Verordening tot wijziging Verordening kwaliteit leefomgeving gemeente Enschede 2023

De raad van de gemeente Enschede,

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 03 juni 2025,

 

gelet op de artikelen 108, 147 en 149 van de Gemeentewet,

 

besluit vast te stellen:

 

de Verordening tot wijziging van de Verordening kwaliteit leefomgeving gemeente Enschede 2023.

Artikel I Wijziging verordening

De verordening kwaliteit leefomgeving gemeente Enschede 2023 wordt als volgt gewijzigd:

 

A

Artikel 6.1 komt te luiden:

Artikel 6.1 Activiteiten

Dit hoofdstuk gaat over activiteiten die betrekking hebben op het kappen en snoeien van houtopstanden en over het beperken van overlast door dieren.

 

B

Artikel 6.6 (Meldingsplicht) vervalt

 

C

Artikel 6.8 komt te luiden:

Artikel 6.8 Omgevingsvergunning

Het is verboden zonder omgevingsvergunning een houtopstand te kappen als aangegeven in de tabel in 6.14 lid 4 van deze Verordening.

 

D

Artikel 6.14 komt te luiden:

Artikel 6.14 Omgevingsvergunning voor het kappen van bomen

  • 1.

    Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een houtopstand te kappen of te doen kappen in de gevallen, zoals aangegeven in de in lid 4 opgenomen tabel.

  • 2.

    De raad stelt de ''Bomenkaart'' vergunningplichtige houtopstanden vast

  • 3.

    De criteria voor het aanwijzen van vergunningplichtige houtopstanden zijn als bijlage 6.14 opgenomen in deze VKL. Het betreft houtopstanden die een vergunningplicht hebben op basis van boomcriteria zoals de soort, standplaats, leeftijd of functie van de houtopstand. Het college is bevoegd, na vaststelling door de raad, wijzigingen op de kaart aan te brengen. De vergunningplichtige bomenlanen zoals op de bomenkaart aangegeven maken onderdeel uit van een pilot. Het college is bevoegd de pilot te verlengen, te wijzigen of te stoppen.

  • 4.

    Het college stelt de ''kaart Boomkroonbedekking'' met gemeentelijke vergunningplichtige houtopstanden vast. De criteria voor het aanwijzen van vergunningplichtige houtopstanden zijn als bijlage 6.14 opgenomen in deze VKL . Het betreft houtopstanden die een vergunningplicht hebben op basis van de aanwezige hoeveelheid boomkroonbedekking binnen een buurt. Dit betreft een pilot. Het college is bevoegd de pilot te verlengen, te wijzigen of te stoppen.

  • 5.

    Tabel van vergunningplichtige houtopstanden als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid:

 

 Omschrijving

Vergunning vereist voor het kappen van een houtopstand

1

Binnen de bebouwingscontour houtkap als bedoeld in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL) Artikel 5.165b

 

 

 

Het kappen van een Houtopstand, waarbij de bomen een stamomtrek hebben gelijk aan of groter dan 100 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld.

Dit geldt niet als de houtopstand valt onder een van de uitzonderingen die genoemd worden in punt 5 van deze tabel.

 

JA

 

Het kappen van een Houtopstand waarvoor geldt dat de houtopstand een boom betreft die als individu is opgenomen op de Bomenkaart.

Dit geldt niet als de houtopstand valt onder een van de uitzonderingen die genoemd worden in punt 5 van deze tabel.

JA

 

Het kappen van een Houtopstand, waarbij de boom en/ of bomen een stamomtrek hebben gelijk aan of groter dan 50 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld waarvoor geldt:

De houtopstand betreft een gemeentelijke boom/ bomen die deel uitmaakt van een bomenlaan langs de op de Bomenkaart opgenomen stadsstraten en wijkstraten op openbaar gebied, of

De gemeentelijke boom/ bomen bevindt zich conform de kaart Boomkroonbedekking in een rood gekleurde buurt op openbaar gebied met uitzondering van bomen in parken of groenvakken groter dan 1ha.

Dit geldt niet als de houtopstand valt onder een van de uitzonderingen die genoemd worden in punt 5 van deze tabel.

JA

2

Buiten de bebouwingscontour houtkap volgens het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL) Artikel 5.165b

en niet vallend onder de bevoegdheid van de provincie volgens Artikel 11.111. lid 2 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)

 

 

Het kappen van een Houtopstand, waarbij de bomen een stamomtrek hebben van gelijk aan of groter dan 100 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld.

