.
We willen een schone, veilige, gezonde en mooie leefomgeving voor iedereen. Daarom willen we dat milieuregels worden nageleefd. We willen geen incidenten of ongelukken en weinig hinder.
In de volgende paragrafen is voor de regionale en lokale prioriteiten uitgewerkt wat het beoogde maatschappelijk effect is en hoe VTH ingezet wordt om dat effect te realiseren.
4.1 Milieubelastende activiteiten (vergunningplichtig, of meldingsplicht)
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
4.2 Klachten en overige milieutaken
4.3 Milieu: Energie/duurzaamheid
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
Ambitie : We willen een gezonde en duurzame leefomgeving voor nu en voor later.
4.5 Mba’s niet zijnde een bedrijf (bijvoorbeeld hobbymatig, mba)
Onder de omgevingswet kunnen MBA’s ook los van een bedrijf bestaan, bijvoorbeeld bij een huishouden. Denk hierbij aan: het exploiteren van een stookinstallatie bij een huishouden, propaantanks bij een huishouden, dieselolietanks bij een huishouden, particuliere mestopslag en/of particuliere paardenhouderij van minder dan 5 paarden. Over hoe we omgaan met deze MBA’s alsmede de omvang ervan binnen de gemeente Veere is nog onvoldoende duidelijkheid. Dit wordt nog verder uitgezocht en uitgewerkt.
4.6 Mba bodem (saneringen, opslag van grond, bagger)
Bodem is één van de gestelde omgevingskwaliteiten die we graag op een zo hoog mogelijk willen behouden om daarmee bij te dragen aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving en natuur.
Met ingang van de Omgevingswet vallen de toezicht en handhaving van MBA’s op of in de bodem onder bevoegd gezag van de gemeente. In de meeste gevallen betreffen dit basistaken die worden uitgevoerd door de RUD. Voor de uitvoering van de niet-basistaken zijn (nog) geen afspraken gemaakt tussen de RUD en de gemeente. Voor gemeenten is op dit moment nog niet duidelijk welke kosten er gemoeid zijn met de uitvoering van de basistaken en niet-basistaken. Dit is voor de gemeenten wel wenselijk.
RUD Zeeland voert op eigen initiatief ook de niet-basistaken voor bodem uit. Er is door de RUD een monitoringsysteem opgezet waarmee inzicht komt in de door de RUD verrichte werkzaamheden op het gebied van toezicht en handhaving op de MBA’s voor bodem en de daarmee gemoeide kosten per gemeente. Bestuurlijk wordt momenteel nog uitgezocht wat de gevolgen zijn van deze niet formeel vastgelegde taakuitvoering door de RUD; we streven ernaar om hier in 2025 meer duidelijkheid over te hebben.
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
4.8 Lichthinder – behoud van duisternis
Duisternis is één van de omgevingskwaliteiten van de gemeente Veere die we graag op een zo hoog mogelijk niveau willen krijgen en behouden. De gemeente Veere streeft naar een goede kwaliteit van de leefomgeving, licht(hinder) en duisternis hebben hier ook invloed op. De gemeente ontwikkelde daarom een visie op donker en licht in het kustgebied en stelde de gemeenteraad van Veere in januari 2018 het Beleid voor Donker in de kuststrook en Natura 2000 gebieden vast. Uitgangspunt is: ‘het is donker in dit gebied en verlichten gebeurt bewust‘. De gemeente geeft in dit beleidsplan gebieden aan waar donkerte de voorkeur heeft.
Toezicht is nodig om deze gewenste doelstellingen te behalen en te behouden. Tot nu toe werd dit onder de reguliere taken/uren van milieutoezicht geschaard, maar de praktijk heeft uitgewezen dat dit onvoldoende mogelijkheid biedt om prioriteit en opvolging te geven aan de gestelde doelen. Voor het komend jaar (2025) zullen we daarom verder in kaart brengen hoeveel uren er hiervoor benodigd zijn en wie dit gaat uitvoeren.
