Programma van Eisen opgesteld door gemeente Ede Jeugd- en schoolmaatschappelijk werk 2026-2027 (regulier en specialistisch)

 

1. Inleiding

Het domein ‘Sociale basis en preventie’ kent drie subsidieregelingen:

  • Subsidieregeling Sociale Basis, Jeugd en Preventie - organisaties met beroepsinzet

  • Subsidieregeling Jeugdactiviteiten - organisaties met vrijwillige inzet

  • Subsidieregeling Sociale Basis en Preventie - organisaties met vrijwillige inzet

Op grond van deze regelingen verleent de gemeente Ede subsidie. Bij subsidies van meer dan € 50.000 geldt daarbij ook een Programma van Eisen (Hierna: PvE). Dit is vastgelegd in de Algemene subsidieverordening Ede 2017 (hierna; ASV 2017). Het PvE is het beleidsinhoudelijke kader dat de gemeente Ede opstelt en op basis waarvan organisaties een subsidieaanvraag kunnen doen. Daarnaast gelden ook de kaders die opgenomen zijn in de genoemde subsidieregelingen.

 

In het eerste gedeelte, ‘Visie van het Gemeentebestuur’, staan de doelen en uitgangspunten benoemd, zoals door de Gemeenteraad vastgesteld. Dit zijn de doelen en uitgangspunten uit de gemeentebegroting en uit inhoudelijke beleidskaders. We willen dat de activiteiten/diensten waarvoor we subsidie verlenen, aansluiten bij de gemeentelijke beleidsdoelen.

 

Het tweede gedeelte bevat de opgave voor organisaties: voor welk probleem of voor welke vraag een organisatie een subsidieaanvraag kan indienen. Uit de subsidieaanvraag moet o.a. blijken hoe en welke activiteit en/of de dienstverlening bijdraagt aan de te behalen resultaten, en op welke indicatoren wordt gemonitord. In onderdeel 2 van dit PvE is verder uitgewerkt wat in de aanvraag terug moet komen.

2. VISIE VAN HET GEMEENTEBESTUUR

Eind 2024 presenteerde de gemeente haar nieuwe visie voor het Sociaal Domein, met de titel ‘Voorkomen is beter dan genezen, op weg naar een gezonder en socialer Ede in de 2040’. De groeiende vraag naar zorg en de daarmee stijgende zorgkosten maakt dat we fundamentele keuzes moeten maken. Eén belangrijke keuze is dat de focus meer op gezondheid komt te liggen, hoe zorgen we er met elkaar voor dat inwoners de mogelijkheden hebben om gezonder en vitaler te leven. Dat inwoners in buurten en wijken omkijken naar elkaar, elkaar om hulp durven vragen en elkaar helpen. De gemeente streeft naar een samenleving waar inwoners met lichamelijke, sociale en emotionele uitdagingen om kunnen gaan en richting kunnen geven aan hun eigen leven.

 

Niet de nadruk op ziekte en zorg maar in de nieuwe visie ligt de focus op gezondheid en preventie. Om dit te bereiken zetten we in op beschermende factoren die bijdragen aan ieders gezondheid en trachten we de invloed van risicofactoren op de gezondheid te verminderen. Sommige doelgroepen hebben onze steun meer nodig dan anderen. We richten ons daarom vooral op ouderen, kinderen en jongeren en psychisch kwetsbare inwoners. Levensgebeurtenissen maken we allemaal mee en kunnen een grote impact hebben. We organiseren beschikbare hulp en ondersteuning rondom deze belangrijke gebeurtenissen zodat inwoners meer rust en grip ervaren.

 

We zetten in op vijf leidende principes:

  • 1.

    Voorkomen is beter dan genezen

  • 2.

    We kijken breed naar gezondheid

  • 3.

    Ongelijk investeren voor gelijke kansen

  • 4.

    We doen het samen

  • 5.

    We investeren in collectieve hulp

We lichten de vijf leidende principes en de rol die wij voor de sociale basis zien hieronder toe.

 

1. Voorkomen is beter dan genezen

Dit leidende principe is de titel van onze visie en is daarmee overkoepelend. Ook de andere leidende principes koersen immers (deels) op preventie. ‘Voorkomen is beter dan genezen’ houdt in dat we vooral kijken naar onderliggende oorzaken van problematiek. We hanteren hierbij het concept Positieve Gezondheid en zetten preventief in op de dimensies van gezondheid: lichamelijk functioneren, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en het dagelijks functioneren.

