U bekijkt een publicatie met

Toon versie van document

Wijziging omgevingsplan - verwerken APV

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Bilt geeft kennis van het ontwerp wijziging omgevingsplan - APV. Met deze wijziging worden regels uit Algemene Plaatselijke Verordening gemeente De Bilt 2024 opgenomen in de structuur en systematiek van het omgevingsplan.

Artikel I

"Omgevingsplan gemeente De Bilt" opgenomen in Bijlage A wordt gewijzigd.

Uitgevoerd op: 18 juli 2025

Bijlage A artikel I

A

Hoofdstuk 1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

  • 1.

    Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op hoofdstuk 22 hoofdstuk 1 tot en met 23 van dit omgevingsplan.

  • 2.

    Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van hoofdstuk 221 tot en met 23 van dit omgevingsplan.

Artikel 1.2 Geografische informatieobjecten

  • 1.

    De regels van dit omgevingsplan gelden voor het hele grondgebied van de gemeente tenzij dit anders is bepaald.

  • 2.

    Bijlage II van dit omgevingsplan bevat een overzicht van de geografische informatieobjecten.

Artikel 1.3 Voorrangsbepaling

ntb

Artikel 1.4 Algemene zorgplicht

Degene die een activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben is verplicht:

  • a.

    alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;

  • b.

    voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en

  • c.

    als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

Artikel 1.5 Algemene aanvraagvereisten voor vergunningplicht, meldingplicht en informatieplicht

Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders, worden die voorzien van:

  • a.

    een beschrijving van de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd;

  • b.

    het telefoonnummer van de aanvrager;

  • c.

    het adres, de kadastrale aanduiding of coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht;

  • d.

    een aanduiding van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht;

  • e.

    als de aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde: naam, adres, telefoonnummer en woonplaats van de gemachtigde;

  • f.

    als de aanvraag elektronisch wordt ingediend: het e-mailadres van de aanvrager of de gemachtigde;

  • g.

    als wordt gevraagd een voorschrift aan de omgevingsvergunning te verbinden over regels als bedoeld in paragraaf 4.1.1 van de wet: een beschrijving van het onderwerp van dat voorschrift; en

  • h.

    als wordt gevraagd om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen: gegevens waaruit blijkt dat met de gelijkwaardige maatregel ten minste hetzelfde resultaat wordt bereikt als met de voorgeschreven maatregel is beoogd.

B

Hoofdstuk 2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 2 Gereserveerd Bepalingen voor het hele ambtsgebied

[Gereserveerd]

Afdeling 2.1 Algemeen

Artikel 2.1 Specifieke zorgplicht

De zorgplicht, als bedoeld in artikel 1.4, houdt in ieder geval in dat:

  • a.

    beplanting of een voorwerp niet wordt aangebracht en/of behouden op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat;

  • b.

    de rechthebbende op vee dat zich bevindt in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, verplicht is ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken;

  • c.

    sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen zich niet mogen bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.

  • d.

    handelsreclame op of aan een onroerende zaak geen gevaar voor het verkeer en/of ernstige hinder voor de omgeving mag veroorzaken.

Artikel 2.2 Verboden

Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn.

Afdeling 2.2 Forensische zorg

Artikel 2.3 Toepassingsbereik

Het aanbieden van forensische zorg binnen gemeente De Bilt, waarbij sprake is van een beveiligingsniveau van 2 of hoger.

Artikel 2.4 Oogmerk

Het aanbieden van deze vorm van forensische zorg kan leiden tot aanzienlijke belasting en aantasting van de veiligheidssituatie en ongewenste invloed op de ruimtelijke kwaliteit.

Artikel 2.5 Verbod

Het aanbieden van forensische zorg, waarbij er sprake is van beveiligingsniveau 2 of hoger, is verboden.

C

Het opschrift van hoofdstuk 3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 3 Gereserveerd Gebiedstypen

D

Het opschrift van hoofdstuk 4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 4 Gereserveerd Functies

E

Het opschrift van hoofdstuk 5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 5 Gereserveerd Beschermen

F

Het opschrift van hoofdstuk 6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 6 Gereserveerd Wijziging van functie of gebruik

G

Hoofdstuk 7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 7 Gereserveerd Bouwactiviteiten

[Gereserveerd]

Afdeling 7.1 Dienstverlening

[Gereserveerd]

Afdeling 7.2 Toepassingsbereik

[Gereserveerd]

Afdeling 7.3 Oogmerk

[Gereserveerd]

Afdeling 7.4 Algemeen

[Gereserveerd]

Afdeling 7.5 Afscheiding tussen balkons of dakterrassen bouwen of in stand houden

[Gereserveerd]

Afdeling 7.6 Ander bouwwerk bouwen of in stand houden

[Gereserveerd]

Afdeling 7.7 Antenne-installatie bouwen of in stand houden

[Gereserveerd]

Afdeling 7.8 Bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan bouwen of in stand houden

[Gereserveerd]

Afdeling 7.9 Bouwkeet, bouwbord, steiger, heistelling, hijskraan, damwand, bouwweg, terreinverharding, terreininrichting of andere hulpconstructie bouwen of in stand houden

[Gereserveerd]

Afdeling 7.10 Bouwwerk veranderen

[Gereserveerd]

Afdeling 7.11 Bouwwerk voor agrarische bedrijfsvoering bouwen of in stand houden

[Gereserveerd]

Afdeling 7.12 Bouwwerk voor een infrastructurele of openbare voorziening bouwen of in stand houden

[Gereserveerd]

Afdeling 7.13 Buisleiding bouwen of in stand houden

[Gereserveerd]

Afdeling 7.14 Constructie voor overbruggen van terreinhoogteverschil bouwen of in stand houden

[Gereserveerd]

Afdeling 7.15 Dakkapel bouwen of in stand houden

[Gereserveerd]

Afdeling 7.16 Dakopbouw bouwen of in stand houden

[Gereserveerd]

Afdeling 7.17 Dakraam, daklicht, lichtstraat of soortgelijke daglichtvoorziening bouwen of in stand houden

[Gereserveerd]

Afdeling 7.18 Dakterras bouwen of in stand houden

[Gereserveerd]

Afdeling 7.19 Erf- of perceelafscheiding bouwen of in stand houden

[Gereserveerd]

Afdeling 7.20 Gewoon onderhoud verrichten aan een bouwwerk

[Gereserveerd]

Afdeling 7.21 Kozijn, kozijninvulling, gevelpaneel of boeideel, of stucwerk bouwen of in stand houden

[Gereserveerd]

Afdeling 7.22 Recreatief nachtverblijf bouwen of in stand houden

[Gereserveerd]

Afdeling 7.23 Sport- of speeltoestel bouwen of in stand houden

[Gereserveerd]

Afdeling 7.24 Terreinafscheiding bouwen of in stand houden

[Gereserveerd]

Afdeling 7.25 Tuinmeubilair bouwen of in stand houden

[Gereserveerd]

Afdeling 7.26 Vlaggenmast bouwen of in stand houden

[Gereserveerd]

Afdeling 7.27 Zonnepaneel of zonnecollector bouwen of in stand houden

[Gereserveerd]

Afdeling 7.28 Zonwering, rolhek, luik of rolluik bouwen of in stand houden

[Gereserveerd]

Afdeling 7.29 Zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening of vijver bouwen of in stand houden

[Gereserveerd]

H

Het opschrift van hoofdstuk 8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 8 Gereserveerd Werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid uitvoeren

I

Hoofdstuk 9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 9 Gereserveerd Milieubelastende activiteiten

[Gereserveerd]

Afdeling 9.1 Algemene bepalingen

[Gereserveerd]

Afdeling 9.2 Geluid

Paragraaf 9.2.1 Geluid bij festiviteiten
Artikel 9.1 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op geluid door festiviteiten die plaatsvinden op de locatie waar milieubelastende activiteiten zijn toegestaan.

Artikel 9.2 Algemene regels
  • 1.

    Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr, LT veroorzaakt door de festiviteit mag ten hoogste bedragen: 70 dB(A) tussen 07.00 uur en 19.00 uur, 65 dB(A) tussen 19.00 uur en 23.00 uur en 60 dB(A) tussen 23.00 uur en 02.00 uur. De geluidsniveaus worden gemeten en beoordeeld op grond van ​afdeling 6.2 Meet- en rekenregels van de Omgevingsregeling​​.

  • 2.

    De festiviteiten moeten plaatsvinden in de binnenruimte waarbij ramen en deuren gesloten moeten blijven, met uitzondering van het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

  • 3.

    De festiviteiten mogen niet vaker dan 12 dagen en/of dagdelen per kalenderjaar per locatie plaatsvinden.

Artikel 9.3 Geluid bij festiviteiten

Het houden van festiviteiten op een locatie waar milieubelastende activiteiten zijn toegestaan is meldingsplichtig.

Artikel 9.4 Specifieke aanvraagvereisten

De houder van de locatie waar een milieubelastende activiteit is toegestaan verstrekt ten minste drie weken voor het begin van de festiviteit in aanvulling op de algemene aanvraagvereisten in artikel 1.5 de volgende gegevens:

  • a.

    de locatie waar de festiviteit plaatsvindt; en

  • b.

    de voorgenomen tijdsduur van de festiviteit.

Paragraaf 9.2.2 Overige geluidshinder
Artikel 9.5 Toepassingsbereik
  • 1.

    Deze paragraaf is van toepassing op het in werking hebben van toestellen, technische installaties of muziekinstallaties in de openbare buitenruimte en de private buitenruimte, in de gevallen waarvoor afdeling 22.3 niet geldt.

  • 2.

    Deze paragraaf is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, het Besluit bouwwerken leefomgeving, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.

Artikel 9.6 Oogmerk

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het voorkomen en beperken van hinder en overlast; en

  • b.

    het beschermen van het milieu.

Artikel 9.7 Overige geluidshinder
  • 1.

    Het in werking hebben van toestellen, technische installaties of muziekinstallaties is toestemmingsvrij als het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT, niet hoger is dan 45 dB(A) tussen 07.00 uur en 19.00 uur, 40 dB(A) tussen 19.00 uur en 23.00 uur en 35 dB(A) tussen 23.00 uur en 07.00 uur. De geluidsniveaus worden gemeten en beoordeeld op grond van ​afdeling 6.2 Meet- en rekenregels van de Omgevingsregeling​​.

  • 2.

    In alle andere gevallen geldt een vergunningplicht.

Artikel 9.8 Specifieke aanvraagvereisten

Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor overige geluidshinder, worden, in aanvulling op de algemene aanvraagvereisten in artikel 1.5 de volgende gegevens verstrekt:

  • a.

    beschrijving van het soort geluid;

  • b.

    duur van het geluid; en

  • c.

    het aantal decibel (bronvermogen) van de gebruikte installaties.

Artikel 9.9 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning wordt geweigerd als de belangen, zoals bedoeld in artikel 9.6, onevenredig worden geschaad.

J

Hoofdstuk 10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 10 Gereserveerd Overige activiteiten

[Gereserveerd]

Afdeling 10.1 Alarminstallatie hebben

[Gereserveerd]

Afdeling 10.2 Boom kappen of houtopstand vellen

Artikel 10.1 Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op het vellen, het rooien en het verplanten van bomen en houtopstanden, en op andere handelingen die de dood, ernstige beschadiging of ontsiering van bomen en houtopstanden kunnen veroorzaken. Deze afdeling is niet van toepassing op struiken.

Artikel 10.2 Oogmerk

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het behoud van groen ter ondersteuning van de volgende waarden:

Artikel 10.3 Boom kappen of houtopstand vellen
  • 1.

    Het kappen van bomen of vellen van houtopstanden is toestemmingsvrij als:

    • a.

      het vellen van houtopstanden die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd;

    • b.

      fijnsparren en andere coniferen, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;

    • c.

      vruchtbomen en windschermen om boomgaarden, tenzij het gaat om hoogstamvruchtbomen;

    • d.

      het onderhouden van bomen zoals het knotten en kandelaberen (met uitzondering van de eerste keer);

    • e.

      het periodiek vellen van houtopstand op natuurterreinen ter uitvoering van het reguliere onderhoud;

    • f.

      het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud; en

    • g.

      als de boom een omtrek heeft van kleiner dan 80 centimeter, gemeten van het maaiveld op 1,30 meter hoog, met uitzondering van bomen die volgens een herplantplicht zijn geplant.

  • 2.

    In alle andere gevallen is het kappen van bomen of het vellen van houtopstanden vergunningplichtig, waarbij een herplantplicht geldt. Indien herplant niet mogelijk is, moet een vergoeding worden afgedragen.

Artikel 10.4 Specifieke aanvraagvereisten
  • 1.

    Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het kappen van bomen en het vellen van een houtopstand, identificeert de aanvrager iedere houtopstand waarop de aanvraag betrekking heeft met een nummer.

  • 2.

    Per genummerde houtopstand worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a.

      de soort houtopstand;

    • b.

      de locatie van de houtopstand op het voor-, zij-, of achtererf;

    • c.

      een overzichtsfoto;

    • d.

      een detailfoto per boom;

    • e.

      de diameter in centimeters, gemeten op 1,30 meter vanaf het maaiveld; en

    • f.

      de mogelijkheid tot herbeplanten of het voornemen om op een daarbij te vermelden locatie tot herbeplanten van een daarbij te vermelden aantal soorten over te gaan.

  • 3.

    Als een boom ziek of gevaarlijk is, moet er een rapport van een boomadviseur worden bijgevoegd.

Artikel 10.5 Beoordelingsregels
Artikel 10.6 Vergunningstermijn

De vergunning is een jaar geldig, tenzij anders aangegeven in de vergunning.

Afdeling 10.3 Bouwwerk slopen

[Gereserveerd]

Afdeling 10.4 Evenementen houden

[Gereserveerd]

Afdeling 10.5 Handelsreclame voeren

[Gereserveerd]

Afdeling 10.6 Het houden van bijen

Artikel 10.7 Toepassingsbereik

De afdeling is van toepassing op het houden van bijen.

Artikel 10.8 Oogmerk

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    de verkeersveiligheid;

  • b.

    het voorkomen van overlast;

  • c.

    het beschermen van het woon- en leefklimaat.

Artikel 10.9 Het houden van bijen
  • 1.

    Het houden van bijen is toestemmingsvrij als:

    • a.

      sprake is van een afstand van ten minste dertig meter tot woningen of andere gebouwen waarin overdag mensen verblijven, met uitzondering van de woningen of gebouwen waarvan de bijenhouder rechthebbende is;

    • b.

      sprake is van een afstand van ten minste dertig meter tot de weg.

  • 2.

    In alle andere gevallen is het houden van bijen vergunningplichtig.

Artikel 10.10 Specifieke aanvraagvereisten

Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het houden van bijen, worden, in aanvulling op de algemene aanvraagvereisten in artikel 1.5 de volgende gegevens verstrekt:

  • a.

    de situering van de bijenkorven op het perceel;

  • b.

    de afstand van de bijenkorven tot de nabijgelegen woningen en de weg;

  • c.

    de eventueel te treffen maatregelen om overlast te voorkomen en/of de verkeersveiligheid te waarborgen.

Artikel 10.11 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning wordt geweigerd als de belangen, zoals bedoeld in artikel 10.8, onevenredig worden geschaad.

Afdeling 10.7 Het maken van filmopnamen

Artikel 10.12 Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op het maken van filmopnamen in de openbare buitenruimte.

Artikel 10.13 Oogmerk

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    de veiligheid, bruikbaarheid en toegankelijkheid van de weg en openbare buitenruimte; en

  • b.

    het beschermen van het aanzien van de openbare buitenruimte.

Artikel 10.14 Het maken van filmopnamen
  • 1.

    Het maken van filmopnamen in de openbare buitenruimte is toestemmingsvrij als:

    • a.

      de filmopname geen negatieve gevolgen heeft voor de veiligheid, bruikbaarheid en toegankelijkheid van de weg en de openbare buitenruimte;

    • b.

      de filmopname weinig tot geen overlast oplevert voor bewoners en ondernemers; en

    • c.

      op de filmlocatie maximaal tien personen aanwezig zijn en maximaal drie camera's vanaf de schouder of op statief in gebruik zijn.

  • 2.

    Het maken van filmopnamen in de openbare buitenruimte is meldingplichtig als:

    • a.

      de opnamen plaatsvinden tussen 08.00 uur en 22.00 uur;

    • b.

      op de filmlocatie minder dan 35 personen aanwezig zijn en maximaal drie camera's vanaf de schouder of op statief in gebruik zijn;

    • c.

      geen objecten op de rijbaan of fietspad worden geplaatst;

    • d.

      voetgangers niet worden gehinderd en maximaal zes attributen (elk maximaal 1m2, geen voertuigen) op het voor voetgangers bedoelde deel van de weg worden geplaatst;

    • e.

      geen omleidingen of afzettingen worden geplaatst;

    • f.

      maximaal vijf parkeerplaatsen worden gebruikt door auto's en busjes die noodzakelijk zijn voor de opname en elk een normale parkeerplaats innemen;

    • g.

      geen geweldsscènes of scènes met speciale effecten plaatsvinden; en

    • h.

      niet meer dan twee aaneengesloten dagen wordt gefilmd, met een maximum van acht dagen per kalenderjaar.

  • 3.

    In alle andere gevallen is het maken van filmopnamen in de openbare buitenruimte vergunningplichtig.

Artikel 10.15 Specifieke aanvraagvereisten
  • 1.

    Bij het doen van een melding, of een aanvraag voor een omgevingsvergunning, voor het maken van filmopnamen in de openbare buitenruimte, worden, in aanvulling op de algemene aanvraagvereisten in artikel 1.5 de volgende gegevens verstrekt:

    • a.

      een omschrijving van het filmproject;

    • b.

      het aantal personen en camera's die aanwezig zijn tijdens de filmopnamen;

    • c.

      de tijdsduur van het maken van de filmopnamen;

    • d.

      de maatvoering (lengte, breedte en hoogte) en locatie van de te plaatsen betrokken voertuigen en/of objecten ten behoeve van het filmen;

    • e.

      een tekening of (lucht)foto met daarop aangegeven de locatie van de opnamen; en

    • f.

      indien het verkeer wordt belemmerd, een verkeersplan.

  • 2.

    Het doen van een melding voor het maken van filmopnamen in de openbare buitenruimte moet minimaal 10 werkdagen voor het starten van de activiteit.

  • 3.

    Het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het maken van filmopnamen in de openbare buitenruimte moet minimaal 8 weken voor het starten van de activiteit.

Artikel 10.16 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning wordt geweigerd als de belangen, zoals bedoeld in artikel 10.13 onevenredig worden geschaad.

Afdeling 10.8 Niet-regulier kamperen

Artikel 10.17 Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen voor een recreatief nachtverblijf buiten een kampeerterrein.

Artikel 10.18 Oogmerk

de regels uit deze afdeling zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    het in stand houden van de natuur;

  • b.

    het beschermen van het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte; en

  • c.

    het beschermen van de landschappelijke waarden.

Artikel 10.19 Niet-regulier kamperen
  • 1.

    Het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de eigenaar van het terrein is toestemmingsvrij.

  • 2.

    In alle andere gevallen is het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen voor een recreatief nachtverblijf buiten een kampeerterrein vergunningplichtig.

Artikel 10.20 Specifieke aanvraagvereisten

Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen voor een recreatief nachtverblijf buiten een kampeerterrein, worden, in aanvulling op de algemene aanvraagvereisten in artikel 1.5 de volgende gegevens verstrekt:

  • a.

    een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van de kampeermiddelen; en

  • b.

    de voorgenomen tijdsduur van de activiteit.

Artikel 10.21 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning wordt geweigerd als de belangen, zoals bedoeld in artikel 10.18 onevenredig worden geschaad.

Afdeling 10.9 Niet-regulier parkeren

Paragraaf 10.9.1 Algemeen
Artikel 10.22 Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op het niet-regulier parkeren van voertuigen op openbare wegen en openbare parkeerplaatsen.

Artikel 10.23 Oogmerk

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    veiligheid, bruikbaarheid en toegankelijkheid van de weg en/of openbare buitenruimte;

  • b.

    het realiseren en in stand houden van voldoende parkeergelegenheid;

  • c.

    het voorkomen van overlast; en

  • d.

    het beschermen van het aanzien van de openbare buitenruimte.

Artikel 10.24 Verbod
  • 1.

    Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de openbare weg of openbare parkeerplaats te parkeren.

  • 2.

    Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de openbare weg of openbare parkeerplaats te parkeren.

Artikel 10.25 Specifieke aanvraagvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het niet-regulier parkeren op openbare wegen en openbare parkeerplaatsen worden, in aanvulling op de algemene aanvraagvereisten in artikel 1.5 de volgende gegevens verstrekt:

  • a.

    een omschrijving van het voertuig;

  • b.

    de tijdsduur van de plaatsing;

  • c.

    de maatvoering van het voertuig/ de voertuigen tezamen (lengte, breedte en hoogte); en

  • d.

    een tekening of (lucht)foto met daarop aangegeven de locatie van de te plaatsen voertuig(en).

Artikel 10.26 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning wordt geweigerd als de belangen, zoals bedoeld in artikel 10.23 onevenredig worden geschaad.

Paragraaf 10.9.2 Het parkeren van een voertuig voor recreatie of voor andere dan verkeersdoeleinden
Artikel 10.27 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het parkeren van voertuigen die voor recreatie of voor andere dan verkeersdoeleinden worden gebruikt op de openbare weg of openbare parkeerplaats.

Artikel 10.28 Het parkeren van een voertuig voor recreatie of voor andere dan verkeersdoeleinden

Het parkeren van een voertuig voor recreatie of voor andere dan verkeersdoeleinden op de openbare weg of openbare parkeerplaats voor langer dan drie achtereenvolgende dagen is vergunningplichtig.

Artikel 10.29 Specifieke aanvraagvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het niet-regulier parkeren op openbare wegen en openbare parkeerplaatsen gelden alleen de aanvraagvereisten in artikel 1.5 en artikel 10.25.

Artikel 10.30 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning wordt geweigerd als de belangen, zoals bedoeld in artikel 10.23 onevenredig worden geschaad.

Paragraaf 10.9.3 Het te koop aanbieden van een voertuig
Artikel 10.31 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het te koop aanbieden van voertuigen of verhandelen van voertuigen op de openbare weg of openbare parkeerplaats.

Artikel 10.32 Het te koop aanbieden van een voertuig

Het parkeren van een voertuig op de openbare weg of openbare parkeerplaats met het doel het te koop aanbieden of te verhandelen is buiten de bebouwde kom toestemmingsvrij. In alle overige gevallen is het vergunningplichtig.

Artikel 10.33 Specifieke aanvraagvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het niet-regulier parkeren op openbare wegen en openbare parkeerplaatsen gelden alleen de aanvraagvereisten in artikel 1.5 en artikel 10.25.

