DAEB-Aanwijzingsbesluit Warmtebedrijf Tilburg

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg:

 

Gelet op:

 

  • Artikel 160 van de Gemeentewet;

  • Het wetsvoorstel Wet collectieve warmte (hierna tevens te noemen: “Wcw”);

  • Artikel 106 lid 2 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (hierna tevens te noemend: “VWEU”);

  • Besluit van de Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen (Publicatieblad van de Europese Unie van 11 januari 2012, L 7/3) (hierna tevens te noemen: “DAEB-Vrijstellingsbesluit”).

Overwegende dat:

 

  • Nederland zich in het Klimaatakkoord als doel heeft gesteld om in 2030 minimaal 55% minder broeikasgassen uit te stoten dan in 1990.

  • De Gemeente Tilburg de ambitie heeft om in 2050 klimaatneutraal te zijn.

  • Het realiseren van deze doelen een transitie naar een fossielvrije energievoorziening nodig maakt, hetgeen onder meer een volledig aardgasvrije energievoorziening en opwekking van alle benodigde energie uit hernieuwbare energiebronnen met zich brengt.

  • Het Klimaatakkoord collectieve warmtesystemen ziet als een belangrijk instrument in de verduurzaming van de gebouwde omgeving, en in Nederland een versnelling naar 500.000 aansluitingen in 2030 beoogt.

  • Gemeenten volgens het Klimaatakkoord de regisseurs van de lokale transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving zijn, deze toenemende regierol voor gemeenten onder meer staat beschreven in nieuwe wet- en regelgeving, waaronder de Wet collectieve warmte (Wcw).

  • De Wcw naar verwachting op 1 januari 2026 in werking zal treden, en alsdan beoogt het draagvlak voor warmte en de bereidheid om te investeren in duurzame collectieve warmte te vergroten.

  • De Wcw daartoe onder meer zal bepalen dat een collectieve warmtevoorziening met meer dan 1.500 aansluitingen moet worden geëxploiteerd door een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang of een warmtegemeenschap (in de zin van de Wcw).

  • De ontwikkeling van een warmte-koude-net met meer dan 1.500 aansluitingen wordt beoogd in Tilburg-Zuid en de omvang van dit warmte-koude-net met zich brengt dat uitsluitend een warmtegemeenschap of een warmtebedrijf met een publiek meerderheidsbelang kan worden aangewezen voor het ontwerp, de ontwikkeling, realisatie en exploitatie.

  • Gelet op deze wetswijziging, bestaande private warmtebedrijven terughoudend zijn om nog grote investeringen te doen in de aanleg van nieuwe, dan wel uitbreiding van bestaande warmtenetten.

  • De Gemeente Tilburg op voortvarende wijze invulling wenst te geven aan haar regierol in de lokale transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving.

  • De Gemeente Tilburg om voorgaande redenen heeft besloten om Warmtebedrijf Tilburg B.V. (hierna tevens te noemen: “het Warmtebedrijf”) op te richten.

  • In het wetsvoorstel Wcw wordt voorgesteld het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid te geven een warmtebedrijf voor een warmtekavel aan te wijzen, en dit aangewezen warmtebedrijf te belasten met de uitvoering van een dienst van algemeen economisch belang (hierna tevens te noemen: “DAEB”).

  • De levering van warmte door middel van een collectieve warmtevoorziening aan verbruikers immers het publiek belang dient, namelijk de bevordering van de warmtetransitie ten behoeve van de bescherming van het milieu en klimaat.

  • Zonder overheidsingrijpen er eveneens onvoldoende prikkels zijn om de duurzaamheid en leveringszekerheid van de warmtelevering tegen maatschappelijk aanvaardbare voorwaarden te laten plaatsvinden.

  • Zonder overheidsingrijpen immers collectieve warmtevoorzieningen alleen daar gerealiseerd worden waar sprake is van een goede business case.

  • Een warmtenet de kenmerken heeft van een natuurlijk monopolie, waardoor klanten geen reële mogelijkheid hebben om te veranderen van leverancier.