 

De sociale basis kan van betekenis zijn door de activiteiten die zij aanbiedt te richten op het versterken van beschermende factoren en verminderen van risicofactoren binnen de dimensies van (positieve) gezondheid. Voorbeelden van beschermende factoren zijn het hebben van een sociaal netwerk, bestaanszekerheid, eigen regie over het leven, ouderbetrokkenheid, je onderdeel voelen van de maatschappij en mee kunnen doen; deze factoren dragen bij aan een positieve gezondheid. Risicofactoren zijn bijvoorbeeld eenzaamheid, financiële problemen en verlies van werk; deze factoren bedreigen een goede gezondheid. Signaleren is hier ook een belangrijk onderdeel in. Op tijd zien dat iemand iets nodig heeft en een reikende hand bieden.

 

We vragen organisaties om in hun plan op te nemen op welke factoren van gezondheid en preventie zij zich richten en hoe zij dit samen met partners en inwoners vormgeven.

 

2. We kijken breed naar gezondheid

We bekijken gezondheid vanuit het integrale model van positieve gezondheid. Gezondheid gaat namelijk niet alleen over aan- of afwezigheid van ziekte, maar om het vermogen om te gaan met de fysieke, sociale en emotionele uitdagingen van het leven. Dit vermogen is afhankelijk van de zes dimensie van positieve gezondheid die onder 1 genoemd zijn.

 

Levensgebeurtenissen zoals geboorte van een kind, overlijden, scheiding of verlies van inkomen kunnen grote impact hebben op de verschillende dimensies van gezondheid en de veerkracht van mensen (tijdelijk) verminderen. Dat is de reden dat we de (preventieve) ondersteuning van inwoners rond levensgebeurtenissen willen versterken. De sociale basis speelt hier een belangrijke rol, omdat de organisaties informeren, signaleren, ondersteunen en verwijzen

 

We vragen organisaties om op basis van data, signalen en eigen expertise, in hun subsidieaanvraag uit te werken op welke elementen van positieve gezondheid zij zich focussen en hoe de activiteiten bijdragen aan positieve gezondheid.

 

3. Ongelijk investeren voor gelijke kansen

Niet elke buurt, doelgroep of gemeenschap heeft hetzelfde nodig om zich te kunnen redden. Daarom gaan we de schaarse middelen ongelijk investeren om gelijke kansen te creëren. We richten ons extra op de specifieke groepen inwoners en buurten/wijken waar hulp en ondersteuning het hardst nodig is. Daarbij zorgen we dat de basisvoorzieningen op orde zijn en voor iedereen beschikbaar blijven. Ook bij dit principe houden we oog voor levensgebeurtenissen. Die doen zich bij iedereen voor, ook bij inwoners die in eerste instantie niet in kwetsbare omstandigheden verkeren.

 

We vragen de sociale basis om actief te signaleren welke groepen ondersteuning nodig hebben en op basis van ervaringen en data het activiteitenaanbod gerichter in te zetten voor deze groepen inwoners in kwetsbare omstandigheden.

 

4. We doen het samen

In Ede is sprake van een sterke verbondenheid binnen gemeenschappen. We bouwen hierop voort. Inwoners, de gemeente en partners in de sociale basis ondersteunen elkaar, werken actief samen en zetten zich actief in voor de omgeving. We werken samen, op alle niveaus, vanuit erkenning van ieders kwaliteiten. De sociale basis faciliteert verbinding tussen verschillende groepen inwoners, stimuleert (bewoners)initiatieven en de inzet van vrijwilligers en versterkt talenten, zodat iedereen een bijdrage kan leveren. Onze partners binnen de sociale basis zoeken oplossingen voor problemen op de eerste plaats binnen het netwerk en de context van de inwoner zelf. Inwoners hebben zelf veel kennis in huis. We maken daarom gebruik van hun ervaringsdeskundigheid. We normaliseren het vragen en bieden van hulp aan elkaar. En schalen hulp en ondersteuning met elkaar op en af waar nodig.

 

We vragen onze partners binnen de sociale basis dat zij op de eerste plaats binnen het netwerk en de leefwereld van de inwoner naar oplossingen zoeken. Aanvullend hierop vragen we organisaties om de samenwerking met andere organisaties te zoeken waarmee het eigen aanbod versterkt kan worden.

