3e Wijziging Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid De Ronde Venen 2019

Het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen;

 

Gelet op artikel 35 van de Participatiewet;

 

Besluit

 

Vast te stellen de volgende beleidsregels:

 

3e Wijziging Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid De Ronde Venen 2019

Oude tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1 lid 2

Voor de toepassing van deze beleidsregels worden verstaan onder:

  • a.

    de wet: de Participatiewet (Pw);

  • b.

    het college: het college van burgemeesters en wethouders van De Ronde Venen;

  • c.

    minimuminkomen: een inkomen van ten hoogste 120% van de voor de belanghebbende op datum aanvraag van toepassing zijnde bijstandsnorm;

  • d.

    reserveringsruimte: mogelijkheid om te reserveren; deze is gesteld op 6% van de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm;

  • e.

    meldingsdatum: de datum waarop de belanghebbende zich gemeld heeft met het verzoek om bijzondere bijstand aan te vragen;

  • f.

    Wtos: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;

  • g.

    Wsf 2000: Wet studiefinanciering 2000;

  • h.

    Wht: Wet op de huurtoeslag.

Artikel 1 lid 2

Voor de toepassing van deze beleidsregels worden verstaan onder:

  • a.

    de wet: de Participatiewet (Pw);

  • b.

    bijstandsnorm: de norm, zoals bedoeld in artikel 5, onder c, van de Pw;

  • c.

    het college: het college van burgemeesters en wethouders van De Ronde Venen;

  • d.

    primaire doelgroep: inwoners die algemene bijstand ontvangen;

  • e.

    secundaire doelgroep: inwoners die niet-uitkeringsgerechtigd zijn en over een minimuminkomen beschikken;

  • f.

    kostendelersnorm: de kostendelersnorm als bedoeld in artikel 22a van de Pw;

  • g.

    minimuminkomen: een inkomen van ten hoogste 120% van de voor de belanghebbende op datum aanvraag van toepassing zijnde bijstandsnorm;

  • h.

    reserveringsruimte: mogelijkheid om te reserveren; deze is gesteld op 5% van de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm;

  • i.

    meldingsdatum: de datum waarop de belanghebbende zich gemeld heeft met het verzoek om bijzondere bijstand aan te vragen;

  • j.

    Wtos: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;

  • k.

    Wsf 2000: Wet studiefinanciering 2000;

  • l.

    Wht: Wet op de huurtoeslag.

Artikel 6 lid 2

Het eerste lid is niet van toepassing indien verlenging van bijzondere bijstand wordt verleend in de vorm van een collectieve zorgverzekering of in de vorm van een tegemoetkoming in de kosten van de premie van een dergelijke verzekering als bedoeld in artikel 35 lid 3 Participatiewet. Het college stelt voor deze doelgroep het recht op bijzondere bijstand jaarlijks ambtshalve vast.

Artikel 6 lid 2

Het eerste lid is niet van toepassing indien verlenging van bijzondere bijstand wordt verleend in de vorm van een collectieve zorgverzekering of in de vorm van een tegemoetkoming in de kosten van de premie van een dergelijke verzekering als bedoeld in artikel 35 lid 3 Participatiewet. Het college stelt voor de primaire doelgroep het recht op bijzondere bijstand jaarlijks ambtshalve vast.

Artikel 8 lid 1

Voor individuele bijzondere bijstand komt in aanmerking de belanghebbende:

  • a.

    met een minimuminkomen (120%) en een bescheiden vermogen, of;

  • b.

    met een inkomen boven het minimuminkomen en bescheiden vermogen voor zover de noodzakelijke kosten zijn draagkracht te boven gaan.

Artikel 8 lid 1

Voor individuele bijzondere bijstand komt in aanmerking de belanghebbende:

  • a.

    met een minimuminkomen (120%) en een vermogen onder de wettelijke vermogensgrens, of;

  • b.

    met een inkomen boven het minimuminkomen en bescheiden vermogen voor zover de noodzakelijke kosten zijn draagkracht te boven gaan.

Artikel 8 lid 3

De draagkracht wordt berekend over een periode van in beginsel maximaal 12 maanden vanaf de eerste dag van de maand waarin het recht op bijzondere bijstand ontstaat. Eventuele stijgingen in het inkomen lopende het draagkrachtjaar leiden niet tot een nieuwe vaststelling. Pas na afloop van het draagkrachtjaar vindt een nieuwe vaststelling plaats.

