Gemeenteblad van De Bilt
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| De Bilt | Gemeenteblad 2025, 327268 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| De Bilt | Gemeenteblad 2025, 327268 | ruimtelijk plan of omgevingsdocument |
Deze publicatie bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
De publicatie wordt standaard getoond met verschilmarkering. Door te kiezen voor ‘Was’ of ‘Wordt’ kunt u de voormalige of vernieuwde tekst op zichzelf bekijken.
Toon versie van document
Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst.
Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Bilt geeft kennis van het ontwerp wijziging omgevingsplan - APV. Met deze wijziging worden regels uit Algemene Plaatselijke Verordening gemeente De Bilt 2024 opgenomen in de structuur en systematiek van het omgevingsplan.
"Omgevingsplan gemeente De Bilt" opgenomen in Bijlage A wordt gewijzigd.
A
Hoofdstuk 1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op
hoofdstuk 22
hoofdstuk 1 tot en met 23 van dit omgevingsplan.
Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van hoofdstuk 221 tot en met 23 van dit omgevingsplan.
Degene die een activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben is verplicht:
alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen;
voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en
als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.
Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders, worden die voorzien van:
een beschrijving van de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning wordt aangevraagd;
het telefoonnummer van de aanvrager;
het adres, de kadastrale aanduiding of coördinaten van de locatie waarop de activiteit wordt verricht;
een aanduiding van de begrenzing van de locatie waarop de activiteit wordt verricht;
als de aanvraag wordt ingediend door een gemachtigde: naam, adres, telefoonnummer en woonplaats van de gemachtigde;
als de aanvraag elektronisch wordt ingediend: het e-mailadres van de aanvrager of de gemachtigde;
als wordt gevraagd een voorschrift aan de omgevingsvergunning te verbinden over regels als bedoeld in paragraaf 4.1.1 van de wet: een beschrijving van het onderwerp van dat voorschrift; en
als wordt gevraagd om toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen: gegevens waaruit blijkt dat met de gelijkwaardige maatregel ten minste hetzelfde resultaat wordt bereikt als met de voorgeschreven maatregel is beoogd.
B
Hoofdstuk 2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De zorgplicht, als bedoeld in artikel 1.4, houdt in ieder geval in dat:
beplanting of een voorwerp niet wordt aangebracht en/of behouden op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat;
de rechthebbende op vee dat zich bevindt in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, verplicht is ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken;
sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen zich niet mogen bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.
handelsreclame op of aan een onroerende zaak geen gevaar voor het verkeer en/of ernstige hinder voor de omgeving mag veroorzaken.
Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn.
Het aanbieden van forensische zorg binnen gemeente De Bilt, waarbij sprake is van een beveiligingsniveau van 2 of hoger.
Het aanbieden van deze vorm van forensische zorg kan leiden tot aanzienlijke belasting en aantasting van de veiligheidssituatie en ongewenste invloed op de ruimtelijke kwaliteit.
Het aanbieden van forensische zorg, waarbij er sprake is van beveiligingsniveau 2 of hoger, is verboden.
C
Het opschrift van hoofdstuk 3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
D
Het opschrift van hoofdstuk 4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
E
Het opschrift van hoofdstuk 5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
F
Het opschrift van hoofdstuk 6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
G
Hoofdstuk 7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
[Gereserveerd]
[Gereserveerd]
[Gereserveerd]
[Gereserveerd]
[Gereserveerd]
H
Het opschrift van hoofdstuk 8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
I
Hoofdstuk 9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze paragraaf is van toepassing op geluid door festiviteiten die plaatsvinden op de locatie waar milieubelastende activiteiten zijn toegestaan.
Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr, LT veroorzaakt door de festiviteit mag ten hoogste bedragen: 70 dB(A) tussen 07.00 uur en 19.00 uur, 65 dB(A) tussen 19.00 uur en 23.00 uur en 60 dB(A) tussen 23.00 uur en 02.00 uur. De geluidsniveaus worden gemeten en beoordeeld op grond van afdeling 6.2 Meet- en rekenregels van de Omgevingsregeling.
De festiviteiten moeten plaatsvinden in de binnenruimte waarbij ramen en deuren gesloten moeten blijven, met uitzondering van het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.
De festiviteiten mogen niet vaker dan 12 dagen en/of dagdelen per kalenderjaar per locatie plaatsvinden.
Het houden van festiviteiten op een locatie waar milieubelastende activiteiten zijn toegestaan is meldingsplichtig.
De houder van de locatie waar een milieubelastende activiteit is toegestaan verstrekt ten minste drie weken voor het begin van de festiviteit in aanvulling op de algemene aanvraagvereisten in artikel 1.5 de volgende gegevens:
Deze paragraaf is van toepassing op het in werking hebben van toestellen, technische installaties of muziekinstallaties in de openbare buitenruimte en de private buitenruimte, in de gevallen waarvoor afdeling 22.3 niet geldt.
Deze paragraaf is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, het Besluit bouwwerken leefomgeving, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening.
Het in werking hebben van toestellen, technische installaties of muziekinstallaties is toestemmingsvrij als het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT, niet hoger is dan 45 dB(A) tussen 07.00 uur en 19.00 uur, 40 dB(A) tussen 19.00 uur en 23.00 uur en 35 dB(A) tussen 23.00 uur en 07.00 uur. De geluidsniveaus worden gemeten en beoordeeld op grond van afdeling 6.2 Meet- en rekenregels van de Omgevingsregeling.
In alle andere gevallen geldt een vergunningplicht.
Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor overige geluidshinder, worden, in aanvulling op de algemene aanvraagvereisten in artikel 1.5 de volgende gegevens verstrekt:
De omgevingsvergunning wordt geweigerd als de belangen, zoals bedoeld in artikel 9.6, onevenredig worden geschaad.
J
Hoofdstuk 10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Deze afdeling is van toepassing op het vellen, het rooien en het verplanten van bomen en houtopstanden, en op andere handelingen die de dood, ernstige beschadiging of ontsiering van bomen en houtopstanden kunnen veroorzaken. Deze afdeling is niet van toepassing op struiken.
De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op het behoud van groen ter ondersteuning van de volgende waarden:
de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;
de natuurwaarde van de houtopstand;
de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand;
de duurzame waarde van de houtopstand; en
de landschappelijke waarde van de houtopstand.
Het kappen van bomen of vellen van houtopstanden is toestemmingsvrij als:
het vellen van houtopstanden die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd;
fijnsparren en andere coniferen, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;
vruchtbomen en windschermen om boomgaarden, tenzij het gaat om hoogstamvruchtbomen;
het onderhouden van bomen zoals het knotten en kandelaberen (met uitzondering van de eerste keer);
het periodiek vellen van houtopstand op natuurterreinen ter uitvoering van het reguliere onderhoud;
het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud; en
als de boom een omtrek heeft van kleiner dan 80 centimeter, gemeten van het maaiveld op 1,30 meter hoog, met uitzondering van bomen die volgens een herplantplicht zijn geplant.
In alle andere gevallen is het kappen van bomen of het vellen van houtopstanden vergunningplichtig, waarbij een herplantplicht geldt. Indien herplant niet mogelijk is, moet een vergoeding worden afgedragen.
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het kappen van bomen en het vellen van een houtopstand, identificeert de aanvrager iedere houtopstand waarop de aanvraag betrekking heeft met een nummer.
Per genummerde houtopstand worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
de soort houtopstand;
de locatie van de houtopstand op het voor-, zij-, of achtererf;
een overzichtsfoto;
een detailfoto per boom;
de diameter in centimeters, gemeten op 1,30 meter vanaf het maaiveld; en
de mogelijkheid tot herbeplanten of het voornemen om op een daarbij te vermelden locatie tot herbeplanten van een daarbij te vermelden aantal soorten over te gaan.
Als een boom ziek of gevaarlijk is, moet er een rapport van een boomadviseur worden bijgevoegd.
De omgevingsvergunning kan worden geweigerd op grond van:
de natuurwaarde van de houtopstand;
de landschappelijke waarde van de houtopstand;
de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;
de beeldbepalende waarde van de houtopstand;
de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;
de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand;
de duurzame waarde van de houtopstand.
Voor een nadere invulling van de beoordelingsregels wordt gebruik gemaakt van 'Kapbeleid gemeente De Bilt 2021'
De vergunning is een jaar geldig, tenzij anders aangegeven in de vergunning.
Het houden van bijen is toestemmingsvrij als:
sprake is van een afstand van ten minste dertig meter tot woningen of andere gebouwen waarin overdag mensen verblijven, met uitzondering van de woningen of gebouwen waarvan de bijenhouder rechthebbende is;
sprake is van een afstand van ten minste dertig meter tot de weg.
In alle andere gevallen is het houden van bijen vergunningplichtig.
Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het houden van bijen, worden, in aanvulling op de algemene aanvraagvereisten in artikel 1.5 de volgende gegevens verstrekt:
de situering van de bijenkorven op het perceel;
de afstand van de bijenkorven tot de nabijgelegen woningen en de weg;
de eventueel te treffen maatregelen om overlast te voorkomen en/of de verkeersveiligheid te waarborgen.
De omgevingsvergunning wordt geweigerd als de belangen, zoals bedoeld in artikel 10.8, onevenredig worden geschaad.
Deze afdeling is van toepassing op het maken van filmopnamen in de openbare buitenruimte.
De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:
de veiligheid, bruikbaarheid en toegankelijkheid van de weg en openbare buitenruimte; en
het beschermen van het aanzien van de openbare buitenruimte.
Het maken van filmopnamen in de openbare buitenruimte is toestemmingsvrij als:
de filmopname geen negatieve gevolgen heeft voor de veiligheid, bruikbaarheid en toegankelijkheid van de weg en de openbare buitenruimte;
de filmopname weinig tot geen overlast oplevert voor bewoners en ondernemers; en
op de filmlocatie maximaal tien personen aanwezig zijn en maximaal drie camera's vanaf de schouder of op statief in gebruik zijn.
Het maken van filmopnamen in de openbare buitenruimte is meldingplichtig als:
de opnamen plaatsvinden tussen 08.00 uur en 22.00 uur;
op de filmlocatie minder dan 35 personen aanwezig zijn en maximaal drie camera's vanaf de schouder of op statief in gebruik zijn;
geen objecten op de rijbaan of fietspad worden geplaatst;
voetgangers niet worden gehinderd en maximaal zes attributen (elk maximaal 1m2, geen voertuigen) op het voor voetgangers bedoelde deel van de weg worden geplaatst;
geen omleidingen of afzettingen worden geplaatst;
maximaal vijf parkeerplaatsen worden gebruikt door auto's en busjes die noodzakelijk zijn voor de opname en elk een normale parkeerplaats innemen;
geen geweldsscènes of scènes met speciale effecten plaatsvinden; en
niet meer dan twee aaneengesloten dagen wordt gefilmd, met een maximum van acht dagen per kalenderjaar.
In alle andere gevallen is het maken van filmopnamen in de openbare buitenruimte vergunningplichtig.
Bij het doen van een melding, of een aanvraag voor een omgevingsvergunning, voor het maken van filmopnamen in de openbare buitenruimte, worden, in aanvulling op de algemene aanvraagvereisten in artikel 1.5 de volgende gegevens verstrekt:
een omschrijving van het filmproject;
het aantal personen en camera's die aanwezig zijn tijdens de filmopnamen;
de tijdsduur van het maken van de filmopnamen;
de maatvoering (lengte, breedte en hoogte) en locatie van de te plaatsen betrokken voertuigen en/of objecten ten behoeve van het filmen;
een tekening of (lucht)foto met daarop aangegeven de locatie van de opnamen; en
indien het verkeer wordt belemmerd, een verkeersplan.
Het doen van een melding voor het maken van filmopnamen in de openbare buitenruimte moet minimaal 10 werkdagen voor het starten van de activiteit.
Het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het maken van filmopnamen in de openbare buitenruimte moet minimaal 8 weken voor het starten van de activiteit.
De omgevingsvergunning wordt geweigerd als de belangen, zoals bedoeld in artikel 10.13 onevenredig worden geschaad.
Deze afdeling is van toepassing op het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen voor een recreatief nachtverblijf buiten een kampeerterrein.
Het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de eigenaar van het terrein is toestemmingsvrij.
In alle andere gevallen is het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen voor een recreatief nachtverblijf buiten een kampeerterrein vergunningplichtig.
Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen voor een recreatief nachtverblijf buiten een kampeerterrein, worden, in aanvulling op de algemene aanvraagvereisten in artikel 1.5 de volgende gegevens verstrekt:
een tekening of ingetekende luchtfoto met daarop de locatie van de kampeermiddelen; en
de voorgenomen tijdsduur van de activiteit.
De omgevingsvergunning wordt geweigerd als de belangen, zoals bedoeld in artikel 10.18 onevenredig worden geschaad.
Deze afdeling is van toepassing op het niet-regulier parkeren van voertuigen op openbare wegen en openbare parkeerplaatsen.
De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:
veiligheid, bruikbaarheid en toegankelijkheid van de weg en/of openbare buitenruimte;
het realiseren en in stand houden van voldoende parkeergelegenheid;
het voorkomen van overlast; en
het beschermen van het aanzien van de openbare buitenruimte.
Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de openbare weg of openbare parkeerplaats te parkeren.
Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de openbare weg of openbare parkeerplaats te parkeren.
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het niet-regulier parkeren op openbare wegen en openbare parkeerplaatsen worden, in aanvulling op de algemene aanvraagvereisten in artikel 1.5 de volgende gegevens verstrekt:
De omgevingsvergunning wordt geweigerd als de belangen, zoals bedoeld in artikel 10.23 onevenredig worden geschaad.
Deze paragraaf is van toepassing op het parkeren van voertuigen die voor recreatie of voor andere dan verkeersdoeleinden worden gebruikt op de openbare weg of openbare parkeerplaats.
Het parkeren van een voertuig voor recreatie of voor andere dan verkeersdoeleinden op de openbare weg of openbare parkeerplaats voor langer dan drie achtereenvolgende dagen is vergunningplichtig.
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het niet-regulier parkeren op openbare wegen en openbare parkeerplaatsen gelden alleen de aanvraagvereisten in artikel 1.5 en artikel 10.25.
De omgevingsvergunning wordt geweigerd als de belangen, zoals bedoeld in artikel 10.23 onevenredig worden geschaad.
Deze paragraaf is van toepassing op het te koop aanbieden van voertuigen of verhandelen van voertuigen op de openbare weg of openbare parkeerplaats.
Het parkeren van een voertuig op de openbare weg of openbare parkeerplaats met het doel het te koop aanbieden of te verhandelen is buiten de bebouwde kom toestemmingsvrij. In alle overige gevallen is het vergunningplichtig.
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het niet-regulier parkeren op openbare wegen en openbare parkeerplaatsen gelden alleen de aanvraagvereisten in artikel 1.5 en artikel 10.25.
De omgevingsvergunning wordt geweigerd als de belangen, zoals bedoeld in artikel 10.23 onevenredig worden geschaad.
Deze paragraaf is van toepassing op het parkeren van grote voertuigen op de openbare weg of openbare parkeerplaats.
Het parkeren van een voertuig op de openbare weg of openbare parkeerplaats met inbegrip van de lading binnen de bebouwde kom is toestemmingsvrij als:
het voertuig niet langer dan 6 meter en hoger dan 2,4 meter is;
het voertuig is geparkeerd op de volgende locaties:
- de parkeerstrook Nachtegaallaan in Maartensdijk, tussen de Dorpsweg en de Merellaan;
- de Dorpsweg in Maartensdijk onder viaduct A27;
- de Rembrandtlaan (gedeeltelijk) in Bilthoven;
- parkeerstrook C. de Haasweg in Bilthoven;
- de parkeerstrook P.C. Staalweg in Bilthoven; of
de te parkeren voertuigen campers, kampeerauto's, caravans en kampeerwagens betreffen en deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de openbare weg of openbare parkeerplaats worden geplaatst of gehouden.
Het parkeren van een voertuig op de openbare weg of openbare parkeerplaats met inbegrip van de lading buiten de bebouwde kom is toestemmingsvrij als:
het voertuig niet langer dan 6 meter is;
het voertuig op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00 uur is geparkeerd; of
de te parkeren voertuigen campers, kampeerauto's, caravans en kampeerwagens betreffen en deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de openbare weg of openbare parkeerplaats worden geplaatst of gehouden.
In alle andere gevallen is het parkeren van een groot voertuig vergunningplichtig.
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het niet-regulier parkeren op de openbare weg of openbare parkeerplaats gelden alleen de aanvraagvereisten in artikel 1.5 en artikel 10.25.
De omgevingsvergunning wordt geweigerd als de belangen, zoals bedoeld in artikel 10.23 onevenredig worden geschaad.
Deze paragraaf is van toepassing op het bedrijfsmatig of in een omvang gelijk aan bedrijfsmatig stallen, herstellen, slopen, verhuren (waaronder ook rijles- en taxivoertuigen) of verhandelen van voertuigen op openbare wegen en openbare parkeerplaatsen.
Het niet-regulier parkeren van voertuigen is toestemmingsvrij als:
voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;
voertuigen voor persoonlijk gebruik; of
niet meer dan drie voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd op de weg zijn geparkeerd binnen een cirkel met een straal van 25 meter met als middelpunt een van deze voertuigen en de weg niet als werkplaats voor voertuigen wordt gebruikt;
in alle andere gevallen is het niet-regulier parkeren van voertuigen van autobedrijf en dergelijke vergunningplichtig.