 

5. We investeren in collectieve hulp

We verschuiven onze aandacht en middelen van individuele naar collectieve voorzieningen, dit geldt zowel voor de preventieve als curatieve (geïndiceerde) voorzieningen. We zetten in op deze beweging omdat we met:

  • Collectieve voorzieningen efficiënter omgaan met de beperkte financiële en personele middelen in de zorg, zodat we de zorg toegankelijk en betaalbaar houden.

  • De inzet van collectieve voorzieningen de verbinding en de onderlinge steun tussen gebruikers (inwoners) versterken en inzet op collectieve voorzieningen draagt ook bij aan het normaliseren van problematiek.

Zo blijft geïndiceerde zorg beschikbaar voor wie dat het hardst nodig heeft.

 

We vragen de sociale basis om mét elkaar - informele en formele partners van Wmo en Jeugd - de beweging te maken van individuele trajecten naar collectief aanbod.

3. VRAAG AAN ORGANISATIE

In het kader van de nieuwe visie Sociaal Domein maken we in de vraagstelling aan de CJG-organisaties een tweedeling:

  • a)

    de ontwikkelopgave waarin de bijdrage geformuleerd wordt aan de beweging die we met elkaar willen inzetten

  • b)

    het basisaanbod CJG dat toegankelijk blijft voor alle inwoners

a) De ontwikkelopgave

In lijn met de nieuwe visie ‘Voorkomen is beter dan genezen’ hebben we samen met de CJG-organisaties gekeken wat de bijdrage kan zijn van het CJG aan de beweging die de gemeente wil inzetten. Daarbij hebben we de vijf leidende principes van de visie als uitgangspunt genomen en per leidend principe gekeken wat de ontwikkelopgave van het CJG is voor 2026.

 

NB: organisaties die subsidie krijgen voor jeugd- en schoolmaatschappelijk werk voeren dit in samenhang uit binnen de organisatievorm en werkwijze van het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). De ontwikkelopgave is een gezamenlijke opgave van de organisaties die samen het CJG vormen. In dit onderdeel van het Programma van Eisen wordt daarom gesproken van ‘het CJG’ en de ‘CJG-medewerkers’ in plaats van dat de aparte disciplines worden genoemd.

 

De leidende principes

Overeengekomen ontwikkelafspraken

Voorkomen is beter dan genezen

  • 1.

    Beschikken over opvoedvaardigheden is een belangrijke beschermende factor. Bij alle inzet vanuit CJG is het uitgangspunt om het eigen vermogen en de eigen regie van het systeem (gezin en direct betrokkenen) te versterken zodat het systeem zelf in positie is passende stappen te zetten. Dit vraagt een andere rolopvatting van CJG-medewerkers: ze zijn minder gericht op het oplossen van geconstateerde problemen en meer op het vergroten van het vermogen van gezinnen om zelf om te kunnen gaat met hun problemen en uitdagingen. CJG-medewerkers doen dit op verschillende manieren:

    • door te normaliseren (in laten zien dat sommige problemen en uitdagingen bij het leven horen),

    • door opvoedvaardigheden en opvoedsituatie te versterken, en

    • door het uitbreiden en activeren van het sociale netwerk.

      • a.

        Resultaat: eind 2026 hebben de CJG-organisaties gezamenlijk een implementatieplan opgezet om de houding en handeling van medewerkers in lijn te brengen met deze rolopvatting.

      • b.

        Resultaat: Gezinnen die een ondersteuningstraject hebben gevolgd geven aan beter om te kunnen gaan met hun uitdagingen rond opgroeien en opvoeden

  • 2.

    Het uitgangspunt van het CJG is dat altijd gekeken wordt naar de oorzaken achter hulpvragen. Indien blijkt dat de oorzaak bij het systeem ligt, dient de ondersteuning altijd systeemgericht te zijn.

    • a.

      Resultaat: CJG-medewerkers zijn (beter) in staat het systeem te betrekken bij ondersteuningstrajecten, ook als er sprake is van weerstand bij opvoeders.

  • 3.

    Het is van belang dat er een lerende aanpak is gericht op verbeteren van preventie in de jeugdhulpketen. In 2026 gaan we vanuit de gemeente deze aanpak verbeteren in samenwerking met de ketenpartners.

    • a.

      Resultaat: De CJG-organisaties werken mee aan de ontwikkeling en implementatie van deze aanpak.

We kijken breed naar gezondheid

  • 1.

