Tweede wijziging Algemene plaatselijke verordening gemeente Beesel

De raad van de gemeente Beesel

 

  • -

    gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beesel van 27 mei 2025,

  • -

    gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

B E S L U I T:

 

Te wijzigen de volgende verordening: Algemene plaatselijke verordening 2023 gemeente Beesel.

Artikel 1.

De Algemene plaatselijke verordening 2023 gemeente Beesel wordt als volgt gewijzigd:

A.

Artikel 2.4 wordt vervangen door:

 

Artikel 2.4 Voorwerpen of stoffen op, aan of boven de weg

  • 1.

    Het is verboden zonder vergunning of goedgekeurde melding van het college de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de bestemming daarvan.

  • 2.

    Met een in het eerste lid bepaalde vergunning of goedgekeurde melding wordt het volgende bedoeld:

    • a.

      Voor de volgende wegen dient een vergunning aangevraagd te worden:

      • -

        Rijksweg

      • -

        Kesselseweg

      • -

        Pastoor Vranckenlaan

      • -

        Mariastraat

      • -

        Keulseweg

      • -

        Julianastraat

      • -

        Sint Jozefweg

      • -

        Heytstraat

      • -

        Bergerhofweg (binnen de kom)

      • -

        Heerstraat

      • -

        Beeselseweg

      • -

        Hoogstraat

      • -

        Sint Jorisstraat

      • -

        Burgemeester Janssenstraat

      • -

        Nieuwstraat

      • -

        Bussereindseweg

      • -

        Klaashofweg

      • -

        Monseigneur Theelenstraat

    • b.

      Voor alle overige wegen dient een melding ingediend te worden.

  • 3.

    Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op:

    • a.

      vlaggen, wimpels en vlaggenstokken als ze geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt;

    • b.

      verkeersborden en wegmeubilair;

    • c.

      zonneschermen, voorzover ze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en voorzover:

      • -

        elk onderdeel zich hoger dan 2,2 meter boven dat gedeelte bevindt; en- elk onderdeel, in welke stand het scherm ook staat, zich op meer dan 0,5 meter van het voor het rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt; en

      • -

        elk onderdeel, in welke stand het scherm ook staat, minder dan 1,5 meter buiten de opgaande gevel reikt;

    • d.

      de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of lossen ervan. Degene die de werkzaamheden verricht of doet verrichten draagt er zorg voor dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg hiervan gereinigd is;

    • e.

      voertuigen;

    • f.

      voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard;

    • g.

      evenementen als bedoeld in artikel 2.20;

    • h.

      standplaatsen als bedoeld in artikel 5.16.

    • i.

      Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.

  • 4.

    Het bevoegd bestuursorgaan kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen en uitstallingen.

  • 5.

    Het is verboden op, aan, over of boven de weg voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als deze door hun omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging schade toebrengen aan de weg, gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, danwel een belemmering vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg.

  • 6.

    Voor de toepassing van het tweede lid, onder c, wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.

  • 7.

    Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:

    • a.

      als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;

    • b.

      als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;

    • c.

      in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.

  • 8.

    Een melding bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:

    • a.

      als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;

    • b.

      als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;

    • c.

      in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.

  • 9.

    Ten aanzien van de leden in dit artikel geldt dat:

    • a.

      Het verbod is voorts niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening.

    • b.

      de weigeringsgrond van het zevende lid onder b, en het achtste lid onder b, geldt niet voor bouwwerken;

    • c.

      de weigeringsgrond van het zevende lid onder c, en het achtste lid onder c, geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.

  • 10.

    Op de aanvraag om een vergunning, niet zijnde een omgevingsvergunning, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 2.

Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Aldus vastgesteld door de raad van Beesel in zijn openbare vergadering van 1 juli 2025.

griffier,

N.H.P. Vintcent MA

voorzitter,

M.F.W. Derks

Naar boven