Gemeenteblad van Horst aan de Maas
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Horst aan de Maas | Gemeenteblad 2025, 318540 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Horst aan de Maas | Gemeenteblad 2025, 318540 | beleidsregel |
Bomenbeleidsplan Gezonde bomen voor een gezonde leefomgeving
In een tijd waarin we steeds vaker te maken krijgen met extreme weersomstandigheden, hittestress en verlies aan biodiversiteit, is het belang van een doordacht bomenbeleid groter dan ooit.
Bomen maken onze leefomgeving groener, gezonder en prettiger. Ze zorgen voor schaduw op warme dagen, vangen regenwater op en zuiveren de lucht die we inademen. Kortom: bomen zijn onmisbare bondgenoten.
In dit bomenbeleidsplan laten we zien hoe we in Horst aan de Maas zorgvuldig omgaan met onze bomen. We kijken vooruit: hoe zorgen we ervoor dat bomen ook in de toekomst sterk en gezond blijven? En hoe passen we ons aan, aan de gevolgen van klimaatverandering?
Daarbij vergeten we onze monumentale bomen niet. Deze bijzondere bomen zijn levende geschiedenis: ze vertellen verhalen over het verleden en verdienen extra bescherming en aandacht.
Bomen zijn ook van grote waarde voor de biodiversiteit. Ze bieden voedsel, schuilplaatsen en nestgelegenheid voor talloze dieren, insecten en planten. Een rijk en gevarieerd bomenbestand draagt bij aan een veerkrachtige natuur.
Tot slot speelt ook de betrokkenheid van inwoners een belangrijke rol. Samen zorgen we voor onze bomen — of het nu gaat om het melden van schade, het meedenken over nieuwe aanplant of het simpelweg waarderen van het groen in de eigen buurt. Want een groene leefomgeving maken we samen met elkaar.
Met dit plan zetten we samen stappen naar een toekomst waarin bomen blijven bijdragen aan een fijne, veilige en duurzame leefomgeving voor iedereen.
“Samen bouwen we aan een groen, gezond en klimaatrobuust Horst aan de Maas.”
Het Bomenbeleidsplan Horst aan de Maas geeft aan hoe de gemeente zal werken aan haar visie: ‘gezonde bomen voor een gezonde leefomgeving’. Op alle bestuurlijke niveaus, in de Gemeentelijke, Provinciale en Landelijke Omgevingsvisies, is aandacht voor klimaatadaptatie, biodiversiteit en leefbaarheid. Bomen zorgen voor een gezonde, koele, herkenbare en aantrekkelijke leefomgeving voor mens en dier en zijn daarom van groot belang. Daarbij leeft er in onze gemeente een sterke behoefte om bomen beter te beschermen, meer bomen aan te planten, meer diversiteit in het bomenbestand aan te brengen en te werken aan het halen van de landelijke bomennorm. Op basis van analyse van gemeentelijke vraagstukken rond bomen en werksessies met belangenorganisaties zijn, binnen wettelijke en beleidskaders, alle huidige uitdagingen en aandachtspunten voor het bomenbeleid en -beheer op een rij gezet (Hoofdstuk 3). Het gaat dan onder meer om het bomenareaal, ruimtelijke inrichting en projecten rond bomen, boombescherming, communicatie en participatie en uitvoerbaarheid.
Deze context leidde tot de overkoepelende visie en motto voor het bomenbeleid: ‘Gezonde bomen voor een gezonde leefomgeving’. Om deze visie handen en voeten te geven, zijn onderstaande drie ambities geformuleerd, met als basis heldere beleidskaders en -richtlijnen.
Per ambitie (hoofdstuk 4) geven de onderliggende doelstellingen aan wat de gemeente gaat doen, welke beleidskaders en richtlijnen de gemeente stelt. De ontwikkelkalender (hoofdstuk 5) bevat tot slot de producten die gemaakt of geactualiseerd moeten worden om de beleidsdoelen tot uitvoer te kunnen brengen.
Met het vaststellen van het nieuwe bomenbeleid, vervalt het oude Beleidsplan ‘Duurzaam en integraal boombeheer’ uit 2011. De praktische benadering van dat beleid is nu geborgd als Bomenbeheerplan Horst aan de Maas 2025 en te vinden in bijlage 1. Zo zijn er ook enkele ‘oude’ uitwerkingen zoals het Beoordelingskader Kapaanvragen en de Bomenlegger in een nieuw jasje gestoken en geborgd onder het nieuwe beleid. Ook is een nieuwe uitwerking te vinden, namelijk Aanwijscriteria Boomstructuren.
Na vaststelling van het beleid kan gefaseerd uitvoering worden gegeven aan de doelstellingen en worden de ontwikkelpunten naar prioriteit opgepakt in de Uitvoeringsagenda Bomen. Team Economie & Gebiedsontwikkeling en team Openbare Werken zullen hierbij de belanghebbenden betrekken en zorgen voor integrale afstemming.
De Uitvoeringsagenda Bomen heeft een looptijd van circa 10 jaar. Hiervoor zijn acties en maatregelen geformuleerd voor de korte termijn (binnen 2 jaar), de middellange termijn (binnen 5 jaar) en de langere termijn (binnen 10 jaar). Op basis van de gestelde prioriteit worden deze acties en uitwerkingen doorgevoerd in het bomenbeheerplan, in de werkwijze bij ruimtelijke ontwikkelingen, in het kapvergunningenstelsel, aanplantprogramma’s enzovoorts.
Deze aanpak is tekenend voor het traject waarmee dit beleid tot stand is gekomen, namelijk samen met gemeentelijke en maatschappelijke stakeholders. Het proces is getrokken door medewerkers van team Economie & Gebiedsontwikkeling en team Openbare Werken en het beleid is zodanig tot stand gekomen met ondersteuning van Bomenwacht Nederland.
Dit bomenbeleid vervangt het bestaande beleid uit 2011 en speelt in op de actuele maatschappelijke uitdagingen en opgaven. We koesteren onze bomen, van aanplant tot vervanging, bij werkzaamheden en bij ruimtelijke ontwikkelingen. We werken in de geest van de Omgevingswet en geven invulling aan de Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040. Dit beleid staat ervoor om bomen optimaal te laten bijdragen aan de leefomgeving.
Gemeente Horst aan de Maas is een boomrijke, groene gemeente met ongeveer 40.000 individueel geregistreerde bomen in beheer. In de vorige beleidsperiode is ingezet op deregulering en het beperken van schade en overlast. Dit beleid is echter aan vernieuwing toe vanwege de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024. De praktische insteek van het 'oude' bomenbeleid en -beheer is wel behouden in de vorm van een bomenbeheerplan.
Bij het opstellen van het nieuwe bomenbeleid is gewerkt in de geest van de Omgevingswet: integraal en participatief, met oog voor het behoud, de verbetering en het ontwikkelen van de kwaliteiten van de leefomgeving. Ook inhoudelijk sluit dit bomenbeleid aan bij de uitgangspunten van de Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040 1 .
Met dit beleid sturen we op de beste keuzes ter bevordering van gezondheid, duurzaamheid en een vitale economie in onze gemeente. Hiervoor zijn actuele en complete beheergegevens onmisbaar.
Onze visie op bomen in gemeente is daarom: “Gezonde bomen voor een gezonde leefomgeving”.
Dit beleid geeft hoofdlijnen voor het beheer en behoud, de verbetering en de ontwikkeling van het bomenbestand in onze gemeente. Dit omvat zowel individuele bomen als bomen die onderdeel zijn van boomstructuren, zoals lanen en wegbeplantingen. We richten ons zowel op de bomen binnen als buiten de bebouwde kom (oftewel buiten de bebouwingscontour houtkap, zie bijlage 11) en zowel op bomen van de gemeente zelf als op bomen van inwoners en andere eigenaren. Alle bomen dragen immers bij aan een gezonde leefomgeving.
Het bomenbeleidsplan gaat niet in op het beheer van bossen, natuurterreinen en landschapselementen, zoals houtwallen, zoombeplantingen en singels. Deze assets zijn onderdeel van het natuur- en landschapsbeheer (zoals beschreven in de Beheervisie 2023-2032 Bossen, natuurterreinen en landschapselementen).
Dit nieuwe beleid is in samenspraak met diverse interne en externe stakeholders opgesteld. Er zijn werksessies georganiseerd met interne ambtelijke stakeholders en met externe stakeholders van diverse (groene) belangenorganisaties. In bijlage 4 en 5 zijn de verslagen terug te vinden. De speerpunten uit deze sessies vormen samen met de wettelijke kaders en beleidskaders de voeding voor het bomenbeleid.
1.4. Wettelijke kaders en beleidskaders
Het bomenbeleid past binnen de landelijke wettelijke kaders en beleidsregels en verordeningen vanuit provincie en waterschap, naast de gemeentelijke lokale regelgeving. Deze kaderstellende documenten, voor zover relevant, zijn hieronder genoemd.
Rijksinstructieregels omtrent houtopstanden (bebouwingscontour houtkap) 2
Artikel 3:10 van deze APV geeft aan dat een omgevingsvergunning noodzakelijk is voor het vellen van houtopstanden5 :
Hoofdlijnenakkoord en Collegeprogramma 2022-2026
Groenstructuurvisie 2020 (dorpskernen)
Hieronder geven we een korte samenvatting over het bomenareaal in Horst aan de Maas. Voor een uitgebreidere beschrijving verwijzen we naar bijlage 6.
Allereerst is het totale areaal in aantallen en als bomennorm beschreven. Met ongeveer 40.000 gemeentelijke bomen (bijna 1 per inwoner) is Horst aan de Maas boomrijker dan een gemiddelde Nederlandse gemeente met 0,5 gemeentelijke boom per inwoner. Met 1,6 m3 boomkroonvolume per vierkante meter, waarbij ook bospercelen en niet-gemeentelijke bomen zijn meegerekend, is de huidige bomennorm ‘matig’ en ligt er een vergroeningsopgave van 0,6 m3 per vierkante meter om aan de landelijke bomennorm te voldoen.
Ook is gekeken naar het sortiment, waarbij het eikengeslacht bovenmatig vertegenwoordigd blijkt. Daarnaast treffen we veel lindebomen, esdoorns, berken en essen aan in de gemeente. Met 15.000 zomereiken (38% van het totale areaal) is het verhogen van de diversiteit een aandachtspunt.
In bijlage 6 is hoofdstuk 2 gewijd aan monumentale en bijzondere bomen met beschermde status. Bomen staan als monumentaal geregistreerd als ze ouder zijn dan 80 jaar. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van de gemeentelijke boomstructuren. We zien veel monumentale bomen terug als herkenbare structuren in het buitengebied (zie kaart boomstructuren in bijlage 2). In de boompaspoorten is de aparte beleidsstatus voor structuurbomen echter (nu nog) niet opgenomen. Hoewel deze monumentale bomen individueel beschermd zijn, vormt ook de bescherming van de boomstructuur als zodanig vormt een aandachtspunt.
Afbeelding 1: Voorbeeld van een boomstructuur in het buitengebied: Oude Peeldijk bij Meterik.
De gemeente Horst aan de Maas is onder te verdelen in drie landschappen: het Maaslandschap, het Zandlandschap en het Peellandschap. Bomen kleuren deze landschappen, met elk hun eigen kenmerkende beplantingselementen en soorten (zie hoofdstuk 4 van bijlage 6). Vervolgens gaan we kort in op de bomen en het groen in de dorpen. De visie hierop ook uitgebreider beschreven in de Groenstructuurvisie Horst aan de Maas (2020). Tenslotte gaan we in op de bedrijventerreinen en werklandschappen waar landschappelijke inpassing ook een rol speelt (hoofdstuk 6 van bijlage 6).
De status van dit bomenbeleid is bindend zodra bestuurlijke vaststelling heeft plaatsgevonden. Het vorige beleidsplan ‘Duurzaam & integraal boombeheer 2011’ vervalt op dat moment, alsmede de bijlagen behorende bij dit beleidsplan.
Ook het bomenbeheerplan (bijlage 1) is geborgd en is per onderdeel door de vakinhoudelijk verantwoordelijke geactualiseerd op basis van landelijke normen en richtlijnen en doelstellingen uit dit beleid.
De nieuwe beleidsregels van dit bomenbeleid zijn zelfbindend voor de gemeente. Juridische regels voor inwoners en niet-gemeentelijke rechtspersonen zijn vastgelegd in de APV en in het omgevingsplan. Deze blijven met de vaststelling van het bomenbeleidsplan ongewijzigd.
Het bomenbeleid vormt een thematische uitwerking onder het omgevingsprogramma Groen-Blauw-Klimaatadaptatie6 dat bij vaststelling van het bomenbeleid nog in ontwikkeling is.
1.7. Implementatie, uitwerking en uitvoering
Het in de praktijk brengen van dit beleidsplan gebeurt gefaseerd. De uitwerkingen staan op de ontwikkelkalender (hoofdstuk 6) en worden op basis van prioriteit doorgevoerd in het boombeheerplan, in de werkwijze bij ruimtelijke ontwikkelingen, in het kapvergunningenstelsel enzovoorts. We maken onderscheid tussen implementatie en uitvoering op korte termijn (binnen 2 jaar) en op langere termijn.
De gemeente Horst aan de Maas wordt beleefd als een groene gemeente. Ongeveer 40.000 bomen geven de gemeente een groene uitstraling en dragen bij aan een mooie en gezonde leefomgeving. Bomen zijn mede bepalend voor de kwaliteit van de leefomgeving. Het belang van bomen is samen te vatten in de thema’s biodiversiteit, identiteit en cultuurhistorie, klimaatadaptatie en gezondheid, die we in dit hoofdstuk toelichten.
Afhankelijk van de soort, vormen bomen een habitat en vervullen bomen een cruciale rol voor het lokale ecosysteem. Door hun functie van als voedselbron, nest- en schuilgelegenheid voor dieren, insecten maar ook planten, mossen en schimmels, dragen bomen bij aan soortenrijkdom en biodiversiteit. Een boom vormt een leefgemeenschap op zichzelf. In een natuurlijke bodem leven schimmels en bacteriën in symbiose (langdurige samenwerking) met boomwortels, waarbij beide profiteren. Dit helpt bij het bereiken van een natuurlijke balans waardoor plaagdieren niet de overhand krijgen en er altijd voldoende voedsel beschikbaar is voor dieren en insecten. Diversiteit verminderd de vatbaarheid voor ziekten en plagen die in een monocultuur ongeremd kunnen uitbreiden. Naarmate de boom ouder wordt verandert de leefgemeenschap. Het behoud van oude en veterane bomen is essentieel voor het versterken van de biodiversiteit. Samen met andere bomen, dieren, heesters en planten vormen ze grote leefgemeenschappen. Daarom is het belangrijk om natuurgebieden en dorpen met elkaar te verbinden, door het overbruggen van niet-natuurlijke barrières tussen groengebieden of bomenlanen.
Voor de biodiversiteit ofwel soortenrijkdom is de herkomst van bomen van belang. Inheemse boomsoorten komen hier van nature voor en bieden onderdak aan meer soorten insecten en andere dieren. Op een zomereik zijn tot wel 450 insectensoorten te vinden, op een Amerikaanse eik slechts 13.
Boomsoorten met een hoge bijdrage aan biodiversiteit zijn:
2.2. Identiteit en cultuurhistorie
Waarom zijn bomen belangrijk? Als dit wordt gevraagd, is een veelgenoemde waarde de beleving van de seizoenen. Ook de aanwezigheid van vogels wordt gewaardeerd, alsmede de fraaie uitstraling die bomen aan een straat geven. Een groene omgeving heeft een positief effect op onze gezondheid, welzijn en welbevinden. Met een gezond bomenbestand, laten we de beleving van bomen toenemen en daarmee vergroten we de leefbaarheid in onze gemeente, zowel in de dorpskernen als daarbuiten.
Afbeelding 3: Bomen in de dorpskernen.
Afbeelding 4: Bomen in buitengebied.
Duurzaamheid is op alle terreinen toepasbaar. Voor boombeheer betekent het dat bomen gezond oud kunnen worden. Oude bomen als levend monument, bijzondere bomen met een verhaal, lanen, boomgaarden, bosjes, erfbeplanting of grote bomen als beeldbepalend element in de omgeving. Bomen zijn verbonden met de identiteit, cultuurhistorie en het erfgoed van het gebied. Door oude bomen te koesteren, blijft de geschiedenis leven.
De klimaatverandering zorgt voor meer extreem weer. De boomkronen vormen een natuurlijk groen dak in onze wijken. Zij zorgen voor de broodnodige verkoeling op hete zomerdagen door schaduwwerking en verdamping. Het regenwater dat bij zware buien valt, kan langzaam in de grond of het plantvak rondom de boom zakken, waardoor het riool niet te veel wordt belast.
Het bomenbestand moet op de toekomst voorbereid te zijn. Monoculturen zijn namelijk gevoelig voor ziekten en plagen. Variatie is daarom het antwoord op klimaatverandering. Het betekent afwisseling van boomsoorten in woonwijken. Krijgt een bepaalde soort het dan moeilijk of krijgen we te maken met een soortspecifieke aantasting, dan voorkomen de andere soorten een kaalslag in de wijk.
De aloude laanbeplantingen van dezelfde boomsoort blijven in stand in de cultuurhistorische lijnen (van de hoofdgroenstructuur). Tenzij aanplanten van dezelfde boomsoort niet verantwoord is, vanwege veranderde omstandigheden (bijvoorbeeld door klimaatverandering). In andere lanen kan geleidelijk een mix van (vergelijkbare) boomsoorten te zien zijn.
Naast inheemse soorten is het nodig om ook soorten aan te planten die hier niet van nature thuishoren. Soorten uit de mediterrane zone kunnen bijvoorbeeld beter omgaan met hitte en droogte. Ook aanplant van gekweekte variëteiten is zinvol vanwege specifieke boomeigenschappen.
Bomen helpen de negatieven effecten van klimaatverandering tegen te gaan, CO2 afvang en opslag, minder wateroverlast en gematigde temperatuur. Zo zorgen bomen voor een verlaging van de luchttemperatuur tussen de 0,7 en 2,7° C. De gevoelstemperatuur (PET) daalt door de bomen tussen de 3,4 en 19 °C (Kluck et al, 2020).
