Gemeenteblad van Middelburg
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Middelburg | Gemeenteblad 2025, 316302 | gemeenschappelijke regeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Middelburg | Gemeenteblad 2025, 316302 | gemeenschappelijke regeling |
Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland 2025
De colleges van de gemeenten Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen, Tholen, Veere en Vlissingen voor zover zij bevoegd zijn;
Overwegende dat de colleges op grond van artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s verplicht zijn een gemeenschappelijke regeling te treffen, waarbij een openbaar lichaam wordt ingesteld met de aanduiding: veiligheidsregio;
Dat de gemeenteraden, zoals vereist op grond van artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de colleges toestemming hebben gegeven de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland 2021 te wijzigen;
Gelet op de Wet veiligheidsregio’s, de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Politiewet 2012 en de Wet publieke gezondheid;
de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland 2021 te wijzigen, waarbij deze als volgt komt te luiden: Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland 2025.
HOOFDSTUK 1: ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1: Begripsomschrijvingen
1. Deze regeling verstaat onder:
crisisbeheersing: het geheel van maatregelen en voorzieningen, met inbegrip van de voorbereiding daarop, dat het gemeentebestuur of het bestuur van een veiligheidsregio in een crisis treft ter handhaving van de openbare orde, indien van toepassing in samenwerking met de maatregelen en voorzieningen die op basis van een bij of krachtens enige andere wet toegekende bevoegdheid ter zake van een crisis worden getroffen;
veiligheidsdirectie: orgaan bestaande uit de directeur, de directeur publieke gezondheid, de coördinerend gemeentesecretaris, de vertegenwoordiger van de eenheidsleiding politie en de secretaris van de veiligheidsdirectie. De leden van het management team van Veiligheidsregio Zeeland zijn agenda-lid van de veiligheidsdirectie. De veiligheidsdirectie kan partners van Veiligheidsregio Zeeland uitnodigen om deel te nemen aan haar vergaderingen wanneer het onderwerp dit vraagt;
HOOFDSTUK 2: TAKEN EN BEVOEGDHEDEN
Artikel 5: Taken en bevoegdheden
Ter behartiging van de in artikel 3 genoemde belangen is Veiligheidsregio Zeeland belast met de in artikelen 10, 14, 15, 16 en 17 van de Wet veiligheidsregio’s en de in artikelen 6, 7 en 8 van de Wet Publieke Gezondheid genoemde taken en:
het zorg dragen voor de voorbereiding op de bestrijding van een epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A als bedoeld in artikel 1 onder e van de Wet publieke gezondheid, alsmede op de bestrijding van een nieuw subtype humaan influenzavirus, waarbij ernstig gevaar voor de volksgezondheid bestaat.
Veiligheidsregio Zeeland is bevoegd tot het uitvoeren van andere taken dan bedoeld in dit artikel en tot het verlenen van diensten voor één of meer deelnemende gemeenten of voor andere gemeenten, indien deze daarom verzoeken en het algemeen bestuur besluit tot het aangaan van de desbetreffende dienstverleningsovereenkomst;
De uitvoering van de in het vorige lid bedoelde taken en het verlenen van diensten geschiedt op basis van een dienstverleningsovereenkomst tussen Veiligheidsregio Zeeland en de ge-meente of gemeenten die het aangaat. In deze dienstverleningsovereenkomst wordt neergelegd welke prestaties Veiligheidsregio Zeeland zal leveren, de kosten die integraal bij de betreffende gemeente(n) in rekening worden gebracht en de voorwaarden voor beide partijen waaronder tot uitvoering van de taken of de dienstverlening wordt overgegaan.
HOOFDSTUK 3: HET ALGEMEEN BESTUUR
De gemeenschappelijke regeling gemeentelijke gezondheidsdienst, onderdeel GGD, staat onder leiding van een directeur publieke gezondheid, die wordt benoemd door het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling gemeentelijke gezondheidsdienst in overeenstemming met het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland, overeenkomstig art. 14, lid 3 van de Wet publieke gezondheid.
Het algemeen bestuur is bevoegd tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maat-schappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dit in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.
De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering op en tegelijkertijd met de oproep maakt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering openbaar. De agenda en de daarbij behorende voorstellen, met uitzondering van de in Hoofdstuk Va, Gemeentewet, genoemde stukken waarop geheimhouding is opgelegd, worden tegelijkertijd met de oproep ter inzage gelegd.
