Tijdelijke verkeersmaatregel Balijeweg - Populierweg

Ruimte / Mobiliteit / 2025-1580600

 

Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht neemt een verkeersbesluit voor tijdelijke maatregelen Balijeweg en Populierweg in verband met realisatie nieuwbouwappartementen.

 

Overwegingen

De Balijeweg (gedeeltelijk) en de Populierweg zijn erftoegangswegen in de gemeente Maastricht.

 

Aan de Balijeweg, ter hoogte van nummer 114, vindt nieuwbouw plaats van 23 appartementen. Om de verkeersveiligheid van alle weggebruikers te kunnen waarborgen tijdens de bouwwerkzaamheden zijn tijdelijke verkeersmaatregelen noodzakelijk.

 

Vanwege de ligging van het bouwproject in de directe nabijheid van een schoolgebouw (IKC) zijn tijdelijke verkeersmaatregelen noodzakelijk om de veiligheid te waarborgen.

 

Tussen de Balijeweg 112 en de Populierweg zijn twee voetgangersoversteekplaatsen gelegen. Deze worden tijdelijk opgeheven. Ter ondersteuning hiervan wordt een geslotenverklaring voor voetgangers ingesteld. Op de locatie van de verhoogde oversteek met kanalisatiestrepen op de Balijeweg tussen het spoorviaduct en de Populierweg wordt een tijdelijke voetgangersoversteekplaats aangelegd.

 

Het trottoir aan de zijde van en rondom de bouwlocatie wordt afgesloten voor voetgangers.

 

De bouwlocatie grenst aan de Populierweg. Om het bouwverkeer niet te hinderen wordt er aan de noordwestzijde van de Populierweg, voor het deel tussen de Balijeweg en de Askalonstraat, een verbod stil te staan aan beide zijden van de weg ingesteld. Als extra attentie wordt er naast de bebording ook een gele doorgetrokken streep aangebracht.

 

Deze maatregelen worden ingesteld om tijdens de werkzaamheden hinderlijke maar bovenal verkeersonveilige situaties in de buurt te voorkomen.

 

Deze maatregelen treden in werking op 24 juli 2025 en gelden uiterlijk tot uiterlijk 31 maart 2026.

 

Aannemer, IKC en VVN zorgen ervoor dat communicatie richting ouders en schoolgaande kinderen over de tijdelijke verkeersmaatregelen plaatsvindt. Daarnaast worden advies school-thuisroutes overhandigd aan de ouders waardoor de schoolgaande kinderen op een zo veilig mogelijke manier van en naar school kunnen rijden tijdens de bouwwerkzaamheden.

 

Belangenafweging

Het belang van de aannemer/opdrachtgever om de uitvoering van het bouwproject zo veilig mogelijk te laten plaatsvinden prevaleert ten opzichte van het belang van weggebruikers om het trottoir langs de Balijeweg en Populierweg te kunnen gebruiken. Voetgangers kunnen immers het trottoir aan de overzijde van de weg gebruiken om veilig van A naar B te gaan en vice versa.

 

Het belang van weggebruikers waaronder schoolgaande kinderen en hun ouders om de twee voetgangersoversteekplaatsen op de Balijeweg tussen spoorviaduct en Balijeweg 112 te gebruiken, prevaleert niet ten opzichte van het belang van de aannemer/opdrachtgever om de bouwwerkzaamheden zo veilig mogelijk uit te voeren waarbij kerend en/of achteruitrijdend bouwverkeer zoveel als mogelijk wordt voorkomen en voetgangers op het trottoir aan de zijde van en rondom het bouwterrein worden geweerd.

 

Het belang van buurtbewoners en hun bezoekers om in de directe nabijheid van het bouwterrein te kunnen parkeren weegt niet op tegen het belang van de aannemer/opdrachtgever om de 23 appartementen zo veilig mogelijk te kunnen bouwen. Bovendien zijn in de omgeving van de bouwplaats voldoende parkeerplekken beschikbaar om het tijdelijke verval van parkeerplaatsen op te vangen.

 

Het belang van de school om een zo veilig mogelijk verkeerssituatie in de directe nabijheid van de school te waarborgen, is gelijkwaardig aan het belang van de aannemer/opdrachtgever om de bouwwerkzaamheden op een zo veilig mogelijke wijze te laten plaatsvinden. Afstemming (participatie) tussen aannemer/opdrachtgever, school en Veilig Verkeer Nederland (VVN) is daarom voorzien in de totstandkoming van dit verkeersbesluit.

 

Deze tijdelijke maatregelen worden genomen om de veiligheid op de weg te verzekeren en het beschermen van weggebruikers en passagiers.

 

Deze tijdelijke maatregelen worden genomen voor het in stand houden van de weg, het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan en het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer.

 

Overeenkomstig artikel 24 van het BABW zijn de te nemen verkeersmaatregelen besproken met de Districtchef van politiedistrict Maastricht.

