Gemeenteblad van Het Hogeland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Het Hogeland | Gemeenteblad 2025, 303578 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Het Hogeland | Gemeenteblad 2025, 303578 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening jeugdhulp Het Hogeland 2025
Hoofdstuk 2. Algemene voorzieningen
Artikel 2. Toegang algemene voorziening
Een algemene voorziening is rechtstreeks toegankelijk zonder voorafgaand onderzoek door het college naar de behoeften en persoonskenmerken van de jeugdige of zijn ouder(s).
Hoofdstuk 3. Individuele voorzieningen
Artikel 6. Deskundig oordeel en advies
Het college wint een specifiek deskundig oordeel en advies in, als het onderzoek of de beoordeling van een aanvraag dit vereist.
Artikel 7. Cliëntondersteuning
Het college wijst de jeugdige en/of zijn ouder(s) op de mogelijkheid gebruik te maken van onafhankelijke cliëntondersteuning welke is gecontracteerd door de gemeente.
Artikel 8. Aanvraag, toegang en besluit
Het college legt de beslissing omtrent het al dan niet verlenen van een individuele voorziening vast in een beschikking. Dit geldt niet voor voorzieningen die worden toegekend na verwijzing vanuit de huisarts, jeugdarts, medisch specialist en gecertificeerde instelling, tenzij hierom wordt verzocht.
Artikel 9. Onderzoek en opstellen gezinsplan
of er sprake is van opgroeien opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijk beperking van de jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouder(s) of adoptie gerelateerde problemen en zo ja, welke problemen, stoornissen en beperkingen dat zijn;
welke ondersteuning, hulp en zorg naar aard en omvang nodig zijn voor de jeugdige om, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te participeren, te weten het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp;
Artikel 12. Onderscheid formele en informele hulp
personen die werkzaam zijn bij een hulpverlenende instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007), en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of;
personen die aangemerkt zijn als Zelfstandige zonder personeel. Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of;
Indien de hulp wordt verleend door iemand uit het sociale netwerk, niet zijnde een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder, is er alleen sprake van formele hulp indien wordt voldaan aan de onder de in het eerste lid, onder b en c genoemde voorwaarden en als deze hulp leidt tot betere en effectievere ondersteuning en die tevens doelmatiger is.
Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb vermeldt de beschikking naast de in artikel 11, lid 1 van deze verordening genoemde zaken bovendien de hoogte van het pgb en hoe deze is bepaald.
Artikel 15. Vervoersvoorziening naar jeugdhulp
Het toekennen van een vervoersvoorziening kan alleen wanneer aantoonbaar is gemaakt dat er een noodzaak bestaat tot het inzetten van de vervoersvoorziening en dat bij een gebrek aan deze voorziening de toegang tot jeugdhulp wordt onthouden. De noodzaak van een vervoersvoorziening wordt aannemelijk gemaakt indien:
Artikel 16. Afwegingskader vervoersvoorziening
Wanneer aantoonbaar is gemaakt dat het inzetten van een vervoersvoorziening noodzakelijk is, wordt door middel van onderstaand afwegingskader bepaald wat de best passende eerst beschikbare optie is.
Artikel 17. Zak- en kleedgeldregeling
Wanneer een jeugdige bij instroom bij een jeugdhulpaanbieder geen of onvoldoende kleding of schoeisel blijkt te hebben, verstrekt de jeugdhulpaanbieder de jeugdige op de kortst mogelijke termijn de benodigde kleding en schoeisel. Dit dient te worden bekostigd door de gemeente. Dit geldt voor alle jeugdigen, dus ook voor jeugdigen met kleedgeld. Het richtbedrag hiervoor betreft drie keer het maandelijkse bedrag aan kleedgeld.
Hoofdstuk 5. Herziening, intrekking, terugvordering en bestrijding misbruik
Artikel 18. Herziening, intrekking en terugvordering
Degene aan wie krachtens deze verordening een individuele voorziening is verstrekt, is verplicht op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening.
Artikel 19. Bestrijding oneigenlijk gebruik, misbruik en niet-gebruik
Het college kan de Sociale Verzekeringsbank (SVB) gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een gehele of gedeeltelijke opschorting van betaling uit het PGB voor ten hoogste dertien weken als er ten aanzien van de persoon aan wie het PGB is verstrekt een ernstig vermoeden is gerezen dat sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 8.1.4 eerste lid, onder a, d of e, van de wet.
Hoofdstuk 6. Afstemming met andere voorzieningen
Artikel 20. Afstemming met gezondheidszorg
Het college maakt afspraken met de zorgverzekeraars en het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) hoe de continuïteit van zorg te garanderen voor jeugdigen die jeugdhulp ontvangen en de leeftijd van 18 jaar bereiken en daarmee onder de Zorgverzekeringswet of Wet langdurige zorg komen te vallen, en hoe te voorkomen dat jeugdigen tussen wal en schip vallen wanneer er discussie is over het wettelijke kader.
Artikel 22. Afstemming met het justitiedomein
Het college maakt afspraken met de gecertificeerde instellingen, de Raad voor de Kinderbescherming en Justitiële Jeugdinrichtingen over het overleg over de inzet van jeugdhulp bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing en jeugdreclassering als bedoeld in artikel 2.4 lid 2 onderdeel b van de wet.
Artikel 24. Afstemming met Veilig Thuis
Het college heeft samenwerkingsafspraken gemaakt met Veilig Thuis Groningen ten aanzien van de toegang tot algemene en individuele voorzieningen, overdracht en afstemming taken.
Artikel 26. Afstemming met voorzieningen werk en inkomen
Het Sociaal loket en de integrale sociale teams zorgen dat gemeente, jeugdhulpaanbieders en de gecertificeerde instellingen financiële belemmeringen voor het slagen van preventie en jeugdhulp vroegtijdig signaleren en waar nodig jeugdigen en hun ouder(s) helpen de juiste ondersteuning, vanuit de gemeentelijke voorzieningen, te krijgen om deze belemmeringen weg te nemen. Bijvoorbeeld schuldhulpverlening, inkomensvoorzieningen, re-integratievoorzieningen en armoedevoorzieningen, maar ook het oplossen van problemen rondom meedoen in de samenleving (waarvan werk een onderdeel kan zijn), ontwikkelen en leren.
Artikel 27. Afbakening met andere wetten
Op grond van artikel 1.2 lid 1 sub b van de wet treft het college geen voorziening als naar het oordeel van het college met betrekking tot de problematiek een aanspraak bestaat op een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling, zoals de Wet passend onderwijs, de Wlz, de Wmo, de Zvw en de Participatiewet. Deze wetten zijn voorliggend op de Jeugdwet.
Hoofdstuk 7. Waarborgen verhouding prijs en kwaliteit
Artikel 28. Verhouding prijs en kwaliteit jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen
Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, rekening met:
Hoofdstuk 8. Klachten en medezeggenschap
Het college behandelt klachten van de jeugdige of zijn ouder(s) die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van aanvragen als bedoeld in deze verordening overeenkomstig de bepalingen van de klachtenverordening van de gemeente Het Hogeland.
Artikel 30. Betrekken ingezetenen bij ontwikkelen beleid
Het college stelt ingezetenen, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.
Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige of zijn ouder(s) afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Artikel 33. Intrekking oude verordening en overgangsrecht
Een jeugdige of ouder houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de in het eerste lid genoemde verordening tot de dag waarop het college een nieuw besluit neemt. Het besluit waarmee de lopende voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken met ingang van de dag waarop het college een nieuw besluit neemt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-303578.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.