Afbeelding 5: De waarde van bomen in ecosysteemdiensten gevat (links) en doorgerekend in absolute opbrengst (rechts)
Mits bomen goed groeien, neemt de groene waarde met de jaren exponentieel toe. Dit vergt de nodige investeringen zoals een groeiplaatsinrichting met voldoende ruimte, voeding, vocht, zuurstof en gezond bodemleven, goede nazorg en onderhoud, goede snoei en het voorkomen van schade, beheerproblemen en overlastsituaties. Hoe ouder en groter een boom is, hoe meer ecosysteemdiensten hij levert. Hieronder is een berekening weergeven van de koolstof-opslag van een jonge eik en een volwassen eik. (Bij deze boomsoort staat 1 centimeter diktegroei van de stam ongeveer gelijk aan 1 levensjaar).
Afbeelding 6: Het verschil van de hoeveelheid vastgelegde hoeveelheid koolstof tussen een jonge en een volwassen eik.
Met de visie ‘Gezonde bomen voor een gezonde leefomgeving’ dragen we bij aan gezondheid van de inwoners. Gezonde bomen dragen meer bij doordat ze beter in staat zijn verontreinigende stoffen op te nemen. Ze helpen zo gezondheidsproblemen als ademhalingsproblemen, hart-, vaat- en longziekten te verminderen (RIVM7 , WUR8 ). Op warme zomerdagen is het prettig vertoeven in de schaduw van een boom. Het bladerdak van de laanbomen in het dorp maken de wandeling naar het bos of park als koelteplek aangenaam.
Gerichte aanleg van groen en schaduwrijke plekken stimuleert mensen om erop uit te trekken, naar buiten te gaan en actief te zijn. Of dit een wandeling of fietstocht door de omgeving is, of tuinieren in de eigen tuin. Een actieve leefstijl bevordert de gezondheid. En buiten zijn leidt tot meer sociale contacten.
In een groene omgeving waarbij mensen meer naar buiten gaan, is de sociale samenhang groter dankzij spontane ontmoetingen. Dat vermindert de eenzaamheid en dat draagt bij aan de mentale gezondheid. Er zijn meer voorbeelden van de baten van bomen voor mentale gezondheid. Zo hebben mensen met burnout klachten baat bij wandelingen in een groene omgeving. Het simpelweg uitzicht hebben op bomen vanuit ons huis heeft een positieve invloed op ons welzijn. Ziekenhuizen laten patiënten bij voorkeur bijkomen van een operatie op een kamer met zicht op bomen, omdat onderzoek uitwijst dat dit de genezing bevordert.
Bomen in de bebouwde omgeving werken als luchtfilter door fijnstof en andere vervuilingen uit de lucht te vangen. Door de toenemende verstedelijking neemt de ruimte voor groen af. Het maken van een juiste afweging op de vraag waar wel en waar geen bomen te planten is belangrijker dan ooit. Los van het landschappelijke karakter behoort ook het bevorderen van de gezondheid tot een belangrijke reden om bomen en groen aan te planten. In tabel 1 geven we schematisch de relatie tussen milieu/welzijn en bomen weer. Bomen zijn essentieel voor een goede leefomgeving.
Bomen die in het kader van milieu en welzijn worden aangeplant kunnen ook een nevenfunctie hebben. Bomen langs een drukke weg met de hoofdfunctie geluid en/of vluchtige organische stoffen af te vangen, zullen tevens de structuur van de weg accentueren. Daarnaast kan het remmend werken wat indirect positief is voor mens, natuur en omgeving.
2.5. Overige waarden van bomen
Naast de waarde voor biodiversiteit, identiteit en cultuurhistorie, klimaatadaptatie en gezondheid, hebben bomen andere maatschappelijke en economische voordelen. Informatie hierover is onder andere te vinden op:
Hieronder een korte weergave van alle aspecten waaraan bomen bijdragen.
3. Uitdagingen en aandachtspunten
De bureaustudie, analyse van het bomenbestand en de werksessies hebben uitdagingen en aandachtspunten opgeleverd die de basis vormen voor het bomenbeleid. We onderscheiden hierin 5 aspecten die hieronder worden toegelicht.
4. Visie: Gezonde bomen voor een gezonde leefomgeving
We zetten ons in voor een gezonde, groene gemeente, dankzij de gemeentelijke bomen. We willen hiervoor extra bomen planten om de leefomgeving groen te houden en de bestaande bomen koesteren en gezond houden.
Gezondheid staat centraal in het beleid van onze gemeente en daar dragen bomen aan bij.
Uit de werksessies, die in het kader van dit bomenbeleid zijn gehouden, kwam naar voren dat bomen een groot belang dienen voor mens, dier en milieu. Een groenere leefomgeving vangt onder andere de negatieve effecten van klimaatverandering op, stimuleert biodiversiteit, laat cultuurhistorisch erfgoed leven en verhoogt ons algehele gevoel van welzijn.
Er wordt met dit nieuwe beleid gewerkt aan een goed en gezond bomenbestand en het behouden en waar mogelijk laten toenemen van het bomenbestand. Het doel is om de groene waarde van bomen te laten toenemen en een gezonde leefomgeving te maken voor nu en de toekomst.
Met dit bomenbeleid zetten we in op een betere bomen, meer en beter beschermde bomen en betere samenwerking rond bomen. Dit alles op basis van duidelijke kaders en richtlijnen.
Hiermee werken we aan een gezonde leefomgeving en een gezond bomenbestand. We vergroten de biodiversiteit en weerbaarheid tegen ziekten en plagen. We beschermen cultuurhistorie en erfgoed, verbeteren het regulerend vermogen in perioden van droogte, hitte of extreme regenval. We willen met een gezonde omgeving een positieve impact maken op het welzijn van onze inwoners, zowel fysiek als mentaal.
4.3. Doelstellingen bij ambitie 1: Betere bomen
Een gezonde leefomgeving en een gezond bomenbestand zijn leidend voor dit bomenbeleid. Gezonde groei leidt tot meer bladerdak en kroonvolume en daarmee nemen de groene baten van bomen voor de leefomgeving toe. Dit zijn bijvoorbeeld het verminderen van hittestress en wateroverlast. Ook dragen bomen door schaduwwerking op watergangen bij aan de kwaliteit van het oppervlaktewater. Met een verscheidenheid aan soorten, ondersteunen we de lokale flora en fauna, vermindert de plaagdruk, en maken we het bomenbestand beter weerbaar tegen ziekten en aantastingen. Door ‘de juiste boom op de juiste plek te planten’ zorgen we ervoor dat bomen gezond kunnen uitgroeien, minder overlast veroorzaken en hun functie optimaal vervullen. Bovendien is een kwalitatief goed bomenbestand toekomstbestendig en brengt dat minder vervangingskosten met zich mee. In het dagelijks beheer en onderhoud koesteren we bomen en met name de particuliere beschermwaardige en monumentale bomen. In geval van kap hebben we oog voor circulair werken en het laten staan of liggen van dood hout in het belang van biodiversiteit.
Doelstelling 1: We zetten de juiste boom op de juiste plek
We houden rekening met de behoefte van de boom
Om gezond uit te groeien, wordt zowel boven- als ondergronds beoordeeld hoeveel groeiruimte beschikbaar is. Hier wordt de boomsoort op geselecteerd.
Vervolgens wordt de boomsoort geselecteerd op basis van de (verwachte) omstandigheden zoals bodemsamenstelling, grondwaterstand, mate van droogte en hitte, verharding, strooizout en benodigde opkroonhoogte. Dit moet matchen met de behoeften en eigenschappen van de boomsoort.
|
Richtlijn voor de groeiplaatsinrichting Als de boomsoort bekend is, wordt met http://www.boommonitor.nl de groeiplaatsinrichting te berekend. Voor de verschillende boomtypen hanteren we als minimale ambitieleeftijd het volgende:
|
|
In de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) worden de ontwerprichtlijnen voor bomen opgenomen. Hierbij wordt verwezen naar Boommonitor en naar Hoofdstuk 1 (Bomenontwerp) van de meest recente versie van Handboek Bomen. |
We houden rekening met de omgeving
Aan de hand van de functie en het gebruik van de locatie en de landschappelijke identiteit (zie bijlage 5, hoofdstuk 4), selecteren we bomen die de gewenste eigenschappen hebben. Denk bijvoorbeeld aan boomgrootte, kroonvorm, pollenwaarde, bladkleur en vruchtdracht. Het selecteren van de best passende boom doen we met behulp van www.bomentabel.nlhttp://www.bomentabel.nl/.
We passen geen soorten toe die extra gevoelig zijn voor heersende ziekten. Ook vermijden we soorten toe die problemen opleveren op specifieke locaties (zoals luisgevoelige lindes bij parkeervakken). We houden rekening met daken waar zonnepanelen liggen, en met daken die geschikt zijn voor het opwekken van zonne-energie.
Doelstelling 2: We vergroten de variatie van het bomenbestand
Met circa 39% zomereiken en een toenemend aandeel zomerlinde en winterlinde (13%), kent het huidige bomenbestand onvoldoende diversiteit. Om de weerbaarheid van het bomenbestand te vergroten, en de biodiversiteit te versterken, is variatie belangrijk en worden geen monoculturen meer aangeplant. Er worden geen gezonde bomen gekapt, maar bij vervanging of nieuwe aanplant wordt rekening gehouden met de diversiteitsnorm van Santamour.
Doelstelling 3: We zorgen voor kwaliteit vanaf de start
We werken met goed plantmateriaal en creëren optimale aanplantomstandigheden. We geven bomen een groeiplaats waarin ze gezond kunnen uitgroeien tot aan hun ‘ambitieleeftijd’. We beperken monoculturen van gekloonde bomen (cultivars) en we streven naar genetische variatie en plantmateriaal van autochtone herkomst om de kans op resistentie en weerbaarheid tegen ziekten en aantastingen te vergroten.
Doelstelling 4: We investeren in groeiplaatsverbetering voor gezonde en veilige bomen
We beheren onze bomen cyclisch volgens een methodiek van inspectie, besluitvorming, voorbereiding en uitvoering. Ingrijpende maatregelen worden binnen de vastgestelde urgentietermijn uitgevoerd. Hiermee voldoen we aan de wettelijke Zorgplicht.
Wanneer bomen niet goed groeien en dit met maatregelen zoals groeiplaatsverbetering, duurzaam opgelost kan worden, is dat het overwegen waard. Ook het verbeteren en in stand houden van bomen met de monumentale of bijzondere status kan de extra investering waard zijn.
We helpen particuliere eigenaren van monumentale of bijzondere bomen door naast VTA inspecties (visuele inspecties), ook ecologische inspecties voor hen te verzorgen. Voor levensduurverlengende maatregelen (maar niet voor regulier beheer) wordt jaarlijks budget vrij gemaakt uit het Bomenfonds. Om aanspraak te maken op een bijdrage uit het Bomenfonds dient de rechtmatige eigenaar, of de gebruiker van een perceel waarop zich de houtopstand bevindt dient een schriftelijk verzoek in voor deelname aan de tegemoetkomingsregeling.
Ziekten, plagen en aantastingen
Voor de gezondheid van de bomen en de omgeving voorkomen en bestrijden we boomziekten en aantastingen. Ten aanzien van ziekten en aantastingen passen we ecologisch beheer toe waar mogelijk (bijvoorbeeld luizen bestrijden met larven van lieveheersbeestjes).
Vanwege de invloed van klimaatverandering en het verspreidingsgebied van schimmels en insecten, vestigen zich nieuwe ziekten en plagen in ons land. Voorbeelden hiervan zijn de bloedingsziekte onder de kastanjebomen, essentaksterfte en massaria-aantasting in platanen.
|
We monitoren ziekten en aantastingen. Wanneer nieuwe ziekten zich voordoen, is het nodig hiervoor een protocol op te stellen. |
Doelstelling 5: Ook (bijna) dode bomen laten we bijdragen.
De laatste jaren wordt de waarde van deze veteraanbomen steeds meer duidelijk (zie ook paragraaf 3.3). Veteraanbomen hebben een aangepast beheer nodig. Dit betekent dat niet elke ingreep zomaar kan en dat elke ingreep goed overwogen moet worden.
|
We stellen aanwijscriteria op voor veteraanbomen en maken een beheerplan voor bomen die de veteranenfase mogen doorlopen. |
Hout en snoeiafval wordt zo hoogwaardig mogelijk en lokaal hergebruikt voor lokaal hout, zitbanken, boompalen, nestkastjes, takkenrillen, snipperpaden of mulch bijvoorbeeld.
Dood hout, afgestorven takken, losse bast en gevallen bladeren vormen een sleutelrol in de natuur. 10% van alle flora en fauna op het land is afhankelijk van dood hout en in bossen zelfs 40%. Dood hout draagt in grote mate bij aan biodiversiteit. Uiteraard is het laten staan of liggen van dood hout niet op alle plekken zinvol, mogelijk en wenselijk. Hiervoor is een goede afweging noodzakelijk.
4.4. Doelstellingen bij ambitie 2: Meer en beter beschermde bomen
Meer bomen en beter beschermde bomen betekent groene baten voor de toekomst. Daarom zetten we in op behoud en uitbreiding van het bomenareaal.
Om beter bestand te zijn tegen toenemende kans op hitte, wateroverlast en aanhoudende periodes van droogte, zijn het beter beschermen en aanplanten van bomen belangrijk. Eveneens draagt uitbreiding van het bomenareaal bij aan behoud en versterking van het groene karakter van onze gemeente en de leefbaarheid voor mens en dier.
We zoeken naar mogelijkheden voor aanplant in ontbrekende schakels in de bomenstructuur, het realiseren van ecologische verbindingen en meer groen in en om de wijken. Belangrijk is dat bomen niet voortijdig en onnodig gekapt worden. Hiervoor gebruiken we een duidelijk afwegingskader voor het beoordelen van kapvergunningsaanvragen (bijlage 7). Als een boom gekapt wordt, vindt altijd herplant plaats om het verloren groen op den duur te herstellen. De bestaande en wenselijke boomstructuren maken we inzichtelijk en voor het uitbreiden van het bomenbestand maken we gebruik van een programmatische aanpak.
Doelstelling 6: Uitbreiding boomkroonbedekkingspercentage naar 20% in bestaande woonwijken en buurten
In ongeveer de helft van de wijken ligt het boomkroonbedekkingspercentage boven de 20%. Dit betreft vooral wijken en buurtschappen in het buitengebied. Hier dragen zowel gemeentelijke als niet-gemeentelijke bomen aan bij. Het toevoegen van bomen in wijken die nog niet aan de 20% boomkroonbedekking voldoen, is een vergroeningsslag gewenst. (zie paragraaf 1.3 in bijlage 6). Inwoners willen we stimuleren om bomen te planten en hun tuin te vergroenen en zo bij te dragen aan het bereiken van de bomennorm voor hun buurt.
Bij nieuwe ontwikkelingen en grote transities streven we de 3-30-300 vuistregel na, zie doelstelling 7.
Doelstelling 7: We breiden het bomenbestand uit
Bij de beleidsambitie om de gemeente te vergroenen, zijn streefwaarden nodig. Landelijk is de 3-30-300-regel omarmt en ook in gemeente Horst aan de Maas willen we volgens dit principe werken en inrichten (zie ook doelstelling 6). Bij nieuwe ontwikkelingen en grote transities hanteren we de 3-30-300 regel als richtlijn voor initiatiefnemers van ruimtelijke projecten. Niet in alle situaties is de 3-30-300 regel (geheel) haalbaar, zoals bij inbreidingsprojecten of omvorming van bedrijfspand naar woning. Het groene (en gezonde) karakter van een ruimtelijke ontwikkeling wordt getoetst aan de hand van de 3-30-300 regel.
Ook stellen we een aanplantprogramma op voor extra bomen in de gemeente. Met name in versteende wijken waar veel sprake is van hittestress, zoeken we naar mogelijkheden om te vergroenen met bomen. We stellen een aanplantprogramma op voor extra bomen in de gemeente. Daarnaast werkt de gemeente aan programma’s zoals
Boomstructuren en landschapselementen aanvullen en uitbreiden
De bestaande bomenstructuur wordt aangevuld en uitgebreid waar mogelijk. Daarnaast wordt landelijk en provinciaal gewerkt aan groenblauwe dooradering van het buitengebied. Hier werkt gemeente Horst aan de Maas aan mee. Ook landschapselementen zijn hierbij van belang. Hiervoor is het nodig dat we:
Doelstelling 8: We actualiseren de bomenlijst en boomstructuurkaart
We behouden en beschermen (gemeentelijke) reguliere straat- en laanbomen en bomen en boomstructuren met een verhoogde beleidsstatus. Handboek Bomen onderscheidt bomen met beleidsstatus I (beschermwaardige/ monumentale bomen) en bomen met beleidsstatus II (structuurbomen).
Beleidsstatus I: monumentale bomen en bijzondere bomen 9
In gemeente Horst aan de Maas worden de bomen van beleidsstatus I omschreven als ‘unieke en onvervangbare exemplaren’. Ze zijn nader te classificeren als:
Toekomstbomen worden bewust aangeplant om uit te kunnen groeien tot bijzondere of monumentale boom. Voor deze bomen is een duurzame groeiplaats ingericht op een daarvoor geschikte locatie waarin de bomen 80 jaar gezond kunnen uitgroeien. Met de beleidsstatus wordt de bescherming van de groeiplaats verzekerd.
Veterane bomen zijn geregistreerd als monumentale boom, met de opmerking dat ze ‘veteraan’ beheer krijgen.
Op basis van beleidsstatus I krijgt een boom meer bescherming en wordt extra geïnvesteerd in duurzaam behoud en kwaliteitsverbetering van de boom. De aanwijscriteria voor bomen met Beleidsstatus 1 staan in de Bomenlegger (bijlage 8).
Beleidsstatus II: structuurbomen
De structuurbomen met beleidsstatus II zijn nader te classificeren als:
Een overzichtskaart met de boomstructuren is opgenomen in bijlage 2. De aanwijscriteria voor boomstructuren zijn opgenomen in bijlage 3.
Beleidsstatus III: overige bomen
Dit zijn alle overige individueel geregistreerde gemeentelijke laan- straat- en parkbomen.
Doelstelling 9: We beschermen bomen tegen kap
Met kappen wordt uiteraard het rooien of vellen van een boom bedoeld, maar ook het verplanten of voor de eerste keer knotten, opkronen of kandelaberen (het afzagen van alle takken tot er alleen nog een stam en takstompen overblijven). De groene waarde die verloren gaat is niet snel hersteld, zeker niet bij grote gezonde bomen. We herkennen vier belangrijke redenen voor kap:
Veiligheid (de boom verkeert in de aftakelingsfase, met gevaarlijke situaties tot gevolg, is ernstig ziek of heeft een zwakke structuur en/of veel dood hout. Ook voor bomen die het verkeer hinderen en voor gevaarlijke situaties zorgen kan vanwege veiligheidsproblemen een kapverzoek worden ingediend.)
