Gemeenteblad van 's-Gravenhage
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Gravenhage | Gemeenteblad 2025, 323252 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Gravenhage | Gemeenteblad 2025, 323252 | beleidsregel |
Beleidsregel vergunning warmtenetten en -leidingen APV Den Haag 2025
Om de centrale rol in de warmtetransitie te kunnen vervullen en de daarvoor noodzakelijke regie te voeren, is een vergunningplicht voor het aanleggen, instandhouden, wijzigen of opruimen van warmtenetten of warmteleidingen opgenomen in de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag (APV). In artikel 2:10B, negende lid, van de APV zijn drie weigeringsgronden opgenomen op grond waarvan een vergunning in ieder geval geweigerd kan worden. In deze beleidsregel wordt invulling gegeven aan deze weigeringsgronden.
De weigeringsgronden zijn opgenomen in het belang van de ondergrondse ordening, de realisatie van de collectieve warmtenetten, de uitvoering van het gemeentelijk beleid op het gebied van de energietransitie en het beschermen de uitvoering van een gemeentelijke (concessie)opdracht of aanwijzing in een gebied dat door het college is aangewezen. De beschikbare ruimte is in grote delen van de stad schaars. Dit betekent dat een goede ondergrondse ordening essentieel is om ruimte te kunnen bieden aan de verschillende voorzieningen in die ondergrond.
Verder draagt de vergunningplicht bij aan de realisatie van de collectieve warmtenetten, de uitvoering van het gemeentelijk beleid op het gebied van de energietransitie en het beschermen van de uitvoering van een gemeentelijke (concessie)opdracht of aanwijzing in een gebied dat door het college is aangewezen. De warmtenetten en -leidingen moeten de verwarming via gas in grote delen van de stad gaan vervangen. Daarmee leveren de warmtenetten en -leidingen een belangrijke bijdrage aan de energietransitie en de ambitie van de gemeente Den Haag om in 2030 een klimaatneutrale gemeente te zijn. De vergunningplicht biedt ruimte om daar regie op te voeren en ook bewonersinitiatieven en warmtegemeenschappen te ondersteunen die warmtenetten en -leidingen willen aanleggen. Bij de beoordeling van vergunningaanvragen van bewonersinitiatieven wordt rekening gehouden met de schaal, het doel en de maatschappelijke meerwaarde van het initiatief. Kleinschalige warmtenetten vanuit bewoners kunnen een waardevolle aanvulling zijn op de warmtetransitie. De beleidsregel waarborgt dat deze initiatieven niet onnodig worden belemmerd, zolang zij niet conflicteren met gemeentelijke concessieopdrachten of de optimale benutting van de ondergrond.
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,
gelet op de artikelen 2:10B, tiende lid, van de Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag en 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht,
besluit vast te stellen de Beleidsregel vergunning warmtenetten en -leidingen APV Den Haag 2025:
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
Artikel 2 Reikwijdte beleidsregel
Deze beleidsregel is van toepassing op de wijze waarop bij de beoordeling van vergunningen wordt omgegaan met de weigeringsgronden, bedoeld in artikel 2:10B, negende lid, van de APV.
Artikel 3 Toepassing artikel 2:10B, negende lid, onderdeel a
Het college weigert een aanvraag op grond van artikel 2:10B, negende lid, onderdeel a, van de APV in ieder geval als:
a. de aanvraag niet leidt tot een optimale benutting van de ondergrond;
b. het op de desbetreffende locatie fysiek niet mogelijk is om warmtenetten of warmteleidingen aan te leggen;
c. de aanvraag niet voldoet aan het beleid ten aanzien van de ondergrondse ordening, waaronder het gemeentelijk standaard dwarsprofiel;
d. het aan te leggen warmtenet zorgt voor ongewenste verstoringen in het gebruik, het beheer of het onderhouden en vervangen van ander aanwezige warmtenetten; of
e. het gebied waarvoor de aanvraag is gedaan al is voorzien van een ander warmtenet of is aangewezen om daarvan te worden voorzien.