Uit de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing het bepaalde in artikel 20 (quorum voor opening van vergadering), artikel 22 (onschendbaarheid, verschoningsrecht), artikel 26 (handhaving orde vergadering), artikel 28 (niet-deelname aan de stemming), artikel 29 (quorum voor geldige stemming), artikel 30 (tot stand komen besluit), artikel 31 (geheime stembriefjes), artikel 32 (overige stemmingen) en artikel 33 (ambtelijke bijstand leden van het Algemeen bestuur).
Artikel 11: Besloten vergadering
In een besloten vergadering van het algemeen bestuur worden geen besluiten genomen over het meerjarenbeleidsplan, de begroting, begrotingswijzigingen, de jaarstukken, afschaffen retributies of andere heffingen, vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen, treffen van wijzigingen verlengen of opheffen van een GR tussen VRZ en andere openbare lichamen, alsmede toetreden tot en uittreden uit dergelijke regeling.
HOOFDSTUK 4: HET DAGELIJKS BESTUUR
De taak van het dagelijks bestuur is:
te besluiten namens Veiligheidsregio Zeeland, het dagelijks bestuur of het algemeen be-stuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover dit het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist;
In afwijking van het bepaalde in het vorige lid kan het dagelijks bestuur de voorzitter toestaan om de ondertekening van stukken die van het dagelijks bestuur uitgaan op te dragen aan een ander lid van het dagelijks bestuur of de ondertekening te mandateren aan de ambtelijk secretaris van het dagelijks bestuur of aan een ander persoon.
HOOFDSTUK 7: INLICHTINGEN, VERANTWOORDING EN ONTSLAG
Artikel 19: Informatieverstrekking door individuele leden van het algemeen bestuur
Een lid of een plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur is aan het college door wie hij is benoemd, met inachtneming van het bepaalde in artikel 16 Wgr, verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid.
De deelnemende gemeenten vormen een regionale organisatie, bevolkingszorg genaamd, bestaande uit medewerkers die onder de verantwoordelijkheid van deze gemeenten bij een ramp of crisis belast zijn met het uitvoeren van de aan de gemeenten toegewezen processen en belast zijn met de voorbereiding van deze processen.
HOOFDSTUK 10: FINANCIËLE BEPALINGEN
Artikel 22: Begrotingsprocedure
Het dagelijks bestuur stuurt jaarlijks vóór 30 april de ontwerpbegroting van Veiligheidsregio Zeeland voor het komende kalenderjaar, evenals de financiële beleidsuitgangspunten voor de komende jaren (meerjarenraming), aan de raden van de gemeenten. Het bepaalde in art. 190 lid 1 van de Gemeentewet is van toepassing evenals het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
Het dagelijks bestuur legt vóór 30 april aan het algemeen bestuur verantwoording af over het af-gelopen kalenderjaar, onder overlegging van de opgestelde jaarstukken en een berekening van de door de deelnemende gemeenten te betalen bijdragen, naast de controleverklaring en het verslag van bevindingen van de met de controles belaste accountant.
Indien het dagelijks bestuur met een positief resultaat in de jaarrekening een andere bestemming wenst dan de algemene reserve, dan wel indien met de toevoeging van het resultaat aan de alge-mene reserve de reservevorming boven de afgesproken richtlijn reservevorming komt, worden de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid gesteld binnen twaalf weken na ont-vangst, een zienswijze te geven op het voorgenomen besluit van de resultaatbestemming.
Artikel 26: Verdeelsystematiek
De bijdrage per gemeente in de kosten van de veiligheidsregio bestaat uit 3 componenten:
Een bijdrage per gemeente, op basis van het budget dat beschikbaar was voor de uitvoering van het vòòr 1 januari 2013 door de veiligheidsregio uitgevoerde takenpakket inclusief taken op het gebied van tunnelveiligheid en maritieme veiligheid. Hierna te noemen “bijdrage voor rampenbestrijding, crisisbeheersing, GHOR, meldkamer en de daarbij behorende overheadkosten”.
Artikel 26a: Vaste regionale bijdrage per gemeente, zoals aangegeven in artikel 26, onder 1.