Dit geldt niet als de houtopstand valt onder een van de uitzonderingen die genoemd worden in punt 4 en 5 van deze tabel.

JA

 

 

Het kappen van een Houtopstand waarvoor geldt dat de houtopstand een boom betreft die als individu is opgenomen op de Bomenkaart op openbaar of privaat gebied.

Dit geldt niet als de houtopstand valt onder een van de uitzonderingen die genoemd worden in punt 5 van deze tabel.

JA

 

Het kappen van een Houtopstand waarvoor geldt dat de houtopstand een houtwal/ houtsingel/ bosperceel betreft.

Dit geldt niet als de houtopstand valt onder een van de uitzonderingen die genoemd worden in punt 4 en 5 van deze tabel.

JA

 

Het kappen van een Houtopstand, waarbij de gemeentelijke boom en/ of bomen een stamomtrek hebben gelijk aan of groter dan 50 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld waarvoor geldt dat de houtopstand onderdeel uitmaakt van een bomenlaan langs de op de Bomenkaart opgenomen stadsstraten en wijkstraten op openbaar gebied.

Dit geldt niet als de houtopstand valt onder een van de uitzonderingen die genoemd worden in punt 4 en 5 van deze tabel.

JA

3

Buiten de bebouwingscontour houtkap volgens het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL) Artikel 5.165b

en tevens vallend onder de bevoegdheid van de provincie volgens Artikel 11.111. lid 1 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)

 

 

Het kappen van een houtwal/ houtsingel/bosperceel, groter dan 1000m2, die zich op de Bomenkaart bevindt binnen een gebied met landschapswaardering zeer hoog

Tenzij de houtopstand onder de genoemde zaken onder punten 4 en 5 in deze tabel valt.

JA

 

Het kappen van een houtopstand van meer dan 20 bomen, waarbij de boom en/ of bomen een stamomtrek hebben gelijk aan of groter dan 50 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld, welke onderdeel uitmaakt van een bomenlaan langs de op de Bomenkaart opgenomen stadsstraten en wijkstraten op openbaar gebied

Tenzij de houtopstand onder de genoemde zaken onder punten 4 en 5 in deze tabel valt.

 

 

JA

4

Uitzonderingen op de vergunningplicht buiten de bebouwingscontour houtkap

 

 

Populieren en/ of wilgen, die als wegbeplanting en eenrijige beplanting op of langs landbouwgronden zijn toegepast.

NEE

 

Vruchtbomen en windschermen om boomgaarden

NEE

 

Kweekgoed,

zoals kerstbomen, coniferen e.a.

NEE

 

 

 

Afzetten van een houtwal/ houtsingel/bosperceel bedoeld als verzorgingsmaatregel ter instandhouding of groei van het betreffende houtwal/houtsingel/bosperceel (bestendig beheer). Of het afzetten van hakhout als onderdeel van de instandhouding van dit hakhout.

NEE

 

Reguliere dunningswerkzaamheden tot 20% van de oppervlakte van de houtopstand bedoeld als verzorgingsmaatregel ter instandhouding of groei van de betreffende houtopstand. (bestendig beheer)

NEE

5

Uitzonderingen op de vergunningplicht zowel binnen als buiten de bebouwde kom van de bebouwingscontour houtkap

 

 

Het kappen van een houtopstand op grond van de Plantgezondheidswet of na een aanschrijving van het college. 

NEE

 

Als er direct gevaar ontstaat voor de veiligheid en de burgemeester toestemming geeft tot direct kappen. 

NEE

 

Houtopstanden die zijn aangeplant vanuit een herplantplicht. Ook als deze bestaat uit bomen met een omtrek van minder dan 100 cm. 

JA

 

Het tot op de oude snoeiplaats verwijderen van uitgelopen takhout bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen als periodiek noodzakelijk onderhoud (bestendig beheer).

NEE

 

Houtopstanden van een soort die op de Unielijst Invasieve Exoten staan

NEE

 

E

Artikel 6.15 komt te luiden:

Artikel 6.15 Nadere eisen aanvraag; beoordelingsregels; voorschriften of beperkingen

  • 1.

    Het college kan nadere eisen stellen aan de gegevens en documenten, die de rechthebbende bij een aanvraag van een omgevingsvergunning tot het kappen van een boom/ houtopstand moet indienen.

  • 2.