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het niet-regulier parkeren op de openbare weg of openbare parkeerplaats worden, in aanvulling op de algemene aanvraagvereisten in artikel 1.5 en artikel 10.25, de volgende gegevens verstrekt: Het doel waarvoor de voertuigen worden geplaatst.
De omgevingsvergunning wordt geweigerd als de belangen, zoals bedoeld in artikel 10.23 onevenredig worden geschaad.
Deze paragraaf is van toepassing op het parkeren van voertuigen op de openbare weg of openbare parkeerplaats met het kennelijk doel om handelsreclame te maken.
Het parkeren van een voertuig op de openbare weg of openbare parkeerplaats met het kennelijk doel om handelsreclame te maken is vergunningplichtig.
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het niet-regulier parkeren op openbare wegen en openbare parkeerplaatsen gelden alleen de aanvraagvereisten in artikel 1.5 en artikel 10.25.
De omgevingsvergunning wordt geweigerd als de belangen, zoals bedoeld in artikel 10.23 onevenredig worden geschaad.
Deze afdeling is van toepassing op het plaatsen van roerende zaken op of aan de weg en/of de openbare buitenruimte.
De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:
veiligheid, bruikbaarheid en toegankelijkheid van de weg en/of openbare buitenruimte; en
het beschermen van het aanzien van de openbare buitenruimte.
Bij het plaatsen van roerende zaken wordt voldaan aan de volgende algemene regels:
het geen schade toebrengt of toe kan brengen aan de weg en/of de openbare buitenruimte;
de (verkeers)veiligheid voldoende gewaarborgd blijft.
Het is, in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming van overlast of in het belang van het beheer van de openbare ruimte, verboden fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten te laten staan en/of langer dan 7 dagen binnen de daarvoor bestemde ruimten onafgebroken te laten staan in de volgende gebieden:
winkelgebied Bilthoven Centrum en De Kwinkelier in Bilthoven, zoals aangegeven op Kaart_1;
winkelgebied Hessenweg/Looydijk in De Bilt, zoals aangegeven op Kaart_2;
winkelgebied Planetenbaan in Bilthoven, zoals aangegeven op Kaart_3;
winkelgebied Maertensplein in Maartensdijk, zoals aangegeven op Kaart_4;
winkelgebied 'Het Oude Dorp' in De Bilt, zoals aangegeven op Kaart_5;
winkel(s) op de Donsvlinder in Bilthoven, zoals aangegeven op Kaart_6;
winkel(s) op de Leyenseweg in Bilthoven, zoals aangegeven op Kaart_7;
winkelgebied 'Het Kleine Dorp' in Bilthoven, zoals aangegeven op Kaart_8;
het gebied van N.S. Station Bilthoven met omliggende straten, zoals aangegeven op Kaart_12;
winkel/bedrijvengebied 'Leyenseweg' in Bilthoven, zoals aangegeven op Kaart_22;
het gebied rond en in de fietstunnel gelegen onder de Utrechtseweg tussen Kapelweg en Oude Bunnikseweg zoals aangegeven op Kaart_23.
Bij het doen van een melding, of een aanvraag voor een omgevingsvergunning, voor het opslaan van roerende zaken op of aan de weg en/of de openbare buitenruimte worden, in aanvulling op de algemene aanvraagvereisten in artikel 1.5 de volgende gegevens verstrekt:
De omgevingsvergunning wordt geweigerd als de belangen, zoals bedoeld in artikel 10.48, onevenredig worden geschaad.
Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen van aankondigingsborden op of aan de weg en/of de openbare buitenruimte.
Het plaatsen van een aankondigingsbord door het bevoegd gezag is toestemmingsvrij als het aankondigingsbord maximaal 1,25 meter hoog en 0,85 centimeter breed is.
Het plaatsen van een aankondigingsbord op de locaties aangewezen in Bijlage III "Locaties aankondigingsborden" is vergunningplichtig. In alle overige gevallen is het verboden.
Voor een aanvraag van een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een aankondigingsbord, worden, in aanvulling op artikel 1.5 en artikel 10.51 de volgende gegevens verstrekt:
Voor het beoordelen van de vergunning wordt, in aanvulling op de beoordelingsregels in artikel 10.52, gekeken naar de volgende criteria:
maximaal 1,25 meter hoog en 0,85 centimeter breed;
maximale tijdsduur van twee aaneengesloten weken;
aanvraag niet meer dan zes maanden voorafgaand aan de plaatsingsperiode;
per half jaar voor een commercieel doeleinde maximaal tien aankondigingsborden;
per kwartaal voor een niet-commercieel doeleinde tien aankondigingsborden;
aanstootgevende afbeeldingen of teksten zijn niet toegestaan.
Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen van een bouwcontainer, -steiger, -keet, -kraan, -hek op of aan de weg en/of de openbare buitenruimte.
Bij het plaatsen van een bouwcontainer, -steiger, -keet, -kraan, -hek wordt, in aanvulling op artikel 10.49 voldaan aan de volgende algemene regel: bij het plaatsen van een bouwcontainer, -steiger, -keet, -kraan, -hek wordt deze voorzien van goed zichtbare markeringen. Hieraan wordt in ieder geval voldaan als de CROW richtlijnen voor het markeren van onverlichte obstakels worden toegepast.
Het plaatsen van bouwcontainer, -steiger, -keet, -kraan, -hek is meldingplichtig als:
voldoende vrije doorgang voor hulpdiensten en verkeer op de weg en voor voetgangers op het voetpad overblijft;
deze niet op of binnen een afstand van 0,5 meter van de blindengeleidestrook worden geplaatst;
er maximaal 1 parkeerplek wordt ingenomen;
het geen belemmering veroorzaakt voor het onderhoud en beheer van de weg; en
deze niet langer dan 5 werkdagen wordt geplaatst.
In alle andere gevallen is het plaatsen van een bouwcontainer, -steiger, -keet, -kraan, -hek vergunningplichtig.
Voor het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een bouwcontainer, -steiger, -keet, -kraan, -hek gelden alleen de aanvraagvereisten in artikel 1.5 en artikel 10.51.
Voor het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een bouwcontainer, -steiger, -keet, -kraan, -hek gelden alleen de beoordelingsregels in artikel 10.52.
Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen van bouwmaterialen anders dan benoemd in paragraaf 10.10.3 op of aan de weg en/of de openbare buitenruimte.
Bij het plaatsen van bouwmaterialen anders dan benoemd in paragraaf 10.10.3 wordt voldaan aan de volgende algemene regels:
de materialen veroorzaken geen belemmering voor:
het onderhoud of beheer van de weg;
evenementen;
markten;
andere festiviteiten; of
gebeurtenissen van algemeen belang.
er mogen geen (nood)uitgangen belemmerd worden;
voldoende vrije doorgang voor hulpdiensten en verkeer op de weg en voor voetgangers op het voetpad overblijft;
het mag niet meer dan 1 parkeerplaats innemen;
deze niet op of binnen een afstand van 0,5 meter van de blindengeleidestrook worden geplaatst; en
het niet langer dan een week wordt geplaatst.
Deze paragraaf is van toepassing op het ophangen van spandoeken op of aan de weg of in openbare buitenruimten.
Het ophangen van een spandoek binnen de volgende locaties is vergunningplichtig:
Bilthoven: Boslaan tussen de bomen, in de rijrichting vanaf de Sperwerlaan;
Bilthoven: Gezichtslaan, hoek Soestdijkseweg;
De Bilt: Soestdijkseweg ter hoogte van SWECO bij de ingang tussen fietspad en Soestdijkseweg;
De Bilt: Biltse Rading, hoek Blauwkapelseweg tussen de bomen;
De Bilt: Biltse Rading, hoek Groenekanseweg tussen de bomen;
Groenekan: Groenekanseweg, Koningin Wilheminaweg aan de brug;
Hollandsche Rading: Tolakkerweg, tussen de bomen in het ronde plantsoen;
Maartensdijk:Dorpsweg, op de T-splitsing met Dierenriem tussen lantaarnpaal en paal;
Maartensdijk: Nachtegaallaan bij de Vierstee tussen bomen in het gras;
Westbroek: Burg. Huydecoperweg hoek Dr. Welfferweg aan de brug.
In alle overige gevallen is het ophangen van een spandoek verboden.
Voor een aanvraag van een omgevingsvergunning voor het ophangen van een spandoek, worden, in aanvulling op de algemene aanvraagvereisten inartikel 1.5 en artikel 10.51 de volgende gegevens verstrekt:
een weergave van het spandoek;
de betreffende locatie (genoemd in artikel 10.66).
