Gemeenteblad van 's-Gravenhage
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Gravenhage | Gemeenteblad 2025, 327140 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Gravenhage | Gemeenteblad 2025, 327140 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad
Hoofdstuk I Algemene bepalingen
Artikel 4 Het onderzoek van de geloofsbrieven; beëdiging, benoeming
Bij elke benoeming van nieuwe leden van de raad stelt de raad een commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden. De commissie van de geloofsbrieven wordt benoemd voor de duur van de raadsperiode.
Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, of indien de fractie unaniem besloten heeft een andere naam te voeren dan de aanduiding waarmee is deelgenomen aan de verkiezingen, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad of in de eerstvolgende raadsvergadering na het fractiebesluit tot wijziging van de naam van de fractie aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren. Artikel G3, vierde lid Kieswet is van overeenkomstige toepassing.
wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.
De als gevolg hiervan veranderde situatie gaat in met ingang van de dag, waarop de schriftelijke mededeling door de voorzitter van de raad is ontvangen.
Indien niet duidelijk is na een splitsing van een fractie welk deel kan worden beschouwd als voortzetting van een fractie als bedoeld in het eerste lid, bepaalt de politieke groepering die de kandidatenlijst bij het centraal stembureau heeft ingeleverd welk deel als voortzetting van een fractie wordt beschouwd.
Hoofdstuk II De raadsvergadering
Artikel 7 Oproeping voor de vergadering
Artikel 9 Ter inzage leggen van stukken
Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de oproep voor iedereen digitaal ter inzage gelegd. De voorzitter maakt van de terinzagelegging melding in de openbare kennisgeving als bedoeld in artikel 10. Indien na het verzenden van de oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en in een openbare kennisgeving.
1. Elk raadslid tekent bij binnenkomst van de vergadering de presentielijst.
2. De presentielijst geldt voor de gehele vergadering, ook als deze na schorsing wordt voortgezet.
3. Na sluiting van de vergadering ondertekenen de voorzitter en de griffier deze lijst.
4. Een lid dat de vergadering tussentijds verlaat en niet zal terugkeren, meldt dit aan de griffier.
5. Een lid dat verhinderd is de vergadering bij te wonen, meldt dat voor het begin van de vergadering aan de griffier.
Artikel 14 Notulen van de raad
De leden, de voorzitter, de wethouders en de griffier hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de notulen onjuistheden bevatten of niet duidelijk weergeven wat gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering moet voor het vaststellen van de notulen bij de griffier worden ingediend.
Artikel 15 Lijst ingekomen stukken
Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt tegelijkertijd met de agenda uiterlijk tien dagen voor de vergadering aan de leden van de raad toegezonden en ter inzage gelegd. Indien de lijst tegelijkertijd met een aanvullingsagenda wordt meegezonden, bedraagt deze termijn uiterlijk twee werkdagen voor de betreffende vergadering.
De raad beslist, op voorstel van het presidium, over de wijze waarop een bij hem ingekomen stuk, voorkomend op de lijst “Ingekomen stukken”, wordt afgedaan, tenzij het al als gevolg van de daarvoor geldende bepalingen in handen is gesteld van de Adviescommissie bezwaarschriften. Vooruitlopend op het besluit van de raad kan een stuk al feitelijk in handen worden gesteld van een gemeentelijk bestuursorgaan ter afhandeling. Besluit de raad anders, dan doet het door de raad bepaalde orgaan het stuk af.
De beraadslaging over elk aan de orde gesteld onderwerp vindt plaats in ten hoogste twee spreektermijnen, waarbij per fractie één lid dan wel verschillende leden het woord voert (voeren). Met uitzondering van de voorzitter voert niemand zonder toestemming van de raad in dezelfde termijn meer dan eenmaal het woord. De raad kan besluiten dat de beraadslaging in derde termijn wordt voortgezet.
Op verzoek van een lid van de raad aan de voorzitter of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen zodat het college of de leden de gelegenheid hebben voor onderling overleg. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode is verstreken, tenzij om verlenging van de schorsing wordt gevraagd en die wordt toegekend.
Na de sluiting van de beraadslaging wordt door de raad over het aan de orde gestelde onderwerp aan het eind van de vergadering gestemd, tenzij de raad besluit de stemming op een ander tijdstip te doen plaatsvinden.
Stemming over een ingediende motie van wantrouwen vindt plaats direct na afronding van de termijn.
Artikel 18 Opgave als spreker; volgorde
Zodra een onderwerp op de (voorlopige) agenda van de raad is geplaatst, kan ieder lid zich (laten) inschrijven op de sprekerslijst.
Indien een fractie in de commissie of voorafgaand aan de raad om agendering van een onderwerp heeft gevraagd en dat onderwerp aan de agenda is toegevoegd, wordt een lid van die fractie als eerste spreker op dat onderwerp op de sprekerslijst geplaatst.
Het debat wordt gevoerd op de inhoud en niet op de persoon. Wanneer een lid naar het oordeel van de voorzitter de orde in de vergadering verstoort of zich uitdrukkingen veroorlooft, die niet in overeenstemming met de goede toon zijn, vermaant de voorzitter de spreker en krijgt de spreker de gelegenheid de woorden die tot de waarschuwing aanleiding hebben gegeven terug te nemen.
Vallend onder niet in overeenstemming met de goede toon is in ieder geval, maar niet limitatief:
De gedragscode raadsleden is hierbij de leidraad.
Naast wat er is geregeld in artikel 26 van de wet kan de voorzitter een spreker, indien die zich in de gevallen van de artikelen 19 17, vierde lid, en 20, derde en vierde lid van deze verordening niet naar de aanwijzingen gedraagt, voor het aan de orde zijnde onderwerp het woord ontnemen. Er kan geen beroep op de raad worden gedaan ten aanzien van beslissingen van de voorzitter op grond van dit artikel.
Artikel 23 Stemming; procedure hoofdelijke stemming
Het stemrecht is een individueel recht. Leden brengen hun stem individueel en persoonlijk uit. Stemmen voor een ander is niet toegestaan. Indien stemming wordt gevraagd, gebeurt dit op digitale wijze dan wel door middel van zitten en opstaan. Leden dragen ervoor zorg voor stemmingen aanwezig te zijn in de raadzaal. Voorafgaand aan de stemming kan de voorzitter de leden oproepen tot stemming door middel van een geluidssignaal.
Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het daarvoor bij loting aangewezen raadslid. Vervolgens geschiedt de oproeping op alfabetische volgorde. Als de voorzitter tevens lid is van de raad, brengt hij het laatst zijn stem uit.
Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen totdat het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming.
Artikel 25 Stemmen over personen
Niet behoorlijk ingevulde stembiljetten worden voor de bepaling van de volstrekte meerderheid niet meegeteld bij het aantal geldig uitgebracht stemmen. Een blanco stembiljet wordt geacht niet behoorlijk te zijn ingevuld. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad op voorstel van het stembureau.
Indien bij de tweede vrije stemming een gelijk aantal stemmen is uitgebracht op meer dan twee personen en dit aantal stemmen groter is dan het aantal op anderen uitgebrachte stemmen, beslist het lot tussen degenen, die het grootste aantal stemmen verkregen, welke twee personen voor de derde stemming in aanmerking komen.
Indien bij de tweede vrije stemming een persoon het grootste aantal stemmen doch niet de volstrekte meerderheid heeft verkregen, terwijl op twee of meer andere personen een gelijk aantal stemmen is uitgebracht, dan beslist het lot, wie van deze laatsten met de persoon, die het grootste aantal stemmen verkreeg, voor de derde stemming in aanmerking zal worden gebracht.
Hoofdstuk IV Instrumenten van de raad
Het lid dat een spoeddebat wenst aan te vragen meldt dit, onder aanduiding van het onderwerp. De vragensteller beargumenteert de spoedeisendheid van de vragen. Deze punten, gecombineerd met de aspecten waarop de vragen betrekking zullen hebben, worden schriftelijk aangeleverd bij de voorzitter tot uiterlijk 48 uur voor aanvang van de raad via een daartoe bestemd mailadres van de griffie. Het aldus aangemelde onderwerp wordt zo spoedig mogelijk gelijktijdig ter kennis gebracht van de raad en het college. De voorzitter besluit over de aanvraag na advies van het presidium.
De voorzitter kan, in overleg met het presidium, weigeren een onderwerp tijdens het spoeddebat aan de orde te stellen, indien de spoedeisendheid door de aanvrager niet voldoende is beargumenteerd, de voorzitter het onderwerp niet voldoende nauwkeurig omschreven acht dan wel strijdig acht met het algemeen belang. De voorzitter staat het spoeddebat niet toe als sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid.
