Gemeenteblad van Barneveld
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Barneveld | Gemeenteblad 2025, 324050 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Barneveld | Gemeenteblad 2025, 324050 | beleidsregel |
Beleidsregels verhaal Pw en Bbz 2004 gemeente Barneveld
Hoofdstuk 3: Verhaal door het college
Artikel 3. Bevoegdheid tot verhaal
Het college verhaalt de kosten van bijstand op diegene aan wie de persoon die bijstand ontvangt of heeft ontvangen een schenking heeft gedaan voor zover bij het besluit op de aanvraag om bijstand met de geschonken middelen rekening zou zijn gehouden als de schenking niet had plaatsgevonden, tenzij gelet op alle omstandigheden aannemelijk is dat de schenker ten tijde van de schenking de noodzaak van verlening van bijstand niet heeft kunnen voorzien.
Artikel 5. Ingangsdatum verhaalsbijdrage
De verhaalsbijdrage wordt opgelegd met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de datum waarop het verhaalsbesluit is verzonden.
Artikel 7. Indexering verhaalsbijdrage rechtelijke uitspraak
In overeenstemming met artikel 402a van Boek 1 van het BW worden de bij rechterlijke uitspraak vastgestelde onderhoudsbijdrage dan wel de door partijen bij overeenkomst vastgestelde onderhoudsbijdrage, jaarlijks geïndexeerd.
Artikel 10. Intrekking oude beleidsregels en overgangsrecht
Op besluiten, de daaruit voortvloeiende (betalings)afspraken en eventuele invorderingsmaatregelen die dateren van voor 1 januari 2024, blijven de eerdere Beleidsregels terugvordering en verhaal Pw, IOAW/IOAZ en Bbz gemeente Barneveld dan wel de Beleidsregels verhaal Pw en Bbz gemeente Barneveld onverkort van kracht.
Aldus vastgesteld op 15 juli 2025,
Burgemeester en wethouders voornoemd,
W. Wieringa
Secretaris
J. van der Tak,
Burgemeester
Echtgenoten en geregistreerde partners moeten elkaar onderhouden. Vaak ook na een scheiding. Ouders hebben die onderhoudsplicht voor hun kinderen tot 21 jaar.
Verhaal is het “terughalen” van de kosten van bijstand tot de grens van de onderhoudsplicht. De vraag of bijstand kan worden verhaald speelt meestal bij een bijstandsaanvraag van iemand die is verlaten of gescheiden. Er is geen onderhoudsplicht voor degenen die hebben samengewoond. Bijstand kan worden verhaald op:
De gemeente Barneveld geeft in deze beleidsregels de kaders over hoe zij het proces van verhaal heeft ingericht.
Dit artikel heeft geen toelichting nodig.
Artikel 2. Verplichting van de bijstandsgerechtigde tot het (op)eisen van alimentatie
Op grond van artikel 55 van de Pw kan het college nadere verplichtingen aan de bijstandsgerechtigde opleggen. Deze verplichtingen hebben tot doel het verminderen dan wel beëindigen van de bijstandsverlening. Hieronder kan het aanspraak maken op zowel partner- als kinderalimentatie worden verstaan.
Als de onderhoudsgerechtigde nog geen alimentatie heeft gevorderd bij de onderhoudsplichtige, wordt aan de onderhoudsgerechtigde in beginsel de verplichting opgelegd om alsnog alimentatie te vorderen bij de onderhoudsplichtige. Wil de onderhoudsplichtige hier niet aan meewerken? Dan zal de onderhoudsplicht middels een procedure bij de rechtbank door de onderhoudsgerechtigde moeten worden afgedwongen.
De op grond van artikel 55 van de Pw opgelegde verplichting houdt ook in dat de te vorderen alimentatie overeenkomstig de geldende alimentatienormen wordt vastgesteld. Voordat de onderhoudsgerechtigde instemt met de hoogte en duur van de alimentatie, moet de onderhoudsgerechtigde de draagkrachtberekening ter goedkeuring aan het college voorleggen. De draagkrachtberekening moet actueel zijn.
