Gemeenteblad van Hengelo
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hengelo | Gemeenteblad 2025, 302045 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hengelo | Gemeenteblad 2025, 302045 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Uitvoeringsregeling Subsidie Voorschool Hengelo 2026
Deze uitvoeringsregel heeft als doelstelling het in 2026 mogelijk maken van de uitvoering van gesubsidieerde peuteropvang, inclusief VVE, voor kinderen vanaf 2½ jaar (in kleine kernen vanaf 2 jaar) tot uitstroom naar het basisonderwijs. Tevens heeft deze regeling ten doel het in stand houden van gesubsidieerde peuteropvang in kleine kernen. Van een kleine kern is sprake als er slechts één voorschool is en er binnen een reikwijdte van 5 km van de voorschool geen andere voorschool is.
Subsidie kan worden aangevraagd voor Hengelose peuters die een peuterplek:
Houders zijn verplicht bij plaatsing van een peuter op een beschikbaar gekomen peuterplek doelgroeppeuters voorrang te geven.
Subsidie per peutergroep: gebaseerd op het aantal deelnemende doelgroeppeuters per groep. Subsidie kan alleen worden toegekend aan groepen op kinderopvanglocaties die in het LRK staan geregistreerd als VVE gecertificeerd. De minimale groepsgrootte bedraagt 7 kinderen (uitzondering hierop zijn locaties in een kleine kern), waarbij minimaal 1 doelgroepkind dient deel te nemen. De maximale groepsgrootte bedraagt 16 kinderen.
Subsidie voor één peutergroep van maximaal 8 kinderen voor locaties in een kleine kern.
Een subsidieaanvraag kan enkel worden ingediend door een houder.
Voorwaarden om voor subsidie in aanmerking te komen:
Alle houders die voor het eerst een subsidieaanvraag indienen worden voor de subsidieverlening getoetst door een extern deskundige. Uit deze toets moet blijken of de houder voldoet aan de voorwaarden uit het Kwaliteitskader Hengelose Voorschool. De houder moet in ieder geval voldoen aan de minimale eisen zoals gesteld in bijlage 4.
Als een houder voldoet aan de minimale eisen zoals gesteld in bijlage 4, maar nog niet volledig voldoet aan alle voorwaarden uit het Kwaliteitskader Hengelose Voorschool, kan het college besluiten, onder voorwaarden, alsnog subsidie toe te kennen. Van de houder wordt dan verwacht dat aantoonbare inspanningen worden gepleegd om in de subsidieperiode wel aan de voorwaarden te gaan voldoen. Indien deze inspanningen niet worden gepleegd, kan dat het herzien of intrekken van het besluit tot subsidieverlening tot gevolg hebben en de subsidie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.
De te subsidiëren activiteiten zijn voor aanvragen in de eerste periode in ieder geval op 1 februari 2026 gestart en lopen na de start door tot en met 31 december 2026. Voor aanvragen in de tweede periode geldt dat de te subsidiëren activiteiten in ieder geval zijn gestart op 1 oktober 2026 en doorlopen tot en met 31 december 2026.
Toetsing recht op een gesubsidieerde peuterplek:
Voor het toetsen of een peuter in aanmerking komt voor een gesubsidieerde peuterplek dient de houder vast te stellen of ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Dit doet de houder aan de hand van de Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag (zie bijlage 3) dan wel door een verklaring van geen recht op kinderopvangtoeslag op te nemen in de overeenkomst tussen aanbieder en ouders, in combinatie met een Inkomensverklaring van (bei)de ouder(s) over 2026.
Het subsidieplafond voor deze regeling wordt door het college voorgesteld. Dit plafond hangt mede af van het normtarief kinderopvangtoeslag van de belastingdienst; dit tarief wordt in het najaar definitief vastgesteld. Bij de vaststelling van de Beleidsbegroting van de Gemeente Hengelo, in november dit jaar zal de raad de subsidieplafonds vaststellen. Aanpassing van het tarief en/of het subsidieplafond behoort daarom tot de mogelijkheden. Dit kan gevolgen hebben voor de aanvragen die worden ingediend op grond van deze regeling.
Subsidieverlening/verantwoording
Indien gedurende de periode waarop de subsidieverlening betrekking heeft voor de betreffende peuteropvanglocatie bestuursrechtelijke handhaving van kracht wordt, kan dat het herzien of intrekken van het besluit tot subsidieverlening tot gevolg hebben en kan de subsidie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.
Indien gedurende de periode waarop de subsidieverlening betrekking heeft tijdens controle blijkt dat de betreffende peuteropvanglocatie niet voldoet aan de wettelijke eisen uit de Wet kinderopvang, het Besluit kwaliteit kinderopvang, het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie dan wel de voorwaarden uit het Kwaliteitskader Hengelose Voorschool, wordt van de houder verwacht dat aantoonbare inspanningen worden gepleegd om in de subsidieperiode wel aan de voorwaarden te gaan voldoen. Indien deze inspanningen niet worden gepleegd, kan dat het herzien of intrekken van het besluit tot subsidieverlening tot gevolg hebben en kan de subsidie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.
Houders die subsidie ontvangen zijn verplicht om uiterlijk op de datum van de start van de te subsidiëren activiteiten op hun website een overzicht van de geldende ouderbijdragen per inkomensgroep en per soort peuterplek, die voor de betreffende peuteropvang gelden, te publiceren. Indien houder niet aan deze verplichting voldoet, kan dat het herzien of intrekken van het besluit tot subsidieverlening tot gevolg hebben en kan de subsidie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.
Het subsidieplafond voor deze regeling wordt door het college voorgesteld op €2.500.000. Dit plafond hangt mede af van het normtarief kinderopvangtoeslag van de belastingdienst; dit tarief wordt in het najaar definitief vastgesteld. Bij de vaststelling van de Beleidsbegroting van de Gemeente Hengelo, in november dit jaar zal de raad de subsidieplafonds vaststellen. Aanpassing van het tarief en/of het subsidieplafond behoort daarom tot de mogelijkheden van het college.
De aanvragen, die ingediend worden voor de eerste periode, kunnen tot het volledige subsidieplafond worden ingediend.
Indien het subsidieplafond voor de eerste periode nog niet bereikt is, wordt de regeling opnieuw opengesteld (tweede periode) en vormt het restant budget het subsidieplafond voor de tweede periode.
Mocht de regeling worden opengesteld voor de tweede periode, vindt er geen herverdeling plaats voor de verleningen over de eerste periode.
De subsidieverlening voor peuterplekken geschiedt volgens een aantal verdeelcriteria. Voor beide perioden gelden dezelfde verdeelcriteria. Deze zijn in volgorde van prioriteit:
Het subsidiebedrag wordt na afloop van de subsidieperiode, op basis van de gegevens uit de eindrapportage van de houder vastgesteld. Deze vaststelling van de subsidie per peuterplek vindt plaats op basis van het werkelijke aantal bezette peuterplekken met een onderscheid naar peuterplekken van ouders die recht hebben op kinderopvangtoeslag en peuterplekken van ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag (daaronder wordt hier begrepen het aantal afgenomen uren per werkelijk bezette peuterplek (regulier en VVE) en de totaal in rekening gebrachte ouderbijdrage) en kan een terugvordering tot gevolg hebben als houder minder bezette peuterplekken heeft gerealiseerd dan het aantal waarop de hoogte van de subsidieverlening was gebaseerd.
De vaststelling van de subsidie voor de peutergroepen vindt plaats op basis van het werkelijke aantal peutergroepen, waarbij het gemiddeld aantal doelgroepkinderen in een groep over 10 maanden van september t/m juni van een ‘kinderopvangjaar’ bepalend is voor subsidie aangevraagd in de eerste periode. Voor subsidie aangevraagd in de tweede periode geldt dat bij de vaststelling van de subsidie van de peutergroepen gerekend wordt met het gemiddeld aantal doelgroepkinderen in een groep over vier maanden in de periode van augustus t/m december van een ‘kinderopvangjaar’.
Elk kwartaal dient de houder het verantwoordingsformulier van het voorliggende kwartaal in. Indien blijkt dat het aantal geplaatste peuters meer dan 20% lager is dan het in de beschikking vermelde aantal, vindt in overleg met de betrokken houder een heroverweging van de subsidie plaats. Mocht de heroverweging leiden tot een wijziging in de subsidieverlening, dan ontvangt de houder een aanvullend besluit. Het definitieve subsidiebedrag kan echter nooit hoger worden dan het eerder verleende bedrag.