Hierna kan namens elke fractie, behoudens die van het raadslid dat de vragen heeft gesteld, één lid aanvullende vragen stellen. Indien van deze gelegenheid gebruik wordt gemaakt, geldt hiervoor ook een spreektijd van ten hoogste één minuut. Aan eenieder tot wie de eventuele vragen zijn gericht wordt voor ten hoogste twee minuten het woord verleend om te antwoorden.
Artikel 31 Afronding debat uit de commissie
Een afronding debat uit de commissie heeft tot doel een raadslid in de gelegenheid te stellen een motie in te dienen ter afronding van de behandeling van een commissiebrief, raadsmededeling, beantwoording schriftelijke vragen of spoeddebat in de commissie. Voorafgaand aan het indienen van de motie heeft een raadslid de gelegenheid zijn motie kort toe te lichten, indien er nog spreektijd is. Het college heeft de gelegenheid op de motie te reageren. Een raadslid mag de ingediende motie wijzigen als de beantwoording van het college daartoe aanleiding geeft.
Artikel 32 Schriftelijke vragen
De vragen worden schriftelijk aan de gehele raad binnen vier weken na de datum, waarop zij zijn ingekomen beantwoord. Indien de beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, wordt daarvan onder mededeling van de redenen aan de raad kennis gegeven. Vervolgens wordt zo spoedig mogelijk een nieuwe termijn bepaald, waarbinnen beantwoording plaatsvindt. Indien ook deze termijn wordt overschreden, kunnen de vragen aan de orde worden gesteld als mondelinge vragen.
Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt uiterlijk tijdens het fractievoorzittersoverleg dat aan de betreffende raadsvergadering voorafgaat schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Onder een interpellatie wordt verstaan het recht van een raadslid om tijdens een vergadering over een niet-geagendeerd actueel belangwekkend geen uitstel van behandeling vergend onderwerp vragen aan het college of de burgemeester te stellen. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarop inlichtingen worden verlangd, de reden waarom behandeling van het onderwerp geen uitstel kan lijden evenals de te stellen vragen.
Voorstellen kunnen via een besluitenlijst aan de raad worden voorgelegd, indien de geraadpleegde raadscommissie unaniem met het voorstel instemt dan wel akkoord gaat met het voornemen tot plaatsing van een voorstel op deze lijst. Het presidium kan bij vaststelling van de voorlopige agenda eveneens voorstellen op de besluitenlijst opnemen. Dit geldt ook voor het fractievoorzittersoverleg.
Indien een vijfde van het aantal leden over een op de besluitenlijst vermeld voorstel het woord wenst te voeren, of een lid aankondigt een motie te willen indienen op een voorstel dat vermeld is op de besluitenlijst, wordt de behandeling van het voorstel aangehouden tot de eerstvolgende vergadering. Het voorstel wordt als afzonderlijk agendapunt op de agenda voor deze vergadering geplaatst.
Ieder lid van de raad kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Beraadslaagd kan worden over amendementen ingediend door leden van de raad, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn.
Het college/het presidium doet een motie binnen zes weken schriftelijk af. Kan afdoening niet binnen deze termijn plaatsvinden, dan informeert het college/het presidium de raad hierover binnen de termijn van zes weken schriftelijk onder vermelding van de termijn waarbinnen de motie wel wordt afgedaan.
Hoofdstuk V Bijzondere bepalingen
Artikel 40 Wijze van vervulling van het lidmaatschap van besturen van instellingen
Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de secretaris, die door de raad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht om – in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken òf voor het sluiten van de vergadering – verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Een door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de betreffende commissie.
Ieder raadslid kan schriftelijke vragen stellen aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, evenals aan ieder ander persoon die door de raad is aangewezen tot lid van een in het eerste lid bedoeld openbaar lichaam of orgaan. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 32, zijn van overeenkomstige toepassing.
Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid, evenals een ander persoon die door de raad is aangewezen tot lid van een in het eerste lid bedoeld openbaar lichaam of orgaan ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 34, zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 41 Voorlichting door niet-leden
De raad kan besluiten om een lid van de rekenkamer zoals genoemd in artikel 81a of een bestuurscommissie zoals genoemd in artikel 83 van de wet in zijn vergadering te laten spreken over een onderwerp van de agenda. Dit kan ook over onderwerpen waarover een interpellatie wordt gehouden, mits het onderwerp tot het werkterrein van de bestuurscommissie behoort.
Artikel 44 Geluid- en beeldopnames
Wie van een openbare raadsvergadering geluids- of beeldopnames wil maken meldt dit aan de voorzitter en gedraagt zich naar de aanwijzingen van de voorzitter.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-327140.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.