    Het is van belang dat het CJG passende ondersteuning biedt rond levensgebeurtenissen die (kunnen) leiden tot problemen op het gebied van opgroeien en opvoeden.

    • a.

      Resultaat: Eind 2026 heeft het CJG passend preventief aanbod rond levensgebeurtenissen die invloed hebben op ontwikkelen en opvoeden.

    • b.

      Resultaat: CJG-medewerkers houden in hun analyse rekening met levensgebeurtenissen als onderliggende oorzaak van problemen.

    • c.

      Resultaat: gezinnen zijn zich bewust van de impact van levensgebeurtenissen op opgroeien en opvoeden en hebben handvatten om hier mee om te kunnen gaan.

Ongelijk investeren voor gelijke kansen

  • 1.

    Het CJG prioriteert haar inzet naar specifieke groepen en/of buurten waar haar inzet het grootste verschil maakt

  • 2.

    Het CJG weet specifieke groepen beter te bereiken waar hulp en ondersteuning het hardst nodig is en CJG-medewerkers zijn beter toegerust ondersteuning te bieden aan deze groepen.

    • a.

      Resultaat: de subsidieaanvraag 2026 bevat een gezamenlijk analyse door de CJG-organisaties van onder welke groepen en in welke buurten/wijken de problematiek rond ontwikkelen, opgroeien en opvoeden het grootst is. Gebruik daarbij data uit de monitors van de GGD (waaronder de OKO-monitor), gemeentelijke data 1 en data, signalen en expertise vanuit de eigen organisatie.

    • b.

      Resultaat: in de subsidieaanvraag 2026 wordt omschreven welke groepen/gebieden in kwetsbare omstandigheden achterblijven in het bereik van het CJG en welke activiteiten en/of strategische samenwerkingsrelaties worden opgezet om deze groepen effectiever te bereiken en te ondersteunen.

    • c.

      Resultaat: CJG-medewerkers zijn toegerust om passende ondersteuning te bieden aan de groepen en in de buurten onder b.

    • d.

      Resultaat: in de subsidieaanvraag 2026 wordt beschreven hoe met de inzet van het CJG wordt vormgegeven aan ‘ongelijk investeren voor gelijke kansen’. Maak hierbij onderscheid tussen de basisvoorzieningen die voor iedereen toegankelijk blijven en de extra ondersteuning die wordt geboden gericht op specifieke groepen en gebieden.

We doen het samen

  • 1.

    We willen stimuleren dat ouders deel zijn van een gemeenschap waarin ze onderling ervaring, kennis en vragen delen en elkaar ondersteunen en versterken in hun opvoedvaardigheden. Het CJG heeft in het verleden veel tijd geïnvesteerd in het opzetten van oudergroepen. Meestal lukte het goed om oudergroepen op te zetten, maar niet om ze op eigen kracht van ouders door te zetten. Geef in de subsidieaanvraag aan hoe het CJG inzet op het succesvol opzetten én bestendigen van oudergroepen en op welke wijze de OKO-aanpak daaraan kan bijdragen.

    • a.

      Resultaat: in 2026 heeft het CJG x aantal opvoedcommunities/oudergroepen opgezet waarvan 50% een half jaar na de opstartfase nog actief is.

  • 2.

    Geef in de subsidieaanvraag 2026 aan hoe het CJG vanuit haar positie en ondersteuning een verbindende schakel vormt tussen de levensgebieden van het kind (gezin-school-peers-vrije tijd-buurt-online) en in de samenwerking met informele en formele organisaties die zich binnen die levensgebieden bewegen.

    • a.

      Resultaat: in 2026 wordt een plan ontwikkeld om de inzet van ervaringsdeskundigen te vergroten. Daarin wordt uitgewerkt hoe de inzet van ervaringsdeskundigen rond opvoed- en opvoedvragen kan worden vergroot door ervaringsdeskundigheid van externe partners te benutten. En door te stimuleren dat CJG-medewerkers in hun normale werk verbindingen leggen tussen ouders die ondersteuning vragen en ouders die ondersteuning kunnen bieden.

    • b.

      Resultaat: er is een betere samenwerking tussen het CJG en informele organisaties rond jeugdigen en gezinnen, waardoor de vragen die binnenkomen bij het CJG relatief vaker opgepakt kunnen worden door vrijwilligers(organisaties).

We investeren in collectieve hulp

  • 1.