Voor het beoordelen van de vergunning wordt, in aanvulling op de beoordelingsregels in artikel 10.52 gekeken naar de volgende criteria:
de afmetingen zijn niet groter dan 1.5 x 4.00 meter;
de plaatsing niet langer is dan een week tenzij er bijzondere omstandigheden zijn om hiervan af te wijken;
de spandoeken mogen geen handelsreclame bevatten;
om belediging van personen of groeperingen of op een andere wijze onacceptabele bejegening van personen of groeperingen te voorkomen, mogen spandoeken geen opruiende en/of discriminerende teksten bevatten en mogen zij niet in strijd zijn met de goede zeden of openbare orde;
spandoeken mogen alleen worden opgehangen, indien daarmee niet commerciële reclame wordt gemaakt voor een activiteit die in de gemeente De Bilt plaatsvindt of voor ideële doeleinden. Dit kunnen ook activiteiten zijn die een regionaal of landelijk karakter hebben, maar met een lokaal effect zoals bijvoorbeeld landelijke campagnes over verkeersveiligheid of collecte;
de gemeente maakt een belangenafweging indien aanvragen voor dezelfde periode worden ingediend, waarbij de landelijke campagnes met voorrang worden verleend; en
per aanvrager wordt in beginsel niet vaker dan 2 keer per jaar een vergunning verleend.
Deze paragraaf is van toepassing op het inrichten van een terras op of aan de weg en/of de openbare buitenruimte.
Bij het inrichten van terrassen wordt in aanvulling op artikel 10.49 voldaan aan de volgende algemene regels:
het terras veroorzaakt geen belemmering voor het onderhoud of beheer van de weg;
er mogen geen (nood)uitgangen belemmerd worden;
voldoende vrije doorgang van minimaal 3,5 meter voor hulpdiensten en verkeer op de weg overblijft;
deze niet op of binnen een afstand van 0,5 meter aan weerszijde van de blindengeleidenstrook worden geplaatst; en
de ondernemer zorgt voor een schoon en ordelijk aanzien van het terras en voor het schoonhouden van de openbare buitenruimte in de directe omgeving daarvan.
Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen van uitstallingen op of aan de weg en/of de openbare buitenruimte.
Bij het plaatsen van uitstallingen wordt voldaan aan de volgende algemene regels:
de uitstalling veroorzaakt geen belemmering voor:
het onderhoud of beheer van de weg;
evenementen;
markten;
andere festiviteiten; of
gebeurtenissen van algemeen belang.
er mogen geen (nood)uitgangen belemmerd worden;
voldoende vrije doorgang voor hulpdiensten en verkeer op de weg en voor voetgangers op het voetpad overblijft;
deze niet op of binnen een afstand van 0,5 meter van de blindengeleidestrook worden geplaatst;
bestaat uit direct verplaatsbare objecten;
de uitstalling wordt geplaatst direct aansluitend aan de gevel tot maximaal 1 meter van de gevel;
de ondernemer zorgt voor een schoon en ordelijk aanzien van de uitstalling en voor het schoonhouden van de openbare buitenruimte in de directe omgeving daarvan; en
de uitstalling is enkel aanwezig in de openbare buitenruimte op tijden dat de onderneming voor het publiek geopend is.
Voor het doen van een melding voor het plaatsen van een uitstalling gelden alleen de aanvraagvereisten in artikel 1.5 en artikel 10.51.
Deze afdeling is van toepassing op het innemen van een standplaats. Deze afdeling gaat niet over een standplaats op een jaarmarkt of vaste markt en een standplaats op een evenement.
De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:
de veiligheid, bruikbaarheid en toegankelijkheid van de weg;
het beschermen van het aanzien van de openbare buitenruimte;
het beschermen van het milieu, voor zover het gaat om:
het behouden van een goed woon- en leefklimaat.
Het innemen of hebben van een standplaats is vergunningplichtig op de volgende plaatsen:
twee standplaatsen aan de Planetenbaan;
twee standplaatsen aan de Berlagelaan nabij fietstunnel;
één standplaats aan het Emmaplein tegenover N.S. station;
één standplaats aan de Bilderdijklaan;
één standplaats aan de Looijdijk voorzijde Albert Heijn;
één standplaats aan de Sperwerlaan bij Kwinkelier;
twee standplaatsen op het Maertensplein;
één standplaats op het terrein van Ranzijn, Universiteitsweg 2;
één standplaats nabij het viaduct aan de Groenekanseweg; en
één standplaats op de parkeerplaats bij het Dorpshuis aan de Prinses Christinastraat.
In alle andere gevallen is het innemen van een standplaats verboden.
Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college een standplaats wordt of is ingenomen.
Een standplaats moet door de vergunninghouder persoonlijk worden ingenomen; hij mag deze niet aan een ander afstaan of in gebruik geven; een vergunninghouder mag zich laten bijstaan voor zover dit geen vervanging betreft.
Het is de vergunninghouder verboden:
op de standplaats gebruik te maken van luidsprekers, versterkers, radiotoestellen en andere middelen ter weergave of versterking van geluid;
eerder dan één uur voor het tijdstip waarop de standplaats mag worden ingenomen, waren op de standplaats aan te voeren;
De vergunninghouder dient de standplaats volledig te hebben ontruimd uiterlijk binnen één uur nadat de verkoop van waren en/of goederen ingevolge de vergunning moet zijn beëindigd.
Voor de vergunninghouder aan wie vergunning is verleend voor twee dagdelen op dezelfde dag en op dezelfde plaats, geldt tussen de dagdelen geen op- en afbouw verplichting.
Een vergunninghouder is verplicht ervoor zorg te dragen dat zijn standplaats steeds een goed verzorgd aanzien biedt.
Een vergunninghouder, aan wie het is toegestaan op zijn standplaats geringe eet-en drinkwaren gereed te maken voor consumptie en/of te verkopen, dient minimaal twee afvalkorven of -bakken van voldoende grootte bij de verkoopgelegenheid te plaatsen.
De vergunninghouder moet zich kunnen legitimeren met een identiteitsbewijs en dient dit op eerste aanvraag aan de toezichthouder of aan een ambtenaar van politie te tonen.
Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het innemen van een standplaats, worden, in aanvulling op de algemene aanvraagvereisten in artikel 1.5 de volgende gegevens verstrekt:
een omschrijving van de diensten en goederen die aangeboden worden;
een uittreksel van de Kamer van Koophandel van de inschrijving van uw bedrijf. Het uittreksel mag niet ouder zijn dan 6 maanden;
de duur en op welke dagen de standplaats ingenomen wordt;
een opstellingsplan en plattegrondtekening op schaal voor de gewenste locatie;
afmetingen van de mobiele verkoopinrichting;
informatie over de benodigde stroomvoorziening;
een foto van de mobiele verkoopinrichting.
Voor het beoordelen van de omgevingsvergunning wordt getoetst aan de beleidsregels uit 'Beleidsregels standplaatsvergunningen De Bilt'.
De omgevingsvergunning wordt geweigerd als de belangen, zoals bedoeld in artikel 10.76, onevenredig worden geschaad.
De omgevingsvergunning is een jaar geldig, tenzij anders aangegeven in de omgevingsvergunning.
Deze afdeling is van toepassing op het aanleggen, veranderen of beschadigen van een weg in beheer van de gemeente. Deze afdeling gaat niet over het uitvoeren van publieke taken in opdracht van de overheid.
De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:
veiligheid, bruikbaarheid en toegankelijkheid van de weg;
het beschermen van het aanzien van de openbare buitenruimte; en
bescherming van het openbaar groen.
Het aanleggen, veranderen of beschadigen van een weg is vergunningplichtig.
Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het aanleggen, veranderen of beschadigen van een weg worden, in aanvulling op de algemene aanvraagvereisten in artikel 1.5 de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
een situatietekening, kaart, foto of een ander geschikt middel met daarop de locatie van de activiteit;
beschrijving van de werkzaamheden;
de te gebruiken materialen;
de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan voor het aanleggen, veranderen of beschadigen van de weg, zoals bomen, lantaarnpalen en nutsvoorzieningen;
indien het verkeer wordt belemmerd, een verkeersplan.
De omgevingsvergunning voor het aanleggen van een weg naar de openbare weg of het veranderen van een weg wordt alleen geweigerd als de belangen in artikel 10.84 onevenredig worden geschaad.
Deze afdeling is van toepassing op het aanleggen en veranderen van een uitweg naar de openbare weg in beheer bij de gemeente.
De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op:
veiligheid, bruikbaarheid en toegankelijkheid van de weg;
het beschermen van het aanzien van de openbare buitenruimte; en
bescherming van het openbaar groen.
Het aanleggen van een uitweg naar de openbare weg of het veranderen van een bestaande uitweg is vergunningplichtig.
