Gemeenteblad van Westerkwartier
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Westerkwartier | Gemeenteblad 2025, 312275 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Westerkwartier | Gemeenteblad 2025, 312275 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Nadere regels Wmo gemeente Westerkwartier
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westerkwartier d.d. 1 juli 2025;
gelet op artikel 2.1.3 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en artikel 33 lid 2 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Westerkwartier 2024;
vast te stellen de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Westerkwartier 2024
In deze Nadere regels en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
AIN-plan/ondersteuningsplan: een door de Wmo-consulent in samenspraak met een client of zorgaanbieder opgesteld plan met de omschrijving van de mogelijkheden en onmogelijkheden die de cliënt heeft bij het oplossen van zijn beperking in de zelfredzaamheid en participatie of problemen bij het zich handhaven in de samenleving en waarin de eventuele oplossingen aan de hand van de stappen van de CRvB worden vastgelegd in begrijpelijke taal;
Budgetplan: het plan dat de cliënt bij de aanvraag voor een PGB indient, waarin de keuze voor een PGB in plaats van zorg in natura wordt gemotiveerd en waarin aangegeven wordt aan welke vorm van ondersteuning het budget besteed gaat worden, door wie de ondersteuning geleverd gaat worden en welke activiteiten uit het budget betaald gaan worden;
Cliëntondersteuner: een onafhankelijk persoon die de cliënt informeert, adviseert, en/of begeleidt bij vragen, problemen, klachten of bezwaren in verband met de, al of (nog) niet verstrekte ondersteuning vanuit de Wmo, Jeugd of de Participatiewet. Sociaal Werk De Schans beschikt over cliëntondersteuners.
Eigen kracht: de eigen mogelijkheden en het probleemoplossende vermogen, (capaciteit) tijd en middelen van de cliënt en/of de leefeenheid van de cliënt om zelf of personen uit het sociaal netwerk van de cliënt de beperking in de zelfredzaamheid en/of participatie of problemen bij het zich handhaven in de samenleving op te lossen;
Persoonsgebonden budget (hierna PGB): PGB als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet, zijnde een bedrag waaruit namens het college betalingen gedaan kunnen worden voor diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een individuele maatwerkvoorziening behoren en die de cliënt van derden heeft betrokken;
Professional: beroepskracht met (diploma of ervaringscertificaat en) aantoonbare specifieke kennis en vaardigheden ten aanzien van de beperking of problematiek van de cliënt en/of de benodigde ondersteuning, die (aantoonbaar) voldoet aan de in de branche geldende kwaliteitseisen én een gericht op de voorziening passende registratie heeft bij de Kamer van Koophandel of in het beroepsregister of in loondienst is bij een formele zorgaanbieder;
Schoon en leefbaar huis: een huis is schoon en leefbaar indien het normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne-eisen; schoon houdt in dat de basishygiëne geborgd is, waarbij vervuiling en gezondheidsrisico’s voor bewoners worden voorkomen, en leefbaar betekent dat de woning opgeruimd en functioneel is ingericht, bijvoorbeeld om valgevaar te beperken.
Zelfredzaamheid: het in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke Algemene Dagelijks Levensverrichtingen (ADL) en het voeren van een gestructureerd huishouden. De noodzakelijke ADL in het kader van de zelfredzaamheid betreffen: in- en uit bed komen, aan- en uitkleden, bewegen, lopen, gaan zitten en weer opstaan, lichamelijke hygiëne, toiletbezoek, eten en drinken, medicijnen innemen, ontspanning en sociaal contact;
Artikel 2 Melding behoefte aan ondersteuning
Een melding van behoefte aan ondersteuning kan door of namens de cliënt worden gedaan. De persoon die namens de cliënt een melding doet, hoeft niet een vertegenwoordiger van de cliënt te zijn. Maar kan ook een huisgenoot of iemand uit het sociale netwerk van de cliënt, een professionele hulpverlener, arts of het transferpunt van het ziekenhuis zijn.
Een melding kan worden gedaan bij de medewerkers van de Wmo of bij de zorgaanbieders DNZT of MIEP. Bij de zorgaanbieders kan alleen een melding worden gedaan voor hulp bij het huishouden, begeleiding 75+ en kortdurend verblijf 75+. Deze zorgaanbieders doen het onderzoek naar de hulpvraag van de inwoner op het gebied van hulp bij het huishouden, begeleiding 75+ en kortdurend verblijf.
Is een cliënt al uitgebreid bekend vanwege een eerdere melding? Of betreft het een melding via een transferpunt van het ziekenhuis voor een tijdelijke ondersteuning in het huishouden of een vervanging van een hulpmiddel vanwege technische mankementen bij een ongewijzigde situatie? Dan kan dit een reden zijn om af te zien van een nader onderzoek. Dit dient altijd in overleg en met goedkeuring van de cliënt plaats te vinden.
Artikel 4 Onderzoek naar ondersteuningsbehoefte
Voor het onderzoek naar de melding van de behoefte aan ondersteuning geldt een behandeltijd van maximaal 6 weken gerekend vanaf de melding. Indien vanwege de zorgvuldigheid van het onderzoek de termijn niet gehaald wordt, dan wordt met de cliënt contact opgenomen over de verlenging van de termijn. Stemt de cliënt in met verlenging van de termijn dan wordt dit schriftelijk bevestigd onder vermelding van de verwachting waarbinnen het onderzoek wel is afgerond.
Artikel 5 Het gesprek in het kader van het onderzoek
Het opvragen van de gevraagde gegevens mag uitsluitend als de cliënt daar toestemming voor geeft. Het moet voor de cliënt duidelijk zijn wie de gegevens opvraagt, bij wie de gegevens opgevraagd worden, om welke gegevens het gaat en wat het doel is. Ook kan met de cliënt afgestemd worden dat hij zelf de gevraagde gegevens opvraagt.
De cliënt krijgt de mogelijkheid een reactie te geven op het AIN-plan. Daarvoor krijgt de cliënt 2 weken de tijd. Zo nodig worden objectief vast te stellen onjuistheden in het AIN-plan aangepast. Opmerkingen en aanvullingen van de cliënt worden toegevoegd aan het AIN-plan en meegewogen in de uiteindelijke afweging.
Indien uit het onderzoek blijkt dat hulp beschikbaar is uit het sociaal netwerk of een voorliggende voorziening of een individuele maatwerkvoorziening voor de cliënt niet passend is, staat het de cliënt vrij om toch een aanvraag in te dienen. Op die aanvraag neemt het college dan een besluit, welke wordt vastgelegd in een beschikking aan de cliënt.
Indien de cliënt geen medewerking verleent aan een zorgvuldig onderzoek, én zonder dit onderzoek de passendheid en toegankelijkheid van een individuele maatwerkvoorziening of een andere voorziening niet kan worden vastgesteld, dan adviseert degene die het onderzoek doet negatief op de aanvraag van de cliënt.
Artikel 9 Algemeen toetsings- en afwegingskader
Om te bepalen of ondersteuning in de vorm van een individuele maatwerkvoorziening voor de cliënt passend en toegankelijk is worden de onderstaande aspecten gewogen en/of getoetst:
Eigen kracht: de mate waarin de cliënt en/of de leefeenheid van de cliënt zelf of samen met het sociaal netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen zelf oplossingen kan vinden/heeft gevonden om het aanvaardbare niveau in de zelfredzaamheid of in de participatie dan wel het zich handhaven in de samenleving te bereiken of behouden.
Mantelzorg: de mate waarin personen uit het sociaal netwerk van de cliënt bereid en in staat zijn om mantelzorg te bieden. Er dient onderzocht te worden of de mantelzorgers hierbij ondersteuning nodig hebben om (dreigende) overbelasting tegen te gaan. Daarbij dient er gekeken te worden naar gebruikelijke hulp, mantelzorg, werk en de persoonlijke omstandigheden van de mantelzorger(s). Mantelzorg is niet afdwingbaar en mag niet ten koste gaan van (het zoeken naar) werk, inkomen of welzijn van de mantelzorger(s).
