Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang Loon op Zand 2025
Het college van burgemeester en wethouders van Loon op Zand besluit;
gelet op artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht en
gelet op de artikelen 1.61, eerste lid, 1.65, eerste en vierde lid, 1.66 en 1.72, eerste lid Wet kinderopvang;
besluit vast te stellen de navolgende Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang Loon op Zand 2025:
Hoofdstuk1 Algemene bepalingen
Artikel1:1 Begripsomschrijvingen
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- boetebedrag:
bedrag van de op te leggen bestuurlijk boete, vastgesteld per overtreding in het bijgevoegde afwegingsmodel;
- college:
college van burgemeester en wethouders van de gemeente Loon op Zand;
- houder:
houder van een kinderopvangvoorziening en/of gastouderbureau;
- kinderopvangvoorziening:
kindercentrum voor dagopvang, kindercentrum voor buitenschoolse opvang en/of voorziening voor gastouderopvang, als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid Wet kinderopvang;
- kwaliteitseisen:
eisen als bedoeld in de artikelen 1.65, eerste lid en 1.72, eerste lid Wet kinderopvang;
- prioriteit:
mate van ernst van de overtreding, waarbij hoog ernstig is, vastgesteld per overtreding in het bijgevoegde afwegingsmodel;
- recidive:
dezelfde of soortgelijke overtreding van een kwaliteitseis op een kinderopvangvoorziening begaan door dezelfde houder of gastouder binnen twee jaar.
Artikel1:2 Toepassingsbereik
Deze beleidsregels zijn van toepassing op de handhaving naar aanleiding voor houder en kinderopvangvoorzieningen op grond van de Wet kinderopvang en onderliggende regelgeving in de gemeente Loon op Zand.
Artikel1:3 Handhaving
1.
Het college handhaaft aan de hand van de prioriteiten en boetebedragen uit het afwegingsmodel dat als bijlage bij deze beleidsregels is opgenomen. Het afwegingsmodel maakt integraal deel uit van deze beleidsregels.
2.
Het college kan gelijktijdig een herstelmaatregel en een bestuurlijke boete opleggen voor dezelfde overtreding.
3.
Als een overtreding niet in de beleidsregels opgenomen is, zoekt het college aansluiting bij vergelijkbare overtredingen in de beleidsregels.
Artikel1:4 Onderwerpen van handhaving
1.
Het college handhaaft de kwaliteitseisen per kinderopvangvoorziening.
2.
Het college kan handhaven per houder, als deze dezelfde overtreding bij verschillende kinderopvangvoorzieningen begaat.
3.
Het college kan een aanwijzing geven en een sanctie opleggen op het moment van de overtreding.
Hoofdstuk2. Toezicht GGD
Inleiding GGD
Sinds de invoering van de Wet kinderopvang op 1 januari 2005 is het toezicht op kinderopvang wettelijk geregeld. Gemeenten zijn sindsdien verantwoordelijk voor het toezicht op lokaal niveau, ook wel het eerstelijns toezicht genoemd. Zij zien erop toe dat kinderopvangorganisaties voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen en treden handhavend op wanneer dat nodig is.
In onze gemeente voert GGD Hart voor Brabant dit toezicht namens de gemeente uit. De GGD inspecteert kinderopvanglocaties, beoordeelt of zij aan de gestelde eisen voldoen en rapporteert haar bevindingen. De gemeente gebruikt deze rapportages om te bepalen of handhaving nodig is. Zo zorgen we samen voor veilige en kwalitatieve kinderopvang in onze regio.
Artikel2:1 Herstelaanbod
De GGD kan in de toezichtfase een herstelaanbod doen aan de houder. De houder is vrij om wel of niet van dit aanbod gebruik te maken. Accepteert de houder het herstelaanbod dan wordt schriftelijk vastgelegd wat verwacht wordt om de tekortkoming op te lossen en binnen welke termijn. Dit traject maakt onderdeel uit van de inspectie en wordt vastgelegd in het inspectierapport. Indien de tekortkoming niet -tijdig- wordt opgelost of de houder geen gebruik maakt van het herstelaanbod, zal de tekortkoming op de reguliere wijze in het inspectierapport worden opgenomen en volgt een advies tot handhaving.
Het doel van het herstelaanbod is om:
a.
op een niet-formele wijze en zonder gebruikmaking van een handhavingsinstrument de overtreding te herstellen of te beëindigen
b.
de nalevingsbereidheid te versterken
c.
wederzijds begrip en dialoog tussen de toezichthouder en de houder te bevorderen
Een herstelaanbod kan binnen het onderzoek éénmalig toegepast worden. Na afloop van de geboden hersteltermijn beoordeelt de toezichthouder of het betreffende voorschrift alsnog wordt nageleefd en de geconstateerde tekortkoming is hersteld of de overtreding is beëindigd. Deze informatie wordt in het inspectierapport vastgelegd. Blijkt tijdens de herbeoordeling dat het voorschrift nog niet (volledig) wordt nageleefd, dan wordt er geen tweede herstelmogelijkheid geboden maar volgt een advies aan de gemeente tot verdere afhandeling conform het gemeentelijke (handhavings)beleid.
Voor elk voorschrift dat niet nageleefd wordt kan in principe een herstelaanbod gedaan worden, tenzij:
a.
De geconstateerde overtreding een recidive betreft;
b.
Er teveel voorschriften niet nageleefd worden waardoor binnen de beoogde hersteltermijn geen (volledige) naleving te realiseren valt.
c.
De te nemen maatregel voor naleving van het voorschrift niet binnen de beoogde hersteltermijn (1 dag tot maximaal 4 weken) te realiseren is.
Hoofdstuk3: Toezicht gemeente
Inleiding
Een goede en veilige kinderopvang is essentieel voor de ontwikkeling van jonge kinderen en het vertrouwen van ouders. Gemeenten spelen hierin een belangrijke rol door toezicht te houden op de kwaliteit van kinderopvangvoorzieningen. Dit gemeentelijk toezicht wordt uitgevoerd op basis van de Wet kinderopvang en vindt plaats in samenwerking met de GGD.
Om de kwaliteit van dit toezicht te waarborgen, kijkt ook het Rijk mee. De Inspectie van het Onderwijs voert namens het Rijk het zogenoemde tweedelijns toezicht uit. Zij beoordeelt of gemeenten hun toezichthoudende en handhavende taken op een uniforme en effectieve manier uitvoeren. Deze vorm van toezicht draagt bij aan een landelijk sluitend systeem waarin voortdurende kwaliteitsverbetering centraal staat.
Onze gemeente hecht grote waarde aan zorgvuldige uitvoering van deze taak. Sinds december 2011 beschikken wij over de A-status, een erkenning dat wij voldoen aan de landelijke eisen voor toezicht en handhaving. Deze status behouden we tot op de dag van vandaag.
Artikel3:1 Herstelmaatregelen
1.
Het college legt een herstelmaatregel op om de overtreding te beëindigen of om herhaling van de overtreding te voorkomen.
2.
Het college volgt bij het opleggen van een herstelmaatregel de volgende stappen:
stap 1: Waarschuwing
stap 2: Voornemen tot opleggen van aanwijzing
stap 3: Aanwijzing
stap 4: Last onder dwangsom, last onder bestuursdwang of exploitatieverbod;
stap 5 : Intrekking van de beschikking waarin toestemming tot exploitatie is gegeven én verwijdering uit het landelijk register kinderopvang.
3.
Het college kan de stappen, bedoeld in het tweede lid, overslaan of meerdere keren toepassen, als de overtreding of de omstandigheden waaronder deze is begaan hiertoe aanleiding geven.
4.
Het college kan beginnen met stap 3, bedoeld in het tweede lid, als sprake is van recidive.
5.
Bij het geven van een aanwijzing of het opleggen van een last gelden de volgende hersteltermijnen dan wel begunstigingstermijnen in het geval van een last onder dwangsom/ last onder bestuursdwang:
a.
prioriteit hoog: maximaal twee (2) weken;
b.
prioriteit gemiddeld: maximaal twee (2) maanden.
c.
prioriteit laag: maximaal zes (6) maanden
6.
Het college kan een langere hersteltermijn geven, als de overtreding of de omstandigheden waaronder deze is begaan hiertoe aanleiding geven.
Artikel4:1 Bestuurlijke boete
1.
Het college kan een bestuurlijke boete opleggen bij een overtreding die in het afwegingsmodel is gekwalificeerd als een overtreding met een hoge prioriteit.
2.
Het college kan een bestuurlijke boete opleggen bij een overtreding die in het afwegingsmodel is gekwalificeerd als een overtreding met een gemiddelde prioriteit.
3.
De bestuurlijke boete die het college aan de gastouder oplegt, bedraagt 10% van het boetebedrag genoemd in het afwegingsmodel met inachtneming van de matiging of verhoging op grond van artikel 2:3.
4.
Het college kan , in afwijking van het derde lid, bij een overtreding die alleen door een gastouder kan worden begaan, het volledige boetebedrag voor die overtreding aan de gastouder opleggem.
5.
Als het afwegingsmodel bij de overtreding van een kwaliteitseis in een boetebedrag per onderdeel voorziet, is de som van deze bedragen nooit hoger dan het boetebedrag voor het in zijn geheel niet voldoen aan de kwaliteitseis.
Artikel4:2 Matiging of verhoging van de bestuurlijke boete
1.
Het college matigt ambtshalve de bestuurlijke boete met 50% als een bestuurlijke boete wordt opgelegd aan de houder waarbij nog geen reguliere inspectie, als bedoeld in artikel 1.62, tweede lid Wet kinderopvang heeft plaatsgevonden.
2.
Het college matigt ambtshalve de bestuurlijke boete met 50% als een bestuurlijke boete wordt opgelegd aan de houder van maximaal één kinderopvangvoorziening of één gastouderbureau waarbij het aantal kindplaatsen of bemiddelde kinderen bestaat uit:
a.
maximaal 16 kindplaatsen bij een kindercentrum voor dagopvang;
b.
maximaal 30 kindplaatsen bij een kindercentrum voor buitenschoolse opvang;
c.
maximaal 12 bemiddelde kinderen bij een gastouderbureau.
3.
Als met één feitelijke gedraging twee of meer overtredingen zijn begaan, legt het college alleen een bestuurlijke boete op voor de overtreding met het hoogste boetebedrag.
4.
Als door het niet voldoen aan de kwalificatie-eisen voorschoolse educatie ook het voorschrift inzake de beroepskracht-kindratio voorschoolse educatie wordt overtreden, legt het college, in afwijking van derde lid, alleen de bestuurlijke boete voor de eerstgenoemde overtreding op.
5.
Het college verhoogt ambtshalve de bestuurlijke boete met 50% als sprake is van recidive of als de overtreding met opzet is begaan.
6.
Het college kan de boete matigen, als de aard van de overtreding of de omstandigheden waaronder deze is begaan hiertoe aanleiding geven.
Hoofdstuk4. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel5:1 Overgangsrecht
Op overtredingen die zijn begaan vóór 1 juli 2025 blijven de Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang gemeente Loon op Zand 2019.
Artikel5:2 Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang Loon op Zand 2025.
Artikel5:3 Inwerkingtreding en intrekking
1.
Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking.
2.
Beleidsregels handhaving Wet op kinderopvang gemeente Loon op Zand 2019 wordt ingetrokken op het moment dat deze verordening in werking treedt.
Bijlage: Afwegingsmodel als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Beleidsregels handhaving kinderopvang Loon op Zand 2025
Begripsomschrijvingen
In dit afwegingsmodel wordt verstaan onder:
- Awb:
Algemene wet bestuursrecht;
- Besluit go:
Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang;
- Besluit ko:
Besluit kwaliteit kinderopvang;
- Besluit registers:
Besluit landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang;
kindercentrum voor (meertalige) buitenschoolse opvang, als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid Wko al dan niet meertalig als bedoeld in artikel 1.55, derde lid Wko;
- dagopvang:
kindercentrum voor (meertalige) dagopvang, als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid Wko al dan niet meertalig als bedoeld in artikel 1.55, derde lid Wko;
- gob:
gastouderbureau, als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid Wko;
- lrk:
landelijk register kinderopvang, als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid Wko;
- onverwijld:
maximaal vier weken bij een wijziging als bedoeld in artikel 1.47, eerste lid Wko;
- opc:
ouderparticipatiecrèche, als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid Wko;
- prk:
personenregister kinderopvang, als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid Wko;
- Regeling ehbo:
Regeling aanwijzing geregistreerde certificaten voor kinderopvang inzake met goed […] afgesloten onderricht verlenen van eerste hulp aan kinderen;
- Regeling go:
Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang;
- Regeling Wko:
Regeling Wet kinderopvang;
- ve:
voorschoolse educatie, als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid Wko;
- vgo:
voorziening voor gastouderopvang, als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid Wko;
- vog:
verklaring omtrent het gedrag, als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid Wko;
- Wko:
Wet kinderopvang.
HOOFDSTUK 1. KINDERCENTRA VOOR DAG- EN BUITENSCHOOLSE OPVANG
1.1Algemene voorwaarden kwaliteit en naleving
1.1.1 Registratie
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
Het kindercentrum wordt geëxploiteerd zonder dat uit onderzoek is gebleken dat dit zal plaatsvinden volgens de kwaliteitseisen.
Hoog
4e
€ 25.750
Wko artikel 1.45 lid 3 (dag, bso)
1.1.2 Wijzigingen
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
De wijziging in aangewezen gegevens is niet onverwijld gemeld aan het college.
Hoog
2e
€ 2.000
Wko artikel 1.47 lid 1 (dag, bso)
Besluit lrk artikel 7 lid 2, 3 (dag, bso) en artikel 5 lid 1, 2
1.1.3 Administratie
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
De kinderopvang vindt niet plaats op basis van een schriftelijke overeenkomst tussen de houder en de ouder.
Hoog
3e
€ 1000
per overeenkomst
Wko artikel 1.52 lid 1 (dag, bso)
b.
De administratie is niet op een manier ingericht dat op verzoek op tijd gegevens kunnen worden verstrekt.
Hoog
3e
€ 6.000
Regeling Wko artikel 11 lid 1 (dag, bso)
c.
De administratie is niet compleet.
Hoog
3e
€ 1.000
per onderdeel
Regeling Wko artikel 11 lid 2 (dag, bso)
1.1.4 Medewerking en naleving
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
De aanwijzing;
-
Het bevel;
-
De vordering tot medewerking;
wordt niet nagekomen.
Hoog
4e
€ 5.150
Wko artikel 1.65 lid 5 (dag, bso)
Awb artikel 5:20 (dag, bso)
b.
Het kindercentrum is in exploitatie ondanks een verbod hiertoe.
Hoog
4e
€ 25.750
Wko artikel1.66 (dag, bso)
1.1.5 Ouderparticipatie opvang
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
De opc voldoet niet aan de voorwaarden, waardoor geen sprake is van opc.
Hoog
€ 3.000
Wko artikel 1.60a (opc)
b.
Het pedagogisch beleidsplan (onderdeel opc) is niet compleet.
Gemiddeld
€ 1000
per onderdeel
Besluit ko artikel 19b (opc)
1.2 Pedagogisch klimaat
1.2.1 Pedagogisch beleid
Overtreding
Prioriteit
Boetebedrag
Categorie
Artikel
a.
Er is geen pedagogisch beleidsplan.
Hoog
€ 3.000
3e
Wkoartikel 1.50 lid 1 (dag, bso)
Besluit ko artikel 3 lid 1 (dag) en artikel 12 lid 1 (bso)
b.
Er wordt niet volgens het pedagogisch beleidsplan gehandeld.
Hoog
€ 3000
3e
c.
Het pedagogisch beleidsplan is niet compleet.
Gemiddeld
€ 1000
per onderdeel
3e
Wkoartikel 1.50 lid 1 (dag, bso)
Besluit ko artikel 3 lid 2, 3 (dag) en artikel 12 lid 2, 3 (bso)
1.2.2 Pedagogische praktijk
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
Er wordt geen verantwoorde kinderopvang geboden.
Hoog
3e
€ 8.000
Wko artikel 1.49 lid 1 en artikel 1.50 lid 1 (dag, bso)
Besluit ko artikel 2 (dag) en artikel 11 (bso)
1.2.3 Voorschoolse educatie
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
Het pedagogisch beleidsplan (onderdeel ve) is niet compleet.
Gemiddeld
3e
€ 1000
per onderdeel
Besluit ve artikel4a lid 1 (ve)
b.
Er wordt niet volgens het pedagogisch beleidsplan (onderdeel ve) gehandeld.
Hoog
3e
€ 3000
Besluit ve artikel4a lid 2 (ve)
c.
De uitvoering van het pedagogisch beleidsplan (onderdeel ve) wordt niet geëvalueerd of actueel gehouden
Gemiddeld
3e
€ 1000
per onderdeel
Besluit ve artikel4a lid 2 (ve)
d.
Er worden niet voldoende uren ve aangeboden.
Hoog
3e
€ 3.000
Besluit ve artikel 2 (ve)
e.
De beroepskracht ve-kindratio wordt niet nageleefd.
Hoog
3e
€ 3.000
Besluit ve artikel 3 lid 1 (ve)
f.
De maximale groepsgrootte ve wordt overschreden.
Hoog
2e
€ 3.000
Besluit ve artikel3 lid 2 (ve)
g.
De beroepskracht ve:
heeft niet het juiste diploma; of
Hoog
3e
€ 3.000
Besluit ve artikel4 lid 1, 2 (ve)
Regeling Wko artikel 10c (ve)
h.
beheerst niet aantoonbaar minstens niveau 3F voor mondelinge taalvaardigheid en lezen.
Hoog
3e
€ 3000
Besluit ve artikel4 lid 3a (ve)
i.
Er is geen jaarlijks opleidingsplan voor elke ve locatie.
Gemiddeld
3e
€ 3000
Besluit ve artikel 4 lid 4 (ve)
j.
Het opleidingsplan is niet compleet.
Er wordt niet volgens het opleidingsplan gehandeld.
Het opleidingsplan wordt niet geëvalueerd of actueel gehouden.
De pedagogisch beleidsmedewerker wordt niet ingezet voor het verhogen van de kwaliteit van de ve.
Hoog
3e
€ 3.000
Besluit ve artikel2a lid 1 (ve)
b.
De pedagogisch beleidsmedewerker wordt niet juist ingezet voor de ve.
Hoog
3e
€ 3.000
Besluit ve artikel2a lid 2 (ve)
c.
De inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker voor de ve omvat te weinig uren.
Hoog
3e
€ 3.000
Besluit ve artikel2a lid 3 (ve)
d.
Er wordt niet vastgelegd aan hoeveel doelgroepkinderen op 1 januari ve wordt geboden.
Gemiddeld
€ 500
Besluit ve artikel2a lid 4 (ve)
1.3 Personeel en groepen
1.3.1 Verklaring omtrent het gedrag en personenregister kinderopvang
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
De vog-plichtige:
-
is niet in het bezit van een geldige vog; of
als het een natuurlijk persoon betreft:
-
is niet ingeschreven in het prk; of
-
is niet gekoppeld aan de houder in het prk.
De persoon die niet voldoet aan de vog/prk-eisen is gestart met zijn werkzaamheden.
Hoog
3e
€ 2.000
per persoon
Wkoartikel 1.50 lid 3, 4 en artikel 1.48d lid 2, 3 (dag, bso)
b.
De geldige vog van de houder of van de persoon van 12 jaar of ouder is niet (op tijd) (opnieuw) overlegt op verzoek van de toezichthouder.
Hoog
3e
€ 2.000
Wko artikel1.50 lid 6, 8 (dag, bso)
c.
Er is niet verzocht dat de vog-plichtige (op tijd) opnieuw zijn geldige vog overlegt.
Hoog
3e
€ 2.000
Wko artikel1.50 lid 7 (dag, bso)
1.3.2 Opleidingseisen
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
De beroepskracht heeft niet het juiste diploma.
Hoog
3e
€ 2.000
Wko artikel 1.50 lid 1 (dag, bso)
Besluit ko artikel 6 lid 1 (dag) en artikel15 lid 1 (bso)
Regeling Wko artikel 7 lid 1 (dag) en artikel9a lid 1 (bso)
b.
De pedagogisch beleidsmedewerker heeft niet het juiste diploma.
Hoog
3e
€ 2.000
Wko artikel 1.50 lid 1 (dag, bso)
Besluit ko artikel 6 lid 3 (dag) en artikel15 lid 3 (bso)
Regeling Wko artikel 7 lid 2 (dag) en artikel 9a lid 3 (bso)
1.3.3 Aantal beroepskrachten en eisen aan de inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiairs
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
Er zijn onvoldoende beroepskrachten ingezet voor het aantal aanwezige opvangkinderen.
Hoog
3e
€ 4.000 (dag)
€ 2.000 (bso)
Wko artikel1.50 lid 1 (dag, bso)
Besluit ko artikel7 lid 1, 2, 4, 7 (dag) en artikel16 lid 1, 2, 4 (bso)
b.
Tijdens de uren dat volgens het pedagogisch beleidsplan minder beroepskrachten worden ingezet, is niet minstens de helft van de benodigde aantal beroepskrachten ingezet.
Hoog
3e
€ 1.000
Wko artikel1.50 lid 1 (dag, bso)
Besluit ko artikel7 lid 1, 2, 4, 7 (dag) en artikel16 lid 1, 2, 4 (bso)
c.
De beroepskracht in opleiding of de stagiair wordt niet volgens de cao ingezet.
Gemiddeld
3e
€ 500
per onderdeel
Wko artikel 1.50 lid 1 (dag, bso)
Regeling Wko artikel 9 (dag) en artikel 9c (bso)
d.
Het minimaal aantal in te zetten beroepskrachten bestaat uit teveel beroepskrachten in opleiding of stagiairs.
Hoog
3e
€2.000
e.
Bij de inzet van de beroepskracht in opleiding of de stagiair, is geen rekening gehouden met de opleidingsfase.
Hoog
3e
€ 2.000
Wko artikel 1.50 lid 1 (dag, bso)
Besluit ko artikel 7 lid 8 (dag) en artikel 16 lid 7 (bso)
f.
Er is geen volwassene beschikbaar in geval van een calamiteit.
Het personeel is niet geïnformeerd over de naam en het telefoonnummer van deze persoon.
Hoog
3e
€ 2.000
Wko artikel1.50 lid 1 (dag, bso)
Besluit ko artikel 7 lid 5 (dag) en artikel 16 lid 5 (bso)
g.
Er is ter ondersteuning van de beroepskracht niet minstens één andere volwassene in het kindercentrum aanwezig.
Hoog
3e
€ 2.000
Wko artikel1.50 lid 1 (dag, bso)Besluit ko artikel7 lid 6 (dag) en artikel 16 lid 6 (bso)
1.3.4 Inzet pedagogisch beleidsmedewerkers
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boete bedrag
Artikel
a.
Het minimaal aantal uren voor de jaarlijkse inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker, is niet afgestemd op het aantal in te zetten beroepskrachten en het aantal kindercentra dat wordt geëxploiteerd.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
Wko artikel 1.50 lid 1
Besluit ko artikel 8 lid 1, 2 (dag) en artikel 17 lid 1, 2 (bso)
b.
De (schriftelijke) urenverdeling van de inzet van de pedagogisch beleidsmedewerkers is niet jaarlijks bepaald.
De urenverdeling is niet inzichtelijk.
De urenverdeling is niet op een manier bepaald dat iedere beroepskracht jaarlijks coaching ontvangt.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
Wko artikel 1.50 lid 1
Besluit ko artikel 8 lid 3 (dag) en artikel 17 lid 3 (bso)
1.3.5 Stabiliteit van de opvang voor kinderen
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
De opvang vindt niet plaats in stam- of basisgroepen.
Het kind wordt opgevangen in meer dan één stam- of basisgroep.
Hoog
2e
€ 4.000 (dag)
€ 2.000 (bso)
Wko artikel 1.50 lid 1 (dag, bso)
Besluit ko artikel 9 lid 1, 2 (dag) en artikel 18 lid 1, 2 (bso)
b.
De maximale groepsgrootte (afgestemd op leeftijd) wordt overschreden.
Hoog
2e
€ 2.000
c.
De ouders en het kind worden niet geïnformeerd over de stamgroep en de toegewezen beroepskrachten.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
Wko artikel 1.50 lid 1 (dag)
Besluit ko artikel 9 lid 3 (dag)
d.
Aan het kind zijn teveel vaste beroepskrachten toegewezen.
Van het kind is geen vaste beroepskracht werkzaam op de stamgroep.
Hoog
2e
€ 2.000
Wko artikel 1.50 lid 1 (dag)
Besluit ko artikel 9 lid 4 (dag)
e.
Het kind maakt tijdens de week gebruik van meer dan twee verschillende stamgroepruimtes.
Gemiddeld
2e
€ 2.000
Wko artikel 1.50 lid 1 (dag)
Besluit ko artikel 9 lid 6 (dag)
f.
Er is geen toestemming door de ouders gegeven voor de opvang in een andere stamgroep. De toestemming voldoet niet aan de voorwaarden.
Hoog
2e
€ 1.000 (dag)
€ 500 (bso)
Wko artikel 1.50 lid 1 (dag)
Besluit ko artikel 9 lid 9 (dag) en artikel 18 lid 4 (bso)
g.
Aan het kind is geen mentor toegewezen.
De mentor is geen beroepskracht van het kind.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
Wko artikel 1.50 lid 1 (dag, bso)
Besluit ko artikel 9 lid 11 (dag) en artikel 18 lid 5 (bso)
h.
De mentor bespreekt de ontwikkeling van het kind niet periodiek met de ouders.
De mentor is voor de ouders geen aanspreekpunt bij vragen over het kind.
Gemiddeld
2e
€ 500
1.3.6 Gebruik van de voertaal
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
De Nederlandse taal wordt niet als voertaal gebruikt.
Hoog
2e
€ 2.000
Wko artikel1.55 lid 1 (dag, bso)
b.
Er is geen gedragscode of hier wordt niet naar gehandeld.
Hoog
2e
€ 1.000
Wko artikel1.55 lid 2 (dag, bso)
c.
Het percentage van de openingstijd (van de meertalige kinderopvang) waarbij Duits, Engels of Frans als taal wordt gebruikt, is te hoog.
Hoog
2e
€ 2.000
Wko artikel1.55 lid 3, 4 (dag, bso)
Besluit ko artikel9c (dag, bso)
d.
De beroepskracht meertalige kinderopvang beheerst niet aantoonbaar voldoende de andere taal (Duits, Engels of Frans).
Hoog
2e
€ 2.000
Wko artikel1.50 lid 1 (dag, bso)
Regeling Wko artikel7a (dag, bso)
1.4 Veiligheid en gezondheid
1.4.1 Veiligheids- en gezondheidsbeleid
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
Er is geen (schriftelijk) veiligheids- en gezondheidsbeleid.
Hoog
2e
€ 3.000
Wko artikel 1.50 lid 1 (dag, bso)Wko artikel 1.50 lid 1 (dag)
Besluitko artikel 4 lid 4 (dag)
b.
Er is niet voldaan aan het vierogenprincipe.
Hoog
2e
€ 2.000
c.
Er wordt niet volgens het veiligheids- en gezondheidsbeleid gehandeld.
Hoog
2e
€ 500
per onderdeel
Besluit ko artikel 4 lid 1, 2 (dag) en artikel13 lid 1, 2 (bso)
d.
Het veiligheids- en gezondheidsbeleid wordt niet geëvalueerd of actueel gehouden.
Gemiddeld
2e
€ 500
per onderdeel
Wko artikel 1.50 lid 1 (dag, bso)
Besluit ko artikel4 lid 2 (dag) en artikel 13 lid 2 (bso)
e.
Het veiligheids- en gezondheidsbeleid is niet compleet.
Gemiddeld
2e
€ 500
per onderdeel
Wko artikel 1.50 lid 1 (dag, bso)Besluit ko artikel4 lid 3, 4 (dag) en artikel 13 lid 3 (bso)
f.
Er is niet altijd minstens één volwassene per kindercentrum aanwezig die gekwalificeerd is voor het verlenen van eerste hulp aan kinderen.
Hoog
2e
€ 2.000
Wko artikel 1.50 lid 1 (dag, bso)
Besluit ko artikel 4 lid 5 (dag) en artikel13 lid 4 (bso)
Regeling Wko artikel8 (dag) en artikel9b (bso)
Regeling ehbo artikel 1 (dag, bso)
1.4.2 Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
Er is geen meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.
In de meldcode is niet stapsgewijs aangegeven hoe met signalen wordt omgegaan.
De meldcode draagt niet bij aan het zo snel en adequaat mogelijk bieden van hulp.
Hoog
2e
€ 3.000
Wko artikel 1.51a lid 1 (dag, bso)
b.
De meldcode is niet compleet.
Gemiddeld
2e
€ 500
per onderdeel
Wko artikel 1.51a lid 1 (dag, bso)
Besluit ko artikel5 lid 1, 2 (dag) en artikel14 lid 1, 2 (bso)
c.
De kennis en het gebruik van de meldcode wordt niet bevorderd.
Hoog
2e
€ 2.000
Wko artikel 1.51a lid 4 (dag, bso)
1.4.3 Meld-, overleg- en aangifteplicht
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
Er is niet, nadat bekend is geworden dat het personeelslid zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan een zedenmisdrijf of mishandeling jegens een opvangkind, onverwijld in overleg gegaan met de aangewezen deskundige.
Hoog
2e
€ 2.000
Wko artikel1.51b lid 1 (dag, bso)
b.
Er is niet onverwijld aangifte bij een opsporingsambtenaar gedaan, nadat uit het overleg met de deskundige is geconcludeerd dat sprake is van een redelijk vermoeden dat de betreffende persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een zedenmisdrijf of mishandeling. De deskundige is niet onverwijld geïnformeerd van de aangifte.
Hoog
2e
€ 2.000
Wko artikel1.51b lid 2 (dag, bso)
c.
De kennis en het gebruik van de handelswijze met betrekking tot misdrijven wordt niet bevorderd.
Hoog
2e
€ 2.000
Wko artikel1.51b lid 5 en artikel 1.51c lid 3 (dag, bso)
1.5 Accommodatie
1.5.1 Eisen aan ruimtes
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
De binnen- of buitenruimtes zijn niet:
-
veilig;
-
toegankelijk;
-
passend ingericht.
Hoog
2e
€ 2.000
Wko artikel 1.50 lid 1 (dag, bso)
Besluit ko artikel10 lid 1 (dag) en artikel 19 lid 1 (bso)
b.
De stamgroep beschikt niet over een afzonderlijke vaste stamgroepruimte.
Hoog
2e
€ 2.000
per groep
Wko artikel 1.50 lid 1 (dag, bso)
Besluit ko artikel 10 lid 2 (dag) en artikel 19 lid 2 (bso)
c.
Per aanwezig kind is niet minstens 3,5 m2 binnenspeelruimte beschikbaar.
Hoog
2e
€ 3.000
d.
Per aanwezig kind is niet minstens 3m2 vaste buitenspeelruimte beschikbaar.
Gemiddeld
2e
€ 2.000
Wko artikel 1.50 lid 1 (dag, bso)
Besluit ko artikel 10 lid 3 (dag) en artikel 19 lid 3 (bso)
e.
De buitenspeelruimte is niet aangrenzend (dag).
De buitenspeelruimte is niet in de directe nabijheid van het kindercentrum en veilig bereikbaar (bso).
Gemiddeld
2e
€ 1.000
f.
Er is geen afzonderlijke slaapruimte.
Hoog
2e
€ 2.000
Wko artikel 1.50 lid 1 (dag, bso)
Besluit ko artikel 10 lid 4 (dag)
1.6 Ouderrecht
1.6.1 Informatie
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
De ouders en een ieder die daar om verzoekt, worden niet geïnformeerd over het te voeren beleid als bedoeld in paragraaf 2 ‘Eisen’ van de Wko.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
Wko artikel 1.54 lid 1 (dag, bso)
b.
De ouders en het personeel worden niet (juist) geïnformeerd over het inspectierapport.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
Wko artikel 1.54 lid 2, 3 (dag, bso)
c.
De ouders worden niet (juist) geïnformeerd over de geschillencommissie.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
Wko artikel 1.57c lid 2 (dag, bso)
d.
De ouders worden niet geïnformeerd over de tijden waarop wel en niet wordt afgeweken van de beroepskracht-kindratio.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
Besluit ko artikel3 lid 4 (dag) en artikel 12 lid 4 (bso)
1.6.2 Oudercommissie
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
Er is geen reglement oudercommissie.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
Wko artikel 1.59 lid 1 en artikel 1.58 lid 3 (dag, bso)
b.
Het reglement oudercommissie voldoet niet aan de voorwaarden.
Gemiddeld
2e
€ 200
per onderdeel
Wko artikel 1.59 lid 2, 3, 4, 5 (dag, bso)
c.
Er is geen oudercommissie ingesteld.
Er zijn niet voldoende inspanningen gedaan om de oudercommissie in te stellen.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
Wko artikel 1.58 lid 1, 2 (dag, bso)
d.
De oudercommissie voldoet niet aan de voorwaarden.
Gemiddeld
2e
€ 200
per onderdeel
Wko artikel 1.58 lid 4, 5, 6 (dag, bso)
e.
De ouders worden niet voldoende betrokken.
De ouders wordt niet de gelegenheid geboden om deel te nemen aan de oudercommissie.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
Wko artikel 1.58 lid 3 (dag, bso)
1.6.3 Klachten en geschillen
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
Er is voor aangewezen zaken geen (schriftelijke) klachtenregeling voor ouders.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
Wko artikel 1.57b lid 1, 2 (dag, bso)
b.
De klachtenregeling is niet compleet.
Gemiddeld
2e
€ 200
per onderdeel
Wko artikel 1.57b lid 2 (dag, bso)
c.
De ouders worden niet geïnformeerd over de klachtenregeling of wijzigingen hiervan.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
Wko artikel 1.57b lid 3 (dag, bso)
d.
Er wordt niet gehandeld volgens de klachtenregeling.
Gemiddeld
2e
€ 200
per onderdeel
e.
Er is geen jaarlijks klachtenverslag.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
Wko artikel 1.57b lid 4 (dag, bso)
Regeling Wko artikel 11h (dag, bso)
f.
Het klachtenverslag is niet compleet.
Gemiddeld
2e
€ 200
per onderdeel
g.
Het klachtenverslag voldoet niet aan de voorwaarden.
Gemiddeld
2e
€ 200
per onderdeel
Wko artikel 1.57b lid 5, 6 (dag, bso)
h.
Het klachtenverslag is niet op tijd aan de toezichthouder verzonden en de ouders zijn hierover niet gelijktijdig (juist) geïnformeerd.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
Wko artikel 1.57b lid 8 (dag, bso)
i.
Er is geen aansluiting bij een erkende geschillencommissie voor het behandelen van aangewezen geschillen.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
Wko artikel 1.57c lid 1 (dag, bso)
HOOFDSTUK 2. GASTOUDERBUREAUS EN VOORZIENINGEN VOOR GASTOUDEROPVANG
2.1 Algemene voorwaarden kwaliteit en naleving
2.1.1 Registratie
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
Het gob of de vgo wordt geëxploiteerd zonder dat uit onderzoek is gebleken dat dit zal plaatsvinden volgens de kwaliteitseisen.
Hoog
3e
€ 25.750
Wko artikel 1.45 lid 3 (gob, vgo)
b.
Gastouderopvang vindt niet plaats op basis van een schriftelijke overeenkomst tussen de houder en de ouder.
Hoog
3e
€ 500
per overeenkomst
Wko artikel 1.56 lid 4 (gob)
2.1.2 Wijzigingen
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
De wijziging in aangewezen gegevens is niet onverwijld gemeld aan het college.
Hoog
2e
€ 1.000
Wko 1.47 lid 1 (gob)
Besluit lrk 7 lid 2, 3 en 5 lid 1 en 2 (gob)
2.1.3 Administratie gastouderbureau
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
De administratie is niet op een manier ingericht dat op verzoek op tijd gegevens kunnen worden verstrekt.
Hoog
2e
€ 6.000
Wko artikel1.56 lid 1 (gob)
Regeling Wko artikel11 lid 1 (gob)
b.
De administratie is niet compleet.
Hoog
2e
€ 1.000
per onderdeel
Regeling Wko artikel11 lid 2, 3 (gob)
Besluit go artikel 7 lid 4 (gob)
2.1.4 Medewerking en naleving
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
-
De aanwijzing;
-
Het bevel;
-
De vordering tot medewerking;
wordt niet nagekomen.
Hoog
3e
€ 5.150
Wko artikel 1.65 lid 5 en artikel 1.56 lid 1 en artikel 1.65 lid 5 (gob, vgo)
Awb artikel 5:20 lid 1 (gob, vgo)
b.
Het gob of de vgo is in exploitatie ondanks een verbod hiertoe.
Hoog
2e
€ 25.750
Wko artikel 1.66 (gob, vgo)
2.2 Pedagogisch beleid en klimaat
2.2.1 Pedagogisch beleidsplan
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
Er is geen pedagogisch beleidsplan.
Hoog
2e
€ 3.000
Wko artikel 1.56 lid 1 (gob)
Besluit go artikel 11 lid 1 (gob)
b.
Het pedagogisch beleidsplan is niet compleet.
Gemiddeld
2e
€ 500
per onderdeel
Wko artikel 1.56 lid 1 (gob)
Regeling go artikel 12a lid 1 (gob)
c.
Er wordt niet volgens het pedagogisch beleidsplan gehandeld.
Hoog
2e
€ 50
per onderdeel
Wko artikel 1.56b lid 1 (vgo)
Besluit go artikel 16 (vgo)
d.
De vraagouders worden niet geïnformeerd over het pedagogisch beleidsplan.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
Regeling go artikel12a lid 2 (gob)
2.2.2 Pedagogische praktijk
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
Er wordt niet gezorgd voor verantwoorde gastouderopvang.
Hoog
2e
€ 8.000
Wko artikel 1.49 lid 4 onder a en artikel 1.56 lid 1 (gob)
b.
Er wordt geen verantwoorde gastouderopvang geboden.
Hoog
2e
€ 800
Wko artikel 1.49 lid 3 en artikel 1.56b lid 1 (vgo)
2.3 Personeel gastouderbureau en eisen aan de gastouder
2.3.1 Verklaring omtrent het gedrag en personenregister kinderopvang
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
De vog-plichtige:
-
is niet in het bezit van een geldige vog; of als het een natuurlijk persoon betreft:
-
is niet ingeschreven in het prk; of
-
is niet gekoppeld aan de houder in het prk.
•
De persoon die niet voldoet aan de vog/prk-eisen is gestart met zijn werkzaamheden.
Hoog
3e per ontbrekende vog, inschrijbing en/of koppeling
€ 2.000
per persoon
Wko artikel 1.56 lid 3 en artikel 1.50 lid 3 (gob), lid 4 (gob, vgo), en artikel 1.56b lid 3 (vgo) en artikel 1.48d lid 2, 3 (gob)
b.
De geldige vog van de houder of van de persoon van 12 jaar of ouder is niet (op tijd) (opnieuw) overlegt op verzoek van de toezichthouder.
Hoog
3e
€ 2.000
Wko artikel 1.56 lid 3 en artikel 1.50 lid 6, 8 (gob) en artikel 1.56b lid 7 (vgo)
c.
Er is niet verzocht dat de vog-plichtige (op tijd) opnieuw zijn geldige vog overlegt.
Hoog
3e
€ 2.000
Wko artikel 1.56 lid 3 en artikel1.50 lid 7 en artikel 1.56b lid 5 (gob)
2.3.2 Personeelsformatie per gastouder
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
Er wordt niet jaarlijks per gastouder minstens 16 uur aan begeleiding en bemiddeling besteedt.
Hoog
2e
€ 2.000
per vgo
Regeling go artikel 11b lid 2 (gob)
2.3.3 Deskundigheid gastouder
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
De gastouder heeft niet het juiste diploma.
Hoog
2e
€ 2.000
Wko artikel 1.56 lid 1 (gob) en artikel 1.56b lid 1 (vgo)
Besluit go artikel 13 lid 1 onder a, 2 (vgo)
Regeling Wko artikel 10 lid 1, 2, artikel 10a lid 1, 2, artikel 10b lid 1, 2 (vgo)
b.
De gastouder is niet gekwalificeerd voor het verlenen van eerste hulp aan kinderen.
Hoog
2e
€ 200
Wko artikel 1.56b lid 1 (vgo)
Besluit go artikel 13 lid 1 onder b, 3 (vgo)
Regeling Wko artikel 10d (vgo)
Regeling ehbo artikel 1 (vgo)
2.3.4 Gebruik van de voorgeschreven voertaal
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
De Nederlandse taal wordt niet als voertaal gebruikt.
Hoog
2e
€ 200
Wko artikel1.55 lid 1 (vgo)
b.
Er is geen gedragscode of hier wordt niet naar gehandeld.
Hoog
2e
€ 1.000
Wko artikel1.55 lid 2 (gob, vgo)
2.4 Veiligheid en gezondheid
2.4.1 Risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
Er wordt geen veiligheids- en gezondheidsbeleid gevoerd.
Er is geen risico-inventarisatie.
Hoog
2e
€ 3.000
Wko artikel 1.51 (gob)
Besluit go artikel 7 lid 1 (gob)
b.
De risico-inventarisatie wordt niet actueel gehouden. De inventarisatie voldoet niet aan de voorwaarden.
Gemiddeld
2e
€ 500
per onderdeel
Wko artikel 1.51 (gob)
Besluit go artikel 7 lid 2 (gob)
Regeling go artikel11 lid 4 (vgo)
c.
De risico-inventarisatie is niet compleet.
Gemiddeld
2e
€ 500
per onderdeel
Wko artikel 1.51 (gob)
Besluit go artikel 7 lid 3, 5 (gob)
Regeling go artikel11 lid 1, 3 (gob, vgo)
d.
De risico-inventarisatie is niet inzichtelijk voor vraagouders.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
Besluit go artikel 7 lid 3 (gob)
e.
De risico-inventarisatie is niet aanwezig bij de vgo.
Gemiddeld
2e
€ 100
Besluit go artikel 12 lid 1 (vgo)Regeling go artikel 11 lid 1 (vgo)
f.
Er wordt niet volgens de risico-inventarisatie gehandeld.
Hoog
2e
€ 50
per onderdeel
Wko artikel1.56b lid 1 (vgo)
Besluit go artikel 12 lid 1 (vgo)
Regeling go artikel11 lid 2 (vgo)
2.4.2 Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
Er is geen meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.
In de meldcode is niet stapsgewijs aangegeven hoe met signalen wordt omgegaan.
De meldcode draagt niet bij aan het zo snel en adequaat mogelijk bieden van hulp.
Hoog
2e
€ 3.000
Wko artikel 1.51a lid 1 (gob)
b.
De meldcode is niet compleet.
Gemiddeld
2e
€ 500
per onderdeel
Wko artikel 1.51a lid 1 (gob)
Besluit go artikel8 lid 1, 2 (gob)
c.
De kennis en het gebruik van de meldcode wordt niet bevorderd.
Hoog
2e
€ 2.000
Wko artikel 1.51a lid 4 (gob)
2.4.3 Meld-, overleg-, en aangifteplicht
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
Er is niet, nadat bekend is geworden dat:
-
het personeelslid; of
-
de gastouder; of
-
de meerderjarige als bedoeld in artikel 1.56b lid 3 Wko
zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan een zedenmisdrijf of mishandeling jegens een opvangkind, onverwijld in overleg gegaan met de aangewezen deskundige.
Hoog
2e
€ 2.000
Wko artikel1.51b lid 1 (gob)
b.
Er is niet onverwijld aangifte bij een opsporingsambtenaar gedaan, nadat uit het overleg met de deskundige is geconcludeerd dat sprake is van een redelijk vermoeden dat de betreffende persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een zedenmisdrijf of mishandeling. De deskundige is niet onverwijld geïnformeerd van de aangifte.
Hoog
2e
€ 2.000
Wko artikel1.51b lid 2 (gob)
c.
Er is niet, nadat bekend is geworden dat de houder (een natuurlijk persoon) zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan een zedenmisdrijf of mishandeling jegens een opvangkind, onverwijld in overleg gegaan met de aangewezen deskundige.
Hoog
2e
€ 200
Wko artikel1.51c lid 1 (vgo)
d.
Er is niet onverwijld aangifte bij een opsporingsambtenaar gedaan, nadat uit het overleg met de deskundige is geconcludeerd dat sprake is van een redelijk vermoeden dat de houder zich schuldig heeft gemaakt aan een zedenmisdrijf of mishandeling.
Hoog
2e
€ 200
Wko artikel1.51c lid 2 (vgo)
e.
De kennis en het gebruik van de handelswijze met betrekking tot misdrijven wordt niet bevorderd.
Hoog
2e
€ 2.000
Wko artikel1.51b lid 5 en artikel 1.51c lid 3 (gob)
f.
Er wordt niet volgens de meldcode gehandeld.
Hoog
2e
€ 200
Wko artikel1.56b lid 1 (vgo)
2.5 Accommodatie en inrichting
2.5.1 Speel- en slaapruimte en buitenspeelmogelijkheid
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
Er is onvoldoende speelruimte.
Hoog
2e
€ 300
Wko artikel 1.56b lid 1 (vgo)
Besluit go artikel 15 lid 1 (vgo)
Regeling go artikel 14 lid 1 onder a (vgo)
b.
Er is onvoldoende (afzonderlijke) slaapruimte.
Hoog
2e
€ 200
Wko artikel 1.56b lid 1 (vgo)
Besluit go artikel 15 lid 1 (vgo)
Regeling go artikel 14 lid 1 onder a (vgo)
c.
Er zijn onvoldoende buitenspeelmogelijkheden. De mogelijkheden voldoen niet aan de voorwaarden.
Hoog
2e
€ 200
Wko artikel 1.56b lid 1 (vgo)
Besluit go artikel 15 lid 1 (vgo)
Regeling go artikel 14 lid 1 onder b (vgo)
d.
De binnen- of buitenruimtes zijn niet:
-
veilig;
-
toegankelijk;
passend ingericht.