Artikel 10.34 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning wordt geweigerd als de belangen, zoals bedoeld in artikel 10.23 onevenredig worden geschaad.

Paragraaf 10.9.4 Parkeren van grote voertuigen
Artikel 10.35 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het parkeren van grote voertuigen op de openbare weg of openbare parkeerplaats.

Artikel 10.36 Parkeren van grote voertuigen
  • 1.

    Het parkeren van een voertuig op de openbare weg of openbare parkeerplaats met inbegrip van de lading binnen de bebouwde kom is toestemmingsvrij als: 

    • a.

      het voertuig niet langer dan 6 meter en hoger dan 2,4 meter is;

    • b.

      het voertuig is geparkeerd op de volgende locaties:

      -  de parkeerstrook Nachtegaallaan in Maartensdijk, tussen de Dorpsweg en de Merellaan;

      -  de Dorpsweg in Maartensdijk onder viaduct A27;

      -  de Rembrandtlaan (gedeeltelijk) in Bilthoven;

      -  parkeerstrook C. de Haasweg in Bilthoven;

      -  de parkeerstrook P.C. Staalweg in Bilthoven; of

    • c.

      de te parkeren voertuigen campers, kampeerauto's, caravans en kampeerwagens betreffen en deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de openbare weg of openbare parkeerplaats worden geplaatst of gehouden.

  • 2.

    Het parkeren van een voertuig op de openbare weg of openbare parkeerplaats met inbegrip van de lading buiten de bebouwde kom is toestemmingsvrij als:

    • a.

      het voertuig niet langer dan 6 meter is;

    • b.

      het voertuig op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur is geparkeerd; of

    • c.

      de te parkeren voertuigen campers, kampeerauto's, caravans en kampeerwagens betreffen en deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de openbare weg of openbare parkeerplaats worden geplaatst of gehouden.

  • 3.

    In alle andere gevallen is het parkeren van een groot voertuig vergunningplichtig.

Artikel 10.37 Specifieke aanvraagvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het niet-regulier parkeren op de openbare weg of openbare parkeerplaats gelden alleen de aanvraagvereisten in artikel 1.5 en artikel 10.25.

Artikel 10.38 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning wordt geweigerd als de belangen, zoals bedoeld in artikel 10.23 onevenredig worden geschaad.

Paragraaf 10.9.5 Parkeren van voertuigen van autobedrijf en dergelijke
Artikel 10.39 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het bedrijfsmatig of in een omvang gelijk aan bedrijfsmatig stallen, herstellen, slopen, verhuren (waaronder ook rijles- en taxivoertuigen) of verhandelen van voertuigen op openbare wegen en openbare parkeerplaatsen.

Artikel 10.40 Parkeren van voertuigen van autobedrijf en dergelijke
  • 1.

    Het niet-regulier parkeren van voertuigen is toestemmingsvrij als:

    • a.

      voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;

    • b.

      voertuigen voor persoonlijk gebruik; of

    • c.

      niet meer dan drie voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd op de weg zijn geparkeerd binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een van deze voertuigen en de weg niet als werkplaats voor voertuigen wordt gebruikt;

  • 2.

    in alle andere gevallen is het niet-regulier parkeren van voertuigen van autobedrijf en dergelijke vergunningplichtig.

Artikel 10.41 Specifieke aanvraagvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het niet-regulier parkeren op de openbare weg of openbare parkeerplaats worden, in aanvulling op de algemene aanvraagvereisten in artikel 1.5 en artikel 10.25, de volgende gegevens verstrekt: Het doel waarvoor de voertuigen worden geplaatst.

Artikel 10.42 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning wordt geweigerd als de belangen, zoals bedoeld in artikel 10.23 onevenredig worden geschaad.

Paragraaf 10.9.6 Parkeren van voertuigen voor handelsreclame
Artikel 10.43 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het parkeren van voertuigen op de openbare weg of openbare parkeerplaats met het kennelijk doel om handelsreclame te maken.

Artikel 10.44 Parkeren van voertuigen voor handelsreclame

Het parkeren van een voertuig op de openbare weg of openbare parkeerplaats met het kennelijk doel om handelsreclame te maken is vergunningplichtig.

Artikel 10.45 Specifieke aanvraagvereisten

Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het niet-regulier parkeren op openbare wegen en openbare parkeerplaatsen gelden alleen de aanvraagvereisten in artikel 1.5 en artikel 10.25.

Artikel 10.46 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning wordt geweigerd als de belangen, zoals bedoeld in artikel 10.23 onevenredig worden geschaad.

Afdeling 10.10 Roerende zaken plaatsen

Paragraaf 10.10.1 Algemeen
Artikel 10.47 Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op het plaatsen van roerende zaken op of aan de weg en/of de openbare buitenruimte.

Artikel 10.48 Oogmerk

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    veiligheid, bruikbaarheid en toegankelijkheid van de weg en/of openbare buitenruimte; en

  • b.

    het beschermen van het aanzien van de openbare buitenruimte.

Artikel 10.49 Algemene regel

Bij het plaatsen van roerende zaken wordt voldaan aan de volgende algemene regels:

  • a.

    het geen schade toebrengt of toe kan brengen aan de weg en/of de openbare buitenruimte;

  • b.

    de (verkeers)veiligheid voldoende gewaarborgd blijft.

Artikel 10.50 Verbod

Het is, in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming van overlast of in het belang van het beheer van de openbare ruimte, verboden fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten te laten staan en/of langer dan 7 dagen binnen de daarvoor bestemde ruimten onafgebroken te laten staan in de volgende gebieden:

  • a.

    winkelgebied Bilthoven Centrum en De Kwinkelier in Bilthoven, zoals aangegeven op Kaart_1;

  • b.

    winkelgebied Hessenweg/Looydijk in De Bilt, zoals aangegeven op Kaart_2;

  • c.

    winkelgebied Planetenbaan in Bilthoven, zoals aangegeven op Kaart_3;

  • d.

    winkelgebied Maertensplein in Maartensdijk, zoals aangegeven op Kaart_4;

  • e.

    winkelgebied 'Het Oude Dorp' in De Bilt, zoals aangegeven op Kaart_5;

  • f.

    winkel(s) op de Donsvlinder in Bilthoven, zoals aangegeven op Kaart_6;

  • g.

    winkel(s) op de Leyenseweg in Bilthoven, zoals aangegeven op Kaart_7;

  • h.

    winkelgebied 'Het Kleine Dorp' in Bilthoven, zoals aangegeven op Kaart_8;

  • i.

    het gebied van N.S. Station Bilthoven met omliggende straten, zoals aangegeven op Kaart_12;

  • j.

    winkel/bedrijvengebied 'Leyenseweg' in Bilthoven, zoals aangegeven op Kaart_22;

  • k.

    het gebied rond en in de fietstunnel gelegen onder de Utrechtseweg tussen Kapelweg en Oude Bunnikseweg zoals aangegeven op Kaart_23.

Artikel 10.51 Specifieke aanvraagvereisten

Bij het doen van een melding, of een aanvraag voor een omgevingsvergunning, voor het opslaan van roerende zaken op of aan de weg en/of de openbare buitenruimte worden, in aanvulling op de algemene aanvraagvereisten in artikel 1.5 de volgende gegevens verstrekt:

  • a.

    een omschrijving van het te plaatsen object;

  • b.

    de tijdsduur van de plaatsing;

  • c.

    de maatvoering van het object (lengte, breedte en hoogte); en

  • d.

    een tekening of (lucht)foto met daarop aangegeven de locatie van het object.

Artikel 10.52 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning wordt geweigerd als de belangen, zoals bedoeld in artikel 10.48, onevenredig worden geschaad.

Paragraaf 10.10.2 Aankondigingsborden
Artikel 10.53 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen van aankondigingsborden op of aan de weg en/of de openbare buitenruimte.

Artikel 10.54 Het plaatsen van een aankondigingsbord door het bevoegd gezag

Het plaatsen van een aankondigingsbord door het bevoegd gezag is toestemmingsvrij als het aankondigingsbord maximaal 1,25 meter hoog en 0,85 centimeter breed is.

Artikel 10.55 Het plaatsen van een aankondigingsbord

Het plaatsen van een aankondigingsbord op de locaties aangewezen in Bijlage III "Locaties aankondigingsborden" is vergunningplichtig. In alle overige gevallen is het verboden.

Artikel 10.56 Specifieke aanvraagvereisten

Voor een aanvraag van een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een aankondigingsbord, worden, in aanvulling op artikel 1.5 en artikel 10.51 de volgende gegevens verstrekt:

  • a.

    een weergave van het aankondigingsbord;

  • b.

    lantaarnpaalnummer (zie bijlage III).

Artikel 10.57 Beoordelingsregels

Voor het beoordelen van de vergunning wordt, in aanvulling op de beoordelingsregels in artikel 10.52, gekeken naar de volgende criteria:

  • a.

    maximaal 1,25 meter hoog en 0,85 centimeter breed;

  • b.

    maximale tijdsduur van twee aaneengesloten weken;

  • c.

    aanvraag niet meer dan zes maanden voorafgaand aan de plaatsingsperiode;

  • d.

    per half jaar voor een commercieel doeleinde maximaal tien aankondigingsborden;

  • e.

    per kwartaal voor een niet-commercieel doeleinde tien aankondigingsborden;

  • f.

    aanstootgevende afbeeldingen of teksten zijn niet toegestaan.

Paragraaf 10.10.3 Bouwcontainer, -steiger, -keet, -kraan, -hek
Artikel 10.58 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen van een bouwcontainer, -steiger, -keet, -kraan, -hek op of aan de weg en/of de openbare buitenruimte.

Artikel 10.59 Algemene regel

Bij het plaatsen van een bouwcontainer, -steiger, -keet, -kraan, -hek wordt, in aanvulling op artikel 10.49 voldaan aan de volgende algemene regel: bij het plaatsen van een bouwcontainer, -steiger, -keet, -kraan, -hek wordt deze voorzien van goed zichtbare markeringen. Hieraan wordt in ieder geval voldaan als de CROW richtlijnen voor het markeren van onverlichte obstakels worden toegepast.

Artikel 10.60 bouwcontainer, -steiger, -keet, -kraan, -hek plaatsen
  • 1.

    Het plaatsen van bouwcontainer, -steiger, -keet, -kraan, -hek is meldingplichtig als:

    • a.

      voldoende vrije doorgang voor hulpdiensten en verkeer op de weg en voor voetgangers op het voetpad overblijft;

    • b.

      deze niet op of binnen een afstand van 0,5 meter van de blindengeleidestrook worden geplaatst;

    • c.

      er maximaal 1 parkeerplek wordt ingenomen;

    • d.

      het geen belemmering veroorzaakt voor het onderhoud en beheer van de weg; en

    • e.

      deze niet langer dan 5 werkdagen wordt geplaatst.

  • 2.

    In alle andere gevallen is het plaatsen van een bouwcontainer, -steiger, -keet, -kraan, -hek vergunningplichtig.

Artikel 10.61 Specifieke aanvraagvereisten

Voor het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een bouwcontainer, -steiger, -keet, -kraan, -hek gelden alleen de aanvraagvereisten in artikel 1.5 en artikel 10.51.

Artikel 10.62 Beoordelingsregels

Voor het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een bouwcontainer, -steiger, -keet, -kraan, -hek gelden alleen de beoordelingsregels in artikel 10.52.

Paragraaf 10.10.4 Overig bouwmateriaal
Artikel 10.63 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen van bouwmaterialen anders dan benoemd in paragraaf 10.10.3 op of aan de weg en/of de openbare buitenruimte.