Bij het aanvragen van een omgevingsvergunning voor het aanleggen van een uitweg naar de openbare weg of het veranderen van een bestaande uitweg worden, in aanvulling op de algemene aanvraagvereisten in artikel 1.5 de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
de locatie van de uitweg aan het voor-, zij- of achtererf;
de afmeting van de nieuwe uitweg of de te veranderen bestaande uitweg en de beoogde verandering daarvan;
de te gebruiken materialen; en
de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan voor het aanleggen of het gebruik van de uitweg, zoals bomen, lantaarnpalen en nutsvoorzieningen.
De omgevingsvergunning voor het aanleggen van een uitweg naar de openbare weg of het veranderen van een bestaande uitweg wordt alleen geweigerd als de belangen in artikel 10.89 onevenredig worden geschaad.
K
Hoofdstuk 11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Het aanbieden van forensische zorg binnen gemeente De Bilt, waarbij sprake is van een beveiligingsniveau van 2 of hoger.
Het aanbieden van deze vorm van forensische zorg kan leiden tot aanzienlijke belasting en aantasting van de veiligheidssituatie en ongewenste invloed op de ruimtelijke kwaliteit.
Het aanbieden van forensische zorg, waarbij er sprake is van beveiligingsniveau 2 of hoger, is verboden.
L
Artikel 22.19 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Op een open erf of terrein nabij een bouwwerk is geen brandgevaarlijke stof als bedoeld in tabel 22.2.1 aanwezig.
Het eerste lid is niet van toepassing als:
de in tabel 22.2.1 aangegeven toegestane hoeveelheid per stof niet wordt overschreden, waarbij de totale toegestane hoeveelheid stoffen 100 kilogram of liter is;
de stof deugdelijk is verpakt, waarbij:
de stof wordt gebruikt met inachtneming van de op de verpakking aangegeven gevaarsaanduidingen.
Het eerste lid is niet van toepassing op:
brandstof in het reservoir van een verbrandingsmotor;
brandstof in een verlichtings-, verwarmings- of ander warmteontwikkelend toestel;
voor consumptie bestemde alcoholhoudende dranken;
gasflessen tot een totale waterinhoud van 115 liter;
dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen de 61 °C en 100 °C tot een totale hoeveelheid van 1.000 liter; en
brandgevaarlijke stoffen voor zover de aanwezigheid daarvan op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving of een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is toegestaan.
Bij het berekenen van de toegestane hoeveelheid, bedoeld in het tweede lid, onder a, wordt een aangebroken verpakking als een volle meegerekend.
In afwijking van het derde lid, aanhef en onder e, is de aanwezigheid van meer dan 1.000 liter van een oliesoort als bedoeld in dat onderdeel toegestaan als die oliesoort op zodanige wijze wordt opgeslagen en gebruikt dat het ontstaan van een brandgevaarlijke situatie en de ontwikkeling van brand voldoende worden voorkomen.
|
ADR-klasse1 |
Omschrijving |
Verpakkingsgroep |
Toegestane maximum hoeveelheid |
|
2
2 |
Gassen zoals propaan, zuurstof, acetyleen, aerosolen (spuitbussen) |
n.v.t. |
50 kg |
|
3 |
Brandbare vloeistoffen zoals bepaalde oplosmiddelen en aceton |
II |
25 liter |
|
3 excl. dieselolie, gasolie of lichte stookolie met een vlampunt tussen 61°C en 100°C |
Brandbare vloeistoffen zoals terpentine en bepaalde inkten |
III |
50 liter |
|
4.1, 4.2, 4.3 |
4.1: brandbare vaste stoffen, zelfontledende vaste stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet-explosieve toestand zoals wrijvingslucifers, zwavel en metaalpoeders 4.2: voor zelfontbranding vatbare stoffen zoals fosfor (wit of geel) en diethylzink 4.3: stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen zoals magnesiumpoeder, natrium en calciumcarbide |
II en III |
50 kg |
|
5.1 |
Brandbevorderende stoffen zoals waterstofperoxide |
II en III |
50 liter |
|
5.2 |
Organische peroxiden zoals dicumyl peroxide en di-propionyl peroxide |
n.v.t. |
1 liter |
|
|||
M
Artikel 22.88 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met het oog op het voorkomen of het beperken van trillinghinder zijn de continue trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten, niet hoger dan de waarde A1 trillingssterkte Vmax, bedoeld in tabel 22.3.9.
Als niet voldaan wordt aan de waarde, bedoeld in het eerste lid, is de waarde van continue trillingen door een activiteit in trillinggevoelige ruimten, niet hoger dan de waarden onder A2 trillingssterkte Vmax en A3 trillingssterkte Vper, bedoeld in tabel 22.3.9.
N
Artikel 22.100 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Artikel 22.98, eerste lid, is niet van toepassing bij het houden van landbouwhuisdieren met geuremissiefactor, als de afstand op een locatie gelijk of groter is dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.11, tot de volgende geurgevoelige objecten:
|
Geurgevoelig object met functionele binding of functionele binding tot 19 maart 2000 |
Afstand |
|
Gelegen binnen de bebouwde kom |
100 m |
|
Gelegen buiten de bebouwde kom |
50 m |
een geurgevoelig object dat een functionele binding heeft met een dierenverblijf in de directe omgeving daarvan;
een geurgevoelig object dat op of na 19 maart 2000 heeft opgehouden een functionele binding te hebben met een dierenverblijf in de directe omgeving daarvan;
een geurgevoelig object met een woonfunctie dat op of na 19 maart 2000 is gebouwd:
op een locatie die op dat tijdstip werd gebruikt voor het houden van landbouwhuisdieren in een dierenverblijf;
in samenhang met het geheel of gedeeltelijk buiten werking stellen van het dierenverblijf; en
in samenhang met de sloop van een dierenverblijf of bedrijfsgebouw dat onderdeel heeft uitgemaakt van een gebouw voor het houden van landbouwhuisdieren of voor functioneel ondersteunende activiteiten; en
een geurgevoelig object dat aanwezig is op een locatie waar een geurgevoelig object met een woonfunctie als bedoeld onder c is gebouwd.
|
Geurgevoelig object met functionele binding of functionele binding tot 19 maart 2000 |
Afstand |
|
Gelegen binnen de bebouwde kom |
100 m |
|
Gelegen buiten de bebouwde kom |
50 m |
O
Artikel 22.117 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Dit artikel is van toepassing op het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een of meer mestbassins met een gezamenlijke oppervlakte van ten hoogste 750 m2 of een gezamenlijke inhoud van ten hoogste 2.500 m3.
Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de afstand voor geur door het opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin vanaf het dichtstbijzijnde punt van het mestbassin tot een geurgevoelig object niet kleiner dan de afstand, bedoeld in tabel 22.3.20.
|
Opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin |
Afstand tot geurgevoelig gevoelig object |
|
|
|
|
|
|
|
Zonder functionele binding met dierenverblijf in directe omgeving |
Met functionele binding met dierenverblijf in directe omgeving |
|
Gezamenlijke oppervlakte minder dan 350 m2 |
50 m |
25 m |
|
Gezamenlijke oppervlakte 350 m2 tot en met 750 m2 |
100 m |
50 m |
P
Artikel 22.122 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met het oog op het voorkomen of het beperken van geurhinder is de geur op een geurgevoelig object niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.23.
|
Activiteit |
Geurgevoelig object |
Grenswaarde |
|
Het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk |
Gelegen binnen de bebouwde kom, anders dan op een gezoneerd industrieterrein, een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld of een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein |
0,5 ouE/m3 |
|
Gelegen: - op een gezoneerd industrieterrein; - op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld; Gelegen: - op een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein, of - buiten de bebouwde kom |
1 ouE/m3 |
In afwijking van het eerste lid is de geur op een geurgevoelig object door het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk dat is opgericht voor 1 februari 1996 en waarvoor op 1 februari 1996 een vergunning op grond van artikel 8.1 van de Wet milieubeheer in werking en onherroepelijk was, niet hoger dan de waarde, bedoeld in tabel 22.3.24.
|
Activiteit |
Geurgevoelig object |
Grenswaarde |
|
Het exploiteren van een zuiveringtechnisch werk, opgericht voor 1 februari 1996 |
Gelegen binnen de bebouwde kom, anders dan op een gezoneerd industrieterrein, een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld of een Activiteitenbesluit-bedrijventerrein |
1,5 ouE/m3 |
|
Gelegen: - op een gezoneerd industrieterrein; - op een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld; Gelegen: - op een Activiteitenbesluit- bedrijventerrein, of - buiten de bebouwde kom |
3,5 ouE/m3 |
Op het berekenen van de geur is artikel 6.13 van de Omgevingsregeling van toepassing.
Q
Artikel 22.149 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt huishoudelijk afvalwater dat wordt geloosd op of in de bodem, geleid via een zuiveringsvoorziening.
Voor dat afvalwater zijn de emissiegrenswaarden de waarden, bedoeld in tabel 22.3.27.
Als het huishoudelijk afvalwater minder dan zes inwonerequivalenten bevat kan het, in afwijking van het tweede lid, voor vermenging met ander afvalwater worden geleid door een septictank:
met een nominale inhoud van 6 m3 of meer, volgens NEN-EN 12566-1, en met een hydraulisch rendement van niet meer dan 10 g, volgens annex B van NEN-EN 12566-1; of
die is geplaatst voor 1 januari 2009 en is afgestemd op de hoeveelheid afvalwater dat wordt geloosd.
Het eerste en tweede lid gelden niet voor het lozen van huishoudelijk afvalwater:
R
Bijlage I wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
afstand tussen een leiding van het distributienet en het deel van het bouwwerk dat zich het dichtst bij die leiding bevindt, gemeten langs de kortste lijn waarlangs een aansluiting zonder bezwaren kan worden gemaakt.
cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in het omgevingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein of een industrieterrein waarvoor geluidproductieplafonds als omgevingswaarden zijn vastgesteld.
AS SIKB 2000: Accreditatieschema Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodem- en waterbodemonderzoek, versie 2.8, 07‑02‑2014, met wijzigingsblad van 10‑02‑2018.
achtererfgebied en de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw.
BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, versie 5, 12‑12‑2013.
BRL SIKB 7000: Beoordelingsrichtlijn 7000, Uitvoering van (water)bodemsaneringen en ingrepen in de waterbodem, versie 5, 19‑06‑2014, met wijzigingsblad van 12‑02‑2015.
gebied I of gebied II, bedoeld in bijlage I bij de Meststoffenwet, of een in dit omgevingsplan aangewezen concentratiegebied.
collectief circulatiesysteem voor het transport van warmte door een circulerend medium voor verwarming of warmtapwater.
Onder forensische zorg wordt verstaan zorg, die wordt verleend aan een justitiabele met:
een verstandelijke handicap en die al dan niet:
als een voorwaarde onderdeel uitmaakt van een straf of een maatregel, of van de ten uitvoerlegging van een straf of maatregel of;
als voorwaarde onderdeel uitmaakt van een sepot, een schorsing van de voorlopige hechtenis of een gratieverlening op grond van de Gratiewet, dan wel onderdeel uitmaakt van een strafbeschikking waarbij een gedragsmaatregel wordt opgelegd.
gebouw:
dat op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf, en
dat gezien de aard, indeling en inrichting geschikt is om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf, en
dat permanent of op een daarmee vergelijkbare wijze wordt gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf, of
geurgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd.
industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
ISO 11423-1:1997: Water - Bepaling van het gehalte aan benzeen en enige afgeleiden - Deel 1: Gaschromatografische methode met bovenruimte, versie 1997.
hakhout, een houtwal of één of meer bomen
landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën:
iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen.
landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren.
ISO 11423-1:1997: Water - Bepaling van het gehalte aan benzeen en enige afgeleiden - Deel 1: Gaschromatografische methode met bovenruimte, versie 1997.
NEN 5725:2017: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, versie 2017.
onder kampeermiddel wordt verstaan een niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
NEN 5740:2009/A1:2016: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2009+A1 en 2016.
landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling een emissiefactor voor geur is vastgesteld en die vallen binnen een van de volgende diercategorieën:
NEN 6090:2017: Bepaling van de vuurbelasting, versie 2017.
landbouwhuisdieren waarvoor in de Omgevingsregeling geen emissiefactor voor geur is vastgesteld, met uitzondering van pelsdieren.
NEN 6589:2005/C1:2010: Water - Potentiometrische bepaling van het gehalte aan totaal anorganisch fluoride met doorstroomsystemen (FIA en CFA), versie 2010.
hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet
NEN 6578:2011: Water - Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride, versie 2011.
NEN 5725:2017: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, versie 2017.
NEN 6600-1:2019: Water - Monsterneming - Deel 1: Afvalwater, versie 2019.
NEN 5740:2009/A1:2016: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, versie 2009+A1 en 2016.
NEN 6965:2005: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten - Atomaire-absorptiespectrometrie met vlamtechniek, versie 2005.
NEN 6090:2017: Bepaling van de vuurbelasting, versie 2017.
NEN 6966:2006: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2005 + C1:2006.
NEN 6589:2005/C1:2010: Water - Potentiometrische bepaling van het gehalte aan totaal anorganisch fluoride met doorstroomsystemen (FIA en CFA), versie 2010.
NEN-EN 858-1:2002/A1:2004: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2002 + A1: 2004.
NEN 6578:2011: Water - Potentiometrische bepaling van het totale gehalte aan totaal fluoride, versie 2011.
NEN-EN 858-2:2003: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2003.
NEN 6600-1:2019: Water - Monsterneming - Deel 1: Afvalwater, versie 2019.
NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005
NEN 6965:2005: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten - Atomaire-absorptiespectrometrie met vlamtechniek, versie 2005.
NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten - Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2004 + C1:2006
NEN 6966:2006: Milieu - Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, versie 2005 + C1:2006.
NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten - Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2002.
NEN-EN 858-1:2002/A1:2004: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2002 + A1: 2004.
NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE - Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016
NEN-EN 858-2:2003: Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) - Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2003.
NEN-EN 12673:1999: Water - Gaschromatografische bepaling van een aantal geselecteerde chloorfenolen in water, versie 1999.
NEN-EN 872:2005: Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, versie 2005
NEN-EN 16693:2015: Water – Bepaling van de organochloor pesticiden (OCP) in watermonsters met behulp van vaste fase extractie (SPE) met SPE-disks gecombineerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GC-MS), versie 2015.
NEN-EN 1825-1:2004: Vetafscheiders en slibvangputten - Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, versie 2004 + C1:2006
NEN-EN-ISO 2813:2014: Verven en vernissen - Bepaling van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20 graden, 60 graden en 85 graden, versie 2014.
NEN-EN 1825-2:2002: Vetafscheiders en slibvangputten - Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, versie 2002.
NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water - Monsterneming - Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018.
NEN-EN 12566-1:2016: Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties ≤ 50 IE - Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, versie 2016
NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019.
NEN-EN 12673:1999: Water - Gaschromatografische bepaling van een aantal geselecteerde chloorfenolen in water, versie 1999.
NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003.
NEN-EN 16693:2015: Water – Bepaling van de organochloor pesticiden (OCP) in watermonsters met behulp van vaste fase extractie (SPE) met SPE-disks gecombineerd met gaschromatografie-massaspectrometrie (GC-MS), versie 2015.
NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water - Bepaling van de minerale-olie-index - Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000.
NEN-EN-ISO 2813:2014: Verven en vernissen - Bepaling van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20 graden, 60 graden en 85 graden, versie 2014.
NEN-EN-ISO 9562:2004: Water - Bepaling van adsorbeerbare organisch gebonden halogenen (AOX), versie 2004.
NEN-EN-ISO 5667-3:2018: Water - Monsterneming - Deel 3: Conservering en behandeling van watermonsters, versie 2018.
NEN-EN-ISO 10301:1997: Water - Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen - Gaschromatografische methoden, versie 1997.
NEN-EN-ISO 5815-1:2019: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, versie 2019.
NEN-EN-ISO 10523:2012: Water - Bepaling van de pH, versie 2012.
NEN-EN-ISO 5815-2:2003: Water - Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) - Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, versie 2003.
NEN-EN-ISO 11885:2009: Water - Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009.
NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Water - Bepaling van de minerale-olie-index - Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, versie 2000.
NEN-EN-ISO 12846:2012: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012.
NEN-EN-ISO 9562:2004: Water - Bepaling van adsorbeerbare organisch gebonden halogenen (AOX), versie 2004.
NEN-EN-ISO 14403-1:2012: Water - Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 1: Methode met doorstroominjectie analyse (FIA), versie 2012.
NEN-EN-ISO 10301:1997: Water - Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen - Gaschromatografische methoden, versie 1997.
NEN-EN-ISO 14403-210523:2012: Water - Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 2: Methode met continu doorstroomanalyse (CFA)de pH, versie 2012.
NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002.
NEN-EN-ISO 11885:2009: Water - Bepaling van geselecteerde elementen met atomaire-emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma (ICP-AES), versie 2009.
NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002.
NEN-EN-ISO 12846:2012: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire-absorptiespectrometrie met en zonder concentratie, versie 2012.
NEN-EN-ISO 15680:2003: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met 'purge-and-trap' en thermische desorptie, versie 2003.
NEN-EN-ISO 14403-1:2012: Water - Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 1: Methode met doorstroominjectie analyse (FIA), versie 2012.
NEN-EN-ISO 15682:2001: Water - Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001.
