Wijzigingsbesluit Mandaatbesluit Enschede 2023

Het college van burgemeester en wethouders, respectievelijk de burgemeester van de gemeente Enschede, ieder voor wat betreft de eigen bevoegdheid;

 

gelezen het voorstel d.d. 8 juli 2025

 

overwegende dat,

  • bij hun gezamenlijk besluit op 9 oktober 2023 het Mandaatbesluit Enschede 2023 is vastgesteld;

  • op 19 december 2023 een wijzigingsbesluit is vastgesteld in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024;

  • het voornoemde mandaatbesluit vereist wijzigingen en aanvullingen in de toelichting, zowel om juridische en taalkundige correctheid te waarborgen, als om beter aan te sluiten bij de huidige praktijk;

  • Het Mandaatbesluit wordt na vaststelling van dit wijzigingsbesluit blijvend aangehaald als het ‘Mandaatbesluit Gemeente Enschede 2023’.

 

het daarbij de volgende onderdelen betreft:

 

  • Artikel 5 lid 1: de huidige formulering van dit lid is momenteel ruim geformuleerd. Er wordt gesproken over ‘beslissingen over managers’. Volgens de definitie in artikel 1 wordt met ‘managers’ zowel clustermanagers als afdelingshoofden bedoeld. De term ‘beslissingen’ verwijst naar personele of organisatorische besluiten met betrekking tot medewerkers in een managementfunctie. Om verwarring te voorkomen, wordt de term ‘managers’ in dit verband gespecificeerd naar ‘clustermanager’. In de praktijk is het namelijk zo dat de clustermanager beslissingen neemt over het afdelingshoofd, en het afdelingshoofd op zijn beurt over de teamleiders.

  • Artikel 6 lid 1 sub e: artikel 6 sub e (beslissen op geschillen in lijn met het advies van de Geschillencommissie Enschede) wordt verplaatst van artikel 6 (bevoegdheden portefeuillehouder) naar artikel 4 (bevoegdheden van de gemeentesecretaris). Dit is in lijn met het toekennen van arbeidsrechtelijke bevoegdheden (op het hoogste niveau) aan de gemeentesecretaris.

  • Artikel 8 lid 1 sub a: de huidige formulering is niet volledig. De in artikel 8 lid 1 sub a genoemde uitzonderingen brengen met zich mee dat niet alleen artikel 2 (waar al naar wordt verwezen), maar ook artikel 6 (bevoegdheden van de portefeuillehouder) van toepassing kan zijn. Op dit moment wordt uitsluitend naar artikel 2 verwezen. Dit wordt aangepast zodat de verwijzing correct is.

  • Artikel 8 lid 1 sub a onder 1: in dit lid wordt de term verweerder gebruikt. In civiele procedures gaat het echter om een gedaagde. Dit wordt aangepast.

  • Artikel 8 lid 1 sub a onder 3: in de huidige formulering wordt het volgende uitgezonderd: ‘routinematige verzoekschriften’. Dit betekent dat voor dergelijke verzoekschriften geen procesbesluit van het college nodig is. Aan het artikel wordt uitleg toegevoegd zodat duidelijk is dat het hierbij gaat om routinematige verzoekschriften met een relatief kleine impact. Wat onder relatief kleine impact wordt verstaan wordt vervolgens aangevuld in de toelichting.

  • Artikel 8 lid 1 sub L: in de praktijk informeren vakafdelingen klagers zelf over de uitkomst van de bevindingen naar aanleiding van de klachtenprocedure. De uitzondering in artikel 8 lid 1 onder L wordt herschreven zodat dit niet langer aan het college voorbehouden is.

  • Artikel 8 lid 2 sub c: in het huidige lid wordt verwezen naar de Wet veiligheidsregio’s, met expliciete vermelding van de wetgevingsdatum. Aangezien er inmiddels een nieuwe versie van deze wet is en toekomstige wijzigingen niet uitgesloten zijn, is ervoor gekozen om geen specifieke datum op te nemen, zoals geldt voor elke verwijzing naar wetgeving in dit besluit.