    Het college kan nadere regels vaststellen [hyperlink]. Hierin worden onder andere opgenomen: beoordelingsregels aan de hand waarvan zij beoordeelt of een omgevingsvergunning kan worden verleend en voorschriften.

  • 3.

    Het college kan aan een omgevingsvergunning voorschriften of beperkingen verbinden, zoals het opleggen van een herplantplicht genoemd in art 6.16.

 

F

Artikel 6.16 komt te luiden:

Artikel 6.16 Herplantplicht

  • 1.

    Het college kan aan de rechthebbende een verplichting opleggen tot herplant, of tot het betalen van een vergoeding:

    • a.

      als aanvullend voorschrift bij het verlenen van een vergunning;

    • b.

      als een vergunningplichtige houtopstand zonder vergunning is geveld.

  • 2.

    Het college kan aan de rechthebbende:

    • a.

      voorschriften stellen ten aanzien van het aantal, de soort en locatie van de herplant; Bijvoorbeeld via de nadere regels [hyperlink]

    • b.

      voorschriften stellen aan de termijn waarbinnen de herplant moet zijn uitgevoerd en waarbinnen niet aangeslagen beplanting vanuit de herplantplicht moet zijn vervangen;

    • c.

      een verplichting opleggen tot het betalen van een, door het college aan de hand van de boomwaarde te bepalen, vergoeding en deze te laten storten op de rekening van de gemeente, indien herplant in ruimtelijke zin niet mogelijk is of als herplant de waarde van de gevelde houtopstand naar redelijkheid onvoldoende compenseert.

 

G

Artikel 6.17 komt te luiden:

Artikel 6.17 Vervaltermijn omgevingsvergunning

De omgevingsvergunning mag uitsluitend worden verleend voor de termijn van één jaar. Na het verstrijken van deze termijn mag geen uitvoering meer worden gegeven aan de omgevingsvergunning.

 

H

Artikel 6.18 (Verrichten van een melding) vervalt.

 

I

Artikel 6.19 komt te luiden:

Artikel 6.19 Bescherming bomen / houtopstanden

  • 1.

    Het is verboden om houtopstanden die zijn gelegen in de openbare ruimte:

    • a.

      te beschadigen, te bekladden of te beplakken

    • b.

      daaraan snoeiwerk te verrichten, behalve als het gaat om snoeiwerk door of in opdracht van het college.

  • 2.

    Het aanbrengen of bevestigen van één of meer voorwerpen in, op of aan een houtopstand in de openbare ruimte is verboden, tenzij hiervoor toestemming is verleend door het college.

  • 3.

    Bij (ernstige) bedreiging van het voortbestaan van een houtopstand, of boom gelegen in de openbare ruimte, kan het college aan de rechthebbende de verplichting opleggen om deze bedreiging weg te nemen. Het college kan daarbij een termijn opleggen waarbinnen de bedreiging moet zijn weggenomen en maatregelen opleggen over de wijze waarop de bedreiging moet worden weggenomen.

  • 4.

    Het college kan nadere eisen stellen aan de bescherming van bomen bij de uitvoering van projecten en (bouw)werkzaamheden nabij vergunningplichtige en gemeentelijke bomen.

 

J

Artikel 6.20 wordt toegevoegd:

Artikel 6.20 Overgangsrecht

  • 1.

    Vergunningen voor het kappen van bomen die zijn verleend voordat de wijzigingsverordening die door de raad op 7 juli 2025 is vastgesteld in werking is getreden, blijven van kracht totdat deze zijn vervallen of ingetrokken.

  • 2.

    Vergunningen voor het kappen van bomen die zijn aangevraagd voordat de wijzigingsverordening die door de raad op 7 juli 2025 is vastgesteld in werking is getreden, maar die nog niet zijn verleend worden beoordeeld volgens de regels zoals de golden voordat de wijzigingsverordening in werking is getreden.

  • 3.

    Meldingen voor het kappen van bomen worden beoordeeld volgens de regels die golden voordat de wijzigingsverordening die door de raad op 7 juli 2025 is vastgesteld in werking is getreden, mits deze 15 werkdagen voordat de wijzigingsverordening in werking is getreden zijn ingediend.

 

Artikel II Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking van deze verordening.

 

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 7 juli 2025 te Enschede.

De griffier, J.J. Ligteringen

de voorzitter, R.W. Bleker

Bijlage 1.2 Begrippenlijst als bedoeld in artikel 1.2

 

Kappen, vellen en snoeien

 

Afzetten: afzagen tot op de stronk waarna de houtopstand opnieuw uitloopt.