Hoog
2e
€ 200
Wko artikel 1.56b lid 1 (vgo)
Besluit go artikel 15 lid 1 (vgo)
e.
Er zijn onvoldoende rookmelders. De rookmelder voldoet niet aan de voorwaarden.
Hoog
2e
€ 100
Wko artikel 1.56b lid 1 (vgo)
Regeling go artikel 14 lid 1 onder c (vgo)
f.
De vgo is niet altijd rookvrij.
Hoog
2e
€ 100
Wko artikel 1.56b lid 1 (vgo)
Regeling go artikel 14 lid 1 onder d (vgo)
g.
De ‘eisen ruimtes gastouderopvang’ worden niet jaarlijks gecontroleerd.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
per vgo
Wko artikel1.56 lid 1 (gob)
Regeling go artikel 14 lid 2 (gob)
2.5.2 Groepssamenstelling
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
De maximale groepsgrootte (afgestemd op leeftijd) wordt overgeschreden.
Hoog
2e
€ 2.000
Wko artikel 1.56 lid 1 (gob) en artikel 1.56b lid 1 (vgo)
Besluit go artikel 14 lid 1 (vgo)
Regeling go artikel 11b lid 1 (gob) en artikel 13 lid 1 (vgo)
2.5.3 Achterwacht
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
De telefonische bereikbaarheid is niet goed.
Gemiddeld
2e
€ 100
Wko artikel1.56b lid 1 (vgo)
Besluit go artikel 12 lid 2 (vgo)
b.
Er is geen volwassene beschikbaar in geval van een calamiteit.
Hoog
2e
€ 200
Wko artikel1.56b lid 1 (vgo)
Besluit go artikel 12 lid 2 (vgo)
Regeling go artikel 12 (vgo)
2.6 Ouderrecht
2.6.1 Informatie
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
De overeenkomst tussen de houder en de ouder voldoet niet aan de voorwaarden.
Hoog
2e
€ 500
per overeenkomst
Wko artikel 1.56 lid 4 (gob)
Regeling Wko artikel11b en artikel 11e (gob)
b.
De vraagouders en een ieder die daar om verzoekt, worden niet geïnformeerd over het te voeren beleid als bedoeld in paragraaf 2 ‘Eisen’ van de Wko.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
Wko artikel1.54a lid 1 (gob)
c.
De bereikbaarheid voor de vraagouders en de gastouder is niet goed. De vraagouders en de gastouder worden hierover niet geïnformeerd.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
Wko artikel1.56 lid 1 (gob)
Regeling go artikel11b lid 3 (gob)
d.
De vraagouders, het personeel en de gastouder worden niet (juist) geïnformeerd over het inspectierapport.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
Wko artikel1.54a lid 2, 3 (gob)
e.
De vraagouders worden niet (juist) geïnformeerd over de geschillencommissie.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
Wko artikel 1.57c lid 2 (gob)
2.6.2 Oudercommissie
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
Er is geen reglement oudercommissie.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
Wko artikel 1.59 lid 1 en artikel 1.58 lid 3 (gob)
b.
Het reglement oudercommissie voldoet niet aan de voorwaarden.
Gemiddeld
2e
€ 200
per onderdeel
Wko artikel 1.59 lid 2, 3, 4, 5 (gob)
c.
Er is geen oudercommissie ingesteld.
Er zijn niet voldoende inspanningen gedaan om de oudercommissie in te stellen.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
Wko artikel 1.58 lid 1, 2 (gob)
d.
De oudercommissie voldoet niet aan de voorwaarden.
Gemiddeld
2e
€ 200
per onderdeel
Wko artikel 1.58 lid 4, 5, 6 (gob)
e.
De vraagouders worden niet voldoende betrokken.
De vraagouders wordt niet de gelegenheid geboden om deel te nemen aan de oudercommissie.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
Wko artikel 1.58 lid 3 (gob)
2.6.3 Klachten en geschillen
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
Er is voor aangewezen zaken geen (schriftelijke) klachtenregeling voor vraagouders.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
Wko artikel 1.57b lid 1, 2 (gob)
b.
De klachtenregeling is niet compleet.
Gemiddeld
2e
€ 200
per onderdeel
Wko artikel 1.57b lid 2 (gob)
c.
De vraagouders worden niet geïnformeerd over de klachtenregeling of wijzigingen hiervan.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
Wko artikel 1.57b lid 3 (gob)
d.
Er wordt niet gehandeld volgens de klachtenregeling.
Gemiddeld
2e
€ 200
per onderdeel
e.
Er is geen jaarlijks klachtenverslag.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
Wko artikel 1.57b lid 4 (gob)
Regeling Wko artikel 11h (gob)
f.
Het klachtenverslag is niet compleet.
Gemiddeld
2e
€ 200
per onderdeel
g.
Het klachtenverslag voldoet niet aan de voorwaarden.
Gemiddeld
2e
€ 200
per onderdeel
Wko artikel 1.57b lid 5, 6 (gob)
h.
Het klachtenverslag is niet op tijd aan de toezichthouder verzonden en de vraagouders zijn hierover niet gelijktijdig (juist) geïnformeerd.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
Wko artikel 1.57b lid 8 (gob)
i.
Er is geen aansluiting bij een erkende geschillencommissie voor het behandelen van aangewezen geschillen.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
Wko artikel 1.57c lid 1 (gob)
2.7 Kwaliteit gastouderbureau en zorgplicht
2.7.1 Kwaliteitscriteria
Overtreding
Prioriteit
Categorie
Boetebedrag
Artikel
a.
De volgende gesprekken vinden niet plaats:
-
het intakegesprek met de gast- en de vraagouders;
-
het koppelingsgesprek met de gast- en de vraagouders;
-
het voortgangsgesprek met de gastouder.
De gesprekken voldoen niet aan de voorwaarden.
Hoog
2e
€ 1.000
per gesprek
Wko artikel1.56 lid 1 (gob) Regeling go artikel 11a lid 1 onder a, b, c, d, lid 2 (gob)
b. De gastouderopvang wordt niet geëvalueerd met de vraagouders. De evaluatie voldoet niet aan de voorwaarden.
Gemiddeld
2e
€ 1.000
per vgo
Wko artikel1.56 lid 1 (gob) Regeling go artikel 11a lid 1 onder e (gob)
c. De bemiddelingsmedewerker bezoekt niet minstens twee keer per jaar de vgo.
Hoog
2e
€ 1.000
per vgo
Wko artikel1.56 lid 1 (gob) Regeling go artikel 11a lid 1 onder f (gob)
d. De betalingen van de vraagouders aan de gastouders worden niet doorgeleidt.
Hoog
2e
€ 1.000
per vgo
Wko artikel 1.49 lid 4 onder b (gob)
e. Er wordt geen gebruik gemaakt van het burgerservicenummer van de vraagouder.
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.