Gemeenteblad van Breda
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Breda | Gemeenteblad 2025, 314504 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Breda | Gemeenteblad 2025, 314504 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Wijziging Algemene subsidieregeling Breda 2026
Burgemeester en wethouders van Breda maken bekend dat zij op 1 juli 2025 de Algemene subsidieregeling Breda 2026 hebben gewijzigd.
De wijziging treedt in werking met ingang van de dag na deze bekendmaking.
Tegen het besluit tot vaststelling van de wijziging is geen bezwaar of beroep mogelijk.
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda tot wijziging van de Algemene subsidieregeling Breda 2026
Burgemeester en wethouders van Breda;
gelet op de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening Breda 2025;
De Algemene subsidieregeling Breda 2026 wordt als volgt gewijzigd:
Hoofdstuk 5 wordt vervangen en komt als volgt te luiden:
Hoofdstuk 5 Subsidie Stevig Lokaal Team Breda
Subsidie op basis van dit hoofdstuk is bedoeld voor activiteiten waarvoor in 2025 reeds subsidie is verleend op grond van een vergelijkbare regeling, opgenomen in paragraaf 2.4 van de Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2025, alsook voor activiteiten in het gebied Zuidwest als bedoeld in artikel 5:5, lid 2, onder (B) van deze regeling waarvoor in 2025 nog geen subsidie is verleend.
In deze Subsidieregeling wordt verstaan onder:
Penvoerder: de door het samenwerkingsverband aangewezen penvoerende rechtspersoon zonder winstoogmerk die deelneemt aan het samenwerkingsverband. De penvoerder is verantwoordelijk voor de subsidievoorwaarden en de bijbehorende verplichtingen, ook als de uitvoering van de werkzaamheden door andere partijen binnen het samenwerkingsverband wordt gedaan. De penvoerder is ook verantwoordelijk voor de administratie en rapportage van de subsidie. De subsidieverstrekker zal de penvoerder aanspreken bij het niet nakomen van de voorwaarden of verplichtingen;
Artikel 5:3 Voor wie is deze subsidie bedoeld?
Artikel 5:4 Welke activiteiten passen binnen deze subsidieregeling?
Op basis van deze subsidieregeling kan subsidie worden verstrekt voor het vormen van een SLT en het als zodanig, in samenwerkingsverband, (doen) uitvoeren van een geïntegreerde aanpak. Deze aanpak richt zich op preventie, toeleiding naar en advisering over jeugdhulp en het bepalen van en het inzetten van voorzieningen op het gebied van de jeugdhulp in de gemeente Breda. Dit alles dient te gebeuren met in achtneming van het activiteitenplan en de bijbehorende begroting.
De activiteiten waarvoor op grond van deze regeling subsidie wordt verstrekt, worden uitgevoerd in het jaar 2026. Voor het jaar 2025 is ten aanzien van het gebied Noordwest als bedoeld in artikel 5:5, lid 2 onder (B) van deze regeling reeds subsidie verstrekt op grond van de eerdere regeling uit paragraaf 2.4 van de Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2025.
Artikel 5:5 Wat zijn de voorwaarden bij deze subsidie?
De subsidie wordt verleend onder de ontbindende voorwaarde dat er tussen (de gemeenten binnen) Regio WBO en de gespecialiseerde jeugdhulpaanbieder(s) die deelneemt (deelnemen) aan het samenwerkingsverband, geen overeenkomst tot stand komt op grond van de procedure Jeugdhulp Regio WBO 2025, dan wel dat een tot stand gekomen overeenkomst om welke reden dan ook eindigt gedurende het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend.
Indien de Raad op het moment van subsidieverlening met betrekking tot het gebied Zuidwest nog niet heeft besloten tot aanpassing van de Verordening jeugdhulp gemeente Breda 2025, in die zin dat daarbij het gebied Zuidwest wordt aangewezen als het gebied waarop de activiteiten van het SLT zich richten, wordt de subsidie verleend onder de opschortende voorwaarde dat de Raad daar alsnog toe besluit. Indien de Raad besluit de Verordening jeugdhulp gemeente Breda 2025 niet conform het voorgaande te wijzigen, althans het daartoe strekkende besluit niet uiterlijk op 31 december 2025 is genomen, kan het College besluiten de subsidie lager of op nihil vast te stellen conform het bepaalde in artikel 4:46, lid 1 Awb. Bij de vaststelling neemt het College tevens het bepaalde in lid 6 in acht.