Beheer (de boom is slecht of niet beheerbaar door terugkerende knelpunten zoals bestratingsopdruk, takken tegen de gevel of onvoldoende opkroonhoogte. Ook kan een boom een andere boom belemmeren in zijn groei en is dunnen van de houtopstand een beheermaatregel om de algemene kwaliteit te verhogen. Kortom: er is bij beheerproblemen geen sprake van ‘de juiste boom op de juiste plek’).
Bij bomen met beleidsstatus I en II In het Beoordelingskader Kapaanvragen (bijlage 7) staan per beleidsstatus de redenen en de bezwaren tegen het vellen van een boom.
Bij ruimtelijke ontwikkelingen zit de boombeheerder vanaf de initiatieffase aan tafel en adviseert over de bomen in het project. Bij een ruimtelijke ontwikkeling introduceren we het Bomenplan dat de initiatiefnemer moet maken. Hierin wordt per projectfase geïnventariseerd wat de impact op bomen is en hoe het projectgebied wordt ingericht. Zo wordt er een QuickScan en een Boomeffectanalyse (BEA) uitgevoerd om de bomen te inventariseren en de projectinvloed te bepalen. Bij de uitvoering van werkzaamheden wordt zorgvuldig gewerkt. Op basis van de beslisboom (bijlage 9) wordt al dan niet een werkplan bomen opgesteld en is de bomenposter Werken rondom bomen duidelijk zichtbaar (bijlage 10). Bij structuurbomen is het kappen van één of enkele bomen soms niet zo erg. De structuur als geheel mag niet onherstelbaar aangetast raken.
Het uitgangspunt bij ervaren overlast is dat alleen maatregelen worden getroffen als sprake is van gegronde overlast. In het uiterste geval kan kap overwogen worden, maar zeker bij bomen met beleidsstatus I en II wordt dit grondig onderzocht.
Doelstelling 10: We compenseren het verlies van een boom na kap
Na kap van beschermwaardige bomen vindt altijd compensatie plaats. Dit kan op verschillende manieren.
Ten aanzien van particuliere bijzondere en monumentale bomen wordt geen herplant opgelegd bij het verlenen van een kapvergunning. Wel wordt advies gegeven hoe de eigenaar de groene waarde op termijn kan hertellen met nieuwe aanplant.
4.5. Doelstellingen bij ambitie 3: Betere samenwerking rond bomen
Het verbeteren en uitbreiden van het bomenbestand raakt iedereen die in de omgeving woont en werkt. Het is daarom belangrijk om de opgaven en consequenties eenduidig uit te leggen en miscommunicatie te voorkomen.
Doelstelling 11: We maken informatie over bomen beter toegankelijk
We willen ervoor zorgen dat informatie over bomen en het bomenbestand voor iedereen toegankelijk is. Ons uitgangspunt is dat door kennisdeling ook de bewustwording groter wordt.
Kennis delen en uitleg geven over bomen zijn belangrijke basisingrediënten voor draagvlak en samenwerking, zowel intern bij de gemeentelijke organisatie, als met samenwerkingspartners en inwoners. Dit doen we op verschillende manieren:
Doelstelling 12: We versterken het gevoel van eigenaarschap voor bomen
Zowel bij de interne gemeentelijke organisatie als bij lokale groene partners wellen we het gevoel van eigenaarschap ten aanzien van bomen versterken. Ons uitgangspunt is dat door samenwerking de maatschappelijke betrokkenheid groter wordt. We betrekken waar mogelijk, inwoners actief bij aanplant en beheer van bomen.
We maken samenwerken praktisch door de focus op concrete projecten te leggen waarbij bomen behouden, geplant of verbeterd kunnen worden. Voor al deze projecten moeten kaders en richtlijnen worden opgesteld en breed gedeeld worden zodat iedereen weet wat de rol vanuit het boombeheer kan zijn. Hiermee maken we optimaal gebruik van eventuele meekoppelkansen.
Doelstelling 13: We vergroten de bewonersparticipatie bij bomen.
Met diverse communicatiemiddelen willen we inwoners bereiken zodra zich kansen voordoen om mee te denken bij nieuwe aanplant of het beheer van bomen. Hiervoor zetten we de communicatiemiddelen in die we bij doelstelling 11 hebben genoemd. Iedere situatie vraagt om passende participatie. Hierbij wordt gewerkt conform de gemeentelijke participatieaanpak waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen omgevingsparticipatie, overheidsparticipatie en inwonersparticipatie. Bij inwonersparticipatie wordt gebruik gemaakt van een stappenplan inclusief participatieladder.
5. Ontwikkelkalender Bomen 2025-2035 (Uitvoeringsagenda)
De Ontwikkelkalender Bomen 2025-2035 (Uitvoeringsagenda) heeft een looptijd van circa 10 jaar. In onderstaande overzichtstabel staan de acties en maatregelen op korte termijn (binnen 2 jaar), op middellange termijn (binnen 5 jaar) en op de langere termijn (binnen 10 jaar). Op basis van de gestelde prioriteit worden deze acties en uitwerkingen doorgevoerd in het bomenbeheerplan, in de werkwijze bij ruimtelijke ontwikkelingen, in het kapvergunningenstelsel enzovoorts.
Bijlage 1 Bomenbeheerplan Gezonde bomen voor een gezonde leefomgeving
Dit beheerplan vormt een leidraad voor het beheer van gemeentelijke bomen op hoofdlijnen. Het geeft handvatten voor de communicatie tussen bestuurders, beheerders, uitvoerders en inwoners. Daarnaast is het een toetsinstrument voor specifieke beheerkeuzes en onderhoud.
In 2025 heeft gemeente Horst aan de Maas nieuw bomenbeleid vastgesteld. Hierdoor is het oude bomenbeleid uit 2011 komen te vervallen. De praktische richtlijnen en handvatten voor het dagelijks beheer en onderhoud van bomen zijn waar nodig aangevuld en hebben nu hun plek gekregen in dit Bomenbeheerplan.
1.2. Ambities en doelstellingen
Dit bomenbeheerplan draagt bij aan de beleidsambities en onderliggende doelstellingen:
Ambitie 2: Meer en beter beschermde bomen:
Ambitie 3: Betere samenwerking rond bomen.
Naast bovengenoemde ambities en doelstellingen, geeft het bomenbeheerplan weer hoe de gemeente Horst aan de Maas invulling geeft aan de wettelijke zorgplicht voor bomen. Deze plicht komt voort uit de rechtspraak die voortvloeit uit artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek. Op grond van dit artikel is een boomeigenaar aansprakelijk voor schade veroorzaakt door de boom als de te besteden zorg voor de boom onvoldoende is geweest. De gemeente wil als boomeigenaar voldoen aan de wettelijke zorgplicht ter bescherming van zaken en personen. Het is daarom belangrijk om bomen regelmatig te (laten) controleren en deze controle te documenteren. Dit is de verantwoordelijkheid van de boomeigenaar. Voor bomen geldt echter geen risicoaansprakelijkheid. Dit betekent dat een boomeigenaar niet aansprakelijk is enkel en alleen vanwege het feit dat het zijn boom is. Degene die schade lijdt, zal telkens moeten bewijzen dat de eigenaar zijn zorgplicht heeft geschonden. (bijvoorbeeld wanneer een boom is omgewaaid op een auto)
Dit beheerplan gaat over alle gemeentelijke bomen binnen de gemeentegrenzen van Horst aan de Maas en over particuliere monumentale bomen die op de Bomenlijst vermeld staan. De individuele laan- en straatbomen staan als boompunten geregistreerd in het beheersysteem.
Andere partijen, zoals overige overheden en particulieren, hebben ook bomen in eigendom binnen de gemeentegrenzen. Deze bomen zijn geen onderdeel van dit beheerplan.
Dit beheerplan op hoofdlijnen geeft richting aan het beheer van individuele bomen in de gemeente. Een specifieke uitwerking van verschillende maatregelen wordt jaarlijks gemaakt en in een uitvoeringsopdracht gezet. Dit beheerplan is opgesteld voor de komende 10 jaar en wordt iedere 3 jaar geëvalueerd.
Werken volgens Handboek Bomen en Certificering
Gemeente Horst aan de Maas werkt conform de normen uit de meest recente versie van het Handboek Bomen. Het onderhoud aan bomen wordt in de basis door de eigen dienst uitgevoerd. Hierdoor kan goed worden geanticipeerd op de maatschappelijke veranderingen en wordt kwalitatief goed onderhoud geleverd. Bij het inhuren van externe deskundigheid wordt een vakbekwame specialist vereist met minimaal het certificaat Boomveiligheid van Groenkeur of gelijkwaardig. Een theoretisch én praktisch deskundige op het gebied van bomen, een gecertificeerd Boomveiligheidscontroleur, Data inspecteur bomen (DIB), European Tree Worker (ETW) of European Tree Technician (ETT).
Alle gemeentelijke bomen worden digitaal geïnventariseerd en in kaart gebracht. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het softwareprogramma GRIB. Alle algemene boomgegevens worden verwerkt in het gemeentelijk beheersysteem iASSET.
2.1. Bomen met een verhoogde beleidsstatus
Toekomstbomen worden bewust aangeplant om uit te groeien tot bijzondere of monumentale boom. Voor deze bomen is een duurzame groeiplaats ingericht op een daarvoor geschikte locatie waarin de bomen minimaal 80 jaar gezond kunnen uitgroeien. Met de beleidsstatus wordt de bescherming van de groeiplaats verzekerd.
Monumentale en bijzondere bomen
Aan de hand van een aantal basiscriteria kan bepaald worden of een boom bijzonder of monumentaal is, zie de Bomenlegger (bijlage 8 van het bomenbeleidsplan). Monumentale en bijzondere bomen hebben beleidsstatus I.
Monumentale bomen die zich in de ‘eindfase’ van hun ontwikkeling bevinden, vertonen meer gebreken; meer dode takken, holtes zorgen voor breukgevaar en grote zware takken kunnen uitbreken. Tegelijkertijd zijn juist deze bomen vaak beeldbepalend voor de omgeving en bieden veel ruimte voor dieren. Veterane bomen hebben ook beleidsstatus I.
Gemeente Horst aan de Maas onderscheidt hoofd- en nevenboomstructuren. Bomen in de hoofd- of nevenboomstructuur leveren een belangrijke bijdrage aan de identiteit en het karakter van (het buitengebied van) de gemeente. Ze kunnen stedenbouwkundige structuren en landschappelijke lijnen accentueren of versterken. Deze bomenstructuren begeleiden bijvoorbeeld wegen of wateren binnen de hoofdinfrastructuur of markeren een wijk- of gebiedsontsluiting. Ook kunnen lijnvormige elementen een belangrijke rol vervullen in de verbinding tussen dorp en buitengebied. Bij de structuurbomen geldt ook dat zij van waarde zijn voor het leveren van ecosysteemdiensten.
In bijlage 9 van het bomenbeleidsplan zijn de criteria beschreven. Structuurbomen hebben beleidsstatus II.
2.2. Bomen met een niet-verhoogde beleidsstatus
Reguliere straat- en laanbomen
Dit zijn alle overige bomen in de woon- en werkgebieden en groene parels. Straat- en laanbomen zijn gemeentelijke bomen die geen monumentale status hebben en geen onderdeel zijn van een hoofd- of nevenstructuur. Deze bomen zorgen wel voor een verrijking en verfraaiing van de leefomgeving. Deze bomen staan geregistreerd met beleidsstatus III.
Ecologisch beheerde bomen zijn dode bomen die tot op de stam zijn afgezet, zodat ze bij omvallen geen risico voor de omgeving meer vormen. Als stam hebben ecologisch beheerde bomen een grote rol als nestgelegenheid voor bijvoorbeeld spechten, en bieden voedsel voor insecten. Deze bomen hebben beleidsstatus IV.
Groene parels zijn bijzondere dragers voor het openbare gebied en ze dragen substantieel bij aan de identiteit van het dorp. Groene parels liggen in de dorpskernen en staan beschreven en op kaart aangegeven in de gemeentelijke Groenstructuurvisie 2020. Een groene parel kent geen boombeleidsstatus, maar dient als groen element in zijn geheel in stand gehouden te worden.
Ook (monumentale) bomen kunnen deel uitmaken van groene parels. Voorbeelden van parels zijn dorpspleinen met bijzondere bomen, wijk- en buurtparken, plantsoenen en dergelijke.
2.3. Hoe ziet het beheer eruit?
Bomen met een verhoogde beleidsstatus
Voor monumentale bomen, bijzondere bomen en toekomstbomen geldt een hogere investeringsbereidheid. Dit betekent dat meer budget beschikbaar wordt gesteld voor groeiplaatsverbetering en onderhoud. Wat betreft groeiplaatsverbeterende maatregelen kan gedacht worden aan het aanbrengen van een mulchlaag en eventueel het rondom afzetten van de boom om de groeiplaats te beschermen tegen verdichting. Bij monumentale bomen worden ook verdergaande beheermaatregelen genomen, zoals het aanbrengen van kroonverankering. Bij de inrichting van groeiplaatsen voor toekomstbomen wordt rekening gehouden met een optimale groeiplaats voor een ambitieleeftijd van minimaal 80 jaar. Bomen met een monumentale status zijn beschermd, waardoor boombehoud altijd het uitgangspunt is bij ruimtelijke ontwikkelingen.
Particuliere eigenaren van monumentale bomen worden praktisch ondersteund door de gemeente bij het onderhoud. Deze ondersteuning bestaat uit:
Zie hiervoor de spelregels voor ondersteuning in de bomenlegger.
Monumentale bomen die in de ‘eindfase’ van hun ontwikkeling verkeren, vertonen meer gebreken. Dode takken en holtes zorgen voor breukgevaar en grote zware takken kunnen uitbreken. Tegelijkertijd zijn juist deze bomen vaak beeldbepalend voor de omgeving en bieden veel ruimte voor dieren. Wanneer de omgeving het toelaat, worden deze bomen als veterane bomen beheerd.
Het beheer van veterane bomen bestaat uit natuurvolgend beheer. Dit betekent dat de aftakeling van de boom op natuurlijke wijze (gecontroleerd) kan plaatsvinden. Gebreken als afsterving, rottingen en holen worden gezien als waarden, omdat deze de biodiversiteit ondersteunen. Het veiligstellen van de omgeving kan gerealiseerd worden door de omgeving binnen de kroonbreedte van de boom af te zetten met hekken. Het doel van veteraan beheer is de levensduur van de boom te rekken. Het afzetten van de omgeving rond de boom komt ten goede van omgevingsveiligheid, maar helpt ook tegen verdichting van de groeiplaats. Bladafval zal ook niet worden verwijderd om het organisch stofgehalte in de bodem te verrijken. Daarnaast kunnen overige maatregelen getroffen worden voor het verbeteren van de groeiplaats. Bij deze bomen is de investeringsbereidheid hoog.
Structuurbomen worden in samenhang met nevenstaande bomen beheerd, waarbij het doel is de structuur in stand te houden, dan wel te versterken. In structuren zijn dunning en groepsgewijze vervanging mogelijke maatregelen om de structuur kwalitatief te kunnen verbeteren.
Voor een duurzaam beheer van structuurbomen is het evident dat de juiste boom op de juiste plaats staat. De sortimentkeuze is hierin van cruciaal belang. In hoofdstuk 3 paragraaf 3.9 sortimentskeuze op pagina 18, wordt hier nader op ingegaan.
Bij eventuele verwijdering dient altijd rekening te worden gehouden met beschermde flora en fauna die zich in en rond de boom heeft ontwikkeld. Boomstructuren herbergen een schat aan (kleine) flora en fauna. Denk hierbij aan vogels, vleermuizen, en tal van insecten zoals diverse vlindersoorten.
Het ambitieniveau ‘redelijk’ voor minimaal 60 jaar wordt doorgaans aangehouden voor structuurbomen.
Reguliere straat- en laanbomen
Om de (bio)diversiteit te vergoten en de kans op plagen en ziekten te verkleinen wordt veel variatie aangeplant.
Omdat deze gemeentelijke bomen in woonstraten, pleinen en groenstroken staan, is de relatie van de bewoners tot de bomen erg belangrijk. Ondervinden zij veel overlast van de bomen, dan zullen zij de bomen niet ervaren als een verrijking van hun wijk of straat. Juist bij sfeerbomen is dit erg belangrijk. Ook hier geldt dat de juiste boom op de juiste plaats het belangrijkste middel is om de schoonheid van bomen te onderkennen.
Voor deze bomen geldt een lagere bescherming en minder investeringsbereidheid. Ze worden als individu beheerd om ze duurzaam in stand te houden. De bomen worden cyclisch binnen hun onderhoudsbehoefte beheerd.
Het ambitieniveau ‘redelijk’ voor 40 jaar wordt doorgaans aangehouden voor reguliere straat- en laanbomen.
De boombeheerder beoordeelt bij iedere boom die vanuit regulier beheer in aanmerking komt voor kap of deze als ecologisch beheerde bomen kunnen worden beheerd. De boombeheerder beslist of het beheer van een ecologisch beheerde boom past op de specifieke locatie. Ecologisch beheer zal hoofdzakelijk worden toegepast in parken en bosplantsoenen waar de boom geen gevaar oplevert voor passanten. Het tot op de stam afzetten van bomen is een maatregel die enkel wordt toegepast om ervoor te zorgen dat een boom als ecologisch beheerde boom beheerd kan worden. Bij eventuele verwijdering dient altijd rekening te worden gehouden met beschermde flora en fauna die zich in en op de stam heeft ontwikkeld. Ecologisch beheerde bomen worden jaarlijks geïnspecteerd. Dit valt onder aandachtbeheer.
De bomen zijn op boomtype ingedeeld conform Handboek Bomen. Het beheer is passend bij het type. De verschillende boomtypen worden hieronder omschreven; vrij uitgroeiend, niet vrij uitgroeiend en vormbomen.
Vrij uitgroeiende bomen zijn bomen in parken en groenstroken die tot onderaan de stam vertakt zijn en niet worden opgekroond of gesnoeid. Takken hangen niet over een weg of pad en daarom is geen vrije doorgang nodig. Vrij uitgroeiende bomen hebben hierdoor de kans meer kroonvolume te ontwikkelen dan niet vrij uitgroeiende bomen.
Niet vrij uitgroeiende bomen zijn voornamelijk de bomen langs wegen en paden. Ze worden met enige regelmaat bijgestuurd in hun groeiwijze door middel van snoei. De onderzijde van de kroon wordt bij deze bomen opgekroond om voldoende doorrijhoogte te creëren, zodat verkeer geen hinder ondervindt van laaghangende takken.
