Gemeenteblad van Losser
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Losser | Gemeenteblad 2025, 312597 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Losser | Gemeenteblad 2025, 312597 | beleidsregel |
Beleidsregels Leerlingenvervoer gemeente Losser 2025
Het college van burgemeester en wethouders van Losser;
vast te stellen de Beleidsregels Leerlingenvervoer gemeente Losser 2025
Deze beleidsregels zijn een nadere uitwerking van de verordening ‘leerlingenvervoer gemeente Losser’ (hierna: de verordening). Onderstaande informatie beschrijft een aantal onderwerpen van het gemeentelijk beleid voor de uitvoering van het leerlingenvervoer.
Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Algemene wet bestuursrecht, de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Verordening leerlingenvervoer gemeente Losser 2025.
De afstand verblijfplaats–school wordt bepaald via de ANWB Routeplanner op www.anwb.nl, volgens de ‘kortste route’ met de fiets.
Het vaststellen van de reistijd met het openbaar vervoer vindt plaats op basis van de door de Reisinformatiegroep B.V. beschikbaar gestelde informatie, www.9292ov.nl.
Artikel 5. Persoonlijk Vervoersontwikkelingsplan
Voor leerlingen die recht hebben op leerlingenvervoer kan vanaf groep 7 een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan opgesteld worden. Indien de situatie het toelaat kan dit ook eerder. In het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan staat opgenomen welke aanvullende vaardigheden geleerd moeten worden om zelfstandig naar en van school te reizen en afspraken hoe deze vaardigheden geleerd kunnen worden.
Artikel 6. Vaststellen vergoeding per fiets
De afstand verblijfplaats–school wordt bepaald via de ANWB Routeplanner op www.anwb.nl, volgens de ‘kortste route’ met de fiets.
Artikel 7. Vaststellen van de vergoeding van openbaar vervoer
Het vaststellen van de vergoeding van het openbaar vervoer en de daaraan gekoppelde vergoeding is op basis van de informatie van de REISinformatiegroep bv via 0900-9292, www.9292ov.nl en mobiel.9292ov.nl.
Artikel 8. Vaststellen van de vergoeding van eigen vervoer
Voor het berekenen van de afstand voor de kilometervergoeding voor de auto geldt de ‘kortste route’ met de auto. Dit is via de ANWB Routeplanner op www.anwb.nl.
Artikel 9. Vaststellen van de hoogte van de eigen bijdrage (drempelbedrag)
Leerlingen die met de grote schoolbus naar bovengenoemde scholen gaan, reizen als het ware met het openbaar vervoer als bedoeld in artikel 1 van de Verordening. De wetgever heeft bedoeld de ouder(s) verantwoordelijk te laten zijn voor een bepaald deel van de (werkelijk gemaakte) kosten van het (openbaar) vervoer, de zogenaamde drempel. Zie de toelichting in artikel 24, lid 1. van de Verordening.
Er kan een draagkrachtafhankelijke bijdrage gevraagd worden als de afstand tussen woning en dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan 20 kilometer bedraagt. Voor de indexering van de draagkrachtafhankelijke bijdrage is gebruik gemaakt van het CBS consumentenprijsindexcijfer (CPI) vervoersdiensten (Bestedingscategorie 073000Vervoersdiensten, eerste kolom).
Artikel 11. Regeling zelfstandig reizen
Zelfstandig kunnen (leren) reizen is belangrijk voor een leerling om in de toekomst meer zelfredzaam te kunnen zijn. Om te stimuleren dat leerlingen zelfstandig reizen en die eerder in het taxivervoer (aangepast vervoer) zitten, kan de aanschaf van een abonnement voor het openbaar vervoer een belemmering zijn. Losser kiest voor een financiële ondersteuning voor wie dat écht nodig heeft. Daarom is er de regeling ‘zelfstandig reizen’ .
Deze regeling is bedoeld voor leerlingen die zelfstandig naar het voortgezet speciaal onderwijs kunnen reizen en waar de ouder(s) een inkomen (zie artikel 1 van de Verordening) hebben tot 120% van de van geldende bijstandsnorm (ook wel Wettelijks sociaal minimum genoemd). Het college kan hiervan afwijken, afhankelijk van de situatie van de leerling en/of de ouder(s).
