Gemeenteblad van 's-Gravenhage
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Gravenhage | Gemeenteblad 2025, 314438 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Gravenhage | Gemeenteblad 2025, 314438 | beleidsregel |
Regeling financieel beheer en beleid Den Haag 2025
Per 1 januari 2025 is de nieuwe Algemene verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2025 ingegaan. Als gevolg hiervan moet het Uitvoeringsbesluit financieel beheer en beleid 2019 ook worden geactualiseerd, omdat deze aansluit op de oude financiële verordening. Het uitvoeringsbesluit wordt omgezet in de Regeling financieel beheer en beleid Den Haag 2025. In deze regeling stelt het college nadere regels vast over de activiteiten binnen de gemeente met betrekking tot planning en control en op het gebied van financiën en administratief beheer. Daarnaast worden de voorbereiding en inhoud van de door het college uit te brengen stukken in de begrotingscyclus geregeld.
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,
gelet op artikel 160 van de Gemeentewet en artikel 2:1, eerste lid, van de Algemene verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2025,
besluit vast te stellen de Regeling financieel beheer en beleid Den Haag 2025:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
Artikel 1:2 Inrichting financiële administratie
Hoofdstuk 2 De begrotingscyclus
Artikel 2:1 Onderdelen van de begrotingscyclus
Artikel 2:2 Het proces van voorbereiding, opstelling en vaststelling van de begroting
De concerncontroller maakt voor het college uiterlijk in het begin van het jaar voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar een planning voor de begrotingsvoorbereiding en overige planning en control producten. De planning is gebaseerd op de behandeling van de begrotingsstukken in het college en houdt rekening met de vaststellingstermijnen en een tijdige toezending aan de raad.
De begrotingsvoorbereiding vindt plaats in het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft. Het proces bestaat uit de volgende fasen:
a. richtlijnenbrief staand beleid uiterlijk eind februari;
d. richtlijnenbrief nieuw beleid met effecten voorjaarsnota en begrotingsretraite na vaststelling retraitenota;
e. ontwerpbegroting en concept raadsvoorstel aanbieding aan raad uiterlijk 16 september;
Conform artikel 3:2 van de Algemene verordening financieel beheer en beleid Den Haag 2025, rapporteert het college in de voorjaarsnota op basis van de lopende begrotings-uitvoering aan de raad over de meerjarige budgettaire ruimte. De voorjaarsnota bevat het meerjarige budgettaire kader ter voorbereiding op de begroting van het volgende jaar, evenals de begrotingsuitputting en financiële prognose van het lopende jaar.
Artikel 2:4 Begrotingsretraite
De wethouder belast met de portefeuille financiën legt de bestuurlijk relevante onderdelen van de voorjaarsnota en overige verwachte financiële voor- en nadelen, die de verschillende portefeuillehouders hebben gemeld bij de wethouder belast met de portefeuille financiën, voor aan het college ter besluitvorming in de begrotingsretraite.
Artikel 2:5 De opstelling en wijziging van de programmabegroting
Jaarlijks stelt de concerncontroller nadere richtlijnen op voor het opstellen van de begroting. De diensten leveren volgens planning uit de richtlijnenbrief, en na afstemming met de desbetreffende portefeuillehouder(s) en de concerncontroller, de begrotingsstukken met geactualiseerde teksten en budgetgegevens aan. De concerncontroller kan in overleg met de portefeuillehouder aanwijzingen geven om teksten dan wel budgetgegevens aan te passen.
De algemeen directeur van een dienst meldt knelpunten in het begrotingsproces direct schriftelijk aan de portefeuillehouder en aan de concerncontroller. Als de algemeen directeur van een dienst de begrotingsstukken niet volgens planning aanlevert, kan de concerncontroller de verwerking in de programmabegroting niet garanderen. De concerncontroller kan in uitzonderlijke gevallen schriftelijk toestemming geven om af te wijken van het in de richtlijnen opgenomen tijdspad.