Het college beslist in alle voorkomende gevallen waarin deze nadere regels niet voorzien. Daarnaast is het college bevoegd om in bijzondere gevallen van hardheid gemotiveerd van deze regeling af te wijken.
Expertisecentrum Jonge Kind (EJK): het EJK is een bundeling van expertise van verschillende organisaties, die werken voor en met jonge kinderen; het ondersteunt kinderopvangorganisaties, de voorschool en het basisonderwijs bij zorg bij jonge kinderen, bij hun kwaliteitsontwikkeling en borgt (VVE) kwaliteit op stedelijk niveau
Ouderbijdragetabel: een door het college opgesteld overzicht van de financiële bijdrage die ouders/verzorgers, die geen recht hebben op de kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst, moeten betalen voor een gesubsidieerde peuterplek regulier of peuterplek VVE, waarbij de bijdrage wordt afgestemd op het gezamenlijk verzamelinkomen van het gezin (bijlage)
Hengelose overdrachtsformulier: het door het college vastgestelde overdrachtsformulier met bijbehorende handleiding waarmee pedagogisch medewerkers op een systematische manier hun beeld van de ontwikkeling van een peuter beschrijven; dit document wordt vervolgens besproken met ouders en overgedragen naar de toekomstige basisschool
Peuterplek VVE: plek voor doelgroeppeuters vanaf 2,5 jaar tot het moment waarop zij uitstromen naar de basisschool, van minimaal vier dagdelen per week, verspreid over minimaal vier weekdagen, gedurende 40 weken per jaar. Het aantal uren per week is 16. De plek bevindt zich op een peuteropvanglocatie die in het LRK staat geregistreerd als VVE gecertificeerd
Vereiste taalniveaus: de gehanteerde eisen aan de taalniveaus van de pedagogisch medewerkers op de peuteropvanglocaties, te weten 3F op mondelinge vaardigheden en lezen en taalniveau 2F op schriftelijke vaardigheden; deze niveaus zijn afkomstig uit de Referentieniveaus taal van de commissie Meijerink
Voor- en vroegschoolse educatie (VVE): hier opgevat als voorschoolse educatie voor kinderen vanaf 2½ jaar tot het moment waarop zij naar de basisschool uitstromen, waarin via een gecertificeerd VVE-programma op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling
Bijlage 1 - Kwaliteitskader Hengelose Voorschool
In de gemeente Hengelo willen we dat alle kinderen zich goed kunnen ontwikkelen en een goede start kunnen maken op de basisschool. In de periode 0-6 jaar wordt de basis gelegd voor de rest van het leven. Een belangrijke periode ter voorbereiding op de basisschool is de peuterperiode van 2,5 tot 4 jaar. In deze periode is het van belang dat peuters een voorschoolse voorziening bezoeken om goed voorbereid aan de basisschool te kunnen beginnen. Binnen de voorschool worden kinderen spelenderwijs gestimuleerd in hun ontwikkeling. Wij vinden het belangrijk dat alle peuters de mogelijkheid hebben om naar een voorschool te gaan.
Er zijn wettelijke eisen waaraan kinderopvang en gemeenten moeten voldoen. Deze eisen zijn vastgelegd in de Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (Wet OKE), de Wet kinderopvang (WKO) en de Wet op het primair onderwijs (WPO). Daarnaast zijn er aanvullende eisen vastgelegd in het Besluit kwaliteit kinderopvang en zijn kwaliteitseisen voor voor- en vroegschoolse educatie vastgelegd in het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie.
In de gemeente Hengelo zetten we in op hoge kwaliteit voor de voorschool. Dit kwaliteitskader is gebaseerd op de eisen die de afgelopen jaren aan voor- en vroegschoolse educatie (vve) werden gesteld in de G37 door de bestuursafspraken met het Rijk. Als onderlegger voor het kwaliteitskader is het onderzoekskader voor het toezicht op de voorschoolse educatie vanuit de onderwijsinspectie gebruikt. Dit is een onderdeel van het onderzoekskader Primair Onderwijs.
