Wijziging Algemene subsidieregeling Breda 2026

Bekendmaking

Burgemeester en wethouders van Breda maken bekend dat zij op 1 juli 2025 de Algemene subsidieregeling Breda 2026 hebben gewijzigd.

 

Inwerkingtreding

De wijziging treedt in werking met ingang van de dag na deze bekendmaking.

 

Rechtsmiddelen

Tegen het besluit tot vaststelling van de wijziging is geen bezwaar of beroep mogelijk.

 

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda tot wijziging van de Algemene subsidieregeling Breda 2026

 

Burgemeester en wethouders van Breda;

 

gelet op de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening Breda 2025;

 

besluiten:

Artikel I  

De Algemene subsidieregeling Breda 2026 wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

Hoofdstuk 5 wordt vervangen en komt als volgt te luiden:

 

Hoofdstuk 5 Subsidie Stevig Lokaal Team Breda

 

Paragraaf 5.1 Algemeen

 

Artikel 5:1 Doel

  • 1.

    Subsidie op basis van dit hoofdstuk is bedoeld voor activiteiten waarvoor in 2025 reeds subsidie is verleend op grond van een vergelijkbare regeling, opgenomen in paragraaf 2.4 van de Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2025, alsook voor activiteiten in het gebied Zuidwest als bedoeld in artikel 5:5, lid 2, onder (B) van deze regeling waarvoor in 2025 nog geen subsidie is verleend.

  • 2.

    De bepalingen in dit hoofdstuk zijn in die zin aangepast dat zij uitsluitend betrekking hebben op het tijdvak 2026.

  • 3.

    Subsidie op grond van dit hoofdstuk heeft als doel het faciliteren van een ‘proof of concept’ ter ondersteuning van de innovatie en transformatie van de jeugdhulp in de gemeente Breda, in overeenstemming met de beleidskaders die hiervoor zijn vastgesteld door de gemeenten in Regio WBO.

  • 4.

    Meer specifiek heeft subsidie op grond van dit hoofdstuk de ontwikkeling van een Stevig Lokaal Team (SLT) tot doel. Het SLT bestaat uit een formeel netwerk van een of meer professionele partijen uit de sociale basis, de gespecialiseerde jeugdhulp en de gemeentelijke afdeling Sociaal Domein.

  • 5.

    Het SLT zal worden ontwikkeld op basis van de volgende negen bouwstenen, zoals nader toegelicht in Bijlage 3A bij de Subsidieregeling:

    • a.

      Veelvoorkomende vormen van Jeugdhulp;

    • b.

      Gemeentelijk Sociaal Domein;

    • c.

      Samenwerkingsverband;

    • d.

      Taakgerichte bekostiging;

    • e.

      Deel sociale basis;

    • f.

      Expertise naar voren;

    • g.

      Monitoring en sturing;

    • h.

      Leren;

    • i.

      Ontwikkeling en innovatie.

Artikel 5:2 Betekenissen

  • 1.

    In deze Subsidieregeling wordt verstaan onder:

    • -

      Gespecialiseerde jeugdhulp: jeugdhulp die veelal niet vrij toegankelijk is en waarvoor specifieke deskundigheid vereist is die de generalistische zorg in de eerste lijn, zoals huisartsen, wijkteams en Centra voor Jeugd en Gezin, niet kan bieden;

    • -

      Jeugdhulpaanbieder: een jeugdhulpaanbieder met rechtspersoonlijkheid, als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, die op grond van een overeenkomst met de gemeente Breda gespecialiseerde jeugdhulp aanbiedt;

    • -

      Penvoerder: de door het samenwerkingsverband aangewezen penvoerende rechtspersoon zonder winstoogmerk die deelneemt aan het samenwerkingsverband. De penvoerder is verantwoordelijk voor de subsidievoorwaarden en de bijbehorende verplichtingen, ook als de uitvoering van de werkzaamheden door andere partijen binnen het samenwerkingsverband wordt gedaan. De penvoerder is ook verantwoordelijk voor de administratie en rapportage van de subsidie. De subsidieverstrekker zal de penvoerder aanspreken bij het niet nakomen van de voorwaarden of verplichtingen;

    • -

      Raad: de raad van de gemeente Breda;

    • -

      Regio WBO: het samenwerkingsverband tussen de gemeenten Altena, Breda, Drimmelen, Geertruidenberg en Oosterhout waarbinnen gezamenlijk taken worden uitgevoerd rondom jeugdhulp;