    Geef in de subsidieaanvraag 2026 aan hoe de individuele hulpvragen aan het CJG zoveel mogelijk collectief worden opgepakt, met als uitgangspunt ‘collectief, tenzij’. In dit verband wordt met collectief oppakken het volgende bedoeld:

    • Groepsvoorlichtingen en groepstrainingen organiseren rond veelvoorkomende opvoedvragen en -problemen.

    • Vragen die doorgaans in een individueel ondersteuningstraject worden opgepakt in plaats daarvan in groepsverband oppakken.

      • a.

        In 2026 zien we een relatieve stijging van het aantal ondersteuningstrajecten in groepsverband ten opzichte van individuele trajecten.

 

b) Het basisaanbod CJG

 

Onderwerp

Nadere toelichting

Beschrijving hoofdopdracht

De ondersteuning is zowel individueel als in groepsverband, laagdrempelig, vrij toegankelijk en bereikbaar voor inwoners en professionals. Door de ondersteuning kunnen jeugdigen en hun ouders, met behulp van het eigen netwerk en vrijwilligers, weer zelf verder.

 

Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) is een samenwerkingsverband met vijf kernpartners: gemeente Ede, Opella, Stimenz, MEE samen en de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) van de GGD. De overkoepelende taak van het jeugd- en schoolmaatschappelijk werk is ondersteuning van jeugdigen en/of hun ouders met niet-complexe hulpvragen op het gebied van opgroeien en opvoeden. De medewerkers van genoemde organisaties werken samen binnen het CJG. De kracht van het CJG is dat er vanuit meerdere disciplines naar de vraag van het kind en/of de ouders/opvoeders wordt gekeken waardoor de vraag vanuit meerdere perspectieven geanalyseerd wordt. Daarbij wordt de situatie van het kind altijd bezien in het licht van het systeem waarin het kind opgroeit. Dat maakt dat de hulp of ondersteuning zich richt op het systeem en bij voorkeur niet alleen op het kind. Het is belangrijk te benadrukken dat de regie bij de ouders/opvoeders blijft en dat de ondersteuning vanuit het CJG tijdelijk en niet normerend is en gericht op het versterken van de eigen verantwoordelijkheid en het vermogen van ouders bij het opvoeden van hun kinderen.

Beschrijving van de doelgroep

Het jeugdmaatschappelijk werk (JMW) en schoolmaatschappelijk werk (SMW) richt zich op inwoners met een lichte ondersteuningsvraag op het gebied van opgroeien en opvoeden. Specialistisch jeugdmaatschappelijk werk richt zich op kinderen en ouders met een beperking en is gespecialiseerd in o.a. autisme, lichtverstandelijke beperking, lichamelijke beperking en hoogbegaafdheid.

 

In de subsidieaanvraag wordt een inschatting gemaakt van het aantal te bereiken personen.

Beschrijving basispakket voorzieningen

Algemene activiteiten en/of diensten:

Ondersteuning van jeugdigen en/of hun ouders met een niet-complexe hulpvraag. Kortdurende ondersteuning, zowel individueel als in groepsverband, die laagdrempelig is, vrij toegankelijk en bereikbaar voor inwoners en professionals, bestaande uit de volgende activiteiten:

  • Screening en vraagverheldering

  • Het geven van voorlichting en advies

  • Het bieden van lichte ondersteuning (maximaal 10 gesprekken voor JMW en 5 voor SMW)

  • Signalering en op- of afschalen naar passende ondersteuning

  • Stimuleren van sociale netwerkversterking

  • Stimuleren van het gebruik van informele zorg

  • Stimuleren en faciliteren van de pedagogische civil society (het reguliere JMW is hier de aanjager van)

  • Het verzorgen van collectief aanbod (trainingen en cursussen) rond opgroei- en opvoedvragen.

  • Het coördineren van al het collectief aanbod van organisaties werkzaam op het gebied van jeugdpreventie: het collectief aanbod is op elkaar afgestemd, wordt aangeboden onder de vlag van het CJG en het CJG zorgt voor één centraal aanmeldpunt.

  • Participeren binnen het CJG: vraaggericht werken binnen de vindplaatsgerichte CJG-teams (de voorschoolse voorzieningen teams en de schoolteams), waarin de maatschappelijk werkers teams vormen met jeugdverpleegkundigen van de VGGM.

  • Het verzorgen van de front-office volgens afspraken en verdeling gemaakt binnen het CJG (door het regulier JMW).

  • Trajectbegeleiding binnen Vroeghulp (door het specialistisch JMW).

Samenwerking met partners

In de subsidieaanvraag beschrijft u met welke organisaties u samen gaat werken bij het uitvoeren van de activiteit/dienst.

U beschrijft tevens het doel van de samenwerking en hoe dit bijdraagt aan de kwaliteit van de dienstverlening.

 

  • Partners: Lijst van organisaties en instellingen waarmee concreet wordt samengewerkt.

  • Rol en Bijdrage: Beschrijf de rol en bijdrage van de belangrijkste partners in het project.

Zie de vereisten inzake samenwerking in de subsidieregeling Sociale Basis, Jeugd en Preventie - organisaties met Beroepsinzet Ede.

Resultaten

  • De ondersteuning heeft geleid tot afname van de problematiek, een toename van de zelfredzaamheid en toename van de participatie van de inwoner.

  • Inwoners voelen zich geholpen door de ondersteuning en kunnen na afloop zelfstandig verder (al dan niet met hulp en ondersteuning vanuit de sociale basis/netwerk).

  • Inwoners worden indien nodig tijdig en ‘warm’ overgedragen aan meer specialistische ondersteuning indien nodig.

  • Maatschappelijk werkers zijn onderdeel van de sociale infrastructuur van een wijk en goed vindbaar voor inwoners en professionals.

  • Er is een vraaggericht collectief aanbod. Waar er meerdere vergelijkbare individuele vragen zijn van inwoners wordt dit door de partners uit de werkgroep Collectief Jeugdaanbod van het CJG omgezet in een collectief aanbod in de vorm van gespreksgroepen, voorlichtingen, cursussen of trainingen. Het doel van collectieve activiteiten is het bijeen brengen van inwoners met vergelijkbare vragen om van elkaar te leren om op deze manier weerbaarder en zelfredzamer te worden. De trainingen en andere collectieve activiteiten worden georganiseerd op basis van vragen en gesignaleerde behoeften. Daar waar mogelijk en van toegevoegde waarde wordt samengewerkt met andere maatschappelijke organisaties.

  • Samenwerkingspartners zijn tevreden over de samenwerking en vinden de activiteiten nuttig.

  • Een toename van het beroep op informele ondersteuning.

  • Goede (keten)samenwerking van betrokken partijen, waaronder formele en informele zorg.

In uw aanvraag beschrijft u hoe u bijdraagt aan deze doelen en resultaten.

Meten voortgang en rapportage

Welke concrete indicatoren worden er ingezet om de resultaten te meten?

 

In uw aanvraag geeft u aan welke indicatoren u inzet en monitort. Dit komt vervolgens terug in de verantwoording van uw subsidie (wanneer deze wordt toegekend).

In de aanvraag beschrijft u hoe de effecten van uw activiteiten gemeten worden:

  • Evaluatieplan: Beschrijf hoe en wanneer de activiteiten geëvalueerd worden.

  • Indicatoren: Specifieke indicatoren die gebruikt worden om de voortgang en resultaten te meten.

  • Feedback: Beschrijf hoe feedback van deelnemers en stakeholders wordt verzameld en gebruikt voor verbetering.

De verantwoording bevat zowel kwalitatieve elementen (zoals casusbeschrijvingen) als kwantitatieve elementen (indicatoren).

 

Voor het jeugdmaatschappelijk werk (regulier en specialistisch) en schoolmaatschappelijk werk vragen we om in ieder geval de volgende indicatoren te monitoren:

  • Aantal gestarte trajecten

  • Aantal afgeronde trajecten

  • Duur van trajecten/aantal gesprekken

  • Aantal keer doorverwezen en waarheen

  • Waar komen de aanmeldingen vandaan

  • Gemeten tevredenheid ondersteuning

  • Aantal gezinnen/jeugdigen met en zonder andere vormen van hulpverlening

  • Aard en aantal trainingen/cursussen

  • Aantal deelnemers

  • Tevredenheid kinderen/jongeren/ouders over training/cursus

  • Deelnemers kunnen na ondersteuning (individueel of collectief) beter omgaan met bestaande problematiek

  • Casusbeschrijvingen

Het aantal trajecten en de duur van deze trajecten wordt ook opgenomen in het (half)jaaroverzicht CJG, opgesteld door de coördinator van het CJG. Dit overzicht wordt 2 x per jaar gemaakt. We vragen u daarom om in augustus deze gegevens over het eerste half jaar aan te leveren. En in januari over het hele jaar, zodat we dit op kunnen nemen in het jaaroverzicht CJG. Wanneer beschikbaar willen we ook de klanttevredenheid in het CJG jaaroverzicht opnemen.

Reflectie

Wij vragen u om in het jaarverslag of in een bijlage bij het jaarverslag, een reflectie te schrijven met daarin aandacht voor de volgende vragen:

  • Wat hebbenwe geleerd van wat goed ging en van watniet goed ging?

  • Wat nemenwij ons voor/waar willen wij verder ontwikkelen, vernieuwen?

  • Waarvoor hebben wijsamenwerking met gemeente en andere organisaties nodig in de komende tijd?

  • Wat hebben wijwerkende weg gesignaleerd, wat baart ons zorgenen waar vragen wij aandacht voor en van wie?

4. RANDVOORWAARDEN en BIJZONDERHEDEN

 

Randvoorwaarden

  • Er wordt gehandeld volgens afspraken in: het Convenant Verwijsindex FoodValley en de Meldcode.

  • CJG-medewerkers zetten zich in voor het implementeren, borgen en door ontwikkelen van werkwijzen en werkprocessen, zoals het werken met de Verwijsindex, Meldcode, Mens Centraal als klantvolgsysteem, werken volgens de benadering van één gezin, één plan, kostenbewustzijn en inzet van het eigen netwerk en de samenwerking met partners. Dit gebeurt in samenspraak met de CJG-coördinator.

  • De maatschappelijk werkers in de CJG-teams zijn aanwezig bij teamoverleggen, casuïstiekoverleg en overige bijeenkomsten (op verzoek van de CJG-coördinator).

  • De maatschappelijk werker heeft vanuit de eigen organisatie voldoende professionele handelingsruimte.

  • Er is altijd overeenstemming over wie de eindverantwoordelijkheid draagt voor de casus.

  • Er is een richtlijn ingericht voor op- en afschalen.

  • De maatschappelijk werker kan over de casuïstiek (inhoudelijk) sparren binnen de eigen organisatie.

  • Er wordt deelgenomen aan het wijkteam. Hier vindt afstemming plaats over hoe de activiteiten kunnen bijdragen aan de gebiedsagenda van elke wijk, die door inwoners, gemeente en maatschappelijke partners wordt gevuld.

  • Maatschappelijk werkers presenteren zich als medewerker van het CJG indien het geval.

  • Er wordt gewerkt volgens de afspraken in de intentieverklaring CJG.

  • Ouders worden intensief betrokken bij de ondersteuning van kinderen; ondersteuning is gericht op het versterken van de eigen kracht en het eigen netwerk van het gezin.

  • Er wordt gewerkt volgens een vraaggerichte, oplossingsgerichte- en gezinsgerichte c.q. systeemgerichte benadering.

  • Medewerkers moeten beschikken over de juiste registraties. Voor Jeugd- en Schoolmaatschappelijk werkers betekent dit dat zij SKJ geregistreerd zijn.

 

Begrippenlijst

 

  • Opvoedsituatie: de bredere context waarin jeugdigen opgroeien en opvoeders opvoeden. Naast opvoedvaardigheden en ouder- en kindfactoren hebben b.v. ook huisvesting, werk en inkomen, de buurt en sociaal netwerk invloed op de opvoedsituatie.

  • Implementatieplan: een samenhangend geheel van o.a. werkbeschrijvingen, competentieprofielen, scholingsplannen waarmee de de gewenste rolopvatting en -invulling van de CJG-professionals in de praktijk wordt gebracht.

  • Ondersteuning van het CJG: alle vormen van ondersteuning die het CJG biedt: advies, ondersteuningstrajecten, trainingen en voorlichtingen

  • Ondersteuningstraject: een kortdurend traject dat wordt ingezet na de brede analyse van de hulpvraag. Het gaat om een serie gesprekken waarin een CJG-medewerker een jeugdige of opvoeder ondersteunt. Ondersteuningstrajecten zijn vaak individueel, maar kunnen ook in groepsverband zijn.

  • Collectieve voorzieningen (CJG):

  • Opstartfase oudergroep: in de opstartfase heeft de CJG een actieve trekkersrol in het organiseren van de oudergroep. Zodra er een vaste groep gevormd is heeft de CJG-medewerker een ondersteunende rol op de achtergrond

Naar boven