Bebouwde kom: gebied binnen de in het omgevingsplan aangewezen bebouwingscontour houtkap, bedoeld in artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Bebouwingspercentage: het percentage van het grondoppervlak in een buurt of wijk dat door gebouwen bedekt is.

Beeldbepalende boom: een boom die een significante bijdrage levert aan de leefbaarheid ten aanzien van de locatie en qua grootte, breedte, verschijning of plantjaar een onvervangbare status kent voor de omgeving.

Beschermwaardige houtopstand: houtopstand waarvoor een omgevingsvergunning kap vereist is wanneer men deze wil vellen.

Boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een omtrek van de stam van minimaal 15 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld. In het geval van meerstammigheid geldt de omtrek van de dikste stam.

Boomwaarde: de boomwaarde wordt bepaald door toepassing van de Richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (Rekenmodel N.V.T.B.).

Bomenstichting: de Nationale Bomenstichting opgericht in 1970 gevestigd te Arnhem.

Bomenkaart: door B&W vastgesteld overzicht van vergunningplichtige houtopstanden en gebieden met vergunningplichtige houtopstanden waarbij de houtopstanden zijn geselecteerd op basis van boomcriteria zoals de boomsoort, de locatie van de houtopstand of de leeftijd van de boom.

Bomenlaan: enkele rij bomen of meerdere rijen bomen. De rij bestaat uit meerdere bomen, die op regelmatige afstand van elkaar in een lijn zijn geplant. Met als duidelijk doel een weg te begeleiden. Vaak bestaat de rij uit bomen van eenzelfde soort, maar kan ook bestaan uit meerdere boomsoorten.

Bosperceel: houtopstand die een zelfstandige eenheid vormt en een oppervlak heeft van 10 are (1000 m²) of minder. Het gaat hierbij om bospercelen die niet vallen onder de bevoegdheid van de provincie volgens artikel 11.111. lid 2 van het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL).

Buiten de bebouwde kom: gebied buiten de in het omgevingsplan aangewezen bebouwingscontour houtkap, bedoeld in artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Buurt: betreffende buurt conform de landelijke CBS indeling.

Dunnen: het selectief verwijderen van bomen of struiken uit een houtopstand voor de bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand.

Groenobject: een zelfstandig groen element dat een houtopstand bevat.

Hakhout: Hakhout zijn bomen die zijn aangeplant voor houtopbrengst. De bomen worden om de paar jaar dicht bij de grond afgezaagd om het hakhout te oogsten. Uit overgebleven stronken groeien weer nieuwe takken. En zo herhaalt dit proces zich om de paar jaar.

Her(be)planten: door aanplant, bezaaiing of natuurlijke verjonging of op andere wijze realiseren van een nieuwe houtopstand.

Herplantplicht: de verplichting een houtopstand te herplanten.

Houtopstand: individuele boom of een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers en struiken zoals hakhout, een houtsingel, een houtwal of een bosperceel.

Houtwal/houtsingel: lijnvormige begroeiing hoofdzakelijk bestaande uit inheemse struiken en boomvormers, die een afscheiding in het landschap vormt.

Kaart Boomkroonbedekking: door B&W vastgesteld overzicht van gebieden binnen de bebouwingscontour houtkap waarbinnen houtopstanden in openbaar gebied vergunningplichtig zijn. Hierbij zijn de gebieden geselecteerd op basis van de aanwezige hoeveelheid boomkroonbedekking.

Kandelaberen/knotten: het inkorten van de hoofdtakken, waardoor een stam met takstompen ontstaat.

Kappen: vellen of verrichten van andere handelingen die de dood of ernstige beschadiging van een boom tot gevolg kunnen hebben.

Nationale Bomennorm: een door het Norminstituut Bomen in 2024 gepubliceerd advies om te komen tot een gezonde hoeveelheid boomkroonvolume/boomkroonbedekking in een stedelijke omgeving. Als gezonde streefwaarde voor boomkroonbedekking wordt 30% op buurt- of wijkniveau gesteld.

Norminstituut Bomen: een onafhankelijke stichting met als doel het verbeteren van de kwaliteitszorg rond bomen, gevestigd te Gouda.

Rooien: het verwijderen van een houtopstand, boom of bomen inclusief het wortelgestel.

Vellen: het rooien, verplanten, afzetten, of het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de boom of bomen tot gevolg kan hebben. Voorbeelden daarvan zijn het snoeien van meer dan 20% van de kroon of het wortelgestel van een boom of het voor de eerste keer kandelaberen, knotten, vormsnoeien van een boom.

Vergunningsvrije Houtopstand: betreft een houtopstand waarvan de stamomtrek gemeten op 1.30 cm. boven het maaiveld, minder is dan 100 cm en die niet is opgenomen op de Bomenkaart én de kaart Boomkroonbedekking.

 

Bijlage 6.14 Criteria voor het aanwijzen van vergunningplichtige houtopstanden op de Bomenkaart en de kaart Boomkroonbedekking

In dit overzicht zijn de criteria uitgewerkt op basis waarvan houtopstanden worden opgenomen op de Bomenkaart en de kaart Boomkroonbedekking, het betreft daarbij de volgende typen houtopstanden.

De Bomenkaart:

  • 1.

    Vergunningplichtige bomen: De criteria voor deze bomen zijn uitgewerkt in onderdeel 1. Het zijn solitaire bomen die vergunningplichtig zijn. Deze zijn als punten weergegeven op de kaart

  • 2.

    Vergunningplichtige bomenlanen: De criteria voor deze lanen zijn uitgewerkt in onderdeel 2. Alle bomenlanen langs stadstraten en wijkstraten op openbaar gebied als opgenomen op de ‘’Bomenkaart” zijn vergunningplichtig bij een omtrek gelijk aan of groter dan 50 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld. Deze zijn als lijnen (straatvlakken) weergegeven op de kaart.

  • 3.

    Vergunningplichtige gebieden: De criteria voor deze gebieden zijn uitgewerkt in onderdeel 3. Het zijn gebieden waarbinnen alle houtwallen/houtsingels en bosgebieden vergunningplichtig zijn. Deze gebieden zijn als vlak weergegeven op de kaart;

 

De Kaart boomkroonbedekking:

  • 4.

    Vergunningplichtige gebieden: De criteria voor deze gebieden zijn uitgewerkt in onderdeel 4. Het zijn gebieden waarbinnen alle bomen in openbaar gebied bij een omtrek gelijk aan of groter dan 50 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld vergunningplichtig zijn. Dit met uitzondering van bomen in parken/groenvakken met een oppervlakte groter dan 1ha. De vergunningplichtige gebieden zijn als vlak weergegeven op de kaart;

 

  • 1.

    Criteria vergunningplichtige bomen

In dit onderdeel vindt u de criteria voor het bepalen van de vergunningplichtige individuele bomen. Een boom moet op het moment van de inventarisatie aan de minimumeis én minimaal één van de andere onderstaande criteria voldoen om te worden opgenomen op de ‘’Bomenkaart”. Alle Individuele bomen op de ‘’Bomenkaart” zijn vergunningplichtig.

Criterium

Omschrijving

Toetsbaar aan:

Minimumeis

De boom is ouder dan 50 jaar en kan duurzaam in stand worden gehouden.

De boom kan duurzaam in stand worden gehouden omdat zowel de boven- als ondergrondse groeiruimte toereikend zijn en de resterende levensverwachting van de boom minimaal 15 jaar is.

Van de minimumeis van 50 jaar kan gemotiveerd worden afgeweken wanneer een boom op basis van de selectiecriteria voor vergunningplichtige bomen zeer hoog wordt gewaardeerd. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een boom met een grote historische betekenis of een zeer zeldzame soort.

Geschiedkundige of cultuurhistorische waarde

De boom is monumentaal en/of geschiedkundige of cultuurhistorische zeer waardevol en draagt daardoor bij aan de lokale, historische identiteit en het historisch besef van burgers.

 

Herdenkingsboom of geschenkboom: De boom is geplant in de openbare ruimte, ter gelegenheid van een bijzondere gebeurtenis met een maatschappelijk of historisch belang, zoals een geboorte binnen het koningshuis of ter gelegenheid van een bijzonder moment voor de stad Enschede. De boom is in samenspraak met de Gemeente Enschede geplant en als herdenkingsboom of geschenkboom erkend.

 

 

De boom maakt (onder-)deel uit van een monumentale of een cultuurhistorisch waardevolle omgeving, object of plaats, zoals bijvoorbeeld:

Markeringsbomen of Markebomen: bomen die zijn aangeplant als markering van een grens van een landperceel, gemeentegrens, parochiegrens of zelfs een staatsgrens.

Kruis- of kapelbomen: boom bij een kapel of kruisbeeld om de locatie te benadrukken.

Fruitbomen of bijzondere (lei-)bomen bij cultuurhistorisch waardevolle gebouwen zoals oude boerderijen, verdwenen landgoederen e.a. waarbij de boom echt onderdeel is (of vroeger was) van het monumentale geheel.

 

 

De boom is opgenomen in het bestand van monumentale bomen van de Bomenstichting.

Beeldkwaliteit

De boom is door leeftijd, verschijning en standplaats beeldbepalend in de ruimte en het wegvallen van de boom veroorzaakt een aantasting van de beeldkwaliteit.

Karakter omgeving: De aanwezigheid van de boom is sterk bepalend voor het karakter van straat, plein of buurt. Dit omdat de boom een groot ruimtebeslag heeft en daarmee indeling geeft aan de ruimte of omdat dit de enige boom van deze omvang is in een verder overwegend stenige omgeving. OF:

Relatie gebouw: De boom in combinatie met een pand vormt een esthetisch waardevol geheel

omdat de boom de architectonische waarde van het gebouw versterkt. OF:

Bijdrage stedenbouwkundig ontwerp: De boom vormt een wezenlijk onderdeel van het

stedenbouwkundig ontwerp van de straat, het plein of de buurt. De boom is centraal gesteld in het ontwerp en draagt daardoor de ruimtelijke kwaliteit.

Zeldzaamheidswaarde

De boom is bijzonder als gevolg van een zeldzame soort, variëteit of groeivorm.

Dendrologische waarde door bijvoorbeeld de zeldzaamheid van een soort nationaal of in de regio

Bijzondere natuurlijke groeiwijzen of snoeivormen

 

  • 2.

    Criteria vergunningplichtige lanen

In dit onderdeel vindt u de criteria voor het bepalen van de vergunningplichtige bomenlanen. Alle bomenlanen langs stadstraten en wijkstraten op openbaar gebied als opgenomen op de ‘’Bomenkaart” zijn vergunningplichtig bij een omtrek gelijk aan of groter dan 50 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld.

Criterium

Omschrijving

Toetsbaar aan:

Beleidsmatig vastgelegde groene kwaliteit

Bomenlaan maakt onderdeel uit van de gemeentelijke groenstructuur.

Deze stadsstraten en wijkstraten zijn opgenomen op de Bomenkaart.

 

  • 3.

    Criteria vergunningplichtige gebieden

In dit onderdeel vindt u de criteria voor het bepalen van de vergunningplichtige gebieden. Alle houtwallen/houtsingels en bosgebieden binnen deze gebieden zijn vergunningplichtig.

Criterium

Omschrijving

Toetsbaar aan:

Beleidsmatig vastgelegde groene kwaliteit

De vergunningplichtige gebieden maken onderdeel uit van de als ‘’zeer hoog’’ gewaardeerde landschappen in het buiten gebied van Enschede.

De gebieden met een ‘’zeer hoge’’ landschapswaardering zijn in de door de gemeenteraad vastgestelde Visie Landelijk Gebied Enschede (april 2021) opgenomen.

 

  • 4.

    Criteria vergunningplichtige gebieden op basis van boomkroonbedekking

In dit onderdeel vindt u de criteria voor het bepalen van de vergunningplichtige gebieden op basis van boomkroonbedekking. Alle rode gebieden op de kaart Boomkroonbedekking kennen een vergunningplicht voor bomen in openbaar gebied bij een omtrek gelijk aan of groter dan 50 centimeter op 130 centimeter hoogte boven het maaiveld. Dit m.u.v. bomen in parken/groenvakken met een oppervlakte groter dan 1ha.

Criterium

Omschrijving

Toetsbaar aan:

Voldoende schaduw voor een gezonde leefomgeving

De vergunningplichtige gebieden betreffen de buurten die op het gebied van boomkroonbedekking slecht scoren ten opzichte van de Landelijke Bomennorm.

Op basis van de Landelijke Bomennorm (Norminstituut Bomen, 2024) voor boomkroonbedekking (BKB) is voor Enschede per buurt een streefwaarde voor de boomkroonbedekking opgesteld. Hierbij is de Landelijke Bomennorm van 30% BKB per buurt gecorrigeerd voor de mate waarin een buurt bebouwd is.

 

Naar boven