Regeling tot wijziging van de Subsidieregeling jeugdparticipatie Den Haag 2024

Toelichting

 

Deze regeling wijzigt twee bepalingen uit de Subsidieregeling jeugdparticipatie Den Haag 2024. De belangrijkste wijziging is het met terugwerkende kracht mogelijk maken van overheveling van budgetten bij onderbesteding tussen de subsidieplafonds van hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3. Hierdoor kan het college de beschikbare middelen efficiënter inzetten en meer aanvragen honoreren die binnen de gestelde tendercriteria vallen. De terugwerkende kracht is essentieel om onbenutte middelen alsnog toe te wijzen aan partijen die eerder zijn afgewezen wegens een tekort aan budget. Dit draagt direct bij aan een rechtvaardige en effectieve verdeling van middelen en waarborgt optimaal de doelstelling van de regeling, namelijk het bevorderen van jeugdparticipatie in Den Haag. De overhevelingsbepaling wordt toegevoegd aan hoofdstuk 2 en 3 om beter in te spelen op de budgettaire verschillen tussen activiteiten die zijn opgenomen in deze hoofdstukken. Hoofdstuk 2 kent een overvraagd budget, terwijl er bij hoofdstuk 3 sprake is van onderbesteding. Door overheveling mogelijk te maken, kunnen middelen efficiënter worden ingezet, zodat een deel van de aanvragen in hoofdstuk 2 alsnog in aanmerking kan komen voor subsidie. Hoofdstuk 4 is hierbij uitgesloten, omdat het om eenmalige activiteiten gaat, terwijl de subsidie voor activiteiten die op grond van hoofdstuk 2 en 3 voor subsidie in aanmerking komen, voor een periode van 2 jaar worden verleend.

 

Besluitvorming

 

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,

 

gelet op artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020,

 

besluit vast te stellen de Regeling tot wijziging van de Subsidieregeling jeugdparticipatie Den Haag 2024:

 

Artikel I

 

De Subsidieregeling jeugdparticipatie Den Haag 2024 wordt gewijzigd als volgt.

 

  • A

    Na artikel 2:3, tweede lid, wordt een derde lid ingevoegd, dat luidt als volgt:

    3. In afwijking van het eerste lid hevelt het college, in geval van onderbesteding van het subsidieplafond van dit hoofdstuk, het resterende budget over naar het subsidieplafond van hoofdstuk 3.

 

  • B

    Na artikel 3:3, tweede lid, wordt een derde lid ingevoegd, dat luidt als volgt:

    3. In afwijking van het eerste lid hevelt het college, in geval van onderbesteding van het subsidieplafond van dit hoofdstuk, het resterende budget over naar het subsidieplafond van hoofdstuk 2.

 

Artikel II

 

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 18 oktober 2024.

 

Den Haag, 21 januari 2025

Het college van burgemeester en wethouders,

 

de secretaris,

Ilma Merx

 

de burgemeester,

Jan van Zanen

 

Naar boven