Wijziging Algemene plaatselijke verordening Goeree-Overflakkee 2020

 

De raad van de gemeente Goeree-Overflakkee;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 juni 2025;

 

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

 

besluit vast te stellen de volgende wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Goeree-Overflakkee 2020.

Artikel I

De Algemene plaatselijke verordening Goeree-Overflakkee 2020 wordt gewijzigd als volgt:

 

  • A.

    Artikel 1:1 komt te luiden:

     

  • Artikel 1:1 Definities

    In deze verordening wordt verstaan onder:

    • badseizoen: de periode van 1 mei tot 1 oktober;

    • bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;

    • beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

    • bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet;

    • bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;

    • bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994;

    • college: het college van burgemeester en wethouders;

    • duinen: het gehele terrein tussen de Noordzee, Grevelingen, Haringvliet, Hollands Diep, Krammer, Volkerak enerzijds en het achterliggende polderland anderzijds in zijn geheel vormende de natuurlijke kering tegen het water langs de kust van Goeree-Overflakkee, bestaande uit aaneengesloten zandruggen en tussengelegen duinvalleien met de zich daarin bevindende kunstwerken en met de daarin gelegen en daartoe behorende wegen, dijken, voet- en fietspaden, afritten en toegangstrappen;

    • gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;

    • handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;

    • motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

    • openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;

    • openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;

    • overige wateren: de Grevelingen, het Haringvliet, Hollands Diep, Krammer en Volkerak voor zover deel uitmakend van het grondgebied van de gemeente Goeree-Overflakkee;

    • parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

    • rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht;

    • sportactiviteiten: balsporten, of daaraan gerelateerde sporten, zeskamp, vliegersport en overige sporten waaronder ook golf-, kitesurfen, buggykiten of vliegeren met een meerlijnsvlieger;

    • strand: het Noordzee-, Grevelingen- en Haringvlietstrand, met de daaraan grenzende hellingen of duinen, voor zover met het strand een geheel uitmakende en liggende buiten duidelijk afgescheiden particuliere terreinen;

    • vaartuig: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, glijboten, ponten en waterscooters;

    • verkeer: verkeer als bedoel in artikel 1 onder van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;

    • voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;

    • weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994;

    • woonschip: schip uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebruikt of tot woning bestemd;

    • zee: de Noordzee.

  • B.

    Artikel 2:10 komt te luiden:

     

  • Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan openbare plaatsen

    • 1.

      Het is verboden zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.

    • 2.

      De vergunning wordt geweigerd voor zover het gaat om de plaatsing van driehoeksborden, sandwichborden, spandoeken of andere borden met een soortgelijke functie.

    • 3.

      Het verbod is niet van toepassing op:

      • a.

        evenementen als bedoeld in artikel 2:24;

      • b.

        standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17;

      • c.

        voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard.

    • 4.

      Het verbod is voorts niet van toepassing op de volgende voorwerpen, mits wordt voldaan aan de krachtens het vijfde lid gestelde nadere regels:

      • a.

        terrassen als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid;

      • b.

        uitstallingen;

      • c.

        bouwobjecten, mits daarvan uiterlijk vijf werkdagen van tevoren een melding aan het college is gedaan;

      • d.

        plantenbakken en banken;

      • e.

        driehoeksborden, sandwichborden, of andere borden met een soortgelijke functie, ten behoeve van de exploitatie van een winkel of een ander gebouw waar goederen of diensten aan consumenten worden aangeboden;

      • f.

        nader door het college aan te wijzen voorwerpen.

    • 5.

      Het college stelt nadere regels voor de categorieën, bedoeld in het vierde lid.

    • 6.

      Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.

    • 7.

      In dit artikel wordt onder bevoegd bestuursorgaan verstaan het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, de burgemeester.

    • 8.

      Op de aanvraag om een vergunning, niet zijnde een omgevingsvergunning, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

  • C.

    Artikel 2:12 komt te luiden:

     

    Artikel 2:12 Maken of veranderen van een uitweg

    • 1.

      Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.

    • 2.

      In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd:

      • a.

        ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg;

      • b.

        als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;

      • c.

        als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast;

      • d.

        als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen;

      • e.

        als er sprake is van strijd met het omgevingsplan;

      • f.

        indien de uitweg wordt ontsloten via de voortuin; of

      • g.

        indien de uitweg de toegestane breedte van 5 meter overschrijdt.

    • 3.

      Het bevoegd gezag kan in afwijking van het tweede lid onder g een grotere breedte van de uitweg toestaan bij een perceel waarop bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden.

    • 4.

      Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.

  • D.

    Artikel 2:23a komt te luiden:

     

    Artikel 2:23a Verbod gebruik openbare plaats als slaapplaats

    • 1.

      Het is verboden een openbare plaats als slaapplaats te gebruiken of op een openbare plaats een voertuig, vaartuig, woonwagen, tent of een andere vorm van beschutting als slaapplaats te gebruiken, daarin te overnachten of daartoe gelegenheid te bieden:

      • a.

        tussen zonsondergang en zonsopgang;

      • b.

        in andere gevallen dan onder a voor zover:

        • sprake is van overlast of hinder voor de omgeving;

        • er gevaar is of dreigt voor omgeving; of

        • het woon-of leefklimaat wordt aangetast.

    • 2.

      Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

    • 3.

      Het verbod geldt niet:

      • a.

        voor vaartuigen en woonboten die een ligplaats innemen waar dit op grond van artikel 5:25 of het omgevingsplan is toegestaan;

      • b.

        voor woonwagens met een woonbestemming;

      • c.

        op een kampeerterrein dat als zodanig is het omgevingsplan is bestemd of mede bestemd;

      • d.

        op kampeerplaatsen die op grond van artikel 4:19 zijn aangewezen.

  • E.

    Artikel 2:23f komt te luiden:

     

    Artikel 2:23f (Bedrijfsmatige) sportactiviteiten op het strand

    • 1.

      Het is verboden zonder vergunning van het college in de uitoefening van een beroep of bedrijf sportactiviteiten op het strand te organiseren.

    • 2.

      Het college kan nadere regels stellen.

  • F.

    Artikel 2:23h komt te luiden:

     

    Artikel 2:23h Motorvoertuigen, bespannen en onbespannen wagens en (brom)fietsen

    • 1.

      Het is verboden het strand te berijden met motorvoertuigen, bespannen en onbespannen wagens en (brom)fietsen of deze daar achter te laten.

    • 2.

      Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.

    • 3.

      Het verbod is niet van toepassing op:

      • a.

        motorvoertuigen in gebruik bij politie, waterschap, rijksdiensten, gemeenten, hulpverleningsinstanties en reddingsbrigades;

      • b.

        het zich in een karretje of wagen door een meerlijnsvlieger of een zeil laten voorttrekken op een door het college bij een openbaar bekendgemaakt besluit aangewezen strandgedeelte;

      • c.

        kinderwagens, wandelwagentjes, invalidenwagens en andere soortgelijke voertuigen, welke met de hand worden voortgetrokken of voortgeduwd;

      • d.

        het recreatief gebruik van mountainbikes, allterrainbikes en andere soortgelijke sportfietsen.

  • G.

    Na artikel 2:23k wordt een artikel ingevoegd, luidende:

     

    Artikel 2:23l Naaktrecreatie

    Naaktrecreatie op het strand is toegestaan op door het college aan te wijzen plaatsen.

  •  

  • H.

    Artikel 2:26 komt te luiden:

     

    Artikel 2:26 Ordeverstoring

    Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.

  •  

  • I.

    Artikel 2:29, eerste lid, komt te luiden:

  •  

    • 1.

      Openbare inrichtingen zijn gesloten tussen 02.00 uur en 07.00 uur.

  • J.

    Artikel 2:31 komt te luiden:

     

    Artikel 2:31 Verboden gedragingen

    Het is verboden in een openbare inrichting:

    • a.

      de orde te verstoren;

    • b.

      zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid;

    • c.

      op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras.

  • K.

    Na artikel 2:34f wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

     

    Artikel 2:34g Proeverijen in slijtlokaliteiten

    • 1.