Andere voorzieningen: de mogelijkheden van de cliënt om gebruik te maken van algemene voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen en/of voorzieningen vanuit andere wetgeving zoals kinderopvang, zorgverzekeringswet, Wet langdurige zorg, wetten of regelingen uitgevoerd door het UWV of de Participatiewet.
Goedkoopst adequate voorziening: de mate waarin de voorziening voor de cliënt duurzaam bijdraagt aan het behalen van het resultaat. Zijn er meer mogelijkheden adequaat, dan wordt gekozen voor de, naar objectieve maatstaven, goedkoopste voorziening. Hierbij wordt rekening gehouden met de gebruiksduur en de intensiteit van het gebruik.
De budgethouder is verplicht om gedurende de gebruiksduur de aangeschafte voorziening voldoende te laten onderhouden en, voor zover van toepassing, toereikend te verzekeren. In het geval van een scootmobiel, aangepaste fiets met hulpmotor of een elektrische rolstoel is de budgethouder verplicht een allriskverzekering af te sluiten gedurende de gebruiksduur van het hulpmiddel.
Ingeval het gebruik van de voorziening welke met een PGB is aangeschaft, is beëindigd en de gebruiksduur van de voorziening niet geheel is verstreken, is de budgethouder in beginsel verplicht de voorziening te retourneren dan wel de restwaarde onder verrekening van eventueel ingebrachte eigen middelen, aan het college te vergoeden.
Artikel 13 Voorziening Hulp bij het huishouden
De maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden richt zich op het schoonhouden van de noodzakelijke binnenruimtes van de woning, zoals woonkamer, slaapkamer(s), keuken, sanitaire ruimtes en gang, trap en overloop. Buitenruimtes, zoals ramen aan de buitenzijde, tuin en balkon, vallen hier niet onder. Voor de bepaling van de omvang voor de voorziening hulp bij het huishouden is de meest actuele versie van het Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning van Bureau HHM van toepassing.
Om te beoordelen of de cliënt in aanmerking komt voor een woonvoorziening worden de volgende aspecten meegewogen:
Het bezoekbaar maken van één woonruimte waarbij de persoon met een beperking in ieder geval de woonkamer en een toiletvoorziening kan bereiken en gebruiken, wordt beschouwd als een bouwkundige of woontechnische aanpassing wanneer de persoon met een beperking woonachtig is in een instelling voor langdurige zorg. Van belang is verder dat het gaat om een frequent bezoek aan een belangrijk contact, zoals ouders of partner.
Cliënten die wonen in levensloopbestendige woningen voor ouderen of gehandicapten beschikken in principe over de voor deze doelgroep vaak specifieke benodigde voorzieningen, zoals een lift, elektrische deuropeners, en zijn de woningen vaak al toegankelijk met een rollator of rolstoel. Waardoor er sprake is van algemeen gebruikelijke voorzieningen. Wanneer een dergelijke woning specifiek wordt aangeboden aan ouderen of gehandicapten, mag van de verhuurder of de VVE verwacht worden dat deze is ingericht op het adequaat kunnen wonen door ouderen of gehandicapten.
Renovatie van woonvoorzieningen, die ook onder normale omstandigheden vervangen zouden moeten worden vanwege het einde van (economische) levensduur worden in beginsel niet vanuit de Wmo vergoed. Mits deze kosten gedragen kunnen worden door een cliënt met een inkomen op het minimumniveau. Daarbij wordt de volgende afschrijvingstermijnen gehanteerd; voor een keuken 15 jaar, voor een toilet 15 jaar en een badkamer 25 jaar.
In het geval er nagelvaste of roerende woonvoorziening(en) is/zijn ingezet voor een client en deze cliënt is komen te overlijden of de cliënt is permanent verhuisd naar een instelling op grond van de Wlz, dan worden er met de achterblijvende partner van de client afspraken gemaakt over het al dan niet achterlaten van de woonvoorziening(en) in de woning. Deze afspraken worden vastgelegd in een beschikking aan de partner.
