Gemeenteblad van Zevenaar
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zevenaar | Gemeenteblad 2025, 318935 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zevenaar | Gemeenteblad 2025, 318935 | beleidsregel |
Beleidsregels brede ondersteuning gedupeerden kinderopvangtoeslagenaffaire gemeente Zevenaar 2025
Artikel 1.3 Declaratie en verantwoording
Wanneer diensten of goederen worden vergoed vanuit de brede ondersteuning dan dient de aanvrager uiterlijk binnen één maand na ontvangst van de betaling de bijbehorende facturen/rekeningen/bonnetjes in te dienen bij de contactpersoon van de gemeente. Wordt niet aan deze termijn voldaan, dan kan de gemeente gedupeerde verzoeken terug te betalen, tenzij individuele noodzakelijkheid van toepassing is.
De volgende zaken worden niet vergoed vanuit de brede ondersteuning:
Artikel 1.5 Landelijke commissie Werkelijke schade
Het college verleent geen compensatie voor directe en indirecte materiële en immateriële schade aan de gedupeerden omdat deze taak belegd is bij de landelijke commissie Werkelijke schade. tenzij het een acute situatie betreft en een oordeel van de Commissie Werkelijke Schade niet kan worden afgewacht. Voorts dient er een directe relatie te zijn met de benadeling door de wijze van uitvoering van de Kinderopvangtoeslag.
De volgende inwoners van de gemeente Zevenaar komen in aanmerking voor brede ondersteuning:
Het college kan ook toegang tot brede ondersteuning verlenen aan een aanvrager die valt onder de personenkring van artikel 2.21, eerste en tweede lid, van de wet, maar geen inwoner is als sprake is van een verhuizing, detentie of andere bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 2.21, derde lid, van de wet. De aanvrager wordt in dat geval gelijkgesteld met een inwoner.
Zij worden hierna aangeduid als rechthebbende op brede ondersteuning.
De brede ondersteuning is ook voor het gezin van de rechthebbende. De datum van erkenning door de belastingdienst dat je gedupeerd bent, is leidend voor wie daar recht op heeft. Hiervoor wordt aangesloten bij het begrip gezin zoals bepaald in artikel 4 van de Participatiewet. Het college kan bij de beoordeling van het recht op ondersteuning afwijken van de standaard gezinsdefinitie indien er sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals het ontbreken van een gezamenlijke huishouding of andere relevante factoren. Per rechthebbende wordt beoordeeld welke personen tot het gezin gerekend worden. Hierbij is het van belang dat de gezinsleden onder één van regelingen van artikel 2.1 vallen en nadelige effecten hebben ondervonden van de kinderopvangtoeslagaffaire. De samenstelling van het gezin op het moment van de aanvraag is leidend.
2.1.2 Verificatieproces bij UHT
Als een aanvrager van de kinderopvangtoeslag of een ex-toeslagpartner bij het indienen van een aanvraag tot herstel bij UHT heeft aangegeven in aanmerking te willen komen voor brede ondersteuning door de gemeente, ontvangt de gemeente naam, geboortedatum en BSN-nummer. Rechthebbenden kunnen zich ook rechtstreeks bij de gemeente melden voor brede ondersteuning. De gemeente verifieert bij UHT of de inwoner binnen een van bovenstaande doelgroepen behoort en dus in aanmerking komt voor brede ondersteuning.
In beginsel wordt de brede ondersteuning geboden aan de rechthebbende, zoals beschreven in artikel 2.1, die in de gemeente Zevenaar woonachtig is.
2.2.1 Brede ondersteuning aan minderjarige kinderen
Een handelingsonbekwame minderjarige jongere die in aanmerking komt voor de kindregeling kan terecht bij de gemeente in de woonplaats van degene die het gezag over hem uitoefent. Oefenen beide ouders het gezag uit, maar hebben zij niet dezelfde woonplaats, dan volgt het kind de woonplaats van de ouder bij wie het feitelijk verblijft op grond van de Basisregistratie Personen.
Hoofdstuk 3 Vaststellen hulpvra(a)g(en) en opstellen plan van aanpak
3.1 Vaststellen hulpvraag en leefgebieden
In het eerste gesprek wordt de huidige situatie op de vijf leefgebieden besproken met de rechthebbende. Vervolgens wordt de nodige ondersteuning vastgesteld. Het college beoordeelt dit door middel van het plan van aanpak. Indien de rechthebbende tijdens het eerste gesprek geen concrete hulpvraag kan formuleren, kan het college een plan opstellen voor het verkennen van de hulpbehoefte, met een vervolgtraject binnen een redelijke termijn.