Artikel 2:6 Begrotingsuitvoering
Artikel 2:8 Algemene bepalingen bij de begrotingsverantwoording
De programmarekening volgt qua indeling en opzet in principe de programmabegroting en bevat tenminste de volgende onderdelen:
a. een programmaverantwoording over de realisatie van programma’s. Per programma wordt inzicht verschaft in de mate waarin doelstellingen zijn gerealiseerd, de wijze waarop de beoogde maatschappelijke effecten getracht zijn te bereiken, de gerealiseerde baten en lasten en investeringen en de ontwikkeling van relevante balansposten (reserves, voorzieningen, rijksmiddelen);
b. een toelichting (verschillenverklaring) op majeure afwijkingen van de begroting, zowel beleidsmatig als financieel, per programma, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen het resultaat op vastgoed, het resultaat op onderhoud sportaccommodaties en overig resultaat op beleidsuitvoering;
c. een financiële rekening (overzicht van baten en lasten en de toelichting hierop, de balans en de toelichting hierop, incl. waarderingsgrondslagen, de bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen, een bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld) en rechtmatigheidsverantwoording;
d. een verantwoording op de paragrafen die in de begroting zijn opgenomen, waaronder in ieder geval de paragrafen zoals voorgeschreven door het BBV, en welke in ieder geval bevatten het overzicht van algemene dekkingsmiddelen en inzicht in het gebruik van het geraamde bedrag voor onvoorzien.
Artikel 2:9 Het proces van de begrotingsverantwoording
De algemeen directeur van een dienst meldt knelpunten in het rekeningproces onmiddellijk na constatering schriftelijk aan de portefeuillehouder en de concerncontroller. De concerncontroller kan de algemeen directeur van een dienst in uitzonderlijke gevallen schriftelijk toestemming geven om af te wijken van de planning van het rekeningproces.
De concerncontroller voegt de aanlevering vanuit alle diensten samen tot een programmarekening. De concerncontroller kan mede op basis van de door de accountant geconstateerde bevindingen, gehoord hebbende het CO, aanwijzingen geven om correcties aan te brengen op de aangeleverde verantwoordingsinformatie. Deze correcties dienen ook verwerkt te worden in de financiële administratie.
Artikel 2:10 De IV3-rapportage
De concerncontroller stelt ten behoeve van de begroting jaarlijks een IV3-rapportage op taakveldniveau op, en biedt deze uiterlijk één werkdag voor het verstrijken van de aanleverdatum namens het college aan het CBS aan. De richtdatum voor de cijfermatige begroting van de CBS-rapportage is uiterlijk 15 november, voorafgaand aan het jaar waarop de nieuwe begroting betrekking heeft.
Richtdata voor de cijfermatige realisatie van de CBS-rapportage zijn:
a. de eerste CBS-rapportage (verslagperiode t/m maart) vóór 1 mei;
b. de tweede CBS-rapportage (verslagperiode t/m juni) vóór 1 augustus;
c. de derde CBS-rapportage (verslagperiode t/m september) vóór 1 november;
d. de vierde CBS-rapportage (verslagperiode t/m december) vóór 1 februari;
Artikel 2:11 Overige bepalingen
Programmasturing door portefeuillehouders houdt in dat elke portefeuillehouder verantwoordelijk is voor de begrotingsuitvoering van de eigen beleidsprogramma’s en de daarbij behorende begrotingsactiviteiten. Hiertoe leveren de gemeentelijke diensten adequate voortgangsinformatie op aan de betreffende portefeuillehouder.
Hoofdstuk 3 Aanvullende uitgangspunten voor financieel beleid
Artikel 3:1 Resultaatsbestemming
Als door resultaatsbestemming een programmareserve of de centrale bedrijfsvoeringsreserve negatief wordt, dient de verantwoordelijk portefeuillehouder ervoor te zorgen dat de programmareserve binnen twee begrotingsjaren ten minste op nihil komt te staan, waarbij in beginsel de compenserende maatregelen binnen het programma worden gevonden waar het tekort is ontstaan. De programmareserve van programma 1 vormt hierop een uitzondering, bij een negatieve stand is het aan de raad om met een voorstel te komen om dit op te lossen.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari 2025.
Het Uitvoeringsbesluit financieel beheer en beleid gemeente Den Haag 2019 wordt ingetrokken.
Voor alle handelingen inzake de administratieve en bestuurlijke afwikkeling van het financieel beheer en beleid inzake het begrotingsjaar 2024 blijft het Uitvoeringsbesluit van kracht zoals die gold op 31 december 2024.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling financieel beheer en beleid Den Haag 2025.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-314438.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.