  • De Gemeente Tilburg het van belang vindt dat warmte betaalbaar moet zijn voor alle inwoners.

  • De Gemeente Tilburg het van belang vindt dat de leveringszekerheid wordt gegarandeerd.

  • De Gemeente Tilburg het Warmtebedrijf wenst aan te wijzen voor een collectief warmte-koudenet in Tilburg-Zuid en haar wenst te belasten met de uitvoering van een DAEB.

  • Het van belang is dat bij de aanleg van een warmte-koude-net rekening wordt gehouden met de lange termijn, nu warmte-koude-netten doorgaans een levensduur hebben van minimaal 50 jaar, zij pas rendabel worden na een langer periode en de Wcw uitgaat van een terugverdientijd van maximaal 30 jaar.

Besluit:

 

  • I.

    Het ontwerp de ontwikkeling, realisatie en exploitatie van nieuw aan te leggen warmte-koude-net in Tilburg-Zuid ten behoeve van de levering van warmte door middel van een collectieve warmtevoorziening aan verbruikers, aan te wijzen als DAEB. De activiteiten in dit kader zijn:

    • De op- en inrichting van het publiek Warmtebedrijf Tilburg B.V. alsmede het onderzoeken van mogelijke toekomstige warmte-koude-net projecten van het Warmtebedrijf;

    • Het ontwerpen en ontwikkelen van een warmte-koude-net in Tilburg Zuid;

    • Het realiseren en exploiteren van een warmte-koude-net in Tilburg Zuid.

  • II.

    Warmtebedrijf Tilburg B.V., statutair gevestigd Stadhuisplein 344 te Tilburg, voor de periode van 1 juli 2025 tot 30 juni 2055 te belasten met de hiervoor omschreven dienst van algemeen economisch belang.

Compensatiemechanisme en parameters

 

Ter compensatie van de DAEB heeft de Gemeente Tilburg een bedrag van maximaal EUR 14.000.000 (zegge: veertien miljoen euro) gereserveerd om in tranches in te brengen in het Warmtebedrijf Tilburg B.V. Dit bedrag strekt ter dekking van een deel van de kosten het Warmtebedrijf zal maken om de in dit besluit beschreven activiteiten te kunnen uitvoeren, bestaande uit:

 

  • De op- en inrichting van het publiek Warmtebedrijf Tilburg B.V. alsmede het onderzoeken van mogelijke toekomstige warmte-koude-net projecten van het Warmtebedrijf;

  • Het ontwerpen en ontwikkelen van een warmte-koude-net in Tilburg Zuid;

  • Het realiseren en exploiteren van een warmte-koude-net in Tilburg Zuid.

De hoogte van dit bedrag is gebaseerd op een raming van het eerste deel van de kosten voor het ontwerp, de ontwikkeling, de realisatie en exploitatie van het warmte-koude-net in Tilburg-Zuid.

 

Het daadwerkelijke compensatiebedrag dat aan het Warmtebedrijf kan toekomen wordt echter bepaald overeenkomstig artikel 5 DAEB-Vrijstellingsbesluit, en kan niet hoger zijn dan hetgeen nodig is ter dekking van de nettokosten van de uitvoering van de DAEB (met inbegrip van een redelijke winst).

 

De nettokosten worden berekend als het verschil tussen alle kosten die voor het beheer van de DAEB worden gemaakt (overeenkomstig artikel 5 lid 3 DAEB-Vrijstellingsbesluit) en alle inkomsten die met het beheer van de DAEB worden behaald (overeenkomstig artikel 5 lid 4 DAEB-Vrijstellingsbesluit). Voor het bepalen van de redelijke winst wordt in beginsel uitgegaan van het in artikel 5 lid 7 DAEB-Vrijstellingsbesluit bedoelde rendement op kapitaal, dat niet hoger ligt dan de relevante swaprente met een opslag van 100 basispunten.

 

Jaarlijkse evaluatie en verantwoording

 

De Gemeente Tilburg zal de financiële verantwoording regelmatig (laten) controleren. Dit doet zij ten minste ieder jaar gedurende de periode waarvoor het Warmtebedrijf Tilburg met het beheer van de in dit besluit genoemde DAEB is belast, alsmede aan het einde van die periode.

 

Het Warmtebedrijf Tilburg deelt jaarlijks met de Gemeente Tilburg:

 

  • a.

    een financieel jaarverslag, bestaande uit een overzicht van inkomsten en uitgaven inclusief een toelichting;

  • b.

    een jaarrekening, inclusief een balans, winst- en verliesrekening, en toelichting;

De Gemeente Tilburg evalueert jaarlijks of de in dit besluit bedoelde activiteiten daadwerkelijk zijn uitgevoerd, en controleert daarbij dat geen sprake is geweest van overcompensatie.

 

De Gemeente Tilburg behoudt zich het recht voor om aanvullende stukken op te vragen bij het Warmtebedrijf.

 

Voorkoming van overcompensatie en terugvordermechanisme

 

Indien uit de jaarlijkse evaluatie en verantwoording blijkt dat sprake is van overcompensatie, wordt een bedrag ter waarde van de overcompensatie teruggevorderd. Dit kan plaatsvinden door middel van een terugbetaling door het Warmtebedrijf aan de Gemeente Tilburg.

 

Indien het Warmtebedrijf activiteiten zal gaan verrichten die niet passen binnen de in dit besluit omschreven DAEB waarmee het Warmtebedrijf wordt belast, zal zij ter zake een gescheiden boekhouding voeren, teneinde kruissubsidiëring te voorkomen. Voor activiteiten die buiten de DAEB vallen wordt geen compensatie toegekend.

 

Overige waarborgen

 

In aanvulling op het voorgaande, bieden de wettelijke kaders waarbinnen het Warmtebedrijf haar activiteiten zal verrichten (waaronder de Warmtewet en de Wcw) waarborgen tegen overwinst. Op grond van artikel 7 Warmtewet toetst de Autoriteit Consument en Markt (hierna tevens te noemen: “de ACM”) of het rendement van het Warmtebedrijf hoger is dan een door de ACM vast te stellen redelijk rendement. Indien het rendement van het Warmtebedrijf hoger is dan een door de ACM vast te stellen redelijk rendement, kan de ACM het meer dan redelijk behaalde rendement door middel van een correctiefactor laten verdisconteren in de toekomstige tarieven van het Warmtebedrijf.

 

Voorts zal de Gemeente Tilburg gedurende de looptijd van dit besluit conform artikel 9 DAEB-Vrijstellingsbesluit zorgdragen voor de tijdige verslaglegging aan de Europese Commissie over de uitvoering van het DAEB-Vrijstellingsbesluit en tevens zorgdragen voor de beschikbaarheid van de gegevens genoemd in artikel 8 DAEB-Vrijstellingsbesluit.

 

De voorwaarden waaronder de DAEB aan het Warmtebedrijf wordt opgedragen dienen te voldoen aan de vigerende jurisprudentie en Commissiebesluiten over diensten van algemeen economisch belang. De Gemeente Tilburg zal, voor zover noodzakelijk en in overleg met het Warmtebedrijf, de voorwaarden uit dit besluit aanpassen aan de regels.

 

Inwerkingtreding en titel

 

Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2025.

 

Dit besluit wordt aangehaald als ‘DAEB-Aanwijzingsbesluit Warmtebedrijf Tilburg’.

 

Bezwaarclausule

 

Belanghebbenden, die het met dit besluit niet eens zijn, kunnen schriftelijk bezwaar maken binnen zes weken na de bekendmaking van dit besluit.

 

Het bezwaarschrift moet voorzien zijn van een handtekening, naam en adres, datum, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht en de reden waarom de indiener het met dat besluit niet eens is.

 

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan: het college van burgemeester en wethouder van de gemeente Tilburg, Postbus 90155, 5000 LH Tilburg.

Aldus besloten op 1 juli 2025

Namens het college van burgemeester en wethouders van Tilburg

Y. Celik

Wethouder Wonen, Wijken en Integratie

Naar boven