Deze bomen worden beheerd zodat ze in een bepaalde vorm blijven, ze worden geknot, gekandelaberd of geknipt/geschoren. Een reden om een boom als vormboom te beheren, is omdat de bovengrondse groeiruimte zich niet leent voor grote boomkronen. Door bomen op deze manier te beheren, kunnen ze beter ingepast worden bij beperkte boven- en ondergrondse groeiruimte. Vanuit cultuurhistorisch oogpunt kan een boom ook worden aangemerkt als vormboom. Voorbeelden hiervan zijn knotwilgen en leilinden.
Belangrijk uitgangspunt bij het beheer van gemeentelijke bomen is dat wordt voldaan aan de wettelijke zorgplicht. Hier wordt invulling aan gegeven door planmatig beheer. Dit betekent dat in 3 vastgelegde cycli alle bomen worden geïnspecteerd, bevindingen worden geregistreerd en geadviseerde maatregelen worden uitgevoerd. Een volledige boomveiligheidscontrole (BVC) dient elke drie jaar te worden herhaald voor bomen in de dorpskernen en langs doorgaande wegen.
Bomen langs aangegeven B-wegen in het buitengebied worden elke 6 jaar geïnspecteerd. Deze inspectiefrequentie is vastgesteld in GRIB als cyclusgebied ‘Centrum 1 en 2, Peel 1 en 2 en Maas 2’. Tijdens deze controle worden de inventarisatiegegevens geactualiseerd en opnieuw op kaart gezet in GRIB en iASSET.
De drie cycli binnen gemeente Horst aan de Maas bestaan uit de gebieden Peel, Centrum en Maas.
Cyclusindeling inspectie en onderhoud bomen Horst aan de Maas. Bron: GRIB
3.2. Beschrijving regulier beheerproces bomen
Het cyclisch onderhoud binnen de gemeente volgt een vast schema. Hierin worden jaarlijks vier processtappen doorlopen volgens het IBVU-proces die de drie- en zesjarige cyclus ondersteunen.
Het jaarlijkse werkgebied wordt vastgesteld door de boombeheerder. In het vastgestelde werkgebied wordt een gecombineerde boomveiligheidscontrole (BVC) uitgevoerd. De BVC-controles worden uitgevoerd door inspecteurs van de gemeente. Aan de hand van de bevindingen worden maatregelen geadviseerd, waarover door de beheerder keuzes ten aanzien van de uitvoering worden gemaakt.
Tijdens deze processtap worden de keuzes ten aanzien van de geadviseerde (veiligheids- en onderhouds-) maatregelen vastgelegd. Op basis van de gemaakte keuzes wordt een werkpakket samengesteld met uit te voeren maatregelen.
Voor het werkpakket uit de voorgaande processtap wordt een werkomschrijving opgesteld. Uitgangspunt voor deze werkomschrijving wordt gevormd door de kwaliteitseisen uit het Handboek Bomen (Norminstituut Bomen). Het beheer wordt uitgevoerd door de eigen dienst van de gemeente, waarbij externe partijen ondersteuning kunnen bieden.
Voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden wordt een startoverleg gehouden met de eigen dienst, toezichthouder, beheerder en eventueel externe partijen. Gedurende dit overleg wordt onder meer de opdracht toegelicht, rollen en verantwoordelijkheden worden verdeeld en de planning wordt doorgenomen.
In het kader van de kwaliteitsbewaking vindt tijdens de uitvoeringsperiode een toetsmoment in het veld plaats. In aanwezigheid van de eigen dienst wordt na afronding van de werkzaamheden een oplevermoment ingepland, waarbij een opname uit het veld wordt beoordeeld. Bij deze werkzaamheden is een toezichthouder betrokken.
3.3. Boomveiligheidscontrole en onderhoudsinspectie
Alle gemeentelijke bomen worden geïnventariseerd en digitaal in kaart gebracht. Om de data actueel te houden, is het noodzakelijk om te blijven inventariseren.
Het inspecteren van de bomen geeft uitvoering aan de zorgplicht. De inspectie wordt in eerste instantie visueel uitgevoerd, ook wel de BVC genoemd. Een BVC mag alleen worden uitgevoerd door daartoe opgeleide en bevoegde personen. Iedere boom of boomgroep heeft zijn eigen paspoort. De BVC wordt vastgelegd in dit paspoort. Op basis hiervan wordt onderhoud uitgevoerd. Zowel de inspectie als het onderhoud wordt uitgevoerd conform de richtlijnen uit het Handboek Bomen.
Ook knot-, bol- en leibomen worden cyclisch geïnspecteerd. Deze vormbomen worden minimaal elke 3 jaar onderhouden (knotbomen eens per 3 jaar, leibomen jaarlijks).
Naast de inspectie van de bomen in één van de drie cycli (Peel, Centrum of Maas), worden ook jaarlijkse inspectiebomen in de overige twee cycli geïnspecteerd, zie hoofdstuk 3, paragraaf 3.1. Jaarlijkse inspectie bomen, ook wel attentiebomen genoemd, zijn bomen met een gebrek en/of aantasting waardoor het nodig is het verloop van het gebrek en/of de aantasting jaarlijks te monitoren. Zodoende kan de gemeente tijdig passende beheermaatregelen treffen in het kader van veiligheid.
Vanuit de boominspecties worden indien nodig aanbevelingen gedaan voor een Boomveiligheidsonderzoek (BVO). Een BVO kan aanbevolen worden als er vermoedelijk sprake is van een gebrek, en meer onderzoek is nodig om te bepalen of het daadwerkelijk een gebrek is en welke maatregelen nodig zijn. Tijdens de besluitvormingsfase wordt afgewogen of de betreffende boom waarvoor een BVO is aanbevolen, deze investering waard is, of dat vervanging een betere optie is. Uiteraard hangt dit onder andere samen met de beleidsstatus van de boom (en als dat niet is vastgelegd, de kennis en ervaring van de boombeheerder). Over het algemeen zal een BVO alleen bij monumentale bomen, waardevolle bomen, structuurbomen of veterane bomen worden uitgevoerd.
Een specifieke vorm van BVO is het door middel van een ‘trekproef’ simuleren van windbelasting op een boom. Hiermee is het mogelijk om te beoordelen hoe stabiel de boom staat en of de breukvastheid van de stam voldoende is. Voor het uitvoeren van de trekproef is een speciale opstelling met een lier 10 en meetapparatuur nodig, dit is een kostbare onderzoeksmethode.
Het kan nodig zijn om op hoogte nader onderzoek (NO) uit te voeren. Dit zal klimmend of met een hoogwerker uitgevoerd moeten worden. Onderzoek op hoogte vraagt om inzet van ander materieel en een medewerker met specifieke deskundigheid en bijbehorende certificering.
Het reguliere onderhoud is van essentieel belang om een duurzaam, veilig boombeheer te voeren. Hiermee werken we aan een duurzaam en veilig bomenbestand. Bezuinigingen op onderhoud kunnen onomkeerbare gevolgen hebben voor de vitaliteit en de conditie van de boom en of het bomenbestand. De kwaliteit van het onderhoud wordt bepaald door de voorschriften van het Handboek Bomen.
3.7. Onderhouds- en begeleidingssnoei
Nadat in de BVC is vastgesteld welke bomen begeleidingssnoei of onderhoudssnoei nodig hebben, kunnen deze bomen na besluitvorming en voorbereiding gesnoeid worden. Deze werkzaamheden volgen de beheercyclus en worden daarom per cyclus één keer in de drie of zes jaar uitgevoerd (zie hoofdstuk 3). Attentiebomen worden, indien nodig, jaarlijks gesnoeid wanneer er sprake is van een risicovol gebrek.
Bij begeleidingssnoei worden alle probleemtakken in de tijdelijke kroon verwijderd. Dit zijn te dikke takken, dubbele toppen en laaghangende takken in een wegprofiel. Binnen begeleidingssnoei worden variabele opkroonhoogten toegepast. Dit betekent dat bomen die zowel naast een autoweg, fietspad en/of wandelpad staan aan weerszijden een afwijkende opkroonhoogte kunnen hebben. De richtlijnen van Handboek Bomen worden gebruikt in het kader van opkronen, maar als de locatie het toelaat, mag hiervan worden afgeweken en kan eerder gestopt worden met opkronen. Het uitgangspunt is dat de wettelijke vrije doorgang nu en in de toekomst gehandhaafd wordt. De standaard voor opkronen is bij wandelpaden 2 meter, bij fietspaden 4 meter en bij wegen 6 meter.
Binnen onderhoudssnoei worden alle probleemtakken in de blijvende kroon verwijderd. Voorbeelden hiervan zijn grof dood hout, takken tegen gevels/objecten en laaghangende twijgen/takken binnen een gebruiksfunctie.
Het reguliere boomonderhoud wordt zoveel mogelijk door de eigen dienst uitgevoerd. Het areaal is dermate groot dat extra ondersteuning jaarlijks nodig is. De medewerkers zijn deskundig en opgeleid op het gebied van boomverzorging en beheersen de assortimentskennis. Streven is om minimaal vier personen met het European Tree Worker-certificaat (verder als ETW aangeduid) in eigen dienst te hebben. Buiten de eigen dienst worden externe specialisten ingehuurd. Ook bij ondersteuning door externe deskundigheid wordt een boomdeskundige vereist zoals benoemd in paragraaf 1.4.
Alle vormbomen zijn ingedeeld in een eigen cyclus. Per vormboom wordt de snoeiwijze en snoeifrequentie op basis van soort en locatie bepaald.
Het terugzetten van vormbomen vindt zoveel als mogelijk in de winter plaats, zodat het bladvolume in de warme (na)zomer nog ondersteunt bij het bestrijden van hittestress.
Fruitsnoei wordt niet vaker toegepast dan de cyclus aangeeft waarin de boom is opgenomen. Ook fruitbomen worden daarom wanneer nodig één keer per drie of zes jaar gesnoeid.
Eénjarige takken langs de stamvoet en stam noemen we stamopschot. Deze éénjarige takken ontstaan als gevolg van snoei, zoals opkronen. Stamschot dat een belemmering vormt voor de omgeving, zoals een vrije doorgang/doorkijk, wordt verwijderd.
Hedera in bomen wordt verwijderd wanneer het de visuele beoordeling van de stamvoet, stam en kroon tijdens boomveiligheidsinspecties belemmert. Hedera is wegens zijn bloei en beschutting (nestelmogelijkheden) ecologisch waardevol. Het verwijderen heeft dus negatieve impact op de ecologische waarde van de omgeving. Tijdens boomveiligheidsinspecties wordt aangegeven of hedera aanwezig is en of dit verwijderd moet worden voor een volledige inspectie.
Binnen de gemeente Horst aan de Maas geldt geen verplichte omgevingsvergunning voor het kappen van bomen, met uitzondering van gemeentelijke bomen en bomen met beleidsstatus I. Bomen met beleidsstatus I zijn op grond van de Bomenlegger opgenomen op de bomenlijst met monumentale/ beschermwaardige bomen (zie bijlage 8). Voor het kappen van bomen met beleidsstatus I is een Omgevingsvergunning verplicht. Een aanvraag hiervoor dient gedaan te worden via het Omgevingsloket.
Alle bomen met beleidsstatus I zijn kapvergunningsplichtig , tenzij:
Voor de besluitvorming om over te gaan op kap wordt het beoordelingskader kapaanvragen toegepast. Zie hiervoor bijlage 7 van het bomenbeleid.
Het herplanten van bomen na kap gebeurt niet per definitie op dezelfde plek waar de boom is weggehaald, dit is afhankelijk van de situatie.
Het proces van kap en aanplant is onderdeel van het cyclisch beheer.
Vellen is het kappen, rooien of anderszins aantasten van de boom zodat deze niet kan voortbestaan. Voor dode, zieke en/of onveilige of slecht beheerbare bomen kan het advies ‘vellen’ worden gegeven. Deze bomen worden na besluitvorming verwijderd en indien mogelijk vervangen. Omdat dode bomen ook onderdeel kunnen zijn van ecologisch beheer, kunnen deze behouden blijven onder specifieke voorwaarden. Bomen die voortijdig stagneren in groei en geen ecosysteemdiensten leveren, en waarbij maatregelen niet voor duurzame verbetering zorgen, kunnen om die reden ook vervangen worden.
Onder dunnen verstaan we het kappen van bomen in groenstructuren (structuurbomen) om naastgelegen bomen meer groeiruimte te geven. Een dunning is een selectieve kap en een nabootsing van de natuurlijke vermindering van het aantal bomen door concurrentie. Wanneer bomen groeien, nemen ze meer ruimte in waardoor er uiteindelijk steeds minder ruimte overblijft voor andere bomen om te groeien. Bij dunning laat de beheerder de bomen staan die het meest gewenst zijn, en hinderende buurbomen worden weggezaagd. De dunning stuurt zo de concurrentie tussen de bomen.
Daarom worden niet altijd alle bomen één op één vervangen. In het geval van door ziekten/plagen aangetaste structuren kan groepsgewijs vervangen worden om de vitaliteit van de structuur te beschermen.
Het uitgangspunt bij het beheer van boomstructuren is dat de kwaliteit van de structuur als geheel vooruitgaat en de structuur niet blijvend aangetast wordt.
De juiste boom op de juiste plaats is één van de factoren voor een duurzaam bomenbestand. Het ontwerp (groeiplaats) is de tweede factor. Voor een duurzame en gezonde groei heeft een boom ruimte nodig. Hoeveel ruimte is afhankelijk van de boomsoort (zie boommonitor: Groeiplaatsinrichting in relatie tot boomsoort en ambitieleeftijd).
Ondergrondse groeiplaatsinrichting
Verharding en verdichting van de boomspiegel zijn de meest voorkomende knelpunten voor bomen. Ze verstoren het natuurlijke evenwicht (bodemvoedselweb) en de water- en luchthuishouding. De ondergrondse groeiplaats is tevens de plaats waar de boom zich kan verankeren. Een goed ontwikkeld wortelgestel is hiervoor noodzakelijk. Om dit mogelijk te maken, moet voldoende doorwortelbaar volume aanwezig zijn.
Voor een gezonde wortelgroei zijn ook de bodemkenmerken van cruciaal belang. Wortelgroei is slechts binnen bepaalde grenzen mogelijk, dus niet iedere bodem is goed doorwortelbaar. Het is daarom van belang dat bij de aanplant van nieuwe bomen de juiste aanlegcriteria worden gehanteerd. Bezuinigen aan de voorkant kost uiteindelijk geld in het beheer en levert problemen op voor de omgeving. Ook bij nieuwe ruimtelijke (maatschappelijke) ontwikkelingen rond bomen moet hiermee goed rekening worden gehouden.
Het verplanten van bomen heeft als doel bomen om het BKV te behouden. Verplanten wordt enkel overwogen, dan wel uitgevoerd, bij overstijgende maatschappelijke belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen, zoals het aanleggen van een route voor veiligheidsdiensten.
Niet alle bomen zijn echter geschikt om te verplanten. Het verplanten van bomen dient duurzaam te worden uitgevoerd. Dit betekent dat voor de boom voor en na verplanting een minimale toekomstverwachting van 15 jaar moet gelden. Bij verplantprocessen zijn de richtlijnen en normen van het Handboek Bomen van toepassing.
De eerste drie jaar na aanplant hebben de bomen nazorg nodig. Zonder nazorg vervalt ook de garantie op het plantmateriaal. Bomen dienen in goede conditie opgeleverd te worden. Bij uitval tijdens de nazorgperiode is de aannemer verplicht een nieuwe boom aan te planten. Na vervanging start een nieuwe nazorgperiode van drie jaar. Onder nazorg wordt in ieder geval verstaan: watergeven, snoeien en het bestrijden van ziekten en aantastingen. Nieuwe bomen worden drie jaar na aanplant cyclisch beheerd binnen de cyclus van het deelgebied waar de boom staat.
Op de kwaliteit van de uitgevoerde werkzaamheden worden controles uitgevoerd door een toezichthouder van de gemeente of onafhankelijk deskundige, die volgens een standaardmethode de kwaliteit van de geleverde werkzaamheden toetst aan de eisen die in het Handboek Bomen worden gesteld. Hierbij wordt getoetst of de werkzaamheden conform opdracht worden uitgevoerd. Deze controles vinden plaats bij inspecties, onderhoudsmaatregelen, werkprocessen rond bomen en groeiplaatsinrichtingen.
In voorgaande paragrafen zijn verschillende toepassingskenmerken in beeld gebracht. Nadat alle toepassingskenmerken zijn doorlopen, wordt een keuze in het beschikbare sortiment gemaakt. Bij het kiezen van een soort dient de nadruk te liggen op de behoeften van de boom, de boomgrootteklasse, en overige kenmerken in relatie tot de toekomstige standplaats, waarbij ook de relatie met de omgeving van toepassing is (landschappelijke inpasbaarheid). Hierbij komt dat een grote variatie in de sortimentskeuze steeds belangrijker wordt. Door de klimaatveranderingen worden niet alleen maar inheemse soorten toegepast maar ook juist soorten die bestand zijn tegen extremen.
Voorheen ging bij toepassingen van bomen in het landschap de voorkeur uit naar inheemse boomsoorten die aansluiten bij het lokale landschap (natuurlijke of cultuurhistorische eigenschappen). Vanwege klimaatverandering zal kritisch gekeken moeten worden naar de best passende boomsoort. Bij voorkeur wordt voor inheemse soorten gekozen, waarbij altijd een combinatie van verschillende boomsoorten wordt toegepast om de diversiteit te bevorderen.
Bij toepassing binnen de bebouwde kom (stedelijk gebied) dient gelet te worden op de weerbaarheid van de boom tegen klimaatinvloeden (weersextremen zoals droogte en hitte, maar ook vervuiling).
Bij de sortimentskeuze zal altijd gelet worden op:
Aandachtspunten hierbij zijn vruchtdragende bomen bij wegen, parkeerplaatsen, fietspaden en voetpaden. Tevens vraagt de ziekte- en plaaggevoeligheid nabij speelterreinen aandacht. Wat betreft wortel- en stameigenschappen wordt in het kader van ent-/onderstamproblematiek bij voorkeur aanplantmateriaal toegepast dat gekweekt is op eigen wortel. Het is wenselijk een gevarieerde sortimentskeuze te maken. Het is van belang om hierin continu te bewegen in samenspraak met de kwekers.
Om een goed beheerbare en gezonde boom te stichten, is kwaliteit vanaf de start van groot belang. Gestuurd wordt op de bomennorm van 20 procent boomkroonbedekking in woonwijken, maar deze bomen moeten gezond kunnen uitgroeien.
