Gemeenteblad van Veenendaal
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veenendaal | Gemeenteblad 2025, 301287 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Veenendaal | Gemeenteblad 2025, 301287 | ander besluit van algemene strekking |
RAADSBESLUIT TOT VASTSTELLING VAN DE GEDRAGSCODE INTEGRITEIT POLITIEKE AMBTSDRAGERS VEENENDAAL
De raad van de gemeente Veenendaal;
Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 6 mei 2025, nummer 2240287;
Een politieke ambtsdrager toont gedrag waaruit blijkt dat hij zich ervan bewust is deel uit te maken van het gemeentebestuur en medeverantwoordelijk te zijn voor een goed bestuur van de gemeente Veenendaal.
Het handelen van een politieke ambtsdrager is altijd en volledig gericht op het belang van de gemeente en op de organisaties en burgers die daar onderdeel van uit maken.
Het handelen van een politieke ambtsdrager heeft een herkenbaar verband met de functie die hij vervult in het bestuur.
Het handelen van een politieke ambtsdrager wordt gekenmerkt door onpartijdigheid, dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden.
Het handelen van een politieke ambtsdrager is transparant, opdat optimale verantwoording mogelijk is en de controlerende organen volledig inzicht hebben in het handelen van de politieke ambtsdrager en zijn beweegredenen daarbij.
Op een politieke ambtsdrager moet men kunnen rekenen. Die houdt zich aan zijn afspraken. Kennis en informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt, wendt hij aan voor het doel waarvoor die zijn gegeven.
Het handelen van een politieke ambtsdrager is zodanig dat alle organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen van de (diverse) betrokkenen op correcte wijze, op maat, worden afgewogen. Dit respectvol handelen, geldt ook binnen de gemeente, tussen of jegens politieke ambtsdragers, en leden van de organisatie met inachtneming van ieders rol.
Een politieke ambtsdrager is zich ervan bewust dat gedrag en uitlatingen in het openbaar, binnen en buiten de gemeente en via diverse (sociale) media, bijdragen aan het beeld dat ontstaat van het bestuursorgaan en van de gemeente in het algemeen.
de artikelen 12, 15, derde lid, 41b, 41c, 44 en 69, tweede lid, van de Gemeentewet;
vast te stellen de Gedragscode integriteit politieke ambtsdragers Veenendaal
Hoofdstuk 2 Voorkomen van belangenverstrengeling
Een politiek ambtsdrager levert ten behoeve van de openbaarmaking van zijn (neven)functie(s) en q.q.-nevenfuncties aan voor welke organisatie de functies worden verricht en of deze functies bezoldigd of onbezoldigd zijn. De burgemeester en wethouders geven tevens aan wat het tijdsbeslag van de functies is en of en wat de inkomsten daaruit zijn.
Een politiek ambtsdrager behoudt geen inkomsten uit een q.q.-nevenfunctie, tenzij dat op grond van de wet geheel of gedeeltelijk is toegestaan. De inkomsten komen ten goede aan de kas van gemeente. Voor de burgemeester en wethouders in voltijds dienst is geregeld dat de inkomsten uit niet aan het ambt gebonden nevenfuncties voor een deel worden verrekend.
Hoofdstuk 4 Geschenken, diensten, uitnodigingen en buitenlandse dienstreizen
Geschenken die een politiek ambtsdrager uit hoofde van zijn functie ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50,- vertegenwoordigen, worden opgenomen in een register. In het register is aangeven welke bestemming de gemeente hieraan heeft gegeven. Het geschenkenregister is openbaar en via de gemeentelijke website beschikbaar.
Een politiek ambtsdrager bespreekt in het bestuursorgaan waar hij deel van uit maakt vooraf uitnodigingen voor excursies en evenementen op kosten van derden. De politiek ambtsdrager maakt de excursies en evenementen die hij vervolgens heeft aanvaard na afloop openbaar, onder vermelding van wie deze kosten voor zijn rekening heeft genomen. Deze informatie wordt opgenomen in een openbaar register en is beschikbaar via de gemeentelijke website.
Een politiek ambtsdrager die het voornemen heeft uit hoofde van zijn functie een buitenlandse dienstreis, waaronder ook een reis naar de landen van het Koninkrijk in de Cariben en de BES-eilanden, te maken of is uitgenodigd voor een buitenlandse dienstreis of werkbezoek op kosten van derden, heeft vooraf toestemming nodig van het bestuursorgaan waar hij deel van uitmaakt. Het gemeentelijk belang van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming.
Een politiek ambtsdrager meldt het voornemen tot een buitenlandse dienstreis of een uitnodiging daartoe in het bestuursorgaan waar hij deel van uitmaakt en verschaft daarbij informatie over het doel van de dienstreis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan.
Het ten laste van de gemeente meereizen van de partner van een politiek ambtsdrager naar en in het buitenland is uitsluitend toegestaan als dit gebeurt op expliciete uitnodiging van de ontvangende partij of als de aanwezigheid van de partner tijdens de reis noodzakelijk is voor de behartiging van het gemeentebelang. Het meereizen van de partner wordt bij de besluitvorming betrokken.
Het verlengen van een buitenlandse dienstreis voor privédoeleinden is slechts beperkt toegestaan en moet betrokken worden bij de besluitvorming. De extra reis- en verblijfkosten en de fiscale gevolgen komen volledig voor rekening van de politiek ambtsdrager. Eventuele besparingen zijn voor de gemeente.