Lucht is één van de gestelde omgevingskwaliteiten in het Omgevingsprogramma Duurzaam Veere die we graag op een zo hoog mogelijk willen behouden om daarmee bij te dragen aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving en natuur. Bedrijven moeten hiervoor voldoen aan de geldende milieunormen voor fijnstof en emissies om zodoende de uitstoot van schadelijke stoffen en stankoverlast zoveel mogelijk te beperken en een gezonde leefomgeving te behouden. Dit wordt gecontroleerd bij periodieke inspecties en bij de opvolging van klachten over stankoverlast van bedrijven. Verder toetsen we het thema Lucht vooraf bij ruimtelijke ontwikkelingen aan de gestelde wettelijke normen. We niet willen dat (geur)gevoelige locaties worden blootgesteld aan een slechte luchtkwaliteit.
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
Water is één van de gestelde omgevingskwaliteiten die we graag op een zo hoog mogelijk willen behouden om daarmee bij te dragen aan een aantrekkelijke en gezonde leefomgeving en natuur. Omgevingswaarden voor water behouden we en versterken we. Wateroverlast gaan we tegen, of proberen we zoveel mogelijk te beperken. Gezonde ecosystemen dragen hiervoor bij aan schone waterberging. In de volgende paragrafen is voor de regionale en lokale prioriteiten uitgewerkt wat het beoogde maatschappelijk effecten zijn.
Een indirecte lozing is vanaf 1-1-2024 volgens het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL) een MBA Directe Lozing heet vanaf dat moment een lozingsactiviteit.
Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft een Pilot uitgevoerd voor toezicht op indirecte lozingen van bedrijfsafvalwater in verschillende bedrijfsbranches in het gebied. Er zijn monsters van het afvalwater genomen en geanalyseerd op diverse stoffen om beter inzicht te krijgen op de stoffen die de verschillende branches lozen. De pilot richt zich op de meest schadelijke stoffen die kunnen voorkomen bij lozing van bedrijfsafvalwater op de riolering die gevaarlijk kunnen zijn voor het oppervlaktewater: de zogenaamde zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) en de prioritaire stoffen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Hierbij is ook gekeken naar stoffen die problemen opleveren voor de werking van de riolering en afvalwaterzuiveringen (RWZI's).
De toezichtstaken bij indirecte lozingen zijn ons als gemeente zijn momenteel nog niet duidelijk en worden momenteel op bestuurlijk niveau verder uitgezocht: dit speelt landelijk vanuit het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en komt zodoende ook ter sprake in het provinciale OZO-KEM. Vanuit het OZO-KEM zetten de deelnemers regionaal acties uit om dit verder in kaart te brengen.
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
4.11 Borgen van capaciteit en middelen Thema Milieu
De benodigde inzet voor ons als gemeente betreft ongeveer 2020 uur. De beschikbare uren worden nog uitgezocht. Met deze uren kunnen we een redelijk aandeel van de verplichte periodieke controles doen, klachtenafhandeling, administratieve taken uitvoeren en overige inzet plegen, op o.a. ondermijning. We hebben deze uren niet beschikbaar, o.a. omdat er maar momenteel maar 1 toezichthouder is, die in augustus is gestart. De voorgaande toezichthouder is media maart vertrokken en de andere toezichthouder heeft andere werkzaamheden gekregen per februari. Wel heeft zij gezorgd voor klachtenafhandeling en de opzet van een controleprogramma Milieu 2024.
Voor 2025 kan deze urenschatting nog veranderen; vooral omdat klachtenbehandeling en administratieve werkzaamheden nog gespecificeerd moeten worden: naast gewone administratieve werkzaamheden voor milieu hebben we dit jaar en ook nog in 2025 te maken met extra administratieve taken; bijvoorbeeld door het omzetten van de omgevingsdossiers in RX mission. Omdat we geen administratieve, of slechts zeer beperkte administratief juridische ondersteuning hebben op Milieu, voert een toezichthouder dit allemaal uit. We zullen dit verder uitwerken in het Jaarverslag 2024 en het uitvoeringsplan 2025.
Om alle voorkomende werkzaamheden voor milieutoezicht uit te kunnen voeren is ongeveer 1,7 fte benodigd. Per augustus 2024 huren we 1 toezichthouder in. Met 1 fte kunnen we niet voldoen aan de kwaliteitscriteria: hiervoor zijn minstens 2 verschillende medewerkers nodig (2x900 uur, ongeacht de omvang van de werkvoorraad). We hebben dus sowieso 1800 uur nodig voor milieutoezicht.
Het hoofddoel cq. beoogde effect op het gebied van Groen is:
We willen onze leefomgeving en omgevingskwaliteiten zoals stilte, donkerte, natuur, biodiversiteit en bodem-, lucht- en waterkwaliteit behouden en waar mogelijk verbeteren. De biodiversiteit gaat achteruit en natuurgebieden staan onder druk. De stikstofneerslag in natuurgebieden moet daarom omlaag.
In de volgende paragrafen is voor de regionale en lokale prioriteiten uitgewerkt wat het beoogde maatschappelijk effect is en hoe VTH ingezet wordt om dat effect te realiseren.
5.3 Gebiedsbescherming/behoud natuurwaarden
5.5 Kappen van bomen/houtopstanden
5.6 Borgen van middelen en kwaliteit thema Natuur
De benodigde inzet vanuit de gemeente is niet direct inzichtelijk, omdat de enige controles vanuit de gemeente (kappen) gaan op een piepsysteem. Vergunningen worden verleend op basis van aanvragen, die zijn niet van te voren in te schatten. Voor 2025 gaan we intern nog na of mensen uit de buitendienst breder ingezet kunnen gaan worden; o.a. voor de handhaving van natuurwetgeving. Andere zaken worden uitgevoerd door de partners: Zeeuws landschap (ZL), Staatsbosbeheer (SBB), Provincie en RUD (Groene wetten)
De leefbaarheid van een buurt of wijk betreft de mate waarin de omgeving aansluit bij de eisen en wensen van de mensen die er wonen. Het gaat dan om de fysieke omgeving, woningvoorraad, voorzieningen, sociale samenhang en om overlast en (on)veiligheid.
In de omgevingsvisie van Veere staat een ‘betere balans tussen leefbaarheid (voor inwoners) en toerisme als speerpunt opgenomen. Het terugdringen van het bezit van 2de woningen wordt hierbij genoemd als een middel, danwel subdoel om dit te bereiken. Aangezien dit ook een link heeft met het strijdig gebruik volgens het Omgevingsplan in Hoofdstuk 3 van dit VTH Jaarplan opgenomen hoe recreatieve verhuur van 2de woningen de leefbaarheid negatief beïnvloedt en wat we hieraan doen op het gebied toezicht en handhaving. Dit onderwerp heeft een directe link met dit Hoofdstuk.
Er zijn natuurlijk nog veel meer manieren waarop toerisme een negatieve impact kan hebben op de leefbaarheid binnen kernen. Denk bijvoorbeeld aan overlast van verkeer, parkeeroverlast, geluidsoverlast van evenementen en/of stemgeluid en Illegale (dag)recreatie: (dag)toeristen. De impact van het toerisme op onze gemeente is onderzocht in de integrale analyse “Leefbaarheid en toerisme’. Deze analyse is opgevolgd door het Programma Toerisme; wat stelt dat toerisme extra druk op de gemeente legt. Bezoekers maken immers gebruik van dezelfde fysieke leefomgeving en voorzieningen als de inwoners. In het hoogseizoen, dat steeds langer duurt, verblijven er 4 à 5 keer zoveel mensen in de gemeente als dat er inwoners wonen. Deze piek zorgt voor overlast, onder andere op het gebied van ervaren drukte, verkeersoverlast op de wegen en parkeerproblemen in meerdere kernen. In dit programma is er onder andere voor gekozen om Toerisme waarde toe te laten voegen aan de leefbaarheid, landschap en natuur van de gemeente Veere. Deze keuze wordt verder uitgewerkt en gedefinieerd in het ontwikkelkader verblijfsrecreatie – en accommodaties
Dan rest er natuurlijk nog de overige thema’s van Leefbaarheid die niet direct een link met toerisme hebben. Dit betreft sociale en fysieke veiligheid, reguliere (woon)overlast tussen burgers onderling en de mate van veiligheidsbeleving (subjectieve veiligheid). Het Walchers Integraal Veiligheidsbeleid 2023-2026 (versie Veere) stelt dat veiligheid en leefbaarheid een gezamenlijke verantwoordelijkheid zijn van burgers en inwoners. Naast de politie is de gemeentelijke handhaving (buitengewoon opsporingsambtenaren en/of toezichthouders) een belangrijk instrument om leefbaarheid en veiligheid te bevorderen. De gemeente is werkgever van deze handhavers. Ook de regie op de operationele inzet van de gemeentelijke handhavers vindt plaats vanuit het gemeentehuis. Bovendien heeft de burgemeester als lid van diverse overlegsituaties invloed op de uitvoering en de voortgang van (integraal) veiligheidsbeleid binnen de regio.