 

BESLUITEN:

  • 1.

    het trottoir aan de zijde van en rondom de bouwlocatie tot en met uiterlijk 31 maart 2026 gesloten te verklaren voor voetgangers door het plaatsen van afzethekken BB16-2 met de borden C16 van bijlage I van het RVV 1990;

  • 2.

    de twee voetgangersoversteekplaatsen tussen de Balijeweg 112 en de Populierweg tot en met uiterlijk 31 maart 2026 op te heffen door het zwart maken van de zebramarkering en het verwijderen van de borden L2 van Bijlage I van het RVV 1990;

  • 3.

    een tijdelijke voetgangersoversteekplaats in te richten op de Balijeweg tussen het spoorviaduct en de Populierweg tot uiterlijk 31 maart 2026 door het aanbrengen van zebramarkering als bedoeld in art. 49.2 van het RVV 1990 en het plaatsen van de borden L2 van Bijlage I van het RVV 1990;

  • 4.

    een tijdelijk verbod stil te staan aan beide zijden van de Populierweg, voor het deel tussen de Balijeweg en de Askalonstraat, in te stellen door het plaatsen van de borden E2 van bijlage I van het RVV 1990 en het aanbrengen van een doorgetrokken gele streep zoals bedoeld in artikel 23.1.g van het RVV 1990.

 

Gelet op:

  • artikel 18, lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) ingevolge verkeersbesluiten worden genomen door burgemeester en wethouders voor zover zij betreffen het verkeer op wegen, welke niet in beheer zijn bij het Rijk, de provincie of een waterschap dat deze bevoegdheid op grond van “Mandaatregeling Gemeente Maastricht 2023” is gemandateerd aan de teammanager Mobiliteit;

  • artikel 15, lid 1, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer opgenomen verkeerstekens, evenals voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd;

  • artikel 15, lid 2, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor het aanbrengen of verwijderen van infrastructurele maatregelen die leiden tot een beperking of een uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken;

  • artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) ingevolge het plaatsen en verwijderen van de in dit artikel genoemde verkeerstekens moet geschieden krachtens een verkeersbesluit;

  • artikel 14 van het BABW, wordt de plaatsing van onderborden, zoals bedoeld in artikel 8, lid 2 en lid 3 van het BABW, in het betrokken verkeersbesluit tot uitdrukking gebracht;

  • artikel 24 van het BABW ingevolge verkeerbesluiten worden genomen na overleg met de gemandateerde van de korpschef van het nationale politiekorps;

  • artikel 37 van het BABW inzake het Wegverkeer geeft aan dat tijdelijke plaatsing en de tijdelijke maatregel geschieden krachtens een verkeersbesluit indien de omstandigheden die tot plaatsing of tot de tijdelijke maatregel leiden van langere duur zijn dan vier maanden dan wel zich regelmatig voordoen.

 

 

 

Namens het college van burgemeester en wethouders van Maastricht,

Wethouder Aarts,

voor deze,

 

E. Westbroek

Teammanager Mobiliteit

 

(Deze brief is digitaal goedgekeurd en daarom niet met de hand ondertekend)

 

Maastricht, 25 juli 2025

 

Bezwaar en voorlopige voorziening

Op grond van het bepaalde in de artikelen 8:1 juncto artikel 7:1 juncto artikel 6:4 van de Awb kan, door degenen wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen een termijn van zes weken, ingaande op de dag na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt c.q. is verzonden of uitgereikt, bij ons college een bezwaarschrift worden ingediend.

 

U kunt het bezwaarschrift digitaal of schriftelijk indienen.

 

Als u het bezwaarschrift digitaal wilt indienen, kunt u dit doen via https://www.gemeentemaastricht.nl/bezwaarschrift-indienen. U vindt hier een formulier waarmee u bezwaar kunt maken.

 

U kunt het bezwaarschrift ook per post indienen.

 

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

. de naam en het adres van de indiener;

. de dagtekening;

. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

. de gronden van het bezwaar.

Wij verzoeken u in het bezwaarschrift ook uw telefoonnummer en (zo mogelijk) uw

e-mailadres te vermelden.

 

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het college van Burgemeester en wethouders van Maastricht, Postbus 1992, 6201 BZ Maastricht.

 

Het indienen van bezwaar heeft geen schorsende werking. Om de inwerkingtreding van het besluit en de gevolgen daarvan op te schorten kan om een voorlopige voorziening worden verzocht. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, bestuursrecht, postbus 950 te 6040 AZ te Roermond.

Van de verzoeker van een voorlopige voorziening wordt een griffierecht geheven. U wordt door de griffie van de rechtbank geïnformeerd over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betaling.

 

U kunt ook digitaal een voorlopige voorziening indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.

 

Bijlage

 

Naar boven