      Slijtersbedrijven zijn vrijgesteld van het in artikel 3, eerste lid, en het in artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet vervatte verbod, ten behoeve van het tegen betaling organiseren van een proeverij in hun slijtlokaliteit.

    • 2.

      De vrijstelling geldt buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteit bij of krachtens de Winkeltijdenwet regulier is opengesteld.

  • L.

    Artikel 2:39, tweede lid, komt te luiden:

     

    • 2.

      Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen of de Verordening speelautomatenhallen gemeente Goedereede.

  • M.

    Artikel 2:48a vervalt.

  •  

  • N.

    Artikel 2:50a komt te luiden:

     

    Artikel 2:50a Messen en andere voorwerpen als steekwapen

    • 1.

      Het is verboden op door het college aangewezen openbare plaatsen of in daaraan grenzende voor het publiek openstaande gebouwen of op bij die gebouwen behorende erven messen of andere voorwerpen die als steekwapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben.

    • 2.

      Het verbod geldt niet voor messen of voorwerpen die zodanig zijn ingepakt dat zij niet voor onmiddellijk gebruik gereed zijn.

    • 3.

      Dit artikel is niet van toepassing voor zover het wapens betreft als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie.

  • O.

    Artikel 2:65 komt te luiden:

     

    Artikel 2:65 Bedelarij

    Het is verboden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken in door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast aangewezen gebieden.

  •  

  • P.

    Artikel 2:71 komt te luiden:

     

    Artikel 2:71 Definitie

    In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

 

  • Q.

    Artikel 2:75 komt te luiden:

     

    Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding

    De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in de volgende artikelen overtreden:

    • a.

      artikel 2:1 (samenscholing en ongeregeldheden);

    • b.

      artikel 2:10 (het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie daarvan);

    • c.

      artikel 2:11 (aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg);

    • d.

      artikel 2:16 (openen straatkolken en dergelijke);

    • e.

      artikel 2:23b (aanleggen van vuur en barbecue op het strand);

    • f.

      artikel 2:23i (overlast op het strand);

    • g.

      artikel 2:47 (hinderlijk gedrag op openbare plaatsen);

    • h.

      artikel 2:48 (verboden drankgebruik);

    • i.

      artikel 2:49 (verboden gedrag bij of in gebouwen);

    • j.

      artikel 2:50 (hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten);

    • k.

      artikel 2:50a (messen en andere voorwerpen als steekwapen);

    • l.

      artikel 2:73 (gebruik van vuurwerk tijdens de jaarwisseling);

    • m.

      artikel 5:34 (verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins te stoken).

  • R.

    Artikel 2:78 komt te luiden:

     

    Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen

    • 1.

      De burgemeester kan aan een persoon die artikelen 2:47, 2:48, 2:74a en 2:74b overtreedt of in het belang van de openbare orde, het voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste drie dagen in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

    • 2.

      Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de burgemeester aan een persoon aan wie ten minste eenmaal een tijdelijk verbod is opgelegd als bedoeld in dat lid en die binnen 6 maanden na een eerder tijdelijk verbod opnieuw één of meer van de bovengenoemde overtredingen begaat of strafbare feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een tijdelijk verbod opleggen om gedurende ten hoogste acht weken in een of meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats aanwezig te zijn.

    • 3.

      De burgemeester beperkt het krachtens het eerste of tweede lid opgelegde verbod, als hij dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van een tijdelijk verbod.

    • 4.

      Het is verboden te handelen in strijd met een krachtens het eerste of tweede lid opgelegd verbod.

    • 5.

      Indien de officier van justitie een persoon een gedragsaanwijzing heeft gegeven als bedoeld in artikel 509hh, tweede lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering, legt de burgemeester aan deze persoon voor hetzelfde gebied niet een tijdelijk verbod op als bedoeld in het eerste of tweede lid.

  • S.

    Na artikel 2:79 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:

     

    Artikel 2:80 Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf

    • 1.

      De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf.

    • 2.

      Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:30, eerste lid, of artikel 13b van de Opiumwet voorziet.

    • 3.

      De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf.

    • 4.

      Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is.

    • 5.

      Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester.

    • 6.

      De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.

       

  • Artikel 2:81 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat

    • 1.

      In dit artikel wordt verstaan onder:

      • a.

        bedrijfsmatige activiteit: activiteit in de uitoefening van een beroep of bedrijf, die niet valt onder de vergunningplicht bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet of de artikelen 2:28 of 3:3;

      • b.

        beheerder: natuurlijk persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteit;

      • c.

        exploitant: natuurlijk persoon of bestuurder van een rechtspersoon of tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.

    • 2.

      De burgemeester kan in het belang van de leefbaarheid, de openbare orde en veiligheid of ter voorkoming van een nadelige beïnvloeding daarvan bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen of bij die gebouwen behorende erven of gebieden aanwijzen waarop het verbod uit het derde lid van toepassing is.

    • 3.

      Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een door hem aangewezen bedrijfsmatige activiteit uit te oefenen in een door hem aangewezen gebouw, op een bij dat gebouw behorend erf of in een door hem aangewezen gebied.

    • 4.

      De exploitant vraagt de vergunning aan door gebruik te maken van een door de burgemeester vastgesteld formulier, waarbij in elk geval de volgende gegevens worden verstrekt:

      • a.

        voor welke bedrijfsmatige activiteit de vergunning wordt gevraagd;

      • b.

        de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant en beheerder;

      • c.

        het adres en telefoonnummer van de locatie waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend;

      • d.

        het nummer van inschrijving in het Handelsregister;

      • e.

        voor zover van toepassing, de verblijfstitel van de exploitant en beheerder;

      • f.

        voor zover van toepassing, een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant en beheerder gerechtigd zijn om in Nederland arbeid te verrichten;

      • g.

        een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over het gebouw of erf te beschikken waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend;

      • h.

        een verklaring omtrent het gedrag van de exploitant en beheerder.

    • 5.

      Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren:

      • a.

        als de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed;

      • b.

        als de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

      • c.

        als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;

      • d.

        als niet voldaan is aan de bij of krachtens het vierde lid gestelde eisen voor de aanvraag;

      • e.

        als er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;

      • f.

        als het uitoefenen van de bedrijfsmatige activiteit in strijd is met het omgevingsplan of de Wet milieubeheer.

    • 6.

      De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijfsmatige activiteit waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als de bedrijfsmatige activiteit aan de vereisten voldoet.

    • 7.

      Het is verboden het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is.

    • 8.

      De exploitant of de beheerder ziet erop toe dat in of vanuit het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend geen strafbare feiten plaatsvinden.

    • 9.

      Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning intrekken of wijzigen als de omstandigheden sinds de vergunningverlening zijn gewijzigd, doordat:

      • a.

        de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is;

      • b.

        de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten die verband houden met de bedrijfsmatige activiteit of toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed;

      • c.

        er in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit strafbare feiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden;

      • d.

        er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;

      • e.

        de exploitant de bedrijfsmatige activiteit heeft beëindigd of gewijzigd; of

      • f.

        redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is.

    • 10.

      Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning en het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester, onverminderd het bepaalde in artikel 2:80, een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend.

    • 11.

      De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit tot sluiting aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of erf.

    • 12.

      Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is.

    • 13.

      Het is eenieder verboden een overeenkomstig het tiende lid gesloten gebouw of erf te betreden of daarin te verblijven.

    • 14.

      De burgemeester kan de sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.

    • 15.

      In afwijking van het derde lid geldt het verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit al een onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteit verricht, voor die bestaande activiteit op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of, als dat eerder is, met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering van een door hem aangevraagde of intrekking van een aan hem verleende vergunning.

    • 16.

      Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

  • T.

    Artikel 5:10 vervalt.

  •  

  • U.

    Artikel 5:12 komt te luiden:

     

    Artikel 5:12 Overlast van fietsen of bromfietsen

    • 1.

      Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of beëindiging van overlast of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.

    • 2.

      Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan.

  • V.

    Artikel 5:14, tweede lid, komt te luiden:

     

    • 2.