In de volgende paragrafen is voor de regionale en lokale prioriteiten uitgewerkt wat het beoogde maatschappelijk effect is en welke VTH instrumenten we inzetten om enkele van de regionale en lokale leefbaarheidsdoelen te bereiken.
Ons Evenementenbeleid stamt uit 2016 en is toe aan een herziening, die past bij de huidige doelstellingen van het college. De afdeling dienstverlening streeft er dan ook naar om op korte termijn aan de slag te gaan met de herziening van het evenementenbeleid.
Illegale recreatie is een regionale en een lokale prioriteit. We zien toe op de algemene verbodsbepaling en strandbepalingen uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Veere. Daarnaast houden we toe op fout parkeren en houden we fiscaal toezicht op betaald parkeren. De regels hierover staan de Nota Parkeernormen Veere.
10.3 Afvalinzameling particulieren
10.4 Huisvesting arbeidsmigranten (welzijn/overlast)
Het toerisme in Veere leidt tot een toename van de werkgelegenheid, voornamelijk in hotels en restaurants. Wegens de krapte op de arbeidsmarkt leidt dit tot een toestroom van arbeidsmigranten. Ook arbeidsmigranten hebben een goede plek nodig om te wonen/verblijven. Onjuiste / illegale huisvesting van arbeidsmigranten kan leiden tot overlast, maar ook tot situaties van uitbuiting.
Momenteel is er onvoldoende zicht hierop; om hier significant mee aan de slag te gaan moeten eerst de aantallen arbeidsmigranten in kaart worden gebracht, alsmede speerpunten worden gesteld over hoe hiermee om te gaan. Als het noodzakelijk is dit in de toekomst te monitoren dan bestaat er de mogelijkheid in RX Mission om een herkenning in de titel van dossiers die gaan over meldingen internationale werknemers mee te geven, opdat we deze kunnen filteren. We ontvangen wel meldingen over arbeidsmigranten, dat is dan vaak in de zin dat omwonenden denken dat er illegaal gewoond wordt, wat na controle doorgaans niet het geval blijkt te zijn. Verblijft een werknemer korter dan vier maanden dan staat deze niet ingeschreven in de BRP. Verblijft een werknemer langer dan staat deze wel ingeschreven. Als er volgens de toegestane activiteit gewoond mag worden geldt dit ook voor internationale werknemers.
11.1 Borgen van middelen en kwaliteit thema Leefbaarheid
Toelichting inzet en middelen-
De benodigde inzet is 7708 uur. 7128 uur hebben we hiervan waarschijnlijk beschikbaar. Deze uren komen vanuit vergunningverlening (evenementen) en toezicht APV (BOA’s en Fiscaal toezicht). De werkelijk beschikbare en bestede uren maken we voor 2025 verder inzichtelijk.
Voor T&H taken op het gebied van afvalinzameling zijn volgens de beleidsmedewerker Afval uren beschikbaar gesteld in de begroting, maar deze kunnen nog niet worden uitgevoerd. Vanuit de Richtlijn Afvalhinder is dit wel wenselijk. (Toelichting: Art 13.10 lid 2 Omgevingsbesluit schrijft voor dat het bevoegde gezag ervoor zorgt dat er voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn).
