Gemeenteblad van Achtkarspelen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Achtkarspelen | Gemeenteblad 2025, 312754 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Achtkarspelen | Gemeenteblad 2025, 312754 | ander besluit van algemene strekking |
Organisatieregeling Achtkarspelen 2025
Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
concernstaf: een organisatorische eenheid, rechtstreeks gepositioneerd onder en ingesteld door de gemeentesecretaris/algemeen directeur. Tot de concernstaf behoren de concerncontroller, functionaris gegevensbescherming 1 , de bestuurssecretaris en de CISO.
Hoofdstuk 2 De structuur van de ambtelijke organisatie
Artikel 2 Indeling in organisatorische eenheden
De gemeentesecretaris/algemeen directeur kan namens het college van burgemeester en wethouders besluiten tot het instellen van een tijdelijk organisatorisch verband tussen organisatorische eenheden, projectgroep genaamd, ter voorbereiding en/of uitvoering van beleid dat meerdere organisatorische eenheden aangaat. De leiding van zo’n verband wordt door de gemeentesecretaris/algemeen directeur opgedragen aan een projectleider.
De gemeentesecretaris/algemeen directeur kan namens het college van burgemeester en wethouders besluiten tot het instellen van een programma. Een programma betreft een verzameling van tijdelijke inspanningen om meerdere, unieke doelen te bereiken, die zonder coördinatie niet gerealiseerd kunnen worden. De leiding van zo’n programma wordt door de gemeentesecretaris/algemeen directeur opgedragen aan een programmamanager.
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders d.d. 8 juli 2025
de gemeentesecretaris/algemeen directeur,
mr. M.P. de Jong
burgemeester,
J.D. de Vries MSc
TOELICHTING OP DE ORGANISATIEREGELING ACHTKARSPELEN 2025
De Gemeentewet geeft in artikel 160, lid 1, sub c aan dat het college van burgemeester en wethouders bevoegd is regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van de gemeente, met uitzondering van de griffie.
Deze regels zijn vervat in deze Organisatieregeling. Een organisatieregeling heeft als doel het beschrijven van de ambtelijke organisatie, alsmede de posities, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de ambtelijke leiding.
De Organisatieregeling staat niet op zichzelf. Naast deze regeling zijn of worden ook regels vastgesteld voor bijvoorbeeld mandaat, budgethouderschap en dergelijke.
Uitgangspunt in deze Organisatieregeling is dat de gemeentesecretaris/algemeen directeur hoofd is van de ambtelijke organisatie. Hij heeft de (eind)verantwoordelijkheid voor de taken genoemd in artikel 5 van de regeling en kan daarop ook worden aangesproken door het college.
De bevoegdheden van de overige leden van het directieteam zijn afgeleid van de bevoegdheden van de gemeentesecretaris/algemeen directeur. Met het oog op een goede coördinatie en integraliteit is bepaald dat de gemeentesecretaris/algemeen directeur zijn bevoegdheden uitoefent in nauwe samenwerking en overleg met de overige leden van het directieteam. Het directieteam fungeert derhalve als orgaan voor afstemming en beraad.
Bij de beschrijving van verantwoordelijkheden is voor de verschillende niveaus zoveel mogelijk dezelfde terminologie gehanteerd. De gemeentesecretaris/algemeen directeur, divisiedirecteur en teamleider dragen verantwoordelijkheden voor hun eigen niveau, met dien verstande dat het naast hogere niveau ook een verantwoordelijkheid heeft voor het goed verlopen van processen en dergelijke op lager niveau. Daarbij wordt in ieder geval duidelijk gemaakt waar het lagere management in elk geval ook zelf verantwoordelijk voor is.
De nadere uitwerking van deze structuur is beschreven in het document ‘Achtkarspelen pakt door’, vastgesteld door het directieteam in december 2024.
Hieronder volgt een artikelsgewijze toelichting op de Organisatieregeling, voor zover de tekst van de artikelen niet voor zichzelf spreekt.