      Onder venten wordt niet verstaan:

      • a.

        het aan huis afleveren van goederen in het kader van de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;

      • b.

        het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet of artikel 5:22;

      • c.

        het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in artikel 5:17.

  • W.

    Artikel 5:15 komt te luiden:

     

    Artikel 5:15 Ventverbod

    • 1.

      Het is verboden te venten op:

      • a.

        zondag;

      • b.

        maandag tot en met zaterdag: voor 09.00 en na 22.00 uur.

    • 2.

      Het verbod is niet van toepassing op:

      • a.

        situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994; of

      • b.

        het venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard.

  • X.

    Artikel 5:23, eerste lid, komt te luiden:

     

    • 1.

      Het is verboden een snuffelmarkt te organiseren:

      • a.

        wegens strijd met het omgevingsplan;

      • b.

        als de burgemeester het organiseren van de snuffelmarkt verboden heeft in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu; of

      • c.

        zonder voorafgaande melding.

  •  

  • Y.

    Afdeling 7 komt te luiden:

     

    AFDELING 7. CROSSTERREINEN, GEMOTORISEERD VERKEER EN RUITERVERKEER IN NATUURGEBIEDEN

  •  

  • Z.

    Artikel 6:1 komt te luiden:

     

    Artikel 6:1 Sanctiebepaling

    • 1.

      Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie:

    • 2:1, 2:18, 2:21, 2:28, 2:29, 2:30, 2:30a, 2:30b, 2:30c, 2:30d, 2:32, 2:33, 2:39, 2:40, 2:41, 2:44, 2:72, 2:73, 2:74, 2:74a, 2:74b, 2:76, 2:77, 2:78, 3:4, 3:6, 3:7, 3:8, 3:9, 3:10, 3:11, 3:14, 3:15, 4:3, 4:5, 4:6, 4:6a, 4:13 en 4:18.

    • 2.

      Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de daarbij op grond van artikel 1:4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie:

    • 2:6, 2:9, 2:10, 2:12, 2:14, 2:16, 2:23, 2:23a, 2:23b, 2:23c, 2:23d, 2:23e, 2:23f, 2:23g, 2:23h, 2:23i, 2:23j, 2:23k, 2:25, 2:26, 2:31, 2:32, 2:36, 2:38, 2:42, 2:43, 2:45, 2:46, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50, 2:50a, 2:50b, 2:51, 2:52, 2:57, 2:58, 2:59, 2:62, 2:64, 2:65, 2:67, 2:68, 4:7, 4:8, 4:9, 4:11, 4:13, 4:15, 5:2, 5:3, 5:4, 5:5, 5:6, 5:7, 5:8, 5:9, 5:11, 5:12, 5:13, 5:15, 5:18, 5:19, 5:23, 5:24, 5:25, 5:28, 5:29, 5:30, 5:31, 5:32, 5:33, 5:34, 5:36 en 5:37.

    • 3.

      In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10 en 2:11 als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit, artikel2:12, eerste lid, en artikel 4:11, tweede lid.

    • 4.

      In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.

  • AA.

    Artikel 6:2, eerste lid, komt te luiden:

     

    • 1.

      Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast:

      • a.

        de opsporingsambtenaren als bedoeld in de artikelen 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering;

      • b.

        de toezichthouders van Stichting Het Zuid-Hollands Landschap, domein 2 Milieu en Welzijn;

      • c.

        de krachtens artikel 18.6 van de Omgevingswet aangewezen personen;

      • d.

        de toezichthouders van de vereniging Natuurmonumenten, domein 2 Milieu en Welzijn;

      • e.

        de toezichthouders van de Provincie Zuid-Holland;

      • f.

        de toezichthouders van Rijkswaterstaat;

      • g.

        de toezichthouders van Staatsbosbeheer;

      • h.

        de toezichthouders van het Waterschap Hollandse Delta;

      • i.

        de toezichthouders van Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid en Omgevingsdienst Haaglanden;

      • j.

        de toezichthouders van de gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst Rijnmond.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad

van de gemeente Goeree-Overflakkee op 10 juli 2025

drs. G. Brand mr. A. Grootenboer-Dubbelman

griffier voorzitter

Naar boven