RAADSBESLUIT TOT VIJFDE WIJZIGING VAN DE INTEGRALE VERORDENING SOCIAAL DOMEIN VEENENDAAL

 

De raad van de gemeente Veenendaal;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 mei 2025, nummer 443871;

 

Overwegende dat

  • in hoofdstuk 2 een aantal wijzigingen moeten worden doorgevoerd om begrippen in overeenstemming te brengen met de begrippen die we nu hanteren vanwege gehouden aanbestedingsprocedures en de regionale context en daarnaast enkele bedragen zijn geïndexeerd;

  • voor het onderzoek naar recht- en doelmatigheid van individuele voorzieningen en pgb’s het wenselijk is dat het college ambtenaren kan aanwijzen die zijn belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet en hoofdstuk 3 van deze verordening;

  • hierin niet is voorzien in de Jeugdwet en daarom een bepaling daartoe in de verordening moet worden opgenomen;

  • een aantal regelingen in paragraaf 4.5 en 4.7 inhoudelijk moet worden gewijzigd en daarnaast een aantal verduidelijkingen van begrippen is gewenst;

Gelet op

artikel 149 van de Gemeentewet en op de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet;

 

Besluit

vast te stellen de Verordening tot vijfde wijziging van de Integrale verordening sociaal domein Veenendaal (5e wijziging van de Integrale verordening sociaal domein Veenendaal).

 

 

Artikel I Wijziging verordening

De Integrale verordening sociaal domein Veenendaal wordt als volgt gewijzigd.

 

  • A.

    In artikel 2.1.10 wordt in lid 4 na de zinsnede ‘vervanging noodzakelijk is’ ingevoegd: en de maatwerkvoorziening verloren is gegaan door omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen of de cliënt de restwaarde van de voorziening die verloren is gegaan geheel of gedeeltelijk vergoedt.

 

  • B.

    Artikel 2.1.10a wordt als volgt gewijzigd:

    • a.

      in de titel wordt ‘Aanvullende criteria’ vervangen door: Weigeringsgronden;

    • b.

      de tekst van het artikel wordt vervangen door:

  • Een woonvoorziening kan worden geweigerd:

    • a.

      als de beperkingen voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van het onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen;

    • b.

      als de cliënt zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen;

    • c.

      ten behoeve van woonruimten die niet geschikt zijn voor permanente bewoning;

    • d.

      als het om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten gaat, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte;

    • e.

      als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding was op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor de verhuizing is;

    • f.

      als de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen meest geschikte beschikbare woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is gegeven door het college;

    • g.

      als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden.

 

  • C.

    In artikel 2.1.10b wordt in lid 1 onder sub b een nieuw sub c ingevoegd:

  • c. gebruik van een (eigen) auto of van een (rolstoel) taxi, waarbij geldt dat de hoogte van de financiële tegemoetkoming maximaal € 540,- per jaar bedraagt.

 

  • D.

    Artikel 2.1.10c wordt als volgt gewijzigd:

    • a.

      in de titel wordt na de zinsnede ‘beschermd wonen’ de volgende tekst ingevoegd: , beschermd thuis, safehouse en tijdelijk verblijf;

    • b.

      de tekst van het artikel wordt vervangen door:

      • 1.

        Met in achtneming van artikel 2.1.10 verleent het college de maatwerkvoorziening beschermd wonen als:

        • a.

          de cliënt is aangewezen op een beschermende woonomgeving, gelet op complexe psychische of psychosociale problematiek;

        • b.

          de cliënt - indien aan de orde - een intramurale behandeling voor zijn psychiatrische aandoening heeft afgerond; en

        • c.

          de cliënt (op termijn) een herstel/ontwikkeltraject accepteert dat met inachtneming van zijn mogelijkheden gericht is op het realiseren van een situatie waarin hij in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving.

      • 2.

        Een beschermende woonomgeving gaat gepaard met noodzakelijk verblijf in een accommodatie van een instelling waar toezicht en aangewezen ondersteuning wordt geboden. Hiertoe is personeel 24 uur per dag fysiek aanwezig op de locatie van de instelling.

      • 3.

