Besluit tot wijziging van Nadere regel uitgifte parkeervergunningen en garageplaatsen gemeente Utrecht

Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht,

  • Gelet op artikel 3, derde lid, van de Parkeerplaatsenverordening 2014

Overwegende dat burgemeester en wethouders met de Nadere regel uitgifte parkeervergunningen en garageplaatsen gemeente Utrecht onder andere invulling geven aan de voorwaarden voor de deelautovergunningen;

Besluiten als volgt: :

Artikel I

De Nadere regel uitgifte parkeervergunningen en garageplaatsen gemeente Utrecht wordt als volgt gewijzigd:

A. Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In het tweede lid, onder a wordt ‘abonnement’ vervangen door ‘op grond van een overeenkomst’ en wordt na ‘derden’ ingevoegd ‘of aan een autodeelgroep of aan de deelnemers van een autodeelgroep;’.

  • 2.

    In het tweede lid wordt, onder verlettering van d tot en met n tot e tot en met o, een nieuw punt d ingevoegd: ‘autodeelgroep: groep bewoners uit Utrecht die gezamenlijk afspraken maakt over het delen van één of meerdere deelauto’s;.’

  • 3.

    In het tweede lid, onder l (nieuw) wordt ‘zoals deze is gepubliceerd op de site van het CROW en www.CDS-M.nl’ vervangen door ‘die wordt beheerd door het Nationaal Toegangspunt Mobiliteitsdata;’.

B. Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    Daar waar in het artikel een aandachtstreepje gevolgd wordt door een punt, vervalt de punt.

  • 2.

    In het tweede lid wordt ‘wordt uitgegeven aan een deelauto-organisatie voor auto’s die op abonnement aan gebruikers ter beschikking worden gesteld’ vervangen door:

  • ‘kan worden uitgegeven aan:

    • a.

      een commerciële organisatie die op grond van een overeenkomst auto's ter beschikking stelt aan derden of aan een autodeelgroep;

    • b.

      een autodeelgroep die op grond van een overeenkomst auto’s ter beschikking stelt aan zijn deelnemers.’

  • 3.

    In het negende lid, onder a, het vierde aandachtsstreepje wordt na ‘afgesloten’ het zinsdeel ‘als de vergunninghouder een commerciële organisatie is’ toegevoegd.

  • 4.

    In het negende lid, onder c, het tweede aandachtsstreepje komt ‘door derden’ te vervallen.

  • 5.

    In het negende lid, onder e, het eerste aandachtsstreepje komt de zinsnede ‘De deelauto-organisatie dient per januari 2024 de gemeente of een door de gemeente aangewezen derde, actuele geanonimiseerde gegevens over haar deelvoertuigen in Utrecht geautomatiseerd te verstrekken volgens de CDS-werkwijze.’ te vervallen.

  • 6.

    In het negende lid, onder e, wordt na het bepaalde in het eerste aandachtsstreepje, een nieuw aandachtsstreepje ingevoegd, luidende:

  • - De deelauto-organisatie verstrekt per 1 januari 2026 aan burgemeester en wethouders of een door burgemeester en wethouders aangewezen derde, de gegevens over haar deelvoertuigen en het gebruik daarvan in Utrecht die noodzakelijk zijn voor het toezicht op de naleving van de verleende vergunning en voor de ontwikkeling en evaluatie van het gemeentelijk parkeer- en deelmobiliteitsbeleid. Dit betreft in ieder geval de volgende gegevens:

  • a. Gegevens over de deelauto:

10. het type deelauto (zoals rayongebonden of met een vaste plek);

20. een identificatienummer van de deelauto;

30. een identificatienummer van de deelauto-aanbieder;

40. het type auto;

50. de aandrijving van de auto, en

60. het gebied waarin de deelauto wordt aangeboden.

  • b. Gegevens over de voertuigstatus:

10. de voertuigstatus (zoals beschikbaar, niet beschikbaar, gereserveerd); en

20. het tijdstip en de locatie van de verandering van voertuigstatus;

c. Gegevens over gemaakte ritten:

10. een (gepseudonimiseerd) identificatienummer van een rit;

20. de start- en eindtijd van een rit;

30. de start- en eindlocatie van een rit;

40. de duur van de rit, en

de afgelegde afstand van een rit.

