Programma van Eisen - Jeugd en Jongerenwerk 2026 - 2027

 

1. Inleiding

Het domein ‘Sociale basis en preventie’ kent drie subsidieregelingen:

  • Subsidieregeling Sociale Basis, Jeugd en Preventie - organisaties met beroepsinzet

  • Subsidieregeling Jeugdactiviteiten - organisaties met vrijwillige inzet

  • Subsidieregeling Sociale Basis en Preventie - organisaties met vrijwillige inzet

Op grond van deze regelingen verleent de gemeente Ede subsidie. Bij subsidies van meer dan € 50.000 geldt daarbij ook een Programma van Eisen (Hierna: PvE). Dit is vastgelegd in de Algemene subsidieverordening Ede 2017 (hierna; ASV 2017). Het PvE is het beleidsinhoudelijke kader dat de gemeente Ede opstelt en op basis waarvan organisaties een subsidieaanvraag kunnen doen. Daarnaast gelden ook de kaders die opgenomen zijn in de genoemde subsidieregelingen.

 

In het eerste gedeelte, ‘Visie van het Gemeentebestuur’, staan de doelen en uitgangspunten benoemd, zoals door de Gemeenteraad vastgesteld. Dit zijn de doelen en uitgangspunten uit de gemeentebegroting en uit inhoudelijke beleidskaders. We willen dat de activiteiten/diensten waarvoor we subsidie verlenen, aansluiten bij de gemeentelijke beleidsdoelen.

 

Het tweede gedeelte bevat de opgave voor organisaties: voor welk probleem of voor welke vraag een organisatie een subsidieaanvraag kan indienen. Uit de subsidieaanvraag moet o.a. blijken hoe en welke activiteit en/of de dienstverlening bijdraagt aan de te behalen resultaten, en op welke indicatoren wordt gemonitord. In onderdeel 2 van dit PvE is verder uitgewerkt wat in de aanvraag terug moet komen.

2. VISIE VAN HET GEMEENTEBESTUUR

Onderstaande is een korte uitwerking van de leidende principes van de nieuwe gemeentelijke Visie Sociaal Domein. Bij ieder leidend principe geven we een korte toelichting en sluiten we af met een set aan vragen aan partners in de sociale basis.

 

Visie Sociaal Domein Voorkomen is beter dan genezen

We vinden het als gemeente belangrijk dat inwoners mogelijkheden hebben om gezonder en vitaler te leven. Dat we in onze buurten en wijken omkijken naar elkaar, we elkaar om hulp durven vragen en elkaar helpen. Waar inwoners met lichamelijke, sociale en emotionele uitdagingen om kunnen gaan en richting kunnen geven aan hun eigen leven. We gaan van ‘ziekte en zorg’ naar ‘gezondheid en preventie’.

 

Om dit te bereiken zetten we in op beschermende factoren en trachten we de invloed van risicofactoren te verminderen. Sommige doelgroepen hebben onze steun meer nodig dan anderen. We richten ons daarom vooral op ouderen, kinderen en jongeren en psychisch kwetsbare inwoners. Levensgebeurtenissen maken we allemaal mee en kunnen een grote impact hebben. We organiseren beschikbare hulp en ondersteuning rondom deze belangrijke gebeurtenissen zodat inwoners meer rust en grip ervaren.

 

We zetten in op vijf leidende principes:

  • 1.

    Voorkomen is beter dan genezen

  • 2.

    We kijken breed naar gezondheid

  • 3.

    Ongelijk investeren voor gelijke kansen

  • 4.

    We doen het samen

  • 5.

    We investeren in collectieve hulp

We lichten de vijf leidende principes en de rol die wij voor de sociale basis zien hieronder toe.

 

1. Voorkomen is beter dan genezen

Dit leidende principe is de titel van onze visie en is daarmee overkoepelend. Ook de andere leidende principes koersen immers (deels) op preventie. ‘Voorkomen is beter dan genezen’ houdt in dat we vooral kijken naar onderliggende oorzaken van problematiek. We hanteren hierbij het concept Positieve Gezondheid en zetten preventief in op de dimensies van gezondheid: lichamelijk functioneren, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en het dagelijks functioneren.

