Gemeenteblad van Bunnik
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Bunnik | Gemeenteblad 2025, 328788 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Bunnik | Gemeenteblad 2025, 328788 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Bunnik
Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Bunnik
De raad van de gemeente Bunnik;
Gelezen het voorstel van het college van 20 mei 2025;
gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.11 en 8.1.1, derde lid, van de Jeugdwet, de artikelen 2.1.3, 2.1.4a, 2.1.5, eerste lid,
2.1.6, 2.3.6, vierde lid, en 2.6.6, eerste lid, van de Wmo 2015, de artikelen 3.8, eerste lid, en 5.4 van het
de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Bunnik.
Inleiding: Uitgangspunten en leidende principes
In Bunnik vinden we het belangrijk dat inwoners:
Het is de taak van de gemeente om haar inwoners daarbij te helpen. De wetgever heeft wetten gemaakt om dit te
Andere wetten zijn hier ook belangrijk:
De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels aan. Het zijn regels die de gemeenteraad heeft
Waar het gaat om gezond en veilig opgroeien van jeugdigen en om meedoen van inwoners in de samenleving gaat de gemeente uit van onderstaande leidende principes.
Gezond en veilig opgroeien (Jeugdwet)
Jeugdigen moeten zo gezond en veilig mogelijk kunnen opgroeien en zich maximaal kunnen ontwikkelen en
ontplooien. Dit is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van hun ouder(s), de jeugdigen zelf, familie en sociaal netwerk. Waarbij zij gebruik kunnen maken van preventieve en algemene en vrij toegankelijke voorzieningen die ondersteunend werken. Professionele hulp komt in beeld wanneer problemen de veerkracht, kennis en expertise van opvoeders en het sociale netwerk overstijgen. Dan zorgen we als gemeente dat deze hulp ook beschikbaar is.
Leidende principes hierbij zijn:
Meedoen in de samenleving (Wmo 2015)
In Bunnik willen we dat inwoners naar eigen vermogen kunnen meedoen aan de samenleving. Dat inwoners zo lang en zoveel mogelijk in staat zijn zelfstandig hun eigen leven te leiden en problemen op kunnen lossen. Uitgangspunt is een inclusieve samenleving waarin iedereen zich welkom, veilig, gehoord en gesteund voelt. De gemeente heeft samen met inwoners en organisaties de taak om mensen te helpen als ze door beperkingen niet in staat zijn tot hun dagelijkse activiteiten en huishouding. De gemeente zorgt dan voor ondersteuning om ervoor te zorgen dat ze dat wel weer kunnen. Leidende principes hierbij zijn:
Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen
Artikel 1.1 begripsomschrijvingen
Deze verordening volgt de begrippen uit artikel 1.1 Jeugdwet, artikel 1 Regeling Jeugdwet, artikel 1.1 Besluit
Jeugdwet, artikel 1.1.1 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, artikel 1 Uitvoeringsregeling Wmo 2015 en artikel1.1 Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. In aanvulling daarop verstaat deze verordening onder:
Centrum voor Elkaar: het lokale team van de gemeente Bunnik waar inwoners terecht kunnen met, en dat onderzoek doet naar, hulp- of ondersteuningsvraag van jeugdigen en inwoners. Het Centrum voor Elkaar is tevens de door het college gemandateerde afdeling van de gemeente Bunnik, bevoegd om op grond van de mandaatregeling namens het college taken en bevoegdheden uit te oefenen binnen het kader van deze verordening;
Eigen kracht: toereikende eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen om gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid, en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren rekening houdend met leeftijd en ontwikkelingsniveau waar het een jeugdige en zijn of haar ouder(s) betreft of het vermogen om zelf zelfredzaamheid of participatie te verbeteren of te voorzien in een behoefte aan beschermd wonen of opvang waar het inwoners betreft;
Centrum voor Elkaar met de inwoner (na een melding voor wat betreft maatschappelijke ondersteuning) of met de jeugdige en/of zijn of haar ouder(s)/verzorger(s) (na een aanvraag voor wat betreft jeugdhulp) de gehele situatie inventariseert om tot een duidelijke hulp- of ondersteuningsvraag te komen en om duidelijkheid te krijgen over welke maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp voorziet in de hulp- of ondersteuningsvraag;
Inwoner: Een persoon die woonachtig is in de gemeente Bunnik en daar staat ingeschreven. Indien een inwoner een hulpvraag heeft en op grond van de Wmo 2015 ondersteuning ontvangt of aanvraagt, wordt deze persoon binnen de context van de Wmo 2015 aangeduid als cliënt, in deze verordening spreken we over inwoner;