  • 7.

    In het negende lid, onder e, wordt na het bepaalde in het tweede aandachtsstreepje (nieuw) een nieuw aandachtsstreepje ingevoegd, luidende:

  • De deelauto-organisatie verstrekt de gegevens op elke maandag na afloop van een kalenderweek, lopend van zondag tot en met zaterdag, geautomatiseerd volgens de CDS-M werkwijze.

  • 8.

    Onder vernummering van de leden tien tot en met twaalf tot elf tot en met dertien, wordt een nieuw lid 10 ingevoegd, luidende als volgt:

Wanneer autodeelgroepen of commerciële organisaties voor een autodeelgroep een deelautovergunning aanvragen, geldt daarnaast het volgende:

  • a.

    Lid 5 en de volgende punten uit lid 9 gelden niet:

  • 10. lid 9d het aanbieden van een Engelstalige dienstverlening;

20. lid 9e het geautomatiseerd delen van data via de CDS-M-werkwijze, en

  • 30. lid 9e het hebben van een MaaS-integratie met tenminste twee partijen;

  • b.

    Er moet worden aangetoond dat de parkeervergunning wordt aangevraagd voor het laten functioneren van een autodeelgroep;

  • c.

    Een deelautovergunning wordt uitgegeven voor een periode van 5 jaar. Deze periode kan verlengd worden of gewijzigd naar uitgifte voor onbepaalde tijd. Het college kan gedurende de vergunningsperiode de voorwaarden wijzigen, voor zover dit nodig is om het beoogde doel te borgen: het faciliteren en stimuleren van bewonersinitiatieven rondom het delen van auto’s;

  • d.

    De autodeelgroep heeft minstens 3 deelnemende bewoners die op verschillende adressen in Utrecht wonen. Voor elke volgende parkeervergunning heeft de autodeelgroep 3 extra deelnemende bewoners, en

  • e.

    De vergunninghouder dient op verzoek de gemeente minimaal 1 keer per jaar de gemeente of een door de gemeente aangewezen derde, actuele gepseudonimiseerde gegevens over haar deelvoertuigen in Utrecht te verstrekken, zoals het aantal ritten en de afgelegde afstand.

  • 9.

    In het elfde lid (nieuw) wordt achter de tekst ‘lid 9’ ingevoegd ‘en 10’.

C. Artikel 20a wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In het zevende lid wordt aan de eerste zin na het woord ‘derden’ toegevoegd: ‘voor autodeelgroepen geldt dat het deelvoertuig gemiddeld 85% van de tijd beschikbaar moet zijn voor gebruik door deelnemers.‘

D. Artikel 20b wordt als volgt gewijzigd:

Aan het tweede lid wordt aan het einde van de zin toegevoegd: ‘en over MaaS uit lid 9 sub e’.

Onder vernummering van lid twaalf tot dertien, wordt een nieuw lid 12 ingevoegd, luidende: ‘De vergunninghouder heeft vanaf een jaar na start van de proefperiode een MaaS-integratie met tenminste twee partijen die landelijk actief zijn.’

E. Artikel 32 wordt als volgt gewijzigd:

  • 1.

    In het eerste lid wordt ‘beleidsregels treden’ vervangen door ‘Nadere regel treedt’.

  • 2.

    In het tweede lid wordt ‘regels’ vervangen door ‘regel’.

F. De Algemene toelichting wordt als volgt gewijzigd:

1. De tekst onder het kopje ‘Artikel 20 Deelautovergunning’ vervalt.

2. Onder het kopje ‘Artikel 20 Deelautovergunning’ wordt een nieuwe tekst ingevoegd, luidende als volgt:

Met een deelautovergunning bestaat voor een deelauto-organisaties de mogelijkheid om een deelauto te (laten) parkeren op de parkeerapparatuurplaatsen in het parkeerrayon waarvoor de vergunning geldt. Als de deelauto in een ander parkeerrayon wordt geparkeerd, moet op andere wijze parkeergeld worden betaald.