Bomen zijn kwetsbare, levende organismen, die er jaren over doen om volwassen te worden. Bezuinigingen, onvoldoende kennis, samen met de toenemende verstedelijking zorgen ervoor dat jonge bomen vaak niet goed groeien. Na een paar jaar steken problemen de kop op. De bomen groeien niet goed, worden kwetsbaar voor allerlei ziekten en plagen en geven uiteindelijk meer overlast dan verrijking. De groene aankleding van de openbare ruimte lijkt weliswaar vanzelfsprekend en kosteloos aanwezig te zijn, maar vraagt wel degelijk om zorg en investering. In dit hoofdstuk bespreken we de ontwerpeisen.
In bomenbeleid wordt de bomennorm genoemd als ontwerpeis voor ruimtelijke ontwikkelingen. De bomennorm staat voor het percentage bladerdak per vierkante meter. De bomennorm geldt voor situaties met volwassen bomen vanaf? 40 jaar oud.
Landelijke Bomennorm, bron: Norminstituut Bomen
4.2. Prognose boomkroonbedekking
In het ontwerpproces is het noodzakelijk dat bekend is welke resultaten verwacht kunnen worden op basis van de plantlocatie, soortkeuze en groeiplaatsinrichting. Hiervoor heeft het Norminstituut Bomen de Boommonitor ontwikkeld. Het boomkroonvolume, de boomkroondiameter en de boomkroonprojectie zijn per boomsoort af te lezen in de Boommonitor. Hierbij wordt op basis van een optimale groeiplaatsinrichting voorspeld hoe groot de boom na 20, 40, 60 en 80 jaar is.
Is er niet voldoende ruimte voor aanplant, dan moet een ondergrondse voorziening worden aangebracht. Ook hiervoor is het Handboek Bomen leidend. Mocht dit om kostentechnische redenen niet mogelijk zijn, dan wordt er geen boom geplant. Uiteraard kan altijd maatwerk worden geleverd in goed overleg met de beheerder.
Voorbeeldberekening van een groeiplaats met prognose boomkroonprojectie, bron: Boommonitor.
5. Bomen in projecten en werken rondom bomen
Voor iedere ruimtelijke ontwikkeling die plaatsvindt en invloed heeft op het openbare groen dient op voorhand afstemming plaats te vinden met de beheerder.
Bij ruimtelijke ontwikkelingen zit de boombeheerder vanaf de initiatieffase aan tafel en adviseert over de bomen in het project. Bij een ruimtelijke ontwikkeling introduceren we hieronder het Bomenplan dat de initiatiefnemer moet maken.
Inventarisatie van de aanwezige bomen en hun groeiplaats.
Een kwaliteitsbeoordeling wordt uitgevoerd, oftewel een ‘nulmeting’ waarbij de huidige kwaliteit van de bomen en de voorwaarden voor duurzaam beheer worden onderzocht. Zie hoofdstuk 19 ‘Kwaliteitsbeoordeling’ van de meest recente versie van Handboek Bomen. In 19.13 staan de eisen aan de kwaliteitsbeoordeling.
Met deze informatie kan worden bepaald welke bomen behoudenswaardig zijn. Voor deze bomen is de ontwerpeis om ze in te passen of ze door verplanting in het projectgebied te behouden. De inrichting, het sfeerbeeld en de beheerbaarheid van de bomen in het plangebied worden bepaald en meegegeven voor de ontwerpfase.
Een BEA projectinvloed wordt uitgevoerd voor de bestaande, te behouden bomen. Op basis van de aanbevelingen kan het ontwerp worden aangepast waarna dit opnieuw getoetst wordt op het effect op de bomen. Ook wordt in deze fase getoetst of het project aan de normen en richtlijnen voldoet zoals in het programma van eisen zijn gesteld. Denk aan de bomennorm, voldoende diversiteit, groeiplaatsinrichting en praktische beheerbaarheid. Een aandachtspunt in het ontwerp is dat de bomen op verwachte eindgrootte worden ingetekend. In hoofdstuk 16, Bomen effect analyse (BEA) van de meest recente versie van Handboek Bomen, staan de eisen die gesteld worden aan een BEA.
Het werkplan bomen wordt opgesteld, waarin beschreven staat hoe schade aan bomen wordt voorkomen.
Door een toezichthouder bomen wordt toezicht gehouden op het zorgvuldig naleven van het werkplan bomen en op het volgen van de richtlijnen uit (de meest recente versie van) het Handboek Bomen hoofdstuk 2, Werken rond bomen.
Opdrachtgevers, gemeente-afdelingen, aannemers en projectontwikkelaars dienen op de hoogte te zijn van de aanwezigheid van bomen. Om te voorkomen dat ernstige schade aan de bomen en/of standplaats wordt aangericht, dienen beschermende maatregelen getroffen te worden. Het Norminstituut Bomen heeft een hoofdstuk gewijd aan Werken rond bomen in het Handboek Bomen, wat door gemeente Horst aan de Maas wordt gebruikt als richtlijn voor zorgvuldig werken. Daarnaast is de bomenposter ‘Werken rond bomen’ een beknopte weergave met de belangrijkste voorwaarden om bij werkzaamheden de bomen niet te beschadigen.
De bomenposter is te vinden in de meest recente versie van Handboek Bomen en de editie 2022 is als bijlage 11 van het Bomenbeleid Horst aan de Maas terug te vinden. De actuele bomenposter wordt bij de vergunningverlening aan de initiatiefnemer verstrekt.
‘Bomenposter Werken rond bomen’. Bron: Handboek Bomen 2022
5.3. Compensatie van de waarde van bomen
Dat bomen sfeerbepalend zijn en in sterke mate bijdragen aan de herkenbaarheid en het karakter van een plek of landschap is inmiddels wel bekend. Een boom is niet alleen een esthetische verrijking van een plek. Bomen hebben ook positieve invloed op het welzijn van mensen, zowel psychisch als fysiek. Daarnaast leveren ze een positieve bijdrage aan het veranderende klimaat. Denk hierbij aan hittestress en opname van hemelwater bij piekbuien. Het feit dat huizen in een mooie groene omgeving met bomen bij verkoop meer opbrengen dan in een minder groene omgeving laat zien dat de aanwezigheid van bomen ook in financiële zin positief gewaardeerd worden.
In dit hoofdstuk laten we zien hoe we de groene waarden van bomen vertalen naar geldelijke waarde. Dit is een compensatiebedrag dat ingelegd moet worden als herplant niet mogelijk is, of als bomen beschadigd raken en extra verzorging en/of aandacht nodig hebben om weer te herstellen.
De vervangingswaarde wordt bepaald door de kosten die gemaakt moeten worden om de betreffende boom op dezelfde locatie door een vergelijkbare boom te vervangen. De investeringen die in volwassen bomen zijn gedaan, worden meegerekend bij de boomwaarde. Ook zijn volwassen bomen waardevoller dan jonge bomen vanwege het kroonvolume en de ecosysteemdiensten die ze leveren.
Verrekening boomwaarde met W-cijfer
Om de vervangingswaarde te berekenen wordt de boomwaardeindextabel van de meest recente versie van Handboek Bomen gebruikt. De boomwaardeindextabel (15.16a van Handboek Bomen 2022) is gekoppeld aan kroondiameterklasse, boomhoogteklasse, kroonvorm, groeisnelheid en beleidsstatus. Bij terugloop in conditie, beheerbaarheid en toekomstverwachting, daalt de financiële waarde. Deze aspecten worden uitgedrukt in het ‘W-cijfer’ oftewel boomwaarderingscijfer.
Toelichting boomwaarderingscijfer (W-Cijfer) uit Handboek Bomen 2022, Hoofdstuk 19
Boomwaarde indextabel Handboek Bomen 2022, hoofdstuk 15.
5.4. Aansprakelijkheid bij schade
Bij het werken rond bomen wordt de initiatiefnemer altijd gewezen op de werkwijze rond bomen conform de meest recente versie van Handboek bomen, hoofdstuk 2. Wordt daar niet aan voldaan, dan moeten de werkzaamheden direct gestaakt worden en is de vervolgschade voor rekening van de veroorzaker.
Bij beschadiging direct of indirect (denk hierbij aan verdichting van de ondergrond) van gemeentebomen kan een schadevergoeding worden geëist aan de veroorzaker en/of opdrachtgever. De hoogte van de schadeclaim wordt bepaald door een taxatie, vermeerderd met de taxatiekosten (hoofdstuk 5 paragraaf 5.3 op pagina 25). Dit geldt ook voor de kosten van de eventuele herstelwerkzaamheden.
Het rekenmodel volgens de richtlijnen van de NVTB wordt gebruikt wanneer de waarde en/of schade niet berekend kan worden aan de hand van de markt- of vervangingswaarde. De hoogte van de boomwaarde wordt berekend uit de geraamde kosten die gemaakt moeten worden om de betreffende boom op dezelfde locatie te vervangen, eventueel vermeerderd met de daaraan gekoppelde onderhoudskosten.
Voor uitgebreide informatie over de NVTB verwijzen wij u naar het rapport Richtlijnen NVTD van 2007.
De gemeente overlegt met de nutsbedrijven over het vaststellen van tracés bij aanleg en onderhoudswerkzaamheden van kabels en leidingen. Hierbij zal worden gezocht naar een compromis tussen de juridische regels rond bomen en relevante beleidsuitgangspunten zoals vastgesteld in het Bomenbeleid en het Handboek Kabels en Leidingen.
De volgende uitgangspunten worden gehanteerd:
De gemeente overlegt met de nutsbedrijven over het vaststellen van tracés bij aanleg van en onderhoudswerkzaamheden aan kabels en leidingen. Hierbij zal worden gezocht naar een compromis tussen de juridische regels rond bomen en relevante beleidsuitgangspunten zoals vastgesteld in het Bomenbeleid. Het gemeentelijk Handboek Kabels en Leidingen verwijst hierin naar het CROW 280 Combineren van onder- en bovengrondse infrastructuur met bomen.
De volgende uitgangspunten worden gehanteerd:
|
Ter bescherming van de bomen hanteren wij de voorschriften die omschreven zijn in de meest recente versie van het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen. |
Gemeente Horst aan de Maas anticipeert op calamiteiten door te acteren op meldingen, bijvoorbeeld bij stormschade. Omdat de gemeente met een eigen dienst werkt, kan zij snel reageren en tijdig calamiteiten verhelpen. Bij een aangekondigde storm zet de gemeente preventief een team paraat om snel te kunnen schakelen.
Aandacht voor bestrijding van ziekten en plagen is evident voor een gezond en duurzaam bomenbestand. De eikenprocessierups en de luizen zijn momenteel de meest voorkomende plagen waarin de gemeente een actieve rol speelt.
Schimmels, insecten, bacteriën, aaltjes en virussen kunnen planten ziek maken of plagen vormen. Hierdoor kan veel schade ontstaan aan gewassen, en ook aan de natuur en de economie. Sinds 1 maart 2021 is de Plantgezondheidswet van kracht.
In Nederland zijn de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de plantaardige keuringsdiensten Nederlandse Algemene Keuringsdienst (NAK), Naktuinbouw, Bloembollenkeuringsdienst (BKD) en het Kwaliteits-Controle-Bureau (KCB) als bevoegde autoriteit verantwoordelijk voor de uitvoering van de Europese regelgeving.
Op de website van de NVWA staat een lijst uitgelichte plantenziekten en plagen en ook welke quarantaine-organismen direct gemeld moeten worden omdat ze zeer schadelijk zijn.
Op deze kaart is te zien dat gemeente Horst aan de Maas in de bufferzone ‘Boxmeer-Venray-Tegelen-Nederweert’ ligt. Blauw omzoomd zijn ook enkele uitzonderingsgebieden zichtbaar waarin de meidoorn een landschappelijke bepalende rol speelt. Meidoorns kunnen daar in natuurgebieden en op landgoederen bijvoorbeeld behouden blijven als ze zijn aangetast door bacterievuur. In die gebieden gelden soepelere regels voor bacterievuur. Bestrijding van aantastingen door bacterievuur is binnen de bufferzone verplicht. Aangetaste planten en struiken moeten zo spoedig mogelijk volledig worden verwijderd en vernietigd.
Voor meer regels en richtlijnen, zie https://www.nvwa.nl/onderwerpen/plantenziekten-en-plagen/bacterievuur/bufferzones
Sinds 1990 hebben we in Nederland te maken met de rupsen van de eikenprocessievlinder. De massale aanwezigheid van de eikenprocessierups kan leiden tot een plaag. In plaaggebieden kan dit leiden tot gezondheidsklachten bij mens en dier door de vele brandharen die deze rupsen achterlaten. De eikenprocessierups komt voornamelijk voor op eiken. In principe is de aantasting niet schadelijk voor de boom. Kaalvraat zorgt echter wel voor ontsiering van de bomen. De beheersing van eikenprocessierups uit zich door preventieve, curatieve en natuurlijke bestrijding.
Het preventief nevelen van de eiken wanneer deze een bladbezetting hebben van 40 tot 50 procent met een bacteriepreparaat dat alleen op rupsen effectief is. Deze methode wordt toegepast op alle eiken binnen de bebouwde kom en op ‘risico’-locaties zoals rond winkel- en zorgcentra, scholen, kinderdagverblijven, speeltuinen, drukke fietspaden, essentiële voetpaden en bij sportaccommodaties.
Door het wegzuigen van nesten op ‘risico’-locaties wanneer deze overlast veroorzaken. Op overige locaties worden wanneer dit geen overlast veroorzaakt geen nesten meer verwijderd. Hier wordt ruimte aan de natuur gegeven om de balans te herstellen.
De gemeente Horst aan de Maas gaat insteken op een meer natuurlijke beheersing door gebruik natuurlijke vijanden.
Linden en esdoorns zijn een aantrekkelijke gastheer voor luizen. Luizen voeden zich met plantensappen waarna ze zoete kleverige druppels uitscheiden (honingdauw). Deze honingdauw kan vervelende klachten geven over alles wat zich onder de bomen bevindt. De aanwezigheid van de luizen heeft nauwelijks nadelige gevolgen voor de boom zelf.
De gemeente voert niet op alle locaties een actieve bestrijding tegen de overlast van luizen. Bomen in het buitengebied waar relatief weinig mensen verblijven zijn voorbeelden hiervan.
De keuze van wel of geen bestrijding wordt bepaald door de beheerder.
Locaties waar geen bestrijding plaatsvindt:
Locaties waar wel bestrijding plaatsvindt:
Bestrijdingsmethoden kenmerken zich door een biologische aanpak.
6.3. Overige ziekten en aantastingen
De laatste jaren komen er steeds meer nieuwe ziekten en plagen voor die zich in ons land vestigen. Voorbeelden hiervan zijn de bloedingsziekte onder de kastanjebomen, essentaksterfte en massaria-aantasting in platanen, iepenziekte of roetschorsziekte. Deze veroorzaken ernstige aantastingen aan de bomen en kunnen de veiligheid voor mens, dier en de boom zelf in gevaar brengen. Het zijn vaker relatief nieuwe ziekten en plagen waarvoor nog niet altijd een bestrijdingsmethodiek op de markt is met aantoonbare resultaten. Aandacht voor deze nieuwe ziekten en plagen is echter van groot belang voor het in stand houden van een duurzaam en gezond bomenbestand.
Tijdens de jaarlijkse BVC wordt eventuele aanwezigheid van overige ziekten en aantastingen in beeld gebracht en gemonitord. Voorbeelden zijn essentaksterfte, kastanjebloedingsziekte, ent-/onderstamproblematiek en roetschorsziekte. Waar nodig worden passende beheermaatregelen genomen zoals een verhoogde inspectiefrequentie, vervolgonderzoek, snoei of kap.
In het kader van ent-/onderstamproblematiek kan het voorkomen dat een gehele structuur van dezelfde soort, plantjaar en kweker is aangetast. Dit kan de boombeheerder ertoe doen besluiten de structuur groepsgewijs te vervangen t.b.v. het in stand houden van de structuur.
In het kader van het beheren van bomen met roetschorsziekte wordt gebruikt gemaakt van het protocol in https://www.terranostra.nu/media/documents/roetschorsziekte.pdf gezien het verwijderen van deze bomen schade kan aanbrengen aan de gezondheid van de uitvoerder.
In het kader van overlast heeft gemeente Horst aan de Maas een overlastprotocol opgesteld. Hierin staat omschreven in welke situaties er maatregelen getroffen worden om de overlast te verhelpen. Voorbeelden van overlast zijn: blad- en vruchtafval, zichthinder, schaduw (woning/tuin/zonnepanelen), bestratingsopdruk, ziekten/aantasting en allergieën. Zie hiervoor het Beoordelingskader kapaanvragen (bijlage 7 van het bomenbeleid).
Voor zonnepanelen worden geen aparte beheermaatregelen genomen. Dit houdt in dat niet extra of meer gesnoeid wordt ten behoeve van meer zon op zonnepanelen. Bij nieuwe aanplant wordt wél rekening gehouden met aanwezige zonnepanelen. Hier worden bomen met een transparante kroon of van een kleinere grootte geplant. Dit geldt niet voor herplant van monumentale bomen of herplant van bomen in een hoofdgroenstructuur.
Invasieve exoten kunnen de groei van inheemse soorten beperken of zelfs tegengaan. Daarnaast kunnen ze overlast veroorzaken indien geen natuurlijke vijanden aanwezig zijn. Tegelijkertijd zijn in de gemeente ook voorbeelden van deze bomen die geen overlast of schade veroorzaken en juist beeldbepalend zijn of bijdragen bij het opvangen van klimaatverandering. Daarom wordt per situatie gekeken wat het beste is voor de omgeving en welke maatregelen daaruit volgen. Bij (her)inrichtingsprojecten worden invasieve soorten vervangen. Voor de hemelboom geldt een uitsterfbeleid.
We willen ervoor zorgen dat informatie over bomen en het bomenbestand voor iedereen toegankelijk is. Ons beleidsuitgangspunt is dat door kennisdeling de bewustwording toeneemt en de betrokkenheid groter wordt.
Kennisdeling doen we door middel van:
Betrokkenheid creëren doen we door middel van:
Bijlage 3: Boomstructuren Horst aan de Maas
Doelen bescherming, waarden, definities en aanwijscriteria
1. Het belang van structuren in de dorpen en het buitengebied
Bomenlanen hebben een belangrijke betekenis voor de ruimtelijke en ecologische structuur van het landschap en kunnen dorpen en natuurgebieden aan elkaar verbinden. Zij vormen de lijnen waarlangs ecologische relaties verbonden zijn en de ‘wanden’ van het landschap, waarmee zij door maat, schaal en oriëntatie bijdragen aan het groene karakter. Bomenrijen die deze rol vervullen zijn aangeduid als boomstructuur. Voor het versterken van de groenblauwe dooradering in de dorpen en in het landelijk gebied en het verbinden van dorpen en natuurgebieden, zoals vastgelegd in de Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040, is het belangrijk om boomstructuren vast te leggen.