Bij de beoordeling van een aanvraag voor een vervoersvoorziening voor de leerling wordt rekening gehouden met de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en die van het gezin, zoals beschreven in artikel 3 en 4 van de Verordening. De situatie is ter beoordeling van het college, zo nodig na advies te hebben gevraagd aan deskundigen.
Artikel 12. Werkwijze bij tijdelijke wijziging schoollocatie
Er kan sprake zijn dat er formeel geen schoollocatie is, maar dat het in de praktijk wel bedoeld is voor leerlingen die, in het kader van passend onderwijs, lessenaanbod of programma volgen op een andere locatie dan waar ze zijn ingeschreven. Dit kan gaan om dislocaties en nevenvestigingen, zoals beschreven in artikel 12 van de Verordening.
Het gaat specifiek bijvoorbeeld om een tussenvoorziening: een locatie behorend bij een school(bestuur) of een samenwerkingsverband waar voortijdig schooluitval van een leerling wordt voorkomen, maar deze locatie valt formeel niet binnen de beleidscategorieën voor een school als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, Wet op het voortgezet onderwijs en Wet op de expertisecentra. Een samenwerkingsverband is verantwoordelijk voor de inrichting van deze locatie(s).
De feitelijke locatie van deze tussenvoorziening die door de leerling wordt bezocht kan worden aangemerkt als ‘school’. Er zijn twee soorten tussenvoorzieningen, te weten die:
tijdens de voortgezet onderwijs (hierna: VO) periode worden ingezet. Deze voorzieningen worden door een school of het samenwerkingsverband verzorgd en zijn toegankelijk voor alle leerlingen in de regio Twente die naar het VO gaan. Dit geldt ook voor praktijkonderwijs (hierna: pro) en voortgezet speciaal onderwijs (hierna: VSO). Plaatsing in de voorziening leidt niet tot een andere schoolinschrijving. De voorzieningen worden niet altijd op een formele schoollocatie aangeboden en kennen daarom geen BRIN nummer. De voorzieningen zijn bedoeld voor jongeren met allerlei persoonlijke en gedragsmatige problemen die zo zwaar zijn dat ze in een regulier setting niet naar school kunnen gaan.
Losser, 8 juli 2025
Het college van burgemeester en wethouders van Losser,
loco-secretaris,
E.S. Apperloo-Drop
burgemeester,
J.B. Diepemaat
Toelichting bij artikel 6,7 en 9
Artikel 6 en Artikel 7 Kilometervergoeding
Ouders komen in aanmerking voor vergoeding per kilometer als zij zelf het vervoer regelen met toestemming van of op verzoek van het college van B en W.
Deze vergoeding wordt doorgaans berekend op basis van de algemeen gebruikelijke belastingvrije kilometervergoeding van € 0,23 zoals gepubliceerd op de site van de rijksoverheid 1
De kortste afstand tussen de woning en de school is hierbij van toepassing. De vergoeding voor het gebruik van een eigen fiets bedraagt € 0,11 per kilometer.
Dit is gebaseerd op 50% van de kilometervergoeding voor autogebruik, naar beneden afgerond.
De bedragen worden uitgekeerd voor de kilometers die de leerling aflegt.
Artikel 9 Drempelbedrag ,eigen bijdrage, draagkrachtafhankelijke bijdrage
Ouders die meer verdienen dan het drempelbedrag moeten een eigen bijdrage betalen wanneer zij in aanmerking komen voor leerlingenvervoer naar het (speciaal) basisonderwijs (Artikel 24, Verordening leerlingenvervoer gemeente Losser 2025).
Volgens artikel 4 lid 7 Wpo is de basis voor het berekenen van het drempelbedrag het gezamenlijk inkomen van € 17.700,- met peildatum 1 januari 1999. Vanaf dit jaar wordt het inkomen jaarlijks geïndexeerd met cao-lonen indexatie. Het indexcijfer voor 1999 was 76,2 (2010 = 100).