Deelauto’s kunnen af en toe verwisseld kunnen worden, bijvoorbeeld vanwege onderhoud of optimaal gebruik van de vloot. De deelautovergunning mag echter niet worden gebruikt voor het veelvuldig, regulier wisselen van kentekens om te faciliteren dat gebruikers van deelauto’s in een ander rayon kunnen parkeren. In dat geval dient een vergunning deelauto stadsbreed te worden verkregen.

De voertuigen moeten herkenbaar en identificeerbaar zijn als voertuig van de vergunninghouder. Op deze manier kunnen handhavers tegen foutparkeerders de deelauto als zodanig herkennen. Het is daarom van belang dat de auto zowel aan de voor- als de achterzijde herkenbaar is als deelauto.

De gemeente heeft in de Nadere Regel een specifieke gegevensuitvraag ten behoeve van beleidsvorming en -toetsing vastgesteld. Kwalitatief goede data is voor de gemeente essentieel om inzicht te vergaren in vraag en aanbod van deelauto’s in de stad. Daarnaast is het belangrijk dat we er als gemeente voor zorgen dat de deelauto-organisaties vertrouwelijk omgaan met persoonsgegevens en dat privacy geborgd is. Bepaald is dat dit via de CDS-M werkwijze gebeurt, aangezien die waarborgen biedt voor de bescherming van persoonsgegevens. De gemeente ontvangt geen direct identificerende kenmerken, zoals namen, kentekens of adresgegevens van gebruikers van de deelauto’s. De gemeente ontvangt gegevens die mogelijk indirect herleidbaar tot personen zijn. Hierbij gaat het met name om start- en eindtijden en start- en eindlocaties van ritten met deelauto’s. Ook bij indirecte herleidbaarheid naar betrokken is sprake van persoonsgegevens. Bij de verwerking van deze persoonsgegevens wordt te allen tijden de Algemene Verordening Gegevensbescherming in acht genomen teneinde de privacy van betrokkenen te waarborgen. De wijze waarop dit gebeurt, is onderbouwd in een Data Protection Impact Assessment (DPIA). De gemeente kan een derde partij aanwijzen waaraan de deelauto-organisatie de gegevens moeten leveren. Deze derde handelt als verwerker van de gemeente, de gemeente is verwerkingsverantwoordelijk. De gegevens kunnen daarnaast (bedrijfs)vertrouwelijke informatie bevatten. De afspraken betreffende de omgang en verwerking van deze vertrouwelijke gegevens in het dashboard zullen worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de gemeente en vergunninghouder.

Met verstrekking na afloop van elke kalenderweek (zondag tot en met zaterdag) wordt het volgende bedoeld: elke maandag verwacht de gemeente de data van de week ervoor, van zondag 00:00 tot en met de zaterdag erop 23:59. Ritten die over deze grens heen lopen, worden in de data gerapporteerd in de week waarin die eindigt.

In de situatie dat er geen commerciële organisatie is, kan een coöperatie een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering afsluiten.

In bepaalde gevallen kan maatwerk nodig zijn en bestaat de mogelijkheid om af te wijken van de voorwaarden in lid 9. Dit kan bijvoorbeeld gaan over het afwijken van de eisen rondom zero-emissie en bezettingsgraad om deelvervoer beschikbaar te maken voor iedereen of in uitzonderlijke situaties zoals de coronapandemie. We kunnen incidenteel afwijken van de eisen rondom zero-emissie wanneer een lid van een nieuwe bewonersorganisatie de eigen auto wil inbrengen in de bewonersorganisatie om deze te helpen opstarten. Deze bewoners moeten dan wel kunnen aantonen dat zij al langer eigenaar zijn van de auto. Dit moet altijd gebeuren op basis van een goede onderbouwing en schriftelijke goedkeuring van de gemeente.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking tegelijk met het besluit tot wijziging van de Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen voor het parkeren.

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, in de vergadering van 18 juli 2025.

De burgemeester

Sharon A.M. Dijksma

De secretaris,

Michiel J. Ruis

Naar boven