Intrekken parkeergelegenheid voor kampeerwagens Parkweg en instellen parkeergelegenheid voor kampeerwagens Zuiderzeeboulevard

Reg.nummer.: 02430000221709 / 02430000766313

 

Burgemeester en wethouders van Harderwijk zijn op grond van artikel 18, lid 1, sub d van de Wegenverkeerswet 1994 bevoegd om verkeersbesluiten te nemen.

 

Overwegingen ten aanzien van het besluit

Op 1 juli 2025 is door het college besloten om de bestaande kampeerplaats aan de Parkweg in te trekken. Het gaat hier om een kampeerplaats op grond van artikel 2.12 van de Verordening Fysieke Leefomgeving Harderwijk (VFLO). Op de kampeerplaats zijn parkeervakken gereserveerd voor kampeerwagens. Omdat recreatief nachtverblijf niet langer is toegestaan wordt de reservering opgeheven.

Ook is op 1 juli 2025 besloten om kampertoeristen de mogelijkheid te geven om op het parkeerterrein aan de Zuiderzeeboulevard te overnachten. Om te voorkomen dat de kampeerwagens willekeurig op het terrein worden geparkeerd, dat er geen plaats is voor kampeerwagens of dat er meer dan acht kampeerwagens tegelijkertijd worden geparkeerd en daardoor onvoldoende ruimte is voor personenauto’s, is het wenselijk de plaatsen waar kampeerwagens mogen parkeren expliciet aan te wijzen. Het resterende deel van het parkeerterrein wordt aangeduid als parkeergelegenheid uitsluitend bestemd voor personenauto’s. De maximale parkeerduur die in de huidige situatie al geldt (3 uur) blijft onverminderd van kracht voor personenauto’s, maar geldt niet voor kampeerwagens.

Op grond van artikel 15, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) moet een verkeersbesluit worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) genoemde verkeerstekens, alsmede voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd.

In artikel 12 van het BABW is limitatief opgenomen voor welke verkeerstekens een verkeersbesluit vereist is. In Bijlage 1 van het Reglement en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990) staan de verkeersborden genoemd. In dit besluit gaat het om E8a van Bijlage 1, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990).

Uit het oogpunt van het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan is het noodzakelijk om de voorgestelde maatregelen te nemen.

Artikel 24 van het BABW vereist dat er voor het nemen van het verkeersbesluit overleg wordt gepleegd met de gemandateerde verkeersadviseur van politie Oost-Nederland, district Noord en Oost-Gelderland.

 

BESLUIT

Op grond van voorgaande overwegingen, wordt besloten om:

  • 1.

    De parkeergelegenheid alleen bestemd voor kampeerwagens aan de Parkweg (3 parkeervakken) in te trekken. Dit doen we door het verwijderen van verkeersbord E8a van bijlage 1 van het RVV 1990;

  • 2.

    Een parkeergelegenheid alleen bestemd voor kampeerwagens in te stellen aan de Zuiderzeeboulevard (betreft 8 parkeervakken). Dit doen we door het plaatsen van verkeersbord E8a van bijlage 1 van het RVV 1990, conform bijgevoegde tekening;

  • 3.

    Het resterende deel van het parkeerterrein aan de Zuiderzeeboulevard aan te wijzen als parkeergelegenheid uitsluitend bedoeld voor personenauto’s. Dit doen we door het plaatsen van verkeersbord E8 van bijlage 1 van het RVV 1990. De maximale parkeerduur van 3 uur blijft van kracht.

Harderwijk, 14 juli 2025

Burgemeester en wethouders van Harderwijk

Namens deze,

de heer P. Muder

teamleider Ruimtelijk Beleid

Mededelingen

Bezwaar- of beroepsclausule

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunt u bij het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk gemotiveerd bezwaar maken tegen dit besluit als u belanghebbende bent. U dient uw bezwaarschrift uiterlijk zes weken na de datum van deze bekendmaking te sturen naar:

Burgemeester en wethouders gemeente Harderwijk

p/a secretariaat Bezwaarschriftencommissie Postbus 1 3890 AA ZEEWOLDE.

Het maken van bezwaar heeft geen schorsende werking (zie art. 6:16 Awb). De indiener van het bezwaar heeft echter wel de mogelijkheid om een voorlopige voorziening bij de rechtbank te vragen (bijvoorbeeld schorsing).

 

Naar boven