Aanwijzingsbesluit voor het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten in de vorm van detailhandel in het pand Nieuwendijk 163, gemeente Amsterdam

De burgemeester van Amsterdam

 

Gelet op:

 

  • -

    artikel 2.16A van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV);

  • -

    regionaal Veiligheidsplan 2023-2026;

  • -

    programma ondermijning De Weerbare Stad, d.d. 3 april 2019;

  • -

    Ondermijningsbeeld 2020 over Stadsdeel Centrum;

  • -

    bestuurlijke rapportage Aanwijzingsbesluit Hoogstraten, opgesteld door Coördinatieteam Wallen, team Veiligheid stadsdeel Centrum, d.d. 11 januari 2021;

  • -

    het Aanwijzingsbesluit Hoogstraten d.d. 1 december 2021;

  • -

    het weigeringsbesluit d.d. 28 februari 2024.

Overweegt dat:

 

  • -

    als een van de ambities van de Amsterdamse driehoek in het Regionaal Veiligheidsplan 2023-2026 is benoemd: het duurzaam verstoren en beëindigen van georganiseerde ondermijnende (drugs)criminaliteit, het voorkomen van jonge aanwas en doorbreken van criminele carrières, het tegengaan van de verwevenheid van de onder- en bovenwereld en het voorkomen van verdere innesteling van ondermijnende criminaliteit in wijken en buurten;

     

  • -

    de burgemeester op grond van artikel 2.16A van de APV een gebied, straat of gebouw kan aanwijzen waarin het verboden is zonder vergunning als bedoeld in artikel 3.64 van de APV bepaalde categorieën bedrijfsmatige activiteiten uit te oefenen die naar zijn oordeel de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten of anderszins ondermijning veroorzaken;

     

  • -

    de burgemeester op grond van artikel 2.16A, lid 2 van de APV gebouwen kan aanwijzen waar het verbod van artikel 3.64 APV van toepassing is als in de afgelopen vijf jaar een vergunning op basis van dat artikel aan een betrokkene bij de exploitatie van die gebouwen zijn geweigerd of buiten behandeling zijn gesteld;

     

  • -

    De burgemeester op grond van artikel 2.16A, lid 3 van de APV de aanwezigheid van een leidinggevende verplicht kan stellen gedurende de openingstijden van de bedrijfsmatige activiteit;

     

  • -

    gebleken is dat de aanwezige ondernemingen in de Oude Hoogstraat, Nieuwe Hoogstraat, Damstraat en Oude Doelenstraat (hierna: Hoogstraten) voor een groot deel bestaan uit branches die gevoelig zijn voor ondermijnende criminaliteit, zoals beschreven in het Ondermijningsbeeld 2020 van stadsdeel Centrum;

     

  • -

    stadsdeel Centrum de afgelopen jaren signalen heeft ontvangen over betrokkenheid van ondernemingen binnen deze branches bij verschillende vormen van ondermijnende criminaliteit, zoals ondergronds bankieren, witwassen, arbeidsuitbuiting, illegale arbeid en belastingfraude;

     

  • -

    in de bestuurlijke rapportage d.d. 11 januari 2021 wordt beschreven dat in de straten binnen pilot Hoogstraten ernstige signalen zijn dat in deze straten mogelijk malafide ondernemingen zijn gevestigd waardoor sprake is van ondermijning;

     

  • -

    gezien vorenstaande in de Hoogstraten een vergunningplicht is ingesteld voor het exploiteren van bedrijfsmatige activiteiten in de vorm van detailhandel zoals omschreven in het aanwijzingsbesluit d.d. 1 december 2021;

     

  • -

    de uiteindelijk belanghebbende van een onderneming binnen een aangewezen gebied, straat of pand mogelijk ook elders in de stad een vestiging met dezelfde bedrijfsvoering exploiteert;

     

  • -

    voor twee ondernemingen van eenzelfde uiteindelijk belanghebbende in gebied Hoogstraten geen exploitatievergunningen zijn afgegeven, vanwege het vermoeden dat de vergunningen gebruikt zouden worden om strafbare feiten te plegen;

     

  • -

    de onderneming in het pand Nieuwendijk 163 dezelfde uiteindelijk belanghebbende heeft als bovengenoemde twee ondernemingen in gebied Hoogstraten, waarbij tevens sprake is van een soortgelijk ondernemingsconcept, en derhalve het aannemelijk is dat dezelfde risico’s zich voordoen ten aanzien van de bedrijfsvoering in het pand Nieuwendijk 163;

     

  • -

    de bestuurlijke maatregel sluiten een repressief middel is om de openbare orde te herstellen en derhalve niet toereikend is in kader van een (preventieve) aanpak van ondermijning;

     