        Met in achtneming van artikel 2.1.10 verleent het college de maatwerkvoorziening beschermd thuis als:

        • a.

          de cliënt is aangewezen op bescherming en toezicht in de nabijheid gelet op complexe psychische of psychosociale problematiek;

        • b.

          de cliënt zelfstandig of in een geclusterde woonvorm kan wonen;

        • c.

          de cliënt zelfstandig een hulpvraag kan stellen en zo mogelijk kan uitstellen, maar wel de zekerheid nodig heeft dat begeleiding oproepbaar en indien nodig beschikbaar is; en

        • d.

          de cliënt (op termijn) een herstel/ontwikkeltraject accepteert dat met inachtneming van zijn mogelijkheden gericht is op het realiseren van een situatie waarin hij in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving.

      • 4.

        Met in achtneming van artikel 2.1.10 verleent het college de maatwerkvoorzieningen safehouse of tijdelijk verblijf als de cliënt door een (dreigende) terugval in het ziekteproces, waar verslavingsproblematiek, psychiatrische of gedragsproblematiek onderdeel van uitmaakt, (tijdelijk) is aangewezen op ondersteuning in een beschermde setting

 

  • E.

    In artikel 2.1.11 wordt in lid 2 onder sub a de zinsnede ‘het beoogde resultaat daarvan is’ vervangen door: de beoogde doelen daarvan zijn.

 

  • F.

    In artikel 2.1.14 wordt in lid 1, sub b, onder vii de zinsnede ‘groepsgerichte begeleiding’ vervangen door: dagbesteding en wordt het woord ‘licht’ vervangen door: langer thuis.

 

  • G.

    Artikel 2.1.15 wordt als volgt gewijzigd:

    • a.

      in de titel wordt na de zinsnede ‘beschermd wonen’ de tekst ingevoegd: en beschermd thuis;

    • b.

      lid 1 wordt vervangen door 4 nieuwe leden onder vernummering van lid 2 naar lid 5:

      • 1.

        De hoogte van het pgb is als volgt:

        • a.

          Pgb Beschermd Wonen, hoogste tarief is 85% van het normbedrag per etmaal;

        • b.

          Pgb Beschermd Thuis, hoogste tarief is 90% van het normbedrag per etmaal.

      • 2.

        Het normbedrag is het tarief dat de gemeente is overeengekomen met een gecontracteerde zorgaanbieder.

      • 3.

        De tarieven worden door het college kenbaar gemaakt op de website van de centrumgemeente.

      • 4.

        De hoogte van het pgb wordt bij toekenning en eventuele verlenging van de maatwerkvoorziening bepaald conform de op dat moment door het college vastgestelde tarieven en geldt gedurende de looptijd van de maatwerkvoorziening

 

  • H.

    Artikel 2.1.20 wordt als volgt gewijzigd:

    • a.

      in lid 2 wordt de zinsnede ‘, onverminderd’ vervangen door: het genoemde bedrag in en vervalt de tekst: € 20,60 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten waarvan beide partners de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt tezamen;

    • b.

      in lid 3 wordt de zinsnede ‘€ 20,60 per maand’ vervangen door: het genoemde bedrag in artikel 2.1.4 derde lid juncto 2.1.4a, vierde lid van de Wmo;

    • c.

      in lid 5 wordt:

      • 1.

        in sub d ‘huurderving’ vervangen door: verhuisvergoeding;

      • 2.

        in sub g de punt op het eind van de zin vervangen door een puntkomma;

      • 3.

        na sub g drie nieuwe sub-leden ingevoegd:

        • h.

          het product Specialistisch Persoonsgericht Maatwerk;

        • i.

          het product tijdelijk verblijf;

        • j.

          de financiële tegemoetkoming voor gebruik van een (eigen) auto of van een (rolstoel) taxi.

 

  • I.

    Artikel 2.1.23 wordt als volgt gewijzigd:

    • a.

      In de titel wordt voor de zinsnede ‘ingekocht met een pgb’ de volgende tekst ingevoegd: van niet-professionele dienstverleners;

    • b.

      sub e wordt vervangen door sub d;

    • c.

      in sub d wordt de zinsnede ‘het geïndiceerde resultaat’ vervangen door: de geïndiceerde doelen.