 

De sociale basis kan van betekenis zijn door de activiteiten die zij aanbiedt te richten op het versterken van beschermende factoren en verminderen van risicofactoren binnen de dimensies van (positieve) gezondheid. Voorbeelden van beschermende factoren zijn het hebben van een sociaal netwerk, bestaanszekerheid, eigen regie over het leven, ouderbetrokkenheid, je onderdeel voelen van de maatschappij en mee kunnen doen; deze factoren dragen bij aan een positieve gezondheid. Risicofactoren zijn bijvoorbeeld eenzaamheid, financiële problemen en verlies van werk; deze factoren bedreigen een goede gezondheid. Signaleren is hier ook een belangrijk onderdeel in. Op tijd zien dat iemand iets nodig heeft en een reikende hand bieden.

 

We vragen organisaties om in hun plan op te nemen op welke factoren van gezondheid en preventie zij zich richten en hoe zij dit samen met partners en inwoners vormgeven.

 

2. We kijken breed naar gezondheid

We bekijken gezondheid vanuit het integrale model van positieve gezondheid. Gezondheid gaat namelijk niet alleen over aan- of afwezigheid van ziekte, maar om het vermogen om te gaan met de fysieke, sociale en emotionele uitdagingen van het leven. Dit vermogen is afhankelijk van de zes dimensie van positieve gezondheid die onder 1 genoemd zijn.

 

Levensgebeurtenissen zoals geboorte van een kind, overlijden, scheiding of verlies van inkomen kunnen grote impact hebben op de verschillende dimensies van gezondheid en de veerkracht van mensen (tijdelijk) verminderen. Dat is de reden dat we de (preventieve) ondersteuning van inwoners rond levensgebeurtenissen willen versterken. De sociale basis speelt hier een belangrijke rol, omdat de organisaties informeren, signaleren, ondersteunen en verwijzen.

 

We vragen organisaties om op basis van data, signalen en eigen expertise, in hun subsidieaanvraag uit te werken op welke elementen van positieve gezondheid zij zich focussen en hoe de activiteiten bijdragen aan positieve gezondheid.

 

3. Ongelijk investeren voor gelijke kansen

Niet elke buurt, doelgroep of gemeenschap heeft hetzelfde nodig om zich te kunnen redden. Daarom gaan we de schaarse middelen ongelijk investeren om gelijke kansen te creëren. We richten ons extra op de specifieke groepen inwoners en buurten/wijken waar hulp en ondersteuning het hardst nodig is. Daarbij zorgen we dat de basisvoorzieningen op orde zijn en voor iedereen beschikbaar blijven. Ook bij dit principe houden we oog voor levensgebeurtenissen. Die doen zich bij iedereen voor, ook bij inwoners die in eerste instantie niet in kwetsbare omstandigheden verkeren.

 

We vragen de sociale basis om actief te signaleren welke groepen ondersteuning nodig hebben en op basis van ervaringen en data het activiteitenaanbod gerichter in te zetten voor deze groepen inwoners in kwetsbare omstandigheden.

 

4. We doen het samen

In Ede is sprake van een sterke verbondenheid binnen gemeenschappen. We bouwen hierop voort. Inwoners, de gemeente en partners in de sociale basis ondersteunen elkaar, werken actief samen en zetten zich actief in voor de omgeving. We werken samen, op alle niveaus, vanuit erkenning van ieders kwaliteiten. De sociale basis faciliteert verbinding tussen verschillende groepen inwoners, stimuleert (bewoners)initiatieven en de inzet van vrijwilligers en versterkt talenten, zodat iedereen een bijdrage kan leveren. Onze partners binnen de sociale basis zoeken oplossingen voor problemen op de eerste plaats binnen het netwerk en de context van de inwoner zelf. Inwoners hebben zelf veel kennis in huis. We maken daarom gebruik van hun ervaringsdeskundigheid. We normaliseren het vragen en bieden van hulp aan elkaar. En schalen hulp en ondersteuning met elkaar op en af waar nodig.

 

We vragen onze partners binnen de sociale basis dat zij op de eerste plaats binnen het netwerk en de leefwereld van de inwoner naar oplossingen zoeken. Aanvullend hierop vragen we organisaties om de samenwerking met andere organisaties te zoeken waarmee het eigen aanbod versterkt kan worden.

 

5. We investeren in collectieve hulp

We verschuiven onze aandacht en middelen van individuele naar collectieve voorzieningen, dit geldt zowel voor de preventieve als curatieve (geïndiceerde) voorzieningen. We zetten in op deze beweging omdat we met:

  • Collectieve voorzieningen efficiënter omgaan met de beperkte financiële en personele middelen in de zorg, zodat we de zorg toegankelijk en betaalbaar houden.

  • De inzet van collectieve voorzieningen de verbinding en de onderlinge steun tussen gebruikers (inwoners) versterken en inzet op collectieve voorzieningen draagt ook bij aan het normaliseren van problematiek.

Zo blijft geïndiceerde zorg beschikbaar voor wie dat het hardst nodig heeft.

 

We vragen de sociale basis om mét elkaar - informele en formele partners van Wmo en Jeugd - de beweging te maken van individuele trajecten naar collectief aanbod.

 

Inclusie

In 2024 stelde de gemeente de beleidsnota Ede kiest Inclusie(f) vast. Het centrale motto in deze nota is: diversiteit is een gegeven, Inclusie een bewuste keuze. Een keuze om elkaar te respecteren, ruimte te geven en te ontmoeten.

 

Visie op inclusie

Ede huisvest een grote verscheidenheid aan mensen. Die diversiteit is de afgelopen periode behoorlijk toegenomen en zien we terug in kenmerken als geslacht, opleidingsniveau, sociaaleconomische status, levensbeschouwing, land van herkomst, seksuele geaardheid en gender of fysieke en/of verstandelijke beperking. Al deze kenmerken tezamen bepalen hoe iemand de eigen of de identiteit van de ander ervaart.

Willen we inclusief zijn, dan vraagt dat om onbevangen, onbevooroordeeld en oprecht nieuwsgierig te zijn en met elkaar in gesprek te gaan.

 

Actielijnen

De visie op Inclusie is uitgewerkt in vijf actielijnen:

  • 1.

    Inclusief partnerschap met maatschappelijke organisaties

  • 2.

    Preventie en bestrijding van discriminatie

  • 3.

    Gelijkwaardige toegang tot de fysieke, sociale en digitale omgeving

  • 4.

    Acceptatie, veiligheid en zichtbaarheid van de regenbooggemeenschap

  • 5.

    Ontmoeting en verbinding van Edese inwoners

Wij vragen van jullie als maatschappelijke partner om met name in te zoomen op actielijn 2 en 5 en te kijken welke bijdrage de maatschappelijke partners kunnen leveren aan deze twee actielijnen:

 

2. Preventie en bestrijding van discriminatie

In Ede is geen ruimte voor discriminatie en buitensluiten. De heersende norm is dat alle inwoners hun eigen leven in vrijheid kunnen vormgeven en zich respectvol naar elkaar gedragen. In de subsidieverantwoording zien we graag terug hoe jullie organisatie zich bezighoudt met de volgende vraagstukken:

  • 1.

    In hoeverre zijn wij zelf inclusief (hoe inclusief is het personeelsbestand en het personeelsbeleid, zijn werknemers zich bewust van de diversiteit van de samenleving, komt de term cultuursensitief werken ter sprake?)

  • 2.

    Wat signaleren we in de samenleving als het gaat om discriminatie? Hoe handelen we daarop? Waar spelen problemen? Waar liggen kansen? Wat zijn goede voorbeelden?

5. Ontmoeting en verbinding van Edese inwoners

Onze gemeente kent een enorme verscheidenheid aan culturen binnen alle dorpen en verschillende wijken in Ede. Het elkaar ontmoeten en leren kennen is vaak de eerste stap naar meer contact, begrip en verdraagzaamheid. We willen burgerinitiatieven bevorderen die de ontmoeting en het gesprek tussen inwoners tot stand brengen. Graag in de subsidieaanvraag aandacht voor de volgende vraag:

  • 1.