  • Toelichting op artikel 8 lid 1 sub c: de huidige formulering wekt mogelijk de indruk dat ook het nemen van een concretiserend besluit van algemene strekking (CBAS) onder de uitzondering valt, aangezien wordt gesteld dat besluiten van algemene strekking (algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels) zijn voorbehouden aan het college. Dit is echter niet de bedoeling dat het nemen van een CBAS hier onder wordt gelezen. Om verwarring te voorkomen, wordt dit in de toelichting verduidelijkt.

  • Toelichting op artikel 8 lid 1 sub L: de toelichting wordt aangepast zodat deze aansluit op de nieuwe formulering van artikel 8 lid 1 sub L.

 

gelet op Afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht en het Mandaatbesluit Enschede 2023;

 

BESLUITEN:

 

Artikel 1

De hiervoor vermelde artikelen van het voornoemde mandaatbesluit als volgt te wijzigen, dan wel aan te vullen als volgt:

  • 1.

    Toevoeging sub k aan artikel 4: ‘beslissen op geschillen in lijn met het advies van de Geschillencommissie Enschede.’

  • 2.

    Artikel 5 lid 1 wijzigt in: ‘In afwijking van de hoofdregel in artikel 2 en met inachtneming van de artikelen 9 en 10 wordt de bevoegdheid tot het nemen van beslissingen over clustermanagers gemandateerd aan de secretaris en de directeur als het gaat om zijn eigen aandachtsgebied als bedoeld in het Bestuurs- en managementconcept Gemeente Enschede.’

  • 3.

    Artikel 6: er is een nummering toegevoegd (lid 1) om een correcte verwijzing naar het artikel mogelijk te maken. Daarnaast wijzigt de volgorde van de subleden, omdat sub e vervalt doordat deze bepaling wordt verplaatst naar artikel 4 sub k.

  • 4.

    Artikel 8 lid 1 sub a wijzigt in: 'De bevoegdheden zoals genoemd in artikel 160 lid 1, onder sub b, e, f en g en lid 2, 169 en 170 van de Gemeentewet.

    • -

      Voor de bevoegdheid genoemd in artikel 160 lid 1 sub e van de Gemeentewet wordt een uitzondering gemaakt in de volgende gevallen, waardoor artikel 2 (zie onder 1° en 3°) en artikel 6 (zie onder 2°) wel van toepassing zijn:’

  • 5.

    Artikel 8 lid 1 sub a onder 1 wijzigt in: ‘de gemeente, het college, burgemeester of de raad treedt als gedaagde op in een civiele procedure’.

  • 6.

    Artikel 8 lid 1 sub a onder 3 wijzigt in: ’routinematige verzoekschriften met relatief kleine impact. De uitzondering geldt niet voor politiek gevoelige verzoekschriften of verzoekschriften waaraan grote financiële risico’s verbonden zitten. Deze uitzondering ziet niet op beroepschriften die eventueel volgen na de verzoekschriftprocedure.’

  • 7.

    Artikel 8 lid 1 sub L wijzigt in: ‘het formeel vaststellen van de bevindingen, het oordeel (met uitzondering van het niet-ontvankelijk verklaren) en eventuele conclusies na het afsluiten van het onderzoek door de KC naar een klacht als bedoeld in Titel 9.1 van de Algemene wet bestuursrecht.’

  • 8.