Via inventarisatie is een bomenlijst opgesteld met bijzondere en monumentale bomen met de ecologische, landschappelijke en/of cultuurhistorische waarde. Deze ‘unieke en onvervangbare’ exemplaren zijn geclassificeerd als ‘Beleidsstatus I’. De aanwijscriteria voor bomen met deze beleidsstatus staan in de Bomenlegger (bijlage 8).
Voor de dorpskernen zijn in de Groenstructuurvisie 2020 reeds hoofdgroenstructuren, groene parels en ondersteunende groenstructuren aangewezen. Nu worden ook boomstructuren in het buitengebied vastgelegd. In de beheerdata worden structuurbomen gecategoriseerd als ‘Beleidsstatus II’.
Alle overige individueel geregistreerde gemeentelijke laan- en straatbomen hebben ‘Beleidsstatus III’.
1.1 Omgevingsvergunning voor de activiteit kappen
Voor het vellen van structuurbomen is minimaal een kapvergunning nodig en de gemeente onderzoekt mogelijkheden om deze beplantingen nog meer te beschermen. Een kapvergunningsaanvraag wordt getoetst aan de hand van het Beoordelingskader kapaanvragen (bijlage 6 van het bomenbeleidsplan). Hiertoe zal altijd een schriftelijk verzoek aan de gemeente ten grondslag liggen. Het college is bevoegd voor bestuurlijke besluitvorming hiertoe.
2.1 Visuele en Ruimtelijke Integriteit
Boomstructuren dragen bij aan de visuele aantrekkelijkheid en ruimtelijke samenhang van het landschap. Ze vormen herkenbare lijnen en structuren in het landschap en hebben meerwaarde in verschillende opzichten.
Boomstructuren dienen als verbindingsroutes voor dieren en planten, waardoor de biodiversiteit wordt bevorderd. Ze zorgen voor een netwerk van groene corridors die essentieel zijn voor de ecologische gezondheid van de regio. Landelijk wordt gestreefd naar 10% groenblauwe dooradering in 2040, zie Aanvalsplan landschap. Ook lokaal streven wij naar groenblauwe dooradering van de (grote) dorpen en het buitengebied, zie (concept) Omgevingsvisie Horst aan de Maas 2040.
Historische en Culturele Waarde
Bepaalde boomstructuren hebben een historische of culturele betekenis. Ze kunnen deel uitmaken van het culturele erfgoed van de gemeente en zijn vaak gedocumenteerd in historische archieven of kaarten. Belangrijke partners zijn landelijk bijvoorbeeld de Bomenstichting en lokaal Stichting Landschap Horst aan de Maas, Groengroep Sevenum, de heemkunde vereniging en andere groene belangenorganisaties.
Boomstructuren vervullen belangrijke functies zoals het bieden van schaduw, het verminderen van geluidsoverlast, betere luchtkwaliteit en het fungeren als windbrekers. Deze functies dragen bij aan het comfort en de leefbaarheid van de omgeving.
Beeldbepalende boomstructuren kunnen (landschaps)architectonische en esthetische meerwaarde hebben en dragen bij aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Het is belangrijk dat boomstructuren in harmonie zijn met de omliggende infrastructuur en bebouwing. Ze moeten bijdragen aan een samenhangend ruimtelijk beeld zonder schade te veroorzaken aan wegen of gebouwen.
Boomstructuren langs wandel- en fietspaden verhogen de toegankelijkheid en recreatieve waarde van een gebied. Ze bieden schaduwrijke paden en dragen bij aan de recreatieve mogelijkheden voor bewoners en bezoekers.
Boomstructuren spelen een cruciale rol in klimaatadaptatie. Ze helpen bij het vasthouden van regenwater, verminderen hittestress en dragen bij aan de temperatuurregulatie in stedelijke gebieden.
De hoofdboomstructuur is de ruggengraat van het bomenbestand in onze gemeente. Ze hebben een grote invloed op de beleving en identiteit en vervullen belangrijke ecologische, landschappelijke en cultuurhistorische functies. Denk bijvoorbeeld aan historische laanbeplantingen in Griendtsveen. Hoofdboomstructuren zijn bepalend voor hoe inwoners en bezoekers onze gemeente beleven en van uitzonderlijk grote waarde voor de uitstraling en identiteit van de gemeente.
Een hoofdstructuur is een bomenrij langs doorgaande wegen en andere belangrijke verkeersaders zoals invalswegen. Hoofdboomstructuren zijn vaak prominent aanwezig, kilometers lang, als tweezijdige laanstructuur van forse bomen die verschillende delen van het gebied met elkaar verbinden.
Voorbeeld van een hoofdstructuur: Peelstraat Kronenberg
Deze structuren zijn meestal korter en minder prominent dan hoofdstructuren. Nog steeds draagt de structuur bij aan de beleving en identiteit en ecologische en landschappelijke waarde van een gebied. Nevenstructuren zijn belangrijk voor de lokale biodiversiteit en het bieden van schaduw en recreatieve mogelijkheden. De nevenboomstructuur is bepalend voor de uitstraling en structurering van de wijken en buurten, maar ook het buitengebied. Deze structuur kan de hoofdboomstructuur versterken. Over het algemeen dienen de bomen in stand gehouden te worden maar dat hoeft vaak niet exact op de huidige plek. Belangrijk is dat de beoogde functie ingevuld blijft.
Dit zijn de ontbrekende schakels in hoofd- en nevenstructuur én kunnen in sommige gevallen ook wenselijke locaties voor nieuwe landschapselementen, voor zover het om gemeentelijke gronden gaat.
In samenspraak met gebiedskenners en grondeigenaren en met ondersteuning van de gemeente en provincie kan de ontwikkeling van boomstructuren en het netwerk van landschapselementen in gang gezet worden. Op de kaart staan kansrijke locaties waar boomstructuren mogelijk kunnen worden uitgebreid, als deze voldoen aan bepaalde criteria (in eigendom van de gemeente bijvoorbeeld).
Een landschapselement is een onderdeel van het landschap dat als een vrij homogeen deel van het totale beeld wordt ervaren. Landschapselementen zijn de bouwstenen die samen de structuur van het landschap bepalen. Verschillen in aard, hoeveelheid en samenhang van landschapselementen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken van het landschap. Landschapselementen kunnen punt-, lijn- of vlakvormig zijn. Te denken valt aan puntelementen zoals ‘bakenbomen’, beeldbepalende erf- en landschapsbomen of gedenkbomen. Voorbeelden van lijnvormige ‘groene’ landschapselementen zijn lanen, (knot)bomenrijen, houtwallen, elzensingels en heggen. Vlakvormige elementen zijn bijvoorbeeld hoogstam boomgaarden, geriefbosjes en struwelen. Voorbeelden van ‘blauwe’ landschapselementen zijn sloten, beken met natuurlijke oevers en poelen.
In de Omgevingsvisie Horst aan de Maas 20240 stimuleert de gemeente naar Groenblauwe dooradering van het landelijk gebied, en betere verbinding van de natuurgebieden en de dorpen via onder andere een netwerk van landschapselementen.
Ook het Aanvalsplan Landschap streeft ernaar om deze kenmerkende landschapselementen terug te brengen en zo een rijk en gevarieerd mogelijk cultuurlandschap te creëren. Dit netwerk helpt bij het herstellen en behouden van de biodiversiteit en de herkenbaarheid van het Nederlandse landschap. Door de jaren heen zijn veel van deze landschapselementen verloren gegaan door schaalvergroting en intensivering van de landbouw.
Parels zijn bijzondere dragers voor het openbare gebied en dragen substantieel bij aan de identiteit van het dorp. De parels liggen in de dorpskernen en staan beschreven en op kaart aangegeven in de gemeentelijke Groenstructuurvisie 2020.
Belangrijk is dat (het beeld van) groene parels in tact blijft en duurzaam in stand gehouden wordt. Eigendom en onderhoud liggen bij de gemeente. Ook (monumentale) bomen en structuurbomen kunnen onderdeel uit maken van groene parels. Voorbeelden van parels zijn dorpspleinen met bijzondere bomen, wijk- en buurtparken, plantsoenen en dergelijke. Doordat ze in een groene parel staan zijn ze niet extra beschermd.
Voorbeeld van een groene parel: Raadhuisstraat dorpskern Sevenum
4. Aanwijscriteria voor hoofd- en nevenboomstructuren
Bijlage 4 Verslag interne werksessie bomenbeleid
Deelnemende teams en disciplines
Aan deze werksessie namen gemeentelijke collega’s deel van verschillende teams: Economie & Gebiedsontwikkeling, Omgeving, Openbare Werken, Samenleving, Toezicht & Handhaving, Bestuur & Organisatie. Collega’s van de volgende disciplines hebben input geleverd: omgevingsvisie, natuur & landschap, groen, openbare ruimte, water & klimaatadaptatie, duurzaamheid, speelvoorzieningen, samenleving, mobiliteit, omgevingsrecht, omgevingsregie, vergunningen en handhaving.
Vanuit de ambtelijke organisatie hebben verschillende medewerkers in een werksessie stellingen beantwoord, ideeën gegeven en discussies gevoerd over de uiteenlopende thema’s.
De belangrijkste thema’s zijn volgens de deelnemers:
Er zijn ideeën gegeven voor het bomenbeleid.
Per thema zijn door de deelnemers sterke, zwakke punten, kansen en bedreigingen genoteerd. Vervolgens zijn deze plenair nabesproken.
Het vergroenen van de omgeving is goed voor de sociale gezondheid. Dit zorgt onder andere voor minder stress en een gezonde lucht. Ook het gebruiken van groen om te spelen en te klimmen is belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen.
Vergroenen moet als kans worden aangegrepen bij reconstructies en andere ontwikkelingen. Vooral wijken met lage sociaal economische status, locaties rondom kwetsbare doelgroepen en schoolpleinen moeten vergroend worden.
Op gebied van klimaat wordt flink gestuurd, al zijn ‘rode’ functies vaak van meer (economisch) belang en verliest groen het daar nog weleens van. De klimaatregulerende functie van bomen voor onder andere waterberging moet benadrukt en benut worden.
Net als klimaat, staat biodiversiteit momenteel in the spotlights. Het is nodig om bomen gezond oud te laten worden en goede groeiplaatsen in te richten, daar is ook de biodiversiteit mee gebaat. Afgestorven bomen dienen ook als voedsel en kunnen in het kader van biodiversiteit een rol krijgen. Er is meer kennis nodig over de biodiversiteitswaarde van bomen en zo de waardering voor bomen door inwoners te vergroten. Meer soortendiversiteit is nodig omdat de impact van ziektes en plagen op monoculturen enorm kan zijn. Met het versterken van soortenrijkdom worden ecosystemen ook versterkt.
Het behouden van bomen dankzij groeiplaatsverbetering en het hergebruik van snoeiafval en snoeihout zijn vormen van duurzaam boombeheer. Het is belangrijk om duurzame vergroening niet te laten verliezen van het opwekken van duurzame energie. Hoe tonen we de meerwaarde van groen aan tegenover zonne-energie? Groen moet geen sluitpost zijn, maar een speerpunt voor de inrichting van Horst aan de Maas als gezondste gemeente!
Door het inrichten van open groeiplaatsen, wordt ook gezorgd voor wateropvang in de bodem. Dit verlaagt beheerkosten vanuit riool en water. Dode bomen moeten niet worden verwijderd als het niet nodig is, dan kunnen ze als liggende of staande stam een goede rol vervullen in het kader van biodiversiteit. Bomen die volgens de huidige normen te dicht op wegen staan, worden dikwijls geveld terwijl ze zelf gezond en vitaal zijn. Dit is een belangenafweging waar bij twijfel tot een politiek-bestuurlijke keuze over gemaakt moet worden. De meerwaarde en voordelen van bomen en groen zijn belangrijke uitgangspunten in deze discussie.
Groene wadi’s en speelvoorzieningen versterken de leefbaarheid van wijken. Politieke keuzes kunnen een bedreiging vorm ten aanzien van vergroening. Er moet niet te rigoureus gehandeld worden om schaduw op zonnepanelen te verhelpen. De technologische ontwikkelingen kunnen in de toekomst voor mogelijkheden zorgen om bomen en zonnepanelen te combineren.
Er is een cultuurhistorische waardenkaart die meer gebruikt kan worden om de geschiedenis van het landschap te vertellen en de verhalen achter landschapselementen. Het risico is dat die anders verloren gaan. Ook zijn concrete acties nodig om de landschappelijke waarde en cultuurhistorische waarde te behouden en te versterken. Een voorbeeld is om bomen als monument te behandelen en in nieuw monumentenbeleid op te nemen. En boomverhalen die de geschiedenis vertellen.
Er worden groenblauwe schoolpleinen ontwikkeld en er wordt klimaatles gegeven op basisscholen.
Vrijwilligersorganisatie Landschap Horst aan de Maas is goed georganiseerd en van groot belang in het groen onderwijs voor jong en oud. Het hangt echter wel van dergelijke initiatieven af of educatie over groen en landschap, het ontstaan, het beheer en de toekomst ervan, wordt gegeven. De gemeente zou dit beter moeten borgen en faciliteren zodat het duurzaam in stand gehouden wordt. Er zouden meer groene activiteiten ontwikkeld kunnen worden voor scholen, bso’s, workshops en kinderfeestjes.
Onder dit thema zien we dat er momenteel weinig samenhang is tussen speelbeleid en groen en bomen, al is het natuurlijk spelen in opkomst. Er kan veel meer uitgehaald worden. Meer bomen op speelplekken en bomen en groen als speelobject. Dit is een kans voor ontwikkeling en voor beheer. Door een boom niet op te kronen, kan een klimboom ontstaan. Echter fungeren regels en richtlijnen ten aanzien van ‘goed beheer’ en een ‘veilige omgeving’ hierbij als belemmerende factor.
Behalve spelen, is ook beheer een knelpunt. Waar de singels rondom sportvelden door vrijwilligers worden beheerd, wordt bijvoorbeeld ondergroei weg gemaaid en gif gespoten. Deze onkunde kan met kennis en informatie worden verholpen.
Beleidsmatig moet worden vastgelegd waarover en hoe participatie plaats moet vinden, van meedenken tot meedoen en eigen beheer aan toe. Regels slaan de daadkracht soms dood en zonder sterke initiatiefnemer komt er weinig van de grond. Waar de samenleving van gemeente Horst aan de Maas sterk in is, is actieve vrijwillige groenclubs, erfbeplanting en andere aanplant initiatieven. Er zitten kansen in het stimuleren van vergroening van voortuinen door de gemeente door bomen uit te delen bijvoorbeeld. Meer informatie en kennis over het belang van bomen in bewoond gebied vergroot het draagvlak en enthousiasme onder de inwoners.
Hierbij werd alleen genoteerd dat klimaat en energie gecombineerd moeten worden. Met de verkoeling die bomen geven, zijn airco’s niet nodig bijvoorbeeld.
Het beheer van plantvakken onder (oudere) bomen is lastig uitvoerbaar.
Bomen langs bestaande wegen moeten wijken bij reconstructies.
2. Doelstellingen per thema ( mentimeter )
Vanuit het bomenbeleid werken we graag mee aan het behalen van deze zaken. Hiervoor stellen we specifieke doelstellingen waar we ten aanzien van bomen aan zullen werken.
De doelstellingen hebben effect op de dagelijkse werkzaamheden. Deze werkzaamheden kunnen gecategoriseerd worden in negen proceslijnen. De taken en bevoegdheden per proceslijn zetten we op een rij en deze delen we in als volgt:
In de gemeentelijke werksessie werden keuzes voorgelegd die gemaakt kunnen worden als het gaat over bomen in onze gemeente.
Hieronder staan de antwoorden op de vragen. We beginnen met de vragen waarover men unaniem eens is, naar meer verdeeldheid en uiteindelijk de vragen waarover men het unaniem oneens is.
Eens (14/15): De beleving speelt een rol, maar veel mensen zijn zich niet bewust van het feit dat het dezelfde of verschillende boomsoorten zijn. Redelijk gelijke boomgrootte is wel van belang, maar we willen geen gezonde bomen kappen ten behoeve van het uniforme beeld. Verschillen in grootte zijn na verloop van tijd niet meer te zien.
Eens (13/15): Het gaat erom dat in ieder dorp een plek wordt gecreëerd waar een boom tot volwaardige volwas kan komen. Deze plek moet ook worden beschermd als ‘groen monument (van de toekomst)’.
|
Kwaliteit gaat boven kwantiteit: We investeren liever in 1 boom die heel groot kan worden dan 10 bomen die klein blijven. |
Eens (12/15): Boomtechnisch is het beter om voor grote bomen te kiezen op plekken waar voldoende ruimte is. Echter is het qua beleving wel goed om in een smal straatje meerdere kleine boomsoorten te planten. Deze verkoelen nauwelijks, maar geven wel een groen beeld. Bomen moeten realistisch (op eindgrootte) worden afgebeeld op sfeerimpressies van projecten.
|
Op plekken met hittestress moeten bomen geplant worden. Ook als dit ten koste gaat van bijvoorbeeld parkeerplaatsen. |
Eens (12/15): Dit is inderdaad een oplossing voor toekomstige leefbaarheidsproblemen. En het draagt bij aan een gezonde leefomgeving.
Eens (11/15): Een goed uitgangspunt, maar qua norm moet maatwerk worden toegepast zodat de ambitie reëel is. Ook moeten plekken met uitdagingen zoals hittestress en wateroverlast vergroend worden. Bomen zijn daarbij goedkoper in beheer dan gevelgroen of andere varianten. Het vergroenen met geveltuinen moet wel gestimuleerd worden. De norm van 75 m2 groen per huishouden en de norm voor het percentage boomkroonbedekking moeten samen zorgen voor een prettige leefomgeving.
|
Om ruimte voor bomen te hebben, moeten we dichter op kabels en leidingen planten dan de voorgeschreven 2,5 meter. |
Eens (9/15): Er zijn kansen om de ondergrondse inrichting bij nieuwe situaties beter te maken. Als we dit bij huidige situaties doen, dan geven we bomen onvoldoende ruimte. Er zouden ook wortelschermen geplaatst moeten worden om problemen te voorkomen.
Eens (9/15): Dit kan geen algemeen uitgangspunt zijn. Er moet wel rekening gehouden worden met kwalitatief goede bomen. Of ze behouden moeten blijven, is bij tegenstrijdige belangen een politiek-bestuurlijke afweging.