    • -

      Samenwerkingsverband: een verband zonder rechtspersoonlijkheid dat bestaat uit ten minste twee niet in een groep verbonden deelnemers en dat is opgericht voor de uitvoering van activiteiten;

    • -

      Sociale basis: geheel van voorzieningen en diensten dat wordt geboden door instellingen en professionals gericht op sociale omgevingsdomeinen waaraan inwoners deelnemen, zoals buurthuizen, bibliotheken, vrijwilligerssteunpunten en sociaal werkers;

    • -

      SLT: het team van professionals vanuit het gemeentelijk sociaal domein, de sociale basis en de gespecialiseerde jeugdhulp. Vanuit hun eigen expertise en verantwoordelijkheid zorgen zij samen voor een preventieve, effectieve en efficiënte uitvoering en coördinatie van de jeugdhulp.

  • 2.

    Voor zover in dit hoofdstuk begrippen worden gebruikt die niet nader worden omschreven, hebben deze begrippen dezelfde betekenis als in de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de Jeugdwet en de ASV.

Artikel 5:3 Voor wie is deze subsidie bedoeld?

  • 1.

    Subsidie kan worden verstrekt aan de penvoerder van een samenwerkingsverband. Het samenwerkingsverband bestaat, inclusief de penvoerder, uit minstens één partner uit de Sociale basis en één aanbieder van gespecialiseerde jeugdhulp.

  • 2.

    Als subsidie wordt verstrekt aan de penvoerder van het samenwerkingsverband voor het (doen) uitvoeren van de activiteiten binnen dat samenwerkingsverband, zulks binnen de kaders van het bepaalde in artikel 5:1 en artikel 5:4 van deze regeling.

  • 3.

    Alle deelnemers aan het samenwerkingsverband bezitten rechtspersoonlijkheid.

  • 4.

    De penvoerder is een rechtspersoon zonder winstoogmerk.

  • 5.

    Van de aan het samenwerkingsverband deelnemende partner(s) uit de Sociale basis is minimaal één daarvan gedurende minimaal drie jaar vóór publicatiedatum van deze regeling ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

  • 6.

    Van de aan het samenwerkingsverband deelnemende gespecialiseerde jeugdhulpaanbieder(s) is minimaal één daarvan gedurende minimaal drie jaar vóór publicatiedatum van deze regeling ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Artikel 5:4 Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling?

  • 1.

    Op basis van deze subsidieregeling kan subsidie worden verstrekt voor het vormen van een SLT en het als zodanig, in samenwerkingsverband, (doen) uitvoeren van een geïntegreerde aanpak. Deze aanpak richt zich op preventie, toeleiding naar en advisering over jeugdhulp en het bepalen van en het inzetten van voorzieningen op het gebied van de jeugdhulp in de gemeente Breda. Dit alles dient te gebeuren met in achtneming van het activiteitenplan en de bijbehorende begroting.

  • 2.

    De activiteiten waarvoor op grond van deze regeling subsidie wordt verstrekt, worden uitgevoerd in het jaar 2026. Voor het jaar 2025 is ten aanzien van het gebied Noordwest als bedoeld in artikel 5:5, lid 2 onder (B) van deze regeling reeds subsidie verstrekt op grond van de eerdere regeling uit paragraaf 2.4 van de Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2025.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen de subsidiabele activiteiten nader concretiseren in het besluit tot subsidieverlening.

Artikel 5:5 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?

  • 1.

    Gelet op de aard van de activiteiten en het doel van deze regeling kunnen burgemeester en wethouders slechts aan de penvoerder van één samenwerkingsverband per in het tweede lid aangewezen grondgebied subsidie verstrekken voor de uitvoering van de subsidiabele activiteiten.

  • 2.

    De subsidiabele activiteiten kunnen uitsluitend worden uitgevoerd ten behoeve van jeugdigen die wonen binnen de volgende geografisch afgebakende gedeelten van de gemeente Breda:

    • A.

      Noordwest, bestaande uit de wijken: Kesteren, Muizenberg, Heksenwiel, Hagebeemd, Overkroeten, Kroeten, Gageldonk en Kievitsloop, en het dorp Prinsenbeek (met postcodes 4822, 4823, 4824, 4841);

    • B.

      Zuidwest, bestaande uit de wijken: Effen-Rith, Fellenoord, Haagpoort, Hazeldonk, Heilaar, Heuvel, Liesbos, Princenhage, Ruitersbos, Schorsmolen, Station, Tuinzigt, Valkenberg en Westerpark (met postcodes: 4811, 4812, 4813, 4814, 4815, 4819, 4836, 4837, 4838 en 4839.