Artikel 8 lid 3

De draagkracht wordt berekend over een periode van in beginsel maximaal 12 maanden vanaf de eerste dag van de maand waarin het recht op bijzondere bijstand ontstaat dan wel tot het moment waarop er een wijziging plaats heeft in de persoonlijke en/of financiële omstandigheden of de vastgestelde draagkracht. Pas na afloop van het draagkrachtjaar vindt een nieuwe vaststelling plaats òf zodra gewijzigde omstandigheden hiertoe leiden.

Artikel 8 lid 5

In afwijking van lid 4 wordt voor de belanghebbende, ouder dan de pensioengerechtigde leeftijd, de draagkracht eenmalig vastgesteld voor de duur van het leven, dan wel tot het moment dat belanghebbende niet langer in De Ronde Venen woont en mits het vermogen onder de vermogensgrens blijft.

Artikel 8 lid 5

Artikel 10 lid 2

Bijzondere bijstand wordt verstrekt in de vorm van een geldlening of borgtocht indien:

  • a.

    het bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen betreft;

  • b.

    er sprake is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid;

  • c.

    er een vooruitzicht bestaat dat de belanghebbende op korte termijn een aanzienlijk bedrag zal ontvangen dat kan worden aangewend voor de bijzondere kosten;

  • d.

    in de beleidsregels deze vorm wordt voorgeschreven.

Artikel 10 lid 2

Bijzondere bijstand wordt verstrekt in de vorm van een geldlening of borgtocht indien:

  • a.

    het bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen betreft;

  • b.

    er sprake is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid;

  • c.

    indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat belanghebbende op korte termijn een aanzienlijk bedrag zal ontvangen dat kan worden aangewend voor de bijzondere kosten;

  • d.

    in de beleidsregels deze vorm wordt voorgeschreven.

Artikel 11 lid 1

Via de gemeente kan deelgenomen worden aan de collectieve ziektekostenverzekering.

Artikel 11 lid 1

Het college kan op basis van artikel 35, lid 3 van de Participatiewet aan belanghebbende een gemeentelijke bijdrage in de kosten van een collectieve aanvullende zorgverzekering verstrekken.

Artikel 11 lid 2

Artikel 11 lid 2

Deelname aan de collectieve zorgverzekering staat open voor de primaire en de secundaire doelgroep.

Artikel 13 lid 4

Voor de hoogte van de bijzondere bijstand wordt aansluiting gezocht bij het bedrag voor de goedkoopste wijze voor het openbaar vervoer.

Artikel 13 lid 4

Voor de hoogte van de bijzondere bijstand wordt in principe aansluiting gezocht bij het bedrag voor de goedkoopste wijze voor het openbaar vervoer.

Artikel 13 lid 5

Indien gebruik wordt gemaakt van eigen autovervoer wordt een vergoeding van € 0,19 per kilometer verstrekt als de afstand (enkele reis) 12 kilometer of meer bedraagt.

Artikel 13 lid 5

Indien gebruik wordt gemaakt van eigen autovervoer wordt een vergoeding van € 0,23 per kilometer verstrekt als de afstand (enkele reis) 12 kilometer of meer bedraagt.

Artikel 15

Wanneer belanghebbende een eigen woning of een huurwoning, waarbij geen aanspraak gemaakt kan worden op een bijdrage op grond van de Wet op de huurtoeslag (Wht), bewoont, kan gedurende maximaal zes maanden een woonkostentoeslag worden verleend.

Artikel 15

Wanneer belanghebbende een eigen woning of een huurwoning, waarbij geen aanspraak gemaakt kan worden op een bijdrage op grond van de Wet op de huurtoeslag (Wht), bewoont, kan gedurende maximaal twaalf maanden een woonkostentoeslag worden verleend.

Artikel 15

Als er na een periode van zes maanden geen vervangende woonruimte is gevonden, kan deze periode eenmalig met maximaal zes maanden worden verlengd.

Artikel 15

Als er na een periode van twaalf maanden geen vervangende woonruimte is gevonden, kan deze periode eenmalig met maximaal twaalf maanden worden verlengd.

Artikel 20 Lid 2

Als de verhuis- en inrichtingskosten, dan wel de duurzame gebruiksgoederen, noodzakelijke kosten zijn die uit bijzondere omstandigheden voortvloeien, wordt voor deze kosten bijzondere bijstand verleend in de vorm van een leenbijstand.

