Aanwijzingsbesluit bevoegdheid binnentreden woning ex artikel 18.7 van de Omgevingswet

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ridderkerk,

 

overwegende,

 

gelet op artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 18.6 en artikel 18.7 van de Omgevingswet;

 

in aanmerking nemende het besluit ‘Categorale aanwijzing toezichthouders Awb gemeente Ridderkerk’, vastgesteld op 28 november 2023;

 

dat naast de aanwijzing als toezichthouder overeenkomstig artikel 18.6 van de Omgevingswet het van belang is op grond van artikel 18.7 van de Omgevingswet aan toezichthouders van de gemeente Ridderkerk de bevoegdheid toe te kennen zonder toestemming van de bewoner een woning te betreden;

 

dat deze bevoegdheid alleen wordt toegekend voor zover het toezicht op de naleving van een bij of krachtens de Omgevingswet gesteld voorschrift dit vereist, gelet op de door dat voorschrift beschermde belangen;

 

besluit:

 

vast te stellen

 

Aanwijzingsbesluit bevoegdheid binnentreden woning ex artikel 18.7 van de Omgevingswet

Artikel 1  

De in artikel 2, onder a t/m c van het besluit ‘Categorale aanwijzing toezichthouders Awb gemeente Ridderkerk’, aangewezen toezichthouders zijn bevoegd met medeneming van de benodigde apparatuur een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner.

Artikel 2  

Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Artikel 3  

De bevoegdheid om met medeneming van de benodigde apparatuur een woning te betreden zonder toestemming van de bewoner eindigt wanneer de aanwijzing als toezichthouder eindigt op grond van artikel 5 van het besluit ‘Categorale aanwijzing toezichthouders Awb gemeente Ridderkerk’.

Artikel 4  

Dit besluit wordt aangehaald als: Aanwijzingsbesluit bevoegdheid binnentreden woning ex artikel 18.7 van de Omgevingswet.

Bezwaarclausule

Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden binnen zes weken na de dag van bekendmaking van dit besluit bezwaar indienen bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ridderkerk. Het bezwaarschrift moet worden ondertekenend en bevat tenminste naam en adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar zich richt en de gronden van het bezwaar.

 

Het indienen van een bezwaarschrift schorst de werking van dit besluit niet. Na het indienen van een bezwaarschrift kan, indien - gelet op de betrokken belangen - onverwijlde spoed dat vereist, aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam gevraagd worden een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek moet gericht worden aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam, sector Bestuursrecht, Postbus 50951, 3007 BM Rotterdam. Voor de behandeling van een voorlopige voorziening wordt griffierecht in rekening gebracht.

Aldus besloten in de openbare vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ridderkerk van 14 januari 2025.

De secretaris,

Mw. M. Kitselar

De burgemeester

Dhr. C.A. Oosterwijk

Naar boven