In de probleem- en risicoanalyse zijn enkele thema’s van samenwerking opgenomen. In de volgende paragrafen geven we aan hoe de gemeente Veere bijdraagt aan deze samenwerkingsthema’s
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
12.2 Regionale samenwerking en uitwisseling van expertise
Beoogd maatschappelijk effect (subdoel)
12.3 Borgen van middelen en kwaliteit thema Samenwerking
Deze thema’s worden nu afdoende opgepakt binnen de organisatie. Deze taken zijn belegd bij de ambtenaar Openbare orde en veiligheid, de medewerker Openbare orde en veiligheid, medewerkers vergunningverlening en de Adviseur VTH/RUD. Het Project Veerse Meer wordt uitgevoerd door de BOA’s. De benodigde uren zijn deels een schatting en zoeken we voor het komende jaar 2025 verder uit.
13. Ontwikkelingen en risico’s
2024 is het jaar dat we leren werken met de omgevingswet en alles wat daarmee samenhangt. Ondanks dat we ons als gemeente hierop hebben voorbereid, komt er juist na de invoer veel op ons af. Daarnaast spelen er ontzettende veel regionale en landelijke ontwikkelingen op het gebied van IBP-VTH. Dit alles leidt constant tot voortschrijdend inzicht, wat geborgd moet worden in de lopende processen, procedures en plannen. Het is daarom zaak om dit goed inzichtelijk te hebben en speelruimte te behouden in de begroting en uitvoeringsplannen.
In onderstaand schema staan enkele risico’s met de bijbehorende gevolgen en mogelijke maatregelen uitgewerkt. Dit schema kan input bieden voor een soort knelpuntenanalyse, om de voortgang bij te houden.
Onderstaande tabel biedt inzicht in de benodigde en beschikbare hoeveelheid uren en middelen per thema. Zoals door het hele stuk te lezen is, zijn de benodigde en de beschikbare uren per productcategorie nog niet in kaart. Daarom kan dit overzicht voor 2024 niet worden ingevuld. Met deze uitgewerkte pilotversie gaan we intern aan de slag om voor 2025 per onderdeel een gerichte raming van VTH te kunnen maken.
Bijlage B: Overzicht overleggen toezicht en handhaving
Bijlage C: Indeling bouwprojecten
De indeling van de bouwprojecten vindt plaats naar het hoofdgebruik van het bouwproject en bouwsom zonder BTW.
Kenmerk van deze categorie bouwprojecten is dat er in de gebouwen gewoond en overnacht wordt.
Voorbeelden: woningen logiesverblijven
Bepalende gebruiksfuncties: woonfunctie, logiesfunctie
wonen cat.I <€100.000 eenvoudig
wonen cat.II €100.000-1.000.000
Kenmerken van deze categorie bouwprojecten is dat de gebouwen publiektoegankelijk zijn en dat er zich (grote) hoeveelheden mensen in kunnen bevinden.
Voorbeelden: publieksgebouwen, scholen, sportfaciliteiten, winkels, uitgaansgelegenheden etc.
Bepalende gebruiksfuncties: bijeenkomstfunctie, gezondheidszorgfunctie, onderwijsfunctie, sportfunctie, winkelfunctie
publiek cat.II €100.000-1.000.000
Kenmerkend aan deze categorie bouwprojecten is dat er in deze gebouwen alleen gewerkt wordt (geen overnachting).
Voorbeelden: kantoren, bedrijfscomplexen
Bepalende gebruiksfuncties: kantoorfunctie, industriefunctie
bedrijf cat.II €100.000-1.000.000
Voorbeelden: kassenbouw, infrastructuur, civiele kunstwerken
Bepalende gebruiksfuncties: overige gebruiksfuncties, bouwwerk geen gebouw zijnde
Bijlage E: Indeling milieubedrijven en overige mba’s (hobbymatig, tijdelijk, Bodem)
Voeg hier eventueel de indeling van betreffend bevoegd gezag toe.