De vaste regionale bijdrage per gemeente is vanaf 2017 als volgt:
Dit betreft een historisch bepaalde vaste bijdrage voor de betreffende kosten op basis van het Cebeon-rapport 2012. Deze bijdrage kent vanaf begrotingsjaar 2019 eenzelfde indexering als de bijdrage in artikel 26b en artikel 26c.
Artikel 26b: Bijdrage voor de kosten voor brandweerzorg en de daarbij behorende overheadkosten, zoals bedoeld in artikel 26, onder 2.
De bijdrage per gemeente voor de kosten voor brandweerzorg en de daarbij behorende overheadkosten bestaat uit het op 20 december 2012 door het algemeen bestuur vastgestelde budget per gemeente zoals deze voor het begrotingsjaar 2017 zijn geactualiseerd op basis van de herverdeeleffecten groot onderhoud gemeentefonds uit de meicirculaire 2015 (versie 4 juni 2015).
HOOFDSTUK 12: TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING, GESCHILLEN EN OPHEFFING
Artikel 31: Procedure voor vaststelling uittredingsplan
Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan kan het Algemeen Bestuur een onafhankelijke externe deskundige aanwijzen die in opdracht van het Algemeen Bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe deskundige komen voor rekening van de uittredende deelnemer.
Het Algemeen Bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en het Dagelijks Bestuur. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het Algemeen Bestuur de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger van het bestuur van de uittredende deelnemer.
Ten minste twaalf maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 32 gelet op de vastgestelde jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar.
Bij de berekening van de kosten voor uittreding zoals bedoeld in het zesde lid wordt een risico-opslag van 10% op de uittreedsom toegepast om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten.
Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan biedt het bestuur de uittredende deelnemer de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het bestuur conform de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittredende deelnemer de uit-treedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen (maximaal 5 jaartermijnen) of in een keer dient te betalen.
Artikel 32: Te vergoeden kosten, de uittreedsom
Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland die samenhangen met de afbouw van structurele en incidentele overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere structurele en incidentele verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding.
Het Algemeen Bestuur brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom, binnen drie maanden nadat het bestuur de definitieve uittreedsom, als bedoeld in artikel 31, zesde lid, heeft vastgesteld, tenzij in het uittredingsplan overeenkomstig artikel 31, achtste lid, anders is vastgelegd.
Indien de kosten van de inzet van een externe deskundige als bedoeld in artikel 31, derde lid, en relatie tot de verwachtte uittredesom daartoe aanleiding geeft, kan het Algemeen Bestuur in overleg met deelnemer besluiten om in afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden de uittreedsom te bepalen op de eigen bijdrage, zoals deze is vastgesteld in de jaarrekening van het jaar van uittreding, waarbij die bijdrage ieder jaar met 20% afneemt als volgt 1e jaar 100%, 2e jaar 80%, 3e jaar 60%, 4e jaar 40% en 5e jaar 20%.
Het openbaar lichaam is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande hoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer.
Artikel 33: Verplichtingen uittreder
De uittredende partij is gehouden zich in te spannen om de formatie van Veiligheidsregio Zeeland die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende partij overneemt van het openbaar lichaam wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom.
Voorstellen uitgaande van één of meer deelnemende gemeenten worden toegezonden aan het algemeen bestuur, dat het voorstel met zijn beschouwingen ter zake binnen acht weken aan de raden van de deelnemende gemeenten doet toekomen, waarna deze deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur verder handelen conform het bepaalde in het vorige lid van dit artikel.
Artikel 36: Ontbinding en liquidatie
Ingeval van een besluit tot ontbinding van de gemeenschappelijke regeling, als bedoeld in het vorige lid, stelt het algemeen bestuur daarvoor een liquidatieplan op ter vereffening van het vermogen van de regeling. Een zodanig besluit wordt met een twee derde meerderheid genomen, gehoord de raden van de deelnemende gemeenten.
De regeling wordt elke vier jaar geëvalueerd. De evaluatie heeft vooral betrekking op de vraag of de samenwerking de doelen die zij zich heeft gesteld ook heeft bereikt tegen de kosten die hiervoor waren uitgetrokken. Daarnaast dient ook gekeken te worden naar de uitvoering van de specifieke taken. De manier waarop de samenwerking heeft gefunctioneerd, is eveneens onderdeel van de evaluatie.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-316302.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.