In geval van lagere vaststelling of een vaststelling op nihil van de subsidie conform het bepaalde in het vorige lid, zal de subsidie worden vastgesteld op de kosten die de subsidieontvanger vanaf het moment van subsidieverlening heeft gemaakt ter voorbereiding op de subsidiabele activiteiten. Daarbij wordt alleen rekening gehouden met daadwerkelijk gemaakte kosten waarvan de noodzaak en de redelijkheid kan worden vastgesteld.
Artikel 5:6 Hoeveel subsidie is er?
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om het subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid te verhogen in verband met onvoorziene omstandigheden als bedoeld in artikel 5:7, vierde lid. De verhoging als bedoeld in de eerste volzin bedraagt maximaal 10% van het subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid.
Artikel 5:7 Hoogte van de subsidie
De subsidie wordt verleend voor de daadwerkelijk gemaakte en in de begroting opgenomen kosten van de penvoerder en de overige deelnemers aan het samenwerkingsverband voor het (doen) uitvoeren van de subsidiabele activiteiten. De subsidie wordt verleend tot een maximum van de uit de begroting als bedoeld in artikel 5:8 lid 4, aanhef en onder g blijkende subsidiabele kosten, zulks met inachtneming van het subsidieplafond als bedoeld in artikel 5:6.
Als bij de vaststelling van de subsidie blijkt van een positief resultaat tussen de daadwerkelijke gemaakte kosten en het verleende subsidiebedrag, moet dat verschil worden terugbetaald. Als bij de vaststelling van de subsidie blijkt van een negatief resultaat tussen de daadwerkelijk gemaakte kosten en het verleende subsidiebedrag, komt dat voor rekening en risico van de penvoerder.
Als er sprake is van onvoorziene omstandigheden die niet of niet in overwegende mate in de risicosfeer van de penvoerder of de overige deelnemers aan het samenwerkingsverband liggen, kunnen burgemeester en wethouders het bedrag waarvoor subsidie is verleend verhogen met maximaal 10 procent van het verleende (maximale) subsidiebedrag, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 5:6, tweede lid van deze regeling. Als onvoorziene omstandigheden kunnen bijvoorbeeld worden aangemerkt wijzigingen van (lokale) wet- en regelgeving of beleidswijzigingen aan de zijde van de gemeente.
Paragraaf 5.2 subsidieaanvraag
Artikel 5:8 Wat is er nodig bij de aanvraag?
De aanvraag bevat in ieder geval het volgende:
een activiteitenplan, waarin aandacht wordt besteed aan de onderwerpen als bedoeld in bijlage 3A en 3B van deze regeling. Per onderwerp moet in het activiteitenplan worden beschreven wat de visie van het samenwerkingsverband daarop is en op welke wijze het samenwerkingsverband aan dit onderwerp invulling gaat geven; zijn
Artikel 5:9 Wanneer moet de aanvraag zijn ontvangen?
Voor aanvragen met betrekking tot het gebied Zuidwest als bedoeld in artikel 5:5, lid 2 onder punt (B) van deze regeling geldt, gelet op het bepaalde in artikel 5:11, vierde lid e.v. van deze regeling, het volgende Aanvragen die worden ingediend binnen het tijdvak als genoemd in het voorgaande lid, worden getoetst op volledigheid. Als een aanvraag onvolledig is, wordt de aanvrager een termijn van twee weken gesteld waarbinnen hij de aanvraag moet aanvullen. Als de aanvraag na het verstrijken van deze termijn niet volledig is, kan deze buiten behandeling worden gesteld. In het geval de aanvrager niet binnen het tijdvak als genoemd in het voorgaande lid een activiteitenplan en begroting heeft ingediend als bedoeld in artikel 5:8, tweede lid, onder f en g van deze Subsidieregeling, wordt de aanvraag geweigerd, mede gelet op het bepaalde in artikel 5:13, eerste lid, onder b van deze Subsidieregeling in zoverre geen gelegenheid gegeven tot aanvulling van de aanvraag.