 

  • J.

    Na artikel 2.1.23 wordt een nieuw artikel 2.1.23a ingevoegd:

  • Artikel 2.1.23a Kwaliteitseisen gesteld aan diensten van professionele dienstverleners ingekocht met een pgb

    • 1.

      Indien een cliënt of diens vertegenwoordiger een pgb wenst in te zetten voor diensten van professionele dienstverleners worden hieraan de volgende kwaliteitseisen gesteld:

      • a.

        de ingekochte ondersteuning is veilig, doeltreffend en cliëntgericht;

      • b.

        de professionele dienstverlener handelt in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor die dienstverlener geldende professionele standaard; en

      • c.

        de ingekochte ondersteuning is afgestemd op de behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg en ondersteuning die de cliënt ontvangt.

    • 2.

      Het college kan nadere regels stellen over verdere eisen aan de kwaliteit van met een pgb ingekochte diensten van professionele dienstverleners.

 

  • K.

    In artikel 3.1.1 wordt in sub a de zinsnede ‘niet vallend onder’ vervangen door: anders dan in het kader van.

 

  • L.

    In artikel 3.1.14 wordt de tekst van lid 1 vervangen door:

    • 1.

      Het college treft de nodige maatregelen om misbruik of het oneigenlijk gebruik van individuele voorzieningen tegen te gaan. Tot deze maatregelen behoren in ieder geval:

      • a.

        het zoeken naar mogelijke samenwerking met organisaties die zich ook bezighouden met het tegengaan van oneigenlijk gebruik en misbruik op het terrein van de zorg of aanverwante terreinen;

      • b.

        het maken van afspraken met jeugdhulpaanbieders over de facturatie, resultaatsturingen, accountantscontrole en productieverantwoordingen, zodat declaraties en uitbetalingen in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties;

      • c.

        het beperken van de looptijd van de indicaties of periodiek uitvoeren van controles bij langlopende indicaties;

      • d.

        het uitvoeren van een grondige toets aan de voorkant bij de verstrekking van een pgb op:

        • i.

          de regiemogelijkheden van de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger;

        • ii.

          de kwaliteit van de invulling van de individuele voorziening door de pgb-aanbieder mede met het oog op de te bereiken resultaten, bedoeld in artikel 3.1.11, derde lid, onder b;

      • e.

        het monitoren van het gebruik van het pgb en de behaalde resultaten in relatie tot de gestelde doelen;

      • f.

        het informeren van de jeugdige en zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een individuele voorziening of pgb zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de Jw.

         

  • M.

    Artikel 3.1.15 wordt als volgt gewijzigd:

    • a.

      Voor de zinsnede ‘Het college onderzoekt’ wordt het lidnummer ‘1’ ingevoegd.

    • b.

      Na lid 1 worden 5 nieuwe leden ingevoegd:

      • 1.

        Het college wijst ambtenaren aan die belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet en hoofdstuk 3 van deze verordening.

      • 2.

        Voor zover de toezichthoudende ambtenaar door inzage in bescheiden bij de vervulling van zijn taak dan wel door verstrekking van gegevens in het kader van een melding gegevens, daaronder begrepen bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in de Algemene verordening gegevensbescherming, heeft verkregen, ter zake waarvan de beroepskracht uit hoofde van zijn beroep tot geheimhouding verplicht is, geldt gelijke verplichting voor de toezichthoudende ambtenaar.

      • 3.

        De aanvrager en ontvanger van de individuele voorziening en eventueel betrokken derden verstrekken aan het college alle medewerking en informatie die benodigd is voor het onderzoek als bedoeld in het eerste lid voor zover de medewerking redelijkerwijs gevorderd kan worden. Het college bepaalt hiervoor in de nadere regels een redelijke termijn.

      • 4.

        Het college kan onderzoek doen naar de reden van de beëindiging van de aanspraak op een voorziening en op basis daarvan besluiten nemen met betrekking tot de rechtmatigheid van de voorziening en de wederzijds tussen het college en de jeugdige of zijn ouder resterende verplichtingen en de afhandeling daarvan.

      • 5.

        Het college kan ten aanzien van het bepaalde in dit artikel nadere regels stellen.

 

  • N.

    Na artikel 3.1.15 worden twee nieuwe artikelen ingevoegd:

  • Artikel 3.1.15a Toezichthouder

    • 1.

      De toezichthouder, bedoeld in artikel 3.1.15, functioneert onafhankelijk.

    • 2.

      De toezichthouder is belast met:

      • a.

        de bevoegdheid om inlichtingen te vorderen, waaronder van de politie en de belastingdienst;

      • b.

        de bevoegdheid om de (cliënten)administratie te vorderen bij de jeugdhulpaanbieder;

      • c.

        de bevoegdheid om de administratie te vorderen van de jeugdige of zijn dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger;

      • d.

        het vorderen van identificatie;

      • e.

        de inzage van documenten en toegang tot gegevens;

      • f.

        het betreden van plaatsen, met uitzondering van woningen;

      • g.

        het controleren of de jeugdhulpaanbieder de verplichtingen uit de toekenningsbeschikking of de raamovereenkomst of uitvoeringsovereenkomst met het college naleeft;

      • h.

        het ondersteuningsinhoudelijk controleren van de overeenkomsten die de jeugdige of zijn ouders dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger heeft gesloten; voldoen deze aan bij de aanvraag geleverde gegevens en informatie;

      • i.

        het controleren of de voorziening veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt uitgevoerd.

    • 3.

      De toezichthouder maakt zijn onderzoeksrapport actief openbaar en neemt daarbij de regels uit de Wet open overheid (Woo) en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in acht.

 

  • Artikel 3.1.15b Maatregelen bij onrechtmatigheid

    • 1.

      Als uit onderzoek van de toezichthouder blijkt dat de ondersteuning niet conform de gestelde (kwaliteits-) eisen is geleverd of onrechtmatig is gedeclareerd dan handelt het college conform een vastgestelde handhavingslijn.

    • 2.

      Bij de te nemen maatregelen worden de volgende uitgangspunten in acht genomen:

      • a.

        handhaven geschiedt op basis van risico’s;

      • b.

        maatregelen zijn doelgericht, proportioneel en subsidiair;

      • c.

        lichte maatregelen worden getroffen waar het kan en zware maatregelen waar nodig;

      • d.

        handhaving is maatwerk waarbij iedere situatie apart wordt afgewogen;

      • e.

        het belang van jeugdigen en zijn ouders staat voorop.

 

  • O.

    Lid 1 van artikel 4.3.4 wordt als volgt gewijzigd:

    • a.

      in sub a wordt het getal ‘€ 384,00’ vervangen door: € 467,00;

    • b.

      in sub b wordt het getal ‘€ 492,00’ vervangen door: € 596,00;

    • c.

      in sub c wordt het getal € 548,00’ vervangen door: € 664,00.

 

  • P.

    Artikel 4.5.1 wordt als volgt gewijzigd:

    • a.

      in sub e wordt na de zinsnede ‘van de Pw’ de volgende tekst ingevoegd: exclusief vakantietoeslag;

    • b.

      na sub g wordt een nieuw sub h ingevoegd onder vernummering van de subleden h tot en met j naar de subleden i tot en met k:

      h. pasjaar: periode waarop de toekenning betrekking heeft en van 1 juli tot en met 30 juni loopt;

 

  • Q.

    Artikel 4.5.3 wordt als volgt gewijzigd:

    • a.

      in lid 1 sub c wordt tussen de zinsneden ‘een vermogen’ en ‘hebben tot de’ de volgende tekst ingevoegd: , als bedoeld in artikel 4.5.1, onder k,;

    • b.

      in lid 2 wordt tussen de zinsneden ‘schuldhulpverlening zitten ook’ en ‘de doelgroep’ het volgende woord ingevoegd: tot.

 

  • R.

    In artikel 4.5.4 wordt in lid 4 tussen de zinsneden ‘aaneengesloten maanden’ en ‘voorafgaand aan’ het volgende woord ingevoegd: direct.

 

  • S.

    In artikel 4.5.7 worden in lid 2 tussen de zinsneden ‘dient de aanvrager’ en ‘18 jaar of’ de volgende woorden ingevoegd: op de peildatum.

 

  • T.

    In artikel 4.5.8. wordt in lid 2 de zinsnede ‘4 jaar’ vervangen door: 0 jaar.

 

  • U.

    In artikel 4.5.11 wordt in lid 4 de zinsnede ‘is het mogelijk de ontvangen vergoeding verspreid over een periode te besteden’ vervangen door: kan de vergoeding gedurende de periode van vijf pasjaren verspreid besteed worden.

 

  • V.

    Artikel 4.5.12 wordt als volgt gewijzigd:

    • a.

      in de titel wordt de tekst ‘Computer/laptop middelbare school’ vervangen door: Computer/ laptop jongere;

    • b.

      in lid 1 wordt de zinsnede ‘die door middelbare scholen als noodzakelijk wordt geacht’ verwijderd;

    • c.

      de tekst van lid 4 wordt vervangen door: Het maximale bedrag waarvoor de aanvrager een vergoeding kan aanvragen is voor een laptop of computer: € 500,-., tenzij de laptop stuk gaat, dan kan voor maximaal € 250,- aan kosten voor reparatie of eigen risico worden toegekend.

    • d.

      na lid 4 wordt een nieuw lid 5 ingevoegd onder vernummering van lid 5 naar lid 6:

      5. De vergoeding hoeft niet in één keer besteed te worden

    • e.

      in lid 6 wordt de zinsnede ‘voor de middelbare school’ verwijderd.

 

  • W.

    Artikel 4.5.13 wordt als volgt gewijzigd:

    • a.

      in de titel wordt de tekst ‘Collectieve ziektekostenverzekering’ vervangen door: Collectieve ziektekostenverzekering voor minima;

    • b.

      in lid 1 wordt de zinsnede ‘een korting op de ziektekostenverzekering verstrekken door middel van het aanbieden van’ vervangen door: op aanvraag een tegemoetkoming in de kosten van de premie verstrekken zoals bedoeld in artikel 35 derde lid Pw via;

    • c.

      in lid 2 wordt:

      • 1.

        in sub b de zinsnede ‘; en’ vervangen door: .

      • 2.

        sub c verwijderd.

    • d.

      in lid 5 onder b wordt de zinsnede ‘artikel 4.5.3, eerste lid, sub c’ vervangen door: het derde lid van artikel 34 van de Pw.

 

  • X.

    Artikel 4.5.14 komt te vervallen.

 

  • Y.

    Artikel 4.5.14a wordt als volgt gewijzigd:

    • a.

      in lid 1 worden:

      • 1.

        in de aanhef tussen de zinsneden ‘Het college kan’ en ‘een vergoeding’ de woorden ingevoegd: op aanvraag en wordt het woord ‘aanvrager’ vervangen door: inwoner;

      • 2.

        in sub a onder ii de woorden ‘een geldige CIZ-indicatie of’ verwijderd;

    • b.

      in lid 2 wordt het woord ’aanvraagperiode’ vervangen door: pasjaar.

 

  • Z.

    Artikel 4.7.13 wordt als volgt gewijzigd:

    • a.

      in lid 1 wordt de tekst vervangen door: Wanneer er sprake is van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de Pw wordt de uitkering verlaagd.

    • b.

      in lid 2 wordt de tekst van de aanhef vervangen door: Wanneer sprake is van onverantwoord interen van vermogen dan wordt de verlaging als volgt afgestemd op het benadelingsbedrag:

    • c.

      in lid 3 wordt:

      • 1.

        in de aanhef het woord ‘indien’ vervangen door: wanneer;

      • 2.

        na sub c een nieuw sub d ingevoegd:

        d. een loonsanctie.

    • d.

      lid 4 komt te vervallen.

 

Artikel II Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2025.

 

Artikel III Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: 5e wijziging van de Integrale verordening sociaal domein Veenendaal.

 

 

Vastgesteld in de openbare vergadering van 3 juli 2025,

Peter van Vugt

griffier

Gert-Jan Kats

voorzitter

Naar boven