Artikel 20 Lid 2

Als verhuis- en inrichtingskosten noodzakelijke kosten zijn die uit bijzondere omstandigheden voortvloeien, wordt voor deze kosten bijzondere bijstand om niet verleend.

Artikel 20 lid 3

Artikel 20 lid 3

Als de duurzame gebruiksgoederen noodzakelijke kosten zijn die uit bijzondere omstandigheden voortvloeien, wordt voor deze kosten bijzondere bijstand verleend in de vorm van een leenbijstand.

Artikel 20 lid 4

Artikel 20 lid 4

Als kosten voor de tijdelijke betaling van dubbele huurpenningen voortkomen uit een bijzondere omstandigheid kunnen deze voor vergoeding vanuit de bijzondere bijstand in aanmerking komen.

Artikel 22

Artikel 22 Uitvaartkosten

  • 1.

    In beginsel zijn de erfgenamen verantwoordelijk voor het dragen van de kosten van een uitvaart, voor zover de overledene hierin niet zelf heeft voorzien.

  • 2.

    Als er geen nabestaanden zijn die opdracht geven voor een uitvaart of op wie daartoe een beroep kan worden gedaan, dan moet de Wet Op de Lijkbezorging worden beschouwd als een voorliggende voorziening.

  • 3.

    De kosten voor een uitvaart komen alleen in aanmerking voor bijzondere bijstand als de erfgenamen over onvoldoende middelen beschikken om zijn/haar deel van de kosten te voldoen. Hierbij wordt rekening gehouden met de eigen middelen van de overledene, de draagkracht alsook met de noodzakelijke kosten van een uitvaart.

  • 4.

    Uitgangspunt is de goedkoopst mogelijke uitvoering van lijkbezorging. Binnen redelijke grenzen kan rekening worden gehouden met persoonlijke voorkeur van overledene (mits vastgelegd) dan wel de familie en dient de persoonlijke waardigheid te worden gerespecteerd.

  • 5.

    Bij het vaststellen van de hoogte van de vergoeding hanteren wij de richtprijzen, zoals opgenomen in de NIBUD Prijzengids. Een totaalbedrag van € 5.000,- wordt als maximaal acceptabel aangemerkt. Dit maximum bedrag is gebaseerd op een sobere doch gebruikelijke uitvoeringswijze. De volgende kosten kunnen in aanmerking komen:

    • a.

      legeskosten overlijdensakte

    • b.

      werkzaamheden uitvaartverzorger

    • c.

      eenvoudige kist

    • d.

      overbrengen overledene naar rouwcentrum

    • e.

      rouwauto voor de overledene

  • 6.

    De vergoeding voor de uitvaartkosten wordt door de het college direct aan de uitvaartorganisatie uitgekeerd.

Artikel 24

  • 1.

    Deze beleidsregels treden in werking na bekendmaking.

  • 2.

    De Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid De Ronde Venen 2014 worden ingetrokken.

Artikel 24

  • 1.

    Deze beleidsregels treden in werking na bekendmaking.

  • 2.

    De eerste wijziging treedt in werking per 1 november 2022.

  • 3.

    De tweede wijziging treedt in werking per 1 januari 2024.

  • 4.

    De derde wijziging treedt in werking per 1 augustus 2025.

 

Wijzigingen in Toelichting:

Oude tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1 lid 2

Lid 2 sub c: de voor de belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm houdt in dat er rekening wordt gehouden met de kostendelersnorm.

Artikel 1 lid 2

Lid 2 sub c: de primaire doelgroep bestaat uit inwoners waarvan de gemeente over de inkomensgegevens beschikt.

 

Lid 2 sub d: de secundaire doelgroep bestaat uit inwoners waarvan de gemeente de inkomensgegevens niet heeft en deze jaarlijks dient op te vragen alvorens toestemming te verlenen tot deelname aan de collectieve zorgverzekering.

 

Lid 2 sub e: de voor de belanghebbende van toepassing zijnde bijstandsnorm houdt in dat er rekening wordt gehouden met de kostendelersnorm.

Artikel 2

In het kader van de Maatschappelijke Agenda is het noodzakelijk dat we kijken naar wat de belanghebbende nodig heeft, om zo iedere inwoner de hulp te bieden die hij/zij nodig heeft. Belangrijk is daarom dat er maatwerk wordt geleverd. Onderstaande artikelen zijn richtlijnen om tot oplossingen te komen, maar indien noodzakelijk kan hiervan worden afgeweken.