Oneens (9/15): Alleen monumentale bomen beschermen die impact hebben op de omgeving. Verder is de trend om inwoners niet teveel regels op te leggen. In het verleden werden bijna alle kapvergunningen verleend.
Oneens (8/15): Dit hoeft in de toekomst misschien geen dilemma meer te zijn. Nu houden we er rekening mee.
Oneens (11/15): We moeten rekening houden met het klimaat van de toekomst en daar zijn de inheemse boomsoorten niet tegen bestand.
Bij het maken van een soortkeuze, speelt ook de functie van de boom mee. Die hoeft niet altijd van ecologische waarde te zijn, op sommige plekken mag een boom opvallend kleurrijk zijn, of bestand tegen hitte, strooizout en droogte.
Voor zover APV gebruik maakt van de Kaartviewer is het dat wij bijzondere bomen of geen bijzondere bomen opzoeken, als wij een aanvraag voor een kapvergunning of informatieverzoek hiervoor krijgen. Maar wij zetten altijd nog een deelproces bij Groen uit voor een definitie oordeel.
Er zijn raakvlakken en mogelijk conflicterende belangen tussen bomen en (gebouwd) erfgoed.
Welke rol spelen bomen (en groen in het algemeen) bij jouw werkzaamheden?
Wat wil je verbeteren, oplossen of versterken ten aanzien van bomen?
Welke kansen en mogelijkheden zie je?
Welke ambities zou je stellen ten aanzien van bomen?
Bijlage 5 Verslag werksessie Bomenbeleid 27 juni 2024
Ideeën en aandachtspunten voor het Bomenbeleidsplan Horst aan de Maas
Na een voorstelronde en poweroint zijn stellingen voorgelegd over het nieuwe bomenbeleid.
De resultaten (zie voor een indruk, bijlage 1) nemen we mee om beleidskeuzes te maken.
Na de stellingen zijn ideeën en aandachtspunten voor het bomenbeleid van de gemeente op topografische kaarten geplakt, zodat ook specifieke gebieden aangewezen konden worden.
Hieronder geven we per thema de input weer die is gegeven.
Duurzaamheid en circulaire economie
Bij het aanmelden had men de ruimte om alvast input te geven voor het beleid. De volgende punten zijn ingestuurd:
Input namens organisaties die niet aanwezig konden zijn, of achteraf ingezonden.
Ook zijn notities en zienswijzen ingestuurd die we hebben samengevat in kansen en verbeterpunten die we zullen overwegen om op te nemen in het bomenbeleid:
Heusschen Copier Landschapskracht
|
Bomen, landschapselementen en bossen aan te duiden als waardevolle bomen of waardevolle houtopstanden. Bovenop Wet natuurbescherming. Bijvoorbeeld: Venlo |
|
|
Bomen zijn belangrijk en niet ondergeschikt aan overige functie. |
|
|
Investeer ook in bomen van derden want elke boom is belangrijk. Vergroeningsactie voor particulieren. Boom wordt duurzaam in stand gehouden (door de gemeente). |
|
|
Participatie oppakken in samenwerking met Landschap Horst aan de Maas. |
|
|
Bedrijventerreinen van Greeport Venlo bij het stedelijk gebied betrekken; in de toekomst overdragen aan de gemeente. |
|
|
Het zou een groenbeleidsplan moeten zijn met bomen, borders, gras, klimplanten, heggen: deze ook laten beschermen en compenseren bij ruimtelijke ontwikkelingen. Want ze hebben hoge waarde in het stedelijke gebied. |
Bijlage 6: Analyse bomenbestand
Bomen, bossen en landschapselementen geven onze gemeente een groene uitstraling. We zijn trots op de grote bomen en statige lanen die ons landschap kenmerken. Dit hoofdstuk bevat een beknopte beschrijving van het gemeentelijk bomenareaal, met kwaliteiten en aandachtspunten.
Het gemeentelijke bomenbestand bevat (2025) ongeveer 40.000 individueel geregistreerde straat- en laanbomen. Daarnaast zijn er bossen, struwelen en andere landschapselementen waarvan de bomen die er staan niet individueel geregistreerd zijn, maar als vlak worden beheerd.
We beginnen dit hoofdstuk met de bomen en zoomen steeds verder uit naar structuren, dorpen en landschappen die de gemeente kenmerken.
Het aantal individueel geregistreerde gemeentelijke bomen, inclusief de geregistreerde particuliere monumentale bomen, bedraagt ongeveer 40.000. Hiermee komt het aantal bomen op bijna 1 per inwoner (inwoneraantal op 1 januari 2024 is bijna 44.000). Hiermee is gemeente Horst aan de Maas boomrijker dan een gemiddelde gemeente in Nederland met 0,5 geregistreerde boom per inwoner.
Ongeveer tweederde van de geregistreerde bomen in de gemeente staat in het buitengebied. Dit is te verklaren omdat onze gemeente voor een belangrijk deel bestaat uit buitengebied. Daarnaast zijn er talloze bomen in bospercelen, landschapselementen en bomen van particulieren en andere eigenaren die niet individueel geteld worden, maar die de gemeente wel een groene en natuurlijke uitstraling geven.
Nu zegt het aantal bomen niet alles. De boomsoort, de grootte en de conditie van de bomen is van invloed op de groene waarden die een boom vertegenwoordigt ten aanzien van biodiversiteit, identiteit en cultuurhistorie, klimaatadaptatie en gezondheid. Het uitgangspunt is dat groene waarden toenemen met het kroonvolume.
Het aantal bomen is dus niet zozeer van belang, het kroonvolume des te meer. Enkele grotere bomen kunnen meer bijdragen aan bijvoorbeeld biodiversiteit, identiteit en cultuurhistorie, klimaatadaptatie en gezondheid dan meerdere kleine bomen. Er wordt daarom steeds meer gestuurd op boomkroonvolume.
Uit studies blijkt dat 30% boomkroonbedekking de minimale grens is voor de beoogde effecten van groen op de gezondheid en leefbaarheid van de woonomgeving. Een lager percentage geeft een minder effect, een hoger percentage geeft een hoger effect. Bomen leveren per oppervlak meer baten, zoals verkoeling en ecosysteemdiensten, dan ander groen. Het meest effectief voor de omgeving zijn grote (en oude) bomen.
Prof. Dr. Cecil Konijnendijk ontwikkelde in 2021 de 3-30-300-vuistregel als maatstaf om te sturen op vergroening (afbeelding 1). Nadat deze regel landelijke bekendheid heeft gekregen werd ook gespeeld met de praktische toepasbaarheid. Het Norminstituut Bomen ontwikkelde de Bomennorm van 2,2 m3 boomkroonvolume per vierkante meter (afbeelding 2).
In de update van de Landelijke handreiking Groen in en om de stad (GIOS) in het najaar van 2025 zal ook een bomennorm worden opgenomen. Hierdoor krijgen gemeenten een eenduidige landelijke richtlijn om na te streven.
Afbeelding 1: 3-30-300 vuistregel
Afbeelding 2: Landelijke bomennorm Norminstituut Bomen
1.3 Boomkroonvolume per vierkante meter in gemeente Horst aan de Maas
Gemeentelijk komt Horst aan de Maas op Bomennorm ‘matig’, namelijk 1,6 m3 kroonvolume per vierkante meter.
Afbeelding 4: BKV gemeente Horst aan de Maas (bron: Bomennorm - Cobra Groeninzicht )
Op basis van de meest recente inspectiedata kan het boomkroonvolume van gemeentelijke bomen, particuliere bomen en bosplantsoenen per vierkante meter voor iedere wijk worden berekend. Geen enkele wijk heeft ‘zeer weinig’ boomkroonvolume.
Figuur 4: BKV per wijk (kuub per vierkante meter)
Op de klimaateffectatlas kan tot buurtniveau worden ingezoomd en hier zien we dat Horst-Centrum, De Comert, De Riet en Hoogveld een ‘zeer weinig’ scoren met minder dan10% boomkroonbedekking.
Van de ruim 350 verschillende boomsoorten en cultivars die het gemeentelijk bomenbestand rijk is, voert de zomereik (Quercus robur) de lijst aan. In gemeente Horst aan de Maas staan ruim 15.000 zomereiken, wat overeen komt met ongeveer 38% van het gemeentelijke areaal. Op de tweede plek van meest voorkomende soorten staat Hollandse linde (iets meer dan 5%), gevolgd door de ruwe berk met 4,6%. De top 3 bevat hiermee inheemse boomsoorten met een hoge waarde voor de lokale biodiversiteit.
Het is wenselijk om meer diversiteit in het bomenbestand na te streven om ziekten, aantastingen en plagen te voorkomen. Denk aan de eikenprocessierups die veelvuldig in zomereiken kan voorkomen, en de kwetsbaarheid van deze boomsoort ten aanzien van hittestress en stikstofdepositie.
Voor het verminderen van de kwetsbaarheid van het bomenbestand, heeft Santamour in 1993 de 10-20-30-diversiteitsnorm ontwikkeld. Bomen zijn op te delen in families, geslachten en soorten. Een boomfamilie bestaat uit meerdere boomgeslachten. Een boomgeslacht bestaat weer uit meerdere boomsoorten, zie figuur 1. Dit is een ingewikkeld verhaal maar belangrijk voor een gemeente om in de gaten te houden vanwege de grote gevolgen van een (potentiële) ziekte in het bomenbestand. Ziekten slaan vaak toe binnen een specifieke boomsoort of boomgeslacht. Om te voorkomen dat een groot deel van een bomenareaal de gevolgen van een ziekte moet ondergaan is een divers bomenbestand essentieel. Om hier beter grip op te houden is de 10-20-30 regel opgesteld door de Amerikaanse onderzoeker F. Santamour (1993):
Bron: https://issuu.com/madeinvelp/docs/onderzoeksrapport_72_dpi
Figuur 5: Meest voorkomende boomgeslachten in gemeente Horst aan de Maas.
Figuur 6:2: relatie boomfamilie, -geslacht en -soort in aantallen voor de napjesdragerfamilie in gemeente Horst aan de Maas.
Voor deze familie is de diversiteit als volgt.
Het eikengeslacht en de zomereik als soort zijn oververtegenwoordigd in de gemeente. Dit is historisch gegroeid en de duurzame en ecologische aantrekkelijke zomereik is kenmerkend voor de Nederlandse zandlandschappen. Voor het geslacht eik (Quercus) ziet de soortenverdeling er als volgt uit:
Grafiek 7: soortenverdeling van het eikengeslacht in gemeente Horst aan de Maas
Vanwege het verhogen van de ecologische waarde worden geen Amerikaanse eiken aan het areaal toegevoegd en bij het vervangen van een Amerikaanse eik wordt een andere boomsoort gekozen.
Conditie zegt iets over de vitaliteit van een boom. Bomen in goede conditie zijn sterk en beter weerbaar tegen ziektes en aantastingen. Bomen met een zwakke conditie groeien niet of nauwelijks en krijgen sneller te maken met ziekten en aantastingen. Vaak zien we bij oude bomen de conditie achteruit gaan. En bomen in een slechte groeiplaats, zoals in gesloten verharding of elementenverharding, hebben eerder last van groeistagnatie door conditieproblemen. Tot slot hangt de conditie af van de boomsoort en of die goed kan gedijen op de locatie.
Op basis van de inspectiegegevens is 75% van het bomenbestand in voldoende conditie. Dat is vergelijkbaar met de landelijke score. De eiken, lindes en berken doen het over het algemeen heel goed. Er zijn geen boomsoorten waarbij het opvalt dat ze in grote aantallen in (zeer) slechte conditie verkeren.
In onze gemeente treffen we bomen van uiteenlopende leeftijden aan.
Tussen 1995 en 2004 zijn de meeste bomen aangeplant. Deze zijn nu 20 tot 29 jaar oud. Dit zou kunnen samenvallen met ruimtelijke ontwikkelingen en bouw- of herinrichtingsprojecten. Een andere piek zien we in de jaren ’70. Deze bomen zijn nu 50 tot 59 jaar oud.
Een boom die door veiligheidsproblemen of beheerproblemen niet kan blijven staan, moet vervangen worden. Het liefst op dezelfde plek, door een boom van gelijke boomgrootteklasse. Bij het kiezen van de boomsoort moeten de functies, kenmerken, behoeften en groene waarden passen bij de locatie.
Hoeveel bomen jaarlijks geplant worden, verschilt sterk per decennium. Gemiddeld over de afgelopen 50 jaar, worden er 365 bomen per jaar aangeplant; oftewel 1 boom per dag! Of er meer bomen aangeplant moeten worden om de bomennorm te halen is een uitwerking die we bij de tweede ambitie nader uitwerken (zie paragraaf 5.4).
Figuur 8: Leeftijdsverdeling van het bomenbestand
Het aantal gekapte bomen is nooit bijgehouden en de groei of afname van het totale areaal van de afgelopen decennia is niet te achterhalen. Om de omvang van het bomenbestand bij te houden, werken we in de toekomst graag met een bomenbalans waarbij het aantal bomen en de groene waarde meegroeit met het aantal inwoners.
2. Monumentale en bijzondere bomen
Monumentale bomen, bijzondere en beschermde groeiplaatsen krijgen extra bescherming vanwege hun onvervangbare waarde en waarde voor de toekomst. Ze hebben een minimale leeftijd of zijn wegens een bijzondere gelegenheid zijn geplant. De conditie mag niet onomkeerbaar zijn waarbij volledig verval binnen 10 jaar verwacht wordt. Daarnaast moet een monumentale of bijzondere boom voldoen specifieke criteria die zijn beschreven in de bomenlegger (bijlage 5).
Monumentale en waardevolle bomen kunnen binnen een bomenstructuur vallen. In dit geval blijven de bomen hun eigen status behouden, ongeacht het type structuur waarin ze staan. Ook zijn er ‘parels’. Dit zijn plekken of gebieden waarbinnen alle bomen met bepaalde kenmerken beschermd zijn. Specifieke waardevolle bomen (of bomen met de potentie om waardevol te zijn) die in deze vlakken staan worden opgenomen op de Groene kaart.
In april 2025 bevat het bomenbestand:
Figuur 9: bomen naar beleidsstatus
Structuurbomen die voldoen aan de criteria voor de monumentale status, zoals beschreven in de bomenlegger, hebben momenteel de beleidsstatus (potentieel) monumentale boom. Structuurbomen die nog niet aan de criteria voldoen, hebben momenteel geen beleidsstatus.
Om voor beschermwaardige bomen een mgevingsvergunning voor de activiteit kappen te rechtvaardigen zijn alleen veiligheidsredenen (zorgplicht) en redenen ten behoeve van het (aantoonbaar) algemeen belang te verdedigen. Hiertoe zal altijd een schriftelijk verzoek aan de gemeente ten grondslag liggen. Het college is bevoegd voor de bestuurlijke besluitvorming.
Onze bomenstructuur is een raamwerk dat als basis dient voor het behoud en de ontwikkeling van het bestaande bomenbestand in de gemeente, de huidige landschaps- en dorpskarakteristieken te versterken en bij te dragen aan de ruimtelijke kwaliteit van toekomstige ontwikkelingen.
De bomenstructuur is hoofdzakelijk gericht op de bomen in en direct rondom de woonkernen en langs de belangrijkste verbindende gemeentelijke wegen tussen de kernen. Daarnaast zijn ook belangrijke structuren in het buitengebied, historische plekken en groengebieden die voor de gemeente van grote waarde zijn.
De bomenstructuur vormt daarmee een structurele basis voor het bomenbestand in en rondom de woonkernen, bedrijventerreinen en het buitengebied.
3.1 Bomenstructuur in relatie tot groenstructuur
De bomenstructuurkaart laat zien waar zich de belangrijkste boomstructuren in onze gemeente bevinden. De bomenstructuur bestaat uit individueel geregistreerde en beheerde gemeentelijk bomen. Hieronder onderscheiden we drie categorieën:
Aanwijscriteria voor de hoofd- en nevenstructuur zijn beschreven in bijlage 6. Bomen in de bomenstructuur kunnen alleen onder bepaalde voorwaarden gekapt worden, zie bijlage 7.
Onderdeel van de groenblauwe dooradering van het buitengebied zijn de houtige landschapselementen en houtopstanden met boomvormers zoals bosjes, singels, grienden, hakhout en struwelen. Deze elementen zijn erg belangrijk voor de landschappelijke identiteit en ecologische waarde. Het beheer hiervan valt onder (ecologisch) beheer van bossen en natuurterreinen en valt buiten de scope van dit bomenbeleid.
Afbeelding 10: boomstructuurkaart (voor pdf zie ook bijlage 9)
Afbeelding 11: Oude Peeldijk, Meterik
De hoofdstructuur is de ruggengraat van het bomenbestand in onze gemeente. Bomen binnen de hoofdstructuur zijn bepalend voor hoe inwoners en bezoekers onze gemeente beleven. De hoofdstructuur is van uitzonderlijk grote waarde voor de uitstraling en identiteit van de gemeente. Daarnaast is de hoofdstructuur het belangrijkste middel om de waarde van onze bomen voor lange termijn te ontwikkelen. De hoofdbomenstructuur:
De nevenboomstructuur is bepalend voor de uitstraling en structurering van de wijken en buurten, maar ook het buitengebied. Deze structuur kan de hoofdboomstructuur versterken. Over het algemeen dienen de bomen in stand gehouden te worden maar hoeft vaak niet exact op de huidige plek gehandhaafd te blijven. Belangrijk is dat de beoogde functie ingevuld blijft. Eigendom dient bij de gemeente te blijven. De nevenstructuur:
Groene parels zijn bijzondere dragers voor het openbare gebied en dragen substantieel bij aan de identiteit van het dorp. Groene parels liggen in de dorpskernen en staan beschreven en op kaart aangegeven in de gemeentelijke Groenstructuurvisie 2020. Parels dienen blijvend en duurzaam in stand gehouden te worden. Eigendom en onderhoud liggen bij de gemeente. Ook (monumentale) bomen kunnen onderdeel uit maken van groene parels. Voorbeelden van parels zijn dorpspleinen met bijzondere bomen, wijk- en buurtparken, plantsoenen e.d.
Wanneer grote, monumentale bomen beginnen af te takelen zijn ze weliswaar stokoud, vertonen ze holten en zie je een reductie van de kroon, maar zijn ze zeker nog niet afgeschreven. Dit is namelijk het begin van een nieuw leven, ze evolueren naar een nieuw evenwicht waarbij ze ecologisch, historisch en landschappelijk zeer waardevol worden.
Afbeelding 12: Voorbeeld particuliere monumentale boom: ‘ Gortemeule Eik’, Horst.