Artikel 10.64 Bouwmateriaal plaatsen op, aan of boven de openbare buitenruimte of weg, met uitzondering van provinciale- en rijkswegen.

Bij het plaatsen van bouwmaterialen anders dan benoemd in paragraaf 10.10.3 wordt voldaan aan de volgende algemene regels:

  • a.

    de materialen veroorzaken geen belemmering voor:

    • 1°.

      het onderhoud of beheer van de weg;

    • 2°.

      evenementen;

    • 3°.

      markten;

    • 4°.

      andere festiviteiten; of

    • 5°.

      gebeurtenissen van algemeen belang.

  • b.

    er mogen geen (nood)uitgangen belemmerd worden;

  • c.

    voldoende vrije doorgang voor hulpdiensten en verkeer op de weg en voor voetgangers op het voetpad overblijft;

  • d.

    het mag niet meer dan 1 parkeerplaats innemen;

  • e.

    deze niet op of binnen een afstand van 0,5 meter van de blindengeleidestrook worden geplaatst; en

  • f.

    het niet langer dan een week wordt geplaatst.

Paragraaf 10.10.5 Spandoeken
Artikel 10.65 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het ophangen van spandoeken op of aan de weg of in openbare buitenruimten.

Artikel 10.66 Spandoeken ophangen
  • 1.

    Het ophangen van een spandoek binnen de volgende locaties is vergunningplichtig:

    • a.

      Bilthoven: Boslaan tussen de bomen, in de rijrichting vanaf de Sperwerlaan;

    • b.

      Bilthoven: Gezichtslaan, hoek Soestdijkseweg;

    • c.

      De Bilt: Soestdijkseweg ter hoogte van SWECO bij de ingang tussen fietspad en Soestdijkseweg;

    • d.

      De Bilt: Biltse Rading, hoek Blauwkapelseweg tussen de bomen;

    • e.

      De Bilt: Biltse Rading, hoek Groenekanseweg tussen de bomen;

    • f.

      Groenekan: Groenekanseweg, Koningin Wilheminaweg aan de brug;

    • g.

      Hollandsche Rading: Tolakkerweg, tussen de bomen in het ronde plantsoen;

    • h.

      Maartensdijk:Dorpsweg, op de T-splitsing met Dierenriem tussen lantaarnpaal en paal;

    • i.

      Maartensdijk: Nachtegaallaan bij de Vierstee tussen bomen in het gras;

    • j.

      Westbroek: Burg. Huydecoperweg hoek Dr. Welfferweg aan de brug.

  • 2.

    In alle overige gevallen is het ophangen van een spandoek verboden.

Artikel 10.67 Specifieke aanvraagvereisten

Voor een aanvraag van een omgevingsvergunning voor het ophangen van een spandoek, worden, in aanvulling op de algemene aanvraagvereisten inartikel 1.5 en artikel 10.51 de volgende gegevens verstrekt:

  • a.

    een weergave van het spandoek;

  • b.

    de betreffende locatie (genoemd in artikel 10.66).

Artikel 10.68 Beoordelingsregels

Voor het beoordelen van de vergunning wordt, in aanvulling op de beoordelingsregels in artikel 10.52 gekeken naar de volgende criteria:

  • a.

    de afmetingen zijn niet groter dan 1.5 x 4.00 meter;

  • b.

    de plaatsing niet langer is dan een week tenzij er bijzondere omstandigheden zijn om hiervan af te wijken;

  • c.

    de spandoeken mogen geen handelsreclame bevatten;

  • d.

    om belediging van personen of groeperingen of op een andere wijze onacceptabele bejegening van personen of groeperingen te voorkomen, mogen spandoeken geen opruiende en/of discriminerende teksten bevatten en mogen zij niet in strijd zijn met de goede zeden of openbare orde;

  • e.

    spandoeken mogen alleen worden opgehangen, indien daarmee niet commerciële reclame wordt gemaakt voor een activiteit die in de gemeente De Bilt plaatsvindt of voor ideële doeleinden. Dit kunnen ook activiteiten zijn die een regionaal of landelijk karakter hebben, maar met een lokaal effect zoals bijvoorbeeld landelijke campagnes over verkeersveiligheid of collecte;

  • f.

    de gemeente maakt een belangenafweging indien aanvragen voor dezelfde periode worden ingediend, waarbij de landelijke campagnes met voorrang worden verleend; en

  • g.

    per aanvrager wordt in beginsel niet vaker dan 2 keer per jaar een vergunning verleend.

Paragraaf 10.10.6 Terrassen
Artikel 10.69 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het inrichten van een terras op of aan de weg en/of de openbare buitenruimte.

Artikel 10.70 Algemene regel

Bij het inrichten van terrassen wordt in aanvulling op artikel 10.49 voldaan aan de volgende algemene regels:

  • a.

    het terras veroorzaakt geen belemmering voor het onderhoud of beheer van de weg;

  • b.

    er mogen geen (nood)uitgangen belemmerd worden;

  • c.

    voldoende vrije doorgang van minimaal 3,5 meter voor hulpdiensten en verkeer op de weg overblijft;

  • d.

    deze niet op of binnen een afstand van 0,5 meter aan weerszijde van de blindengeleidenstrook worden geplaatst; en

  • e.

    de ondernemer zorgt voor een schoon en ordelijk aanzien van het terras en voor het schoonhouden van de openbare buitenruimte in de directe omgeving daarvan.

Paragraaf 10.10.7 Uitstallingen
Artikel 10.71 Toepassingsbereik

Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen van uitstallingen op of aan de weg en/of de openbare buitenruimte.

Artikel 10.72 Algemene regel

Bij het plaatsen van uitstallingen wordt voldaan aan de volgende algemene regels:

  • a.

    de uitstalling veroorzaakt geen belemmering voor:

    • 1°.

      het onderhoud of beheer van de weg;

    • 2°.

      evenementen;

    • 3°.

      markten;

    • 4°.

      andere festiviteiten; of

    • 5°.

      gebeurtenissen van algemeen belang.

  • b.

    er mogen geen (nood)uitgangen belemmerd worden;

  • c.

    voldoende vrije doorgang voor hulpdiensten en verkeer op de weg en voor voetgangers op het voetpad overblijft;

  • d.

    deze niet op of binnen een afstand van 0,5 meter van de blindengeleidestrook worden geplaatst;

  • e.

    bestaat uit direct verplaatsbare objecten;

  • f.

    de uitstalling wordt geplaatst direct aansluitend aan de gevel tot maximaal 1 meter van de gevel;

  • g.

    de ondernemer zorgt voor een schoon en ordelijk aanzien van de uitstalling en voor het schoonhouden van de openbare buitenruimte in de directe omgeving daarvan; en

  • h.

    de uitstalling is enkel aanwezig in de openbare buitenruimte op tijden dat de onderneming voor het publiek geopend is.

Artikel 10.73 Plaatsen van een uitstalling

Het plaatsen van een uitstalling is meldingplichtig.

Artikel 10.74 Specifieke aanvraagvereisten

Voor het doen van een melding voor het plaatsen van een uitstalling gelden alleen de aanvraagvereisten in artikel 1.5 en artikel 10.51.

Afdeling 10.11 Standplaats innemen

Artikel 10.75 Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op het innemen van een standplaats. Deze afdeling gaat niet over een standplaats op een jaarmarkt of vaste markt en een standplaats op een evenement.

Artikel 10.76 Oogmerk

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    de veiligheid, bruikbaarheid en toegankelijkheid van de weg;

  • b.

    het beschermen van het aanzien van de openbare buitenruimte;

  • c.

    het beschermen van het milieu, voor zover het gaat om:

    • 1°.

      het beschermen tegen milieuverontreiniging;

    • 2°.

      het beschermen en verbeteren van de kwaliteit van lucht, bodem en de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen;

    • 3°.

      een doelmatig beheer van afvalwater en afvalstoffen;

    • 4°.

      het voorkomen of beperken van geluidhinder en geurhinder;

  • d.

    het behouden van een goed woon- en leefklimaat.

Artikel 10.77 Standplaats innemen
  • 1.

    Het innemen of hebben van een standplaats is vergunningplichtig op de volgende plaatsen:

    • a.

      twee standplaatsen aan de Planetenbaan;

    • b.

      twee standplaatsen aan de Berlagelaan nabij fietstunnel;

    • c.

      één standplaats aan het Emmaplein tegenover N.S. station;

    • d.

      één standplaats aan de Bilderdijklaan;

    • e.

      één standplaats aan de Looijdijk voorzijde Albert Heijn;

    • f.

      één standplaats aan de Sperwerlaan bij Kwinkelier;

    • g.

      twee standplaatsen op het Maertensplein;

    • h.

      één standplaats op het terrein van Ranzijn, Universiteitsweg 2;

    • i.

      één standplaats nabij het viaduct aan de Groenekanseweg; en

    • j.

      één standplaats op de parkeerplaats bij het Dorpshuis aan de Prinses Christinastraat.

  • 2.

    In alle andere gevallen is het innemen van een standplaats verboden.

Artikel 10.78 Verbod

Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college een standplaats wordt of is ingenomen.

Artikel 10.79 Algemene regels
  • 1.

    Een standplaats moet door de vergunninghouder persoonlijk worden ingenomen; hij mag deze niet aan een ander afstaan of in gebruik geven; een vergunninghouder mag zich laten bijstaan voor zover dit geen vervanging betreft.

  • 2.

    Het is de vergunninghouder verboden:

    • a.

      op de standplaats gebruik te maken van luidsprekers, versterkers, radiotoestellen en andere middelen ter weergave of versterking van geluid;

    • b.

      eerder dan één uur voor het tijdstip waarop de standplaats mag worden ingenomen, waren op de standplaats aan te voeren;

  • 3.

    De vergunninghouder dient de standplaats volledig te hebben ontruimd uiterlijk binnen één uur nadat de verkoop van waren en/of goederen ingevolge de vergunning moet zijn beëindigd.

  • 4.

    Voor de vergunninghouder aan wie vergunning is verleend voor twee dagdelen op dezelfde dag en op dezelfde plaats, geldt tussen de dagdelen geen op- en afbouw verplichting.

  • 5.

    Een vergunninghouder is verplicht ervoor zorg te dragen dat zijn standplaats steeds een goed verzorgd aanzien biedt.

  • 6.

    Een vergunninghouder, aan wie het is toegestaan op zijn standplaats geringe eet-en drinkwaren gereed te maken voor consumptie en/of te verkopen, dient minimaal twee afvalkorven of -bakken van voldoende grootte bij de verkoopgelegenheid te plaatsen.

  • 7.

    De vergunninghouder moet zich kunnen legitimeren met een identiteitsbewijs en dient dit op eerste aanvraag aan de toezichthouder of aan een ambtenaar van politie te tonen.

Artikel 10.80 Specifieke aanvraagvereisten

Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het innemen van een standplaats, worden, in aanvulling op de algemene aanvraagvereisten in artikel 1.5 de volgende gegevens verstrekt:

  • a.

    een omschrijving van de diensten en goederen die aangeboden worden;

  • b.

    een uittreksel van de Kamer van Koophandel van de inschrijving van uw bedrijf. Het uittreksel mag niet ouder zijn dan 6 maanden;

  • c.

    de duur en op welke dagen de standplaats ingenomen wordt;

  • d.

    een opstellingsplan en plattegrondtekening op schaal voor de gewenste locatie;

  • e.

    afmetingen van de mobiele verkoopinrichting;

  • f.

    informatie over de benodigde stroomvoorziening;

  • g.

    een foto van de mobiele verkoopinrichting.