De politiek ambtsdrager legt verantwoording af over afgelegde buitenlandse dienstreizen. Een politiek ambtsdrager meldt de gemeentesecretaris respectievelijk de griffier de buitenlandse reizen op uitnodiging van derden binnen één week na terugkeer in Nederland. Hij maakt in ieder geval openbaar wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse dienstreis is geweest en wat de kosten waren voor de gemeente. Deze informatie wordt opgenomen in een openbaar register en is via de gemeentelijke website beschikbaar.
Hoofdstuk 5 Gebruik van gemeentelijke voorzieningen en bestuurlijke uitgaven
Het college van burgemeester en wethouders richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente.
Een politieke ambtsdrager bejegent een andere politiek ambtsdrager, een andere bestuurder, de griffier, de gemeentesecretaris en een ambtenaar op correcte wijze zowel mondeling, schriftelijk als in de (sociale) media en blijft weg van pestgedrag, seksuele intimidatie, discriminatie, agressie en geweld.
Optreden tegen een (mogelijk) grensoverschrijdende bejegening tijdens vergaderingen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de voorzitter en de politieke ambtsdragers. De voorzitter kan een politieke ambtsdrager vermanen en terugroepen tot de behandeling van het onderwerp. De spreker wordt in de gelegenheid gesteld de woorden, die tot de waarschuwing aanleiding hebben gegeven, terug te nemen. Indien de spreker van deze gelegenheid geen gebruik maakt, kan de voorzitter de spreker het woord ontnemen of de vergadering voor een bepaalde tijd schorsen of zelfs sluiten.
Vastgesteld in de openbare vergadering van 3 juli 2025.
Peter van Vugt,
griffier
Gert-Jan Kats,
Voorzitter
TOELICHTING GEDRAGSCODE POLITIEKE AMBTSDRAGERS GEMEENTE VEENENDAAL
De gedragscode bestaat uit twee onderdelen. Het eerste onderdeel beschrijft een aantal kernbegrippen van integriteit en plaatst daarmee het vraagstuk in een breder kader. Zij vormen als het ware de algemene uitgangspunten voor de gedragscode.
Onderdeel twee bevat de feitelijke gedragsregels:
Deze gedragsregels helpen om de integriteit van het openbaar bestuur te waarborgen en ondermijning tegen te gaan.
Onder politieke ambtsdragers worden verstaan: de bestuurders (burgemeester, wethouders) en de gekozen volksvertegenwoordigers (raadsleden). Onder raadsleden worden tevens begrepen de schaduw-raadsleden die zijn aangewezen op grond van de Verordening op de raadscommissies Veenendaal.
Van belangenverstrengeling is sprake als het publiek belang wordt vermengd met het persoonlijk belang van een politiek ambtsdrager of dat van derden, zoals familieleden of vrienden. Daardoor kan het voorkomen dat zuiver besluiten of handelen in het politiek belang niet langer gewaarborgd is. Niet alleen feitelijke belangenverstrengeling, maar ook de schijn er van moet worden vermeden.
Het risico van belangenverstrengeling kan bijvoorbeeld ontstaan als een politiek ambtsdrager een nevenfunctie vervult die raakvlakken heeft met de uitoefening van het politieke ambt.
Onverenigbaarheid van functies
Ook bij andere functies buiten het ambt, kan van belangenverstrengeling sprake zijn. Dat kan de ambtsdrager bij zijn onafhankelijk oordeel in de weg staan. In de Gemeentewet is daarom ook vastgelegd welke functies hoe dan ook in strijd zijn met de verschillende groepen ambtsdragers. Bij het onderzoeken van de geloofsbrieven wordt dit gecontroleerd.
Om de verhouding tussen de politieke ambtsdrager en bestuursorgaan zuiver te houden, zijn bepaalde handelingen, vooral in de economische sfeer, verboden. Dat is geregeld in de Gemeentewet. Het gaat hier bijvoorbeeld om werkzaamheden als advocaat of adviseur voor het gemeentebestuur of de tegenpartij daarvan. Ook is het verboden om een derde te vertegenwoordigen of te adviseren die met het bestuursorgaan een bepaalde overeenkomst sluit (b.v. verkoop of verhuur van onroerend goed of het aannemen van werk). De bepalingen over verboden handelingen in de Gemeentewet zijn ook van toepassing op de gemeentesecretaris en de griffier.
Politieke ambtsdragers moeten zich onthouden van contacten met criminele organisaties en mogen geen gunsten aannemen of diensten verlenen die hun onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden. Politieke ambtsdragers dienen zeer alert te zijn op de risico’s van inmenging of het leveren van een bijdrage aan georganiseerde criminaliteit of andere partijen die de democratische rechtstaat ondermijnen.
Deelname aan beraadslaging en stemming
Soms moet een politieke ambtsdrager deelnemen aan een beraadslaging of stemming over een onderwerp waar hij direct of indirect persoonlijk bij betrokken is. De wet noemt dat ‘een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken’. In deze gevallen moet betrokkene zelf de afweging maken of het nodig is zich van de beraadslaging of stemming te onthouden. Als hij concludeert dat hij beter niet mee kan stemmen of beraadslagen, dan moet hij zich daar ook aan houden.