NEN-EN-ISO 14403-2:2012: Water - Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met doorstroomanalyse (FIA en CFA) - Deel 2: Methode met continu doorstroomanalyse (CFA), versie 2012.
NEN-EN-ISO 15913:2003: Water - Bepaling van geselecteerde fenoxyalkaanherbicide, inclusief bentazonen en hydroxybenzonitrillen met gaschromatografie en massaspectrometrie na vastefase-extractie en derivatisering, versie 2003.
NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 1: Koningswater ontsluiting, versie 2002.
NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water - Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma - Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016.
NEN-EN-ISO 15587-2:2002: Water - Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water - Deel 2: Ontsluiting met salpeterzuur, versie 2002.
NEN-EN-ISO 17852:2008: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008.
NEN-EN-ISO 15680:2003: Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met 'purge-and-trap' en thermische desorptie, versie 2003.
NEN-EN-ISO 17993:2004: Water - Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004.
NEN-EN-ISO 15682:2001: Water - Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, versie 2001.
NEN-ISO 15705:2003: Water - Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) - Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003.
NEN-EN-ISO 15913:2003: Water - Bepaling van geselecteerde fenoxyalkaanherbicide, inclusief bentazonen en hydroxybenzonitrillen met gaschromatografie en massaspectrometrie na vastefase-extractie en derivatisering, versie 2003.
NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit - Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie - Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013.
NEN-EN-ISO 17294-2:2016: Water - Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppeld plasma - Deel 2: Bepaling van geselecteerde elementen inclusief uranium isotopen, versie 2016.
NEN-EN-ISO 17852:2008: Water - Bepaling van kwik - Methode met atomaire fluorecentiespectometrie, versie 2008.
besluit over de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen.
NEN-EN-ISO 17993:2004: Water - Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, versie 2004.
NEN-ISO 15705:2003: Water - Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (ST-COD) - Kleinschalige gesloten buis methode, versie 2003.
NEN-ISO 15923-1:2013: Waterkwaliteit - Bepaling van de ionen met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie - Deel 1: Ammonium, chloride, nitraat, nitriet, ortho-fosfaat, silicaat en sulfaat, versie 2013.
hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam of een wagen.
ontsluiting van een perceel naar de openbare weg
besluit over de aanleg van een distributienet voor warmte in een bepaald gebied, waarin voor een periode van ten hoogste 10 jaar, uitgaande van het voor die periode geplande aantal aansluitingen op dat distributienet, de mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu, gebaseerd op de energiezuinigheid van dat distributienet en het opwekkingsrendement van de over dat distributienet getransporteerde warmte, bij aansluiting op dat distributienet is opgenomen.
hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.
S
Na bijlage I worden twee bijlagen ingevoegd, luidende:
Optie 1 –De Bilt/Bilthoven
Lantaarnpaalnr.: 044.268
Lantaarnpaalnr.: 052.318
Lantaarnpaalnr.: 046.266
Lantaarnpaalnr.: 079.047
Lantaarnpaalnr.: 048.546
Optie 2 – overige kernen
Lantaarnpaalnr.: 213.226
Lantaarnpaalnr.: 079.023
Lantaarnpaalnr.: 127.861
Lantaarnpaalnr.: 078.485
Lantaarnpaalnr.: 219.939
Optie 3 – De Bilt/Bilthoven
Lantaarnpaalnr.: 048.830
Lantaarnpaalnr.: 046.375
Lantaarnpaalnr.: 044.156
Lantaarnpaalnr.: 141.167
Lantaarnpaalnr.: 115.842
Optie 4 – De Bilt/Bilthoven
Lantaarnpaalnr.: 113.925
Lantaarnpaalnr.: 044.256
Lantaarnpaalnr.: 211.833
Lantaarnpaalnr.: 062.685
Lantaarnpaalnr.: 048.822
Optie 5 – overige kernen
Lantaarnpaalnr.: 080.477
Lantaarnpaalnr.: 082.01
Lantaarnpaalnr.: 141.376
Lantaarnpaalnr.: 039.812
Lantaarnpaalnr.: 078.195
Optie 6 –De Bilt/Bilthoven
Lantaarnpaalnr.: 113.915
Lantaarnpaalnr.: 048.152
Lantaarnpaalnr.: 046.286
Lantaarnpaalnr.: 079.046
Lantaarnpaalnr.: 048.538
Optie 7 – overige kernen
Lantaarnpaalnr.: 213.220
Lantaarnpaalnr.: 137.486
Lantaarnpaalnr.: 078.531
Lantaarnpaalnr.: 078.487
Lantaarnpaalnr.: 219.936
Optie 8 – De Bilt/Bilthoven
Lantaarnpaalnr.: 046.455
Lantaarnpaalnr.: 046.376
Lantaarnpaalnr.: 044.163
Lantaarnpaalnr.: 141.183
Lantaarnpaalnr.: 042.715
Optie 9 – De Bilt/Bilthoven
Lantaarnpaalnr.: 048.199
Lantaarnpaalnr.: 126.604
Lantaarnpaalnr.: 211.872
Lantaarnpaalnr.: 049.163
Lantaarnpaalnr.: 048.819
Optie 10 – overige kernen
Lantaarnpaalnr.: 080.465
Lantaarnpaalnr.: 078.847
Lantaarnpaalnr.: 078.878
Lantaarnpaalnr.: 039.815
Lantaarnpaalnr.: 078.525
T
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
In het eerste lid van dit artikel zijn de begripsbepalingen van de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de Omgevingsregeling van toepassing verklaard op hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan. Het gaat om een zogenaamde statische verwijzing. Dat betekent dat latere wijzigingen van de begrippen in de Omgevingswet of de AMvB's geen invloed hebben op de betekenis van de begrippen in hoofdstuk 22.
Bijlage I Begripsbepalingen, bij dit omgevingsplan bevat de overige begripsbepalingen die voor hoofdstuk 22 nog nodig zijn in aanvulling op de begrippen van de wet, de AMvB's en de Omgevingsregeling.
[Vervallen]
U
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
De vestiging van een instelling die bijzondere en zware vormen van zorg aanbiedt, is een aanzienlijke belasting en een aantasting van de veiligheidssituatie; in het geval van forensische zorg in onacceptabele maten. Het aanbieden van forensische zorg heeft tevens een ongewenste invloed op de ruimtelijke kwaliteit door de aard van de bebouwing en van constructies die nodig zijn in verband met het beveiligingsniveau dat vereist is in relatie tot de specifieke cliënten van de instelling.
[Vervallen]
V
Voor sectie 'Artikel 22.1 Voorrangsbepaling' worden twee secties ingevoegd, luidende:
In het eerste lid van dit artikel zijn de begripsbepalingen van de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit, het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en de Omgevingsregeling van toepassing verklaard op hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan. Het gaat om een zogenaamde statische verwijzing. Dat betekent dat latere wijzigingen van de begrippen in de Omgevingswet of de AMvB's geen invloed hebben op de betekenis van de begrippen in hoofdstuk 22.
Bijlage I Begripsbepalingen, bij dit omgevingsplan bevat de overige begripsbepalingen die voor hoofdstuk 22 nog nodig zijn in aanvulling op de begrippen van de wet, de AMvB's en de Omgevingsregeling.
W
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Eerste lid
De uitzondering in artikel 22.54, tweede lid, onder b, voor een tijdelijk toegelaten geluidgevoelig gebouw, geldt alleen voor een geluidgevoelig gebouw dat na de inwerkingtreding van de Omgevingswet is toegelaten voor een duur van niet meer dan 10 jaar, waarbij getoetst is aan de kwalitatieve norm 'aanvaardbaar' uit artikel 5.59, tweede lid van het Bkl.
Voor een geluidgevoelig gebouw dat al voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet is toegelaten geldt de uitzondering niet. Zo'n gebouw valt wel binnen het toepassingsbereik van deze paragraaf en hiervoor blijft wel een waarde gelden voor het geluid door een activiteit op de gevel van een tijdelijk toegelaten geluidgevoelig gebouw.
De reden voor het uitzonderen is dat onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer de geluidnormen wel golden voor gebouwen waarvoor het tijdelijk toegelaten is om ze te gebruiken als geluidgevoelig gebouw.
Zie het schema in de volgende alinea voor een overzicht van de gevallen waarin een waarde voor geluid geldt bij verschillende situaties van geluidgevoelige gebouwen die tijdelijk toegelaten zijn versus activiteiten.