Artikel 10.81 Beoordelingsregels
  • 1.

    Voor het beoordelen van de omgevingsvergunning wordt getoetst aan de beleidsregels uit 'Beleidsregels standplaatsvergunningen De Bilt'.

  • 2.

    De omgevingsvergunning wordt geweigerd als de belangen, zoals bedoeld in artikel 10.76, onevenredig worden geschaad.

Artikel 10.82 Vergunningstermijn

De omgevingsvergunning is een jaar geldig, tenzij anders aangegeven in de omgevingsvergunning.

Afdeling 10.12 Weg aanleggen of veranderen

Artikel 10.83 Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op het aanleggen, veranderen of beschadigen van een weg in beheer van de gemeente. Deze afdeling gaat niet over het uitvoeren van publieke taken in opdracht van de overheid.

Artikel 10.84 Oogmerk

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    veiligheid, bruikbaarheid en toegankelijkheid van de weg;

  • b.

    het beschermen van het aanzien van de openbare buitenruimte; en

  • c.

    bescherming van het openbaar groen.

Artikel 10.85 Weg aanleggen of veranderen

Het aanleggen, veranderen of beschadigen van een weg is vergunningplichtig.

Artikel 10.86 Specifieke aanvraagvereisten

Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het aanleggen, veranderen of beschadigen van een weg worden, in aanvulling op de algemene aanvraagvereisten in artikel 1.5 de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    een situatietekening, kaart, foto of een ander geschikt middel met daarop de locatie van de activiteit;

  • b.

    beschrijving van de werkzaamheden;

  • c.

    de te gebruiken materialen;

  • d.

    de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan voor het aanleggen, veranderen of beschadigen van de weg, zoals bomen, lantaarnpalen en nutsvoorzieningen;

  • e.

    indien het verkeer wordt belemmerd, een verkeersplan.

Artikel 10.87 Beoordelingsregels

De omgevingsvergunning voor het aanleggen van een weg naar de openbare weg of het veranderen van een weg wordt alleen geweigerd als de belangen in artikel 10.84 onevenredig worden geschaad.

Afdeling 10.13 Uitweg aanleggen of veranderen

Artikel 10.88 Toepassingsbereik

Deze afdeling is van toepassing op het aanleggen en veranderen van een uitweg naar de openbare weg in beheer bij de gemeente.

Artikel 10.89 Oogmerk

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:

  • a.

    veiligheid, bruikbaarheid en toegankelijkheid van de weg;

  • b.

    het beschermen van het aanzien van de openbare buitenruimte; en

  • c.

    bescherming van het openbaar groen.

Artikel 10.90 Uitweg aanleggen of veranderen

Het aanleggen van een uitweg naar de openbare weg of het veranderen van een bestaande uitweg is vergunningplichtig.

Artikel 10.91 Specifieke aanvraagvereisten

Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het aanleggen van een uitweg naar de openbare weg of het veranderen van een bestaande uitweg worden, in aanvulling op de algemene aanvraagvereisten in artikel 1.5 de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

  • a.

    de locatie van de uitweg aan het voor-, zij- of achtererf;

  • b.

    de afmeting van de nieuwe uitweg of de te veranderen bestaande uitweg en de beoogde verandering daarvan;

  • c.

    de te gebruiken materialen; en

  • d.

    de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan voor het aanleggen of het gebruik van de uitweg, zoals bomen, lantaarnpalen en nutsvoorzieningen.

Artikel 10.92 Beoordelingsregels omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning voor het aanleggen van een uitweg naar de openbare weg of het veranderen van een bestaande uitweg wordt alleen geweigerd als de belangen in artikel 10.89 onevenredig worden geschaad.

K

Hoofdstuk 11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Hoofdstuk 11 Strijdig/verboden activiteiten Ontwikkelingen

[Gereserveerd]

Afdeling 11.1 Forensische zorg

Artikel 11.1 Waar deze regels over gaan

Het aanbieden van forensische zorg binnen gemeente De Bilt, waarbij sprake is van een beveiligingsniveau van 2 of hoger.

Artikel 11.2 Waarom hebben we deze regels over forensische zorg?

Het aanbieden van deze vorm van forensische zorg kan leiden tot aanzienlijke belasting en aantasting van de veiligheidssituatie en ongewenste invloed op de ruimtelijke kwaliteit.

Artikel 11.3 Verbod op het verlenen van forensische zorg

Het aanbieden van forensische zorg, waarbij er sprake is van beveiligingsniveau 2 of hoger, is verboden.

L

Artikel 22.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.19 Aanwezigheid brandgevaarlijke stoffen nabij bouwwerken

  • 1.

    Op een open erf of terrein nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als bedoeld in tabel 22.2.1 aanwezig.

  • 2.

    Het eerste lid is niet van toepassing als:

    • a.

      de in tabel 22.2.1 aangegeven toegestane hoeveelheid per stof niet wordt overschreden, waarbij de totale toegestane hoeveelheid stoffen 100 kilogram of liter is;

    • b.

      de stof deugdelijk is verpakt, waarbij:

      • 1°.

        de verpakking tegen normale behandeling bestand is;

      • 2°.

        de verpakking is voorzien van een adequate gevaarsaanduiding; en

      • 3°.

        geen inhoud onvoorzien uit de verpakking kan ontsnappen; en

    • c.

      de stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen.

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing op:

    • a.

      brandstof in het reservoir van een verbrandingsmotor;

    • b.

      brandstof in een verlichtings-, verwarmings- of ander warmteontwikkelend toestel;

    • c.

      voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken;

    • d.

      gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter;

    • e.

      dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61 °C en 100 °C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter; en

    • f.

      brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving of een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is toegestaan.

  • 4.

    Bij het berekenen van de toegestane hoeveelheid, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend.

  • 5.

    In afwijking van het derde lid, aanhef en onder e, is de aanwezigheid van meer dan 1.000 liter van een oliesoort als bedoeld in dat onderdeel toegestaan als die oliesoort op zodanige wijze wordt opgeslagen en gebruikt dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand voldoende worden voorkomen.

    Tabel 22.2.1 Brandgevaarlijke stoffen

    ADR-klasse1

    Omschrijving

    Verpakkingsgroep

    Toegestane maximum hoeveelheid

    2

    2

    UN 1950 spuitbussen & UN 2037 houders, klein, gas

    Gassen zoals propaan, zuurstof, acetyleen, aerosolen (spuitbussen)

    n.v.t.

    50 kg

    3

    Brandbare vloeistoffen zoals bepaalde oplosmiddelen en aceton

    II

    25 liter

    3 excl. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen 61°C en 100°C

    Brandbare vloeistoffen zoals terpentine en bepaalde inkten

    III

    50 liter

    4.1, 4.2, 4.3

    4.1: brandbare vaste stoffen, zelfontledende vaste stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet-explosieve toestand zoals wrijvingslucifers, zwavel en metaalpoeders

    4.2: voor zelfontbranding vatbare stoffen zoals fosfor (wit of geel) en diethylzink

    4.3: stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen zoals magnesiumpoeder, natrium en calciumcarbide

    4.2: voor zelfontbranding vatbare stoffen zoals fosfor (wit of geel) en diethylzink

    4.3: stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen zoals magnesiumpoeder, natrium en calciumcarbide

    II en III

    50 kg

    5.1

    Brandbevorderende stoffen zoals waterstofperoxide

    II en III

    50 liter

    5.2

    Organische peroxiden zoals dicumyl peroxide en di-propionyl peroxide

    n.v.t.

    1 liter

    • 1

      Classificatie volgens de Europese overeenkomst van 30 september 1957 betreffende het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171). Terug naar link van noot.

M

Artikel 22.88 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.88 Trillingen: waarden voor continue trillingen

  • 1.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van trillinghinder zijn de continue trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten, niet hoger dan de waarde A1 trillingssterkte Vmax, bedoeld in tabel 22.3.9.

  • 2.

    Als niet voldaan wordt aan de waarde, bedoeld in het eerste lid, is de waarde van continue trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten, niet hoger dan de waarden onder A2 trillingssterkte Vmax en A3 trillingssterkte Vper, bedoeld in tabel 22.3.9.

    Tabel 22.3.9 Waarde voor continue trillingen in trillinggevoelige ruimten

    Soort

    waarden

     

    07.00 – 23.00 uur

    23.00 - 07.00 uur

     

    07.00 – 23.00 uur

    23.00 - 07.00 uur

    A1 trillingssterkte Vmax

    0,1

    0,1

    A2 trillingssterkte Vmax

    0,4

    0,2

    A3 trillingssterkte Vper

    0,05

    0,05

N

Artikel 22.100 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.100 Geur landbouwhuisdieren met geuremissiefactor: afstand tot bijzondere geurgevoelige objecten

Artikel 22.98, eerste lid, is niet van toepassing bij het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor, als de afstand op een locatie gelijk of groter is dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.11, tot de volgende geurgevoelige objecten:

Tabel 22.3.11 Afstand tot een geurgevoelig object met functionele binding of geen functionele binding meer op of na 19 maart 2000 en ruimte-voor-ruimtewoning bij geur door het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor

Geurgevoelig object met functionele binding of functionele binding tot 19 maart 2000

Afstand

Gelegen binnen de bebouwde kom

100 m

Gelegen buiten de bebouwde kom

50 m

  • a.

    een geurgevoelig object dat een functionele binding heeft met een dierenverblijf in de directe omgeving daarvan;

  • b.

    een geurgevoelig object dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden een functionele binding te hebben met een dierenverblijf in de directe omgeving daarvan;

  • c.

    een geurgevoelig object met een woonfunctie dat op of na 19 maart 2000 is gebouwd:

    • 1°.

      op een locatie die op dat tijdstip werd gebruikt voor het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf;

    • 2°.

      in samenhang met het geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen van het dierenverblijf; en

    • 3°.

      in samenhang met de sloop van een dierenverblijf of bedrijfsgebouw dat onderdeel heeft uitgemaakt van een gebouw voor het houden van landbouwhuisdieren of voor functioneel ondersteunende activiteiten; en

  • d.

    een geurgevoelig object dat aanwezig is op een locatie waar een geurgevoelig object met een woonfunctie als bedoeld onder c is gebouwd.

Tabel 22.3.11 Afstand tot een geurgevoelig object met functionele binding of geen functionele binding meer op of na 19 maart 2000 en ruimte-voor-ruimtewoning bij geur door het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor

Geurgevoelig object met functionele binding of functionele binding tot 19 maart 2000

Afstand

Gelegen binnen de bebouwde kom

100 m

Gelegen buiten de bebouwde kom

50 m

O

Artikel 22.117 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.117 Geur opslaan drijfmest, digestaat en dunne fractie: afstand

  • 1.

    Dit artikel is van toepassing op het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een of meer mestbassins met een gezamenlijke oppervlakte van ten hoogste 750 m2 of een gezamenlijke inhoud van ten hoogste 2.500 m3.

  • 2.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand voor geur door het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin vanaf het dichtstbijzijnde punt van het mestbassin tot een geurgevoelig object niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.20.

    Tabel 22.3.20 Afstand tot een geurgevoelig object bij geur door het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin

    Opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin

    Afstand tot geurgevoelig gevoelig object

     

    Zonder functionele binding met dierenverblijf in directe omgeving

    Met functionele binding met dierenverblijf in directe omgeving

     

    Zonder functionele binding met dierenverblijf in directe omgeving

    Met functionele binding met dierenverblijf in directe omgeving

    Gezamenlijke oppervlakte minder dan 350 m2

    50 m

    25 m

    Gezamenlijke oppervlakte 350 m2 tot en met 750 m2

    100 m

    50 m

P

Artikel 22.122 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.122 Geur zuiveringtechnisch werk: waarde

  • 1.

    Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de geur op een geurgevoelig object niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.23.

    Tabel 22.3.23 Waarde voor geur ouE/m3als 98-percentiel door een zuiveringtechnisch werk op een geurgevoelig object

    Activiteit

    Geurgevoelig object

    Grenswaarde

    Het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk

    Gelegen binnen de bebouwde kom, anders dan op een gezoneerd industrieterrein, een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld of een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein

    0,5 ouE/m3

    Gelegen:

    - op een gezoneerd industrieterrein;

    - op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;

    Gelegen:

    - op een gezoneerd industrieterrein;

    - op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;

    - op een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein, of

    - buiten de bebouwde kom

    - op een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein, of

    - buiten de bebouwde kom

    1 ouE/m3

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid is de geur op een geurgevoelig object door het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk dat is opgericht voor 1 februari 1996 en waarvoor op 1 februari 1996 een vergunning op grond van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer in werking en onherroepelijk was, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.24.

    Tabel 22.3.24 Waarde voor geur ouE/m3als 98-percentiel door een zuiveringtechnisch werk opgericht voor 1 februari 1996 op een geurgevoelig object

    Activiteit

    Geurgevoelig object

    Grenswaarde

    Het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk, opgericht voor 1 februari 1996

    Gelegen binnen de bebouwde kom, anders dan op een gezoneerd industrieterrein, een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld of een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein

    1,5 ouE/m3

    Gelegen:

    - op een gezoneerd industrieterrein;

    - op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;

    Gelegen:

    - op een gezoneerd industrieterrein;

    - op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld;

    - op een Activiteitenbesluit- bedrijventerrein, of

    - buiten de bebouwde kom

    - op een Activiteitenbesluit- bedrijventerrein, of

    - buiten de bebouwde kom

    3,5 ouE/m3

  • 3.

    Op het berekenen van de geur is artikel 6.13 van de Omgevingsregeling van toepassing.

Q

Artikel 22.149 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.149 Zuiveringsvoorziening huishoudelijk afvalwater

  • 1.

    Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt huishoudelijk afvalwater dat wordt geloosd op of in de bodem, geleid via een zuiveringsvoorziening.

  • 2.

    Voor dat afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 22.3.27.

    Tabel 22.3.27 Emissiegrenswaarden

    Stof

    Emissiegrenswaarden in mg/l

     

    Representatief etmaalmonster

    Steekmonster

     

    Representatief etmaalmonster

    Steekmonster

    Biochemisch zuurstofverbruik

    30 mg/l

    60 mg/l

    Chemisch zuurstofverbruik

    150 mg/l

    300 mg/l

    Onopgeloste stoffen

    30 mg/l

    60 mg/l

  • 3.

    Als het huishoudelijk afvalwater minder dan zes inwonerequivalenten bevat kan het, in afwijking van het tweede lid, voor vermenging met ander afvalwater worden geleid door een septictank:

    • a.

      met een nominale inhoud van 6 m3 of meer, volgens NEN-EN 12566-1, en met een hydraulisch rendement van niet meer dan 10 g, volgens annex B van NEN-EN 12566-1; of

    • b.

      die is geplaatst voor 1 januari 2009 en is afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd.

  • 4.

    Het eerste en tweede lid gelden niet voor het lozen van huishoudelijk afvalwater:

    • a.

      vanuit een spoorvoertuig als bedoeld in artikel 1 van de Spoorwegwet; of

    • b.

      op militaire oefenterreinen in het kader van militaire oefeningen.

R

Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Bijlage I Begripsbepalingen

aansluitafstand

afstand tussen een leiding van het distributienet en het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij die leiding bevindt, gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt.

Activiteitenbesluit-bedrijventerrein

cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in het omgevingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein of een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld.

AS SIKB 2000

AS SIKB 2000: Accreditatieschema Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek, versie 2.8, 07‑02‑2014, met wijzigingsblad van 10‑02‑2018.

bebouwingsgebied

achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw.

BRL SIKB 2000

BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, versie 5, 12‑12‑2013.

BRL SIKB 7000

BRL SIKB 7000: Beoordelingsrichtlijn 7000, Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem, versie 5, 19‑06‑2014, met wijzigingsblad van 12‑02‑2015.

concentratiegebied geurhinder en veehouderij

gebied I of gebied II, bedoeld in bijlage I bij de Meststoffenwet, of een in dit omgevingsplan aangewezen concentratiegebied.

distributienet voor warmte

collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater.

forensische zorg

Onder forensische zorg wordt verstaan zorg, die wordt verleend aan een justitiabele met:

  • a.

    een psychische stoornis, verslaving daaronder begrepen

  • b.

    een psychogeriatrische aandoening of;

een verstandelijke handicap en die al dan niet:

  • a.

    als een voorwaarde onderdeel uitmaakt van een straf of een maatregel, of van de ten uitvoerlegging van een straf of maatregel of;

  • b.

    als voorwaarde onderdeel uitmaakt van een sepot, een schorsing van de voorlopige hechtenis of een gratieverlening op grond van de Gratiewet, dan wel onderdeel uitmaakt van een strafbeschikking waarbij een gedragsmaatregel wordt opgelegd.

geurgevoelig object
  • a.

    gebouw:

    • i.

      dat op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf, en

    • ii.

      dat gezien de aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf, en

    • iii.

      dat permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze wordt gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf, of

  • b.

    geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd.

gezoneerd industrieterrein

industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

ISO 11423-1 houtopstand

ISO 11423-1:1997: Water - Bepaling van het gehalte aan benzeen en enige afgeleiden - Deel 1: Gaschromatografische methode met bovenruimte, versie 1997.

hakhout, een houtwal of één of meer bomen

landbouwhuisdieren met geuremissiefactor handelsreclame

landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën:

iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen.

  • a.

    varkens, kippen, schapen of geiten en

  • b.

    als deze worden gehouden voor de vleesproductie:

    • i.

      rundvee tot 24 maanden,

    • ii.

      kalkoenen,

    • iii.

      eenden, of

    • iv.

      parelhoenders.

landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor

landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren.

ISO 11423-1

ISO 11423-1:1997: Water - Bepaling van het gehalte aan benzeen en enige afgeleiden - Deel 1: Gaschromatografische methode met bovenruimte, versie 1997.

NEN 5725

NEN 5725:2017: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, versie 2017.

kampeermiddelen

onder kampeermiddel wordt verstaan een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

NEN 5740

NEN 5740:2009/A1:2016: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2009+A1 en 2016.

landbouwhuisdieren met geuremissiefactor

landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën:

  • a.

    varkens, kippen, schapen of geiten en

  • b.

    als deze worden gehouden voor de vleesproductie:

    • i.

      rundvee tot 24 maanden,

    • ii.

      kalkoenen,

    • iii.

      eenden, of

    • iv.

      parelhoenders.

NEN 6090

NEN 6090:2017: Bepaling van de vuurbelasting, versie 2017.

landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactor

landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren.

NEN 6589

NEN 6589:2005/C1:2010: Water - Potentiometrische bepaling van het gehalte aan totaal anorganisch fluoride met doorstroomsystemen (FIA en CFA), versie 2010.

milieubelastende activiteit

hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet

NEN 6578

NEN 6578:2011: Water - Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride, versie 2011.

NEN 5725

NEN 5725:2017: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, versie 2017.

NEN 6600-1

NEN 6600-1:2019: Water - Monsterneming - Deel 1: Afvalwater, versie 2019.

NEN 5740

NEN 5740:2009/A1:2016: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2009+A1 en 2016.

NEN 6965

NEN 6965:2005: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten - Atomaire-absorptiespectrometrie met vlamtechniek, versie 2005.

NEN 6090

NEN 6090:2017: Bepaling van de vuurbelasting, versie 2017.

NEN 6966

NEN 6966:2006: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2005 + C1:2006.

NEN 6589

NEN 6589:2005/C1:2010: Water - Potentiometrische bepaling van het gehalte aan totaal anorganisch fluoride met doorstroomsystemen (FIA en CFA), versie 2010.

NEN-EN 858-1/A1

NEN-EN 858-1:2002/A1:2004: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2002 + A1: 2004.

NEN 6578

NEN 6578:2011: Water - Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride, versie 2011.

NEN-EN 858-2

NEN-EN 858-2:2003: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2003.

NEN 6600-1

NEN 6600-1:2019: Water - Monsterneming - Deel 1: Afvalwater, versie 2019.

NEN-EN 872: NEN-EN 872:2005:

NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005

NEN 6965

NEN 6965:2005: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten - Atomaire-absorptiespectrometrie met vlamtechniek, versie 2005.

NEN-EN 1825-1

NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten - Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2004 + C1:2006

NEN 6966

NEN 6966:2006: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2005 + C1:2006.

NEN-EN 1825-2

NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten - Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2002.

NEN-EN 858-1/A1

NEN-EN 858-1:2002/A1:2004: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2002 + A1: 2004.

NEN-EN 12566-1

NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE - Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016

NEN-EN 858-2

NEN-EN 858-2:2003: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2003.

NEN-EN 12673

NEN-EN 12673:1999: Water - Gaschromatografische bepaling van een aantal geselecteerde chloorfenolen in water, versie 1999.

NEN-EN 872: NEN-EN 872:2005:

NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005

NEN-EN 16693

NEN-EN 16693:2015: Water – Bepaling van de organochloor pesticiden (OCP) in watermonsters met behulp van vaste fase extractie (SPE) met SPE-disks gecombineerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GC-MS), versie 2015.

NEN-EN 1825-1

NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten - Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2004 + C1:2006

NEN-EN-ISO 2813

NEN-EN-ISO 2813:2014: Verven en vernissen - Bepaling van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20 graden, 60 graden en 85 graden, versie 2014.

NEN-EN 1825-2

NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten - Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2002.

NEN-EN-ISO 5667-3

NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water - Monsterneming - Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018.

NEN-EN 12566-1

NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE - Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016

NEN-EN-ISO 5815-1

NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019.

NEN-EN 12673

NEN-EN 12673:1999: Water - Gaschromatografische bepaling van een aantal geselecteerde chloorfenolen in water, versie 1999.

NEN-EN-ISO 5815-2

NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003.

NEN-EN 16693

NEN-EN 16693:2015: Water – Bepaling van de organochloor pesticiden (OCP) in watermonsters met behulp van vaste fase extractie (SPE) met SPE-disks gecombineerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GC-MS), versie 2015.

NEN-EN-ISO 9377-22813

NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water - Bepaling van de minerale-olie-index - Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000.

NEN-EN-ISO 2813:2014: Verven en vernissen - Bepaling van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20 graden, 60 graden en 85 graden, versie 2014.

NEN-EN-ISO 95625667-3

NEN-EN-ISO 9562:2004: Water - Bepaling van adsorbeerbare organisch gebonden halogenen (AOX), versie 2004.

NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water - Monsterneming - Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018.

NEN-EN-ISO 103015815-1

NEN-EN-ISO 10301:1997: Water - Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen - Gaschromatografische methoden, versie 1997.

NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019.

NEN-EN-ISO 105235815-2

NEN-EN-ISO 10523:2012: Water - Bepaling van de pH, versie 2012.

NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003.

NEN-EN-ISO 118859377-2

NEN-EN-ISO 11885:2009: Water - Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009.

NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water - Bepaling van de minerale-olie-index - Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000.

NEN-EN-ISO 128469562

NEN-EN-ISO 12846:2012: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012.

NEN-EN-ISO 9562:2004: Water - Bepaling van adsorbeerbare organisch gebonden halogenen (AOX), versie 2004.

NEN-EN-ISO 14403-1

NEN-EN-ISO 14403-1:2012: Water - Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 1: Methode met doorstroominjectie analyse (FIA), versie 2012.

NEN-EN-ISO 10301

NEN-EN-ISO 10301:1997: Water - Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen - Gaschromatografische methoden, versie 1997.

NEN-EN-ISO 14403-210523

NEN-EN-ISO 14403-210523:2012: Water - Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 2: Methode met continu doorstroomanalyse (CFA)de pH, versie 2012.

NEN-EN-ISO 15587-1

NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002.

NEN-EN-ISO 11885

NEN-EN-ISO 11885:2009: Water - Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009.

NEN-EN-ISO 15587-2

NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002.

NEN-EN-ISO 12846

NEN-EN-ISO 12846:2012: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012.

NEN-EN-ISO 15680

NEN-EN-ISO 15680:2003: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met 'purge-and-trap' en thermische desorptie, versie 2003.

NEN-EN-ISO 14403-1

NEN-EN-ISO 14403-1:2012: Water - Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 1: Methode met doorstroominjectie analyse (FIA), versie 2012.

NEN-EN-ISO 15682

NEN-EN-ISO 15682:2001: Water - Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001.

NEN-EN-ISO 14403-2

NEN-EN-ISO 14403-2:2012: Water - Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 2: Methode met continu doorstroomanalyse (CFA), versie 2012.

NEN-EN-ISO 15913

NEN-EN-ISO 15913:2003: Water - Bepaling van geselecteerde fenoxyalkaanherbicide, inclusief bentazonen en hydroxybenzonitrillen met gaschromatografie en massaspectrometrie na vastefase-extractie en derivatisering, versie 2003.

NEN-EN-ISO 15587-1

NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002.

NEN-EN-ISO 1729415587-2

NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water - Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma - Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016.

NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002.

NEN-EN-ISO 1785215680

NEN-EN-ISO 17852:2008: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008.

NEN-EN-ISO 15680:2003: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met 'purge-and-trap' en thermische desorptie, versie 2003.

NEN-EN-ISO 1799315682

NEN-EN-ISO 17993:2004: Water - Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004.

NEN-EN-ISO 15682:2001: Water - Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001.

NEN-ISO 15705

NEN-ISO 15705:2003: Water - Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) - Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003.

NEN-EN-ISO 15913

NEN-EN-ISO 15913:2003: Water - Bepaling van geselecteerde fenoxyalkaanherbicide, inclusief bentazonen en hydroxybenzonitrillen met gaschromatografie en massaspectrometrie na vastefase-extractie en derivatisering, versie 2003.

NEN-ISO 15923-1

NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit - Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie - Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013.

NEN-EN-ISO 17294-2

NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water - Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma - Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016.

straatpeil NEN-EN-ISO 17852
  • a.

    voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang;

  • b.

    voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;

NEN-EN-ISO 17852:2008: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008.

warmteplan

besluit over de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen.

NEN-EN-ISO 17993

NEN-EN-ISO 17993:2004: Water - Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004.

NEN-ISO 15705

NEN-ISO 15705:2003: Water - Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) - Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003.

NEN-ISO 15923-1

NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit - Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie - Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013.

parkeren

hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

standplaats

het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam of een wagen.

uitweg

ontsluiting van een perceel naar de openbare weg

warmteplan

besluit over de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen.

weg

hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.

S

Na bijlage I worden twee bijlagen ingevoegd, luidende:

Bijlage III Locaties aankondigingsborden

Locaties sandwich-/driehoeksborden met aanduiding lantaarnpalen

Optie 1 –De Bilt/Bilthoven

  • Soestdijkseweg Zuid (Oostzijde tussen Dorpsstraat en Groenekanseweg)

Lantaarnpaalnr.: 044.268

  • Soestdijkseweg Noord (Oostzijde tussen Gezichtslaan en N234)

Lantaarnpaalnr.: 052.318

  • Gezichtslaan (Oostzijde tussen Soestdijkseweg Noord en N234)

Lantaarnpaalnr.: 046.266

  • Groenekanseweg (Noordzijde tussen spoorwegovergang en Biltse Rading)

Lantaarnpaalnr.: 079.047

  • Biltse Rading (Oostzijde tussen Blauwkapelseweg tot rotonde dorpshuis)

Lantaarnpaalnr.: 048.546

Optie 2 – overige kernen

  • Gezichtslaan (Oostzijde tussen N234 en Maartensdijkseweg)

Lantaarnpaalnr.: 213.226

  • Groenekanseweg (Noordzijde tussen Beukenburgerlaan en K.W.-weg)

Lantaarnpaalnr.: 079.023

  • Huydecoperweg (Oostzijde tussen Kerkdijk en Schutmeesterweg)

Lantaarnpaalnr.: 127.861

  • Achterweteringsweg (Noordzijde tussen Dr. Welfferweg en K.W.-weg)

Lantaarnpaalnr.: 078.485

  • Dorpsweg (Noordzijde tussen Prof. Bronkhorstlaan en Tolakkerweg)

Lantaarnpaalnr.: 219.939

Optie 3 – De Bilt/Bilthoven

  • Sperwerlaan (Oostzijde tussen Julianalaan en Boslaan)

Lantaarnpaalnr.: 048.830

  • Nachtegaallaan/Vinkenlaan (Noord c.q. Oostzijde)

Lantaarnpaalnr.: 046.375

  • Planetenbaan (Oostzijde tussen Groenekanseweg en Melkweg)

Lantaarnpaalnr.: 044.156

  • Melkweg (Noordzijde tussen Planetenbaan en Hertenlaan)

Lantaarnpaalnr.: 141.167

  • Looydijk (Noordzijde tussen Soestdijkseweg Zuid en Waterweg)

Lantaarnpaalnr.: 115.842

Optie 4 – De Bilt/Bilthoven

  • Soestdijkseweg (Oostzijde tussen Groenekanseweg en Boslaan)

Lantaarnpaalnr.: 113.925

  • Groenekanseweg (Noordzijde tussen Biltse Rading en Soestdijkseweg Zuid)

Lantaarnpaalnr.: 044.256

  • 1e Brandenburgerweg (Oostzijde tussen Hertenlaan en Groenekanseweg)

Lantaarnpaalnr.: 211.833

  • Leijenseweg (Noordzijde t.h.v. spoorovergang)

Lantaarnpaalnr.: 062.685

  • Boslaan (Noordzijde tussen Sperwerlaan en Nachtegaallaan)

Lantaarnpaalnr.: 048.822

Optie 5 – overige kernen

  • Dierenriem (Oostzijde tussen Dorpsweg en Reigersbek)

Lantaarnpaalnr.: 080.477

  • Graaf Floris V-weg (Noordzijde tussen Schaapsdrift en N417 Tolakkerweg)

Lantaarnpaalnr.: 082.01

  • Vuursedreef (Noordzijde tussen Dennenlaan en N417 Tolakkerweg)

Lantaarnpaalnr.: 141.376

  • Dr. Welfferweg (Nrd.zijde tussen Huydecoperweg en Achterweteringseweg)

Lantaarnpaalnr.: 039.812

  • Kerkdijk (Noordzijde tussen Huydecoperweg en Bert Bospad)

Lantaarnpaalnr.: 078.195

Optie 6 –De Bilt/Bilthoven

  • Soestdijkseweg Zuid (Westzijde tussen Dorpsstraat en Groenekanseweg)

Lantaarnpaalnr.: 113.915

  • Soestdijkseweg Noord (Westzijde tussen Gezichtslaan en N234)

Lantaarnpaalnr.: 048.152

  • Gezichtslaan (Westzijde tussen Soestdijkseweg Noord en N234)

Lantaarnpaalnr.: 046.286

  • Groenekanseweg (Zuidzijde tussen spoorwegovergang en Biltse Rading)

Lantaarnpaalnr.: 079.046

  • Biltse Rading (Westzijde tussen Blauwkapelseweg tot rotonde dorpshuis)

Lantaarnpaalnr.: 048.538

Optie 7 – overige kernen

  • Gezichtslaan (Westzijde tussen N234 en Maartensdijkseweg)

Lantaarnpaalnr.: 213.220

  • Groenekanseweg (Zuidzijde tussen Beukenburgerlaan en K.W.-weg)

Lantaarnpaalnr.: 137.486

  • Huydecoperweg (Westzijde tussen Kerkdijk en Schutmeesterweg)

Lantaarnpaalnr.: 078.531

  • Achterweteringsweg (Zuidzijde tussen Dr. Welfferweg en K.W.-weg)

Lantaarnpaalnr.: 078.487

  • Dorpsweg (Zuidzijde tussen Prof. Bronkhorstlaan en Tolakkerweg)

Lantaarnpaalnr.: 219.936

Optie 8 – De Bilt/Bilthoven

  • Sperwerlaan (Westzijde tussen Julianalaan en Boslaan)

Lantaarnpaalnr.: 046.455

  • Nachtegaallaan/Vinkenlaan Zuid c.q. Westzijde)

Lantaarnpaalnr.: 046.376

  • Planetenbaan (Westzijde tussen Groenekanseweg en Melkweg)

Lantaarnpaalnr.: 044.163

  • Melkweg (Zuidzijde tussen Planetenbaan en Hertenlaan)

Lantaarnpaalnr.: 141.183

  • Looydijk (Zuidzijde tussen Soestdijkseweg Zuid en Waterweg)

Lantaarnpaalnr.: 042.715

Optie 9 – De Bilt/Bilthoven

  • Soestdijkseweg (Westzijde tussen Groenekanseweg en Boslaan)

Lantaarnpaalnr.: 048.199

  • Groenekanseweg (Zuidzijde tussen Biltse Rading en Soestdijkseweg Zuid)

Lantaarnpaalnr.: 126.604

  • 1e Brandenburgerweg (Westzijde tussen Hertenlaan en Groenekanseweg)

Lantaarnpaalnr.: 211.872

  • Leijenseweg (Zuidzijde t.h.v. spoorovergang beide zijden)

Lantaarnpaalnr.: 049.163

  • Boslaan (Zuidzijde tussen Sperwerlaan en Nachtegaallaan)

Lantaarnpaalnr.: 048.819

Optie 10 – overige kernen

  • Dierenriem (Westzijde tussen Dorpsweg en Reigersbek)

Lantaarnpaalnr.: 080.465

  • Graaf Floris V-weg (Zuidzijde tussen Schaapsdrift en N417 Tolakkerweg)

Lantaarnpaalnr.: 078.847

  • Vuursesteeg (Zuidzijde tussen Dennenlaan en N417 Tolakkerweg)

Lantaarnpaalnr.: 078.878

  • Dr. Welfferweg (Zuidzijde tussen Huydecoperweg en Achterweteringseweg)

Lantaarnpaalnr.: 039.815

  • Kerkdijk (Zuidzijde tussen Huydecoperweg en Bert Bospad)

Lantaarnpaalnr.: 078.525

T

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

In het eerste lid van dit artikel zijn de begripsbepalingen van de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de Omgevingsregeling van toepassing verklaard op hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan. Het gaat om een zogenaamde statische verwijzing. Dat betekent dat latere wijzigingen van de begrippen in de Omgevingswet of de AMvB's geen invloed hebben op de betekenis van de begrippen in hoofdstuk 22.