    In hoeverre stimuleren jullie burgerinitiatieven die bijdragen aan een inclusieve samenleving? De gemeente kan hiervoor eventueel een extra impuls geven vanuit de subsidieregeling Diversiteit en Inclusie.

Opgroeien in Kansrijke Omgeving (OKO)

In de gemeente Ede werken we aan sociale verandering door het implementeren van de preventieaanpak Opgroeien in Kansrijke Omgeving (OKO) voor jeugdigen en hun ouders. We verwachten van onze partners dat de activiteiten die zij uitvoeren aansluiten bij de OKO-gedachte en -aanpak. Concreet betekent dit dat activiteiten gericht zijn op het versterken van de leefomgeving waarbij onderliggende oorzaken van problemen rond opgroeien en ontwikkeling worden aangepakt. Dit door het versterken van beschermende factoren en verminderen van risicofactoren. Het samenwerken met de gemeenschap en het gezamenlijk komen tot interventies is hierin essentieel. Hierbij willen we dat gebruik wordt gemaakt van wetenschap, ervaringskennis en professionele kennis. De beschermende factoren die worden beschreven door het Trimbos-Instituut1 en het Nederlands Jeugd Instituut2 kunnen dienen als leidraad.

3. VRAAG AAN ORGANISATIE

De volgende zaken zien wij graag toegelicht in de subsidieaanvraag.

 

Onderwerp

Nadere toelichting

Visie

Probleem of vraaganalyse

Met de meeste jeugdigen en hun ouders in de Gemeente Ede gaat het gelukkig goed. Ze halen hun schooldiploma, vinden een baan en nemen op een positieve manier deel aan de samenleving. Sommige jongeren en hun ouders hebben hier meer moeite mee en veroorzaken in sommige gevallen zelfs overlast. De Gemeente Ede vindt het belangrijk dat deze jeugdigen (en hun ouders) in beeld zijn en een duwtje in de rug krijgen. Deze vroegtijdige inzet van ondersteuning bij (beginnende) problemen helpt hen om zich te ontwikkelen tot zelfredzame en veerkrachtige inwoners. Dit vraagt om jeugd en jongerenwerk van hoge kwaliteit dat door signaleren, begeleiden en doorverwijzen, aanwijsbaar bijdraagt aan een positieve ontwikkeling van jeugdigen en hun ouders en een prettig leefklimaat in de wijken. Beginnende problematiek en hulpvragen worden vroegtijdig gesignaleerd en opgepakt, zodat ergere problematiek voorkomen wordt.

 

Uit uw aanvraag wordt duidelijk welke inzet van jongerenwerk u voorstelt en in welk gebied/welke gebieden en hoe u tot dit voorstel gekomen bent.

 

De inzet van het jongerenwerk in de gebieden dient aan te sluiten bij wat er op dat moment nodig is. Dit kan verschillen per periode/seizoen. In samenspraak met de Wijkteams wordt periodiek afgestemd hoe de inzet van jongerenwerk optimaal kan aansluiten bij wat, waar, wanneer nodig is. De gebiedsagenda’s van de gemeente Ede zijn hierbij een belangrijk instrument.

 

Beschrijf aan welk probleem of vraagstuk u een bijdrage wilt leveren.

Onderdeel van de analyse zijn:

  • Op basis van feiten, cijfers en eigen ervaringen aantonen op welke problemen uw activiteitenprogramma zich richt;

  • Een onderbouwing van hoe de voorgestelde activiteiten bijdragen aan de beleidsdoelen

  • indien van toepassing: een reflectie op uw inzet het afgelopen jaar en hoe u het geleerde wilt toepassen in voorliggend vraagstuk.

  • de vragen voortkomend uit de leidende principes

Beschrijving van de doelgroep

Jeugdigen en jongeren in de leeftijd van 10 tot en met 23 jaar en hun ouders/verzorgers. Hierbij is speciale aandacht voor jongeren in kwetsbare situaties/met beginnende problemen.

 

De doelgroep wordt ook expliciet omschreven in de subsidieaanvraag. Ook wordt een inschatting gemaakt van het aantal te bereiken personen.