Voor taken van de RUD geldt de hieronder weergegeven indeling. In SquitXO zijn de circa 8700 inrichtingen opgenomen die tot het werkgebied van RUD Zeeland behoren. Deze inrichtingen worden ingedeeld in 4 risico categorieën:
Dit gebeurt op basis van een risicoanalyse op brancheniveau en per milieuthema. Per branche zijn scores gegeven per milieudoel (geluid, lucht, veiligheid, etc). De risicocategorie bepaalt de controlefrequentie en mede het soort controle-instrument (zoals bijvoorbeeld zelfcontrole of integrale controle) wat kan worden ingezet.
Er wordt gewerkt met een 38- tal branches. Bijvoorbeeld de branche Akkerbouw, Op- en overslag gevaarlijke stoffen, Bouwnijverheid, Houden van dieren, Raffinaderijen etc. Branches zijn samengestelde groepen van bedrijven op basis van SBI-codes, bijvoorbeeld de branche motorvoertuigenhandel- en herstelinrichtingen omvat garages, showrooms, autospuiterijen, etc. De basis wordt gevormd door de hoofdactiviteit.
Er wordt gewerkt met branches, omdat het voor een meerjarenaanpak ondoenlijk is om voor 8700 bedrijven individueel te scoren. Er is altijd discussie mogelijk over de wijze van indelen en er is ook geen absolute waarheid hierin. Het is op basis van gezond verstand en gaat erom om tot een zo logisch mogelijke indeling te komen. Vooralsnog is gekozen om de indeling die DCMR aanhoudt te volgen. Voordelen van de DCMR-systematiek zijn:
• Alle bedrijven, van eenvoudig tot complex, passen binnen deze methodiek. - Elementen van huidige Zeeuwse methodieken komen erin terug;
• Risicoanalyse is reeds beschikbaar.
In onderstaande tabel is de risico-indeling per branche weergegeven:
Bijlage F: Indeling evenementen
Bijlage H. CONCEPT-Werkwijze voor de realisatie van een VTH Jaarplan 2025
Om voor 2025 tot een volledig ingevulde versie van het VTH Jaarplan te komen, moeten we de komende periode een aantal zaken in orde maken. Hiervoor houden we grofweg de volgende planning aan:
Op 29 okt bespreken we de uitgewerkte pilotversie in het College B&W en houden we een strategisch/tactische sessie met wethouders en afdelingshoofden / teamcoördinatoren: doel hiervan is de om de ervaringen van het werken met het nieuwe format te delen en daarnaast gezamenlijke lokale prioriteiten te stellen voor 2025.
De Adviseur VTH is vormt na deze sessie een ambtelijke werkgroep leidt het gehele proces in goede banen. Indien nodig maken we een plan van aanpak om ervoor te zorgen dat de gestelde doelen en prioriteiten per onderdeel worden uitgewerkt uit tot een operationele planning.
We maken een actielijst/knelpuntenanalyse, om zodoende zicht te houden op de planning, uit te voeren actiepunten en knelpunten bij te houden.
Ieder deelgroepje is verantwoordelijk voor het tijdig aanleveren van de benodigde informatie om de benodigde VTH planning te realiseren. De betrokken afdelingshoofden, teamcoördinatoren sturen hierop aan indien nodig. Niet tijdig aanleveren van informatie stagneert het proces en zorgt ervoor dat we niet kunnen gaan voldoen aan de wettelijke eisen.
De betrokken afdelingshoofden, teamcoördinatoren dragen zorg/zijn verantwoordelijk voor een helder urenoverzicht van de desbetreffende afdeling/cluster wat inzicht verschaft in de beschikbare capaciteit. Hiermee geven we dus invulling aan Bijlage G.
We herzien de kwaliteitsverordening 2021 en toetsen onszelf in 2025 aan de kwaliteitscriteria 3.0
We houden opleidingsbudget vrij voor het (bij)scholen van personeel.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-32887.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.