Verkeersbesluit instellen voetgangersoversteekplaats in de Beverwaardseweg te Rotterdam

Rotterdam, IJsselmonde, AS25/0070725/0001871

 

De directeur van cluster Stadsontwikkeling,

 

overwegende,

 

dat de Beverwaardseweg gelegen is in de wijk Beverwaard binnen het gebied IJsselmonde van de gemeente Rotterdam;

dat de Beverwaardseweg een gebiedsontsluitingsweg betreft, waarbij er een maximumsnelheid van 50 km per uur geldt;

dat de Beverwaardseweg een middengeleider heeft, er een bushalte aanwezig is en er aan de zuidzijde een vrij liggend fietspad aanwezig is;

dat de Beverwaardseweg een tweebaansweg is waar in de spitsuren veel verkeer over rijd en wat ervoor zorgt dat het voor voetgangers niet gemakkelijk is om over te steken;

dat het wenselijk is om zowel de oversteekbaarheid voor de bushalte als de aansluiting van de nieuwe woonwijk op de Beverwaardseweg te verbeteren;

dat er daarom op de Beverwaardseweg een voetgangersoversteekplaats wordt gerealiseerd op de kruising met het Kantonnierpad en de Valkenburgsingel;

dat de voetgangersoversteekplaats ondersteund wordt door middel van het plaatsen van borden L02 zoals bedoeld in bijlage I van het RVV 1990;

dat door de aanwezigheid van de middengeleider voetgangers veilig stapsgewijs over kunnen steken;

dat het daarbij voor het gemotoriseerd verkeer wenselijk is om een gebod tot het volgen van de richting die de pijl aangeeft in te stellen op de middengeleider;

dat met de voorgestelde verkeersmaatregel de oversteekbaarheid bevorderd wordt;

dat de maatregel, gelet op artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw, besluit van 21 april 1994, Staatsblad (Stb.) 1994, 475, zoals nadien gewijzigd), strekt tot:

  • het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

  • het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer;

  • het verzekeren van de veiligheid op de weg;

  • het beschermen van weggebruikers en passagiers;

dat de weg onder beheer is van de gemeente Rotterdam;

dat in het kader van artikel 24 sub a. van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (BABW, besluit van 26 juli 1990, 460, of zoals nadien gewijzigd) wel overleg heeft plaatsgevonden met de Politie, eenheid Rotterdam, waarbij de Politie negatief heeft geadviseerd;

dat politie van mening is dat de kans op afdekongevallen vergroot wordt, omdat voetgangers voor de wegrijdende bus of vlak achter een wegrijdende bus oversteken en het zicht op de overstekende voetgangers zo door de bus wordt ontnomen;

dat tevens door het aanbrengen van een verlaagde band voor mindervaliden het voor fietsers uitnodigt om de voetgangersoversteekplaats te gebruiken. Een aantal meter van de nieuwe voetgangersoversteekplaats is een fietsersoversteek uit de voorrang wat het aantrekkelijker maakt om snel met de fiets over te steken via de voetgangersoversteekplaats. Het bord G7, voetpad, aan de zijde van het Kantonnierpad zal daarmee genegeerd worden;

dat tevens er verwarring ontstaat over de voorrang tussen de voetganger en de fietser. Aan de voetganger moet men voorrang verlenen vanwege de voetgangersoversteekplaats en aan de fietser een aantal meter verderop niet. In de praktijk verleent de ene (vracht)automobilist toch voorrang aan de wachtende fietser (uit voorrang) en de andere niet. Dit leidt tot verwarring bij zowel de fietser als bij achteropkomende andere weggebruikers die niet verwachten dat men voor een fietser stopt terwijl dit niet hoeft;

dat de gemeente op basis van bovenstaand advies voornemens is om vooralsnog het besluit te nemen. Op dit moment wordt er geen veilige oversteek geboden, waaronder voetgangers met alle gevaar van dien tussen het rijdend verkeer komt;

dat daarnaast de voorrangssituatie bij de fietsoversteekplaats bekend is bij weggebruikers en fietsers. Het is daarbij niet wenselijk om de fietsoversteekplaats in de voorrang te leggen;

dat de combinatie van een wegrijdende bus en de aanwezigheid van de voetgangersoversteekplaats een dusdanig snelheidsremmende werking heeft dat het overige verkeer extra oplettend is en bij het wegrijden van de bus op tijd stopt voor de overstekende voetgangers;

dat de gemeente de punten van de politie begrijpt, maar hier het belang van de veiligheid van de voetganger op de aangegeven locatie boven de kans op het negeren van het bord G7 door fietsers verkiest.

 

Gelet op artikel 18 aanhef en onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (Staatsblad 1994, nr. 475, zoals nadien gewijzigd), het bepaalde in het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 en het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer en daartoe bevoegd krachtens door het college van Burgemeester en Wethouders verleend mandaat in het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rotterdam 2022 (gemeenteblad 2022-187, zoals nadien gewijzigd);

Besluit:

namens het college van Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,

 

Tot het instellen van een voetgangersoversteekplaats op de Beverwaardseweg ter hoogte van de kruising met het Kantonnierpad en de Valkenburgsingel, middels

  • het aanbrengen van zebramarkering zoals bedoeld in artikel 49 lid 2 van het RVV 1990;

  •  

Tot het instellen van een gebod voor alle bestuurders het bord voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft op de Beverwaardseweg ter hoogte van de kruising met het Kantonnierpad en de Valkenburgsingel, middels

  • het plaatsen van bord D02r zoals bedoeld in bijlage I van het RVV 1990 op de middengeleider;

 

  •  

De directeur van Cluster Stadsbeheer wordt belast met de uitvoering van dit besluit.

Dit besluit wordt zowel in het Gemeenteblad als op de voor de gemeente gebruikelijke wijze gepubliceerd.

 

Rotterdam, 3 juli 2025

Namens het college van Burgemeester en Wethouders

de directeur van het cluster Stadsontwikkeling,

voor deze, het hoofd Mobiliteit,

Remco de Goederen

Hoofd van de afdeling Mobiliteit

Belanghebbenden kunnen tegen dit besluit binnen zes weken na datum van publicatie, een bezwaarschrift indienen bij het college van burgemeester en wethouders.

 

Dit bezwaarschrift moet ondertekend zijn en moet ten minste bevatten:

- naam en adres van de indiener

- datum bezwaarschrift

- de gronden van het bezwaar

- een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar zich richt.

 

Het bezwaarschrift moet worden gezonden naar:

Het college van burgemeester en wethouders,

t.a.v. de Algemene Bezwaarschriftencommissie, postbus 1011, 3000 BA te ROTTERDAM.

Faxnummer Algemene Bezwaarschriftencommissie: (010) 2676300.

 

U kunt uw bezwaarschrift ook digitaal indienen op: www.rotterdam.nl/bezwaar

U kunt, indien u een bezwaarschrift bij het college heeft ingediend, een verzoek om voorlopige voorziening (o.a. schorsing) indienen bij:

Rechtbank Rotterdam, sector Bestuursrecht, postbus 50951, 3007 BM te ROTTERDAM.

Voor een dergelijk verzoek is griffiegeld verschuldigd.

Naar boven