  • -

    een vergunningplicht geldt voor gevestigde en toekomstige ondernemingen die in een gebied of gebouw actief zijn en derhalve ook een preventief middel is tegen vestiging van mogelijk (nieuwe) malafide ondernemers;

     

  • -

    strafrechtelijk vervolgen eveneens niet toereikend is om ondermijnende activiteiten in een onderneming te weren, omdat ook bij een stafrechtelijke vervolging van personen betrokken bij een onderneming, de ondermijnende activiteiten in een onderneming doorgang kunnen vinden, bijv. door het inzetten van personen uit het (mogelijk criminele) netwerk en stromanconstructies;

     

  • -

    gezien het vorenstaande en de beperkte bestuurlijke instrumenten in kader van de ondermijningsaanpak, het instellen van een vergunningplicht, die een voorafgaande integrale toets van de bedrijfsvoering inclusief financiering mogelijk maakt, derhalve noodzakelijk en doelmatig is;

     

  • -

    door invoering van een vergunningplicht een instrument voorhanden is om in geval van een negatieve beoordeling van een andere aanvraag voor een exploitatievergunning van een betrokkene de vergunningplicht ook van toepassing te laten zijn voor panden waarin de betrokkene eveneens exploiteert;

     

  • -

    de invoering van een pandgerichte vergunningplicht niet discriminatoir is, omdat voor alle negatief beoordeelde ondernemingen geldt dat vestigingen elders in de stad aangewezen kunnen worden;

     

  • -

    door het instellen van een vergunningplicht op het pand Nieuwendijk 163 toezicht en handhaving op de bedrijfsmatige activiteiten mogelijk wordt;

     

  • -

    gezien de signalen die teven verband houden met de bedrijfsvoering het noodzakelijk wordt geacht dat er tijdens openingstijden een leidinggevende aanwezig is in het pand;

     

  • -

    door invoering van een aanwezigheidsverplichting van een leidinggevende screening, toezicht en handhaving mogelijk is op wie er daadwerkelijk verantwoordelijk is voor de dagelijkse leiding in de winkel gedurende de openingstijden;

     

  • -

    het instrument gerechtvaardigd is gezien de ondermijnende activiteiten die zich vermoedelijk in het pand voordoen en de noodzaak om geen criminele activiteiten te faciliteren.

Brengt ter algemene kennis dat zij op 9 juli 2025 heeft besloten:

  • A)

    Het pand Nieuwendijk 163, kadastraal bekend als ASD04 F 03788 G 0000, aan te wijzen als pand waarin het exploiteren van de aldaar planologisch toegestane bedrijfsmatige activiteiten in de vorm van detailhandel niet is toegestaan zonder te beschikken over een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 3.64 van de APV.

  • B)

    Dat gedurende openingstijden van de bedrijfsmatige activiteit een leidinggevende aanwezig is, zoals vastgelegd in artikel 2.16a lid 3 van de APV.

  • C)

    De Wet Bibob van toepassing is op de vergunningsaanvraag.

  • D)

    De termijn als bedoeld in artikel 3.69 van de APV, waarop de vergunningplicht in werking treedt voor bedrijfsmatige activiteiten in de vorm van detailhandel die op het tijdstip van de aanwijzing reeds worden uitgeoefend, vast te stellen op direct, met dien verstande dat indien een aanvraag om vergunning is ingediend de bedrijfsmatige activiteiten in principe kunnen worden voortgezet totdat op de aanvraag een besluit is genomen.

  • E)

    Gelet op bovenstaande de termijn op direct is vastgesteld vanwege het risico op doorverkoop en stromanconstructies.

  • F)

    De termijn waarbinnen de vergunning aangevraagd moet worden en waarna handhavend opgetreden kan worden vast te stellen op vier weken na inwerkingtreding van dit besluit.

  • G)

    Dit besluit in werking te laten treden op de dag na die van bekendmaking in het Gemeenteblad en te laten voortduren tot drie jaar nadien, tenzij de openbare orde, veiligheid en/of ondermijning eerdere intrekking ervan toestaat of verlenging ervan vergt. Het besluit kan worden aangehaald als “Aanwijzingsbesluit Nieuwendijk 163”.

Burgemeester van Amsterdam voornoemd,

Femke Halsema

Niet eens met dit besluit?

Bent u het niet eens met dit besluit? Dan kunt u binnen zes weken na de datum op deze brief bezwaar maken. In uw bezwaarschrift moet staan: uw naam, adres, woonplaats, telefoonnummer, de datum waarop u het bezwaarschrift schrijft en uw handtekening, het kenmerknummer van dit besluit en de reden waarom u bezwaar maakt. Stuur ook een kopie van deze brief mee. Stuur uw bezwaarschrift naar: De burgemeester van Amsterdam, Directie Juridische Zaken, Postbus 202, 1000 AE Amsterdam.

Naar boven