Ook landelijk wordt er meer ingezet op een hoge kwaliteit voor alle kinderopvangorganisaties. Met de invoering van de Wet Innovatie Kwaliteit in de Kinderopvang (IKK) per 1 januari 2018 is hier stapsgewijs op ingezet. Deze versie van het kwaltiteitskader houdt rekening met de wettelijke aanpassingen die gedurende 2024 zijn doorgevoerd en per 1 januari 2025 worden ingevoerd.
Met dit kwaliteitskader geven wij de kwaliteitseisen aan die wij in de gemeente Hengelo stellen aan voorschoolse instellingen om in aanmerking te komen voor subsidie. Dit kwaliteitskader is een onderlegger voor de uitvoeringsregeling ‘subsidie Voorschool Hengelo’. In het kwaliteitskader worden per onderwerp eerst de relevante wettelijke kaders en eisen benoemd, waarna de Hengelose eisen volgen. Het kwaliteitskader is tot stand gekomen in overleg met de voorschoolse partners, het onderwijs, de GGD en de verschillende betrokken afdelingen binnen de gemeente Hengelo.
|
|
In Hengelo zetten we met de gesubsidieerde peuterplekken in op alle peuters woonachtig in Hengelo tussen de 2,5 jaar en 4 jaar (vanaf 2 jaar in kleine kern) 1 . Binnen deze groep peuters onderscheiden we reguliere peuters en doelgroeppeuters . Doelgroeppeuters zijn peuters met een risico op een (taal)achterstand. Doelgroeppeuters komen in aanmerking voor een peuterplek VVE (voor- en vroegschoolse educatie) op basis van een verwijzing voor VVE. De indicering voor VVE vindt plaats door de GGD op basis van de volgende criteria: Indicering vindt plaats vanaf de leeftijd van 18 maanden. Actieve verwijzing vindt plaats vanaf de leeftijd van 2 jaar. Reguliere peuters zijn alle overige peuters die niet voldoen aan de criteria van doelgroeppeuter. |
|
|
In Hengelo bieden wij twee soorten peuterplekken. Een peuterplek regulier en een peuterplek VVE. We stellen echter de hoge VVE kwaliteitseisen voor beide soorten peuterplekken. Hierin wijken wij af van de wettelijke eisen. Wij wijken af van de wettelijke eisen in de groepsgrootte en in de kwaliteitseisen voor personeel. Plek van minimaal twee dagdelen voor reguliere peuters vanaf 2,5 jaar (vanaf 2 jaar in kleine kern) tot het moment waarop zij uitstromen naar de basisschool, verspreid over minimaal twee weekdagen, gedurende 40 weken per jaar. Het aantal uren per peuterplek per week is acht. Er wordt gewerkt met een gecertificeerd VVE programma Plek van minimaal vier dagdelen voor doelgroeppeuters vanaf 2,5 jaar tot het moment waarop zij uitstromen naar de basisschool, verspreid over minimaal vier weekdagen, gedurende 40 weken per jaar. Het aantal uren per peuterplek per week is 16. Er wordt gewerkt met een gecertificeerd VVE programma. De plek bevindt zich op een voorschoolse locatie die in het LRK staat geregistreerd als VVE gecertificeerd. De voorschool vindt plaats in horizontale (peuters van dezelfde leeftijd) vaste groepen. Dat betekent dat een peuter twee dagdelen in dezelfde groep van 2,5 tot 4-jarigen zit. Op deze groep zitten vaste pedagogische medewerkers. De extra VVE dagdelen kunnen in een andere groep plaatsvinden dan de eerste twee dagdelen. Dit dient echter ook een vaste groep te zijn met vaste pedagogische medewerkers. De groepsgrootte is minimaal 7 en maximaal 16 peuters (met uitzondering van kleine kernen). Er staat minimaal één gekwalificeerde pedagogisch medewerker per 8 kinderen op de groep. Bij een groep met meer dan 8 kinderen staan er altijd twee gekwalificeerde pedagogisch medewerkers op de groep. Het is toegestaan gedurende maximaal een half jaar na de start van de groep een groepsgrootte kleiner dan 7 peuters te hebben. Uitzondering hierop zijn de groepen in een kleine kern. Er wordt gebruik gemaakt van gecertificeerde VVE programma’s die zijn erkend