Artikel 4 Toepassing artikel 2:10B, negende lid, onderdeel b
Het college weigert een aanvraag op grond van artikel 2:10B, negende lid, onderdeel b, van de APV in ieder geval als:
a. het toekennen van de vergunning ertoe leidt dat het aanleggen van andere warmtenetten of warmteleidingen niet langer rendabel kan zijn;
b. geen rekening wordt gehouden met toekomstige gewenste uitbreidingen; of
Bij de beoordeling van een aanvraag worden in ieder geval de volgende beleidsstukken betrokken:
a. Transitievisie warmte (Tvw) (RIS313867);
b. het Stedelijk Energieplan (SEP)(306869) en de daarop gebaseerde uitvoeringsplannen;
c. Werkagenda Energietransitie (RIS317123);
Artikel 5 Toepassing artikel 2:10B, negende lid, onderdeel c
Een aanvraag op grond van artikel 2:10B, negende lid, onderdeel c, van de APV in een aangewezen gebied wordt in elk geval niet door het college geweigerd als de uit te voeren werkzaamheden uitsluitend betrekking hebben op zuiver instandhoudingsonderhoud van het betreffende warmtenet of warmteleiding en er geen sprake is van:
a. vergroting van de capaciteit van het betreffende warmtenet of warmteleiding;
b. verhoging van het aantal aansluitingen op dat warmtenet of die warmteleiding; of
c. werkzaamheden die de realisatie of exploitatie van een (collectief) warmtenet ter uitvoering van een gemeentelijke (concessie)opdracht of aanwijzing door het daartoe voor dat gebied geselecteerde of aangewezen warmtebedrijf bemoeilijken, of waarvan het aannemelijk is dat de werkzaamheden leiden tot een verhoging van de kosten van deze realisatie of exploitatie.
De beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij is geplaatst.
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel vergunning warmtenetten en -leidingen APV Den Haag 2025.
Het eerste lid gaat over de wijze waarop de weigeringsgronden in ieder geval zullen worden beoordeeld. In onderdeel a wordt gekeken naar de rendabiliteit. Zo wordt voorkomen dat het aanleggen van andere (aanvullende) warmtevoorzieningen in hetzelfde gebied niet langer rendabel is. Als de uit oogpunt van exploitatie (financieel) aantrekkelijke gebouwen al op een warmtenet zijn aangesloten, zijn de resterende, ‘onaantrekkelijke’ gebouwen niet meer op een rendabel warmtenet aan te sluiten, of wordt het gebied waarbinnen dit kan kleiner. In onderdeel b gaat het er onder meer om of het aan te leggen warmtenet te weinig capaciteit heeft om alle gebouwen in een gebied van warmte te voorzien, of als de aanleg van het betreffende warmtenet het moeilijker maakt om andere gebieden in de omgeving in de toekomst op het warmtenet aan te sluiten. Onderdeel c toetst onder andere of het warmtenet inefficiënt gebruik van energie bij de eindgebruiker bevordert. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de temperatuur in de retourleiding relatief hoog is ten opzichte van de aanvoertemperatuur. Het tweede lid biedt inzicht in de bestaande beleidsstukken die worden gebruikt ter beoordeling van een aanvraag. Grote aanpassingen of het ontstaan van nieuwe beleidsstukken op het gebied van energietransitie kunnen aanleiding zijn om deze beleidsregel te wijzigen.
Dit artikel is alleen van toepassing op het onderhoud ten behoeve van de instandhouding van reeds aanwezige warmtenetten of warmteleidingen in een aangewezen gebied. Er mag daarbij geen strijd zijn met het door de gemeente gevoerde beleid rondom de realisatie van collectieve warmtenetten in opdracht van de gemeente als bedoeld in artikel 2:10B, negende lid onder c, Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-323252.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.