Tweede lid
Onder het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer kregen geprojecteerde en in aanbouw zijnde geluidgevoelige gebouwen geen bescherming tegen geluid van milieubelastende activiteiten. Dit is wel zo bij de instructieregels van het Bkl. De geluidwaarde geldt dan op de locatie waar volgens het omgevingsplan of de omgevingsvergunning de gevel van het gebouw gebouwd mag worden. Omdat de voormalige bestemmingsplannen van rechtswege zijn overgegaan in omgevingsplannen, zou toetsing op een geprojecteerd gebouw ertoe kunnen leiden dat een bestaande activiteit opeens niet meer voldoet aan de geluideisen. In de transitieperiode is dit ongewenst: voor rechtmatige bestaande situaties moeten niet ineens strengere waarden voor geluid gaan gelden. Daarom is in de omgevingsplanregels van rijkswege, voor situaties die al toegestaan zijn voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, de uitzondering opgenomen dat onder een geluidgevoelig gebouw niet wordt verstaan een geprojecteerd gebouw of een geluidgevoelig gebouw in aanbouw. Het uitgangspunt voor het overgangsrecht is dat de initiatiefnemer onder dezelfde condities zijn activiteit moet kunnen blijven voortzetten. Als na de inwerkingtreding van de Omgevingswet een nieuw geluidgevoelig gebouw wordt toegelaten bij een bestaande activiteit, of een nieuwe activiteit begint bij een bestaand geluidgevoelig gebouw, gelden al wel de nieuwe regels. Dit verschil werkt ook door naar de omgevingsplanregels van rijkswege.
|
Schema: of waarden voor geluid gelden bij geprojecteerde of in aanbouw zijnde geluidgevoelige gebouwen of tijdelijke geluidgevoelig gebouwen versus situatie activiteiten |
||
|
|
Activiteiten |
|
|
Geluidgevoelig gebouw |
al rechtmatig verricht voor inwerkingtreding van de Omgevingswet |
nog niet rechtmatig verricht voor inwerkingtreding van de Omgevingswet |
|
op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan) toegelaten maar nog niet gebouwd |
de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn niet van toepassing |
de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing |
|
in het nieuwe deel van hetomgevingsplan toegelaten maar nog niet gebouwd |
de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing |
de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing |
|
op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan) toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar |
de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing |
de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing |
|
in het nieuwe deel van het omgevingsplan toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar |
de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing |
de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing |
|
Schema: of waarden voor geluid gelden bij geprojecteerde of in aanbouw zijnde geluidgevoelige gebouwen of tijdelijke geluidgevoelig gebouwen versus situatie activiteiten |
||
|
|
Activiteiten |
|
|
Geluidgevoelig gebouw |
al rechtmatig verricht voor inwerkingtreding van de Omgevingswet |
nog niet rechtmatig verricht voor inwerkingtreding van de Omgevingswet |
|
op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan) toegelaten maar nog niet gebouwd |
de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn niet van toepassing |
de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing |
|
in het nieuwe deel van hetomgevingsplan toegelaten maar nog niet gebouwd |
de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing |
de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing |
|
op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan) toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar |
de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing |
de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing |
|
in het nieuwe deel van het omgevingsplan toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar |
de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing |
de waarden voor geluid uit paragraaf 22.3.4 zijn wel van toepassing |
X
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Eerste lid
In artikel 5.90 van het Bkl zijn geurgevoelige gebouwen die zijn toegelaten voor de duur van niet meer dan tien jaar, uitgesloten van het toepassingsbereik van de bepalingen over geur in dat besluit. In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer kregen deze gebouwen dezelfde bescherming tegen geurhinder als alle andere geurgevoelige objecten.
Dit artikellid zorgt ervoor dat de tijdelijke geurgevoelige objecten die toegelaten zijn op grond van het recht zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, wel bescherming in de vorm van geurwaarden en afstandseisen blijven houden. Dit tot het moment dat bij:
het vaststellen van het nieuwe deel van dit omgevingsplan; of
het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit beoordeeld is dat de situatie ook zonder geldende waarde of afstanden voor geur op het tijdelijke geurgevoelige gebouw aanvaardbaar is.
Tweede lid
Onderdeel b van het tweede lid gaat over geprojecteerde en in aanbouw zijnde geurgevoelige gebouwen die op grond van het recht zoals dat gold vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet toegelaten zijn. Deze gebouwen krijgen op grond van dit onderdeel geen bescherming voor geur. Het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer bood namelijk geen bescherming voor geur aan geplande, maar nog te bouwen gebouwen.
Schema: of waarden of afstanden voor geur gelden bij geprojecteerde of in aanbouw zijnde geluidgevoelige gebouwen of tijdelijke geurgevoelig gebouwen of objecten
|
Geurgevoelig gebouw of object |
Activiteit |
|
op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan), toegelaten maar nog niet gebouwd |
de waarden en afstanden voor geur zijn niet van toepassing |
|
in het nieuwe deel van het omgevingsplan, toegelaten maar nog niet gebouwd |
de waarden en afstanden voor geur zijn wel van toepassing |
|
geurgevoelig object dat op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan) is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar . |
de waarden en afstanden voor geur zijn wel van toepassing |
|
geurgevoelig gebouw dat in het nieuwe deel van het omgevingsplan is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar. |
de waarden en afstanden voor geur zijn niet van toepassing |
|
Geurgevoelig gebouw of object |
Activiteit |
|
op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan), toegelaten maar nog niet gebouwd |
de waarden en afstanden voor geur zijn niet van toepassing |
|
in het nieuwe deel van het omgevingsplan, toegelaten maar nog niet gebouwd |
de waarden en afstanden voor geur zijn wel van toepassing |
|
geurgevoelig object dat op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan) is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar . |
de waarden en afstanden voor geur zijn wel van toepassing |
|
geurgevoelig gebouw dat in het nieuwe deel van het omgevingsplan is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar. |
de waarden en afstanden voor geur zijn niet van toepassing |
Y
De volgende sectie wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Eerste lid
In artikel 5.89a van het Bkl zijn slagschaduwgevoelige gebouwen, die zijn toegelaten voor de duur van niet meer dan tien jaar, uitgesloten van het toepassingsbereik van de bepalingen over slagschaduw in dat besluit. In het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer kregen deze tijdelijk toegelaten slagschaduwgevoelige gebouwen wel bescherming. Dit artikellid zorgt ervoor dat de tijdelijke slagschaduwgevoelige gebouwen, die toegelaten zijn op grond van het recht zoals dat gold vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet, wel bescherming tegen slagschaduw blijven houden. Dit tot het moment dat bij:
het vaststellen van het nieuwe deel van het omgevingsplan; of
het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit; beoordeeld is dat de situatie ook zonder deze regel voor slagschaduw op het tijdelijke slagschaduwgevoelige gebouw, aanvaardbaar is.
Tweede lid
Het tweede lid gaat over geprojecteerde en in aanbouw zijnde slagschaduwgevoelige gebouwen, die op grond van het recht zoals dat gold vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet toegelaten zijn. Deze gebouwen krijgen op grond van dit onderdeel geen bescherming voor slagschaduw. Het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer bood namelijk geen bescherming tegen slagschaduw aan geplande, maar nog te bouwen gebouwen.agschaduw aan geplande, maar nog te bouwen gebouwen.
|
Schema: of regels voor slagschaduw gelden bij geprojecteerde of in aanbouw zijnde slagschaduwgevoelige gebouwen of tijdelijk toegelaten slagschaduwgevoelige gebouwen |
|
|
Slagschaduwgevoelig gebouw |
Activiteit |
|
op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan), toegelaten maar nog niet gebouwd |
de regel voor slagschaduw is niet van toepassing |
|
in het nieuwe deel van het omgevingsplan, toegelaten maar nog niet gebouwd |
de regel voor slagschaduw is wel van toepassing |
|
slagschaduwgevoelig gebouw dat op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan) is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar |
de regel voor slagschaduw is wel van toepassing |
|
slagschaduwgevoelig gebouw dat in het nieuwedeel van het omgevingsplan is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar |
de regel voor slagschaduw is niet van toepassing |
|
Schema: of regels voor slagschaduw gelden bij geprojecteerde of in aanbouw zijnde slagschaduwgevoelige gebouwen of tijdelijk toegelaten slagschaduwgevoelige gebouwen |
|
|
Slagschaduwgevoelig gebouw |
Activiteit |
|
op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan), toegelaten maar nog niet gebouwd |
de regel voor slagschaduw is niet van toepassing |
|
in het nieuwe deel van het omgevingsplan, toegelaten maar nog niet gebouwd |
de regel voor slagschaduw is wel van toepassing |
|
slagschaduwgevoelig gebouw dat op grond van het oude recht (in het tijdelijke deel van het omgevingsplan) is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar |
de regel voor slagschaduw is wel van toepassing |
|
slagschaduwgevoelig gebouw dat in het nieuwedeel van het omgevingsplan is toegelaten voor een duur van niet meer dan tien jaar |
de regel voor slagschaduw is niet van toepassing |
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-327268.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.