Ondersteuningsplan: schriftelijke weergave van het gesprek en uitkomsten van het onderzoek, waarin een medewerker van het Centrum voor Elkaar de gemaakte afspraken en bevindingen vastlegt en dat de hulpof ondersteuningsvraag van de inwoner beschrijft, de gewenste doelen en resultaten van de ondersteuning en de wijze waarop deze zijn te behalen;
Ouder(s): Ouder(s) is of zijn de personen die de zorg en opvoeding van een minderjarige op zich nemen. Dit kunnen biologische ouders met gezag, adoptieouders, pleegouders of andere wettelijk aangewezen verzorgers zijn. De wettelijk vertegenwoordiger is de persoon die juridisch verantwoordelijk is voor de minderjarige en diens belangen behartigt;
Verslag: schriftelijke weergave van het gesprek en uitkomsten van het onderzoek, waarin een medewerker van het Centrum voor Elkaar de gemaakte afspraken en bevindingen vastlegt en dat de hulp- of ondersteuningsvraag van de jeugdige beschrijft, de gewenste doelen en resultaten van de jeugdhulp en de wijze waarop deze zijn te behalen;
Hoofdstuk 2 Toegang tot ondersteuning en hulp
Artikel 2.3 Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts
Als een huisarts, medisch specialist of jeugdarts een jeugdige of de ouder(s) doorverwijst naar een jeugdhulpaanbieder die geen contract met de gemeente heeft of subsidie van de gemeente krijgt, betaalt de gemeente deze hulp niet. Dit is anders als de jeugdige een pgb heeft of als de gemeente geen vergelijkbare jeugdhulp kan regelen via een jeugdhulpaanbieder met een contract of subsidie.
Artikel 2.4 Jeugdhulp onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren
Als iemand een aanvraag voor een individuele voorziening indient, voert het Centrum voor Elkaar namens het college zo snel mogelijk een onderzoek uit samen met de jeugdige of de ouder(s). Dit onderzoek volgt de regels in het tweede tot en met het zevende lid. Het Centrum voor Elkaar plant zo spoedig mogelijk een afspraak voor een gesprek en rondt het onderzoek af binnen zes weken.
Voordat het onderzoek start, kunnen de jeugdige of de ouder(s) een familiegroepsplan aan het Centrum voor Elkaar overhandigen. Het Centrum voor Elkaar informeert hen over deze mogelijkheid en geeft hun twee weken de tijd om dit plan in te dienen. Als zij hulp nodig hebben bij het opstellen van het familiegroepsplan, zorgt het Centrum voor Elkaar voor ondersteuning.
Artikel 2.7 Deskundig oordeel, advies en voorbereiding van de besluitvorming Jeugdwet
De professional moet specifieke deskundigheid hebben op het gebied van de psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouder(s) of adoptiegerelateerde problemen die ten grondslag liggen aan de hulp of ondersteuningsvraag.
Artikel 2.8 Inhoud beschikking individuele jeugdhulpvoorziening
Artikel 2.9 Melding van behoefte aan maatschappelijke ondersteuning en uitnodiging voor gesprek
Centrum voor Elkaar de inwoner uit voor een gesprek met een medewerker en wordt de inwoner gewezen op de mogelijkheid een persoonlijk plan in te dienen. De bevestiging van de melding kan elektronisch of telefonisch plaatsvinden, mits de inwoner of degene die namens de inwoners melding heeft gemaakt, kenbaar heeft gemaakt dat bevestiging via deze wegen kan plaatsvinden.
Artikel 2.10 Vraagverheldering en onderzoek maatschappelijke ondersteuning
voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, onderscheidenlijk de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang;
Artikel 2.13 Deskundig oordeel, advies en voorbereiding van de besluitvorming maatschappelijke ondersteuning
Artikel 2.14 Inhoud beschikking maatwerkvoorziening
Hoofdstuk 3 Gezond en veilig opgroeien (Jeugdwet)
Artikel 3.1 Vormen van jeugdhulp
Artikel 3.2 Criteria voor toekenning en afwijzing van een individuele voorziening
Huisartsen, medisch specialisten en jeugdartsen kunnen jeugdigen of ouder(s) doorverwijzen naar jeugdhulp. Het college verleent een individuele voorziening als het vaststelt dat de jeugdige of ouder(s) jeugdhulp nodig hebben vanwege opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen. Dit geldt alleen voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn en gebruikmaking van een andere of overige voorziening deze noodzaak niet kan verminderen of wegnemen.
Het college verstrekt geen individuele voorziening als de hulpvraag voortkomt uit een behoefte die hoort bij de normale ontwikkeling van een jeugdige van een bepaalde leeftijd en gebruikelijke hulp is. Dit sluit aan bij de uitgangspunten voor gebruikelijke zorg uit hoofdstuk 4 van de Beleidsregels indicatiestelling Wet langdurige zorg 2024 (zoals deze golden op 1 januari 2024). Het college kan nadere regels vastleggen over de beoordeling hiervan.