Bijlage I Begripsbepalingen, bij dit omgevingsplan bevat de overige begripsbepalingen die voor hoofdstuk 22 nog nodig zijn in aanvulling op de begrippen van de wet, de AMvB's en de Omgevingsregeling.

[Vervallen]

U

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 11.2 Waarom hebben we deze regels over forensische zorg?

De vestiging van een instelling die bijzondere en zware vormen van zorg aanbiedt, is een aanzienlijke belasting en een aantasting van de veiligheidssituatie; in het geval van forensische zorg in onacceptabele maten. Het aanbieden van forensische zorg heeft tevens een ongewenste invloed op de ruimtelijke kwaliteit door de aard van de bebouwing en van constructies die nodig zijn in verband met het beveiligingsniveau dat vereist is in relatie tot de specifieke cliënten van de instelling.

[Vervallen]

V

Voor sectie 'Artikel 22.1 Voorrangsbepaling' worden twee secties ingevoegd, luidende:

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

In het eerste lid van dit artikel zijn de begripsbepalingen van de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de Omgevingsregeling van toepassing verklaard op hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan. Het gaat om een zogenaamde statische verwijzing. Dat betekent dat latere wijzigingen van de begrippen in de Omgevingswet of de AMvB's geen invloed hebben op de betekenis van de begrippen in hoofdstuk 22.

Bijlage I Begripsbepalingen, bij dit omgevingsplan bevat de overige begripsbepalingen die voor hoofdstuk 22 nog nodig zijn in aanvulling op de begrippen van de wet, de AMvB's en de Omgevingsregeling.

Artikel 10.15 Specifieke aanvraagvereisten

Voorbeelden van voertuigen en/of objecten ten behoeve van het filmen zijn: make-up wagen, foodtruck, lichtwagen etc.

W

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.55 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking

Eerste lid

De uitzondering in artikel 22.54, tweede lid, onder b, voor een tijdelijk toegelaten geluidgevoelig gebouw, geldt alleen voor een geluidgevoelig gebouw dat na de inwerkingtreding van de Omgevingswet is toegelaten voor een duur van niet meer dan 10 jaar, waarbij getoetst is aan de kwalitatieve norm 'aanvaardbaar' uit artikel 5.59, tweede lid van het Bkl.

Voor een geluidgevoelig gebouw dat al voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet is toegelaten geldt de uitzondering niet. Zo'n gebouw valt wel binnen het toepassingsbereik van deze paragraaf en hiervoor blijft wel een waarde gelden voor het geluid door een activiteit op de gevel van een tijdelijk toegelaten geluidgevoelig gebouw.

De reden voor het uitzonderen is dat onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer de geluidnormen wel golden voor gebouwen waarvoor het tijdelijk toegelaten is om ze te gebruiken als geluidgevoelig gebouw.

Zie het schema in de volgende alinea voor een overzicht van de gevallen waarin een waarde voor geluid geldt bij verschillende situaties van geluidgevoelige gebouwen die tijdelijk toegelaten zijn versus activiteiten.

Tweede lid

Onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer kregen geprojecteerde en in aanbouw zijnde geluidgevoelige gebouwen geen bescherming tegen geluid van milieubelastende activiteiten. Dit is wel zo bij de instructieregels van het Bkl. De geluidwaarde geldt dan op de locatie waar volgens het omgevingsplan of de omgevingsvergunning de gevel van het gebouw gebouwd mag worden. Omdat de voormalige bestemmingsplannen van rechtswege zijn overgegaan in omgevingsplannen, zou toetsing op een geprojecteerd gebouw ertoe kunnen leiden dat een bestaande activiteit opeens niet meer voldoet aan de geluideisen. In de transitieperiode is dit ongewenst: voor rechtmatige bestaande situaties moeten niet ineens strengere waarden voor geluid gaan gelden. Daarom is in de omgevingsplanregels van rijkswege, voor situaties die al toegestaan zijn voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, de uitzondering opgenomen dat onder een geluidgevoelig gebouw niet wordt verstaan een geprojecteerd gebouw of een geluidgevoelig gebouw in aanbouw. Het uitgangspunt voor het overgangsrecht is dat de initiatiefnemer onder dezelfde condities zijn activiteit moet kunnen blijven voortzetten. Als na de inwerkingtreding van de Omgevingswet een nieuw geluidgevoelig gebouw wordt toegelaten bij een bestaande activiteit, of een nieuwe activiteit begint bij een bestaand geluidgevoelig gebouw, gelden al wel de nieuwe regels. Dit verschil werkt ook door naar de omgevingsplanregels van rijkswege.

Schema: of waarden voor geluid gelden bij geprojecteerde of in aanbouw zijnde geluidgevoelige gebouwen of tijdelijke geluidgevoelig gebouwen versus situatie activiteiten

 

Activiteiten

Geluidgevoelig gebouw

al rechtmatig verricht voor inwerkingtreding van de Omgevingswet

nog niet rechtmatig verricht voor inwerkingtreding van de Omgevingswet

op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan) toegelaten maar nog niet gebouwd

de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn niet van toepassing

de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing

in het nieuwe deel van hetomgevingsplan toegelaten maar nog niet gebouwd

de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing

de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing

op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan) toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar

de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing

de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing

in het nieuwe deel van het omgevingsplan toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar

de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing

de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing

Schema: of waarden voor geluid gelden bij geprojecteerde of in aanbouw zijnde geluidgevoelige gebouwen of tijdelijke geluidgevoelig gebouwen versus situatie activiteiten

 

Activiteiten

Geluidgevoelig gebouw

al rechtmatig verricht voor inwerkingtreding van de Omgevingswet

nog niet rechtmatig verricht voor inwerkingtreding van de Omgevingswet

op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan) toegelaten maar nog niet gebouwd

de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn niet van toepassing

de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing

in het nieuwe deel van hetomgevingsplan toegelaten maar nog niet gebouwd

de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing

de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing

op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan) toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar

de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing

de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing

in het nieuwe deel van het omgevingsplan toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar

de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing

de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing

X

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.91 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking

Eerste lid

In artikel 5.90 van het Bkl zijn geurgevoelige gebouwen die zijn toegelaten voor de duur van niet meer dan tien jaar, uitgesloten van het toepassingsbereik van de bepalingen over geur in dat besluit. In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer kregen deze gebouwen dezelfde bescherming tegen geurhinder als alle andere geurgevoelige objecten.

Dit artikellid zorgt ervoor dat de tijdelijke geurgevoelige objecten die toegelaten zijn op grond van het recht zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, wel bescherming in de vorm van geurwaarden en afstandseisen blijven houden. Dit tot het moment dat bij:

  • het vaststellen van het nieuwe deel van dit omgevingsplan; of

  • het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit beoordeeld is dat de situatie ook zonder geldende waarde of afstanden voor geur op het tijdelijke geurgevoelige gebouw aanvaardbaar is.

Tweede lid

Onderdeel b van het tweede lid gaat over geprojecteerde en in aanbouw zijnde geurgevoelige gebouwen die op grond van het recht zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet toegelaten zijn. Deze gebouwen krijgen op grond van dit onderdeel geen bescherming voor geur. Het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer bood namelijk geen bescherming voor geur aan geplande, maar nog te bouwen gebouwen.

Schema: of waarden of afstanden voor geur gelden bij geprojecteerde of in aanbouw zijnde geluidgevoelige gebouwen of tijdelijke geurgevoelig gebouwen of objecten

Geurgevoelig gebouw of object

Activiteit

op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan), toegelaten maar nog niet gebouwd

de waarden en afstanden voor geur zijn niet van toepassing

in het nieuwe deel van het omgevingsplan, toegelaten maar nog niet gebouwd

de waarden en afstanden voor geur zijn wel van toepassing

geurgevoelig object dat op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan) is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar .

de waarden en afstanden voor geur zijn wel van toepassing

geurgevoelig gebouw dat in het nieuwe deel van het omgevingsplan is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar.

de waarden en afstanden voor geur zijn niet van toepassing

Geurgevoelig gebouw of object

Activiteit

op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan), toegelaten maar nog niet gebouwd

de waarden en afstanden voor geur zijn niet van toepassing

in het nieuwe deel van het omgevingsplan, toegelaten maar nog niet gebouwd

de waarden en afstanden voor geur zijn wel van toepassing

geurgevoelig object dat op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan) is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar .

de waarden en afstanden voor geur zijn wel van toepassing

geurgevoelig gebouw dat in het nieuwe deel van het omgevingsplan is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar.

de waarden en afstanden voor geur zijn niet van toepassing

Y

De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

Artikel 22.215 Toepassingsbereik: eerbiedigende werking

Eerste lid

In artikel 5.89a van het Bkl zijn slagschaduwgevoelige gebouwen, die zijn toegelaten voor de duur van niet meer dan tien jaar, uitgesloten van het toepassingsbereik van de bepalingen over slagschaduw in dat besluit. In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer kregen deze tijdelijk toegelaten slagschaduwgevoelige gebouwen wel bescherming. Dit artikellid zorgt ervoor dat de tijdelijke slagschaduwgevoelige gebouwen, die toegelaten zijn op grond van het recht zoals dat gold vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet, wel bescherming tegen slagschaduw blijven houden. Dit tot het moment dat bij:

  • het vaststellen van het nieuwe deel van het omgevingsplan; of

  • het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; beoordeeld is dat de situatie ook zonder deze regel voor slagschaduw op het tijdelijke slagschaduwgevoelige gebouw, aanvaardbaar is.

Tweede lid

Het tweede lid gaat over geprojecteerde en in aanbouw zijnde slagschaduwgevoelige gebouwen, die op grond van het recht zoals dat gold vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet toegelaten zijn. Deze gebouwen krijgen op grond van dit onderdeel geen bescherming voor slagschaduw. Het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer bood namelijk geen bescherming tegen slagschaduw aan geplande, maar nog te bouwen gebouwen.agschaduw aan geplande, maar nog te bouwen gebouwen.

Schema: of regels voor slagschaduw gelden bij geprojecteerde of in aanbouw zijnde slagschaduwgevoelige gebouwen of tijdelijk toegelaten slagschaduwgevoelige gebouwen

Slagschaduwgevoelig gebouw

Activiteit

op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan), toegelaten maar nog niet gebouwd

de regel voor slagschaduw is niet van toepassing

in het nieuwe deel van het omgevingsplan, toegelaten maar nog niet gebouwd

de regel voor slagschaduw is wel van toepassing

slagschaduwgevoelig gebouw dat op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan) is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar

de regel voor slagschaduw is wel van toepassing

slagschaduwgevoelig gebouw dat in het nieuwedeel van het omgevingsplan is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar

de regel voor slagschaduw is niet van toepassing

Schema: of regels voor slagschaduw gelden bij geprojecteerde of in aanbouw zijnde slagschaduwgevoelige gebouwen of tijdelijk toegelaten slagschaduwgevoelige gebouwen

Slagschaduwgevoelig gebouw

Activiteit

op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan), toegelaten maar nog niet gebouwd

de regel voor slagschaduw is niet van toepassing

in het nieuwe deel van het omgevingsplan, toegelaten maar nog niet gebouwd

de regel voor slagschaduw is wel van toepassing

slagschaduwgevoelig gebouw dat op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan) is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar

de regel voor slagschaduw is wel van toepassing

slagschaduwgevoelig gebouw dat in het nieuwedeel van het omgevingsplan is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar

de regel voor slagschaduw is niet van toepassing

Naar boven