  • 3.

    Subsidie wordt uitsluitend op grond van deze regeling verleend voor het tijdvak 2026.

  • 4.

    De subsidie wordt verleend onder de ontbindende voorwaarde dat er tussen (de gemeenten binnen) Regio WBO en de gespecialiseerde jeugdhulpaanbieder(s) die deelneemt (deelnemen) aan het samenwerkingsverband, geen overeenkomst tot stand komt op grond van de procedure Jeugdhulp Regio WBO 2025, dan wel dat een tot stand gekomen overeenkomst om welke reden dan ook eindigt gedurende het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend.

  • 5.

    Indien de Raad op het moment van subsidieverlening met betrekking tot het gebied Zuidwest nog niet heeft besloten tot aanpassing van de Verordening jeugdhulp gemeente Breda 2025, in die zin dat daarbij het gebied Zuidwest wordt aangewezen als het gebied waarop de activiteiten van het SLT zich richten, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat de Raad daar alsnog toe besluit. Indien de Raad besluit de Verordening jeugdhulp gemeente Breda 2025 niet conform het voorgaande te wijzigen, althans het daartoe strekkende besluit niet uiterlijk op 31 december 2025 is genomen, kan het College besluiten de subsidie lager of op nihil vast te stellen conform het bepaalde in artikel 4:46, lid 1 Awb. Bij de vaststelling neemt het College tevens het bepaalde in lid 6 in acht.

  • 4.

    In geval van lagere vaststelling of een vaststelling op nihil van de subsidie conform het bepaalde in het vorige lid, zal de subsidie worden vastgesteld op de kosten die de subsidieontvanger vanaf het moment van subsidieverlening heeft gemaakt ter voorbereiding op de subsidiabele activiteiten. Daarbij wordt alleen rekening gehouden met daadwerkelijk gemaakte kosten waarvan de noodzaak en de redelijkheid kan worden vastgesteld.

Artikel 5:6 Hoeveel subsidie is er?

  • 1.

    Voor deze regeling wordt een subsidieplafond vastgesteld van € 5.145.000, - voor het tijdvak 2026 voor het gebied Noordwest en van € 8.100.000, - voor het tijdvak 2026 voor het gebied Zuidwest.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om het subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid te verhogen in verband met onvoorziene omstandigheden als bedoeld in artikel 5:7, vierde lid. De verhoging als bedoeld in de eerste volzin bedraagt maximaal 10% van het subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om het plafond als bedoeld in het eerste lid voor het tijdvak 2026 te verlagen als de raad in de begroting de daarvoor benodigde middelen niet (volledig of helemaal niet) ter beschikking stelt.

Artikel 5:7 Hoogte van de subsidie

  • 1.

    Subsidie kan alleen worden verstrekt voor kosten die de penvoerder en de overige deelnemers aan het samenwerkingsverband maken en die rechtstreeks verband houden met en toerekenbaar zijn aan de subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 5:4 van deze regeling.

  • 2.

    De subsidie wordt verleend voor de daadwerkelijk gemaakte en in de begroting opgenomen kosten van de penvoerder en de overige deelnemers aan het samenwerkingsverband voor het (doen) uitvoeren van de subsidiabele activiteiten. De subsidie wordt verleend tot een maximum van de uit de begroting als bedoeld in artikel 5:8 lid 4, aanhef en onder g blijkende subsidiabele kosten, zulks met inachtneming van het subsidieplafond als bedoeld in artikel 5:6.

  • 3.

    Als bij de vaststelling van de subsidie blijkt van een positief resultaat tussen de daadwerkelijke gemaakte kosten en het verleende subsidiebedrag, moet dat verschil worden terugbetaald. Als bij de vaststelling van de subsidie blijkt van een negatief resultaat tussen de daadwerkelijk gemaakte kosten en het verleende subsidiebedrag, komt dat voor rekening en risico van de penvoerder.

  • 4.

    Als er sprake is van onvoorziene omstandigheden die niet of niet in overwegende mate in de risicosfeer van de penvoerder of de overige deelnemers aan het samenwerkingsverband liggen, kunnen burgemeester en wethouders het bedrag waarvoor subsidie is verleend verhogen met maximaal 10 procent van het verleende (maximale) subsidiebedrag, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 5:6, tweede lid van deze regeling. Als onvoorziene omstandigheden kunnen bijvoorbeeld worden aangemerkt wijzigingen van (lokale) wet- en regelgeving of beleidswijzigingen aan de zijde van de gemeente.

Paragraaf 5.2 subsidieaanvraag

 

Artikel 5:8 Wat is er nodig bij de aanvraag?

  • 1.

    De aanvraag wordt ingediend door de penvoerder van het samenwerkingsverband.

  • 2.

    De aanvraag bevat in ieder geval het volgende:

    • a.

      gegevens over de deelnemers aan het samenwerkingsverband, waaronder de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres;

    • b.

      een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel per deelnemer aan het samenwerkingsverband;

    • c.

      een volmacht en machtiging waaruit blijkt dat de penvoerder bevoegd is om, waar nodig, de overige deelnemer(s) aan het samenwerkingsverband te vertegenwoordigen;

    • d.

      een ondertekende samenwerkingsovereenkomst tussen de deelnemers aan het samenwerkingsverband, waarin in ieder geval de volgende onderwerpen zijn opgenomen

      • -

        de rolverdeling ten aanzien van de subsidiabele activiteiten;

      • -

        een verdeling van de subsidiabele kosten;

      • -

        de verplichting voor deelnemers om de penvoerder tijdig te voorzien van alle benodigde informatie om aan zijn verplichtingen uit deze overeenkomst en de subsidieverplichtingen – en voorwaarden te voldoen;

      • -

        Wat er gebeurd als een van de deelnemers zich niet houdt aan de afspraken in de samenwerkingsovereenkomst;

      • -

        een bepaling waaruit blijkt dat alle deelnemers zich ertoe committeren de samenwerking voort te zetten in 2026;

    • e.

      een afschrift van de inschrijving in het Kwaliteitsregister Jeugd voor de gespecialiseerde jeugdhulpaanbieder die deelneemt aan het samenwerkingsverband;

    • f.

      een activiteitenplan, waarin aandacht wordt besteed aan de onderwerpen als bedoeld in bijlage 3A en 3B van deze regeling. Per onderwerp moet in het activiteitenplan worden beschreven wat de visie van het samenwerkingsverband daarop is en op welke wijze het samenwerkingsverband aan dit onderwerp invulling gaat geven; zijn

    • g.

      een begroting waarin de subsidiabele kosten zijn opgenomen, alsmede de wijze waarop wordt voorzien in de daarvoor benodigde middelen. Hierbij wordt het format in Excel zoals beschikbaar gesteld op de website van de gemeente, als basis gehanteerd.

Artikel 5:9 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?

  • 1.

    De aanvraag voor het tijdvak 2026 kan worden ingediend vanaf inwerkingtreding voor 1 september 2025. Een aanvraag die niet wordt ingediend binnen het hiervoor genoemde tijdvak, wordt afgewezen.

  • 2.

    Voor aanvragen met betrekking tot het gebied Zuidwest als bedoeld in artikel 5:5, lid 2 onder punt (B) van deze regeling geldt, gelet op het bepaalde in artikel 5:11, vierde lid e.v. van deze regeling, het volgende Aanvragen die worden ingediend binnen het tijdvak als genoemd in het voorgaande lid, worden getoetst op volledigheid. Als een aanvraag onvolledig is, wordt de aanvrager een termijn van twee weken gesteld waarbinnen hij de aanvraag moet aanvullen. Als de aanvraag na het verstrijken van deze termijn niet volledig is, kan deze buiten behandeling worden gesteld. In het geval de aanvrager niet binnen het tijdvak als genoemd in het voorgaande lid een activiteitenplan en begroting heeft ingediend als bedoeld in artikel 5:8, tweede lid, onder f en g van deze Subsidieregeling, wordt de aanvraag geweigerd, mede gelet op het bepaalde in artikel 5:13, eerste lid, onder b van deze Subsidieregeling in zoverre geen gelegenheid gegeven tot aanvulling van de aanvraag.

Paragraaf 5.3 Subsidiebehandeling

 

Artikel 5:10 Hoe wordt de subsidie voor 2025 verdeeld?

Artikel 5:10 (Verdeling subsidie 2025) is vervallen

 

Artikel 5:11 Hoe wordt de subsidie voor 2026 verdeeld?

  • 1.

    Met betrekking tot het gebied Noordwest als bedoeld in artikel 5:5, lid 2 onder (A) van deze regeling is subsidie verleend voor het tijdvak 2025 conform het bepaalde in artikel 2:34 van de Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2025. Gelet op het bepaalde in 2:36 van deze regeling vindt verdeling van de subsidie met betrekking tot dat gebied voor het tijdvak 2026 tevens plaats op basis van de rangschikking van de aanvragen voor het tijdvak 2025. Dit houdt in dat voor het tijdvak 2026 in beginsel enkel subsidie kan worden verstrekt aan de subsidieontvanger aan wie op grond van voornoemde rangschikking voor het tijdvak 2025 subsidie is verleend.

  • 2.

    In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan een aanvraag van de subsidieontvanger aan wie voor het tijdvak 2025 subsidie is verleend, in aanvulling op het bepaalde in artikel 4:35 van de Awb, worden geweigerd indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de activiteiten van het samenwerkingsverband in onvoldoende mate hebben bijgedragen aan het bereiken van het doel van deze regeling als bedoeld in artikel 5:1.

  • 3.

    Als de aanvraag met toepassing van het tweede lid wordt afgewezen of er door de subsidieontvanger aan wie voor het tijdvak 2025 subsidie is verleend geen aanvraag voor het tijdvak 2026 is ingediend, wordt de volgende procedure gevolgd. De in de rangorde met betrekking tot 2025 als een-na-hoogste geëindigde penvoerder wordt in de gelegenheid gesteld om een aanvraag voor 2026 in te dienen. Bij die aanvraag dienen de gegevens als bedoeld in artikel 5:8, vierde lid, worden gevoegd. De aanvraag zal vervolgens worden getoetst aan de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 5:13. Indien de als een-na-hoogste penvoerder geen aanvraag indient of de aanvraag wordt afgewezen, wordt de hiervoor beschreven procedure gevolgd ten aanzien van de op twee-na-hoogste geëindigde penvoerder. De procedure wordt zo vaak herhaald totdat er een subsidie voor 2026 is verleend of er door geen van de (resterende) penvoerders een aanvraag is ingediend of alle aanvragen zijn afgewezen.

  • 4.

    Verdeling van subsidie met betrekking tot het gebied Zuidwest als bedoeld in artikel 5:5, lid 2 onder (B) van deze regeling voor het tijdvak 2026 vindt plaats op grond van de volgende artikelleden.

  • 5.

    Tijdig ingediende volledige aanvragen voor het tijdvak 2026 worden getoetst aan de hand van de vereisten van deze regeling.

  • 6.

    Als na toetsing als bedoeld in het eerste lid meerdere toewijsbare aanvragen overblijven, wordt voor de verdeling van de subsidie een vergelijkende toets uitgevoerd conform het bepaalde in het zevende tot en met het tiende lid van dit artikel.

  • 7.

    Ter uitvoering van de vergelijkende toets als genoemd in het tweede lid, worden aanvragen getoetst op basis van de beoordelings- en wegingscriteria zoals vastgelegd in Bijlage 3C en 3D bij deze regeling.

  • 8.

    Het aantal te behalen punten per criterium is afhankelijk van de mate waarin een activiteit voldoet aan het criterium. Burgemeester en wethouders toetsen de aanvragen aan de criteria met behulp van een beoordelingsformat, dat als Bijlage 3D bij deze regeling is gevoegd. Aanvragen worden gerangschikt op basis van het aantal toegekende punten.

  • 9.

    Als een aanvraag bij de vergelijkende toets 54 punten of minder behaalt, wordt deze afgewezen.

  • 10.

    De, na eventuele toepassing van negende lid resterende, aanvraag met het hoogste puntenaantal eindigt als hoogste in de rangschikking, de aanvraag met het één-na-hoogste puntenaantal eindigt als één-na-hoogste in de rangschikking, enzovoorts. De aanvraag die als hoogste in rangschikking is geëindigd komt voor toewijzing in aanmerking, tenzij een van de weigeringsgronden uit artikel 5:13 van de regeling van toepassing is. De aanvragen die na toewijzing van een aanvraag resteren, worden afgewezen. In het geval waarin twee of meer aanvragen als hoogste in de rangschikking eindigen (hetzelfde puntenaantal), wordt de volgorde van de rangschikking bepaald door middel van loting. De loting zal worden verricht onder verantwoordelijkheid van een door burgemeester en wethouders aan te wijzen notaris.

Artikel 5:12 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?

  • 1.

    Burgemeester en wethouders beslissen op een subsidieaanvraag binnen 13 weken na de ontvangst daarvan.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders mogen hun beslissing één keer voor maximaal 13 weken verlengen.

  • 3.

    Bij aanvragen die volgens artikel 108, derde lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie worden aangemeld bij de Europese Commissie, verlengen burgemeester en wethouders de beslistermijn totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.