Artikel 3.3 Beoordeling eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (eigen kracht)
Bij de beoordeling van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen neemt het college als uitgangspunt dat ouder(s) primair verantwoordelijk zijn voor een gezond en veilig opgroeien van hun kind. Dit geldt ook bij psychische problemen, gedragsproblemen of beperkingen. Het onderzoek kan echter uitwijzen dat ouder(s) tekortschieten vanwege:
Bij overbelasting of dreigende overbelasting beoordeelt het college welke mogelijkheden ouder(s) hebben om deze situatie te verlichten. Zij moeten maatschappelijke activiteiten beperken of hun werkuren aanpassen als het college dit redelijkerwijs mag verwachten. Het college houdt daarbij rekening met:
Ouder(s) zijn zelf verantwoordelijk voor het vervoer van de jeugdige van en naar de jeugdhulpaanbieder. Verwacht wordt dat zij de jeugdige minimaal twee keer per week brengen en halen. Het college beschouwt dit in beginsel als onderdeel van hun eigen mogelijkheden, verantwoordelijkheden en probleemoplossend vermogen (eigen kracht).
Artikel 3.7 Aanvullende regels voor een pgb Jeugdwet
Artikel 3.10 Kwaliteitseisen maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb voor formele aanbieders Jeugdwet
Artikel 3.12 Uitgesloten van pgb Jeugdwet
Het college vergoedt de volgende kosten niet, ook niet vanuit een pgb:
Artikel 3.14 Afstemming met voorliggende voorzieningen en andere hulp
Het college zet specifieke deskundigheid in op het gebied van de psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouder(s) of adoptiegerelateerde problemen die ten grondslag liggen aan de hulp- of ondersteuningsvraag.
Artikel 3.15 Prijs-kwaliteitverhouding bij jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering
Hoofdstuk 4 Meedoen in de samenleving (Wmo 2015)
Artikel 4.3 Criteria voor toekenning en afwijzing van een maatwerkvoorziening
Artikel 4.4 Aanvullende regels voor een pgb Wmo
Artikel 4.6 Onderscheid tussen formele en informele hulp bij een pgb Wmo
Informele hulp ontstaat als personen ondersteuning verlenen en die personen, al dan niet uit het sociale netwerk, niet voldoen aan de criteria voor formele hulp (zoals genoemd in het tweede lid), of die personen wél aan de criteria voor formele hulp voldoen, maar bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad van de inwoner zijn.
Artikel 5.1 Inlichtingen Jeugdwet en Wmo
Het college informeert de jeugdige, diens ouder(s) of de inwoner in begrijpelijke taal over hun rechten en plichten bij een individuele voorziening of maatwerkvoorziening in natura of in de vorm van een pgb. Daarnaast legt het college uit wat de gevolgen zijn van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet.
De jeugdige, diens ouder(s) of de inwoner moeten het college onverwijld en uit eigen beweging informeren over feiten en omstandigheden die een heroverweging van een besluit over een individuele voorziening of maatwerkvoorziening in natura of een pgb kunnen rechtvaardigen. Dit geldt ook als het college hierom verzoekt en sluit aan bij artikel 8.1.2, eerste lid, van de Jeugdwet en artikel 2.3.8, eerste lid, van de Wmo 2015.
Artikel 5.3 Herziening, intrekking en terugvordering van maatwerkvoorzieningen en pgb's
Het college onderzoekt periodiek of een besluit over een individuele voorziening of maatwerkvoorziening in natura of een pgb moet worden herzien of ingetrokken. Dit onderzoek kan steekproefsgewijs plaatsvinden en richt zich op de kwaliteit, rechtmatigheid en doelmatigheid. Het college kan hiervoor nadere regels vaststellen.
Artikel 5.5 Verdere maatregelen tegen misbruik, oneigenlijk gebruik en niet-gebruik
Het college maakt met gecontracteerde of gesubsidieerde (jeugdhulp)aanbieders afspraken over facturatie, resultaatsturing en accountantscontroles. Deze afspraken zorgen ervoor dat declaraties en betalingen overeenkomen met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de daadwerkelijk geleverde hulp of ondersteuning.
Bezwaarschriften tegen besluiten die zijn genomen vóór de inwerkingtreding van deze verordening, behandelt het college op basis van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Bunnik 2020. Als heroverweging op grond van de huidige Verordening jeugdhulp gemeente Bunnik leidt tot een gunstigere uitkomst, kan het college in het voordeel van de jeugdige of de ouder(s) afwijken.
Het college kan in uitzonderlijke gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening als strikte toepassing leidt
tot onredelijke of onaanvaardbare situaties voor de inwoner, jeugdige of ouder(s). Afwijkingen zijn alleen toegestaan
als dit in het belang is van de betrokkene(n) en er geen andere passende oplossing beschikbaar is.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-328788.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.