Beschrijving activiteiten en/of diensten

Van u verwachten wij dat u onderdeel bent van het netwerk rondom jongeren. U legt en onderhoudt contact met jongeren, bent zichtbaar aanwezig in de buurt voor hen en voor andere partners zoals de gebiedsmanager, het wijkteam en de wijkagent. Naast het leggen en onderhouden van contact, organiseert u activiteiten met en voor jongeren en coacht u hen. U signaleert ontwikkelingen en geeft advies aan de partners en ons over wat u tegenkomt in de wijk. Daarnaast heeft u ook online een signaleringsrol. Alle activiteiten en ondersteuning vanuit het jongerenwerk dragen bij aan het overkoepelende doel om de positieve ontwikkeling van jongeren te stimuleren.

 

Een voorbeeld van mogelijke activiteiten (op basis van de subsidieregeling jeugdactiviteiten en -preventie):

  • Begeleiden, coachen en ondersteunen van jongeren (individueel en groepsgewijs) naar volwassenheid en actief burgerschap. Er is specifieke aandacht voor jongeren uit kwetsbare groepen en jongeren die een positieve ontwikkeling hebben doorgemaakt worden ingezet als rolmodel voor anderen.

  • Initiëren en (mede) organiseren van (inloop)activiteiten en jongerenontmoetingsplaatsen op basis van wijkgerichte afstemming, of ondersteunen bij de organisatie daar van.

  • Stimuleren van actieve deelname van jeugdigen en jongeren aan activiteiten in de wijk, dorp of in de stad, waar het kan mede door henzelf georganiseerd.

  • Het zo nodig tijdig betrekken van andere personen uit de omgeving van de jongere(n) bij het oplossen van vraagstukken of voorkomen daarvan.

  • Interveniëren bij overlast gevende of hinderlijke situaties in de buurten, veroorzaakt door jongeren.

  • Het geven van advies en voorlichting aan ouders/verzorgers over de leefwereld van jongeren.

  • Activiteiten gericht op jongeren wijzer maken in de wereld van de sociale media en/of het organiseren van online activiteiten.

Beschrijf in uw aanvraag:

  • Activiteiten: Gedetailleerde beschrijving van de geplande activiteiten.

  • Frequentie: Hoe vaak de activiteiten plaatsvinden (wekelijks, maandelijks, etc.).

  • Locatie: Waar de activiteiten plaatsvinden (buurthuizen, scholen, etc.)

  • Effectiviteit: hoe draagt uw activiteit of dienst bij aan de gemeentelijke visie en leidende principes. Waar mogelijk hanteert u methodieken die zich in de praktijk bewezen hebben (evidence-based).

Samenwerking met partners

In de subsidieaanvraag beschrijft u met welke organisaties u samen gaat werken bij het uitvoeren van de activiteit/dienst.

U beschrijft tevens het doel van de samenwerking en hoe dit bijdraagt aan de kwaliteit van de dienstverlening.

 

  • Partners: Lijst van organisaties en instellingen waarmee concreet wordt samengewerkt.

  • Rol en Bijdrage: Beschrijf de rol en bijdrage van de belangrijkste partners in het project.

Resultaten

Met uw activiteit/dienstverlening draagt u bij aan de volgende resultaten:

  • o

    Jeugdigen, jongeren en hun ouders/verzorgers zijn beter in staat om zich zelfstandig, met hun eigen netwerk, te redden bij (beginnende) problemen.

  • o

    Jeugdigen ontwikkelen zich op persoonlijke en sociaal gebied, o.a. op de volgende domeinen: school, werk, gezondheid, thuis, online en vrije tijd.

  • o

    Jongeren voelen zich verantwoordelijk voor hun eigen buurt en leefomgeving en dragen daar positief aan bij.

  • o

    Jongeren hebben zo veel mogelijk een constructieve tijdsbesteding, die bijdraagt aan hun positieve ontwikkeling. U sluit daarbij zo veel mogelijk aan bij de behoefte van jongeren.

  • o

    Hulpvragen van jongeren zijn vroegtijdig gesignaleerd en er is passende inzet geboden. Wanneer nodig is er doorverwezen naar passende ondersteuning.

  • o

    Risicovol gedrag en schooluitval onder jongeren en door hen veroorzaakte overlast en hinder is zoveel mogelijk voorkomen.