Tot de kernkwaliteiten van gemeente Horst aan de Maas behoren de gevarieerde, unieke landschappen, het rijke erfgoed en een ondernemende, zorgzame samenleving met hechte, landelijke dorpen met kleinschalig karakter.
Door relatief grote verschillen in reliëf, bodem en waterhuishouding zijn gevarieerde landschappen ontstaan met een groen karakter en rijk erfgoed. In deze paragraaf schetsen we een beeld van de landschappen die de variatie aan kenmerkende landschapselementen en kenmerkende boomsoorten mede verklaren.
Afbeelding 13: overzicht landschapstypen
Het Maasdal, dat is ontstaan door de krachten van het rivierwater, waarbij grind en klei zijn afgezet, is het oudste landschapstype binnen de gemeente. De Maas heeft gezorgd voor een reliëfrijke rivierdallandschap met grazige uiterwaarden en oude rivierarmen, vruchtbare akkers en natuurrijke graslanden. Dit gebied loopt van Ooijen-Wanssum tot aan Grubbenvorst
De bodem is divers, van klei tot grind met op de opduikingen oude bouwlanden met een dikke eerdlaag. De beplanting bestaat van oudsher uit heggen, singels en natte bossen. Twee landschapselementen, die zeer karakteristiek te noemen zijn voor het Maasdallandschap zijn de maasheggen en de solitaire bomen op de kribben van de Maas, die ook wel bakenbomen genoemd worden. In de lagere delen zijn elementen wenselijk die passen bij natte natuurontwikkeling en/of open grazige vegetaties, zoals kleine bosjes, poelen, natuurvriendelijke oevers, knotbomen, heggen en bloemrijke gras en hooilanden.
Langs de akkercomplexen en boomgaarden komen kruidenrijke akkerranden en singels goed tot hun recht. Aan de randen van de rivierdalen en rond bestaande bebouwing wordt bovendien ingezet op het stimuleren van streekeigen erfbeplanting en het versterken van groenstructuren.
Afbeelding 14: Maaslandschap bij Lottum
Op de hogere zandgronden is de eerste bewoning ontstaan, op de overgang van nat naar droog in de nabijheid van beekdalen. Het kleinschalige en kronkelige ontginningspatroon van oudsher is in de periode van 1900 tot 1960 meer rechtlijnig geworden. Veel van het oorspronkelijke kleinschalige en gevarieerde cultuurlandschap is door het intensievere gebruik steeds meer een éénvormig, open landschap met een grootschalige verkaveling geworden. Alleen de allernatste en allerdroogste gronden zijn niet (meer) intensief in gebruik door de mens. Hier liggen nu vooral stuifzand- en heidebebossingen. De laatste decennia vindt ook gericht uitbreiding van natuurgebieden plaats, waarbij cultuurland wordt omgevormd naar 'nieuwe natuur'.
De beplanting in het zandlandschap bestaat vooral uit lanen en bomenrijen (overwegend eiken); landschapselementen (kleine bosjes, singels, bomenrijen en heggen) en landschappelijke erfbeplanting.
De oude akkercomplexen rondom Horst en Sevenum zijn juist zeer open van karakter. Het openhouden van deze gebieden heeft hoge prioriteit.
Afbeelding 15: Zandlandschap: Dijkerheideweg ten noordoosten van Sevenum
Het Peellandschap is een grotendeels afgegraven hoogveengebied wat zich kenmerkt door openheid, een grootschalige verkavelingsstructuur, vaarten en vochtige hoogveenbossen. De veenontginning is een planmatig, grootschalig ontgonnen gebied, waar vanaf 1900 veen gewonnen is, alvorens de gronden voor landbouwkundig gebruik geschikt te maken. De belangrijkste landschapselementen worden gevormd door de bomenrijen langs een aantal van de wegen en de natuurvriendelijke oevers langs de brede waterlopen met hier en daar een poel. Omdat de dichte erfbeplantingen rond de gebouwen zeer beeldbepalend zijn, wordt ernaar gestreefd deze aan te leggen met streekeigen soorten in de vorm van dichte hagen of singels.
Het dorp Griendtsveen ligt in het hoogveengebied en dankt zijn karakteristiek aan de boomstructuur en bouwstijl. Kenmerkend zijn onder andere de karakteristieke laanstructuren langs de turfvaarten, de voormalige turffabriek Villa Sphagnum en de zogeheten ‘apostelwoningen’.
Figuur 16: Peellandschap: Sphagnumweg , Griendtsveen met apostelwoning
De gemeente bestaat uit 16 dorpen. Hieronder geven we een algemeen beeld van de dorpen, inwoneraantal en groene karakteristiek.
Tabel 17: inwoneraantal en kenmerken groenstructuur per dorp gemeente Horst aan de Maas.
Tabel 18 (vervolg): inwoneraantal en kenmerken groenstructuur per dorp gemeente Horst aan de Maas.
Bron: https://www.horstaandemaas.nl/horst-aan-de-maas-in-cijfersenGroenstructuurvisie 2020.
Er zijn verschillende grote en kleine bedrijventerreinen in gemeente Horst aan de Maas zoals Venrayseweg II in het Noorden van de gemeente, Hoogveld en Melderlosche Weiden in Horst, Agri Business Park in Grubbenvorst, de Asdonck tussen Hegelsom en Sevenum en Trade Port Noord en Berghem in Sevenum.
Figuur 19: Overzichtskaart bedrijventerreinen, bron provincie Limburg en gemeente Horst aan de Maas.
Op bedrijventerreinen is over het algemeen minder groen aanwezig en zijn bomen functioneel langs wegen geplaatst. Het zijn daarom vaak hitte-eilanden in het landschap. Voor vergroenen is vaak beperkt ruimte, maar desondanks wordt dit wel gestimuleerd.
Greenport Venlo is een gebied en de naam van een regionaal samenwerkingsverband tussen de gemeenten Venlo, Horst aan de Maas en Venray, alsmede de provincie Limburg. Hier is o.a. veel glastuinbouw te vinden. Het gebied is circa 5400 hectare groot, tussen de rijkswegen A67 en de A73, in de regio Venlo. In Greenport Venlo worden 400 hectare natuur met recreatieve mogelijkheden en 460 hectare bedrijventerrein ontwikkeld volgens de Cradle to Cradle-filosofie met duurzame energieoplossingen.
Tradeport Noord, glastuinbouwconcentratiegebied Californië en Agri Business Park zijn onderdeel van Greenport Venlo.
Hieronder is de ruimtelijke structuur van werklandschap Greenport Venlo te zien en op de volgende pagina enkele sfeerfoto’s.
Figuur 20: plattegrond van Greenport Venlo waarbij werken en ondernemen in de ‘Klavers’ (blauw aangeduid) is omgeven door natuur, landschap en recreatieve voorzieningen (groen aangeduid). (Bron: https://www.greenportvenlo.nl/plattegrond )
Figuur 21: Bovenstaande foto’s geven een indruk van Greenport Venlo en het kassengebied rond Californië
Bijlage 7: Beoordelingskader kapaanvragen Horst aan de Maas
Dit beoordelingskader kapaanvragen bevat 2 schema’s.
Primair uitgangspunt Duurzaam boombehoud is de meest gewenste uitkomst na beoordeling van kapaanvragen.
Verantwoordelijkheid De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het laten uitvoeren van boomtechnisch onderzoek. Na kap vanwege bouwprojecten vindt altijd compensatie plaats door de boomeigenaar in de vorm van herplant of financiële compensatie in het gemeentelijk Bomenfonds.
Direct gevaar voor de omgeving: Gemeente Horst aan de Maas controleert regelmatig al haar bomen. Soms vormt een boom een direct gevaar voor de omgeving. In dat geval mag de gemeente een gemeentelijke boom direct kappen of fors snoeien zonder vergunning. Dit heet noodkap. De intentie is dat omwonenden altijd een wijkbericht ontvangen met uitleg.
Erkend boomspecialist: Een theoretisch én praktisch deskundige op het gebied van bomen, een gecertificeerd Boomveiligheidscontroleur, Data inspecteur bomen (DIB), European Tree Worker (ETW) of European Tree Technician (ETT). Het is een vakbekwame specialist met minimaal het certificaat Boomveiligheid van Groenkeur of gelijkwaardig.
Schema A: Beoordeling kapaanvraag per beleidscategorie
Bijlage 8 Bomenlegger Horst aan de Maas 2025
Bescherming van Monumentale en Bijzondere bomen
Criteria en definities, ondersteuningsregeling, bomenlijst.
Zowel in het bomenbeleid als in het Bomenbeheerplan wordt onderscheid gemaakt tussen bijzondere en monumentale bomen ten aanzien van bescherming en onderhoud en beheer. Deze bomen worden gekoesterd en zeer goed beschermd. In deze bomenlegger staan de aanwijscriteria van de bijzondere en monumentale bomen en de ondersteuningsregeling voor particuliere eigenaren van bijzondere en monumentale bomen.
De bomenlegger is een uitwerking van het Bomenbeleidsplan en is bepalend voor het boombeheer van bomen met verhoogde beleidsstatus. De Bomenlegger geldt voor alle boomeigenaren van bijzondere en monumentale bomen binnen het grondgebied van gemeente Horst aan de Maas.
Uit de APV (artikel 3:10, lid 1) volgt dat het college van burgemeester en wethouders bevoegd is om wijzigingen aan te brengen aan de bomenlijst. De status van de bomen is bindend zodra vaststelling door het college van B&W heeft plaatsgevonden.
Eventuele wijzigingen in het beleidsplan hebben geen invloed op de inhoud of de status van de bomenlijst.
1.3 Omgevingsvergunning activiteit voor de activiteit kappen
Bij aanvragen voor een omgevingsvergunning activiteit kappen geldt, voor bomen die zijn opgenomen in de lijst bijzondere en monumentale bomen, het “nee tenzij” principe. Om kap van een boom te rechtvaardigen zijn alleen veiligheidsredenen (zorgplicht) en redenen ten behoeve van het (aantoonbaar) algemeen belang te verdedigen. Hiertoe zal altijd een schriftelijk verzoek aan de gemeente ten grondslag liggen (aanvraag omgevingsvergunning). Vanuit boombeheer wordt een ambtelijk advies opgesteld voor de vergunningverlener.
Binnen de gemeente Horst aan de Maas zijn enkele lokale groeperingen actief met de inrichting en het beheer van het landschap. Actieve groeperingen die zich inzetten voor groen, bomen en landschap, waaronder Stichting Landschap Horst aan de Maas, vragen aandacht voor de bescherming van bomen. We zullen hen, maar ook dorpsraden en heemkundeverenigingen betrekken bij het actualiseren van de bomenlijst.
Aan de hand van het nieuwe bomenbeleid is de bomenlegger (2015) herzien en vervolgens zal ook de bomenlijst (zie bijlage 7A) worden geactualiseerd.
Op basis van de bomenlegger worden bomen getoetst aan de criteria voor bijzondere boom of monumentale boom. Het zijn solitaire, onvervangbare exemplaren. Zowel particuliere als gemeentelijke bomen komen in aanmerking voor de beleidsstatus bijzondere of monumentale boom.
Ook bomen die zijn aangeplant met de ambitie om tot monumentale boom te kunnen uitgroeien, krijgen beleidsstatus I. Het is in de eerste jaren vooral de groeiplaats die beschermd moet worden.
Gemeentelijke bomen in groeps- of rijverband worden geregistreerd als hoofd- of nevenboomstructuur. Bijzondere en waardevolle bomen kunnen onderdeel uitmaken van een beschermwaardige groene parel.
Alle gemeentelijke en niet-gemeentelijke bijzondere en monumentale bomen en toekomstbomen hebben in het paspoort beleidsstatus I. Als toelichting is het type ingevuld. Op basis van de beheerdata kan de bomenlijst worden uitgedraaid (bijlage 8A) en zijn alle boompunten op kaart zichtbaar (bijlage 8B).
Om te bepalen of een boom bijzonder of monumentaal is, zijn criteria opgesteld. Iedere solitaire boom of wordt getoetst aan deze criteria. Bij niet-gemeentelijke laanstructuren worden de bomen ook als individu getoetst. Alleen bij een positieve toetsing wordt een boom voorgedragen voor de bomenlijst en zonder bezwaar vastgesteld. Vervolgens krijgt de boom beleidsstatus I in zijn paspoort.
Monumentale bomen: vanaf 80 jaar
Een boom is monumentaal wanneer deze voldoet aan alle basiscriteria en aan minimaal twee specifieke criteria (per criteria aan minimaal één van de genoemde opties). Ook veterane bomen vallen onder de categorie ‘monumentale boom’.
Bijzondere bomen: vanaf 50 jaar
Een boom is bijzonder wanneer deze voldoet aan alle basiscriteria en aan minimaal één van de specifieke criteria (minimaal één van de onderliggende opties).
Gedenkbomen hoeven niet aan deze criteria te voldoen.
Deze bomen worden aangeplant om monumentaal te kunnen uitgroeien van de eerste of tweede grootte in een daarvoor optimaal ingerichte groeiplaats. Hij kan in potentie een beeldbepalende betekenis krijgen voor het landschap en dorpsschoon, cultuurhistorische waarde krijgen en meer dan normale ecologische betekenis krijgen. Hier wordt bij het aanplanten rekening mee gehouden ten aanzien van soortkeuze en locatie. Toekomstbomen kunnen ook bomen zijn die vanwege een bijzondere, gedenkwaardige gebeurtenis worden aangeplant in een duurzame, toekomstbestendige groeiplaats.
De lijst met bijzondere en monumentale bomen treft u als bijlage 8A aan. Tot deze lijst behoren de volgende documenten:
Bomen zijn levende organismen, dit maakt boombeheer tot een dynamisch proces. Om mutaties goed in beeld te houden wordt er een mutatielijst bijgehouden. Mutaties worden één maal per jaar ter vaststelling aan het college van B&W aangeboden (actualiseren van de bomenlegger). De mutatielijst wordt met een gelijke status behandeld als de vastgestelde bomenlijst.
3.4 Beoordeling omgevingsvergunning kap
Een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit kappen zal worden beoordeeld aan de hand van het Beoordelingskader kapaanvragen (bijlage 7 bomenbeleid 2025).
In ruimtelijke conflictsituaties 11 zal de volgende ‘viertraps’ afweging worden toegepast:
Financiële compensatie wordt aangewend als voeding voor de ondersteuningsregeling voor inspectie en bijzonder onderhoud van particuliere bijzondere en monumentale bomen. Zie hoofdstuk 4 voor de uitgangspunten van de ondersteuningsregeling.
De ondersteuningsregeling is bedoeld voor bomen die zijn opgenomen in de bomenlijst. Deze regeling is specifiek gericht op de rechtmatige eigenaar en ter ondersteuning van het beheer van hun levende monument. Door het vaststellen van de bijzondere of monumentale waarde wordt de boom extra ondersteuning en bescherming geboden.
Omdat bijzondere en monumentale bomen een verrijking zijn voor het landschap en de publieke ruimte kan tegemoet gekomen worden in inspectie, advies en het noodzakelijke onderhoud. Op deze manier wordt een positieve stimulans gegeven om zorgvuldig met het bezit om te gaan. De spelregels om in aanmerking te komen voor ondersteuning worden in paragraaf 4.4 nader uitgewerkt.
Binnen de afdeling Openbare Werken is zowel in team binnendienst als team buitendienst expertise aanwezig over het beheer van bomen. Deze expertise kan ingezet worden ten behoeve van de ondersteuningsregeling. Deze vorm van ondersteuning omvat het geven van advies en het uitvoeren van een onderhoudsmaatregel door of in opdracht van de gemeente.
Werkzaamheden ter ondersteuning worden verantwoord uit de reguliere exploitatie. De uitgaven worden verantwoord bij de jaarrekening met toepassing van budgetoverheveling bij een positief saldo (er mag geen negatief saldo ontstaan). Inkomsten die voor de ondersteuningsregeling worden aangewend zijn:
4.4 Spelregels ondersteuningsregeling
De gemeente beheert een voorziening waaruit noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden aan bijzondere en monumentale bomen kunnen worden verantwoord. Of onderhoud noodzakelijk is, is ter beoordeling van een ter zake deskundige van afdeling Openbare Werken van de gemeente Horst aan de Maas. Op het moment dat er meerdere (externe) financiële bijdrages zijn toegekend, vervalt de gemeentelijke ondersteuning.
Overige spelregels zijn conform de volgende artikelen:
Artikel 1. Begripsbeschrijving
In deze ondersteuningsregeling wordt verstaan onder:
Artikel 3. Uitgave ten laste van de ondersteuningsregeling
In de voorziening mag geen negatief saldo ontstaan. Ten laste van de ondersteuningsregeling komen de volgende uitgaven:
Het vellen en/of rooien van een boom valt niet onder de ondersteuningsregeling.
Uitgesloten voor een bijdrage is het afvoeren van tak- en stamhout en kosten t.b.v. omgevingsfactoren (bv. hekwerken bestratingen).
Artikel 4. Procedure tot deelname
Bijlage 8A Lijst van bijzondere en monumentale bomen Horst aan de Maas
Kaart behorende bij B&W besluit: mei 2013, publicatie 21 april 2015
Actualisatie van onderstaande overzichtskaart met monumentale bomen staat gepland vóór 2027
Bijlage 8B Overzichtskaart monumentale bomen Horst aan de Maas
Kaart behorende bij B&W besluit: mei 2013, publicatie 21 april 2015
Actualisatie van onderstaande overzichtskaart met monumentale bomen staat gepland vóór 2027
Bijlage 8C Ondersteuningsregeling onderhoud monumentale particuliere bomen
Heeft u een monumentale boom in uw tuin, of heeft u een boom in de tuin die volgens u monumentaal is, dan bent u misschien eigenaar van een levend monument! In deze factsheet informeren wij u waar een bijzondere of monumentale boom moet voldoen en op welke manier de gemeente u ondersteunt bij het beheer en onderhoud.
Wanneer is er sprake van een monumentale boom
Hoe ondersteunen wij als gemeente particulieren met het onderhoud van monumentale bomen?
Aan de hand van de inspectiegegevens wordt er één maal in de 6 jaar beheermaatregelen uitgevoerd (gesnoeid). De monumentale bomen die bereikbaar zijn met onze hoogwerker kunnen in onze cyclus meegenomen worden. Een monumentale boom die niet bereikbaar is met de hoogwerker kan klimmend gesnoeid worden. In samenspraak met de eigenaar wordt er een afspraak ingepland.
De juridisch eigenaar blijft ten alle tijden zelf verantwoordelijk voor zijn eigendom.
Heeft u vragen, neem dan contact op met Openbare Werken via het algemene contactnummer.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-318540.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.