3.2 Brede ondersteuning is gericht op hulp – niet op middelen
Als het verstrekken van een middel nodig is om het doel in het plan van aanpak te bereiken, wordt in beginsel een redelijk normbedrag gehanteerd. Om te bepalen welk normbedrag redelijk is, maakt het college als richtlijn gebruik van de bedragen zoals geadviseerd door het Nibud. Hierin wordt een maximale marge van 25% gehanteerd. Het Nibud heeft deze bedragen bepaald op basis van algemene informatie uit onderzoek naar inkomsten, uitgaven, uitgavenpatronen en kosten van levensonderhoud. Voor zaken waarvoor geen Nibudnorm is vastgesteld, stellen we op basis van onderzoek vast wat een redelijk normbedrag is
Voor elk gezin wordt een plan van aanpak opgesteld. Het plan van aanpak is voorwaardelijk voor het bieden van brede ondersteuning. Het wordt schriftelijk gestuurd aan de rechthebbende. Na het eerste gesprek geldt een maximale termijn van zes maanden voor materiële verstrekkingen. In totaal geldt een termijn van twee jaar om het plan van aanpak uit te voeren, tenzij in het plan is aangegeven dat dit mogelijk langer kan duren (denk aan inzet van zorg/coaching).
Het college kan immateriële voorzieningen tot twee jaar na het eerste gesprek toekennen. De feitelijke verstrekking van voorzieningen kan na deze periode nog plaatsvinden. Een immateriële voorziening is een vorm van hulpverlening of een dienst die nodig en passend is voor de ontwikkeling van kennis, kunde, vaardigheden of andere competenties van de aanvrager voor het bereiken van de doelstellingen uit het plan van aanpak
3.3.1 Geen terugwerkende kracht
Brede ondersteuning richt zich op het kunnen maken van een nieuwe start. Er worden uitsluitend voorzieningen gegeven die nodig zijn hiervoor. Dat betekent dat er geen voorzieningen worden toegekend met terugwerkende kracht. Het college kan in die gevallen anders de noodzaak van verstrekking niet vaststellen. Het vergoeden van geleden schade of gemiste kansen in het verleden, is onderdeel van het financieel herstel, zoals belegd bij de UHT, en niet van de brede ondersteuning.
De voorzieningen die nodig zijn om een nieuwe start te kunnen maken, worden getoetst aan de doelstellingen, zoals opgenomen in het plan van aanpak.
Hierbij wordt de volgende afweging gemaakt:
3.3.3 De weg naar reguliere ondersteuning
De weg naar reguliere ondersteuning kan onderdeel uitmaken van het plan van aanpak. Dit is onder de voorwaarde dat niet te voorzien is dat de gestelde doelen binnen afzienbare termijn via de brede ondersteuning behaald kunnen worden. In die gevallen draagt het begeleiden naar de reguliere ondersteuning van de gemeente bij aan het (duurzaam) kunnen maken van de nieuwe start.
3.3.7 Geen schulden vergoed vanuit de brede ondersteuning
Er worden vanuit de brede ondersteuning geen schulden betaald, tenzij het gaat om de volgende gevallen:
3.3.8 Minimale afloscapaciteit aanvullend aanbod schuldhulpverlening jongeren
Aan de schuldeisers van jongeren en jongvolwassenen als bedoeld in artikel 3.3.7 onder a vallend onder de kindregeling wordt ten minste de minimale afloscapaciteit geboden van 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Dit geldt ook als het berekende vrij te laten bedrag (Vtlb) van de jongere of jongvolwassene hoger is. Het college maakt hierin een belangenafweging waarin zowel de belangen van de jongere als de schuldeiser worden behartigd. De onderbouwing wordt vastgelegd in het plan van aanpak.
3.3.9 Wijziging of herziening plan van aanpak
Terugkerende aanvragen voor voorzieningen of middelen worden getoetst aan de eerder vastgestelde leefgebieden. Als er nieuwe feiten en omstandigheden zijn die reden geven voor een wijziging, kan het plan van aanpak tussentijds aangevuld worden. Hiervoor is een nieuwe aanvraag nodig. Het college neemt binnen een termijn van 8 weken een besluit over deze nieuwe aanvraag. Materiële verstrekkingen zijn alleen onderdeel van de brede ondersteuning indien de verstrekking noodzakelijk is en passend bij het plan van aanpak; en kunnen na zes maanden niet meer worden aangevraagd. Dit proces verloopt via het aanvraagformulier uit hoofdstuk 4.
Hoofdstuk 6 Klachten, bezwaar en beroep
Bezwaar en beroep staat open tegen de door het college genomen beschikkingen als bedoeld in artikel 3.1, derde en vierde lid, binnen de daartoe gestelde termijn. Bezwaar kan binnen zes weken na ontvangst van de beslissing worden ingediend. Het bezwaarschrift wordt beoordeeld door een onafhankelijke commissie, die een advies uitbrengt aan het college. Het college neemt een beslissing op bezwaar binnen acht weken na ontvangst van het bezwaarschrift.
Als toepassing van het beleid voor een rechthebbende wegens bijzondere omstandigheden onevenredige gevolgen zou hebben, kan het college besluiten om hiervan af te wijken. Een en ander volgt uit het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht (art. 4:81 e.v. van de Awb).
Afwijkingen van het beleid kunnen alleen plaatsvinden op grond van zwaarwegende, individuele omstandigheden, zoals bijzondere persoonlijke, medische of sociale situaties van de rechthebbende. Dit wordt voorafgaand aan de besluitvorming schriftelijk gemotiveerd
Artikel 7.2 Onvoorziene Omstandigheden
In alle gevallen waarin deze beleidsregels niet voorzien of toepassing daarvan niet overeenkomt met de bedoeling van deze regels, beslist het college.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-318935.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.