In uw aanvraag beschrijft u hoe u bijdraagt aan deze doelen en resultaten.

Meten voortgang en rapportage

 

Welke concrete indicatoren worden er ingezet om de resultaten te meten?

 

In uw aanvraagt geeft u aan welke indicatoren u inzet en monitort. Dit komt vervolgens terug in de verantwoording van uw subsidie (indien deze wordt toegekend).

In de aanvraag beschrijft u hoe de effecten van uw activiteiten gemeten worden:

  • Evaluatieplan: Beschrijf hoe en wanneer de activiteiten geëvalueerd worden.

  • Indicatoren: Specifieke indicatoren die gebruikt worden om de voortgang en resultaten te meten.

  • Feedback: Beschrijf hoe feedback van deelnemers en stakeholders wordt verzameld en gebruikt voor verbetering.

De verantwoording bevat zowel kwalitatieve elementen (zoals casusbeschrijvingen) als kwantitatieve elementen (indicatoren).

 

Voor jongerenwerk vragen we om in ieder geval de volgende indicatoren te monitoren:

  • Inzet fte’s/uren per gebied

  • Welk aantal unieke jongeren u bereikt, door bv deelname aan activiteiten

  • Meer intensief contact/aantal individuele gesprekken

  • Of u jongeren heeft toegeleid naar andere ondersteuning

  • Omschrijving van thema’s/ontwikkelingen die u bij jongeren heeft gesignaleerd, bijvoorbeeld met betrekking tot middelengebruik, social media en overlast en in welke mate u daarbij risico’s signaleert.

  • Hoe jongeren de activiteiten en ondersteuning ervaren hebben, middels kwalitatieve gesprekken met jongeren

  • In welke mate relevante partners/buurtbewoners tevreden zijn over de samenwerking.

Reflectie

Wij vragen u om in het jaarverslag of in een bijlage bij het jaarverslag, een reflectie te schrijven met daarin aandacht voor de volgende vragen:

  • Wat hebben we geleerd van wat goed ging en van wat niet goed ging?

  • Wat nemen wij ons voor/waar willen wij verder ontwikkelen, vernieuwen?

  • Waarvoor hebben wij samenwerking met gemeente en andere organisaties nodig in de komende tijd?

  • Wat hebben wij werkende weg gesignaleerd, wat baart ons zorgen en waar vragen wij aandacht voor en van wie?

4. RANDVOORWAARDEN en BIJZONDERHEDEN

Nader in te vullen door gemeente en aanvrager

  • o

    Het uitgangspunt voor de subsidie is de aanwezigheid in de diverse wijken. De inzet anders invullen is mogelijk als de situatie daarom vraagt, maar alleen in overleg met de gebiedsmanager en de opdrachtgever (afdeling Beleid, Implementatie & Kwaliteit).

  • o

    Wij verwachten van u dat u samen met de gebiedsmanagers een inschatting maakt waar u nodig bent, gezien de behoefte van de jongeren in de wijken.

  • o

    U zorgt voor afstemming met het jongerenwerk van andere organisaties, zodat groepen jongeren niet dubbel benaderd worden.

  • o

    U werkt inclusief en met aandacht voor diversiteit en uw activiteiten staan open voor alle jongeren.

  • o

    In de subsidieaanvraag wordt de wijze/methodiek beschreven waarop ouders worden bereikt, hoe dit in samenwerking met het CJG gedaan wordt en hoe met andere partners samengewerkt wordt bij casuïstiek.

  • o

    U betrekt vrijwilligers en/of stagiaires bij uw activiteiten zodat er op termijn minder professionele inzet nodig is om de activiteiten te continueren.

  • o

    Medewerkers moeten beschikken over de juiste registraties. Voor jongerenwerkers betekent dit dat zij SKJ geregistreerd zijn, indien zij zich richten op individuele jeugdigen (al dan niet in groepsverband), op hbo-niveau werkzaam zijn én werkzaamheden doen die volgens het Kwaliteitskader Jeugd om de inzet van een geregistreerde professional vragen. Bij werkzaamheden gericht op collectieve voorzieningen volstaat een registratie onder het Registerplein Kinder- en Jongerenwerkers.

Naar boven