    Artikel 8 lid 2 sub c wijzigt in: ‘nemen van een besluit op verzoek om informatie op grond van de Wet open overheid, die betrekking hebben op een ramp als bedoeld in de Wet veiligheidsregio’s;’

Artikel 2

De eerder vermelde wijzigingen in de toelichting van het voornoemde mandaatbesluit te wijzigingen, dan wel aan te vullen als volgt:

  • Toevoeging toelichting op artikel 5: ‘Artikel 5. In de praktijk is de lijn dat de clustermanager besluiten neemt over de afdelingshoofden en de afdelingshoofden op hun beurt over de teamleiders. Om deze lijn te waarborgen is in artikel 5 lid 1 expliciet vastgelegd dat de secretaris en directeur uitsluitend besluiten neemt ten aanzien van clustermanager, en niet ten aanzien van afdelingshoofden.

  • De eerste passage van de toelichting op artikel 8 lid 1 sub a wijzigt in: ‘Artikel 8 lid 1 sub a is aangescherpt om meer duidelijkheid te geven over wie bevoegd is om te besluiten tot het voeren van een procedure (aantekenen bezwaar in begrepen). In beginsel ligt deze bevoegdheid bij het college op grond van artikel 160 van de Gemeentewet. In drie uitzonderingssituaties ligt de bevoegdheid op basis van de hoofdregel (artikel 2 lid 1) of artikel 6 bij een manager, teamleider of wethouder.’

  • De derde passage van de toelichting op artikel 8 lid 1 sub a wijzigt in: ‘De derde uitzondering is ruim omschreven, namelijk ‘routinematige verzoekschriften’. Hierbij is leidend dat het gaat om verzoekschriften die in de praktijk veelvuldig voorkomen en een relatief kleine impact hebben. Met dit laatste wordt bedoeld dat het routinematige verzoekschrift weinig of geen ingrijpende gevolgen heeft. Dit kunnen bijvoorbeeld administratieve of standaardzaken zijn die geen grote effecten hebben op beleid, financiën of politiek. Er kan onder andere worden gedacht aan: een verzoek op grond van art. 6.8.1 Jeugdwet of art 61 jo. 62 Participatiewet. Hierbij is van belang dat dit een grijs gebied kan betreffen en per geval moet worden afgewogen of het daadwerkelijk gaat om routinematige verzoekschriften.’

  • Er wordt een passage toegevoegd aan de toelichting op artikel 8. Beperking omvang mandaat: ‘Artikel 8 lid 1 sub c: De uitzondering in artikel 8 lid 1 sub c heeft betrekking op besluiten van algemene strekking, zoals algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels. Hoewel de gebruikte terminologie verwarring kan oproepen, vallen concretiserende besluiten van algemene strekking (CBAS) hier nadrukkelijk niet onder. Deze besluiten concretiseren eerder vastgestelde beleidsregels of een algemeen verbindend voorschrift. Zij worden daarom beschouwd als uitvoeringsbesluiten en vallen binnen het bereik van de hoofdregel (artikel 2 lid 1) van dit besluit.’

  • De passage van de toelichting op artikel 8 lid 1 sub L wijzigt in: ‘Artikel 8 lid 1 sub L: Het formeel vaststellen van de bevindingen, het oordeel (met uitzondering van het niet-ontvankelijk verklaren) en eventuele conclusies na afsluiting van het onderzoek door de klachtencommissaris is volgens artikel 8 lid 1 sub L voorbehouden aan het college. Een uitzondering hierop is het uitspreken van niet-ontvankelijkheid op grond van artikel 9:1 en/of 9:8 van de Awb. Deze bevoegdheid ligt bij de klachtencommissaris. Voor het informeren van de klager over de uitkomst van de klachtenprocedure geldt de hoofdregel van artikel 2 lid 1 van dit besluit. Deze handeling is namelijk níet uitdrukkelijk voorbehouden aan het college in artikel 8 lid 1 sub L. Dit betekent dat de manager of teamleider hiertoe bevoegd is.’

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking daarvan.

 

Enschede, 8 juli 2025,

Het college van burgemeester en wethouders van Enschede,

de loco-secretaris, w.g. E.A. Smit

de burgemeester, w.g. R.W. Bleker

Naar boven