Artikel 5:13 Wanneer kan de subsidie geweigerd worden?

  • 1.

    In aanvulling op de weigeringsgronden die zijn genoemd in de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en in de ASV, weigeren burgemeester en wethouders de subsidie als:

    • a.

      de aanvraag of de activiteit waarvoor subsidie wordt aangevraagd niet voldoet aan het gestelde in deze regeling;

    • b.

      de aanvraag met betrekking tot het gebied Zuidwest als bedoeld in artikel 5:5, lid 2 onder punt (B) van deze regeling niet uiterlijk op het moment van aflopen van het tijdvak als bedoeld in artikel 5:9, eerste lid van deze regeling een activiteitenplan en begroting bevat als bedoeld in artikel 5:8, tweede lid, onder f en g van deze regeling;

    • c.

      de aanvraag naar het oordeel van burgemeester en wethouders onvoldoende tegemoetkomt aan het doel van deze regeling;

    • d.

      een deelnemer aan het samenwerkingsverband niet beschikt over de in de branche vigerende certificeringen of kwaliteitskeurmerken;

    • van het activiteitenplan bij burgemeester en wethouders heeft ingediend zoals bepaald in artikel 5:8, tweede lid, van deze regeling;

    • e.

      Naar het oordeel van burgemeester en wethouders onvoldoende is verzekerd dat de SLT zal voorzien in een voldoende dekkend zorglandschap;

    • f.

      De penvoerder en de deelnemers van het samenwerkingsverband naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet over voldoende financiële en economische draagkracht beschikken om de subsidiabele activiteiten, ook met behulp van de onderhavige subsidie, naar behoren uit te kunnen voeren en de aan de subsidie verbonden verplichtingen na te kunnen leven, met inbegrip van (aansprakelijkheids-)risico’s die verband houden met de eventuele inschakeling van onderaannemers.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen een aanvraag bovendien afwijzen als er sprake is van ernstig gevaar dat de subsidie mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of om strafbare feiten te plegen.

  • 3.

    In het kader van het toepassen van de weigeringsgrond uit het eerste lid onder e, kunnen burgemeester en wethouders, als zij dat nodig vinden, de aanvrager om nadere gegevens en documenten vragen om te bewijzen dat er sprake is van afdoende financiële en economische draagkracht. In dat kader kan onder meer worden gevraagd om een passende bankverklaring of een bewijs van verzekering tegen beroepsrisico’s, waaronder begrepen risico’s die verband houden met het inschakelen van onderaannemers, overlegging van jaarrekeningen of uittreksels uit de jaarrekening over de afgelopen drie jaar of een verklaring over de totale omzet over de afgelopen drie jaar.

  • 4.

    In het kader van het toepassen van de weigeringsgrond uit het tweede lid, kunnen burgemeester en wethouders, al dan niet door het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, onderzoek doen naar het bestaan van een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. De subsidie-aanvrager is verplicht om aan dit onderzoek alle medewerking te verlenen (Bibob-toets).

  • 5.

    Als de aanvraag die als hoogste in de rangschikking is geëindigd met toepassing van artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, de ASV of het bepaalde in het eerste of tweede lid van dit artikel geweigerd wordt, beoordelen burgemeester en wethouders de resterende aanvragen in het overeenkomstig artikel 5:11 bepaalde rangorde aan de hand van de in de eerste volzin bedoelde weigeringsgronden. De subsidie zal daarbij worden verleend aan de hoogst gerangschikte aanvraag waarop geen van de weigeringsgronden van toepassing is. De alsdan eventueel resterende aanvragen zullen niet meer wordengetoetst aan de weigeringsgronden, maar worden afgewezen met toepassing van artikel 5:11.

Paragraaf 5.4 Subsidieverstrekking

 

Artikel 5:14 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?

  • 1.

    In aanvulling op het bepaalde in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht en de ASV gelden de volgende verplichtingen voor de subsidieontvanger:

    • a.

      De subsidieontvanger voert de subsidiabele activiteiten uit in overleg met de gemeentelijke afdeling Sociaal Domein. Dit betekent in ieder geval dat de subsidieontvanger ervoor verantwoordelijk is dat er regelmatig overleg plaatsvindt tussen de subsidieontvanger en de gemeentelijke afdeling Sociaal Domein over de uitvoering van de subsidiabele activiteiten en dat subsidieontvanger als dat naar het oordeel van de subsidieontvanger of burgemeester en wethouders nodig is op ad hoc basis in overleg zal treden met gemeentelijke afdeling Sociaal Domein;

    • b.