Het college van burgemeester en wethouders regelt het verlenen van mandaat met betrekking tot bestuursbevoegdheden in een afzonderlijke mandaatregeling, waarbij als uitgangspunt geldt dat het mandaat wordt verleend aan de gemeentesecretaris/algemeen directeur, die vervolgens ondermandaat kan verlenen aan functies binnen de bestuursdienst.
Artikel 5 De gemeentesecretaris/algemeen directeur
De gemeentesecretaris is tevens algemeen directeur en dit artikel bevat daarom regels over de taak en bevoegdheden van beide aspecten van deze functie. Deze regels vormen tezamen met andere regels in deze regeling tevens een instructie als bedoeld in artikel 103, lid 2 van de Gemeentewet.
Artikel 6 De bestuurssecretaris
De bestuurssecretaris is sparringpartner c.q. rechterhand van de gemeentesecretaris/algemeen directeur en daarbij de schakel tussen raad, bestuur, directie en organisatie.
Het directieteam is een orgaan voor afstemming en beraad en dus geen afzonderlijke managementlaag. In de vergaderingen van het directieteam komen divisie overstijgende zaken op het gebied van bedrijfsvoering aan de orde, alsmede strategische beleidsontwikkeling, bijzondere thema’s en divisiezaken voor zover kennisneming door andere DT-leden gewenst is.
De divisiedirecteur is eindverantwoordelijk voor de kwaliteit van de producten van zijn divisie. Dit brengt onder meer met zich mee dat hij alle adviezen aan het college bespreekt in het portefeuillehouderoverleg en daarbij let op de integraliteit van de advisering. Dit houdt in dat alle voor het onderwerp relevante belangen worden gewogen en dat andere van belang zijnde disciplines bij de advisering worden ingeschakeld. Daarnaast worden in het portefeuillehouderoverleg regelmatig onderwerpen aan de orde gesteld inzake de strategische beleidsontwikkeling en uitvoering van beleid, waarbij het in ieder geval gaat om zaken die wezenlijke invloed kunnen hebben op een richting van beleid en/of de inzet van middelen. Bij dit overleg kunnen ook teamleiders en beleidsmedewerkers worden betrokken.
Met betrekking tot het bepaalde in art. 8, lid 1, sub b geldt dat de sturing en coördinatie in de eerste plaats procedureel moet worden opgevat.
Artikel 10 De concerncontroller
De concerncontroller rapporteert aan de gemeentesecretaris/algemeen directeur omdat die verantwoordelijk is voor de planning en control op beleidsmatig, financieel en juridisch gebied (artikel 5, lid 1, sub b. van de regeling).
De concerncontroller is bevoegd rechtstreeks aan het college te rapporteren als hij verschilt van mening met de gemeentesecretaris/algemeen directeur over de inhoud van de rapportage. Deze bevoegdheid mag hij pas gebruiken als hij na onderling overleg niet tot overeenstemming kan komen met de gemeentesecretaris/algemeen directeur.
Artikel 11 Benoeming en vervanging
De bevoegdheid tot het benoemen van personeel anders dan die genoemd in dit artikel is in de algemene mandaatregeling geregeld.
De vervanging bij afwezigheid van de in dit artikel genoemde leidinggevenden gaat uit van het principe van horizontale vervanging: een algemeen directeur door de divisiedirecteur, een divisiedirecteur door een ander divisiedirecteur en een teamleider door een andere teamleider of zijn divisiedirecteur. Op deze wijze wordt in de vervanging zoveel mogelijk voorzien door een functionaris die geacht kan worden te beschikken over de voor de vervanging noodzakelijke kwaliteiten.
Artikel 12 Verantwoording en rapportage
Dit artikel gaat in op het systeem van verantwoording binnen de bestuursdienst. Daar waar verantwoordelijkheden worden gemandateerd, moet ook verantwoording worden afgelegd. De wijze van rapporteren, de frequentie en de naamgeving van de rapportages moeten nader worden geregeld. Om die reden is in deze regeling de algemene term “rapportages” gehanteerd.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-312754.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.