door het Nederlands Jeugdinstituut (NJI). Deze programma’s zijn gericht op het gestructureerd en samenhangend stimuleren van de ontwikkelingsdomeinen taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. In afstemming met en met goedkeuring van de gemeente is het ook mogelijk een ander programma te gebruiken, mits deze gericht is op het doelgericht, gestructureerd en samenhangend stimuleren van de ontwikkelingsdomeinen taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. Kwalificaties pedagogisch medewerkers De pedagogisch medewerkers op de groep hebben minimaal een MBO PW3 niveau met daarbij de keuzemodule VVE. Op de keuzemodule is een positief resultaat behaald. En/of de pedagogisch medewerkers hebben naast een MBO PW3 opleiding een gecertificeerde VVE-opleiding (opleiding van minimaal een half jaar en geen internetmodule) gevolgd en deze afgesloten met een certificaat. En/of de pedagogisch medewerkers hebben een MBO PW3 opleiding met een gecertificeerde geïntegreerde VVE opleiding daarbinnen gevolgd en afgesloten met een positief resultaat. De pedagogisch medewerkers voldoen aan taalniveau 3F op mondelinge vaardigheden en lezen en aan taalniveau 2F op schriftelijke vaardigheden. Het is toegestaan dat als één van de pedagogisch medewerkers VVE is geschoold, de ander nog aantoonbaar in opleiding mag zijn voor VVE. Deze medewerker in opleiding moet echter wel in het bezit zijn van een 3F certificaat. Hetzelfde geldt voor de taalscholing 2F/3F. De betreffende medewerker in opleiding moet echter wel in het bezit zijn van een VVE certificaat. |
Bijlage 3: Ouderverklaring geen recht op kinderopvangtoeslag voor de Hengelose voorschool
De gegevens in deze aanvraag zijn op naam van de ouder/verzorger die geen inkomen heeft.
Voorletters en achternaam :……………..……………………………………………………………..
BurgerServicenummer (BSN) : …………………………………………………………….…………..
Straatnaam, huisnummer + toevoeging: ………………………………………………………………
Postcode en woonplaats:…………………………………………………………….…………………..
U hoeft alleen de gegevens in te vullen van het kind dat gaat deelnemen aan de voorschool
Voorletters en achternaam:……………………………………………………………………….……..
Geboortedatum : ………………………………………………………………………………………….
__________________________________________________________________________
Hierbij verklaar ik geen recht te hebben op kinderopvangtoeslag, zoals bedoeld in artikel 1.1. van de Wet Kinderopvang4 . Dit verklaar ik door de bijgevoegde Inkomensverklaring (dit formulier kunt u gratis aanvragen via de belastingtelefoon;0800-0543) en eventuele andere aanvullende bewijsstukken.
De bijgevoegde Inkomensverklaring heeft hierbij in principe betrekking op het meest recent voltooide kalenderjaar. In de periode tussen 1 januari en 1 april is echter de Inkomensverklaring van het daaraan voorafgaande jaar voldoende5 .
Tevens verklaar ik hierbij (maak uw keuze door het juiste vakje aan te kruisen):
(Bij 2 ouders) een van ons beiden werkt niet en heeft geen recht op kinderopvangtoeslag 6
(Bij één ouder) ik werk niet en kan geen aanspraak maken op kinderopvangtoeslag 7
Ik weet dat het onjuist invullen van dit formulier strafbaar is. Ik verklaar ermee bekend te zijn dat mijn gegevens aan de gemeente Hengelo worden verstrekt en door de gemeente op juistheid kunnen worden gecontroleerd bij andere personen en instanties. Ik weet dat wijzigingen die het recht op een gesubsidieerde peuterplek kunnen beïnvloeden, onmiddellijk moeten worden doorgegeven aan de instelling waar de voorschool gevolgd wordt, onder overlegging van bewijsstukken.
Ondergetekende verklaart dat dit formulier naar waarheid is ingevuld zodat de voorschoolse instantie kan vaststellen of hij/ zij recht heeft/hebben op een gesubsidieerd tarief voor de voorschool.
Een ouder die geen recht heeft op de kinderopvangtoeslag zoals bedoeld in artikel 1.1. van de Wet Kinderopvang, kan bij gebruik van de Hengelose voorschool in aanmerking komen voor ‘de gemeentelijke regeling’. De ouder dient met de ‘verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag’ en een Inkomensverklaring (voorheen IB60 formulier) aan de voorschool en aan gemeente te verklaren dat ze geen recht heeft op kinderopvangtoeslag. De gemeente geeft dan een subsidie op de voorschool, zodat de betreffende ouder een lager tarief in rekening gebracht krijgt voor de voorschool.
Kinderopvangtoeslag is een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang via de Belastingdienst.
U komt in aanmerking voor kinderopvangtoeslag wanneer er sprake is van:
inburgeringcursus of sociaal/medische indicatie.
Kinderopvangtoeslag vraagt u aan bij de belastingdienst via www.toeslagen.nl Hier kunt u ook een proefberekening maken.
Tegemoetkoming voor ouder(s)/verzorger(s) met een eigen onderneming
Zelfstandige ondernemers komen in aanmerking voor kinderopvangtoeslag volgens de Wet Kinderopvang. Ook de ouder, die zonder enige vergoeding arbeid verricht in de onderneming van de partner in de zin van art. 3.78 van de Wet Inkomstenbelasting 2001.Dit artikel gaat over de meewerkaftrek, die geldt als de partner meer dan 525 uur per jaar meewerkt. Als de man dus een onderneming heeft en de vrouw (of andersom) minimaal 525 uur per jaar meewerkt, voldoen ze beiden aan de criteria voor de Wet Kinderopvang, hebben ze dus recht op een tegemoetkoming van de belastingdienst en kan er dus geen gebruikgemaakt worden van de ‘gemeentelijke regeling’.
Hoe kom ik in aanmerking voor een gesubsidieerde peuterplek?
Een ouder/verzorger dient aan te tonen dat er geen recht is op de kinderopvangtoeslag. Daarvan is bijvoorbeeld sprake als u niet allebei een inkomen heeft. U kunt dit aantonen door een Inkomensverklaring aan te vragen bij de Belastingdienst. Voorwaarde hiervoor is wel dat u een belastingaangifte ingediend heeft. Niet in alle gevallen blijkt uit de Inkomensverklaring dat er geen sprake is van inkomen uit arbeid (bijv.in geval van een uitkering). In dat geval moet u aanvullende bewijsstukken overleggen waaruit blijkt dat wel sprake is van inkomen maar niet van inkomen uit arbeid.
Wat is een Inkomensverklaring?
Een Inkomensverklaring is in feite bedoeld om andere (overheids)instanties, die geen inzage hebben in de inkomensgegevens van burgers, te informeren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een woonstichting die graag wil weten hoeveel inkomen iemand heeft om vast te kunnen stellen of iemand voor een bepaalde huurwoning in aanmerking komt. Indien een belastingplichtige een beroep doet op een dergelijke inkomensafhankelijke regeling van een (overheids)instantie dan wenst zij een overzicht waarop de Inkomensgegevens van de belastingplichtige staat. Hij kan zich in dit geval wenden tot de Belastingdienst met het verzoek een inkomensverklaring te ontvangen. De verklaring moet aangevraagd worden voor de ouder die geen inkomen heeft, maar deze moet dus wel, eventueel via de partner, een aangifte ingediend hebben. Indien u geen aangifte heeft gedaan en daarom geen Inkomensverklaring kunt ontvangen kunt u overwegen alsnog aangifte te doen om een inkomensverklaring te verkrijgen.
Bijlage 4: Minimale kwaliteitseisen
Indien aanvrager niet geheel voldoet aan de eisen uit het Kwaliteitskader Hengelose Voorschool, dient aanvrager minimaal aan de volgende eisen te voldoen om in aanmerking te komen voor subsidie:
Ten aanzien van het ontwikkelingsproces in hoofdstuk 8 van het Kwaliteitskader Hengelose Voorschool dient aanvrager op alle onderdelen minimaal een voldoende te scoren, waarbij van elk hoofdonderdeel (Aanbod, Zicht op ontwikkeling en Pedagogisch educatief handelen) er minimaal op één van de onderdelen goed dient te worden gescoord.8
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-302045.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.