      De subsidieontvanger treedt direct in overleg met burgemeester en wethouders wanneer hij bij de uitvoering van de subsidiabele activiteiten problemen voorziet die het behalen van de doelstelling van deze regeling in gevaar kunnen brengen;

    • c.

      Als de subsidieontvanger voorziet dat de begrote kosten in een lopende rapportageperiode met meer dan 25% zullen worden overschreden, meldt hij dit direct aan burgemeester en wethouders;

    • d.

      Als de registratie in het Kwaliteitsregister Jeugd van een gespecialiseerde jeugdhulpaanbieder die deelneemt aan het samenwerkingsverband geschrapt dreigt te worden of geschrapt is, is de subsidieontvanger verplicht dit te melden;

    • e.

      De deelnemers aan het samenwerkingsverband zullen gedurende het subsidietijdvak (blijven) beschikken over de in de branche vigerende certificeringen en voldoen aan de in de branche vigerende kwaliteitskeurmerken;

    • f.

      De subsidieontvanger werkt ten behoeve van de doelstelling van deze regeling waar nodig samen met andere partijen die voor de betrokken jeugdigen, hun ouders of wettelijke vertegenwoordigers een rol vervullen op het gebied van jeugdhulp, onderwijs, zorg of maatschappelijke ondersteuning;

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen de verplichtingen uit het vorige lid bij subsidieverlening nader uitwerken en ook andere aanvullende verplichtingen opleggen.

Artikel 5:15 Bevoegdheid om een wisseling te laten plaatsvinden

Burgemeester en wethouders hebben de bevoegdheid om een wisseling van penvoerder te laten plaatsvinden in het samenwerkingsverband als zij vinden dat het toepassen van deze regeling een onredelijke uitkomst heeft voor die de subsidie heeft aangevraagd of als toepassing van deze regeling leidt tot gevolgen die onevenredig zijn in verhouding tot de met deze regeling te dienen doelen.

 

Paragraaf 5.5 Slotbepalingen

 

Artikel 5:16 Per boekjaar verstrekte subsidie

  • 1.

    Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op subsidies die op basis van deze subsidieregeling worden verleend. Het boekjaar wordt gelijkgesteld met het kalenderjaar.

  • 2.

    Volgens het bepaalde in artikel 4:71 van de Algemene wet bestuursrecht heeft de subsidieontvanger toestemming van burgemeester en wethouders nodig voor de handelingen als genoemd in het eerste lid van dat artikel.

B.

Bijlage 1 wordt vervangen en komt als volgt te luiden:

 

Bijlage 1 Subsidieplafonds waardenetwerken

 

Deelplafonds van waardenetwerk Zelf- en samenredzaam

Subwaardenetwerk

Doelen

Subsidie-plafond 2026

Versterken sociale basis (GALA)

Het faciliteren van een sterke lokale sociale basis

 

met een sterke sociale samenhang en laagdrempelige

 

toegankelijke voorzieningen waar mensen op elkaar

 

kunnen terugvallen en meedoen in de samenleving.

€         257.546

Mantelzorg (GALA)

Het versterken van het sociaal netwerk en de positie van de mantelzorger. En daarnaast het ondersteunen van mantelzorgers bij het uitvoeren van hun zorgtaken.

€           85.848

Welzijn op recept (GALA)

Het ondersteunen van mensen met psychosociale klachten door de samenwerking tussen huisarts, eerstelijns zorgverlener, welzijn en het sociaal domein.

€         128.773

 

Deelplafonds van waardenetwerk Kansrijke Jeugd

Subwaardenetwerk

Doelen

Subsidie-plafond 2026

Preventieve hulp en ondersteuning

Het bevorderen van de ontwikkeling van kinderen en jongeren door problemen te voorkomen en hun veerkracht te versterken in een veilige, gezonde, en ondersteunende omgeving. Deze ondersteuning draagt bij aan de pedagogische basis met interventies die verband houden met minstens twee van de vier leefwerelden van die basis.

€    1.245.090 

Mentale weerbaarheid en preventie

Het versterken van de mentale veerkracht van kinderen en jongeren zodat zij beter in staat zijn stress en tegenslagen te weerstaan en mentale gezondheidsproblemen te voorkomen.

          €109.074 

Preventie ondersteuning bij middelenproblematiek

Het voorkomen van verslavingsgedrag bij kinderen en jongeren door middel van educatie, bewustwording en interventies die gericht zijn op risicofactoren en vroegtijdige signalen van verslaving.