De verantwoordelijkheid daarvoor legt de wet dus allereerst bij de betrokkene zelf. In de code wordt, indien zich een dergelijke situatie voordoet, impliciet aan de politieke ambtsdrager gevraagd dit aan te geven en zich te onthouden van beraadslaging of stemming.
Zaken die de politieke ambtsdrager direct of indirect aangaan, zijn bijvoorbeeld familierelaties, eigendommen, financiële belangen (zoals aandelen), of bestuurslidmaatschappen van gesubsidieerde instellingen. Belangenverstrengeling ontstaat bijvoorbeeld als een wethouder, beslist over het verlenen van een vergunning aan zichzelf of iemand uit zijn persoonlijke omgeving. Ook een wethouder die meebeslist over de bestemming van het buitengebied waar hij zelf een boerenbedrijf bezit, maakt zich schuldig aan belangenverstrengeling. In zo’n geval mag het betrokken lid niet aan de stemming deelnemen; noch aan de hoofdelijke, noch aan de schriftelijke stemming. Politieke ambtsdragers zijn tegelijkertijd ook burgers: zij maken deel uit van het economische en sociale leven in de gemeenschap die ze besturen. Net als iedere andere burger zijn zij afnemer van diensten, lid van verenigingen en wijkbewoner. Daarom mag een wethouder zonder bezwaar meestemmen over bijvoorbeeld de afvalinzameling in zijn dorp of wijk.
Het zal niet meteen duidelijk zijn of een politiek ambtsdrager zich bij de besluitvorming door zijn eigen belangen laat leiden, dan wel of de schijn daarvan wordt gewekt. Een en ander hangt af van de feiten en omstandigheden. Het bestuursorgaan kan de politiek ambtsdrager in kwestie, in elk geval nooit verbieden om te stemmen. Het betrokken lid beslist te allen tijde zelf of hij al of niet aan de besluitvorming deelneemt. Het kan nuttig zijn om hierbij advies te vragen aan de burgemeester c.q. de griffier om een objectieve beoordeling te krijgen van de situatie. Het is het verstandig dat een politiek ambtsdrager, als een mogelijk persoonlijk belang aan de orde is, dit in de discussie aangeeft. Door daar open over te zijn, kan worden voorkomen dat een besluit wordt vernietigd of dat de zaak achteraf in een kwade reuk komt te staan.
Belangenverstrengeling ligt op de loer als een politieke ambtsdrager financiële belangen heeft bij organisaties of ondernemingen die een relatie met de gemeente hebben of kunnen krijgen, en waarover de gemeente besluiten neemt. Voorbeelden zijn besluiten over bijvoorbeeld aanbesteding, subsidieverstrekking, steunverlening, verstrekking van leningen en verlening van advies- en onderzoeksopdrachten. Politieke ambtsdragers zouden in de verleiding kunnen komen om zich bij het nemen van functionele beslissingen mede te laten leiden door persoonlijk financieel belang. Het begrip ‘financieel belang’ moet ruim worden opgevat. Een deelneming in een bedrijf of onderneming valt er uiteraard onder, maar ook het bezit van effecten, onroerend goed of een vorderingsrecht. Zulke financiële belangen kunnen een rol gaan spelen bij besluiten over bijvoorbeeld bestemmingsplannen of grondverkopen. Ook negatieve financiële belangen, zoals schulden uit hypothecaire vorderingen, kunnen in verband met mogelijke belangenverstrengeling relevant zijn. Een vorderingsrecht van een organisatie of ondernemer op een politieke ambtsdrager kan worden gerangschikt onder ‘financieel belang’, zij het van de omgekeerde orde. Waakzaamheid is geboden als er sprake is van bezit van bouwgrond en het aankopen van grond of onroerend goed door politieke ambtsdragers. Zorgvuldigheid, openheid en controleerbaarheid zijn hier sleutelwoorden. Het melden van financiële belangen voor politieke ambtsdragers is wettelijk niet verplicht. Op grond van de basisnormen integriteit, waarvan de minister vindt dat gemeenten hieraan moeten voldoen, is hier wel een bepaling over opgenomen in de gedragscode.
In de praktijk blijkt dat integriteitincidenten zich vaak voordoen op het terrein van ruimtelijke ordening en grond- en bouwzaken. Daarom is het raadzaam niet alleen actueel grondbezit te melden, maar ook voorgenomen vastgoedtransacties.
De “draaideurconstructie” betekent dat oud-politieke ambtsdragers direct na hun aftreden betaalde activiteiten verrichten in of voor dezelfde overheid waar zij politiek ambtsdrager zijn geweest. Dit is niet raadzaam omdat hierdoor de indruk van vriendjespolitiek kan ontstaan. Bovendien is er het risico op verstrengeling van persoonlijke en functionele belangen. Dit risico ontstaat als een politiek ambtsdrager en een bedrijf die in functionele relatie tot elkaar staan in de verleiding komen om afspraken te maken over toekomstige betaalde activiteiten van de politiek ambtsdrager.
Naast hun politieke ambt hebben veel politieke ambtsdragers nevenfuncties, betaald of onbetaald. Voor parttimers zijn deze vaak noodzakelijk als bron van inkomsten. Ook voor fulltime bestuurders zijn nevenfuncties positief te waarderen: uit maatschappelijk, bestuurlijk en persoonlijk oogpunt. Er zit echter ook een risico aan nevenfuncties, vooral die buiten het publiek domein. Nevenfuncties kunnen het onafhankelijk oordeel van de ambtsdrager in gevaar brengen, het aanzien van het ambt schaden en de ambtsdrager belemmeren om optimaal te functioneren.