Paragraaf 5.3 Subsidiebehandeling
Artikel 5:10 Hoe wordt de subsidie voor 2025 verdeeld?
Artikel 5:10 (Verdeling subsidie 2025) is vervallen
Artikel 5:11 Hoe wordt de subsidie voor 2026 verdeeld?
Met betrekking tot het gebied Noordwest als bedoeld in artikel 5:5, lid 2 onder (A) van deze regeling is subsidie verleend voor het tijdvak 2025 conform het bepaalde in artikel 2:34 van de Algemene subsidieregeling gemeente Breda 2025. Gelet op het bepaalde in 2:36 van deze regeling vindt verdeling van de subsidie met betrekking tot dat gebied voor het tijdvak 2026 tevens plaats op basis van de rangschikking van de aanvragen voor het tijdvak 2025. Dit houdt in dat voor het tijdvak 2026 in beginsel enkel subsidie kan worden verstrekt aan de subsidieontvanger aan wie op grond van voornoemde rangschikking voor het tijdvak 2025 subsidie is verleend.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan een aanvraag van de subsidieontvanger aan wie voor het tijdvak 2025 subsidie is verleend, in aanvulling op het bepaalde in artikel 4:35 van de Awb, worden geweigerd indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de activiteiten van het samenwerkingsverband in onvoldoende mate hebben bijgedragen aan het bereiken van het doel van deze regeling als bedoeld in artikel 5:1.
Als de aanvraag met toepassing van het tweede lid wordt afgewezen of er door de subsidieontvanger aan wie voor het tijdvak 2025 subsidie is verleend geen aanvraag voor het tijdvak 2026 is ingediend, wordt de volgende procedure gevolgd. De in de rangorde met betrekking tot 2025 als een-na-hoogste geëindigde penvoerder wordt in de gelegenheid gesteld om een aanvraag voor 2026 in te dienen. Bij die aanvraag dienen de gegevens als bedoeld in artikel 5:8, vierde lid, worden gevoegd. De aanvraag zal vervolgens worden getoetst aan de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 5:13. Indien de als een-na-hoogste penvoerder geen aanvraag indient of de aanvraag wordt afgewezen, wordt de hiervoor beschreven procedure gevolgd ten aanzien van de op twee-na-hoogste geëindigde penvoerder. De procedure wordt zo vaak herhaald totdat er een subsidie voor 2026 is verleend of er door geen van de (resterende) penvoerders een aanvraag is ingediend of alle aanvragen zijn afgewezen.
Het aantal te behalen punten per criterium is afhankelijk van de mate waarin een activiteit voldoet aan het criterium. Burgemeester en wethouders toetsen de aanvragen aan de criteria met behulp van een beoordelingsformat, dat als Bijlage 3D bij deze regeling is gevoegd. Aanvragen worden gerangschikt op basis van het aantal toegekende punten.
De, na eventuele toepassing van negende lid resterende, aanvraag met het hoogste puntenaantal eindigt als hoogste in de rangschikking, de aanvraag met het één-na-hoogste puntenaantal eindigt als één-na-hoogste in de rangschikking, enzovoorts. De aanvraag die als hoogste in rangschikking is geëindigd komt voor toewijzing in aanmerking, tenzij een van de weigeringsgronden uit artikel 5:13 van de regeling van toepassing is. De aanvragen die na toewijzing van een aanvraag resteren, worden afgewezen. In het geval waarin twee of meer aanvragen als hoogste in de rangschikking eindigen (hetzelfde puntenaantal), wordt de volgorde van de rangschikking bepaald door middel van loting. De loting zal worden verricht onder verantwoordelijkheid van een door burgemeester en wethouders aan te wijzen notaris.
Artikel 5:12 Wanneer wordt besloten op de subsidieaanvraag?
Artikel 5:13 Wanneer kan de subsidie geweigerd worden?
In aanvulling op de weigeringsgronden die zijn genoemd in de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en in de ASV, weigeren burgemeester en wethouders de subsidie als:
de aanvraag met betrekking tot het gebied Zuidwest als bedoeld in artikel 5:5, lid 2 onder punt (B) van deze regeling niet uiterlijk op het moment van aflopen van het tijdvak als bedoeld in artikel 5:9, eerste lid van deze regeling een activiteitenplan en begroting bevat als bedoeld in artikel 5:8, tweede lid, onder f en g van deze regeling;
De penvoerder en de deelnemers van het samenwerkingsverband naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet over voldoende financiële en economische draagkracht beschikken om de subsidiabele activiteiten, ook met behulp van de onderhavige subsidie, naar behoren uit te kunnen voeren en de aan de subsidie verbonden verplichtingen na te kunnen leven, met inbegrip van (aansprakelijkheids-)risico’s die verband houden met de eventuele inschakeling van onderaannemers.
In het kader van het toepassen van de weigeringsgrond uit het eerste lid onder e, kunnen burgemeester en wethouders, als zij dat nodig vinden, de aanvrager om nadere gegevens en documenten vragen om te bewijzen dat er sprake is van afdoende financiële en economische draagkracht. In dat kader kan onder meer worden gevraagd om een passende bankverklaring of een bewijs van verzekering tegen beroepsrisico’s, waaronder begrepen risico’s die verband houden met het inschakelen van onderaannemers, overlegging van jaarrekeningen of uittreksels uit de jaarrekening over de afgelopen drie jaar of een verklaring over de totale omzet over de afgelopen drie jaar.
In het kader van het toepassen van de weigeringsgrond uit het tweede lid, kunnen burgemeester en wethouders, al dan niet door het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, onderzoek doen naar het bestaan van een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. De subsidie-aanvrager is verplicht om aan dit onderzoek alle medewerking te verlenen (Bibob-toets).
Als de aanvraag die als hoogste in de rangschikking is geëindigd met toepassing van artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, de ASV of het bepaalde in het eerste of tweede lid van dit artikel geweigerd wordt, beoordelen burgemeester en wethouders de resterende aanvragen in het overeenkomstig artikel 5:11 bepaalde rangorde aan de hand van de in de eerste volzin bedoelde weigeringsgronden. De subsidie zal daarbij worden verleend aan de hoogst gerangschikte aanvraag waarop geen van de weigeringsgronden van toepassing is. De alsdan eventueel resterende aanvragen zullen niet meer wordengetoetst aan de weigeringsgronden, maar worden afgewezen met toepassing van artikel 5:11.
Paragraaf 5.4 Subsidieverstrekking
Artikel 5:14 Welke verplichtingen horen bij deze subsidie?
In aanvulling op het bepaalde in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht en de ASV gelden de volgende verplichtingen voor de subsidieontvanger:
De subsidieontvanger voert de subsidiabele activiteiten uit in overleg met de gemeentelijke afdeling Sociaal Domein. Dit betekent in ieder geval dat de subsidieontvanger ervoor verantwoordelijk is dat er regelmatig overleg plaatsvindt tussen de subsidieontvanger en de gemeentelijke afdeling Sociaal Domein over de uitvoering van de subsidiabele activiteiten en dat subsidieontvanger als dat naar het oordeel van de subsidieontvanger of burgemeester en wethouders nodig is op ad hoc basis in overleg zal treden met gemeentelijke afdeling Sociaal Domein;
Artikel 5:15 Bevoegdheid om een wisseling te laten plaatsvinden
Burgemeester en wethouders hebben de bevoegdheid om een wisseling van penvoerder te laten plaatsvinden in het samenwerkingsverband als zij vinden dat het toepassen van deze regeling een onredelijke uitkomst heeft voor die de subsidie heeft aangevraagd of als toepassing van deze regeling leidt tot gevolgen die onevenredig zijn in verhouding tot de met deze regeling te dienen doelen.
Artikel 5:16 Per boekjaar verstrekte subsidie
Bijlage 1 wordt vervangen en komt als volgt te luiden:
Bijlage 1 Subsidieplafonds waardenetwerken
Deelplafonds van waardenetwerk Zelf- en samenredzaam
Deelplafonds van waardenetwerk Kansrijke Jeugd
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-314504.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.