€          128.625

Preventie en vroegtijdige ondersteuning bij relatie en scheiding 

Het bieden van tijdige hulp en ondersteuning bij relatieconflicten en scheidingen om negatieve gevolgen voor kinderen te verminderen.

€109.074 

Jongerenwerk individueel

Het jongerenwerk richt zich op het ondersteunen en begeleiden van (kwetsbare) jongeren via een integrale aanpak, zowel offline als online. Door vertrouwensrelaties op te bouwen en actief contact te leggen op diverse locaties en via sociale media, worden jongeren gestimuleerd tot deelname aan activiteiten gericht op ontmoeting, talentontwikkeling en het versterken van hun competenties. Jongerenwerkers spelen ook een rol in de aanpak van overlast, waarbij samenwerking met buurtbewoners en professionals cruciaal is voor duurzame oplossingen in de wijken.

     € 1.090.733

Jongerenwerk met een veiligheidsbril

Een jongerenwerker voorkomt dat risicojongeren vanaf 15 jaar afglijden naar overlast-gevend en crimineel gedrag door actief op straat en online te opereren, en plekken te bezoeken waar zij zich ophouden. Dit gebeurt in stads-brede samenwerking met politie en Boa’s.

€139.994 

Jongerenwerk collectief 

Een peer-to-peer programma waarbij (oudere) jongeren als rolmodellen fungeren, jongere kinderen of jongeren begeleiden en ondersteunen in hun ontwikkeling en vaardigheden aanleren, terwijl ze zich tegelijkertijd inzetten voor hun omgeving. Dit creëert een maatschappelijke oefenruimte voor collectieve groei en verbondenheid.

€          771.750

Wijksport

Het inzetten van sportactiviteiten vanwege hun pedagogische waarde om de doelgroep beter te bereiken, aansluiting te vinden bij hun belevingswereld, in contact te blijven, jongeren structuur te bieden en ongewenst gedrag bij te sturen.

€          205.800

Individuele en gezinsgerichte hulp en ondersteuning 

Individuele psychosociale en sociaal-emotionele ondersteuning van jongeren en gezinsondersteuning in situaties waar de gezonde ontwikkeling van de jeugdige wordt bedreigd door problemen van de ouders, en hulp in gezinnen met als doel het herstellen van opvoedvaardigheden bij ouders en het bevorderen van sociaal-emotionele vaardigheden bij jongeren.

     € 835.691

Ondersteuning en hulp bij de huisarts 

Hulp en ondersteuning bij de huisarts omvat begeleiding, verwijzing en ondersteuning voor opgroeien, opvoeding, psychische problemen en stoornissen, met als doel normaliseren en het bieden van passende zorg op de juiste plaats.

€ 405.214

Ondersteuning en hulp bij opvoed- en opgroeivragen in de schoolcontext 

De jeugdprofessional fungeert als brug tussen gezin en school, zowel binnen als buiten de schoolomgeving. In samenwerking met partners en jeugdigen signaleert de professional vroegtijdig problemen en adviseert over hoe de pedagogische schil ondersteuning kan bieden, eventueel met extra hulp. Dit gebeurt bij voorkeur binnen de context van school en gezin.

€ 586.410

 

Kansrijke start (GALA)

Activiteiten gericht op de eerste duizend dagen van een kind als onderdeel van een lokale ketenaanpak voor (toekomstige) gezinnen in een kwetsbare situatie.

€          197.147

Leert

De activiteiten zijn gericht op het voorkomen en tegengaan van onderwijsachterstanden bij kinderen tot en met de basisschoolleeftijd. Op deze manier dragen we bij aan het vergroten van de kansengelijkheid in de stad.

€      4.600.000

Peuterregeling

De activiteiten zijn gericht op het stimuleren van peuteropvang. Op deze manier dragen we bij aan het vergroten van de kansengelijkheid in de stad.

€          308.700

 

Deelplafonds van waardenetwerk Gezond en Actief leven

Subwaardenetwerk

Doelen

Subsidie-plafond 2026

Gezond en actief leven

Meer Bredanaars voldoen aan de beweegrichtlijnen en sporten wekelijks en sport- en beweegaanbieders zijn vitaal en leveren waar mogelijk een bijdrage aan maatschappelijke uitdagingen.

€     2.328.100

Artikel II  

  • 1.

    Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Aldus besloten in de collegevergadering van 1 juli 2025,

Burgemeester en wethouders van Breda,

, burgemeester

, gemeentesecretaris

Naar boven