Bij het aanvaarden van nevenfuncties zijn de volgende afwegingen van belang:
Tussen het ambt en de nevenfunctie mag geen belangenverstrengeling optreden of de schijn daarvan worden gewekt. Het gaat daarbij niet alleen over mogelijk persoonlijk voordeel voor de politieke ambtsdrager zelf, maar ook voor personen, bedrijven of instellingen in zijn omgeving. Dit voordeel kan ook bestaan uit het doorgeven van vertrouwelijke overheidsinformatie. Het risico van belangenverstrengeling hoeft overigens niet altijd te betekenen dat de nevenfunctie moet worden opgegeven. Soms is het risico incidenteel. Een mogelijke oplossing is dat de betrokken politieke ambtsdrager zich in dat geval buiten de concrete besluitvorming houdt. Terughoudendheid is in elk geval geboden bij functies in organisaties die substantieel subsidie ontvangen of die op welke manier dan ook, betrokken (kunnen) zijn bij de overheid waar men het politieke ambt vervult.
Sommige nevenfuncties vervullen de burgemeester en de wethouders, en in mindere mate de raadsleden, uit hoofde van hun politieke functie. Dat zijn de nevenfuncties waarin zij ‘qualitate qua’ zijn benoemd. Aan de hand van de volgende criteria kan worden bepaald of een nevenfunctie een q.q.-nevenfunctie is:
Of sprake is van een q.q.-nevenfunctie zal uiteindelijk uit de feitelijke context moeten blijken. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de statuten van een stichting geen grenzen stellen aan de termijn waarin een commissariaat of bestuursfunctie wordt vervuld, zodat deze niet lijkt te voldoen aan de criteria voor een q.q.-nevenfunctie. Echter, als er ook politieke ambtsdragers van andere gemeenten in hetzelfde stichtingsbestuur zitting hebben, kan er wel degelijk sprake zijn van een q.q.-nevenfunctie.
Melding, registratie en openbaarmaking nevenfuncties
De burgemeester en de wethouders hebben een wettelijke meldplicht als zij het voornemen hebben om een nevenfunctie te aanvaarden.
Alle politieke ambtsdragers, waaronder dus behalve de burgemeester en de wethouders ook raadsleden zijn wettelijk verplicht om hun nevenfuncties openbaar te maken.
De burgemeester en de wethouders hoeven hun q.q.-functies wettelijk niet te melden of openbaar te maken, maar het wordt wel raadzaam geacht.
Het is van groot belang om de lijst van nevenfuncties actueel te houden. De inhoud van de hoofd- of de nevenfunctie kan bijvoorbeeld veranderen, of de instantie waarbij de nevenfunctie wordt vervuld kan een andere relatie krijgen tot de overheid in kwestie. Bij dit soort veranderingen kan ook de toelaatbaarheid van de nevenfunctie anders worden beoordeeld dan in de oorspronkelijke situatie.
De nevenfuncties worden gepubliceerd op de website van de gemeente.
Inkomsten uit nevenfuncties en q.q.-nevenfuncties/melding en verrekening
De burgemeester en de wethouders moeten ook de inkomsten uit hun nevenfuncties openbaar maken. Dat is een wettelijke verplichting. Het is wenselijk en gebruikelijk dat bij de openbaarmaking van de nevenfuncties en de inkomsten daaruit, tevens wordt aangegeven hoeveel tijd de nevenfuncties in beslag nemen. Op raadsleden is de verplichting om inkomsten uit andere functies dan wel het tijdsbeslag dat daarmee gemoeid is openbaar te maken, niet van toepassing.
Inkomsten uit q.q.-nevenfuncties mogen niet worden behouden. Op grond van de Gemeentewet zijn politieke ambtsdragers verplicht tot afdracht aan de gemeentekas van vergoedingen die zij ontvangen uit de q.q.-nevenfuncties. De stortingsplicht geldt alleen voor de vergoeding van de beloning van de nevenfunctie, niet voor een eventuele vergoeding voor (daadwerkelijk gemaakte) onkosten.
Bij de burgemeester en de wethouders die het ambt voltijds uitoefenen, worden de inkomsten uit nevenfuncties die niet behoren bij het ambt, voor een deel verrekend. Hierbij wordt op grond van artikel 44 en 66 van de Gemeentewet, dezelfde verrekenings-systematiek gevolgd als voor leden van de Tweede Kamer.
Basisregels voor omgaan met informatie
Politieke ambtsdragers beschikken over veel informatie. Gaan zij daar verkeerd mee om, dan wordt al snel de geloofwaardigheid van zowel henzelf als van hun organisatie aangetast. Daarom geldt een aantal basisregels voor hoe een integer politieke ambtsdrager met informatie moet omgaan:
Oneigenlijk gebruik van (nog) niet-openbare informatie
De integriteit van een politieke ambtsdrager komt in gevaar als hij, informatie die nog niet openbaar is, gebruikt om er zelf of anderen mee te bevoordelen. Het kan dan gaan om informatie waar hij vanuit zijn ambt over beschikt, of die hem ongevraagd wordt toegespeeld door relaties. De verleiding kan groot zijn om in de privésfeer melding te maken van informatie die voor anderen van direct belang is. Soms is dat informatie die weliswaar ooit openbaar wordt, maar waarbij voordeel ontstaat door het eerder verkrijgen ervan. Voorbeelden zijn de aan- en verkoop van een huis of een stuk grond, de gunning van opdrachten, etc.
Een bijzondere vorm van oneigenlijk gebruik van informatie is het lekken daarvan naar ‘de media’, om zo politieke doelen te bereiken. Het is zaak dat te vermijden. Zorg er verder voor dat stukken met vertrouwelijke gegevens veilig worden opgeborgen (‘clean desk policy’), en dat computerbestanden beveiligd zijn. Het open laten staan van een beeldscherm als de computer tijdelijk onbeheerd is, kan eveneens een risico inhouden.
Risico van criminele toegang en digitale dreigingen
Het is van cruciaal belang om te onderstrepen dat onbeveiligde gegevensdragers een aanzienlijk risico vormen als ze in handen van criminelen vallen. Politieke ambtsdragers moeten zich bewust zijn van de huidige digitale dreigingen, waaronder hacking, phishing en andere vormen van cybercriminaliteit. Het is essentieel om voortdurend waakzaam te zijn en de nieuwste beveiligingsprotocollen te volgen om de integriteit en veiligheid van informatie te waarborgen.
In de Gemeentewet staan de regels over het besloten vergaderen en het opleggen van geheimhouding.
Met de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur is de geheimhoudingsprocedure op een aantal punten veranderd:
Het schenden van een geheimhoudingsplicht is een misdrijf in de zin van het Wetboek van Strafrecht.
Nooit in ruil voor een tegenprestatie
Als zij de ambtseed of belofte afleggen, verklaren politieke ambtsdragers dat zij geen giften of gunsten hebben gegeven of beloofd om te worden benoemd. Ook beloven ze dat ze geen geschenken of beloften zullen aannemen in ruil voor een tegenprestatie.
Het gaat hierbij niet alleen om persoonlijke bevoordeling zoals een goedkope verbouwing of tuinaanleg. Het kan ook gaan om bijvoorbeeld donaties aan de partij van de politieke ambtsdrager met het oog op een gunstige beslissing van de gemeente.
Geschenken van en aan de gemeente
Bestuurders geven geschenken niet op persoonlijke titel maar namens de gemeente. Het gaat dan vaak om relatiegeschenken, een geaccepteerd gebruik in het sociale verkeer. Wel is het verstandig om dit transparant te houden. Als het om grotere geschenken gaat moet een gemotiveerd besluit hiertoe in het college van burgemeester en wethouders worden genomen.
Ook bij het ontvangen van geschenken door de gemeente past zorgvuldigheid en terughoudendheid. Als er grotere schenkingen worden aangeboden is het verstandig ook hiervoor een gemotiveerd besluit te nemen in het college van burgemeester en wethouders.
Geschenken aan individuele politieke ambtsdragers
Als politieke ambtsdragers persoonlijk geschenken ontvangen, brengt dit meer risico’s met zich mee dan als dit gebeurt namens gemeente. Ook vanuit het oogpunt van voorbeeldwerking wordt aangesloten bij de regels die voor ambtenaren gelden:
Etentjes, excursies en evenementen
Enkele vuistregels voor de acceptatie van uitnodigingen:
Kwetsbaarheid van ambtsdragers bij vergoeding van kosten
Benoemde politieke ambtsdragers bevinden zich juist als het gaat over ‘vergoeding van kosten’ of ‘gebruik maken van voorzieningen’ in een glazen huis. Ze moeten zich voortdurend bewust zijn van het feit dat ze niet alleen verantwoord met publieke middelen moeten omgaan maar - omdat het uitgaven betreft die samenhangen met de uitvoering van hun ambt - ook helder moeten zijn over de hoogte van de door hen in dat verband gemaakte kosten. Dat geldt zelfs als het gaat om kosten die vallen onder de vaste onkostenvergoeding. De voorbeelden hoe kwetsbaar hun positie is, liggen voor het oprapen. Denk daarbij aan het onderzoek door media naar de ‘bonnetjes’ van uitgaven door bestuurders.
Politieke ambtsdragers maken gebruik van voorzieningen die de gemeente hen ter beschikking stelt en ze maken kosten bij de uitoefening van hun ambt. Voor dat laatste krijgen zij een vergoeding, naast hun wedde of bezoldiging. Wat wordt vergoed, is vastgelegd in regelgeving. In de Gemeentewet staat dat daarboven geen andere vergoedingen zijn toegestaan. De hoofdregel is dus dat ‘het alleen kan als het is geregeld’. Dit betekent dat alleen de voorzieningen die in de genoemde regelgeving staan, worden vergoed. Alle andere kosten komen voor rekening van de ambtsdrager zelf.
Bij de afweging of kosten al of niet worden vergoed, moet de politieke ambtsdrager zich realiseren dat alles wat mag, niet vanzelfsprekend ook hoeft. Van politieke ambtsdragers mag een zekere soberheid worden verwacht. Hoe het ook wordt vergoed, het gaat immers steeds om besteding van publieke middelen. De politieke ambtsdrager heeft daarnaast ook een voorbeeldfunctie. Hoe kan hij of zij in bijvoorbeeld economisch moeilijke tijden geloofwaardig een beroep op de soberheid van burgers doen als hij of zij daar zelf niet naar handelt? Vooral bestuurders zitten zeker dan in een kwetsbare positie.
Zij dragen vaak immers zelf de verantwoordelijkheid voor het niveau van een bepaalde voorziening of verstrekking. Uitgaven die ogenschijnlijk van ondergeschikt belang zijn, kunnen in de publiciteit breed worden uitgemeten en grote schade aanrichten.
Discussie over vergoedingen is nooit helemaal uit te sluiten. Van belang is dat er duidelijke regels en toelichtingen daarop zijn die de politieke ambtsdrager voldoende houvast bieden. Absolute duidelijkheid is echter niet te geven en moet ook niet worden nagestreefd. In situaties waarin sprake is van een grijs gebied zal de politieke ambtsdrager extra alert moeten zijn, extra zorgvuldig moeten (laten) nagaan of een en ander past binnen de regels en hierover open communiceren.
Als belangrijke uitgangspunten voor het vergoeden van voorzieningen voor politieke ambtsdragers zijn te noemen:
Uitgangspunt is dat zo weinig mogelijk uitgaven door de politieke ambtsdrager zelf worden gedaan. Geldstromen tussen de zakelijke rekeningen van gemeente en de persoonlijke rekening van de bestuurder, maken een zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk.
Het indienen van declaraties is soms onvermijdelijk. Zo is het in het buitenland vaak niet mogelijk dat een gemeente rechtstreeks de factuur betaalt. De afwikkeling van declaraties moet dan wel zo zorgvuldig mogelijk gebeuren. In de Verordening rechtspositie burgemeester, wethouders, raads- en commissieleden Veenendaal staat dat moet worden gedeclareerd onder overlegging van bewijsstukken. Ook hier geldt weer de basisregel: het moet gaan om functionele kosten, en ze mogen niet vallen onder de (vaste) vergoeding.
De declaraties van de leden van het college van burgemeester en wethouders worden gecontroleerd door de gemeentesecretaris. De declaraties van raadsleden en schaduwraadsleden worden gecontroleerd door de griffier.
Vergoedingen voor voorzieningen voor politieke ambtsdragers moeten - als boven aangegeven - voor alles transparant zijn. Een heldere verantwoording van de uitgaven is van groot belang. Daarom moet de financiële en administratieve organisatie zo zijn ingericht dat er vertrouwen kan bestaan in de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven. Ook zijn er procedures nodig over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of worden gedeclareerd.
Dit hoofdstuk beschrijft eerst de soorten kosten van voorzieningen voor politieke ambtsdragers. Onderstaande indeling is van belang om af te kunnen wegen of verstrekkingen en voorzieningen kunnen worden vergoed of voor eigen rekening moeten blijven.
Bedrijfsvoeringkosten betreffen de voorzieningen die de burgemeester en de wethouder nodig hebben om hun werk te kunnen doen. Het zijn voorzieningen die vanuit de begroting worden gefinancierd of in bruikleen ter beschikking worden gesteld, binnen de organisatie. Voorbeelden zijn de werkkamer, het meubilair, ICT-apparatuur en toepassingen, ondersteunend personeel, koffie/thee, contributies, abonnementen op het werkadres, vakliteratuur en beveiliging.
Het is vanzelfsprekend niet de bedoeling om dergelijke gemeentelijke voorzieningen en eigendommen te gebruiken voor privédoeleinden. Het is dan ook niet toegestaan om voor rekening van gemeente bijvoorbeeld kantinepersoneel in te zetten voor privéfeestjes, de technische dienst voor reparaties aan het eigen huis of de afdeling groenvoorziening voor het tuinonderhoud.
Bij twijfel of iets van de laatstgenoemde voorbeelden wel of niet functioneel is, zullen vooraf afspraken gemaakt moeten worden in het college van burgemeester en wethouders als het om de burgemeester en de wethouders gaat of het presidium als het om de raadsleden gaat.
Bestuurskosten vloeien voort uit de uitoefening van het ambt; het zijn zogenoemde ambtsgerelateerde kosten. Vergoedingen voor bestuurskosten zijn vaak specifiek vastgelegd. Een voorbeeld is een verhuiskostenvergoeding voor burgemeesters en wethouders met een verhuisplicht.
De soorten bestuurskosten zijn:
Algemene bestuurskosten betreffen voorzieningen die aan het ambt gebonden zijn en een aanvulling vormen op de reguliere bedrijfsvoering van de organisatie. Bovendien zijn ze onmisbaar voor het functioneren van de ambtsdrager. Het gaat hierbij vooral om voorzieningen buiten de organisatie: mobiele telefoon, reis- en verblijfvoorzieningen, beveiliging buiten de organisatie, cursussen, opleidingen en congressen, en functionele lunches en diners buitenshuis.
De meest voorkomende algemene bestuurskosten, die dus door het bestuursorgaan worden vergoed:
Een buitenlandse reis valt onder de algemene bestuurskosten, op voorwaarde dat de reis een functioneel karakter heeft. Van belang is dat daarover in alle openheid vooraf besluitvorming plaatsvindt en dat achteraf verantwoording wordt afgelegd. Buitenlandse dienstreizen liggen onder een vergrootglas. Bij de afweging is het van belang het tijdstip, het tijdsbeslag en de omvang van de delegatie er bij te betrekken.
Is het bijvoorbeeld voor de hand liggend met het voltallige college een buitenlandse dienstreis naar een sportevenement te maken? Is er, ook als het een individueel collegelid betreft, een functioneel belang verbonden aan het bezoek?
Is de functionaliteit van de reis aangetoond, dan horen de redelijk gemaakte reis- en verblijfkosten (inclusief eventuele benodigde vaccinaties vooraf) voor rekening te komen van de gemeente. Kan de functionaliteit niet worden aangetoond, dan komen de kosten voor eigen rekening. Bekostiging, geheel of gedeeltelijk, van buitenlandse reizen door derden wordt in beginsel afgewezen. Soms hoeft dit echter geen bezwaar te zijn, bijvoorbeeld bij de uitnodiging voor een bezoek aan een partnergemeente. Openheid hierover is wel een voorwaarde.
Het is van belang om afspraken te maken over gedragsregels in verband met buitenlandse reizen, zoals over meereizende partners en verlenging van de reisduur. De lijn is dat meereizen van partners, mits vooraf gemeld, onder nader te bepalen voorwaarden is toegestaan. De kosten kunnen alleen voor rekening van het bestuursorgaan komen als de aanwezigheid van de partner tijdens de reis noodzakelijk is voor de behartiging van het overheidsbelang. Een andere uitzondering is als de partner expliciet door de buitenlandse gastheer/vrouw is uitgenodigd.
Verlenging van de reisduur voor privédoeleinden, is af te raden. Mocht verlenging zich echter bij uitzondering voordoen, dan is melding vooraf gewenst. De extra reis- en verblijfkosten komen in dat geval uiteraard geheel voor eigen rekening. Als richtlijn kan de regel worden gehanteerd die bij de rijksoverheid geldt: een buitenlandse reis mag met maximaal 72 uur privé tijd op eigen kosten worden verlengd.
Politiek ambtsdragers moeten hun buitenlandse dienstreizen openbaar maken om transparantie en integriteit te waarborgen. De details van de reis, zoals het doel, de duur en de kosten, worden gepubliceerd op de website van de gemeente.
Specifiek geregelde bestuurskosten
Voor politieke ambtsdragers zijn in wet- en regelgeving bepaalde voorzieningen specifiek geregeld. Te denken valt aan verhuiskosten, vergoeding tijdelijke woonruimte en reis- en verblijfkosten. Regel is dat declarabele kosten met bewijsstukken moeten worden aangetoond.
Voor een dienstauto zijn geen specifieke regels opgenomen in de code omdat in Veenendaal geen gebruik wordt gemaakt van dienstauto’s.
Kosten die voor eigen rekening blijven
De burgemeester en de wethouders ontvangen een maandelijkse onkostenvergoeding voor voorzieningen die niet zuiver functioneel zijn, noch zuiver privé. Omdat ze toch een functioneel element bevatten, worden dergelijke voorzieningen wel vergoed. De ambtsdrager moet deze kosten zelf betalen uit de toelage/ onkostenvergoeding.
De hoogte van de onkostenvergoeding is gebaseerd op gemiddelde uitgaven en is vastgelegd in de rechtspositiebesluiten. Wanneer de uitgaven uitstijgen boven de vaste toelage per maand kunnen deze niet alsnog worden gedeclareerd bij de gemeente.
Voorbeelden van kosten die onder de vaste onkostenvergoeding vallen (deze zijn dus geheel voor eigen rekening):
Betalingswijze voorzieningen van bestuurders
Voorzieningen voor de burgemeester en de wethouders worden bij voorkeur rechtstreeks door het bestuursorgaan voldaan. Het indienen van declaraties dient zoveel mogelijk te worden vermeden. Voorzieningen kunnen op de volgende manieren worden betaald, in volgorde van voorkeur:
Rechtstreeks ten laste van het bestuursorgaan
Zaken die direct verband houden met de werkplek worden in bruikleen ter beschikking gesteld. De kosten die hiermee gemoeid zijn, komen direct voor rekening van de organisatie, zonder tussenkomst van de politieke ambtsdrager. De kosten maken integraal deel uit van de bedrijfsvoering.
Rechtstreekse betaling via facturen
Bij betaalbaarstelling aan de hand van facturen, worden kosten direct in rekening gebracht bij het bestuursorgaan. Dit gebeurt dus zonder een ‘voorfinanciering’ uit de privérekening van de individuele politieke ambtsdrager. Voor gefactureerde kosten geldt hetzelfde als voor andere kosten: uitsluitend functionele kosten worden vergoed, en alleen als ze buiten de (vaste) vergoeding vallen.
Voor dienstreizen wordt zoveel mogelijk alles rechtstreeks betaald door organisatie, ook voor de meereizende ambtenaar. Het gaat dan om de reis, de eventuele benodigde vaccinaties, het verblijf, de consumpties en aankopen die van functionele aard zijn (zoals relatiegeschenken).
Een creditcard is een betaalmiddel en geen voorziening. Dat betekent dat vereisten voor de verrekening van functionele uitgaven onverkort van toepassing zijn.
Het gebruik van een creditcard op naam van de gemeente heeft nadelen. Door het gebruiksgemak van dit betaalmiddel loopt de ambtsdrager het risico dat achteraf de functionaliteit van de uitgave niet afdoende duidelijk kan worden gemaakt. Dit zal hij dan ook moeten aantonen, terwijl ook een rekening of factuur moet worden overlegd. Een creditcardafschrift alleen, is niet voldoende om de functionaliteit van de uitgave aan te tonen.
Het gebruik van een creditcard voor het binnenland dient beperkt te blijven. Bij buitenlandse reizen kan wel gebruik worden gemaakt van een creditcard.
Uitgangspunt is dat zo weinig mogelijk uitgaven door de politieke ambtsdrager zelf worden gedaan. Geldstromen tussen de zakelijke rekeningen van gemeente en de persoonlijke rekening van de bestuurder, maken een zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk.
Het indienen van declaraties is soms onvermijdelijk. Zo is het in het buitenland vaak niet mogelijk dat een gemeente rechtstreeks de factuur betaalt. De afwikkeling van declaraties moet dan wel zo zorgvuldig mogelijk gebeuren. In de Verordening rechtspositie burgemeester, wethouders, raads- en commissieleden Veenendaal staat dat moet worden gedeclareerd onder overlegging van bewijsstukken. Ook hier geldt weer de basisregel: het moet gaan om functionele kosten, en ze mogen niet vallen onder de (vaste) vergoeding.
De declaraties van de leden van het college van burgemeester en wethouders worden gecontroleerd door de gemeentesecretaris. De declaraties van raadsleden en schaduwraadsleden worden gecontroleerd door de griffier.
Iedereen heeft recht op een sociaal veilige werkomgeving, ook politieke ambtsdragers en hun medewerkers. Los van de gevolgen van grensoverschrijdend gedrag op individueel niveau, zijn correcte omgangsvormen van fundamenteel belang voor het goed functioneren van de democratie.
Een respectvolle omgang met elkaar en met informatie is een vereiste om met elkaar tot een werkelijk debat te komen op basis van feiten. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat juist in een omgeving waar strijd is om ideeën, een veilige omgeving noodzakelijk is om heersende aannames te bevragen en minderheidsstandpunten te kunnen horen. Dat is essentieel voor een zorgvuldige besluitvorming.
Bovendien zijn onderlinge omgangsvormen in het gemeentebestuur van betekenis voor de vraag hoe inwoners en bedrijven naar de gemeente kijken. De manier waarop het college en de raad onderling en met elkaar omgaan, is van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek. Het goede voorbeeld geven, ook in de privésfeer, is daarbij de norm.
Politiek is debatteren, en kan daarbij ook een arena van strijd en emotie zijn. Daar mogen verschillen worden uitvergroot. Daarbij geldt wel: we houden de ogen op de bal, niet op de persoon.
Buiten de raadsvergadering spreken politieke ambtsdragers elkaar allereerst aan als een collega politieke ambtsdrager iemands grens overschrijdt op het moment zelf of achteraf. Deze verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij de persoon die de ongewenste gedraging ervaart, maar ook bij collega-politieke ambtsdragers. Hierbij geldt dat ingrijpen gewenst is als je ziet dat iemand zich onveilig voelt, ook als jij zelf het niet voelt. Ook wordt het gewaardeerd als je bij twijfel navraag doet of je iemands grens hebt gerespecteerd. Dat heeft de voorkeur boven het onbesproken laten en mogelijk ongewenst gedrag stilzwijgend goedkeuren.
Als politieke ambtsdragers ongewenst gedrag van collega-politieke ambtsdragers ervaren hebben, kunnen zij zich wenden tot de externe vertrouwenspersoon. Met deze vertrouwenspersoon kunnen politieke ambtsdragers dilemma’s en eventuele signalen of incidenten rond niet-integer of grensoverschrijdend gedrag bespreken. De vertrouwenspersoon functioneert in eerste instantie als klankbord, maar heeft ook een doorwijsfunctie. Daarnaast kunnen politieke ambtsdragers zich wenden tot de burgemeester en/of griffier. De burgemeester en/of griffier bieden een luisterend oor en kunnen een advies geven.
De Gemeentewet verplicht de gemeenteraad om voor zichzelf en voor de bestuurders een gedragscode vast te stellen. De gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan en als zodanig verantwoordelijk voor de inhoud van de gedragscode en voor een eenduidige interpretatie daarvan. En voor wijziging/aanvulling daarvan bij leemtes of onduidelijkheden.
De burgemeester heeft de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn gemeente te bevorderen (artikel 170 lid 2 Gemeentewet). Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd. De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten.
Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia besproken blijven en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking, bijvoorbeeld een of twee keer per jaar, van het thema integriteit, zowel met de volksvertegenwoordiging als binnen het bestuur.
De burgemeester hoeft hier niet alleen voor te staan. Een daartoe aangewezen contactpersoon (griffier of gemeentesecretaris) of vertrouwenspersoon kan hier in relatie tot de gemeenteraad eveneens een belangrijke rol in spelen. Door het opnemen van omgangsvormen in deze gedragscode en in het protocol ongewenste omgangsvormen en het protocol vermoeden van integriteitsschendingen is vastgelegd welke werkwijze gevolgd wordt ingeval zich een incident of een vermoeden van een integriteitsschending voordoet. Dat geeft houvast en rust op het moment dat er gehandeld moet worden. Het onderwerp integriteit in het algemeen en de gedragscode in het bijzonder worden periodiek met de politieke ambtsdragers besproken. Dit draagt eraan bij dat de vastgelegde afspraken, indien nodig, geactualiseerd worden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-301287.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.