Voordat het college de verplichting oplegt dat via een rechterlijke uitspraak de onderhoudsplicht wordt vastgesteld, onderzoekt het college eerst of de onderhoudsplichtige naar verwachting draagkracht heeft om een onderhoudsbijdrage te kunnen betalen. Hierbij kan het college gebruikmaken van informatie van de bijstandsgerechtigde en het onderzoek dat is verricht door de advocaat van de onderhoudsgerechtigde.
De voorkeur van het college gaat uit naar het opleggen van een verplichting zoals bedoeld in artikel 55 van de Pw. Er zijn echter situaties denkbaar waarin het gelet op alle feiten en omstandigheden niet wenselijk of redelijk is hiertoe over te gaan. Hierbij moet worden gedacht aan een onveilige situatie voor de onderhoudsgerechtigde en/of zijn/haar kinderen. Het is aan het college om te bepalen of van een onveilige situatie sprake is. Als hiervan sprake is, wordt afgezien van het opleggen van de verplichting zoals bedoeld in artikel 55 van de Pw.
Het niet opleggen van de verplichting zoals bedoeld in artikel 55 van de Pw, laat onverlet dat het college op grond van de artikelen 62, 62b van de Pw en deze beleidsregels direct of op een later moment verhaal kan instellen.
Artikel 3. Bevoegdheid tot verhaal
Als het college afziet van het opleggen van de verplichting zoals bedoeld in artikel 55 van de Pw, maakt het college ten volle gebruik van de bevoegdheid om verhaal in te stellen. Hieronder wordt de aan de bijstandsgerechtigde en zijn/haar ten laste komende kind(eren) verleende algemene bijstand verstaan. Ook de ten behoeve van een jongmeerderjarige verstrekte bijzondere bijstand voor de kosten van levensonderhoud wordt hieronder verstaan.
Naast de gevallen waarin sprake is van verhaal op grond van een wettelijke onderhoudsplicht zoals bedoeld in Boek 1 van het BW, kan het college ook verhaal instellen bij een schenking en/of een nalatenschap (artikel 62f van de Pw).
Bij een schenking moet vast komen te staan dat het ten tijde van de schenking voor de schenker voorzienbaar was dat hij/zij hierdoor eerder in bijstand behoevende omstandigheden terecht zou komen.
Bij een nalatenschap geldt dat het college uitsluitend verhaal kan instellen op de langstlevende partner of op één van de erfgenamen die geacht kan worden bij de afhandeling van de nalatenschap betrokken te zijn.
Het college is bevoegd om af te zien van verhaal in de gevallen waarin het naar het oordeel van het college (nog) niet wenselijk is om een verhaalsbijdrage op te leggen.
Verhaalsbijdrage lager dan € 25,00 of € 50,00 per maand
Als sprake is van 1 onderhoudsgerechtigde ziet het college af van verhaal als de op te leggen bijdrage minder is dan € 25,00 per maand. Als sprake is van 2 of meer onderhoudsgerechtigden, wordt afgezien van verhaal als de op te leggen bijdrage minder is dan € 50,00 per maand. Bij kinderen is de minimale bijdrage € 25,00 per maand. Daarom is onderscheid gemaakt tussen 1 of meerdere onderhoudsgerechtigden.
Voordat tot dit besluit kan worden gekomen stuurt het college een kennisgeving naar de onderhoudsplichtige waarin wordt gevraagd om noodzakelijke bewijsstukken te overleggen. Als uit de draagkrachtberekening blijkt dat de draagkracht geen hogere bijdrage dan € 25,00 dan wel € 50,00 per maand toelaat, ziet het college af van verhaal.
Als bij een rechtelijke uitspraak is besloten dat de onderhoudsbijdrage € 25,00 of minder per maand bedraagt, wordt deze wel geïnd. Hieronder wordt niet een bij convenant overeengekomen onderhoudsbijdrage bedoeld die door de rechter is bekrachtigd. Alleen onderhoudsplichten die nadrukkelijk door de rechter zijn bepaald aan de hand van de geldende alimentatienormen worden gevolgd.
Als de onderhoudsplichtige is toegelaten tot de wettelijke schuldsanering (WSNP) of een gemeentelijk schuldregelingstraject (MSNP), kan het college gedurende de periode van de schuldregeling afzien van verhaal.
Als de onderhoudsplichtige nog niet is toegelaten tot de schuldregeling zal het verhaalsbesluit alsnog worden genomen. De hoogte van de onderhoudsbijdrage kan op dat moment namelijk nog meegenomen worden bij de beoordeling van het besteedbaar inkomen ten tijde van de schuldregeling.
Het is naar het oordeel van het college niet haalbaar om verhaal toe te passen als de onderhoudsplichtige in het buitenland verblijft. Bij de berekening van de draagkracht van de onderhoudsplichtige moet rekening worden gehouden met diverse kosten en de (vaak ingewikkelde) fiscale regels in het land waar de onderhoudsplichtige woont.
Het is naar het oordeel van het college niet wenselijk om verhaal toe te passen als de onderhoudsplichtige is opgenomen in de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI). Dit omdat niet bekend is waar de onderhoudsplichtige daadwerkelijk zijn verblijf heeft.
Als naar het oordeel van het college sprake is van dringende redenen kan worden afgezien van het versturen van een verhaalsbesluit. De vraag wat dringende redenen zijn om af te zien van het nemen van een verhaalbesluit kan moeilijk in zijn algemeenheid worden beantwoord. Aan de hand van alle omstandigheden moet de situatie worden beoordeeld.
Artikel 5. Ingangsdatum verhaalsbijdrage
Dit artikel heeft geen toelichting nodig.
Artikel 6. Hoogte verhaalsbijdrage
De hoogte van de op te leggen verhaalsbijdrage is begrensd door de behoefte van de bijstandsgerechtigde en/of zijn/haar ten laste komende kinderen en de draagkracht van de onderhoudsplichtige. Bij een verhaalsbijdrage voor de bijstandsgerechtigde (partneralimentatie) is de behoefte gelijk aan de maximaal bruto te verlenen bijstand. Bij een verhaalsbijdrage voor één of meer ten laste komende kinderen is de behoefte afhankelijk van de leeftijd van het kind/de kinderen en de hoogte van het voormalige gezinsinkomen (ten tijde van de samenleving). De verhaalsbijdrage kan nooit meer bedragen dan de bruto te verlenen bijstand.
Als de behoefte en/of de draagkracht niet kan worden berekend omdat de onderhoudsplichtige zijn inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Pw niet of onvoldoende nakomt, besluit het college om de verhaalsbijdrage voor de ex-partner vast te stellen op de bruto verleende bijstand (artikel 62i in samenhang met artikel 58, vijfde lid, van de Pw). Als het een onderhoudsbijdrage voor minderjarige kinderen betreft wordt de hoogte van de verhaalsbijdrage vastgesteld conform de hoogste inkomenscategorie van de geldende behoeftetabel die hoort bij het Tremarapport.
Artikel 7. Indexering verhaalsbijdrage rechtelijke uitspraak
Door de rechter vastgestelde alimentatie en verhaalsbijdragen worden jaarlijks van rechtswege geïndexeerd (artikel 62d van de Pw). Dit gebeurt automatisch, tenzij de indexatie door de rechter is uitgesloten. Bij een door het college opgelegde verhaalsbijdrage, die niet door de rechter is bekrachtigd, is geen sprake van indexering.
Artikel 8. Invordering van verhaalsbijdrage
Als de onderhoudsplichtige de verhaalsbijdrage niet betaalt, wordt eerst een aanmaning verzonden. Als de onderhoudsplichtige dan nog steeds niet betaalt, verhaalt het college in rechte (artikel 62g, tweede lid, van de Pw). Het college dient daarvoor een verzoekschrift in bij de rechtbank om de verhaalsbijdrage vast te stellen (artikel 62h van de Pw). Dit levert een executoriale titel op.
Artikel 9. (Her)onderzoek verhaalsbijdrage
Dit artikel heeft geen toelichting nodig.
Artikel 10. Intrekking oude beleidsregels en overgangsrecht
Dit artikel heeft geen toelichting nodig.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-324050.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.