De burgemeester van Amsterdam
Overwegende:
dat de burgemeester van Amsterdam op grond van artikel 2.24 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), juncto artikel 151c Gemeentewet, de bevoegdheid heeft om te kunnen besluiten tot plaatsing van een camera voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats als dat naar haar oordeel noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de openbare orde;
Proportionaliteit
Op 9 juli 2024 en 4 augustus 2024 hebben op het Merwedeplein incidenten plaatsgevonden, waarbij het beeld van Anne Frank is beklad. Deze incidenten hebben een grote maatschappelijke impact teweeggebracht. Naar aanleiding van deze incidenten zijn eerder zowel vanuit de gemeente als de politie maatregelen getroffen. Op 16 oktober 2024 heeft de burgemeester tijdelijk gemeentelijk cameratoezicht ingesteld. De impact is evenwel nog steeds actueel. De bekladding heeft geleid tot gevoelens van onveiligheid. Deze onveiligheidsgevoelens zijn nog steeds aanwezig. Cameratoezicht blijft daarom essentieel.
Subsidiariteit / andere maatregelen
Ter handhaving van de openbare orde op bovengenoemde locatie zijn de volgende maatregelen getroffen:
- -
de verlichting in de nachtelijke uren is aangescherpt;
- -
er zijn gesprekken met omwonenden en ondernemers gevoerd;
- -
de politie heeft maatregelen genomen;
- -
er is reeds gemeentelijk cameratoezicht ingesteld.
Belangenafweging
Het inzetten van cameratoezicht is in aanvulling op de bestaande maatregelen noodzakelijk ter handhaving van de openbare orde.
De burgemeester heeft het belang van een effectieve handhaving van de openbare orde enerzijds en de daarmee gepaard gaande mogelijke inperking van het recht op privacy anderzijds tegen elkaar afgewogen. In die afweging moet aan het algemene belang om de verstoring van de openbare orde te herstellen meer gewicht worden toegekend dan aan het belang om geen inmenging te dulden in de privacy.
De burgemeester volgt de (verstoringen van de) openbare orde op en rondom het Merwedeplein permanent en het besluit tot het instellen van cameratoezicht zal onmiddellijk worden ingetrokken indien het cameratoezicht niet meer noodzakelijk is voor de handhaving van de openbare orde.
Besluit
Gelet op artikel 151c Gemeentewet juncto artikel 2.24 APV;
Brengt ter algemene kennis dat zij op 24 december 2024 heeft besloten: