Verordening tot wijzigen van de Verordening Sociaal Domein Urk 2024

 

Artikel I De Verordening Sociaal Domein Urk 2024 wordt als volgt gewijzigd:

1. Inleiding verordening sociaal domein Urk

  • A.

    1. Inleiding verordening sociaal domein Urk wijzigt als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

1.1 Waarom deze regels?

1.1 Waarom deze regels?

In Nederland vinden we het belangrijk dat:

In Nederland vinden we het belangrijk dat:

  • Mensen mee kunnen doen aan de samenleving of aan het werk kunnen gaan.

  • Mensen een inkomen hebben waarmee ze rond kunnen komen.

  • Mensen hun financiën op orde hebben.

  • Mensen zoveel mogelijk kijken naar wat ze zelf kunnen (samen met het sociaal netwerk) om zichzelf te redden.

  • Mensen voor zichzelf kunnen zorgen.

  • Mensen een geschikte en schone woning hebben waarin zij kunnen wonen.

  • Jeugdigen gezond en veilig kunnen opgroeien.

  • Jeugdigen voldoende zelfredzaam kunnen zijn.

  • Jeugdigen voldoende maatschappelijk kunnen participeren.

  • Ouders zelfstandig voor hun kinderen kunnen zorgen.

  • Mensen mee kunnen doen aan de samenleving of aan het werk kunnen gaan.

  • Mensen een inkomen hebben waarmee ze rond kunnen komen.

  • Mensen hun financiën op orde hebben.

  • Mensen zoveel mogelijk kijken naar wat ze zelf kunnen (samen met het sociaal netwerk) om zichzelf te redden.

  • Mensen voor zichzelf kunnen zorgen.

  • Mensen een geschikte en schone woning hebben waarin zij kunnen wonen.

  • Ouders zelfstandig voor hun kinderen kunnen zorgen.

  • Jeugdigen gezond en veilig kunnen opgroeien.

  • Jeugdigen voldoende zelfredzaam kunnen zijn.

  • Jeugdigen voldoende maatschappelijk kunnen participeren.

 

  • B.

    1. Inleiding verordening sociaal domein Urk wijzigt als volgt:

Kernwaarden

Kernwaarden

Het is de taak van de gemeente om haar inwoners daarbij te helpen. De volgende wetten helpen hierbij:

  • Algemene wet bestuursrecht (Awb).

  • Gemeentewet.

  • Jeugdwet (Jw).

  • Participatiewet (PW).

  • Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs).

  • Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW).

  • Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ).

  • Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo).

Het is de taak van de gemeente om haar inwoners daarbij te helpen. De volgende wetten helpen hierbij:

  • Algemene wet bestuursrecht (Awb).

  • Burgerlijk Wetboek (BW).

  • Gemeentewet.

  • Jeugdwet (Jw).

  • Participatiewet (PW).

  • Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs).

  • Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW).

  • Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ).

  • Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo).

 

2. De hulpvraag

  • C.

    Aan artikel 2.2.3 wordt een nieuw lid 4 toegevoegd luidende als volgt:

    • 4.

      Gaat het om jeugdhulp dan wordt het onderzoek gedaan onder de verantwoordelijkheid van een SKJ of BIG geregistreerde persoon. Deze persoon kijkt ook of er meer of een andere deskundigheid nodig is en schakelt de juiste deskundigheid in. De betrokken deskundigen worden vermeld in het verslag als bedoeld in 2.2.4.

  • D.

    Artikel 2.2.7 lid 3 wordt als volgt gewijzigd:

2.2.7 Beoordelen aanvraag

2.2.7 Beoordelen aanvraag

  • 3.

    De gemeente zet bij iedere stap de deskundigheid in die nodig is. Is er bijzondere deskundigheid nodig? Dan zet de gemeente die in. De gemeente vertelt de inwoner over welke deskundigheid er op welk moment nodig is en ingezet wordt.

  • 3.

    De gemeente zet bij iedere stap de deskundigheid in die nodig is. Is er bijzondere deskundigheid nodig? Dan zet de gemeente die in. Voor de Jeugdwet is dat een SKJ of BIG-geregistreerde persoon. De gemeente vertelt de inwoner over welke deskundigheid er op welk moment nodig is en ingezet wordt.

 

3. Werk en Participatie.

  • E.

    Na artikel 3.8.5 wordt een nieuw artikel 3.8.5a ingevoegd luidende als volgt:

3.8.5a Detacheringsbaan

  • 1.

    Het college kan door detachering zorgen voor toeleiding van een persoon die behoort tot de doelgroep naar een dienstverband met een werkgever, gericht op arbeidsinschakeling.

  • 2.

    De werknemer wordt voor het verrichten van arbeid gedetacheerd bij een onderneming. De detachering wordt vastgelegd in een schriftelijke overeenkomst tussen zowel de werkgever en inlenende organisatie als tussen de werknemer en inlenende organisatie.

  • 3.

    Een werknemer wordt uitsluitend geplaatst als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt.

4. Gezond en veilig opgroeien [Jeugdwet]

  • F.

    Gezond en veilig opgroeien [Jeugdwet] wijzigt als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Onze jeugd moet zo gezond en veilig mogelijk kunnen opgroeien, kunnen groeien naar zelfstandigheid, voldoende zelfredzaam kunnen zijn en maatschappelijk kunnen participeren, rekening houdend met de leeftijd en het ontwikkelingsniveau. Dat is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van jeugdigen zelf, hun ouders eventueel met hulp van en hun sociaal netwerk. Als zij daarbij hulp nodig hebben, dan kunnen zij de gemeente inschakelen. Deze hulp wordt zo vroeg mogelijk aangeboden, om het beroep op dure, gespecialiseerde hulp te voorkomen of verminderen. Het versterken van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige, de ouder(s) en hun sociaal netwerk staat voorop. Met jeugdigen bedoelen we in deze verordening:

Onze jeugd moet zo gezond en veilig mogelijk kunnen opgroeien, kunnen groeien naar zelfstandigheid, voldoende zelfredzaam kunnen zijn en maatschappelijk kunnen participeren, rekening houdend met de leeftijd en het ontwikkelingsniveau. Dat is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van ouders zelf. Het sociaal netwerk kan daarbij helpen. Als ouders daarbij nog hulp nodig hebben, dan kunnen zij de gemeente inschakelen. Deze hulp wordt zo vroeg als nodig aangeboden, om eventueel het beroep op dure, gespecialiseerde hulp te voorkomen of verminderen. Het versterken van de eigen kracht van de jeugdige, de ouder(s) en hun sociaal netwerk staat daarbij voorop. Met jeugdigen bedoelen we in deze verordening:

Kernwaarden

Kernwaarden

(…)

  • Gebruikelijke hulp, de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen gaan voor op hulp van de gemeente.

  • Eigen kracht gaat voor op hulp van de gemeente.

  • De gemeente stemt de jeugdhulp op de jeugdige en zorgt voor goede aansluiting met andere hulp.

  • De gemeente stemt de jeugdhulp af op de jeugdige en zorgt voor goede aansluiting met andere hulp.

 

  • G.

    Aan artikel 4.1 wordt onder vernummering van de leden 1 en 2 tot 2 en 3 een nieuw lid 1 ingevoegd en wordt lid 3 (nieuw) als volgt gewijzigd:

4.1 Uitgangspunten

4.1 Uitgangspunten

  • 1.

    De gemeente zet zich ervoor in dat ouders en/of jeugdige hulp-op-maat krijgen als dat nodig is.

  • 2.

    De gemeente geeft niet altijd hulp-op-maat. De gemeente geeft geen hulp-op-maat, als:

    • a.

      de ouder(s) of jeugdige de hulp zelf al heeft gerealiseerd nadat hij zich bij de gemeente heeft gemeld voor hulp, maar voordat een besluit is genomen. Dit is anders als de gemeente daarvoor toestemming heeft gegeven.

    • b.

      de gevraagde hulp volgens de gemeente niet noodzakelijk is;

    • c.

      de gevraagde hulp volgens de gemeente gebruikelijke hulp is.

    • d.

      de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van ouders en/of jeugdigen volgens de gemeente toereikend is.

  • 1.

    De gemeente zorgt ervoor dat signalen over zorgen bij opgroei- en opvoedingsproblemen zo vroeg mogelijk worden opgevangen en dat daar ook zo vroeg als nodig hulp voor wordt geboden.

  • 2.

    De gemeente zet zich ervoor in dat ouders en/of jeugdige hulp-op-maat krijgen als dat nodig is.

  • 3.

    De gemeente geeft niet altijd hulp-op-maat. De gemeente geeft geen hulp-op-maat, als:

    • a

      er een voorliggende voorziening is waar gebruik gemaakt kan worden;

    • b

      de eigen kracht van ouders en jeugdigen volgens de gemeente toereikend is.

    • c

      de ouder(s) of jeugdige de hulp zelf al heeft gerealiseerd nadat hij zich bij de gemeente heeft gemeld voor hulp, maar voordat een besluit is genomen. Dit is anders als de gemeente daarvoor toestemming heeft gegeven.

    • d.

      de gevraagde hulp volgens de gemeente niet noodzakelijk is.

 

  • H.

    Artikel 4.2 lid 2 wijzigt als volgt:

4.2 Uitgangspunten bij het bieden van hulp

4.2 Uitgangspunten bij het bieden van hulp

  • 2.

    De verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien, kunnen groeien naar zelfstandigheid, voldoende zelfredzaam kunnen zijn en maatschappelijk kunnen participeren van jeugdigen ligt allereerst bij de ouders zelf. Het gaat om de eigen mogelijkheden en het eigen probleemoplossend vermogen van hen. Hiermee wordt ook bedoeld hulp van het sociaal netwerk en de gebruikelijke hulp van ouders aan hun kinderen, zoals bijvoorbeeld het bieden van een passend leefklimaat in een beschermende woonomgeving, het aanleren van vaardigheden en hulp in de dagstructuur. Zijn deze mogelijkheden ontoereikend? Dan kijkt de gemeente of er hulp nodig is gelet op de hulpvraag.

  • 2.

    De verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien, kunnen groeien naar zelfstandigheid, voldoende zelfredzaam kunnen zijn en maatschappelijk kunnen participeren van jeugdigen ligt allereerst bij de ouders zelf. Het gaat om de eigen kracht. Zijn deze mogelijkheden ontoereikend? Dan kijkt de gemeente of er hulp nodig is, gelet op de hulpvraag, om de eigen kracht van ouders en jeugdigen te herstellen of te verbeteren.

 

  • I.

    Na artikel 4.2 wordt een nieuw artikel 4.2a ingevoegd luidende:

4.2a Afwegingsfactoren eigen kracht

  • 1.

    Bij de beoordeling van de eigen kracht maakt de gemeente gebruik van afwegingsfactoren.

  • 2.

    Bij gebruikelijke hulp zijn dat:

    • a.

      de opvoedkundige capaciteiten van ouders;

    • b.

      de beschikbaarheid van ouders. De gemeente kan rekening houden met acute omstandigheden die zich kunnen voordoen.

  • 3.

    Bij boven-gebruikelijke hulp zijn dat:

    • a.

      de behoeften en mogelijkheden van de jeugdige;

    • b.

      de intensiteit en duur van de benodigde hulp voor de jeugdige;

    • c.

      de mogelijkheden, draagkracht en de belastbaarheid van de ouders die te maken heeft met de zorgplicht. De gemeente verwacht van ouders dat zij hun (dagelijkse) leven zo inrichten om hun draagkracht en belastbaarheid zo groot mogelijk maken en houden;

    • d.

      de samenstelling van het gezin en de woonsituatie;

    • e.

      het belang van de ouders om te voorzien in een inkomen.

  • 4.

    Bij vervoer van en naar de jeugdhulplocatie als dat medisch noodzakelijk is of de jeugdige (nog) niet zelfredzaam is, zijn dat:

    • a.

      a. of de jeugdige in staat is om zelf te reizen;

    • b.

      de aanwezigheid van een auto of de mogelijkheid voor gebruik van het openbaar vervoer;

    • c.

      de afstand in verband met de tijd die nodig is voor het vervoer en de vraag of er een jeugdhulpvoorziening dichterbij is die ook geschikt is;

    • d.

      het tijdstip waarop de ritten uitgevoerd moeten worden;

    • e.

      het aantal dagen dat vervoer nodig is;

    • f.

      draagkracht en draaglast in het gezin.

  • 5.

    De gemeente verwacht van ouders dat zij:

    • a.

      zich in hoge mate inspannen om hulp van personen uit het sociaal netwerk te krijgen;

    • b.

      zich inspannen om hulp van niet door de gemeente gecontracteerde organisaties of instellingen binnen de gemeente Urk te krijgen. De gemeente kan voorbeelden geven aan ouders;

    • c.

      gebruik maken van aanspraken op grond van een aanvullende zorgverzekering, mits die is afgesloten.

  • 6.

    De inhoud van dit artikel is ook van toepassing op ouders in de zin van de Jeugd.

     

  • J.

    Artikel 4.3 lid 2 vervalt.

6. De vorm van hulp

  • K.

    Artikel 6.3.1 lid 5 onderdeel a wijzigt als volgt:

6.3.1 Voorwaarden

6.3.1 Voorwaarden

  • a.

    Voor het pgb dat wordt besteed aan een professionele organisatie of een ZZP-er gelden dezelfde kwaliteitseisen als voor het gecontracteerd aanbod.

  • a.

    Voor het pgb dat wordt besteed aan een professionele organisatie of een Zzp’er gelden dezelfde kwaliteitseisen als voor het gecontracteerd aanbod. Dat is anders als die eisen alleen te maken hebben met het contract met de gemeente over bijvoorbeeld kritische prestatie-indicatoren of rapportageverplichtingen.

 

13. Begrippenlijst

  • L.

    De begrippenlijst wordt als volgt gewijzigd:

13.1 Algemeen

13.1 Algemeen

  • Andere voorziening: een voorziening waarop de inwoner een beroep kan doen voor de ondersteuning die hij nodig heeft, anders dan hulp-op-maat. Het gaat om voorzieningen die buiten de regeling liggen van de aangevraagde voorziening of om voorzieningen die binnen het bereik van die regeling liggen, maar vrij toegankelijk zijn voor de inwoner. Dat kan een andere uitkering zijn, een algemeen gebruikelijke, algemene of collectieve voorziening.

Andere voorziening: een voorziening waarop de inwoner een beroep kan doen voor de ondersteuning die hij nodig heeft, anders dan hulp-op-maat. Het gaat om voorzieningen die buiten de regeling liggen van de aangevraagde voorziening of om voorzieningen die binnen het bereik van die regeling liggen, maar voorliggend zijn op hulp-op-maat. Dat kan een andere uitkering zijn, een algemeen gebruikelijke, algemene of collectieve voorziening.

  • Professionele organisatie: een organisatie, die is ingeschreven in het handelsregister conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007 en/of bij de Kamer van Koophandel (KvK) als zijnde jeugdhulpverlener en die voldoet aan de geldende kwaliteitseisen, waaronder de verplichte registratie jeugdprofessionals;

  • Professionele organisatie: een organisatie, die is ingeschreven in het handelsregister conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007 en/of bij de Kamer van Koophandel (KvK) als zijnde jeugdhulpverlener of verlener van maatschappelijke ondersteuning en die voldoet aan de eisen voor wat betreft de vakbekwaamheid en beschikt over een Verklaring Omtrent het Gedrag. Specifiek voor jeugd geldt nog de SKJ of BIG-registratie en het werken volgens effectief bewezen interventies. De gemeente zoekt aansluiting bij het gecontracteerde aanbod;

  • ZZP’er : een ondernemer die geen personeel in dienst heeft, is ingeschreven in het handelsregister conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007 en/of bij de KvK als zijnde jeugdhulpverlener en voldoet aan de geldende kwaliteitseisen, waaronder de verplichte registratie voor jeugdprofessionals.

  • Zzp’er: een ondernemer die geen personeel in dienst heeft, is ingeschreven in het handelsregister conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007 en/of bij de KvK als zijnde jeugdhulpverlener of verlener van maatschappelijke ondersteuning en die voldoet aan de eisen voor wat betreft de vakbekwaamheid en beschikt over een Verklaring Omtrent het Gedrag. Specifiek voor jeugd geldt nog de SKJ of BIG-registratie en het werken volgens effectief bewezen interventies. De gemeente zoekt aansluiting bij het gecontracteerde aanbod.

 

Aan 13.3 Jeugdwet worden in alfabetische volgorde de volgende begripsbepalingen ingevoegd.

 

  • BIG-register: het BIG-register komt voort uit de Wet BIG (Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg).

  • Boven-gebruikelijke hulp: hulp en zorg die onderdeel is van eigen kracht en omvangrijker en mogelijk intensiever is dan de gebruikelijke hulp.

  • Eigen kracht: de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen als bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet die gebaseerd is op de zorgplicht van ouders op grond van artikel 1:82 en 1:247 van het Burgerlijk Wetboek en zoals nader uitgewerkt in hoofdstuk 4 van deze verordening.

  • Gebruikelijke hulp: hulp en zorg die onderdeel is van eigen kracht en gaat over een beschermende woonomgeving, ouderlijk toezicht, verzorging, begeleiding en opvoeding die een ouder normaal gesproken geeft aan een kind. Het is onder meer afhankelijk van de leeftijd en verstandelijke ontwikkeling van het kind volgens de richtlijn Gebruikelijke hulp (bijlage bij deze verordening).

  • SKJ: het Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ). Dit is het beroepsregister voor jeugdprofessionals.

  • Zorgplicht van ouders: het recht en de plicht van de ouder zijn minderjarig kind te verzorgen en op te voeden. In het Burgerlijk Wetboek staat dat daaronder in ieder geval wordt verstaan:

    • a.

      de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van het kind, alsmede

    • b.

      het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid,

    • c.

      de ontwikkeling van de banden van zijn kind met de andere ouder te bevorderen;

    • d.

      het bieden van een beschermende woonomgeving.

  • M.

    Aan de Verordening Sociaal Domein Urk 2024 wordt de volgende bijlage toegevoegd:

Bijlage. Richtlijn gebruikelijke hulp

Gebruikelijke hulp betreft verzorging, begeleiding en opvoeding van ouders voor kinderen met een normaal ontwikkelingsprofiel in verschillende levensfasen van het kind in relatie tot een kind met een behoefte aan jeugdhulp. Deze uitgangspunten zijn gebaseerd op de Beleidsregels indicatiestelling AWBZ 2014 en uitgewerkt in de CIZ indicatiewijzer versie 7.1. De gemeente neemt de leeftijd van het kind, de aard van de zorghandeling, de frequentie van de zorghandeling en de tijd die daarvoor nodig is als uitgangspunt.

 

Bandbreedte gebruikelijke hulp

Voor kinderen geldt dat er een bandbreedte is in het normale ontwikkelingsprofiel. Ook tussen kinderen van dezelfde leeftijd zonder behoefte aan jeugdhulp kan de omvang van de verzorging, begeleiding en opvoeding (per dag) verschillen. Het ene kind is nu eenmaal gemakkelijker of sneller zelfstandig dan het andere kind. Gebruikelijke hulp bij kinderen kan ook activiteiten omvatten die niet standaard bij alle kinderen voorkomen.

 

Boven-gebruikelijke hulp

Van boven-gebruikelijke hulp bij kinderen is pas sprake wanneer de omvang van de verzorging, begeleiding en opvoeding, waaronder toezicht meer is dan een gezond kind van dezelfde leeftijd gemiddeld nodig heeft. Dit kan betrekking hebben op chronische situaties.

 

Kinderen van 0 tot 3 jaar

  • hebben bij alle activiteiten zorg van een ouder nodig;

  • ouderlijk toezicht is 24 uur per dag zeer nabij nodig;

  • zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen;

  • hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;

  • hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;

  • hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Kinderen van 3 tot 5 jaar

  • kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand (bijv. ouder kan was ophangen in andere kamer);

  • hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;

  • hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;

  • kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen;

  • hebben hulp, toezicht, stimulans, zindelijkheidstraining en controle nodig bij de toiletgang;

  • hebben hulp en volledig stimulans en toezicht nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen;

  • hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding;

  • zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven;

  • hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Kinderen van 5 tot 12 jaar

  • hebben vanaf 5 jaar een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur/week;

  • kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand (bijv. kind kan buitenspelen in directe omgeving van de woning als ouder thuis is);

  • hebben toezicht, stimulans en controle nodig en vanaf 6 jaar tot 12 jaar geleidelijk aan steeds minder hulp nodig bij hun persoonlijke verzorging zoals het zich wassen en tanden poetsen;

  • hebben hulp nodig bij het gebruik van medicatie;

  • zijn overdag zindelijk, en 's nachts merendeels ook; ontvangen zonodig zindelijkheidstraining van de ouders/verzorgers;

  • hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische, geestelijke en emotionele ontwikkeling;

  • hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;

  • hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging van school of vrije tijdsbesteding gaan;

  • hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Kinderen van 12 tot 18 jaar

  • hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen;

  • kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden;

  • kunnen vanaf 16 jaar dag en nacht alleen gelaten worden;

  • kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen;

  • hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig;

  • hebben bij gebruik van medicatie tot hun 18e jaar toezicht, stimulans en controle nodig;

  • hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding;

  • hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bv. huiswerk of het zelfstandig gaan wonen);

  • hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;

  • hebben tot 17 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.

Artikel II Overgangsrecht

Aanvragen die zijn ingediend onder de Verordening Sociaal Domein Urk 2024 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld volgens deze verordening.

Artikel III Inwerkingtreding

Deze Verordening treedt in werking op 1 januari 2025.

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 19 november 2024.

De griffier,

de voorzitter,

Naar boven