Extra info: Het CBS heeft de basis voor berekening van het indexcijfer voor 2023 gewijzigd in 2020 = 100. Het indexcijfer voor 1999 wordt daardoor 62,4 (2020 = 100).
17.700 (inkomensgrens 1999) / 28.350 (inkomensgrens 2020)*100 = 62,4
Voor het schooljaar 2025-2026 wordt het kalenderjaar 2023 gebruikt. Zoals in artikel 4 lid 7 WPO staat, wordt het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar van het schooljaar waarvoor vergoeding wordt gevraagd, gebruikt voor de inkomensgrens. Voor de indexering van de cao-lonen wordt gebruik gemaakt van de CBS-tabel cao lonen, contractuele loon en arbeidsduur, (contractuele loonkosten per uur, tweede kolom). Het CBS stelde voor 2023 het indexcijfer voor de cao-lonen vast op 111,7 (2020 = 100).
De inkomensgrens 2025-2026 wordt dan als volgt berekend: € 17.700 gedeeld door 62,4 maal 111,7 = € 31.684,13 . Met afronding op een veelvoud van € 450,- wordt dat € 31.500,-.
Dit betekent dat de inkomensgrens voor 2025/26 een bedrag is van € 31.500,-.
Ouders die meer verdienen dan het drempelbedrag moeten een eigen bijdrage betalen wanneer zij in aanmerking komen voor leerlingenvervoer naar het (speciaal) basisonderwijs (Artikel 24, Verordening leerlingenvervoer gemeente Losser 2025).
De hoogte van de eigen bijdrage is een vast bedrag dat wordt vastgesteld bij de aanvraag en geldt voor het hele schooljaar. De eigen bijdrage wordt als volgt berekend:
Starttarief * km-tarief * 2 ritten per dag * 200 schooldagen per jaar – korting acties
De vervoerder hanteert in 2025 de volgende tarieven:
|
Tarieven RRReis 20252 |
|
*leeftijdskorting + altijd voordeel Oost abonnement o.b.v. twee ritten per dag, één in de spit en één buiten de spits3 .
Voor schooljaar 2025/2026 is de eigen bijdrage voor het regulier basisonderwijs:
- ((1,12 + ( 6 * 0,23)) * 2 * 200) * 0,50 = € 500
Voor schooljaar 2025/2026 is de eigen bijdrage voor het speciaal (basis)onderwijs
- ((1,12 + (3 * 0,23)) * 2 * 200) * 0,50 = € 362
Draagkrachtafhankelijke bijdrage
Deze bijdrage kan gevraagd worden als de afstand tussen woning en dichtstbijzijnde
toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan 20 kilometer bedraagt.
Voor de indexering van de draagkrachtafhankelijke bijdrage is gebruik gemaakt van het CBS consumentenprijsindexcijfer (CPI) vervoersdiensten (Bestedingscategorie 073000
Vervoersdiensten, eerste kolom).
Het indexcijfer voor 2023 is 137,61 (2015 = 100).
Het indexcijfer stijgt in 2024 tot 138,56.
De draagkrachtafhankelijke bijdrage per inkomensgroep wordt dan als volgt berekend: eigen bijdrage 2024-2025 gedeeld door 137,61, maal 138,56, met afronding op een veelvoud van € 5,-.
Inkomen in euro’s Eigen bijdrage in euro’s per gezin
De inkomensbedragen in de tabel worden geïndexeerd op basis van de CBS-tabel ontwikkeling CAO-lonen (Cao-lonen en contractuele loonkosten, % verandering t.o.v. het 4e kwartaal van het voorgaande jaar, kolom ‘contractuele loonkosten per uur’). Deze tabel is de opvolger van de tabel regelingslonen volwassen werknemers die genoemd staat in de modelverordening.
De verkregen bedragen worden afgerond op € 500. De loonontwikkeling in het 4e kwartaal van 2024 vertoont een stijging van 6,7% ten opzichte van een jaar eerder.
Alle inkomensbedragen in de tabel van 2024/25 dienen dus geïndexeerd te worden met + 6,7% en vervolgens naar boven afgerond op € 500.
De draagkrachtafhankelijke bijdrage komt bovenop de eigen bijdrage per kind per schooljaar.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-312597.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.