Overwegingen ten aanzien van het besluit
overwegende, dat aan de Haarzijde in Rijssen een nieuw schoolgebouw en gymzaal worden gebouwd, waar de Haarschool met ingang van het schooljaar 2025-2026 gebruik van gaat maken;
dat voor de nieuwbouw van dit schoolgebouw en naastgelegen gymzaal een stedenbouwkundige visie is vastgesteld, waarin aandacht is besteed aan de verkeersstructuur in de omgeving van de school;
dat er in de bestaande situatie veel verkeer vanaf de Watermolen/Boomkamp, via de Huttenwal, Jan ter Horststraat en Westerstraat naar de Haarstraat rijdt;
dat uit eerder verkeersonderzoek is gebleken dat er wekelijks circa 12.000 auto’s over de Jan ter Horststraat rijden;
dat het vele autoverkeer, dat van deze route gebruik maakt, voor onveiligheid zorgt voor het schoolverkeer richting de Haarschool en voor het overige verkeer op met name de Jan ter Horststraat en Westerstraat;
dat de Jan ter Horststraat en Westerstraat gelet op de beperkte breedte van het wegprofiel en de inrichting van de weg niet geschikt zijn om veel autoverkeer te verwerken;
dat er bij de aansluiting van de Westerstraat op de Haarstraat vaak opstoppingen zijn door het vele autoverkeer dat vanaf de Westerstraat de Haarstraat op wil rijden;
dat er op het gedeelte van de Westerstraat tussen de Jan ter Horststraat en Haarzijde in de huidige situatie eenrichtingsverkeer geldt, waarbij bestuurders (uitgezonderd fietsers) op dit gedeelte van de Westerstaat alleen vanaf de Jan ter Horststraat richting de Haarstraat mogen rijden;
dat er op basis van de stedenbouwkundige visie voor gekozen is om eenrichtingsverkeer in te stellen voor het gedeelte van de Westerstraat tussen de parkeervakken (naast het pand Haarstraat 110) en de Haarzijde; dit in tegengestelde rijrichting als het bestaande eenrichtingsverkeer op het gedeelte van de Westerstraat tussen de Jan ter Horststraat en Haarzijde;
dat het autoverkeer vanaf de Watermolen/Boomkamp door het tegengestelde eenrichtingsverkeer op de Westerstraat geen gebruik meer kan maken van de genoemde sluiproute richting de Haarstraat;
dat het autoverkeer vanaf de Watermolen/Boomkamp via de Molenstalweg naar de Haarstraat kan rijden en de Molenstalweg bij uitstek geschikt is om dit verkeer te verwerken;
dat de woning Westerstraat 6 door de gemeente aangekocht en gesloopt is om het kruispunt Westerstraat-Haarzijde opnieuw in te kunnen richten;
dat dit kruispunt zodanig heringericht wordt, dat de inrichting daarvan aansluit bij het in te stellen eenrichtingsverkeer;
dat bij besluit van 17 oktober 2002 eenrichtingsverkeer (uitgezonderd fietsers) ingesteld is voor het gedeelte van de Haarzijde vanaf de Westerstraat tot aan de inrit van het parkeerterrein Huttenwal, in de rijrichting naar de Huttenwal;
dat het parkeerterrein Huttenwal ook wordt heringericht en dit parkeerterrein na de herinrichting geen in-/uitrit meer heeft aan de kant van de Haarzijde;
dat het daarom logisch en gewenst is om het bestaande eenrichtingsverkeer op de Haarzijde voor de gehele Haarzijde te laten gelden;
dat het beschreven verkeersmaatregelen ingesteld dienen te worden in het belang van het verzekeren van de veiligheid op de weg en het beschermen van weggebruikers en passagiers (artikel 2, lid 1 onder a. en b. van de Wegenverkeerswet 1994);
dat de verkeersmaatregelen uitgevoerd worden zodra de herinrichting van het kruispunt Westerstraat-Haarzijde, de Haarzijde en het parkeerterrein Huttenwal gereed is;
dat het plan voor de Herinrichting Haarzijde en omgeving Rijssen vanaf 31 maart tot en met 12 april 2025 ter inzage heeft gelegen en er tijdens deze termijn geen reacties binnen zijn gekomen over de in te stellen verkeersmaatregelen;
dat overeenkomstig artikel 24 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW) overleg heeft plaatsgevonden met de gemandateerd verkeersadviseur van politie-eenheid Oost Nederland;
gelet op de Wegenverkeerswet 1994, het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990) en het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW);