Regeling tot wijziging Subsidieregeling belangenbehartiging mantelzorgers en senioren Den Haag 2022

Toelichting

 

De Subsidieregeling belangenbehartiging mantelzorgers en senioren Den Haag 2022 is gericht op het subsidiëren van organisaties die zich inzetten voor mantelzorgers en senioren in Den Haag. In de Actielijn Seniorvriendelijk Den Haag 2025-2030 (RIS322179) benadrukt het college het belang van inspraak van Haagse senioren op het beleid. Er wordt hierbij ingezet op het beter betrekken van senioren met een migratie achtergrond en laaggeletterde senioren. In dit kader wordt de Subsidieregeling belangenbehartiging mantelzorgers en senioren Den Haag 2022 gewijzigd. Er wordt een nieuwe categorie geïntroduceerd waarmee het mogelijk wordt om subsidie aan te vragen voor het instellen van een ervaringsraad. Deze raad heeft tot doel de stem te vertegenwoordigen van senioren met een migratieachtergrond en van laaggeletterde senioren. Voor deze nieuwe categorie is een extra subsidieplafond van €70.000,- beschikbaar.

 

Besluitvorming

 

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,

 

gelet op artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020,

 

besluit vast te stellen de Regeling tot wijziging van de Subsidieregeling belangenbehartiging mantelzorgers en senioren Den Haag 2022:

 

Artikel I

De Subsidieregeling belangenbehartiging mantelzorgers en senioren Den Haag 2022 wordt gewijzigd als volgt:

  • A

    In artikel 1:1 worden in alfabetische volgorde drie nieuwe begripsbepalingen ingevoegd, die luiden:

    beginnend regieverlies: het verminderen van de mogelijkheden om naar eigen inzicht een gezond en vitaal leven te leiden als gevolg van de achteruitgang van de lichamelijke of psychische gesteldheid of de sociale of emotionele verbondenheid door ouderdom

    e rvaringsdeskundige : iemand die op basis van persoonlijke ervaringskennis in staat is om beleid te beïnvloeden of anderen verder te helpen

    e rvaringsraad : mensen die regelmatig reflecteren met elkaar over hun ervaringen gerelateerd aan een maatschappelijke uitdaging, hierdoor ontstaat ervaringskennis die ingezet wordt voor beleidsmakers en andere relevante organisaties

  • B

    In artikel 1:1 wordt de begripsomschrijving “senioren: inwoners van Den Haag van 65 jaar en ouder” vervangen door:

    senioren: inwoners van Den Haag die zelfstandig wonen en te kampen hebben met beginnend regieverlies als gevolg van leeftijdsgerelateerde factoren

  • C

    In artikel 1:4 wordt, na het tweede lid, een nieuw lid ingevoegd, luidende:

    3. Subsidie wordt tevens verstrekt voor activiteiten die gericht zijn op:

    a. het faciliteren van een ervaringsraad, bestaande uit senioren met een migratieachtergrond en laaggeletterde senioren, die zich bezig houdt met het in beeld brengen, expliciet maken en verdedigen van de belangen van deze doelgroep (categorie C); en

    b. het informeren, attenderen en adviseren van de gemeente en andere relevante organisaties in Den Haag.

  • D

    In artikel 1:7, onder b, wordt “€ 85.000,- voor aanvragen in categorie B.” vervangen door: € 70.000,- voor aanvragen in categorie B en C.

  • E

    Artikel 1:8, eerste lid, onder b, komt te luiden:

    b. voor categorie B en C: € 70.000.- per kalenderjaar.

  • F

    Na artikel 1:10 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

    Artikel 1:11 Wijze van verdeling subsidies ervaringsraad senioren (categorie C)

    1. Honorering van aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie en die niet worden geweigerd, geschiedt in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgesteld subsidieplafond is bereikt.

    2. Bij de rangschikking van de aanvragen bedoeld voor activiteiten in categorie C kent het college punten toe aan de hand van de volgende criteria en tot het daarbij vermelde maximumaantal:

    a. de aanvrager heeft minimaal 2 jaar aantoonbare ervaring met het aanbieden van de aangevraagde activiteit: 3 punten;

    b. de aanvrager heeft een relevant netwerk waarmee hij actief samenwerkt, dit blijkt uit de contacten van de aanvrager met partners die ook hulp en ondersteuning bieden aan senioren zoals welzijnsinstellingen, wijkorganisaties of levensbeschouwelijke organisaties en de actieve wijze waarop de aanvrager invulling geeft aan de samenwerking met die contacten:

    1° de aanvrager heeft een erg relevant netwerk en werkt actief samen: 6 punten;

    2° de aanvrager heeft een gemiddeld relevant netwerk of werkt gemiddeld actief samen: 3 punten;

    3° de aanvrager heeft een beperkt relevant netwerk of werkt beperkt samen: 0 punten;

    c. de aanvrager heeft een aanpak om de bekendheid onder senioren te vergroten: 3 punten;

    d. de aanvrager richt zich op senioren die over het algemeen lastig te bereiken zijn door belangenbehartigers, zoals senioren met een laag inkomen en senioren met een mobiliteitsprobleem. Dit blijkt uit de aanpak die aanvrager toepast om die senioren op meerdere, langdurige en proactieve manieren te bereiken en de mate waarin de activiteiten van de aanvrager op de behoeften van die senioren aansluiten:

    1° de aanvrager richt zich erg op deelnemers uit lastig te bereiken doelgroepen: 6 punten;

    2° de aanvrager richt zich gemiddeld op deelnemers uit lastig te bereiken doelgroepen: 3 punten;

    3° de aanvrager richt zich beperkt of niet op deelnemers uit lastig te bereiken doelgroepen: 0 punten;

    e. ervaringsdeskundigen zijn betrokken bij de uitvoering van de activiteiten: 3 punten;

    f. de effectiviteit en impact van activiteiten worden door de subsidieaanvrager geëvalueerd om waar nodig bij te kunnen sturen:

    1° op meerdere momenten in het jaar worden activiteiten geëvalueerd en de activiteiten worden aan de hand daarvan gedurende het jaar aangepast: 6 punten;

    2° activiteiten worden jaarlijks geëvalueerd: 3 punten;

    3° activiteiten worden minder dan eenmaal per jaar geëvalueerd: 0 punten.

    3. Wanneer het totaalbedrag van de te honoreren aanvragen hoger is dan het vastgesteld subsidie plafond, verleent het college de subsidie in volgorde van de door het college aangebrachte rangschikking, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

    4. Als het subsidieplafond wordt overschreden als gevolg van aanvragen die bij de beoordeling gelijk zijn gerangschikt, stelt het college de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast aan de hand van de aangevraagde subsidie waarbij het laagste bedrag voor gaat.

  • G

    Artikel 2:1, eerste lid, komt te luiden:

    1. Subsidie wordt jaarlijks aangevraagd per categorie als bedoeld in artikel 1:4.

 

Artikel II

De bepalingen die op grond van deze regeling worden gewijzigd blijven van kracht voor de tijdvakken waarvoor zij hebben gegolden.

 

Artikel II I

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst.

 

Den Haag, 15 juli 2025

Het college van burgemeester en wethouders,

 

de secretaris,

Ilma Merx

 

de burgemeester,

Jan van Zanen

 

Naar boven