Artikel 18 Terugbetaling bij verkoop
De eigenaar, die een woningaanpassing heeft ontvangen dat heeft geleid tot waardestijging van de woning, dient bij de verkoop van de woning binnen een periode van 10 jaar na gereedmelding van de voorziening, deze verkoop van de woning onverwijld aan het college te melden. De meerwaarde van de woning dient te worden terugbetaald volgens een overeengekomen afschrijving.
Artikel 19 (Pré-)mantelzorgwoning
Mantelzorg is intensieve zorg of ondersteuning, die de gebruikelijke zorg overstijgt. Deze vorm van zorg moet komen vanuit een sociale relatie tussen mantelzorger en de verzorgde: bijvoorbeeld iemand die zijn ouders in huis neemt om hen te verzorgen. Onder bepaalde voorwaarden kan er vergunningsvrij een mantelzorgwoning bij een bestaande woning gebouwd worden. Ook is het soms mogelijk om een bijgebouw bij een woning tijdelijk in gebruik te nemen als mantelzorgwoning of een mantelzorgwoning inpandig te realiseren.
Artikel 20 Vervoersvoorzieningen
De compensatieplicht voor een vervoersvoorziening beperkt zich tot het verplaatsen in de directe woonen leefomgeving, tenzij er sprake is van bovenregionaal contact, dat uitsluitend door de aanvrager zelf bezocht kan worden en waarbij het bezoek voor de aanvrager noodzakelijk is om dreigende vereenzaming te voorkomen.
De cliënt heeft ten behoeve van zijn zelfredzaamheid en participatie een zelfstandige vervoersbehoefte voor het zich (lokaal) verplaatsen en kan vanwege zijn beperking geen gebruik maken van algemene (gebruikelijke) voorzieningen, zoals een (elektrische) fiets, brommer/scooter, auto en/of het openbaar vervoer. Uitgangspunt is dat volwassenen en kinderen vanaf 12 jaar een zelfstandige vervoersbehoefte hebben. Jongere kinderen zullen vrijwel altijd onder begeleiding van hun ouders zich verplaatsen.
Collectief vervoer is een maatwerkvoorziening. Met het collectief vervoer kan een persoon met beperkingen zich lokaal verplaatsen van deur tot deur, waarbij geldt dat:
er maximaal 25 kilometers enkele reis, gerekend van het woonadres, gereisd kan worden, waarbij in ieder geval ook de puntbestemmingen bereikt kunnen worden 1 . Boven de 25 kilometer geldt het tarief van de vervoerder;
Artikel 22 Financiële tegemoetkoming (aannemelijke meerkosten)
Het college kan in overeenstemming met het beleidsplan, bedoeld in artikel 2.1.2 van de wet, op aanvraag aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben en die een inkomen hebben tot 120% van de bijstandsnorm, jaarlijks een tegemoetkoming verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie.
Het college kan, naast de genoemde situatie artikel 22 lid 1 van de nadere regels, op grond van artikel 1.1.1. van de wet (lees maatwerkvoorziening), op aanvraag aan personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen een financiële tegemoetkoming voor diverse voorzieningen verstrekken ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en de participatie.
De hoogte van de door het college te verlenen financiële tegemoetkoming voor een woonvoorziening (woonvoorzieningen van niet bouwkundige of woontechnische aard) bedraagt:voor roerende woonvoorzieningen, niet zijnde woningsanering, 100% van de aanschafkosten, tenzij de roerende woonvoorzieningen in natura worden verstrekt.
voor kosten van woningsanering, afhankelijk van de leeftijd van de stoffering 100% tot nihil. Daarbij geldt het volgende vergoedingsschema:
Aldus besloten in de vergadering van burgemeester en wethouders van de gemeente Westerkwartier, d.d. 1 juli 2025.
Ard van der Tuuk, burgemeester
Ruud Kleijnen, secretaris
Bijlage 1: Tarieventabellen Wmo
Tabel 1: tarieven Zorg in Natura Beschermd wonen
Tabel 2: Tarieven PGB Beschermd Wonen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-312275.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.