Artikel 2

In het kader van het Beleidsplan armoede en schulden 2024-2028 is het noodzakelijk dat we kijken naar wat de belanghebbende nodig heeft, om zo iedere inwoner de hulp te bieden die hij/zij nodig heeft. Belangrijk is daarom dat er maatwerk wordt geleverd. Onderstaande artikelen zijn richtlijnen om tot oplossingen te komen, maar indien noodzakelijk kan hiervan worden afgeweken.

Artikel 13 lid 4

Artikel 13 lid 4

Er gelden twee criteria:

  • a.

    goedkoopst (uitgangspunt)

  • b.

    goedkoopst – adequaat

Indien de reistijd met de bus 1 uur en 15 minuten of langer per enkele reis bedraagt, dan mag voor een meer adequate combinatie met het OV worden gekozen. Hiermee wordt de duurdere combinatie bus + trein bedoeld.

Artikel 13 lid 4

Het bedrag van € 0,19 is gelijk aan de onbelaste reiskostenvergoeding voor zakelijke kilometers op grond van de Wet op de inkomstenbelasting.

Artikel 13 lid 4

Lid 5: Het bedrag van € 0,23 is gelijk aan de onbelaste reiskostenvergoeding voor zakelijke kilometers op grond van de Wet inkomensbelasting 2021. Wettelijke indexaties zijn hierop van toepassing.

Artikel 20 lid 3

Lid 3: Voor de hoogte van de bijzondere bijstand wordt in beginsel aangesloten bij de Nibud-normen. Het college kan hiervan afwijken als kan worden volstaan met goederen van de kringloopwinkel of marktplaats.

Artikel 20 lid 3

Lid 3: Voor de hoogte van de bijzondere bijstand wordt in beginsel aangesloten bij de helft van de Nibud-normen omdat vanuit duurzaamheidsperspectief kan worden volstaan met goederen van de kringloopwinkel of marktplaats.

Artikel 20 lid 4

Artikel 20 lid 4

Lid 4: dubbele huurpenningen kunnen voorkomen wanneer een nieuw huurcontract eerder start dan het lopende huurcontract eindigt. In beginsel worden inwoners geacht hiervoor zelf geld te reserveren c.q. sparen, tenzij er sprake is van een bijzondere omstandigheid. De bijzondere omstandigheid staat in elk geval vast wanneer belanghebbende genoodzaakt is te verhuizen uit een door de gemeente toegewezen tijdelijke woning, na een huurperiode van minder dan één jaar. In deze korte periode kan niet worden verwacht dat belanghebbende heeft kunnen reserveren voor de tijdelijke betaling van dubbele huurpenningen en kan hiervoor bijzondere bijstand worden verleend.

Artikel 22 Uitvaartkosten

In sommige situaties kan of wil niemand de opdracht tot lijkbezorging verstrekken. In die situaties is de Wet op de Lijkbezorging van toepassing. De gemeente waar het lichaam zich bevindt is dan verplicht zorg te dragen voor de begrafenis of crematie. De kosten die deze gemeente in verband met deze verplichting maakt, moeten worden voldaan uit de opbrengst van de bij de overledene gevonden gelden en goederen. Of uit de nalatenschap van de overledene. Bij onvoldoende nalatenschap kan de gemeente een verhaalsrecht inzetten tegenover de bloed- en aanverwanten, zie artikel 22 Wet op de Lijkbezorging.

De Wet op de Lijkbezorging biedt dus in bijzondere gevallen de mogelijkheid om de uitvaart van een overledene te regelen. In het algemeen zal een beroep op deze wet echter pas mogelijk zijn als is gebleken dat er geen erfgenamen zijn die uitvaartkosten kunnen (met inbegrip van het vragen van bijstand voor deze kosten) of willen voldoen.

 

Citeertitel en inwerkingtreding

Deze beleidsregel wordt aangehaald als “3e Wijziging Beleidsregels bijzondere bijstand en minimabeleid De Ronde Venen 2019’’

  • 1.

    Deze beleidsregel treedt in werking per 1 augustus 2025.

Mijdrecht, 15 juli 2025

Burgemeester en wethouders van De Ronde Venen,

De secretaris,

De burgemeester,

Naar boven